Onderwerp: Bezoek-historie

Prestatie- en tariefbeschikking medisch-specialistische zorg TB/REG-23609-03
Vaststellingsdatum:04-10-2022Geldigheid:01-01-2023 t/m 31-12-2023Status: Toekomstig geldig

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft met inachtneming van Hoofdstuk 4, paragrafen 4.2 en 4.4, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg),

en meer in het bijzonder:

de artikelen 35, 50, eerste lid, onderdelen a, c en d, 52, aanhef en onder e, 53, aanhef en onder b, van de Wmg,

alsmede de beleidsregel:

- Prestaties en tarieven medisch-specialistische zorg, kenmerk BR/REG-23113a (hierna: de beleidsregel);

en de nadere regel:

- Regeling medisch-specialistische zorg, kenmerk NR/REG-2306a (hierna: de regeling);

besloten dat:

door aanbieders van:

  1. medisch-specialistische zorg;

  2. zintuiglijk gehandicaptenzorg;

  3. geriatrische revalidatiezorg;

  4. gespecialiseerde mondzorg zoals kaakchirurgen die bieden;

aan:

  • zorgverzekeraars en

  • (niet-)verzekerden1

    • krachtens de sociale ziektekostenwetgeving van een andere staat verzekerd is en
    • in Nederland woont of hier tijdelijk verblijft en
    • krachtens een Verordening van de Raad van de Europese Unie, dan wel krachtens een door Nederland ondertekend bilateraal of multilateraal verdrag, recht heeft op verstrekkingen overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de Zorgverzekeringswet en de Wet langdurige zorg,
    gelijkgesteld met een Zorgverzekeringswet-, respectievelijk Wlz-verzekerde.

     

de volgende prestaties:

  • dbc-zorgproducten zoals opgenomen in de bijlage 'Zorgproducten Tabel' bij de Regeling medisch-specialistische zorg;

  • overige zorgproducten zoals opgenomen in de bijlage 'Overzicht overige zorgproducten' bij de Regeling medisch-specialistische zorg, waartoe o.a. behoren:

    • facultatieve prestaties medisch-specialistische zorg;

    • add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren die bij afzonderlijke beschikking als zodanig zijn vastgesteld en zijn opgenomen in de G-standaard;

en de volgende tarieven:

  • de tarieven genoemd in de 'Tarieventabel dbc-zorgproducten en overige zorgproducten per 1 januari 2023', die als bijlage deel uitmaakt van deze beschikking;

  • de tarieven behorende bij add-ongeneesmmiddelen en ozp-stollingsfactoren zoals genoemd in de G-standaard;

rechtsgeldig in rekening mogen worden gebracht.

Overig

Voor een uitleg of definitie van de in deze beschikking gehanteerde begrippen wordt verwezen naar de begripsbepalingen in artikel 1 van de beleidsregel en artikel 1 van de regeling.

De in deze beschikking genoemde bijlagen en tabellen zijn te raadplegen en te downloaden via de website van de NZa.

Voor de bijlagen zie: https://puc.overheid.nl/nza/ zoekterm BR/REG-23113a of NR/REG-2306a bijlagen.

Voor de tarieventabel zie: https://puc.overheid.nl/nza/ TB/REG-23609-03 Tarieventabel dbc-zorgproducten en overige zorgproducten per 1 januari 2023.

Voorwaarden, voorschriften en/of beperkingen

Op de inhoud van deze beschikking zijn de navolgende voorwaarden, voorschriften en/of beperkingen van toepassing:

1. De tarieven die op grond van deze beschikking in rekening worden gebracht, zijn integrale tarieven.

2. Een zorgaanbieder, hierboven genoemd onder een van de nummers 1 tot en met 4, die valt onder de definitie van solist, brengt de in deze beschikking genoemde (integrale) tarieven slechts in rekening, indien deze in het bezit is van een door de NZa afgegeven individuele beschikking als bedoeld in artikel 16 van de beleidsregel, respectievelijk artikel 31, lid 3, van de regeling.

3. Om rechtsgeldig prestaties en tarieven op grond van deze beschikking in rekening te kunnen brengen, moeten zorgaanbieders ook kwalificeren als 'eigen zorgverlener' als bedoeld in artikel 1, onderdeel m, van de regeling.

4. De tarieven die op grond van deze beschikking in rekening worden gebracht, zijn maximumtarieven, als bedoeld in artikel 50, eerste lid, onder c, van de Wmg, voor zover betrekking hebbend op geleverde zorgprestaties in het gereguleerde segment (A-segment), en zijn vrije tarieven, als bedoeld in artikel 50, eerste lid, onder a, van de Wmg, voor zover betrekking hebbend op geleverde zorgprestaties in het vrije segment (B-segment).

5. De maximumtarieven die op grond van deze beschikking voor prestaties in het gereguleerde segment in rekening worden gebracht, met uitzondering van de add-on geneesmiddelen, ozp-stollingsfactoren en een beperkte set prestaties die op grond van de tarieven in de eerste lijn van een tarief worden voorzien), kunnen met ten hoogste 10% worden verhoogd indien hieraan een schriftelijke overeenkomst tussen de betreffende zorgaanbieder en zorgverzekeraar ten grondslag ligt. Een dergelijk max-max tarief wordt uitsluitend in rekening gebracht aan:

  • de ziektekostenverzekeraar met wie het verhoogde maximumtarief is overeengekomen, of

  • de verzekerde ten behoeve van wie een zorgverzekering is gesloten bij een ziektekostenverzekeraar met wie een zodanig maximumtarief schriftelijk is overeengekomen.

6. Op tarieven die betrekking hebben op dbc-zorgproducten en/of overige zorgproducten, die vóór 1 januari 2023 zijn geopend, maar na 1 januari 2023 in rekening worden gebracht (de zgn. overloop dbc's 2022-2023), is de tariefbeschikking van 14 september 2021 met kenmerk TB/REG-22613-02 inclusief de daarin opgenomen voorwaarden, voorschriften en beperkingen, van toepassing.

7. Dbc-zorgproducten voor gespecialiseerde brandwondenzorg (dbc-zorgproductcodes 979004001 t/m 979004017) worden uitsluitend in rekening gebracht door instellingen die een beschikbaarheidbijdrage als bedoeld in artikel 56a van de Wmg voor brandwondenzorg hebben ontvangen voor het beschikbaar hebben van deze specifieke vorm van zorg.

8. Dbc-zorgproducten voor complex chronische longaandoeningen (dbc-zorgproductcodes 990022036 e.v. in de 'Tarieventabel dbc-zorgproducten en overige zorgproducten' (zie bijlage bij deze beschikking), worden uitsluitend in rekening gebracht door gespecialiseerde longcentra (categorale instellingen voor long-astmazorg), waarvan er zes bestaan, te weten:

  • Centrum voor Revalidatie UMCG, locatie Beatrixoord te Haren;

  • CIRO Expertisecentrum voor chronisch orgaanfalen te Horn;

  • Radboudumc Dekkerswald te Groesbeek;

  • Revant centrum complex chronisch longfalen te Breda;

  • Stichting Merem behandelcentra, Heideheuvel te Hilversum;

  • Stichting MC Astmacentrum, Nederlands Astmacentrum Davos, Zwitserland.

9. De declaratiebepalingen (voorschriften, voorwaarden of beperkingen) opgenomen in de beleidsregel, respectievelijk de regeling, zijn - voor zover niet in deze beschikking genoemd - onverkort van toepassing op zorgaanbieders die op grond van deze beschikking prestaties en tarieven in rekening brengen.

Intrekking voorgaande beschikkingen

De volgende beschikkingen worden ingetrokken:

  • Prestatie- en tariefbeschikking medisch-specialistische zorg, met kenmerk TB/REG-23609-01, vastgesteld op 14 april 2022 in het kader van het releasepakket RZ23a;

  • Prestatie- en tariefbeschikking medisch-specialistische zorg, met kenmerk TB/REG-23609-02, vastgesteld op 13 september 2022 in het kader van het releasepakket RZ23b.

Inwerkingtreding

Deze beschikking treedt in werking op 1 januari 2023 en vervalt op 1 januari 2024.

Met inachtneming van artikel 20, tweede lid, aanhef en onderdeel b, van de Wmg, zal kennisgeving van de terinzagelegging van deze tariefbeschikking worden gedaan in de Staatscourant.

Bezwaar en beroep

Indien u het niet eens bent met dit besluit dan kunt u binnen zes weken na bekendmaking van dit besluit een bezwaarschrift indienen bij de Nederlandse Zorgautoriteit. U kunt uw bezwaar indienen: via de website (www.nza.nl/bezwaar) of per post. Het is niet mogelijk uw bezwaar via de e-mail in te dienen.

Adres:

Nederlandse Zorgautoriteit

t.a.v. unit Juridische Zaken

Postbus 3017

3502 GA UTRECHT

(In de linkerbovenhoek van de envelop vermeldt u: Bezwaarschrift)

Het bezwaar dient volgens artikel 6:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht schriftelijk en ondertekend te worden ingediend en dient ten minste de volgende gegevens bevatten:

  • naam en adres van de indiener;

  • de dagtekening;

  • een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar zich richt;

  • de gronden (onderbouwing) van het bezwaar.

Wij verzoeken u een kopie van dit besluit bij te voegen.

 

Hoogachtend,
Nederlandse Zorgautoriteit

 

J. J. Kram
unitmanager Tweedelijns Somatische Zorg

 
 
Toelichting

Bij deze versie (TB/REG-23609-03)

Nederland heeft gedurende het jaar 2022 te kampen met forse prijsstijgingen. De prijsstijgingen raken burgers en zorginstellingen. In september 2022 heeft het kabinet - als reactie op de negatieve koopkrachtgevolgen voor burgers - besloten tot een groot pakket maatregelen, waaronder de verhoging van het wettelijk minimumloon. Dat laatste werkt door in een hogere raming van de Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling (OVA).

Daarnaast heeft de NZa op 28 april 2022 de 2023 tarieven voor de medisch-specialistische zorg gepubliceerd. Daarbij is zoals gebruikelijk rekening gehouden met de loon- en prijsontwikkeling die het Centraal Planbureau (CPB) voorzag in het Centraal Economisch Plan (CEP) in maart 2022. Sinds dat moment zijn de ramingen van de lonen en prijzen fors naar boven aangepast. Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport houdt in de uitgavenramingen voor de Zorgverzekeringswet (Zvw) en Wet langdurige zorg (Wlz), maar ook bij de vaststelling van de contracteerruimte en het macroprestatiebedrag, rekening met de door het CPB geraamde lonen en prijzen in de Macro Economische Verkenning (MEV) 2023.

Om ervoor te zorgen dat de vergoeding voor deze hogere prijzen en hogere OVA via de (maximum)tarieven van de NZa al in 2023 bij zorgaanbieders terecht kunnen komen, heeft de minister van VWS verzocht om alle in 2023 geldende tarieven, budgetten en vergoedingsbedragen - voor zowel de Zvw- als de Wlz-gefinancierde zorg - aan te passen. Voor deze aanpassing heeft de minister ons verzocht uit te gaan van de laatste raming van het CPB (MEV-raming 2023) voor zowel het OVA-percentage als het prijspercentage particuliere consumptie (materiaal index).

Tabel 1. Overzicht indexcijfers zoals gehanteerd in dbc-release RZ23b en RZ23c

 

RZ23b

RZ23c

Definitief 2022

Voorcalculatie 2023

Definitief 2022

Voorcalculatie 2023

Loon (OVA)

4,42%

3,72%

4,42%

4,74%

Materieel (CEP)

6,30%

2,52%

9,25%

4,87%

 

De herziene parameters hebben geleid tot verhoging van de gewogen gemiddelde prijsindex 2023 van 5,19% naar 7,70%. Door uit te gaan van de MEV-raming van het CPB wijken we af van de bron zoals we die normaliter gebruiken in de berekening van de index. De berekeningswijze van de index zoals opgenomen in bijlage Totstandkoming tarieven v20221006 bij beleidsregel Prestaties en tarieven medisch-specialistische zorg is nog steeds van toepassing; alleen de gehanteerde bron (MEV-raming i.p.v. CEP-raming van het CPB) is dus anders.

De maximumtarieven voor tien overige zorgproducten (ozp) zijn overgenomen van tariefbeschikkingen voor de eerstelijnszorg. Omdat deze sectoren een andere verhouding van OVA en particuliere consumptie gebruiken, kan het percentage van de tariefmutatie van deze elf ozp's afwijken van het in de vorige alinea genoemde percentage.

Algemeen

In deze beschikking is aangegeven welke zorgaanbieders met ingang van 1 januari 2023 gerechtigd zijn de Wmg-prestaties en -tarieven, zoals genoemd in deze beschikking, in rekening te brengen. Daarmee is de reikwijdte van deze beschikking afgebakend. Met de invoering van integrale tarieven per 1 januari 2015 is het declaratierecht van dbc-zorgproducten en overige zorgproducten voorbehouden aan twee soorten zorgaanbieders, te weten: instellingen en solisten. In de regelgeving van de NZa worden instellingen en solisten samengevoegd onder de noemer, c.q. het verzamelbegrip, 'zorgverlener'. Het begrip zorgverlener heeft in andere wetten en regelingen een andere betekenis. Veelal wordt daar met 'zorgverlener' gedoeld op een natuurlijk persoon (dus géén rechtspersoon) die zorg verleent, of doet verlenen.

Instellingen en het declaratierecht

Het recht om integrale tarieven voor medisch-specialistische zorg te declareren, is exclusief voorbehouden aan instellingen die over een toelatingsvergunning als bedoeld in artikel 4 van de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) beschikken. Enige uitzondering op deze hoofdregel zijn solisten die over een solistenbeschikking van de NZa beschikken.

De Wet toetreding zorgaanbieders is met ingang van 1 januari 2022 in werking getreden. Deze nieuwe wet vervangt grote delen van de Wet toelating zorginstellingen (Wtzi). Omdat het declaratierecht voor msz-prestaties is voorbehouden aan instellingen en voor wat betreft het begrip 'instelling' in de regelgeving van de NZa, zoals deze gold tot en met 2021, aansluiting is gezocht bij de Wtzi, is de NZa-regelgeving met ingang van 1 januari 2022 op dit onderdeel in overeenstemming gebracht met de Wtza. Dat betekent dat instellingen voor medisch-specialistische zorg met ingang van 1 januari 2022 niet langer over een Wtzi-toelating, maar over een Wtza-vergunning dienen te beschikken om deze zorg rechtsgeldig in rekening te kunnen brengen.

Indien een instelling op het tijdstip van inwerkingtreding van de Wtza (1 januari 2022) in het bezit was van een toelating op grond van artikel 5, eerste lid, van de Wet toelating zorginstellingen, zoals dat artikel luidde direct voorafgaand aan dat tijdstip, geldt die Wtzi-toelating als een toelatingsvergunning op grond van de Wtza, indien deze instelling op grond van het bepaalde bij of krachtens artikel 4 van de Wtza over een toelatingsvergunning dient te beschikken.

Kaakchirurgen en instellingen

De meeste kaakchirurgen zijn werkzaam in een ziekenhuis en declareren de door hen geleverde zorg via het ziekenhuis (de instelling). Maar een beperkt aantal kaakchirurgen werkt in een ander type instelling. Een instelling (organisatorisch verband) die (dat) gespecialiseerde mondzorg levert zoals kaakchirurgen plegen te bieden, geldt op grond van de aanwijzing3 van de minister van VWS d.d. 21 mei 2014, kenmerk 371987-120847-MC, als een instelling voor medisch-specialistische zorg. Een gespecialiseerd of bijzonder tandheelkundig centrum niet zijnde een ziekenhuis, waar behalve tandartsen en/of mondhygiënisten, ook één of meer kaakchirurgen werkzaam zijn, moet dus - ook als er in totaal minder dan 10 zorgverleners als bedoeld in artikel 1 van de Wtza in deze instelling werkzaam zijn - beschikken over een toelatingsvergunning krachtens de Wtza om rechtsgeldig MKA-chirurgische (overige) zorgproducten in rekening te kunnen brengen.

Bijlage

Tarieventabel dbc-zorgproducten en overige zorgproducten per 1 januari 2023

Naar boven