Onderwerp: Bezoek-historie

IJmeer- en Noordzeekanaalboezem, gemeen of gescheiden
Publicatiedatum:01-01-1963

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Auteur(s)

Ministerie van Verkeer en Watertstaat, Rijkswaterstaat, Dienst der Zuiderzeewerken (RWS, ZZW); C.H. de Jong

 

Samenvatting

In de plannen voor de toekomstige IJmeerboezem is het normale peilverschil met de Noordzeekanaalboezem zo gering dat de gedachte naar voren is gekomen om de boezem gemeen te leggen door opruiming van de Oranjesluizen, zodra de IJmeerboezem in zijn definitieve vorm aanwezig is. Het gemeen leggen betekent vooral voor de scheepvaart tussen beide boezems een belangrijk voordeel en wel in het bijzonder, wanneer zich langs het Oostvaardersdiep industrie zou gaan ontwikkelen, waarvoor het gewenst is, dat matig grote zeeschepen voor de wal kunnen komen. Aangetoond wordt dat bij gemeen leggen een noodkering tussen de boezems niet kan worden gemist om de gevolgen van calamiteiten te kunnen beperken, zoals ook het Noordzeekanaal van het Amsterdam-Rijnkanaal kan worden gescheiden door de noodkering te Zeeburg. Vervolgens wordt nagegaan of het voordelen biedt de noodzakelijke noodkering Schellingwoude in te schakelen bij de waterhuishouding van het IJmeer en Noordzeekanaalboezem in perioden van groot waterbezwaar en de kering zonodig hiervoor in te richten. Globaal is geschat in hoeverre het gemeen leggen financieel in het voor- of in het nadeel is ten opzichte van het gescheiden houden.

 

Annotatie

tab.
(Nota / ZZW ; B 60-4)

Naar boven