Onderwerp: Bezoek-historie

Factsheet verwijzingen naar medisch-specialistische zorg voor diabetes- en oncologiepatiënten in 2019

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Een analyse van de initiële verwijzingen naar de medisch-specialistische zorg voor diabetes- en oncologische zorg.

De juiste zorg op de juiste plek organiseren is één van de belangrijkste uitdagingen om de zorg ook in de toekomst kwalitatief goed, betaalbaar en toegankelijk te houden. Het is een van de vier principes voor passende zorg. De zorgbehoefte van de patiënt staat hierbij centraal en is leidend voor de plek waar en van wie hij of zij zorg krijgt. Voor universitair medisch centra (umc) houdt passende zorg in dat ze, naast het doen van wetenschappelijk onderzoek en het opleiden van zorgprofessionals, voornamelijk hoogcomplexe zorg bieden. In dit factsheet presenteren we cijfers over de vraag naar welk soort ziekenhuizen patiënten voor diabeteszorg en oncologische zorg worden verwezen.

In de monitor basiszorg umc's van september 2020 onderzochten wij in welke mate er (laag)complexe zorg (basiszorg) wordt geleverd in umc's. Wij zagen dat 45% van de geleverde zorgtrajecten in 2018 geen duidelijke aanwijzing had dat het gespecialiseerde zorg voor complexe en zeldzame ziektebeelden (topreferente zorg) betrof. Opvallend hierbij was het hoge aandeel diabetes- en oncologische zorg. In ons onderzoek troffen wij een duidelijk verband tussen de reistijd van patiënten en het type ziekenhuis waar zij naar verwezen zijn.

In dit factsheet presenteren wij een verdiepende analyse hierop. We geven inzicht in de verwijzingen voor diabetes- en oncologische zorgtrajecten naar verschillende type zorginstellingen. Daarnaast kijken we naar de verwijzingen van huisartsen naar een umc, samenwerkend topklinisch opleidingsziekenhuis (STZ) of algemeen ziekenhuis. Het doel van dit factsheet is een objectief beeld te geven over het verwijsgedrag van huisartsen voor diabetes- en oncologische patiënten.

De belangrijkste bevindingen uit onze analyse:

  • In Nederland wordt gemiddeld bijna 4% van de oncologiepatienten bij de huisarts rechtstreeks doorverwezen naar een umc. Voor diabetespatiënten is dit ruim 6%.

  • We zien dat dit verwijsgedrag per regio sterk varieert.

  • Een kleinere reisafstand naar een umc geeft een grotere kans tot een verwijzing naar een umc. Patiënten die binnen 10 minuten reisafstand van een umc wonen, worden in meer dan 20% van de verwijzingen voor oncologische zorg direct doorverwezen naar een umc. Voor diabeteszorg is dit percentage bijna 30%. Deze kans neemt voor beide zorgtypes sterk af naarmate de reistijd naar het dichtstbijzijnde umc toeneemt. De reistijd lijkt dus voor een belangrijk deel (mede)bepalend voor de verwijzing bij een zorgbehoefte voor oncologie of diabetes.

Wanneer we kijken naar de uitgangspunten voor passende zorg, zijn deze bevindingen wat ons betreft niet wenselijk. Een huisarts zou op basis van andere criteria (zoals kwaliteit en de juiste zorg op de juiste plek) moeten doorverwijzen en niet op basis van reisafstand. Een ander effect is dat onnodige verwijzingen de zorg mogelijk onnodig duur maakt aangezien een umc er voor hoogcomplexe zorg is. We gaan hierover graag het gesprek aan met alle betrokkenen.

6 procent van de diabetespatiënten wordt direct doorverwezen naar een umc

Op landelijk niveau zien we dat meer dan de helft van de nieuwe patiënten voor beide aandoeningen wordt verwezen naar een STZ (zie figuur 1). Daarnaast wordt 43,7% van de oncologische patienten en 40,8% van de diabetespatiënten verwezen naar een algemeen ziekenhuis. Vervolgens zien wij dat een deel van de verwijzingen direct naar een umc is, namelijk 3,9% bij oncologische zorg en 6,1% bij diabeteszorg.

Sterke regionale spreiding

Deze landelijke spreiding van patiënten verschilt met het beeld in de regio. In de regio's waar een umc gevestigd is, wordt er vaker direct naar een umc verwezen. De kaarten van figuur 2 laten per regio zien welk aandeel van de verwijzingen direct naar een umc is.

Oncologisch zorg

Voor oncologische zorg wordt er in de regio's Zuid-Limburg (26,8%) en Nijmegen (15,7%) het meest direct verwezen naar een umc. Ook wordt er vaker direct verwezen naar een umc in de regio's Zuid-Holland Noord (10,2%), Groningen (8,3%) en Rotterdam (7,3%) ten opzichte van het landelijk gemiddelde van 3,9%. Dit is een eerste indicatie van een relatie tussen reistijd en verwijzingen naar umc's.

Diabeteszorg

In de regio''s Zuid-Limburg, Amsterdam, Zuid-Holland Noord en Nijmegen wordt rond de 20% van de diabetespatiënten direct verwezen naar een umc. Ook in de overige regio's waar een umc gevestigd is, ligt dit percentage hoger dan het landelijk beeld van 6,1%.

Regionale verschillen in verwijzingen door huisartsen

Met de maatschappelijke rol van de umc's in het vizier is de aanname dat met name patiënten met een complexe zorgbehoefte worden verwezen naar een umc. Dit geeft de verwachting dat er geen verschil binnen de regio's zou moeten zijn in het aantal verwijzingen naar een umc. Toch laat bovenstaande analyse wel zien dat er substantieel meer verwijzingen van huisartsen naar umc's zijn in regio's waar een umc gevestigd is, ten opzichte van regio's waar geen umc is. Hiermee lijkt het erop dat fysieke nabijheid van een patiënt of huisarts tot een umc leidt tot meer directe verwijzingen van de huisarts dan wanneer er geen umc in de buurt is.

Opvallende relatie tussen verwijzingen en reistijd

In figuur 3 is op landelijk niveau de kans op een verwijzing naar een umc te zien voor oncologische- en diabeteszorg bij verschillende reisafstanden vanaf de huisartsenpraktijk. Patiënten die binnen 10 minuten reisafstand van een umc wonen, worden in bijna 23% van de verwijzingen voor oncologische zorg direct doorverwezen naar een umc. Voor diabeteszorg is dit percentage bijna 30%. Deze kans neemt voor beide zorgtypes sterk af naarmate de reistijd naar het dichtstbijzijnde umc toeneemt. De reistijd lijkt dus voor een belangrijk deel medebepalend voor de verwijzing bij een zorgbehoefte voor oncologie of diabetes.

Als we kijken naar de uitgangspunten voor passende zorg, is dit wat ons betreft niet wenselijk. Een huisarts zou op basis van andere criteria (zoals kwaliteit en de juiste zorg op de juiste plek) moeten doorverwijzen en niet op basis van reisafstand. Een ander effect is dat onnodige verwijzingen de zorg mogelijk onnodig duur maakt aangezien een umc er in het bijzonder voor hoogcomplexe zorg is. We gaan hierover graag het gesprek aan met alle betrokkenen.

Methode en analyse

Voor deze analyse hebben wij ons gebaseerd op alle declaraties binnen de medisch-specialistische zorg (MSZ) die in 2019 geregistreerd zijn in Vektis als gedeclareerd en welke behoren tot de zorgproductgroepen diabetes mellitus en oncologie. Hierin is gekeken naar nieuwe zorgtrajecten van patiënten die direct zijn doorverwezen door de huisarts naar het ziekenhuis.

Dbc-zorgproducten zijn meegenomen als voldaan werd aan de volgende voorwaarden: 1) Dbc-zorgproduct uit een zorgproductgroepen voor nieuwvormingen of diabetes, 2) startdatum dbc-zorgproduct in 2019, 3) zorgtype 11, en 4) verwijzing door de huisarts, niet via spoedeisende hulp (verwijstype 04).

Vervolgens is per dbc-zorgproduct een koppeling gemaakt met de huisartsenpraktijk waar de zorggebruiker gedurende 2019 ingeschreven stond. Van ongeveer 90% van de declaraties kan zo de huisartsenpraktijk van de zorggebruiker bepaald worden en worden meegenomen in de analyse.

Er is een onderscheid gemaakt in type instelling (umc, STZ of algemeen ziekenhuis). De regionale analyses zijn gemaakt op basis van de zorgkantoorregio's. Deze regio-indeling wordt ook door het ministerie van VWS gebruikt in het kader van juiste zorg op de juiste plek.

Naar boven