Gelet op artikelen 35, 36, 37 en 38 jo. artikel 40, vierde lid, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), is de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) bevoegd tot het stellen van regels op het gebied van het experiment bekostiging revalidatie- en herstelzorg.
Artikel 1 Begripsbepalingen
In deze regeling wordt, tenzij anders vermeld, verstaan onder:
AGB-code:
Algemeen Gegevensbeheer (AGB) code die aan iedere zorgaanbieder wordt toegekend, waarmee deze kan worden geïdentificeerd.
ambulante geriatrische revalidatiezorg:
zorg als bedoeld in artikel 2.5c van het Bzv, voor zover het niet gepaard gaat met verblijf.
audit-trail:
zodanige vastlegging van gegevens dat het spoor van basisgegevens naar eindgegevens en omgekeerd achteraf door een externe accountant of, afhankelijk van de aard van de gegevens, door de NZa en de zorgverzekeraar kan worden gevolgd en gecontroleerd.
beleidsregel:
de Beleidsregel experiment revalidatie- en herstelzorg.
Bzv:
Besluit zorgverzekering.
direct patiëntgebonden tijd:
tijd waarin de zorgaanbieder in direct contact staat met de patiënt, of diens vertegenwoordiger zoals omschreven in art. 7:465 Burgerlijk Wetboek (art. 465 van de Wet op de geneeskundige behandelovereenkomst). Niet-patiëntgebonden tijd en indirecte tijd (niet zijnde gericht overleg) is niet afzonderlijk declarabel, dit is verdisconteerd in het tarief voor de prestaties voor directe tijd.
eerstelijnsverblijf:
verblijf als bedoeld in artikel 2.12 van het Bzv, voor zover het gaat om verblijf dat medisch noodzakelijk is in verband met geneeskundige zorg zoals huisartsen die plegen te bieden, al dan niet gepaard gaande met paramedische zorg of psychologische zorg.
experiment:
het in de beleidsregel bedoelde experiment revalidatie- en herstelzorg. Zorgaanbieders en zorgverzekeraars kunnen op basis van dit experiment, in afwijking van de reguliere bekostiging, afspraken maken op basis van de modulaire bekostiging als bedoeld in de beleidsregel.
functionele bekostiging:
de bekostiging is functioneel omschreven. Dit betekent dat de zorg wordt beschreven (het 'wat') en wanneer deze mag worden gedeclareerd, maar niet is vastgelegd wie de zorg verleent of waar deze wordt verleend. Dit heeft als gevolg dat iedere zorgverlener die bevoegd en bekwaam is om (een deel van) de zorg te bieden, de zorg kan leveren.
geriatrische revalidatiezorg:
zorg als bedoeld in artikel 2.5c van het Bzv.
gericht overleg:
overleg tussen de regiebehandelaar van de patiënt binnen de revalidatie- en herstelzorg en een behandelaar die vanuit de huisartsenzorg of medisch-specialistische zorg verantwoordelijk is voor (een deel van) de medische behandeling van de patiënt.
laagcomplexe medisch-specialistische zorg:
verblijf als bedoeld in artikel 2.12 Bzv, voor zover het gaat om verblijf dat medisch noodzakelijk is in verband met de geneeskundige zorg, bedoeld in artikel 2.4 Bzv, voor zover het gaat om zorg zoals medisch specialisten plegen te bieden ten behoeve van patiënten met geriatrische problematiek die een (sub)acuut medisch probleem hebben waarvoor 24/7 laagcomplexe medisch-specialistische zorg en/of observatie noodzakelijk is, met uitsluiting van medisch-specialistische zorg die in het ziekenhuis wordt verleend.
maximumtarief:
bedrag als bedoeld in artikel 50, eerste lid, onder c, van de Wmg, dat ten hoogste als tarief voor een prestatie in rekening mag worden gebracht.
modulaire bekostiging:
het geheel van prestaties en tarieven zoals opgenomen in deze beleidsregel en de prestatie- en tariefbeschikking die de NZa aan de hand van deze beleidsregel zal nemen.
NZa:
Nederlandse Zorgautoriteit.
onderlinge dienstverlening:
de levering van een (deel)prestatie of van een geheel van prestaties op het gebied van revalidatie- en herstelzorg door een zorgaanbieder in opdracht van een andere zorgaanbieder. De eerstgenoemde zorgaanbieder wordt in dit kader aangeduid als de 'uitvoerende zorgaanbieder'. De laatstgenoemde zorgaanbieder wordt in dit kader aangeduid als de 'opdrachtgevende zorgaanbieder'.
psychologische zorg / zorg zoals klinisch psychologen plegen te bieden:
zorg verleend door gedragsdeskundigen in de revalidatie- en herstelzorg. Deze zorg valt onder de Zvw-prestatie 'zorg zoals klinisch psychologen die plegen te bieden', en wordt geleverd aan patiënten met (een vermoeden van) gedragsmatige en/of cognitieve problematiek, en niet zijnde (specialistische) geneeskundige geestelijke gezondheidszorg. Dat de psychologische zorg binnen de revalidatie- en herstelzorg kan worden geleverd, doet er niet aan af dat de primaire reden voor opname in het verblijf altijd medisch noodzakelijk moet zijn in verband met 'zorg zoals huisartsen die plegen te bieden'. Met andere woorden, de zorgverlener moet hierin als 'medebehandelaar' worden gezien.
regiebehandelaar:
een functionaris die verantwoordelijk is voor de samenhang van de behandeling. Een regiebehandelaar ziet erop toe dat:
de continuïteit en de samenhang van de zorgverlening aan de cliënt wordt bewaakt en waar nodig een aanpassing van de gezamenlijke behandeling in gang wordt gezet;
er adequate informatie-uitwisseling en voldoende overleg is tussen bij de behandeling betrokken zorgverleners;
er één aanspreekpunt is voor het tijdig beantwoorden van vragen over de behandeling van de cliënt of diens verwante(n).
revalidatie- en herstelzorg:
eerstelijnsverblijf, geriatrische revalidatiezorg en laagcomplexe medisch-specialistische zorg. Eerstelijnsverblijf als bedoeld in artikel 2.12 Bzv in verband met palliatief terminale zorg valt niet onder het experiment revalidatie- en herstelzorg en is uitgesloten.
verblijfsdag:
een verblijfsdag is een kalenderdag die deel uitmaakt van een periode van opname voor revalidatie- en herstelzorg. De opname omvat minimaal één overnachting. De dag van opname en de dag van ontslag gelden als een te declareren verblijfsdag, waarbij geldt voor de dag van opname dat deze enkel gedeclareerd kan worden indien de opname heeft plaats gevonden vóór 20.00 uur. In het geval de dag van opname samenvalt met de dag van overlijden is eveneens sprake van een verblijfsdag. Als in dit geval de opname na 20.00 uur heeft plaatsgevonden kan eveneens een verblijfsdag gedeclareerd worden.
Wmg:
Wet marktordening gezondheidszorg.
zorgaanbieder:
1°. natuurlijk persoon of rechtspersoon die beroeps- of bedrijfsmatig zorg in de zin van de Wmg verleent als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder c, van de Wmg;
2°. natuurlijk persoon of rechtspersoon voor zover deze tarieven in rekening brengt namens, ten behoeve van of in verband met het verlenen van zorg door een zorgaanbieder als bedoeld onder 1°.
zorgtraject:
het geheel van prestaties van een zorgaanbieder, voortvloeiend uit de zorgvraag waarvoor de patiënt de zorgaanbieder consulteert.
zorgverzekeraar:
een verzekeraar, voor zover deze zorgverzekeringen aanbiedt of uitvoert, als bedoeld in artikel 1 aanhef en onder b van de Zorgverzekeringswet.
Zvw:
Zorgverzekeringswet.
Artikel 2 Doel van de regeling
Deze regeling beoogt voorschriften te stellen die een zorgaanbieder in acht moet nemen bij het leveren van prestaties die vallen onder het experiment. De voorschriften hebben betrekking op:
• registratie;
• administratie;
• declaratiewijze.
Artikel 3 Reikwijdte
Deze regeling is van toepassing op zorgaanbieders die revalidatie- en herstelzorg leveren binnen het experiment revalidatie- en herstelzorg, zoals omschreven in artikel 1 van deze regeling en/of wanneer er sprake is van levering van de prestatie(s) genoemd in de beleidsregel.
Artikel 4 Registratievoorschriften
1. Conform artikel 36, eerste lid, Wmg voeren zorgaanbieders een administratie waaruit blijkt aan welke patiënt, welke prestaties, wanneer zijn geleverd. Tevens blijkt uit die administratie welke tarieven daarvoor in rekening zijn gebracht en welke betalingen daarvoor zijn verricht of ontvangen.
2. De zorgaanbieder registreert het tijdstip van opname en de opnamedatum indien er sprake is van verblijf.
Artikel 5 Administratievoorschriften
De administratieve organisatie is zodanig ingericht dat een audit-trail mogelijk is. De NZa en de zorgverzekeraar moeten te allen tijde de mogelijkheid hebben om vastlegging van de uitgevoerde behandeltrajecten op volledigheid, juistheid en actualiteit te controleren.
In het kader van onderlinge dienstverlening is de opdrachtgevende zorgaanbieder ervoor verantwoordelijk dat de uitvoerende zorgaanbieder beschikt over een volledige, juiste en actuele administratie met betrekking tot de zorg die door de uitvoerende zorgaanbieder is geleverd. Dit laat onverlet dat de uitvoerende zorgaanbieder hier ook zelf verantwoordelijk voor is.
Artikel 6 Declaratievoorschriften
1. Het in rekening brengen (declareren) van de prestatie(s) aan een zorgverzekeraar of patiënt is exclusief voorbehouden aan zorgaanbieders verantwoordelijk voor het afhandelen van de zorgvraag of factureringsbedrijven die namens deze zorgaanbieders declareren.
2. Een declaratie van de zorgaanbieder aan de patiënt/verzekeraar vermeldt de navolgende gegevens:
-
de naam-, adres- en woonplaatsgegevens en geboortedatum van de patiënt;
-
de geleverde prestatie(s);
-
het aantal geleverde prestaties;
-
de datum/data waarop de prestatie(s) is (zijn) geleverd;
-
het tarief per prestatie en het totaalbedrag;
-
startdatum van het zorgtraject: datum waarop de zorg begonnen is. Dit betreft de datum waarop de eerste activiteit in het kader van de zorg heeft plaatsgevonden. Indien een patiënt wordt ontslagen of het ambulante zorgtraject is afgerond, en de patiënt meer dan 42 dagen na de laatste zorglevering opnieuw in zorg wordt genomen, start er een nieuw zorgtraject en dient een nieuwe begindatum geregistreerd te worden. Indien de zorgvraag wijzigt of als er sprake is van een overgang van zorgvorm, loopt het zorgtraject door. Met zorgvorm wordt bedoeld: eerstelijnsverblijf, geriatrisch revalidatiezorg en laagcomplexe medisch-specialistische zorg;
-
einddatum van het zorgtraject (indien van toepassing): datum waarop het traject is gesloten. Het traject wordt afgesloten als de revalidatie- en herstelzorg van de patiënt eindigt. Daarvan is in ieder geval sprake als:
de revalidatie- en herstelzorg is afgerond;
voortijdige beëindiging van de revalidatie- en herstelzorg op initiatief van patiënt en/of regiebehandelaar;
overplaatsen van de patiënt naar een andere instelling/locatie; of
overlijden van de patiënt;
-
de AGB-code van de declarerende zorgaanbieder;
-
zorgtrajectnummer: unieke identificatie van het traject;
-
of er sprake is van eerstelijnsverblijf, geriatrische revalidatiezorg of laagcomplexe medisch-specialistische zorg.
3. De uitvoerende zorgaanbieder brengt de prestatie 'Onderlinge dienstverlening' in rekening bij de opdrachtgevende zorgaanbieder die de prestatie bij de uitvoerende zorgaanbieder heeft aangevraagd. De opdrachtgevende zorgaanbieder declareert de prestatie(s) (vermeld in de beleidsregel) bij de patiënt of diens zorgverzekeraar. De betrokken zorgaanbieders leveren elkaar de daarvoor benodigde persoonsgegevens aan.
4. Indien sprake is van een zogenaamd max-max tarief (zoals omschreven in de prestatie- en tariefbeschikking experiment revalidatie- en herstelzorg), kan dat max-max uitsluitend in rekening worden gebracht aan (a) de zorgverzekeraar met wie het verhoogde maximumtarief schriftelijk is overeengekomen, of (b) de verzekerde ten behoeve van wie een zorgverzekering met betrekking tot revalidatie- en herstelzorg is gesloten bij een zorgverzekeraar met wie een zodanig verhoogd maximumtarief schriftelijk is overeengekomen.
Artikel 7 Verantwoordelijkheid
1. De zorgaanbieder is verantwoordelijk voor de goede opvolging van de in deze regeling genoemde bepalingen.
2. Indien een zorgverlener in loondienst is, draagt de werkgever zorg voor uitvoering van de in deze regeling genoemde bepalingen.
3. Bij onderlinge dienstverlening draagt de opdrachtgevende zorgaanbieder zorg voor de uitvoering van de in deze regeling genoemde bepalingen.
Artikel 8 Bekendmaking, inwerkingtreding en citeertitel
Inwerkingtreding / Bekendmaking
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2027 en vervalt met ingang van 1 januari 2032. Indien de NZa overeenkomstig artikel 58, vijfde lid, Wmg en de beleidsregel Tijdelijke instandlating gevolgen experimenten besluit het experiment zoals bedoeld in artikel 1 van deze regeling in stand te laten vervalt deze regeling met ingang van 1 januari 2033.
Ingevolge artikel 5, aanhef en onder d, van de Bekendmakingswet, zal de regeling in de Staatscourant worden geplaatst.
De regeling ligt ter inzage bij de NZa en is te raadplegen op www.nza.nl.
Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling experiment revalidatie- en herstelzorg.
Ondertekening
Nederlandse Zorgautoriteit,
mw. drs. G.J.C.M. Engwirda-Kromwijk
voorzitter Raad van Bestuur
Toelichting
Algemeen
Onderhavige regeling is onderdeel van het experiment revalidatie-en herstelzorg. De NZa mag een experiment opstarten op grond van artikel 58 van de Wmg. De daartoe vereiste aanwijzing van 30 maart 2026 met kenmerk 4362760-1095377-PZO, bedoeld in artikel 59, aanhef en onder f, van de Wmg, is door de minister van VWS met de brief van 30 maart 2026, met kenmerk 4362757-1095377-PZO, aan de NZa gegeven.
Overloopsituatie grz patiënten
Wanneer een grz patiënt reeds een zorgtraject heeft lopen binnen de dbc-systematiek wordt het gehele zorgtraject (dus alle dbc-subtrajecten) afgemaakt en bekostigd vanuit de dbc-systematiek. De patiënt gaat niet gedurende het zorgtraject over naar het experiment revalidatie- en herstelzorg. Dit geldt alleen als een zorgtraject is begonnen voorafgaand aan de datum waarop de zorgaanbieder start met het experiment revalidatie- en herstelzorg.
Artikelsgewijs
Artikel 3
Deze regeling ziet op zorgaanbieders van revalidatie- en herstelzorg. Deze zorg wordt gedeclareerd middels prestaties zoals beschreven in de beleidsregel.
Artikelen 4, 5 en 6
Algemeen
De NZa heeft de bevoegdheid om in een aantal gevallen nadere regels te stellen. Het betreft onder meer regels van administratief-technische aard. In de memorie van toelichting bij de Wmg wordt hierover het volgende opgemerkt: 'De opdracht aan de zorgautoriteit om regels te stellen over de inrichting van de administratie, de bekendmaking van tarieven, prestaties, producten en diensten door zorgaanbieders en de inrichting van declaraties vindt zijn grondslag in het feit dat voor op maat toegesneden regelingen specifieke deskundigheid noodzakelijk is en dat de zorgautoriteit daarover beschikt mede als gevolg van de uitvoering van haar (overige) wettelijk opgedragen taken.'1
In artikel 36, eerste lid, Wmg zijn enkele basisvereisten opgenomen met betrekking tot de administratie van onder meer zorgaanbieders. Deze betreffen onder andere de vastlegging van geleverde prestaties en de bijbehorende ontvangen tarieven. Meer specifieke verplichtingen kunnen door de NZa in nadere regels worden opgenomen. Hier is bewust voor gekozen vanwege de diversiteit aan zorgaanbieders en zorgverzekeraars. De regels van de NZa bieden zo een nadere invulling die aansluit bij de bedrijfsvoering van betrokken partijen.2
Op grond van artikel 37 Wmg kan de NZa regels stellen inhoudende aan wie, door wie of op welke wijze, onder welke voorwaarden of met inachtneming van welke voorschriften of beperkingen een tarief in rekening wordt gebracht. Het gaat daarbij om declaratie- of factureringsvoorschriften.
Artikel 38 Wmg geeft de NZa onder meer de bevoegdheid regels te stellen over de wijze waarop zorgaanbieders rekeningen specificeren voor geleverde zorgprestaties.
De doelen van deze regeling zijn daarmee:
het specificeren van rekeningen met betrekking tot verrichte prestaties, ter bevordering van inzichtelijke en rechtmatige declaraties en ter voorkoming van dubbele declaraties (art. 38, derde lid, onderdeel b, Wmg);
het borgen van de vergelijkbaarheid, inzichtelijkheid en toegankelijkheid van de administratie van zorgaanbieders (art. 36, derde lid, onderdeel a, Wmg);
het declaratie- en betalingsverkeer stroomlijnen en beperking van de administratieve lasten, onlosmakelijk verbonden met de regels van de NZa over de bekostiging van zorg (art. 37, Wmg).
De gegevens die op grond van onderhavige regeling worden verwerkt zijn in de praktijk afkomstig van de zorgaanbieders die de zorg leveren. De gegevens worden o.a. via de declaraties naar de zorgverzekeraars gestuurd. De Zvw wordt uitgevoerd door zorgverzekeraars, die daarbij verschillende wettelijke taken en bevoegdheden hebben. Deze taken en bevoegdheden houden verband met artikel 27, 35, derde lid en 36, van de Wmg. Om deze taken en plichten goed uit te kunnen voeren is informatie nodig over de zorg die geleverd wordt aan cliënten.
De NZa ontvangt deze gegevens ook van de zorgverzekeraars, al dan niet via Vektis. De regels van de NZa zorgen er onder meer voor dat deze gegevens op eenduidige wijze worden vastgelegd en uitgewisseld.
Specificatie persoonsgegevens
De persoonsgegevens die op grond van onderhavige regeling op de declaratie worden vermeld (waarbij verwerking van persoonsgegevens plaatsvindt) zijn zoals hierboven vermeld nodig, om de declaraties inzichtelijk te maken, rechtmatigheid te bevorderen en dubbele declaraties te voorkomen (art. 38, derde lid, onderdeel b, Wmg).
Hiervoor is nodig dat duidelijk is:
aan wie de zorg is geleverd (de naam-, adres- en woonplaatsgegevens en geboortedatum van de patiënt);
door wie de zorg is geleverd (de AGB-code van de declarerende zorgaanbieder);
welke zorg is geleverd (de geleverde prestatie(s), inclusief de vermelding of er sprake is van eerstelijnsverblijf, geriatrische revalidatiezorg of laagcomplexe medisch-specialistische zorg.;
hoeveel zorg is geleverd (het aantal geleverde prestaties);
wanneer de zorg is geleverd (de datum/data waarop de prestatie(s) is (zijn) geleverd, de start- en einddatum van het zorgtraject inclusief het zorgtrajectnummer); en
welk tarief daarvoor in rekening is gebracht (het tarief per prestatie en het totaalbedrag).
Zoals hierboven vermeld worden de gegevens ook door de NZa ontvangen (op basis van de Regeling aanlevering declaratiegegevens door ziektekostenverzekeraars). De gegevens worden door de NZa vervolgens verder gebruikt voor de monitorings- en evaluatiedoeleinden van het experiment. Mede op basis van deze gegevens kunnen we, in samenwerking met deelnemende experimentpartijen, de zorglevering gedurende het experiment monitoren en evalueren. De gegevens kunnen bijvoorbeeld worden gebruikt voor bijstellen van de modules.
De gegevens die hiervoor worden gebruikt zijn gegevens die in het zorgproces al worden opgenomen in het zorgdossier van de zorgaanbieder. De gegevens worden door voormelde regeling en onderhavige regeling ook ontvangen door de NZa en zorgverzekeraars. Zorgverzekeraars ontvangen (in ieder geval een groot deel van) deze gegevens ook al op basis van hun wettelijke taken onder de Zorgverzekeringswet. Door middel van deze gegevens kan de zorg op correcte wijze worden gedeclareerd, en het experiment worden geëvalueerd, om zo in de toekomst de bekostiging op een dusdanige manier vorm te geven dat passende en doelmatige zorg kan worden geleverd door zorgaanbieders, tegen een passend tarief.
Artikel 6.2
AGB-code van de zorgaanbieder:
Bij iedere declaratie moet een AGB-code vermeld worden. AGB-codes worden op verschillende niveaus afgegeven. Zo zijn er AGB-codes voor zorginstellingen, maar bijvoorbeeld ook voor individuele zorgaanbieders. Voor de declaratie gaat het om de AGB-code op het hoogste aggregatieniveau. Ofwel, de AGB-code van de zorgaanbieder, zijnde een individu of een organisatie, die de prestaties voor revalidatie- en herstelzorg, niet zijnde onderlinge dienstverlening, declareert.
Informatieplicht, privacyverklaring NZa en FAQ
In de keten van zorgaanbieder, zorgverzekeraar en NZa rust op zowel de zorgaanbieder, de zorgverzekeraar als de NZa een informatieplicht op grond van de AVG. Zij dienen informatie beschikbaar te stellen voor betrokkenen over de verwerking van persoonsgegevens binnen hun organisatie. Omdat elke partij binnen deze keten andere wettelijke verplichtingen en bevoegdheden heeft, is het gevolg dat elke partij ook andere (persoons)gegevens kan opvragen. Dit maakt de informatieplicht aan betrokkenen des te belangrijker.
Omdat de in deze regeling genoemde gegevens niet rechtstreeks bij de betrokkene worden verzameld, moeten betrokkenen op grond van artikel 14 AVG worden geïnformeerd. Op deze verplichting gelden enkele uitzonderingen. Het is voor de NZa praktisch onmogelijk om alle betrokkenen rechtstreeks te informeren. De NZa ontvangt alleen gepseudonimiseerde gegevens, waardoor niet zichtbaar is wie moet worden geïnformeerd (artikel 14, vijfde lid, onderdeel b, AVG). Daarnaast volgt de gegevensverwerking uit lidstatelijk recht (artikel 14, vijfde lid, onderdeel c, AVG). Ondanks deze uitzonderingen doet de NZa haar best om betrokkenen zo goed mogelijk te informeren.
De manier waarop de NZa omgaat met de rechten van betrokkenen (zoals cliënten van zorgaanbieders) is beschreven in haar privacyverklaring, die te vinden is op de website van de NZa. In deze verklaring staat onder meer dat betrokkenen zich kunnen beroepen op hun rechten op grond van de AVG, wat deze rechten inhouden en hoe zij deze rechten kunnen uitoefenen.
Daarnaast heeft de NZa op haar website een FAQ gepubliceerd met vragen en antwoorden over de verwerking van persoonsgegevens door de NZa.3