Onderwerp: Bezoek-historie

Hooibroeicontrole in de Noordoostpolder (1952-1956)
Publicatiedatum:01-01-1958

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Auteur(s)

Ministerie van Verkeer en Waterstaat Directie van de Wieringermeer (Noordoostpolderwerken); door D.A. van Schreven

 

Samenvatting

Sedert 1952 is in de Noordoostpolder op de verpachte bedrijven controle uitgeoefend op hooibroei. De Controle werd uitgevoerd door een aantal hooibroeicontroleurs, die elk een bepaald rayon kregen toegewezen. Het verband met het achteruitgaan van de voederwaarde bij een temperatuur boven 50 graden Celsius werd geadviseerd bij een temperatuur van 55 graden Celcius een gat te steken. bij 60 graden werd zo mogelijk om de twee dagen gecontroleerd. Bij 65 graden werd de domeinopziener gewaarschuwd. Bij 70 graden en hoger kreeg de pachter een schriftelijke opdracht het hooi te spitten of om te zetten en werd de brandweer gewaarschuwd. Hooibroei blijkt te worden bevorderd door een hoog vochtgehalte, hoge stikstofgiften, hoge klavergehalten, jong gras, een groot volume en een grote hoogte van de klamp. De belangrijkste factor is het vochtgehalte. De controle van hooibroei is van belang gebleken voor het voorkomen van brand. In de jaren dat hooibroeicontrole werd toegepast, is geen brand ontstaan als gevolg van hooibroei.

 

Annotatie

34 p.
fig., tab.
Met een samenvatting in het Engels
(Van zee tot land ; nr. 24)
Met lit. opg.

Naar boven