Onderwerp: Bezoek-historie

Rivieren en klimaat - PAGW : effecten van lage rivierpeilen op de vochttoestand van uiterwaarden langs de Rijn en Maas
Publicatiedatum:19-06-2020

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Auteur(s)

G. van Geest, S. de Rijk, W. Altena ; Deltares

 

Samenvatting

Deze studie maakt deel uit van een verkenning van de effecten van lage rivierpeilen op de klimaatbestendigheid van het wensbeeld van de Natuurverkenning Grote Rivieren en Programmatische Aanpak Grote Wateren. Dit wensbeeld is door Wageningen Environmental Research (WEnR) gekwantificeerd in arealen van verschillende ecotooptypen. Deze kwantificering is uitgevoerd voor verschillende hotspot gebieden langs de Rijntakken en Maas. Doelstelling van dit rapport is het bepalen van de vochttoestand van ecotooptypen in het rivierengebied bij verschillende klimaatscenario’s. Deze toetsing is uitgevoerd voor de huidige ecotopenverdeling (kaarten van vierde cyclus ecotopenkartering) en voor het wensbeeld (de ecotopenverdeling in 2050). Deze informatie heeft WEnR vervolgens gebruikt voor de optimalisatie van het wensbeeld van ecotooptypen in de hotspot gebieden in 2050 (Van der Sluis et al., 2020). Deze studie beperkt zich tot de effecten van lage rivierpeilen op ecotopen in uiterwaarden via de (grond)waterstand; effecten via watertemperatuur en stroming zijn buiten beschouwing gelaten. Ook de effecten van hogere rivierafvoeren zijn niet meegenomen, evenals wateraanvoer via kwel en neerslag en afvoer via verdamping en wegzijging. De analyses zijn uitgevoerd voor drie van de vier hotspot gebieden (Gelderse Poort, IJssel- Vechtdelta, Grensmaas), als ook voor de andere riviertrajecten in het bovenrivierengebied van Rijn en Maas. De Biesbosch is buiten beschouwing gelaten vanwege het ontbreken van recente ecotopenkaarten. Er zijn twee belangrijke oorzaken van lage rivierpeilen, namelijk veranderingen in de rivierafvoer (ten gevolge van klimaatverandering) en bodemerosie. Bodemerosie leidt tot insnijding van de rivierbodem, wat lagere rivierpeilen tot gevolg heeft bij eenzelfde rivierafvoer. De effecten van veranderde rivierafvoeren op het grondwaterpeil in uiterwaarden zijn bepaald voor het gehele bovenrivierengebied. De effecten van rivierinsnijding daarentegen zijn alleen bepaald voor trajecten waar dit een belangrijke rol speelt. Dit zijn de deelgebieden Gelderse Poort, Waal en Zuidelijke IJssel. De bestendigheid tegen klimaatverandering is verkend aan de hand van berekening van de effecten van veranderingen van de rivierafvoer (met en zonder rivierinsnijding) op de (grond)waterstanden van ecotopen. Deze analyses zijn uitgevoerd voor (1) de ecotopenverdeling in de huidige situatie, en (2) voor het wensbeeld in 2050. WEnR heeft de resultaten van het wensbeeld in 2050 gebruikt om te toetsen of de gewenste ecotopenverdeling in 2050 klimaatbestendig is. De resultaten van stap 1 (effecten van een veranderend rivierpeil (ten gevolge van klimaatverandering) en rivierinsnijding op de vochttoestand van de huidige ecotopenverdeling) zijn in dit rapport beschreven. De resultaten van stap 2 (wensbeeld 2050) dienen als achtergronddocumentatie voor het rapport van WEnR (Van der Sluis et al., 2020); deze resultaten zijn weergegeven in bijgevoegde Excel-file (getiteld: PAGW 2050 scenario’s) en worden niet bediscussieerd in het voorliggende rapport. Lage rivierpeilen hebben een groot effect op de grondwaterstand in uiterwaarden en droogval van uiterwaardplassen. In sommige deelgebieden kan in de toekomst een aanzienlijk areaal van de plassen en natte tot vochtige ecotopen (sterk) verdrogen; er zijn echter grote verschillen tussen de gebieden.

 

Annotatie

2e herz. versie
56 p.
Met lit.opg.
definitief

Naar boven