Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 12/2072/GA, 12 november 2012, beroep
Uitspraakdatum:12-11-2012

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Uitspraak

nummer: 12/2072/GA

betreft: [klager] datum: 12 november 2012

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift, ingediend door mr. A.J. Sol, namens

[...], verder te noemen klager,

gericht tegen een uitspraak van 25 juni 2012 van de alleensprekende beklagrechter bij de penitentiaire inrichtingen (p.i.) Nieuwegein,

alsmede van de overige stukken, waaronder de uitspraak waarvan beroep, welke in afschrift aan deze uitspraak is gehecht.

Ter zitting van de beroepscommissie van 27 augustus 2012, gehouden in de penitentiaire inrichtingen (p.i.) Amsterdam Over-Amstel, is [...], plaatsvervangend vestigingsdirecteur bij de p.i. Nieuwegein, gehoord. Hoewel voor klagers vervoer naar de
zitting
was zorggedragen, heeft hij daarvan geen gebruik gemaakt. Klagers raadsman, mr. Sol, heeft schriftelijk op
27 augustus 2012 laten weten verhinderd te zijn ter zitting te verschijnen.

Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt:

1. De inhoud van het beklag en de uitspraak van de beklagrechter
Het beklag betreft:
a. het feit dat klager door de invoering van het Telio-systeem geen 0800/0900-nummers kan bellen en dat klager niet meer collect call kan bellen;
b. het feit dat door de invoering van het Telio-systeem alle telefoongesprekken die klager voert worden opgenomen, dus ook de telefoongesprekken die klager met zijn advocaat voert.

De beklagrechter heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn beklag op de gronden als in de aangehechte uitspraak weergegeven.

2. De standpunten van klager en de directeur
Namens klager is in beroep het tegenover de beklagrechter ingenomen standpunt als volgt schriftelijk toegelicht. De invoering van het nieuwe telefoonsysteem is anders dan de beklagrechter heeft overwogen wel in strijd met hogere wet- en regelgeving,
namelijk in strijd met hetgeen is bepaald in artikel 11 en 12 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Klager klaagt bovendien niet zozeer over het algemene systeem van telefoneren, maar over de gevolgen die de invoering van het systeem
voor hem hebben. Klager is immers niet in staat geweest ongestoorde telefoongesprekken te voeren met geprivilegieerde personen, zoals zijn advocaat. Het is klager door het personeel meermalen geweigerd om via een ‘beveiligde lijn’ met zijn advocaat
contact op te nemen.

De directeur heeft ter zitting in beroep het tegenover de beklagrechter ingenomen standpunt als volgt toegelicht. Ten aanzien van het beklag onder a. is het volgende aangevoerd. Het is voor gedetineerden niet mogelijk om 0800/0900-nummers te bellen.
Ook
kunnen gedetineerden niet collect call bellen. Indien een gedetineerde een 0800/0900-nummer belt dan wel collect call belt, is het niet mogelijk om te traceren met wie de gedetineerde belt. Daardoor is het onmogelijk om toezicht te houden op dergelijke
telefoongesprekken. Tevens kan er geen toezicht worden gehouden op gesprekken die een gedetineerde voert door middel van een commerciële belkaart. Om deze reden mogen gedetineerden niet meer met commerciële belkaarten, zoals cobrakaarten, bellen. DJI
heeft een landelijke lijst met 0800/0900-nummers, die gedetineerden wel vanuit de inrichting kunnen bellen, samengesteld. Dit betreft een dynamische lijst, waarop steeds nieuwe nummers kunnen worden geplaatst. De inrichting kan deze lijst niet
zelfstandig aanpassen. Ten aanzien van het beklag onder b. is het volgende aangevoerd. Alle telefoongesprekken in de inrichting worden opgenomen, ook de gesprekken die gedetineerden met hun advocaten voeren. Op dit moment bestaat er nog geen ‘witte
lijst’ met nummers van advocaten. Naar verwachting publiceert de Nederlandse Orde van Advocaten aan het einde van het jaar wel een dergelijke lijst met nummers van advocaten. De opgenomen gesprekken worden na acht maanden gewist. De opgenomen
telefoongesprekken worden in principe niet uitgeluisterd. Uitluisteren gebeurt alleen als daartoe noodzaak bestaat. Als gesprekken worden uitgeluisterd, worden de gedetineerden hierover geïnformeerd. Indien tijdens een onderzoek blijkt dat een gesprek
met een geprivilegieerd persoon is opgenomen, wordt dit gesprek terstond gewist. Dit gebeurt via een technische voorziening. De gesprekken worden uitgeluisterd door de teamleider van de beveiliging.

3. De beoordeling
Ten aanzien van het beklag onder a. overweegt de beroepscommissie dat het beklag is gericht tegen een algemene voor alle in de inrichting verblijvende gedetineerden geldende regel, die niet in strijd is met een hogere regeling. Niet is gebleken dat
klager een concreet verzoek bij de directeur heeft ingediend om te kunnen bellen met een bepaald 0800/0900-nummer en dat dit verzoek hem is geweigerd. Ook is niet gebleken dat klager een verzoek heeft ingediend om collect call te kunnen bellen. Gelet
op
het vorenstaande zal de beroepscommissie het beroep inzake het beklag onder a. ongegrond verklaren en de uitspraak van de beklagrechter, houdende niet-ontvankelijkverklaring, met wijziging van de gronden bevestigen. Ten overvloede merkt de
beroepscommissie op dat bij uitstek op collect call-gesprekken toezicht kan worden uitgeoefend, nu gedetineerden daarbij hun naam en het telefoonnummer dat zij wensen te bellen, dienen op te geven.

Ten aanzien van het beklag onder b. overweegt de beroepscommissie het volgende. Uit de stukken en hetgeen ter zitting is verhandeld, maakt de beroepscommissie op dat door de invoering van het Telio-systeem alle telefoongesprekken die
gedetineerden in de p.i. Nieuwegein met gedetineerdentelefoons voeren standaard worden opgenomen.
In haar beoordeling maakt de beroepscommissie een onderscheid tussen het standaard opnemen van alle gesprekken en het opnemen van de gesprekken met geprivilegieerde personen.

Ten aanzien van het standaard opnemen van alle gesprekken overweegt zij als volgt. De beroepscommissie stelt voorop dat geen beklag open staat tegen een algemene voor alle in de inrichting verblijvende gedetineerde geldende regel, tenzij die regel in
strijd is met een hogere regeling. Op grond van het Besluit toezicht telefoongesprekken justitiële inrichtingen (verder het Besluit) van 23 september 2010 (Stb. 2010, 700) is in de Penitentiaire maatregel (Pm) een artikel – 23a – ingevoegd waarin
nadere
regels zijn opgenomen over het opnemen van telefoongesprekken en het bewaren en verstrekken van opgenomen telefoongesprekken. In de toelichting op het Besluit staat – voor zover hier van belang – het volgende: ‘In de beginselenwetten wordt tot
uitdrukking gebracht dat telefoongesprekken kunnen worden opgenomen in verband met het uitoefenen van toezicht daarop. Met de wijzigingen in de beginselenwetten en dit besluit staan deze er niet aan in de weg dat telefoongesprekken standaard worden
opgenomen.’. Artikel 23a, eerste lid, van de Pm luidt als volgt: ‘Telefoongesprekken die in verband met het toezicht, bedoeld in artikel 39, tweede lid, van de wet worden opgenomen, worden bewaard voor een periode van ten hoogste acht maanden.’. In de
Pm is aldus bepaald dat telefoongesprekken met het oog op het uitoefenen van toezicht kunnen worden opgenomen, maar niet in welke gevallen dat kan gebeuren.
Artikel 39, tweede lid, van de Pbw luidt – voor zover hier van belang – als volgt: ‘De directeur kan bepalen dat op de door of met de gedetineerde gevoerde telefoongesprekken toezicht wordt uitgeoefend, indien dit noodzakelijk is om de identiteit van
de
persoon met wie de gedetineerde een gesprek voert vast te stellen dan wel met het oog op een belang als bedoeld in artikel 36, vierde lid. Dit toezicht kan omvatten het beluisteren van een telefoongesprek of het uitluisteren van een opgenomen
telefoongesprek.’ Het toezicht dient aldus te worden uitgeoefend met het oog op enkele nader in de wet omschreven belangen en dat betekent dat de directeur een belangenafweging dient te maken. Het opnemen van telefoongesprekken wordt in de Pbw niet
aangemerkt als het uitoefenen van toezicht, maar het is wel een middel om het uitoefenen van toezicht te faciliteren. Over het opnemen van telefoongesprekken is in de Pbw niets bepaald en daarmee is het niet duidelijk of, en zo ja, in welke mate de
beperkingsgronden uit artikel 36, vierde lid, van de Pbw van toepassing zijn op het opnemen van telefoongesprekken. De Pbw voorziet naar het oordeel van de beroepscommissie, zoals reeds eerder in de uitspraak van 11 juli 2011 (11/0172/GA) is bepaald,
in
elk geval niet in een wettelijke grondslag voor het standaard opnemen van alle telefoongesprekken van gedetineerden. Nu een wettelijke grondslag ontbreekt, is de beroepscommissie van oordeel dat de directeur dient af te wegen, mede in het licht van de
eisen die artikel 8 EVRM hieraan stelt, of het standaard opnemen van alle telefoongesprekken in de betreffende inrichting noodzakelijk is in verband met het uitoefenen van toezicht met het oog op de belangen als bedoeld in artikel 36, vierde lid, van
de
Pbw. Of dit nodig is, kan naar het oordeel van de beroepscommissie onder andere afhankelijk zijn van het beveiligingsniveau van de inrichting en het in de inrichting geldende regime. Indien de directeur, na afweging, de noodzaak hiertoe aanwezig acht,
dient hij dit uitdrukkelijk, onder vermelding van de redenen, aan de gedetineerden kenbaar te maken. Nu het gevolg van de invoering van het Telio-systeem is dat er geen telefoontoestellen meer beschikbaar zijn waarmee gesprekken niet worden opgenomen,
oordeelt de beroepscommissie dat de directeur bovenbedoelde afweging niet heeft gemaakt. Het standaard opnemen van alle telefoongesprekken in de inrichting is daarmee in strijd met een hogere regeling, meer in bijzonder met (de strekking) van artikel
39, tweede lid, van de Pbw in verbinding met artikel 36, vierde lid, van de Pbw.

Ten aanzien van het opnemen van gesprekken met geprivilegieerde personen overweegt de beroepscommissie als volgt. Uit artikel 39, vierde lid, van de Pbw blijkt dat op telefoongesprekken die gedetineerden voeren met geprivilegieerde personen, als
bedoeld
in artikel 37, eerste lid, van de Pbw, waaronder de rechtsbijstandverlener van een gedetineerde, geen ander toezicht wordt uitgeoefend dan noodzakelijk is om de identiteit van de personen of instantie met wie de gedetineerde een telefoongesprek voert
of
wenst te voeren vast te stellen. In de toelichting op het Besluit staat – voor zover hier van belang – het volgende: ‘In de beginselenwetten is voorts tot uitdrukking gebracht dat slechts met de in de inrichting daartoe bijzonder aangewezen
telefoontoestellen gevoerde gesprekken kunnen worden opgenomen. In de regel staan voor het telefoonverkeer met geprivilegieerden andere toestellen ter beschikking. De telefoongesprekken die met deze geprivilegieerden worden gevoerd, worden derhalve in
de regel niet opgenomen.’. Op grond van het vorenstaande is de beroepscommissie van oordeel dat het niet de bedoeling is dat telefoongesprekken van gedetineerden met geprivilegieerde personen worden opgenomen. Indien er geen andere manier is om te
waarborgen dat telefoongesprekken van gedetineerden met geprivilegieerde personen niet worden opgenomen, dient de directeur ervoor te zorgen dat er voor gesprekken met geprivilegieerden aparte telefoontoestellen beschikbaar zijn waarmee het niet
mogelijk is om gesprekken op te nemen. Ter zitting heeft de directeur naar voren gebracht dat er aan het eind van het jaar een witte lijst, met daarop de nummers van Nederlandse advocaten, wordt ingevoerd, waardoor gesprekken die gedetineerden voeren
met advocaten die op die lijst staan niet worden opgenomen. Dit betekent dat er thans geen witte lijst met daarop nummers van advocaten bestaat. Ook bestaat er geen witte lijst met daarop nummers van buitenlandse advocaten. Voorts heeft de directeur
toegelicht dat er in de p.i. Nieuwegein geen aparte telefoontoestellen beschikbaar zijn waarmee een gedetineerde een gesprek kan voeren met zijn advocaat zonder dat dit gesprek wordt opgenomen. Gelet op het vorenstaande is de beroepscommissie van
oordeel dat het opnemen van telefoongesprekken van gedetineerden met geprivilegieerde personen, waaronder advocaten, in strijd is met een hogere regeling, meer in het bijzonder met (de strekking van) van artikel 39, vierde lid, van de Pbw en artikel
23a
van de Pm.

Zowel ten aanzien van het standaard opnemen van alle gesprekken als ten aanzien van het opnemen van de telefoongesprekken met geprivilegieerde personen zal het beroep derhalve gegrond worden verklaard, de uitspraak van de beklagrechter worden
vernietigd, klager alsnog ontvankelijk worden verklaard in zijn beklag en het beklag alsnog gegrond worden verklaard. De beroepscommissie zal aan klager een tegemoetkoming van € 50,= toekennen. De beroepscommissie overweegt daarbij dat deze
tegemoetkoming is bedoeld als compensatie voor het door klager geleden ongemak en niet als schadevergoeding, nu niet eenvoudig is vast te stellen of en in welke omvang klager schade heeft ondervonden van het opnemen van zijn gesprekken, waaronder die
met zijn advocaat.

4. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart het beroep inzake het beklag onder a. ongegrond en bevestigt de uitspraak van de beklagrechter met wijziging van de gronden.

De beroepcommissie verklaart het beroep inzake het beklag onder b, zowel voor zover dat betrekking heeft op het standaard opnemen van alle telefoongesprekken als voor zover dat betrekking heeft op het opnemen van telefoongesprekken met geprivilegieerde
personen, gegrond, vernietigt de uitspraak van de beklagrechter, verklaart klager alsnog ontvankelijk in het beklag en verklaart dit beklag gegrond. Aan klager wordt een tegemoetkoming van
€ 50,= toegekend.

Aldus gegeven door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr. U. van de Pol, voorzitter, mr. M.A.G. Rutten en prof. dr. W.J. Schudel, leden, in tegenwoordigheid van
mr. F.A. Groeneveld, secretaris, op 12 november 2012

secretaris voorzitter

Naar boven