Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 12/0695/TA, 21 mei 2012, beroep
Uitspraakdatum:21-05-2012

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Uitspraak

nummer: 12/695/TA

betreft: [klager] datum: 21 mei 2012

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 67 van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden (Bvt) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift van

[...], verder te noemen klager,

gericht tegen een op 2 februari 2012 verzonden uitspraak van 25 november 2011 van de beklagcommissie bij FPC De Rooyse Wissel, verder te noemen de inrichting,

alsmede van de overige stukken, waaronder de uitspraak waarvan beroep, welke in afschrift aan deze uitspraak is gehecht.

De beroepscommissie heeft het hoofd van de inrichting in de gelegenheid gesteld schriftelijk te reageren op het beroep en klager om het beroep schriftelijk toe te lichten.

Op grond van de stukken en haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt:

1. De inhoud van het beklag en de uitspraak van de beklagcommissie
Het beklag betreft het gewijzigde invoerbeleid.

De beklagcommissie heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn beklag op de gronden als in de aangehechte uitspraak weergegeven.

2. De standpunten van klager en het hoofd van de inrichting
Klager heeft in beroep het tegenover de beklagcommissie ingenomen standpunt als volgt toegelicht.
De uitspraak van de beklagcommissie heeft te lang op zich laten wachten.
Zijn bezoek zag pas bij aankomst in de inrichting een A4’tje met de mdedeling dat het verboden was etenswaren in te voeren. Van een professionele inrichting die al haar bezoekers screent, mag worden verwacht dat zij de huisregels ook aan bezoekers
meedelen.

Het hoofd van de inrichting heeft in beroep het tegenover de beklagcommissie ingenomen standpunt niet toegelicht.

3. De beoordeling
Klager heeft aangevoerd dat het onredelijk lang heeft geduurd voordat de beklagcommissie uitspraak heeft gedaan. De Bvt bepaalt de termijnen waarbinnen een beklag behoort te worden afgehandeld (artikel 65, eerste lid, Bvt juncto artikel 59, derde lid,
Bvt) en de mogelijkheid van verlenging in bijzondere omstandigheden. De wet verbindt geen gevolgen aan het overschrijden van die termijnen.

Overigens kan hetgeen in beroep is aangevoerd - voor zover dat is komen vast te staan - naar het oordeel van de beroepscommissie niet tot een andere beslissing leiden dan die van de beklagcommissie. Hierbij is in aanmerking genomen dat volgens de wet
niet geklaagd kan worden over algemeen in de inrichting geldend beleid of de aanpassing daarvan, zoals het onderhavige invoerbeleid, tenzij dat in strijd is met hogere wet- of regelgeving. Ook naar het oordeel van de beroepscommissie is de onderhavige
aanpassing van het invoerbeleid niet in strijd met hogere wet- of regelgeving.
Het beroep zal derhalve ongegrond worden verklaard.

4. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de beklagcommissie.

Aldus gegeven door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr. N. Jörg, voorzitter, mr. R.M. Maanicus en drs. G.A.M. Mensing, leden, in tegenwoordigheid van mr. E.W. Bevaart, secretaris, op 21 mei 2012

secretaris voorzitter

Naar boven