Onderwerp: Bezoek-historie

Is er niet meer uit materialen LOT te halen?
Publicatiedatum:01-01-2014

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Auteur(s)

J. Voskuilen ; Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Rijkswaterstaat Grote Projecten en Onderhoud (RWS, GPO); S. Mookhoek ; TNO

 

Samenvatting

Al in 2007 is het materialen LOT, Lifetime Optimalisatie Tool, door de TUD ontwikkeld, waarmee op basis van materiaaleigenschappen van mastiek, kennis van de constructie en belastinggegevens de levensduur van ZOAB kan worden berekend. Daarnaast heeft TNO een proces LOT ontwikkeld, waarmee invloed op de levensduur van ZOAB van productie, transport en verwerking is in te schatten. Ondanks dat iedereen het over eens is dat met materialen LOT vele stappen tegelijk vooruit zijn gezet, wordt het nog maar mondjesmaat toegepast. Enerzijds komt dit omdat er weinigen zijn die de sommen kunnen maken en anderzijds zijn de hoge aanschafkosten van hardware (apparatuur labproeven) en software (3D EEM) een belemmering. Ter verbetering van dit laatste wordt eraan gewerkt om software voor LOT breder beschikbaar te stellen in de vorm van een stand-alone programma. Met dit fysische model kan op basis van een aanta materiaaleigenschappen, de verkeersbelasting en de geometrie van de asfaltconstructie ee voorspelling worden gedaan van de relatieve levensduur van ZOAB-achtige mengsels. D fysische karakterisering van materialen, die als input wordt gebruikt voor het model, wordt gedaan met bestaande en nieuw toegepaste meettechnieken op proefstukken in het laboratorium. Met een Eindig Elementen Model wordt dan vervolgens de belasting van een band op een korrelstructuur gesimuleerd. Het model levert een prognose op van het cohesief en adhesief falen van de korrelstructuur In eerste instantie is LOT gevalideerd in de STUVA, een semi-praktijkproef. Daarna is LOT succesvol gebleken in het vinden van een verklaring van het optreden van vorstschade in relatief jonge ZOAB en het niet optreden van vorstschade in relatief oud ZOAB. Dit geeft vertrouwen in de zeggingskracht van LOT, alhoewel er nog wel e.e.a. kan worden verbeterd. Enkele aannemers in Nederland zijn ook zelf aan de slag gegaan met LOT en hebben er hun voordeel mee behaald en hebben nieuwe kennis ontwikkeld. Het is in onze ogen voor de sector echter jammer dat de uit LOT voortvloeiende kennis niet meer verder gedeeld wordt, opdat iedereen hier zijn voordeel hier mee doen. Het collectief opslaan van relevante kennis in gelijke standaarden biedt kansen tot het systematischer kunnen onderzoeken van (nieuwe) ZOAB mengsels en de objectievere beoordeling ervan. Om voor alle partijen een kans te bieden gebruik te maken van de beschikbare kennis, stellen wij voor een landelijke database te laten opstellen, door een onafhankelijke instantie, die gevuld kan worden met alle tot nu toe bepaalde meetdata aan LOT parameters en die in de toekomst. Indien aannemers moeite hebben om hun mengsel openbaar te maken, kan ook e.e.a. worden geanonimiseerd. Ook zou een database kunnen worden gevuld met monitoringsgevens van wegvakken, die met de “LOT” mengsels zijn aangelegd. Op deze wijze kan het gedrag van de onderzochte mengsels worden geëvalueerd en worden gecorreleerd met de LOT berekeningen. Als die kennis openbaar kan worden gedeeld, kan iedereen er zijn voordeel mee doen en ontstaat er een win/win situatie. In deze paper worden ideeën aangedragen over wie zo’n database zou kunnen beheren, met welke gegevens deze gevuld zouden kunnen worden en hoe e.e.a kan worden geëvalueerd.

 

Annotatie

8 p.
Met lit.opg.
Bijdrage voor de CROW Infradagen 2014

Naar boven