Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 12/2398/GA, 3 december 2012, beroep
Uitspraakdatum:03-12-2012

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Uitspraak

nummer: 12/2398/GA

betreft: [klager] datum: 3 december 2012

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift ingediend door mr. M. Baijens, namens

[...], verder te noemen klager,

gericht tegen een uitspraak van 20 juli 2012 van de alleensprekende beklagrechter bij de locatie Esserheem te Veenhuizen,

alsmede van de overige stukken, waaronder de uitspraak waarvan beroep, welke in afschrift aan deze uitspraak is gehecht.

De beroepscommissie heeft de directeur van voornoemde locatie in de gelegenheid gesteld schriftelijk te reageren op het beroep en klager alsmede zijn raadsman om het beroep schriftelijk toe te lichten.

Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt:

1. De inhoud van het beklag en de uitspraak van de beklagrechter
Het beklag betreft – in de woorden van de beklagrechter- het feit dat klager niet in een kliniek wordt geplaatst en hij in de penitentiaire inrichting (p.i.) niet in aanmerking komt voor een bepaalde medische behandeling.

De beklagrechter heeft het beklag ongegrond verklaard op de gronden als in de aangehechte uitspraak weergegeven.

2. De beoordeling
Blijkens het beklagformulier van 30 mei 2012 betreft de klacht “schending van het recht op medische behandeling”. Als reden geeft klager op dat hem indertijd in p.i. Ter Apel is toegezegd dat hij behandeling zou kunnen ondergaan, maar dat er na
overplaatsing naar Esserheem niets is gebeurd. De raadsman vermeldt in zijn ‘stelbriefje’ aan de commissie van toezicht van 18 juni 2012: “Het betreft een klacht van cliënt over medische zorg.” Uit de mondelinge toelichting van klager ter zitting van
de
beklagcommissie blijkt dat klager wenst dat de hem (naar hij meent) toegezegde psychiatrische behandeling wordt gerealiseerd, kennelijk ook als opname in een behandelinrichting daarbij nodig is.
Het beklag betreft geen beslissing door of namens de directeur als bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de Pbw. Immers het betreft het ontbreken van adequate medische zorg. De beklagcommissie had klager mitsdien niet-ontvankelijk in het beklag dienen
te verklaren. Naar de beroepscommissie begrijpt heeft klager inmiddels contact met een psychiater. Voor zover klager meent dat de medische zorg ontoereikend is, kan hij of namens hem zijn raadsman gebruik maken van de rechtsgang als bedoeld in artikel
28 e.v. Penitentiaire maatregel.

3. De uitspraak
De beroepscommissie vernietigt de beslissing van de beklagrechter en verklaart klager alsnog niet-ontvankelijk in zijn beklag.

Aldus gegeven door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr. P.C. Vegter, voorzitter, mr. M.A.G. Rutten en dr. J.P.S. Fiselier, leden, in tegenwoordigheid van L.J.M. Klop, secretaris, op 3 december 2012

secretaris voorzitter

Naar boven