Onderwerp: Bezoek-historie

Informatiekaart informatiestromen in het zorgprestatiemodel en privacy versie 2
Geldigheid:15-03-2022 t/m Status: Geldig vandaag

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Inleiding

Per 1 januari 2022 is er een ander bekostigingssysteem voor geestelijke gezondheidszorg (ggz) en forensische zorg. Dat betekent dat de zorg die ggz-aanbieders leveren op een andere manier in rekening wordt gebracht bij zorgverzekeraars. Het oude systeem was gebaseerd op de tijd die een aanbieder per patiënt aan zorg besteedde. Daardoor was het voor zorgaanbieders financieel aantrekkelijker om patiënten met lichte psychische problemen in behandeling te nemen, dan mensen met ernstige, complexe psychische problemen. Deze laatste groep patiënten stonden daardoor vaak langer op de wachtlijst. De Nederlandse Zorgautoriteit heeft samen met twaalf relevante (zorg)partijen1 gewerkt aan een oplossing voor deze onwenselijke situatie: het landelijk programma Zorgprestatiemodel. Iedere patiënt heeft immers recht op goede zorg en moet deze zo snel mogelijk krijgen. Met het zorgprestatiemodel kunnen we passende zorg beter belonen. Zorgaanbieders die patiënten met een complexe zorgvraag behandelen, krijgen door het zorgprestatiemodel beter betaald omdat we de behandelkosten beter kunnen verdelen met het nieuwe systeem. Op die manier stimuleren we de behandeling van patiënten met complexe problemen, waardoor hun wachttijd korter wordt.

Betere zorg(inkoop) door meer inzicht

De belangrijkste verbetering van het zorgprestatiemodel is dat het meer inzicht geeft in wat voor zorg en hoeveel zorg er nodig is voor patiënten. Daarvoor hebben we samen met veldpartijen de zorgvraagtypering ontwikkeld. Deze geeft aan welke behandeling een individuele patiënt naar verwachting nodig heeft. Zo kunnen we onderscheid maken tussen een complexe zorgvraag en een minder complexe zorgvraag. Dat inzicht is belangrijk, omdat zorgverzekeraars daardoor beter kunnen voorspellen welke zorg en hoeveel zorg er nodig gaat zijn. Hoe beter zij die voorspelling kunnen maken, hoe beter zij hun taak uit kunnen voeren: zorg inkopen die aansluit bij de totale zorgvraag (kwantitatief) en zorgbehoefte (kwalitatief). En aan hun zorgplicht kunnen voldoen: mensen zo snel mogelijk een plek bieden bij een behandelaar die het beste aansluit op de zorg die zij nodig hebben.

Meeste geld naar patiënten met de meest complexe problemen

Het zorgprestatiemodel maakt het mogelijk om adequate zorg te leveren, wat de doorstroom in de ggz stimuleert waardoor wachttijden korter worden. Met het zorgprestatiemodel als bekostigingssysteem voor de ggz, wordt deze zorg op een andere manier in rekening gebracht bij zorgverzekeraars. Bij het in rekening brengen, wordt informatie over de geleverde zorg meegestuurd naar de zorgverzekeraar. Ook de NZa ontvangt informatie over de in rekening gebrachte zorg. Dat gebeurt aan de hand van een categorie die een indicatie geeft over de zorgvraag. Deze categorie noemen we een zorgvraagtype. De Honos-vragenlijst die behandelaren bij de intake invullen is de basis van de zorgvraagtypering. Het zorgprestatiemodel kent 20 zorgvraagtypen, oplopend van lichte zorg, tot zware, complexe zorg. Door aan zorgaanbieders te vragen 1 van de 20 zorgvraagtypen mee te sturen bij het in rekening brengen van de geleverde zorg, wordt het mogelijk om de zorgvraagtypen over de jaren heen te volgen met bijbehorend behandeltraject. Op basis daarvan kunnen we de zorgintensiteit en het zorgverloop van de groepen patiënten met 20 zorgvraagtypen steeds beter voorspellen. Alle partijen hebben daar baat bij. Patiënten krijgen een behandeltraject dat aansluit op hun zorgvraag en worden sneller geholpen. Zorgaanbieders worden beter beloond als ze mensen in behandeling nemen met complexe problematiek. En zorgverzekeraars en de NZa kunnen hun taken adequaat uitvoeren. Onder andere door ervoor te zorgen dat het meeste geld naar patiënten gaat met een intensief en/ of lang behandeltraject.

De informatie die aanbieders bij de NZa aanleveren voor de verbetering van de nieuwe bekostiging is privacygevoelig. De NZa hecht veel waarde aan privacy en veilig databeheer. In deze informatiekaart geven wij daarom aan om welke privacygevoelige informatie het gaat en welke stappen wij hebben ondernomen om de impact op de privacyrechten van patiënten zoveel mogelijk te beperken.

1 Welke informatie ontvangt de zorgverzekeraar?

Op de declaratie van ggz-zorgprestaties aan de zorgverzekeraar staat onder andere informatie over de zorgaanbieder die de zorg heeft gedeclareerd, de behandelaar die de zorg heeft geleverd en welke zorg er is geleverd. Bijvoorbeeld een consult. De meest privacygevoelige informatie die de zorgverzekeraar ontvangt van de patiënt zijn de DSM diagnosehoofdgroep, niet te verwarren met de primaire DSM-diagnose, en het zorgvraagtype. Het is een tijdelijke situatie dat zowel de DSM diagnosehoofdgroep als het zorgvraagtype aan de zorgverzekeraar wordt aangeleverd. Na de overgangsperiode van twee jaar, moet alleen het zorgvraagtype volstaan als voldoende informatie voor de zorgverzekeraar.

Het is belangrijk om te weten dat niet alle informatie die geregistreerd moet worden door een behandelaar, ook aangeleverd wordt bij zorgverzekeraars en de NZa. De primaire DSM-diagnose wordt bijvoorbeeld wel geregistreerd, maar niet met de declaratie meegestuurd naar de zorgverzekeraar. Daarnaast ontvangt de zorgverzekeraar het gekozen zorgvraagtype.

De meest gevoelige informatie, de antwoorden op de HoNOS+ vragenlijst die de aanbieder moet registreren voor de zorgvraagtypering, ontvangt de zorgverzekeraar niet. Deze gegevens hebben verzekeraars ook niet nodig om hun taken uit te kunnen voeren: het inkopen van zorg die aansluit bij de zorgvraag en zorgbehoefte en patiënten een plek bieden bij een behandelaar die aansluit bij die vraag en behoefte.

2 Welke informatie ontvangt de NZa?

Er is sprake van twee losstaande, fundamenteel verschillende informatiestromen naar de NZa. De eerste zijn de declaratiegegevens en de tweede de zorgvraagtypering en het zorgverbruik.

  1. De NZa ontvangt één stroom informatie met declaratiegegevens van de behandeling inclusief de informatie die bij de declaratie op de factuur moet worden vermeld. Bijvoorbeeld het door de aanbieder gekozen zorgvraagtype en de DSM-diagnosehoofdgroep. De NZa ontvangt deze informatie in de jaren 2022 en 2023 niet direct van zorgaanbieders maar via Vektis, dus via zorgverzekeraars. Deze informatie is in de basis gelijk aan de informatie die zorgverzekeraars ontvangen. Met die beperking dat de gegevens die direct tot patiënten zijn te herleiden worden geschrapt of gepseudonimiseerd. Dat betekent dat persoonsgegevens getransformeerd worden in een dataset die niet meer direct herleidbaar is tot een persoon. Bijvoorbeeld door direct identificeerbare elementen van een persoonsgegeven weg te halen, of de dataset om te coderen tot een nummer. De informatiestroom naar de NZa bevat zo'n uniek (versleuteld) nummer ter vervanging van het BSN van patiënten. Dit nummer blijft hetzelfde voor alle zorg die een patiënt over de jaren heen ontvangt en over de verschillende zorgsectoren heen. Dit stelt de NZa in staat om inzicht te krijgen in de kosten van de zorg van patiënten binnen een bepaalde zorgtypering door hun behandelingen over de zorgsectoren heen te volgen.

  2. De tweede informatiestroom die de NZa ontvangt bevat informatie over de zorgvraagtypering, waaronder de antwoorden op de HoNOS+-vragen, het geadviseerde zorgvraagtype en het gekozen zorgvraagtype. Omdat de NZa goed beseft dat deze informatie erg gevoelig is, hebben we maatregelen genomen om te voorkomen dat deze gegevens naar individuele patiënten herleid kunnen worden. Zo worden deze gegevens los opgevraagd van de voornoemde declaratiegegevens, waardoor de informatiestroom geen geboortedatum, postcode of pseudo-BSN bevat. Verder is de bijbehorende informatie over het zorggebruik van de patiënt per maand samengevoegd. Deze informatie wordt door zorgaanbieders direct bij de NZa aangeleverd. Deze informatie is alleen voor de NZa bestemd, en gaat niet naar de zorgverzekeraars.

De NZa hecht veel waarde aan privacy. Zij behandelt beide informatiestromen als een stroom die bijzondere persoonsgegevens bevat en heeft hier een speciaal proces voor ingericht. Reden hiervoor is de mogelijkheid dat een patiënt uit de zorgvraagtyperingsstroom via een aantal identieke informatie-elementen te koppelen is of zou kunnen zijn aan een patiënt uit de declaratiegegevensstroom die de NZa ook ontvangt. De stroom die wel een pseudo-BSN bevat. We hebben de mogelijkheid om de gegevens te koppelen praktisch bemoeilijkt door bijvoorbeeld het zorggebruik van de patiënt in de zorgvraagtyperinginformatiestroom met zo weinig mogelijk informatie-elementen per maand uit te vragen, terwijl geleverde consulten in de Vektis-informatiestroom per dag zijn. De NZa zal deze koppeling niet uitvoeren.

3 Privacyverklaring

Patiënten kunnen op eigen initiatief bezwaar maken tegen het delen van gegevens die te herleiden zijn tot een door de zorgaanbieder gestelde diagnose en/of zorgvraagtypering met betrekking tot de patiënt. Voor patiënten die een privacyverklaring ondertekend hebben, mogen zorgaanbieders geen privacygevoelige gegevens, zoals de diagnosehoofdgroep en het zorgvraagtype, doorgeven aan de NZa en aan zorgverzekeraars. De verplichting om deze informatie te registreren in de eigen administratie van de aanbieder blijft dan wel van toepassing.

De privacyverklaring levert wel een spanningsveld op met het goed kunnen onderhouden van de zorgvraagtypering. Hoe meer privacyverklaringen ondertekend worden, hoe minder goed de NZa samen met de veldpartijen het onderhoud van de zorgvraagtypering kan uitvoeren. Om goed geïnformeerde keuzes te maken in de verdere ontwikkeling van zorgvraagtypering is het nodig dat de NZa voldoende gegevens heeft. Hoe meer gegevens, hoe beter immers zicht is op de ingezette zorg bij verschillende groepen patiënten en hoe beter is in te schatten wat voor uitzonderingsgevallen er voor kunnen komen. Daarvoor is een goed zorgvraagtyperingssysteem met een brede dekking van de zorgvraagtyperingen in de sector nodig zonder sterke selectiebias. Desondanks heeft de individuele patiënt de mogelijkheid voor een privacy opt-out.

Naar boven