Artikelsgewijs
Artikel 4 Aanvaardbare kosten 2026
Bij de vaststelling van de tarieven in jaar t is het uitgangspunt dat het totaal aan opbrengsten (dat ontstaat uit het in rekening brengen van tarieven) dekking geeft voor en aansluit bij de aanvaardbare kosten van jaar t. Wanneer de NZa de aanvaardbare kosten bepaalt, weet zij ook de (verwachte) opbrengsten.
Een zorgaanbieder verkrijgt opbrengsten door tarieven voor prestaties in rekening te brengen. De in rekening te brengen tarieven moeten voldoen aan hetgeen daarover in de (tarief)beschikking is bepaald.
Voor Wlz-prestaties gelden voornamelijk maximumtarieven. Een maximumtarief is een tarief dat ten hoogste in rekening mag worden gebracht. De maximumtarieven zijn opgenomen in de tariefbeschikking die elke zorgaanbieder kan aanvragen. De maximumtarieven zijn gelijk aan de beleidsregelwaarden die in de beleidsregels zijn opgenomen en die de NZa dus gebruikt voor het vaststellen van alle tariefbeschikkingen.
Bij het maken van productieafspraken tussen zorgaanbieders en zorgkantoren kunnen lagere prijzen dan de beleidsregelwaarden/maximumtarieven worden afgesproken.
De NZa vraagt het totaalbedrag uit van de afspraken met betrekking tot de prestaties en tarieven die door de zorgaanbieder en het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder zijn overeengekomen (productieafspraak).
Die productieafspraak wordt getoetst aan de contracteerruimte (Beleidsregel budgettair kader Wlz 2026). De door de NZa gehonoreerde productieafspraak maakt onderdeel uit van de aanvaardbare kosten.
In de budget- en herschikkingsronde toetst de NZa per zorgkantoorregio of het totaal van de gemaakte productieafspraken (jaar t) binnen de toegekende contracteerruimte is gebleven. Heeft het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder meer afgesproken dan de toegekende contracteerruimte toelaat, dan honoreert de NZa de overschrijding niet. Dat resulteert bij een zorgaanbieder in een lagere vaststelling van de aanvaardbare kosten.
Als de gerealiseerde opbrengsten lager zijn dan de aanvaardbare kosten door onderproductie (zie artikel 5 van deze beleidsregel), stelt de NZa de definitieve aanvaardbare kosten neerwaarts bij, zodat opbrengsten en aanvaardbare kosten weer gelijk zijn. Wanneer de opbrengsten hoger zijn dan de aanvaardbare kosten (door overproductie), boekt de NZa een lumpsumkorting in aan de opbrengstkant om opbrengsten en aanvaardbare kosten weer gelijk te maken. Dat resulteert in een lager Wlz-sluittarief of een hoger vereffeningbedrag.
Soms worden kosten vergoed die niet ten laste komen van de contracteerruimte, zoals de vergoeding bij een BRMO-uitbraak (Beleidsregel BRMO-uitbraak). Die kosten worden dan toegevoegd aan de aanvaardbare kosten. In het voorbeeld van BRMO vindt toevoeging aan de aanvaardbare kosten plaats bij de nacalculatie.
De vergoeding van die kosten resulteert dan tevens in een hoger Wlz-sluittarief of een lager vereffeningbedrag.
Sommige kosten die niet ten laste van de contracteerruimte komen, kunnen (anders dan het hiervoor beschreven voorbeeld van BRMO) al tijdens de budget- of herschikkingsronde aan de aanvaardbare kosten worden toegevoegd. Bijvoorbeeld inrichtingskosten bij gedwongen verhuizing (artikel 5 van de Beleidsregel overige kosten Wlz 2026). Opbrengsten kunnen in het voorbeeld van inrichtingskosten al gedurende het jaar worden verkregen door het tarief voor de desbetreffende prestatie in rekening te brengen.
Het Wlz-sluittarief en de aanvaardbare kosten worden (naar verwachting) per 1 januari 2026 expliciet genoemd in artikel 50, derde tot en met vijfde lid, van de Wmg. Het vereffeningbedrag was al genoemd in artikel 56b van de Wmg.
Artikel 5, eerste lid
De totale nacalculatie-opgave 2026 van de totaal financieel gerealiseerde productie, en de totaal financiële realisatie overige onderdelen moet vóór 1 juni 2027 ingediend zijn bij de NZa. Zie artikel 9 van de Regeling declaratievoorschriften, administratievoorschriften en informatieverstrekking Wlz 2026. Op basis van deze regeling is de NZa bevoegd om naleving van de indieningstermijn te handhaven.
Het nacalculatieproces ziet er in hoofdlijnen als volgt uit:
-
Voor indiening van de nacalculatie-opgave maken zorgaanbieder en zorgkantoor/Wlz-uitvoerder gebruik van het aanvragenportaal van de NZa, een digitaal platform (artikel 9 Regeling declaratievoorschriften, administratievoorschriften en informatieverstrekking Wlz).
-
De zorgaanbieder stelt de verantwoording op over de totaal financieel gerealiseerde productie 2026 en de totaal financiële realisatie overige onderdelen 2026 overeenkomstig het door de NZa ter beschikking gestelde nacalculatieformulier en het daaruit voortvloeiende ondertekeningsdocument (artikel 9 Regeling declaratievoorschriften, administratievoorschriften en informatieverstrekking Wlzen artikel 5 van deze beleidsregel).
-
In de meeste gevallen maakt een controleverklaring van de accountant onderdeel uit van de nacalculatie-opgave van de zorgaanbieder. De zorgaanbieder geeft een accountant opdracht tot het uitvoeren van een accountantsonderzoek naar de betrouwbaarheid en nauwkeurigheid van de onder 1 genoemde verantwoording. Ook stelt de accountant vast of de andere informatie verenigbaar is met het ondertekeningsdocument 2026. De accountant voert zijn onderzoek uit op basis van de kaders die de NZa in het Controleprotocol nacalculatie-opgave 2026 Wlz-zorgaanbieders geeft. De accountant rapporteert aan de zorgaanbieder naar aanleiding van zijn bevindingen en informeert de zorgaanbieder daarbij over alle tijdens het onderzoek geconstateerde fouten en onzekerheden (artikel 9 Regeling declaratievoorschriften, administratievoorschriften en informatieverstrekking Wlz).
-
De zorgaanbieder verwerkt in haar financiële- en zorgadministratie en/of in de nacalculatie-opgave alle bij de accountantscontrole geconstateerde fouten en onzekerheden op de wijze zoals beschreven in het Controleprotocol nacalculatie-opgave 2026 Wlz-zorgaanbieders. Hoofdregel is dat fouten worden gecorrigeerd.
De accountant waarmerkt ter identificatie de nacalculatie-opgave 2026 zoals beschreven.
Tenslotte verstrekt de accountant een ondertekende controleverklaring bij de nacalculatie-opgave 2026 (artikel 9 Regeling declaratievoorschriften, administratievoorschriften en informatieverstrekking Wlz en het bij de regeling behorende controleprotocol).
-
De zorgaanbieder levert de volgende stukken aan via het aanvragenportaal aan het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder:
-
Een ondertekeningsdocument bij de nacalculatie-opgave 2026. Het ondertekeningsdocument moet voorzien zijn van een handtekening van een persoon die bevoegd is te tekenen namens de zorgaanbieder;
-
Een ingevuld nacalculatie-formulier 2026, waaronder:
-
vragenlijst 'Vragen en overige opmerkingen' met indien nodig een toelichting;
-
vragenlijst Controleprotocol met indien nodig een toelichting;
-
indien van toepassing: controleverklaring van de accountant;
-
indien de controleverklaring betrekking heeft op een consolidatie waarvan de op te geven gegevens en inlichtingen onderdeel uitmaken: het consolidatie-overzicht.
-
Het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder controleert de nacalculatie-opgave. Waar nodig corrigeert zij die. Zij ondertekent vervolgens via het ondertekeningsdocument de nacalculatie-opgave 2026. Het zorgkantoor /de Wlz-uitvoerder voegt haar ondertekeningsdocument toe aan de nacalculatie-opgave (artikel 9 Regeling declaratievoorschriften, administratievoorschriften en informatieverstrekking Wlz).
-
De zorgaanbieder of het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder dient de volgende stukken vóór 1 juni 2027 in bij de NZa via het aanvragenportaal:6
a) De zorgaanbieder dient een ingevuld nacalculatieformulier 2026 in. Bij tweezijdige indiening hoeft het zorgkantoor geen eigen ingevuld nacalculatieformulier in te dienen. Bij eenzijdige indiening zal (ook) het zorgkantoor/Wlz-uitvoerder een nacalculatieformulier invullen. In dat laatste geval dienen zowel zorgaanbieder als zorgkantoor/Wlz-uitvoerder een eigen nacalculatieformulier in;
b) Bij een tweezijdige nacalculatie-opgave 2026 moeten zowel de zorgaanbieder als het zorgkantoor/Wlz-uitvoerder een ondertekeningsdocument indienen. Ook bij een eenzijdige nacalculatie-opgave moet ieder haar eigen ondertekeningsdocument indienen. Elk ondertekeningsdocument moet voorzien zijn van een handtekening van een persoon die bevoegd is te tekenen. Het ondertekeningsdocument van de zorgaanbieder moet ook worden gewaarmerkt door de accountant (zoals hierna verder geregeld).
Bij enkele onderdelen van de nacalculatie-opgave is eenzijdige indiening niet mogelijk. Voor de volgende onderdelen geldt dat de zorgaanbieder en het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder de nacalculatie-opgave op die onderdelen tweezijdig moeten indienen:
-
de prestaties/tarieven extreme kosten van zorggebonden materiaal, extreme kosten van geneesmiddelen, inrichtingskosten bij gedwongen verhuizing eenpersoonswoning, inrichtingskosten bij gedwongen verhuizing meerpersoonswoning, een en ander zoals geregeld in de Beleidsregel overige kosten Wlz 2026;
-
de prestatie/tarief vergoeding kosten BRMO-uitbraak zoals geregeld in de Beleidsregel BRMO-uitbraak;
-
de prestatie/tarief overgangsprestatie tarieven 2026 zoals geregeld in de Beleidsregel overgang tarieven langdurige zorg 2026.
c) In de Regeling declaratievoorschriften, administratievoorschriften en informatieverstrekking Wlz genoemde gevallen, verstrekt de zorgaanbieder een de door de accountant ondertekende controleverklaring bij de nacalculatie-opgave 2026;
d) In de Regeling declaratievoorschriften, administratievoorschriften en informatieverstrekking Wlz genoemde gevallen, verstrekt de zorgaanbieder een consolidatie-overzicht.
8. In de Regeling declaratievoorschriften, administratievoorschriften en informatieverstrekking Wlz 2026 zijn nog specifieke bepalingen opgenomen voor enkele bijzondere gevallen: zorgaanbieders met nul productie, zelfstandige zorgverleners zonder personeel en faillissement van een zorgaanbieder (artikel 9, zevende t/m negende lid, Regeling declaratievoorschriften, administratievoorschriften en informatieverstrekking Wlz).
9. Met de afhandeling van de nacalculatie stelt de NZa de aanvaardbare kosten 2026 vast in een besluit. Na het verstrijken van de wettelijke bezwaartermijn van zes weken zal het besluit waarin de aanvaardbare kosten zijn vastgelegd formele rechtskracht krijgen en rechtens onaantastbaar worden. (artikel 5, tweede lid, van deze beleidsregel) Zorgaanbieders moeten daarom nauwgezet kennis nemen van de vaststelling van de aanvaardbare kosten door de NZa.
Artikel 5, derde lid, onder b Nacalculatie op de totaal financieel gerealiseerde productie over 2026
-
Om bepaalde redenen kan er de wens zijn om de totaal financieel gerealiseerde productie te verlagen. Dit is mogelijk door een financieel correctiebedrag in de nacalculatie-opgave te vermelden. Dit wordt in ieder geval gehonoreerd indien dit met instemming van zowel zorgaanbieder als het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder is ingediend.
-
Op de gehonoreerde productieafspraken wordt volledig nagecalculeerd. Anders gesteld: dat gedeelte van de gehonoreerde productieafspraak dat ook daadwerkelijk is gerealiseerd, komt in aanmerking voor bekostiging.
-
De door de NZa laatstelijk voor 2026 gehonoreerde productieafspraak naar aanleiding van een budgetverzoek, is de bovengrens voor hetgeen voor bekostiging over 2026 in aanmerking komt. Productie die bovenop deze gehonoreerde productieafspraak wordt gerealiseerd (overproductie) wordt (zie voor uitzonderingen artikel 5, vierde lid) niet vergoed en komt voor eigen rekening en risico van de betreffende zorgaanbieder. Voor zover in een andere NZa-beleidsregel een uitzondering wordt gemaakt op de volledige nacalculatie gaat deze bijzondere bepaling boven de algemene regel.
Artikel 5, vierde lid Verrekening van overproductie met de onderproductie
De verrekening van de overproductie met de onderproductie vindt plaats op landelijk niveau. Bij de vergoeding van de landelijk resterende overproductie kunnen ook onbenut kader zorg in natura, onbenut kader persoonsgebonden budget en onbenutte geoormerkte middelen innovatie worden ingezet. Als de resterende landelijke onderproductie niet voldoende is om de resterende landelijke overproductie te vergoeden, zal de zorgaanbieder de aangevraagde overproductie naar rato vergoed krijgen.
Aan de hand van vier rekenvoorbeelden wordt de nacalculatie op de totaal financieel gerealiseerde productie toegelicht.
Rekenvoorbeeld 1 (bedragen in €)
Zorgaanbieder A
|
Gehonoreerde productieafspraak
|
a
|
4.000
|
|
Realisatie
|
|
|
|
Totaal financieel gerealiseerde productie1
|
b
|
4.200
|
|
Correctiebedrag2
|
c
|
100
|
|
Subtotaal
|
d=b-c
|
4.100
|
|
Nacalculatie3
|
e=a-d
|
-100
|
1Bedrag opgave voorafgaand aan eventuele correcties door het zorgkantoor/Wlz-uitvoerder en de NZa.
2Verlaging totaal financieel gerealiseerde productie, vanwege bijvoorbeeld niet geïndiceerde prestaties.
3In nacalculatie niet gehonoreerde gerealiseerde productie (incl. correctiebedrag) wegens overschrijding productieafspraak (overproductie).
In bovenstaand rekenvoorbeeld 1 wijkt de totaal financieel gerealiseerde productie na correcties af van de gehonoreerde productieafspraak.
Op de realisatie vindt een correctie plaats voor niet geïndiceerde zorg. De realisatie inclusief het correctiebedrag wordt getoetst aan de gehonoreerde productieafspraak. Er is sprake van overproductie.
Rekenvoorbeeld 2 (bedragen in €)
Zorgaanbieder B
|
Gehonoreerde productieafspraak
|
a
|
4.000
|
|
Realisatie
|
|
|
|
Totaal financieel gerealiseerde productie1
|
b
|
3.750
|
|
Correctiebedrag2
|
c
|
50
|
|
Subtotaal
|
d=b-c
|
3.700
|
|
Nacalculatie3
|
e=a-d
|
300
|
1Bedrag opgave voorafgaand aan eventuele correcties door het zorgkantoor/Wlz-uitvoerder en de NZa.
2Verlaging totaal financieel gerealiseerde productie, vanwege bijvoorbeeld niet geïndiceerde prestaties.
3Onderschrijding van de gehonoreerde productieafspraak (onderproductie).
In rekenvoorbeeld 2 is er sprake van onderproductie.
Wanneer zorgaanbieder A (zie rekenvoorbeeld 1) en zorgaanbieder B tot hetzelfde concern behoren, kan de overproductie van A verrekend worden met de onderproductie van B. In dit voorbeeld kan de volledige overproductie (-100) verrekend worden met de onderproductie (300). De overproductie van A kan vergoed worden met instemming van het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder van zorgaanbieder A en het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder van zorgaanbieder B.
Rekenvoorbeeld 3 (bedragen in €)
Na verrekening van de overproductie met de onderproductie op concernniveau resteert een landelijke overproductie van 10.000. De landelijk resterende onderproductie bedraagt 50.000. In dit voorbeeld kan de landelijke resterende overproductie volledig opgevangen worden door de landelijk resterende onderproductie. Zorgaanbieders met overproductie krijgen in deze situatie de overproductie volledig vergoed.
Rekenvoorbeeld 4 (bedragen in €)
Na verrekening van de overproductie met de onderproductie op concernniveau resteert een de landelijke overproductie van 100.000. De landelijk resterende onderproductie bedraagt 50.000. Er is sprake van onbenut kader zin van 30.000 en onbenut pgb-kader van 10.000. Het geoormerkte kader voor innovatie is volledig benut. De onbenutte kaders zin en pgb worden in dit voorbeeld ingezet voor de vergoeding van een gedeelte van de overproductie. In dit voorbeeld kan de landelijke resterende overproductie dus niet volledig opgevangen worden door de landelijk resterende onderproductie. Er is een tekort van 10.000. De landelijk resterende onderproductie van 50.000 plus 30.000 onbenut kader zin en 10.000 onbenut kader pgb, in totaal 90.000, is niet voldoende om de landelijke overproductie op te vangen. Zorgaanbieders met overproductie krijgen in deze situatie de overproductie niet volledig vergoed. Vergoeding van de overproductie vindt in dit geval naar rato plaats: hierbij wordt de resterende overproductie van een zorgaanbieder gedeeld door de resterende landelijke overproductie. Deze uitkomst moet vervolgens vermenigvuldigd worden met de totale resterende landelijke onderproductie.
Artikel 5, vijfde lid Nacalculatie op overige onderdelen
Bij overige onderdelen kan bijvoorbeeld worden gedacht aan innovatie en extreme kosten zorggebonden materiaal en geneesmiddelen. Artikel 5, vijfde lid bevat alleen het beleid ten aanzien van de formele en procedurele aspecten van de nacalculatie op de overige onderdelen. De inhoudelijke vraag of, en zo ja in welke mate op een bepaald onderdeel wordt nagecalculeerd, wordt beantwoord in de beleidsregels die betrekking hebben op die bepaalde onderdelen.
Artikel 6, eerste lid Indexatie loonkosten, artikel 6, tweede lid Indexatie materiële kosten en artikel 6, derde lid Indexatie kapitaallasten
Rekenvoorbeeld:
Structurele doorwerking verschil voor- en eindcalculatie jaar t-1
Stel: de voorlopige index van jaar t-1 is 1,75% en de definitieve index van jaar t-1 is 2,95%. Dan is de structurele doorwerking in jaar t een percentage van 1,18% op de beleidsregelwaarden van jaar t-1.
Het percentage van 1,18% wordt als volgt berekend: (1,0295/1,0175) -1 = 0,01187 = 1,18%
Artikel 7, eerste lid, onder a Prestatie
Omdat de uitvoerende zorgaanbieder zorg levert als bedoeld in artikel 1 Wmg, dient er voor deze zorg een prestatiebeschrijving te zijn vastgesteld. De huidige wet- en regelgeving staan niet toe dat de vaststelling van prestatiebeschrijvingen aan partijen zelf wordt overgelaten. Daarom heeft de NZa in deze beleidsregel ambtshalve bepaald dat voor de prestatie onderlinge dienstverlening de prestatiebeschrijving 'onderlinge dienstverlening' wordt gehanteerd. Dit sluit echter niet uit dat de betrokken zorgaanbieders in aanvulling op deze prestatiebeschrijving nog nader specificeren op welke werkzaamheden de onderlinge dienstverlening betrekking heeft. Eventueel op basis van onderling gemaakte afspraken.
Artikel 7, eerste lid, onder b Tarief
De opdrachtgevende zorgaanbieder kan een prestatie geheel of gedeeltelijk laten uitvoeren door de uitvoerende zorgaanbieder. Dat deel of geheel dat uitgevoerd wordt door de uitvoerende zorgaanbieder is 'onderlinge dienstverlening'. Voor onderlinge dienstverlening geldt een vrij tarief. De opdrachtgevende en uitvoerende zorgaanbieder kunnen hiervoor zelf een tariefafspraak maken.
Artikel 7, tweede lid Werkwijze
Wanneer sprake is van onderlinge dienstverlening, brengt de zorgaanbieder die de prestatie uitvoert, de kosten in rekening bij de opdrachtgevende zorgaanbieder.