Onderwerp: Bezoek-historie

Geochemische modellering gasontwikkeling in depots
Publicatiedatum:01-10-1997

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Auteur(s)

Waterloopkundig laboratorium (WL); A.J. Wijdeveld

 

Samenvatting

Gas dat gevormd wordt bij de afbraak van organisch materiaal (methaan en kooldioxide) wordt in eerste instantie gebufferd in een depot. De buffering in het depot geschiedt door het oplossen van de gassen in het poriewater en door interactie van opeloste gassen met de vaste fase. Het moment waarop een gasfase gevormd wordt en de hoeveelheid gas welke bij de afbraak van organisch materiaal ontstaat is afhankelijk diverse processen welke zich in de gasfase , waterfase en vaste fase van het slib afspelen. In het huidig door het WL ontwikkeld en toegepast modelinstrumentarium voor het beschrijven van consolidatie (DELCON) worden een aantal processen rondt gasproductie, zoals het oplossen van methaan en kooldioxide in de waterfase en het diffusief en advectief transport van opgeloste gassen (met name kooldioxyde), beschouwd. Ook de drukafhankelijkheid van het gasbelvolume en de oplosbaarheid van de gassen is in het huidige model opgenomen. Een uitgebreide geochemische modellering zoals in deze studie is uitgevoerd met het model CHARON voegt met name kennis op het gebied van interactie van de gassen met de vaste fase toe (reactie met ijzerhydroxide). Uit de evaluatie met CHARON komt naar voren dat de drukafhankelijkheid het belangrijkste proces is dat het moment waarop gasvorming plaatsvindt beinvloed. De hoeveelheid ijzerhydroxide in het systeem oefent met name invloed uit op het totale gasvolume en niet op het moment waarop een gasfase gevormd wordt. Dit omdat de vorming van een methaan gasfase slechts in geringe mate door de aanwezigheid van ijzerhydroxide wordt beinvloed. De rol van ijzerhydroxide wordt echter beperkt indien aan ijzerhydroxide gesorbeerd fosfaat aanwezig is. De invloed van de temperatuur op het systeem is gering.

 

Annotatie

VI, 32 p.
fig., tab.
bijl.
(WL ; Z2133.20)
Opdrachtgever: Bouwdienst Rijkswaterstaat, Projectbureau Depotbouw
rapport DM6

Naar boven