Onderwerp: Bezoek-historie

(Rest)hydrauliciteit van betongranulaat en hoogovenslakken
Publicatiedatum:31-12-1991

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Auteur(s)

Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Dienst Weg- en Waterbouwkunde (RWS, DWW), Afdeling Materialen; P.E. Vogelaar

 

Samenvatting

Wanneer beton wordt gebroken tot betongranulaat dan zullen de hierin nog aanwezige ongehydrateerde cementdeeltjes kunnen hydrateren. Dit heeft dan tot gevolg dat er in de fundering van betongranulaat een binding zal onststaan. Door middel van een onderzoek is getracht een beeld te krijgen van de bindingsmechanismen die hierbij een rol spelen. Er wordt in dit rapport een overzicht gegeven van alle bindingsmechanismen die op kunnen treden in bouwstoffen voor de wegenbouw. Vervolgens is op theoretisch gronden een schatting gemaakt over de mate van binding die in een fundering van betongranulaat kan optreden. Vervolgens is voor een vergelijking bindingsonderzoek uitgevoerd met betongranulaat 0-4 mm, een zand-steenslagmengsel met 3% cement en hydraulische hoogovenslakken. Er werden bij dit onderzoek proctorcilinders vervaardigd waarvan na 28 dagen de druksterkte werd bepaald. Uit het onderzoek bleek dat de verharding van betongranulaat kan worden verklaard uit de hydratatie van het nog niet verhard cement. Bij een fundering 0/40 kan dit effect niet erg groot zijn. Naast dit onderzoek werd van alle mengsels de hydrauliciteit bepaald door het meten van de toename van de CBR-waarde tussen 0 en 28 dagen.

 

Annotatie

14 p.
tab.
Rapportnr. MAO-R-91011
Met lit.opg.

Naar boven