Onderwerp: Bezoek-historie

Verkenning morfologische effecten (geulwand)suppletie Paal 10, Texel
Publicatiedatum:01-12-2016

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Auteur(s)

E. Elias ; Deltares

 

Samenvatting

Rijkswaterstaat Water, Verkeer en Leefomgeving (WVL) en Deltares hebben binnen het KPPprogramma ruimte gereserveerd om quiekseans uit te voeren naar regiospecifieke, vraagstukken over het gedrag of de ontwikkeling van het regionale kustsysteem. In dit rapport wordt een analyse uitgevoerd naar de erosie rond strandpaal 10 bij Texel en worden de mogelijke effecten van verschillende suppletievarianten doorgerekend. In het verleden (tot ruwweg 2006) werd de erosie van de zuidwestkust van Texel gedomineerd door de opdringende buitendelta; de vorming en landwaartse verplaatsing van een langgerekte spit en het opdringen van de aanliggende geul Molengat. De erosie van het kustvak wordt dan ook vaak toegeschreven aan dit geleidelijk oostwaarts verplaatsende Molengat. In dit gedrag is een duidelijke kentering opgetreden. In de recente bodems 2012-2015 zijn grote veranderingen in de Noordelijke Uitlopers van de Noorderhaaks en Molengat zichtbaar. Deze veranderingen treden met name op ten zuiden van strandpaal 8. Voor Paal 10 geeft de grootschalige beschouwing geen duidelijke oorzaak van de erosie. Deze erosiewordt veroorzaakt door de lokale vormveranderingen van de voorliggende noordpunt van de Noordelijke Uitlopers van de Noorderhaaks. Het ontstaan van gradiënten in de transporten door kleine versnellingen, dit kan zijn door geulvorming of door het golfklimaat, geven hier lokaal zogenaamde 'hotspot' (lokale) erosie. Op basis van deze modelsimulaties kan ook worden geconcludeerd dat: (1) Het strandvak rond Paal 10 niet direct in de hoofdcirculatie van het zeegat ligt. Rond paal 10 zijn de stroomsnelheden relatief klein ten opzichte van de stroomsnelheden in het Molengat nabij het Marsdiep. In termen van processen zal het gedrag van deze suppletie meer overeenkomsten vertonen met een reguliere suppletie dan bijvoorbeeld met een geulwandsuppletie zoals uitgevoerd aan de zuidkant van het zeegat ter plaatse van het Nieuwe Schulpengat. (2) Alle suppletievarianten vertonen slechts een beperkte (lokale) invloed op de stromingen. Er doen zich geen grootschalige veranderingen, op de schaal van het zeegat, voor. Zelfs bij gedeeltelijke opvulling van de uitstroom van het Molengat is het niet de verwachting dat de stroming naar het zeegat significant wordt verstoord. Een grootschalige respons op de schaal van het zeegat wordt dan ook niet verwacht.

 

Annotatie

59 p.
bijl., ill.
Met lit.opg.
Project 1230043-001
In opdracht van KPP-B&O Kust

Naar boven