Onderwerp: Bezoek-historie

Peilverhoging en broedvogels in het IJsselmeer : effecten van peilverhoging op broedvogels van de kale bodem
Publicatiedatum:01-06-2009

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Auteur(s)

uitgevoerd door R. Noordhuis ; Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Waterdienst (RWS, WD), A. van Kleunen, J. van Bruggen ; Sovon Vogelonderzoek Nederland

 

Samenvatting

Zoals in alle meren van het IJsselmeergebied is het waterpeil in het IJsselmeer in principe gefixeerd. In de winter wordt een streefpeil van -40 cm NAP gehanteerd, in de zomer een streefpeil van -20 cm NAP. Omdat het IJsselmeer in open verbinding staat met het Ketelmeer, Vossemeer en Zwarte Meer, geldt in deze meren het zelfde streefpeil. Rond dit streefpeil komen echter fluctuaties voor door verschillen in aanvoer in relatie tot spuimogelijkheden bij de Afsluitdijk en door golfslag en scheefstand als gevolg van wind. In het kader van Natura 2000 zijn voor de genoemde waarden instandhoudingsdoelen opgesteld voor een aantal habitats en soorten. Een deel daarvan is oevergebonden, en wordt daarmee beïnvloed door peilfluctuaties. Verhoging van het zomerstreefpeil, zoals wordt overwogen in verband met recent opgetreden perioden van droogte, en ook in verband met de toekomstige mogelijkheden om te blijven spuien onder vrij verval (Deltacommissie), kan dus invloed hebben op de lokale staat van instandhouding van de beschermde soorten en habitats. Deze studie verkent de mogelijke effecten op vogels vanuit een inventarisatie van de hoogteligging van de buitendijkse gebieden en de huidige peilfluctuaties, en zoemt in op de risico's voor kustbroedvogels met behulp van hoogtemetingen van nesten. Deze risico's hebben in deze benadering in de eerste plaats betrekking op ad-hoc verhogingen van het waterpeil in het broedseizoen. Effecten van structurele streefpeilverhoging op langere termijn kunnen hieruit echter deels worden afgeleid. Dergelijke effecten zullen in tweede instantie in dit rapport worden belicht.

 

Annotatie

60 p.
Definitief
ill.
(RWS-IJG-rapport 2009-1)

Naar boven