Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 13/0581/JB, 30 mei 2013, beroep
Uitspraakdatum:30-05-2013

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Uitspraak

Nummer: 13/581/JB

Betreft: [klager] datum: 30 mei 2013

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 78, eerste lid, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen (Bjj) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift, ingediend door mr. A.B. Baumgarten, namens

[...], geboren op [1995], verder te noemen klager,

gericht tegen een beslissing van 10 januari 2012 (lees: 2013) van de selectiefunctionaris,

alsmede van de overige stukken, waaronder de bestreden beslissing.

De beroepscommissie heeft de selectiefunctionaris in de gelegenheid gesteld schriftelijk te reageren op het beroep en klager alsmede zijn raadsman mr. A.B. Baumgarten om het beroep schriftelijk toe te lichten.

Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt:

1. De bestreden beslissing
De selectiefunctionaris heeft het verzoek van klager tot overplaatsing naar de justitiële jeugdinrichting (j.j.i.) Teylingereind te Sassenheim afgewezen.

2. De feiten
Bij beschikking van 25 april 2012 is klager in het kader van voorlopige hechtenis geplaatst op de normaal beveiligde afdeling van de j.j.i. De Hartelborgt te Spijkenisse. Klager heeft van 1 oktober 2012 tot 9 november 2012 ter observatie verbleven op
de
ForCa van Teylingereind en is daarna weer geplaatst in De Hartelborgt.
Op of omstreeks 7 juni 2012 heeft klager verzocht te worden overgeplaatst naar de j.j.i. Teylingereind. De selectiefunctionaris heeft dit verzoek afgewezen bij beslissing van 9 juli 2012. Bij uitspraak 12/2248/JB van 26 november 2012 heeft de
beroepscommissie het beroep van klager daartegen ongegrond verklaard.
Op 12 november 2012 heeft klager opnieuw verzocht te worden overgeplaatst naar Teylingereind.

3. De standpunten
Namens klager is het beroep tegen de beslissing van de selectiefunctionaris als volgt toegelicht. Elk gevaar op collusie is per definitie niet aanwezig, omdat de betreffende medewerkster S. niet meer is verbonden aan Teylingereind. Volgens de
selectiefunctionaris vindt een integriteitsonderzoek plaats naar een andere medewerker van Teylingereind. Daar uit zijn geen zaken naar voren gekomen die aan terugplaatsing van klager naar Teylingereind in de weg staan.

De selectiefunctionaris heeft inzake het beroep het volgende standpunt naar voren gebracht. Klager is op verzoek van de rechter op 1 oktober 2012 voor onderzoek op de observatieafdeling van Teylingereind opgenomen. Volgens inlichtingen van de officier
van justitie van 6 november 2012 heeft klager tijdens het onderzoek specifieke uitlatingen gedaan over medewerkers van Teylingereind. Hierdoor is in Teylingereind onrust ontstaan. Klager is daarom een week eerder dan gepland teruggeplaatst in j.j.i. De
Hartelborgt. De selectiefunctionaris is het eens met Teylingereind dat een overplaatsing van klager naar Teylingereind niet wenselijk is. Het vertrouwen op een goede samenwerking met klager is door de gebeurtenissen in het verleden dusdanig geschaad
dat
dit zowel de medewerkers als klager zelf in een moeilijke positie zou brengen. Door klagers uitlatingen over medewerkers van Teylingereind is bovendien een medewerker van de inrichting betrokken geraakt bij een integriteitsonderzoek. Dit onderzoek is
afgerond en de medewerker is nog steeds naar tevredenheid werkzaam in de inrichting. Het onderzoek en de beschuldigingen zijn echter als emotioneel zwaar ervaren. Als klager in Teylingereind wordt geplaatst, zal deze medewerker opnieuw met klager in
contact kunnen komen. Het vertrouwen is te zeer beschadigd en een vruchtbare samenwerking niet meer mogelijk. De verstoorde vertrouwensrelatie tussen klager en de medewerkers van de inrichting zal de goede voortgang van klagers behandeltraject ernstig
belemmeren. Het belang van Teylingereind bij een veilig behandel- en leefklimaat, het op normale wijze organiseren hiervan en het belang van een veilige werkomgeving voor de betrokken medewerkers dienen zwaarder te wegen dan klagers belang bij
plaatsing
dichterbij zijn woonplaats, zodat hij vaker en eenvoudiger door zijn moeder zou kunnen worden bezocht.

4. De beoordeling
Bij uitspraak 12/2248/JB heeft de beroepscommissie geoordeeld dat afwijzing van klagers verzoek om overplaatsing naar Teylingereind niet onredelijk of onbillijk kan worden genoemd, gelet op het feit dat klager een medewerkster van Teylingereind thuis
heeft opgezocht en bedreigd. Deze medewerkster, naar wie blijkens de brief van Teylingereind van 8 april 2013 een integriteitsonderzoek is gedaan, werkt niet meer in Teylingereind. |
Uit de stukken is gebleken dat klager tijdens een door de rechter gelaste observatie van klager in Teylingereind specifieke uitlatingen heeft gedaan over medewerkers van Teylingereind, waaruit zou kunnen worden opgemaakt dat zij oneigenlijk handelen en
interne gedragscodes schenden. Bovendien is een medewerker van de inrichting door klagers uitlatingen betrokken geraakt bij een integriteitsonderzoek. Hierdoor is in Teylingereind onrust ontstaan en is klager vervroegd teruggeplaatst naar De
Hartelborgt. De beroepscommissie acht voldoende aannemelijk dat door de in dit beroep en beroep 12/2248/JB beschreven gebeurtenissen sprake is van een zodanig verstoorde vertrouwensrelatie tussen klager en medewerkers van Teylingereind dat een
overplaatsing van klager naar die inrichting onwenselijk is. De onveilige relatie tussen klager en medewerkers van Teylingereind levert naar het oordeel van de beroepscommissie voldoende grond op om klagers overplaatsingsverzoek af te wijzen, gelet op
mogelijke problemen die binnen Teylingereind kunnen ontstaan als klager in die inrichting wordt geplaatst. Het belang van klager zijn familie vaker op bezoek te krijgen, zoals ook beschreven in de reactie van De Hartelborgt van 5 maart 2013 op klagers
verzoek om overplaatsing, weegt niet op tegen de mogelijke spanningen en confrontaties die een veilig behandel- en leefklimaat en een veilige werkomgeving binnen de inrichting kunnen belemmeren. Daarbij komt dat klager in De Hartelborgt niet van
bezoek,
ook niet van zijn moeder, is verstoken. Bovendien zal plaatsing van klager in Teylingereind niet in het belang van zijn behandeltraject zijn, gelet op het verstoorde vertrouwen van medewerkers in klager vanwege zijn gedragingen jegens hen.

Gelet op het voorgaande kan de beslissing van de selectiefunctionaris, bij afweging van alle in aanmerking komende belangen, niet onredelijk of onbillijk worden genoemd

5. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit mr. M.J.C. Koens, voorzitter, prof.dr. P.H. van der Laan en mr. E. Lucas, leden, bijgestaan door mr. E.W. Bevaart, secretaris, op 30 mei 2013

secretaris voorzitter

Naar boven