Onderwerp: Bezoek-historie

Regeling geestelijke gezondheidszorg en forensische zorg - NR/REG-2214a
Versie:vergelijk Vergelijk met Regeling geestelijke gezondheidszorg en forensische zorg - NR/REG-2214, versie: 1  X

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Gelet op artikel 27, 36, 37, 38, 40 lid 4, 62 en 68 van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), is de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) bevoegd tot het stellen van regels op het gebied van de geneeskundige geestelijke gezondheidszorg en de forensische zorg.

HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN

Artikel 1.1 Begripsbepalingen

Acute ggz historie: Patiënt had op enig moment in het jaar voorafgaande aan het typeringsmoment een interventie door of namens een GMAP-regievoerder acute zorg.

AGB-code regiebehandelaar: De AGB code op persoonsniveau van de regiebehandelaar onder wiens verantwoordelijkheid de zorg geleverd en in rekening gebracht wordt.

AGB-code verwijzer: De AGB-code van de verwijzende zorgverlener (natuurlijk persoon). Dit moet de AGB-code op persoonsniveau zijn. Indien de verwijzer een waarnemend huisarts is mag ook de AGB op instellings- of praktijk niveau gebruikt worden.

AGB-code zorgaanbieder: De AGB op instellings of praktijk niveau van de zorgaanbieder waar de zorg geleverd is.

AGB-code zorgverlener: De AGB code op persoonsniveau van de zorgverlener die de zorg geleverd heeft.

Audittrail: Vastlegging van het spoor van gegevens van basisgegeven naar eindgegeven en omgekeerd.

Consult: Direct, ononderbroken en zorginhoudelijke contact tussen zorgverlener en (forensische) patiënt of naasten van de patiënt.

Contact: Een zorginhoudelijk en ononderbroken interactie. Een contact kan zowel ‘face to face’, telefonisch, ‘screen to screen’ als ‘bit to bit’ plaatsvinden.

Contractnummer (FZ): het contractnummer dat is uitgegeven bij de contractering van de Forensische Zorg.

Declaratie: Uitkomst van het declareren, het in rekening brengen van geneeskundige ggz en of fz al dan niet via een papieren nota of elektronische variant zowel aan patiënt zelf als zonder tussenkomst van patiënt rechtstreeks aan diens zorgverzekeraar.

DSM-5 classificatie: classificatie conform de DSM-5, het internationaal classificatiesysteem voor psychische stoornissen.

DSM-hoofdgroep: naam van de groep waaronder de geclassificeerde primaire diagnose valt. De ggz en fz kennen een eigen lijst in Bijlage 1 bij deze regeling worden de DSM–hoofdgroepen opgesomd. Bijlage 1 is een integraal onderdeel van deze regeling. De indeling baseert grotendeels op de hoofdstukindeling van de DSM-5.

Forensische zorg: Zorg als omschreven bij of krachtens artikel 1.1, tweede lid, van de Wet forensische zorg.

Geneeskundige ggz: geneeskundige geestelijke gezondheidszorg als omschreven bij of krachtens de Zorgverzekeringswet.

Geadviseerde zorgvraagtype: Numerieke uitkomst van de zorgvraagtypering via één van de volgende routes: de Zorgvraagtypering Volledig de Zorgvraagtypering Dynamisch of de Zorgvraagtypering FZ. In Bijlage 5 bij deze regeling is een overzicht opgenomen van de zorgvraagtypes voor de ggz. In Bijlage 3 bij deze regeling is een overzicht opgenomen van de zorgvraagtypes voor de fz. Bijlage 3 isen 5 zijn een integraal onderdeel van deze regel.

Gekozen zorgvraagtype : Om zorginhoudelijke redenen kan een zorgverlener van de geadviseerde zorgvraagtype afwijken als hij een andere zorgvraagt ype passender acht, deze registreert hij dan als gekozen zorgvraagtype.

HoNOS+: De uitkomst op de HoNOS+ geeft weer hoe het geestelijk en sociaal functioneren van een patiënt op een bepaald ogenblik is.

Indicatiesteller fz: Degene die in de forensische zorg de zorgbehoefte en de eventuele beveiligingsnoodzaak van de justitiabele vaststelt voor ambulante zorg, verblijfszorg en klinische zorg. De indicatiesteller maakt onderdeel uit van een van de drie organisaties die indicatiestelling in de forensische zorg uitvoeren, namelijk de werkeenheid Indicatiestelling Forensische Zorg van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (IFZ/NIFP), de drie reclasseringsorganisaties (3RO) of het Psycho Medisch Overleg (PMO) binnen een Penitentiaire Inrichting.

Patiënt: Persoon die op basis van een hulpvraag conform aanspraak (ggz) of een forensische titel (fz) zorg ontvangt.

Plaatsingsbesluitnummer (FZ): Het plaatsingsbesluitnummer is een uniek nummer dat gekoppeld is aan het plaatsingsbesluit die ten grondslag ligt aan de toekenning van forensische zorg. Dit nummer krijgt de zorgaanbieder van de plaatsende instantie. Het nummer is van belang om voor het ministerie van JenV de keten tussen indicatie, plaatsing en geleverde zorg inzichtelijk te krijgen. Met het plaatsingsbesluitnummer kan het ministerie nagaan of de zorgaanbieder een verzoek tot zorg heeft ontvangen/gekregen.

Prestatie: De prestatie zoals bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van de Wmg. In de beleidsregel en tariefbeschikking zijn de prestaties gespecificeerd.

Prestatiecode: De code die hoort bij de prestatie.

Regiebehandelaar: Zorgverlener die in het kwaliteitsstatuut is aangewezen als erkende regiebehandelaar, onder wiens verantwoordelijkheid de zorg wordt geleverd. In de fz is er geen regiebehandelaar. Daar waar in deze regeling de term regiebehandelaar wordt gebruikt moet voor de fz hoofdbehandelaar worden gelezen. Het kwaliteitsstatuut is niet van toepassing voor de hoofdbehandelaar.

Strafrechtsketennummer (fz): Het strafrechtsketennummer zoals bedoeld in artikel 27b van het Wetboek van Strafvordering.

Tarief: Prijs voor een prestatie, een deel van een prestatie of geheel van prestaties van een zorgaanbieder als bedoeld in artikel 1 sub k Wmg.

Uitvoeringsdatum: Datum waarop de prestatie die is uitgevoerd is gestart.

UZOVI-code: Unieke Zorgverzekeraars Identificatie is een identificatie van de zorgverzekeraars in Nederland.

Verblijfshistorie: Patiënt heeft op enig moment in het jaar voorafgaande aan het typeringmoment een verblijfsdag op grond van Zvw, Jeugdwet of Wfz ontvangen.

Verwijzer: Verwijzer als bedoeld in artikel 14 lid 2 Zvw.

Verzekerdennummer (GGZ): Nummer waarmee de patiënt bekend is bij de zorgverzekeraar. Dit nummer wordt verstrekt door de zorgverzekeraar bij inwerkingtreding van de verzekeringspolis.

Wvggz/Wzd historie (GGZ): Patiënt had op enig moment in het jaar voorafgaande aan het typeringsmoment een zorgmachtiging of crisismaatregel (Wvggz) of Wzd-besluit.

Zorgaanbieder: Zorgaanbieder als bedoeld in artikel 1, onderdeel c van de Wmg.

Zorglabel: De codering die het mogelijk maakt om informatie te koppelen aan prestaties. In Bijlage 2 bij deze regeling is een overzicht opgenomen van de publieke zorglabels. Bijlage 2 is een integraal onderdeel van deze regel.

Zorgtraject: Een administratief verband tussen prestatie en patiënt.

Zorgtrajectnummer: identificatie van een zorgtraject.

Zorgverlener: zorgverlener zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg.

Zorgverzekeraar: Waar in deze regeling gesproken wordt over de zorgverzekeraar worden zowel de zorgverzekeraars als bedoeld in artikel 1 lid 1 sub f van de Wmg als de Divisie Forensische zorg/Justitiële Jeugdinrichtingen (ForZo/JJI) van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), onderdeel van het ministerie van JenV, bedoeld. In de fz is ForZo/JJI verantwoordelijk voor het inkopen van fz.

Zorgvraagtyperingsinstrument Volledig: Algoritme op grond waarvan het Zorgvraagtypering Volledig de zorgvraagtype wordt geadviseerd. In Bijlage 6 bij deze regeling is Het Zorgvraagtypering Algoritme Volledig vastgelegd. Bijlage 6 is een integraal onderdeel van deze regel.

Zorgvraagtyperingsintstrument Dynamisch : Algoritme op grond waarvan in het Zorgvraagtypering Dynamisch de zorgtype wordt geadviseerd. Het Zorgvraagtyperingsinstrument Dynamisch is beschikbaar op de website van de NZa als informatieproduct.

Zorgvraagtypering: Een methode om de zorgvraag van een patiënt te typeren Er zijn in de ggz 2 systemen van zorgvraagtypering, te weten het volledig model en het dynamisch model. Voor de fz is er een fz model. De zorgvraagtypering wordt conform de veldafspraak gedaan door de regiebehandelaar. Hertypering vindt plaats op logische momenten in het behandelplan conform de veldafspraak maar minimaal een keer per jaar.

Zorgvraagtypering Volledig: Een methode om, in geval het Geneeskundige ggz betreft, de zorgvraag voor een patiënt te categoriseren. Het volledig model gebruikt hiervoor de volledige HoNOS+ als input voor het Zorgvraagtyperingsinstrument Volledig. Uitkomst van dit algoritme is de geadviseerde zorgvraagtype.

Zorgvraagtypering Dynamisch: Een alternatief voor de Zorgvraagtypering Volledig in de Geneeskundige ggz. Het Dynamisch model gebruikt hiervoor een andere of beperktere input dan de volledige HoNOS+ als input voor het Zorgvraagtyperingsintrument Dynamisch. Uitkomst van dit instrument is (net als in het volledig model) de geadviseerde zorgvraagtype. Om de uitkomsten van de modellen vergelijkbaar te houden dient willekeurig één van iedere 20 zorgvraagtypering dynamisch ook de volledige HoNOS+ als input voor Zorgvraagtyperingsinstrument VolledigZorgvraagtyperingsinstrument Volledig te worden gebruikt. Daarnaast moet de Zorgvraagtypering Dynamisch aantoonbaar in 95% van de gevallen tot dezelfde geadviseerde zorgvraagtype te leiden als via de Zorgvraagtypering Volledig.

Zorgvraagtypering FZ: Een methode om, in geval het Forensische zorg betreft, de zorgvraag voor een patiënt te categoriseren. Het FZ model gebruikt hiervoor een risicotaxatie-instrument, de bepaling van de ernst van het gepleegde delict en een klinische inschatting van de responsiviteit als input. In Bijlage 4 bij deze regeling is de Zorgvraagtypering FZ vastgelegd. Bijlage 4 is een integraal onderdeel van deze regel.

Artikel 1.2 Doel van de regeling

Het doel van deze regeling is het stellen van voorschriften voor de geestelijke gezondheidszorg en forensische zorg op het gebied van de registratie, administratie, declaratie en informatie.

Artikel 1.3 Reikwijdte

Deze regeling is van toepassing op zorgaanbieders die geestelijke gezondheidszorg (ggz) leveren als omschreven bij of krachtens de Zorgverzekeringswet (Zvw).

Ook is deze regeling van toepassing op zorgaanbieders die forensische zorg (fz) leveren, als omschreven bij of krachtens artikel 1.1, tweede lid, van de Wet forensische zorg.

Tot slot is deze regeling van toepassing op handelingen of werkzaamheden op het terrein van ggz of fz, uitgevoerd door of onder verantwoordelijkheid van personen, ingeschreven in een register als bedoeld in artikel 3 of 34 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg. Het betreft hier de handelingen als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 2°, van de Wmg en werkzaamheden zoals bedoeld in artikel 2, aanhef en eerste lid, onderdeel c, van het Besluit uitbreiding en beperking werkingssfeer Wmg.

HOOFDSTUK 2 INFORMATIE-ELEMENTEN

Artikel 2.1 Informatie-elementen

A. Gegevens zorgaanbieder

a1. Naam zorgaanbieder

a2. AGB-code zorgaanbieder

B. Gegevens patiënt

b1. Naam (ggz)

b2. Geboortedatum (ggz)

b3. BSN (ggz en fz)

b4. Zorgtrajectnummer (ggz en fz)

b5. Start datum zorgtraject

b6. Verzekerdennummer (ggz)

b7. UZOVI-code (ggz en fz)

b8. Strafrechtsketennummer (fz)

b9. Plaatsingsbesluitnummer (fz)

b10. Begindatum plaatsingsbesluit (fz)

b11. Einddatum plaatsingsbesluit (fz)

b12. Begindatum forensische titel (fz)

b13. Einddatum forensische titel (fz)

C. Gegevens behandeling

c1. Naam regiebehandelaar

c2. AGB-code regiebehandelaar

c3. AGB-code verwijzer

D. Gegevens zorgvraag ggz

d1. DSM-hoofdgroep

d2. DSM-5 classificatie (niet in geval van voormalige bggz)

d3. Gb-ggz profiel (alleen in geval van voormalig bggz)

d4. Zorgvraagtypering Volledig

d5. Zorgvraagtypering Dynamisch

d6. Zorgvraagtypering Dynamisch met volledige HoNOS+ afgenomen

d7. Antwoorden op HoNOS+ vragen

d8. Input in Zorgvraagtyperingsinstrument Dynamisch

d9. Geadviseerde zorgvraagtype

d10. Gekozen zorgvraagtype

d11. Privacyverklaring actief

d12. Wvggz/Wzd historie

d13. Acute ggz historie

d14. Verblijfshistorie

E. Gegevens zorgvraag fz

e1. Recidiverisico

e2. Ernst van het delict(gedrag)

e3. Exceptionele responsiviteit

e4. Zorgvraagtype

e5. DSM-hoofdgroep (fz)

e6. DSM-5 classificatie

F. Gegevens prestatie

f1. Prestatiecode

f2. Prestatie

f3. Uitvoeringsdatum

f4. StarttijdGeplande starttijd consult (alleen ingeval van werkwijze conform 3.13.2 lid 2)

f5. Gedeclareerd tarief (per prestatie)

f6. Naam zorgverlener die de prestatie heeft geleverd

f7. AGB-code zorgverlener die de prestatie heeft geleverd

f8. Beroep zorgverlener die de prestatie heeft geleverd conform de veldnorm (indien zorgverlener geen AGB-code heeft en f7 niet ingevuld kan worden)

f9. Zorglabel

f10. Contractnummer (fz)

HOOFDSTUK 3 REGISTRATIE VERPLICHTINGEN

Artikel 3.1 Algemene Registratieverplichtingen

Lid 1

De zorgaanbieder registreert op grond van deze regeling minimaal voor iedere patiënt alle informatie-elementen als genoemd onder A, B, C en D respectievelijk E in artikel 2.1 Informatie-elementen.

De zorgaanbieder registreert op grond van deze regeling minimaal voor iedere prestatie alle informatie-elementen als genoemd onder F in artikel 2.1 Informatie-elementen.

Lid 2

Op de registratieverplichting in voorgaande lid gelden de volgende uitzonderingen:

  • Informatie-elementen die redelijkerwijs niet aanwezig kunnen zijn, zijn uitgezonderd van deze registratieverplichting.
  • Voor forensische zorg zijn onderstaande informatie-elementen niet verplicht:
    • b1 naam;
    • b2 Geboortedatum;
    • b6 Verzekerdennummer;
    • d1 DSM-hoofdgroep;
    • d2 DSM-5 classificatie (niet voor voormalige bggz);
    • d3 Gb-ggz profiel;
    • d4 Zorgvraagtypering Volledig;
    • d5 Zorgvraagtypering Dynamisch;
    • d6 Zorgvraagtypering Dynamisch met volledige HoNOS+ afgenomen;onoHo
    • d7 Antwoorden op HoNOS+ vragen;
    • d8 input in Zorgvraagtyperingsinstrument Dynamisch;
    • d9 Geadviseerde zorgvraagtype;
    • d10 Gekozen zorgvraagtype;
    • d11 Privacyverklaring actief.
  • Informatie-elementen die redelijkerwijs niet aanwezig kunnen zijn, zijn uitgezonderd van deze registratieverplichting.
  • Voor forensische zorg zijn onderstaande informatie-elementen niet verplicht:
    • b1 naam;
    • b2 Geboortedatum;
    • b6 Verzekerdennummer;
    • d1 DSM-hoofdgroep;
    • d2 DSM-5 classificatie (niet voor voormalige bggz);
    • d3 Gb-ggz profiel;
    • d4 Zorgvraagtypering Volledig;
    • d5 Zorgvraagtypering Dynamisch;
    • d6 Zorgvraagtypering Dynamisch met volledige HoNOS+ afgenomen;onoHo
    • d7 Antwoorden op HoNOS+ vragen;
    • d8 input in Zorgvraagtyperingsinstrument Dynamisch;
    • d9 Geadviseerde zorgvraagtype;
    • d10 Gekozen zorgvraagtype;
    • d11 Privacyverklaring actief.
  • Voor geneeskundige ggz zijn informatie-elementen b8 Strafrechtsketennummer, b9 Plaatsingsbesluitnummer, b10 begindatum plaatsingsbesluit, b11 einddatum plaatsingsbesluit, b12 begindatum forensische titel, b13 einddatum forensische titel en f10 Contractnummer niet verplicht.
  • Voor de verblijfsprestaties, zzp’s en extramurale parameters en de toeslagen zijn f6 Naam zorgverlener die de prestatie heeft geleverd, f7 AGB-code zorgverlener die de prestatie heeft geleverd en f8 Beroep zorgverlener niet verplicht.
  • Voor zzp’s en extramurale parameters zijn informatie-elementen c1 Naam regiebehandelaar, c2 AGB-code regiebehandelaar, c3 AGB-code verwijzer, e1 Recidiverisico, e2 Ernst van het delict(gedrag), e3 Exceptionele responsiviteit, e4 Zorgvraagtype, e5 DSM-hoofdgroep (fz), e6 DSM-5 classificatie niet verplicht.
  • Informatie-element d2 DSM-5 classificatie hoeft in de basis ggz niet geregistreerd te worden op grond van deze regeling.
  • Informatie-element d1 DSM-hoofdgroep en d2 DSM-5 classificatie worden op grond van artikel 3.1 lid 1 per patiënt geregistreerd. Als aan de betreffende patiënt alleen consulten diagnostiek zijn geleverd hoeven d1 DSM-hoofdgroep en d2 DSM-5 classificatie (resp. e5 en e6 in de FZ) niet te worden geregistreerd.
  • Voor informatie-element d1 DSM-hoofdgroep en d2 DSM-5 classificatie (resp. e5 en e6 in de FZ) geldt dat als er nog geen diagnose kan worden vastgesteld er een voorlopige diagnose wordt geregistreerd.
  • In 2022 wordt voor het registreren onderstaande informatie elementen met betrekking tot de zorgvraag typering een ingroeimodel gehanteerd. Tijdens het ingroeimodel is het registreren van deze informatie elementen niet per direct verplicht voor patiënten die al in behandeling waren bij de zorgaanbieder voor 2022. Deze bestaande patiënten worden op logische momenten in het behandelproces getypeerd. Voor nieuwe patiënten geldt deze uitzondering niet.
    • d4 Zorgvraagtypering Volledig;
    • d5 Zorgvraagtypering Dynamisch;
    • d6 Zorgvraagtypering Dynamisch met volledige HoNOS+ afgenomen;
    • d7 Antwoorden op HoNOS+ vragen;
    • d8 input in Zorgvraagtyperingsinstrument Dynamisch;
    • d9 Geadviseerde zorgvraagtype;
    • d10 Gekozen zorgvraagtype;
    • d12. Wvggz/Wzd historie;
    • d13. Acute ggz historie;
    • d14. Verblijfshistorie;
    • e1 Recidiverisico;
    • e2 Ernst van het delict(gedrag);
    • e3 Exceptionele responsiviteit;
    • e4 Zorgvraagtype.

Artikel 3.2 Registratieverplichtingen verantwoording consulten

Lid 1

De zorgaanbieder registreert het consult op basis van de werkelijke tijd die de zorgverlener heeft besteed aan het contact.

Lid 2

De zorgaanbieder mag afwijken van de hoofdregel in lid 1 en op een eigen manier invulling geven aan het registreren van de werkelijk bestede tijd aan het contact als de eigen invulling conform de veldafspraak in het zorgprestatiemodel plaatsvindt. Dit geldt ook voor groepsconsulten. De zorgaanbieder toetst periodiek, maar minimaal 1 keer per jaar, of de gehanteerde invulling een goede benadering is van de werkelijk bestede tijd. Als op deze wijze wordt gewerkt diedient informatie element f4. Starttijd consult te worden geregistreerd.

Artikel 3.3 Registratieverplichtingen zorgvraag GGZ

Lid 1

De zorgaanbieder registreert of hij werkt met d4 Zorgvraagtypering Volledig of met d5 Zorgvraagtypering Dynamisch

Lid 2

De zorgaanbieder registreert indien wordt gewerkt met het Zorgvraagtypering Volledig de informatie-elementen:

d4. Zorgvraagtypering Volledig;

d7. Antwoorden op HoNOS+ vragen;

d9. Geadviseerde zorgvraagtype;

d10. Gekozen zorgvraagtype.

Lid 3

De zorgaanbieder registreert indien wordt gewerkt met de Zorgvraagtypering Dynamisch de informatie-elementen:

d5. Zorgvraagtypering Dynamisch;

d6. Zorgvraagtypering Dynamisch met volledige HoNOS+ afgenomen (indien van toepassing);

d8. input in Zorgvraagtyperingsinstrument Dynamisch;

d9. Geadviseerde zorgvraagtype;

d10. Gekozen zorgvraagtype.

Lid 4

De onderstaande informatie-elementen worden op grond van artikel 3.1 lid 1 per patiënt geregistreerd. Als aan de betreffende patiënt alleen consulten diagnostiek zijn geleverd hoeven onderstaande informatie-elementen niet te worden geregistreerd:

d4. Zorgvraagtypering Volledig;

d5. Zorgvraagtypering Dynamisch;

d6. Zorgvraagtypering Dynamisch met volledige HoNOS+ afgenomen;

d7. Antwoorden op HoNOS+ vragen;

d8. Input in Zorgvraagtyperingsinstrument Dynamisch;

d9. Geadviseerde zorgvraagtype;

d10. Gekozen zorgvraagtype.

Artikel 3.4 Registratieverplichtingen zorgtraject ggz

De zorgaanbieder bepaalt een zorgtrajectnummer als een patiënt in zorg komt. Het zorgtraject krijgt als openingsdatum de uitvoeringsdatum van de eerste prestatie. De zorgaanbieder koppelt het zorgtrajectnummer aan alle ggz prestaties voor die patiënt geleverd door de zorgaanbieder tot het moment waarop de zorgverlener en/of patiënt de behandeling afsluiten. Bij terugval/recidive binnen een jaar na het laatste consult moet hetzelfde zorgtrajectnummer opnieuw worden gebruikt.

Artikel 3.5 Registratieverplichtingen zorgtraject FZ

De indicatiesteller fz bepaalt een zorgtrajectnummer. Het zorgtraject krijgt als openingsdatum de datum waarop de indicatie is vastgesteld. De zorgaanbieder ontvangt dit zorgtrajectnummer via het plaatsingsbesluit en registreert het zorgtrajectnummer bij alle fz prestaties die aan de betreffende patiënt worden geleverd.

Artikel 3.6 Registratieverplichtingen zorglabel

De zorgaanbieder registreert het zorglabel indien het een verplicht zorglabel betreft en het van toepassing is op de betreffende prestatie.

In Bijlage 2 bij deze regeling is een overzicht opgenomen van de publieke zorglabels. Bijlage 2 is een integraal onderdeel van deze regel. De private zorglabels zijn beschikbaar op de website van de NZa als informatieproduct.

HOOFDSTUK 4 INFORMATIE VERPLICHTINGEN

Artikel 4.1 Informatieverplichtingen bij declaratie

Lid 1

Bij de declaratie worden de informatie-elementen die op grond van hoofdstuk 3 Registratie verplichtingen zijn geregistreerd vermeld.

Lid 2

Uitgezonderd van de verplichting in lid 1 van dit artikel zijn de volgende informatie-elementen:

b3. BSN (voor zover het fz betreft);

d1. DSM-hoofdgroep (voor zover het zorg betreft die als voormalige bggz kwalificeert);

d2. DSM-5 classificatie;

d6. Zorgvraagtypering Dynamisch met volledige HoNOS+ afgenomen;

d7. Antwoorden op HoNOS+ vragen;

d8. Input in Zorgvraagtyperingsinstrument Dynamisch;

d9. Geadviseerde zorgvraagtype;

d12. Wvggz/Wzd historie;

d13. Acute ggz historie;

d14. Verblijfshistorie;

e1. Recidiverisico;

e2. Ernst van het delict(gedrag);

e3. Exceptionele responsiviteit;

e6. DSM-5 classificatie;

f6. Naam zorgverlener die de prestatie heeft geleverd, onder de voorwaarden dat het een electronischeelektronische declaratie is en informatie-element f7AGB-code zorgverlener die de prestatie heeft geleverd’ is ingevuld.

Artikel 4.2 Informatieverplichtingen aan de NZa

Lid 1 Informatieverplichting Zorgprestatiemodel

De zorgaanbieder levert gelijktijdig of direct na het moment van declaratie minimaal de informatie-elementen die op grond van hoofdstuk 3 Registratie verplichtingen zijn geregistreerd aan de NZa aan.

Lid 2

Informatie element b3 BSN wordt voor aanlevering als bedoeld in lid 1 gepseudonimiseerd.

Lid 3

Uitgezonderd van de verplichting in lid 1 van dit artikel zijn de volgende informatie-elementen:

b1. Naam;

b6. Verzekerdennummer;

b9. Plaatsingsbesluitnummer (fz);

b10. Begindatum plaatsingsbesluit (fz);

b11. Einddatum plaatsingsbesluit (fz);

b12. Begindatum forensische titel (fz);

b13. Einddatum forensische titel (fz);

c1. Naam regiebehandelaar;

d2. DSM-5 classificatie (ggz);

d7. Antwoorden op HoNOS+ vragen;

d9. Geadviseerde zorgvraagtype;

d10. Gekozen zorgvraagtype;

d12. Wvggz/Wzd historie;

d13. Acute ggz historie;

d14. Verblijfshistorie;

e1. Recidiverisico;

e2. Ernst van het delict (gedrag);

e3. Exceptionele responsiviteit;

e6. DSM-5 classificatie (fz);

f4. Starttijd consult;

f6. Naam zorgverlener die de prestatie heeft geleverd.

f10. Contractnummer (fz);

Lid 4 Periodieke aanlevering zorgvraagtypering Zorgvraagtypering

De zorgaanbieder levert halfjaarlijks, conform de Gegevensaanleverstandaard een overzicht van de volgende informatie elementen:

d1. DSM-hoofdgroep;

d3. Gb-ggz profiel;

d4. Zorgvraagtypering Volledig;

d5. Zorgvraagtypering Dynamisch;

d6. Zorgvraagtypering Dynamisch met volledige HoNOS+ afgenomen;

d7. Antwoorden op HoNOS+ vragen;

d8. Input in Zorgvraagtyperingsinstrument Dynamisch;

d9. Geadviseerde zorgvraagtype;

d10. Gekozen zorgvraagtype;

d11. Privacyverklaring actief;

d12. Wvggz/Wzd historie;

d13. Acute ggz historie;

d14. Verblijfshistorie;

e1. Recidiverisico, indien fz;

e2. Ernst van het delict (gedrag), indien fz;

e3. Exceptionele responsiviteit, indien fz;

e4. Zorgvraagtype;

e5. DSM-hoofdgroep (fz);

f1. Prestatiecodes in aggregatie, zie GA standaard Bzoals uitgewerkt in de Gegevens Aanleverstandaard Zorgvraagtypering.

Artikel 4.3 Uitzondering in geval van privacy bezwaren ggz

De InformatieverplichtingInformatieverplichtingen als genoemd in artikel 4.1 lid 1 en artikel 4.2, lid 1 en 4 blijft, blijven in geval van ggz buiten toepassing op de in dit lid genoemde informatie elementen. Dit indien op initiatief van de patiënt en de zorgaanbieder gezamenlijk een privacyverklaring is ondertekend overeenkomstig het Format Privacyverklaring te vinden op de NZa website. De zorgaanbieder houdt de privacyverklaring in zijn administratie en stelt die op verzoek van de zorgverzekeraar beschikbaar. Bijbehorend informatie element is d11. Privacyverklaring actief.

Het betreft de volgende informatie-elementen:

d1. DSM-hoofdgroep,

d7. Antwoorden op HoNOS+ vragen

d8. Input in Zorgvraagtyperingsinstrument Dynamisch

d9. Geadviseerde zorgvraagtype

d10. Gekozen zorgvraagtype

d12. Wvggz/Wzd historie

d13. Acute ggz historie

d14. Verblijfshistorie

e1. Recidiverisico, indien fz

e2. Ernst van het delict (gedrag), indien fz

e3. Exceptionele responsiviteit, indien fz

e4. Zorgvraagtype

e5. DSM-hoofdgroep (fz)

f1. Prestatiecodes (in aggregatie, zie GA standaard B).

Artikel 4.4 Registratie ten behoeve van aanlevering productiviteit

De zorgaanbieder registreert ten behoeve van periodieke aanlevering aan de NZa onderstaande informatie:

  • AGB-codes waarop de productie van de aanbieder is geleverd;
  • Omzetverhoudingen over verschillende financieringsstromen (te weten: Zvw, Wfz, Jeugdwet, Wlz, Wmo, overig) in 2021 en 2022;
  • Gefactureerde euro’s voor behandelend personeel niet in loondienst, voor zowel 2021 als 2022;
  • De verhouding van gefactureerde euro’s voor behandelend personeel niet in loondienst ten opzichte van personele kosten van behandelaren in loondienst, voor zowel 2021 als 2022;
  • Voor elke BIG-categorie over zowel 2021 als 2022:
    • het aantal verloonde uren;
    • het aantal uren verzuim;
    • het aantal uren verlof;
    • het aantal uren wel verloond, maar niet gewerkt.

De zorgaanbieder levert op verzoek van de NZa bovenstaande informatie aan de NZa via het beschikbare aanleversjabloon. Een verzoek om deze informatie zal de NZa per brief aan de betreffende zorgaanbieder doen.

HOOFDSTUK 5 OVERIGE VERPLICHTINGEN

Artikel 5.1 Administratieverplichting

De administratieve organisatie is zodanig ingericht dat een audittrail mogelijk is. De NZa en de zorgverzekeraar moeten altijd de mogelijkheid hebben om de registratie op juistheid te controleren, met het oog op artikel 36 van de Wmg, hoofdstuk 7 van de Regeling zorgverzekering en de Nadere regel controle en administratie zorgverzekeraars.

Artikel 5.2 Voorschriften en beperkingen in de tariefbeschikking

In de tarief beschikking neemt de NZa op grond van artikel 50 lid 3 Wmg de onderstaande voorschriften en /of beperkingen op als declaratie voorwaarde:

Het tarief voor een prestatie is niet hoger dan het NZa maximumtarief dat op de uitvoeringsdatum van de prestatie gold volgens de tariefbeschikking. Het max-max tarief is een vorm van een maximum tarief zoals genoemd in dit artikel.

Bij declaratie moeten c1 Naam Regiebehandelaar en c2 AGB-code regiebehandelaar vermeld zijn.

HOOFDSTUK 6 SLOTBEPALINGEN

Artikel 6.1 Intrekking oude regelingen

Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze regeling worden de volgende regelingen ingetrokken.

  • Regeling Gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg met kenmerk NR/REG-2113a
  • Regeling Generalistische basis-ggz met kenmerk NR/REG-2114a
  • Regeling Dbbc's, zzp's en extramurale parameters forensische zorg met kenmerk NR/REG-2119

Verder wordt ingetrokken de al wel vastgestelde, maar nog niet in werking getreden Regeling geestelijke gezondheidszorg en forensische zorg, met kenmerk NR/REG-2214.

Artikel 6.2 Overgangsbepaling en inwerkingtreding

De regelingen:

  • Gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg met kenmerk NR/REG-2113a;
  • Generalistische basis-ggz met kenmerk NR/REG-2114a;
  • Dbbc's, zzp's en extramurale parameters forensische zorg met kenmerk NR/REG-2119;

blijven van toepassing op gedragingen (handelen en nalaten) van zorgaanbieders die onder de werkingssfeer van die regeling vielen en die zijn aangevangen - en al dan niet beëindigd - in de periode dat die regeling gold.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2022. Deze regeling wordt bekendgemaakt door plaatsing in de Staatscourant op grond van artikel 20, tweede lid, onderdeel a, van de Wmg.

Artikel 6.3 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling geestelijke gezondheidszorg en forensische zorg.

De Nederlandse Zorgautoriteit,

dr. M.J. Kaljouw

voorzitter Raad van Bestuur

Toelichting

Artikelsgewijs

Toelichting artikel 2.1 Informatie-elementen

c1 en c2. Regiebehandelaar

In het kwaliteitsstatuut wordt onderscheid gemaakt tussen een indicerend en coördinerend regiebehandelaar. Bij de velden c1 en c2 wordt de op het moment van declareren relevante regiebehandelaar ingevuld in lijn met de veldafspraken rondom het zorgprestatiemodel.

d1 en d2. DSM-hoofdgroep en DSM-5 classificatie

Het nieuwe systeem van zorgvraagtypering moet de functies van de DSM-diagnosehoofdgroep gaan overnemen na een transitiefase van twee jaar. Deze transitiefase is bedoeld om de overgang van de huidige typering maar de nieuwe typering te kunnen faciliteren. Na deze periode van twee jaar zal de NZde verplichting dat de DSM-hoofdrgroep op de factuur vermeld moet worden schrappen dit conform de advies aanvraag aan de Autoriteit Persoonsgevens

e5 en e6. DSM-hoofdgroep (fz) en DSM-5 classificatie

Zie toelichting bij d1 en d2

f9. Zorglabel

Het zorglabel maakt het mogelijk om meer informatie te koppelen aan een prestatie. Een prestatie kan meerdere labels hebben. Technisch gezien moet er dus ruimte zijn in de prestatie om meerdere labels toe te voegen. Daarnaast kunnen partijen onderling afspraken maken over labels die zij graag willen toevoegen aan deze lijst. De NZa zal deze verzoeken mits gezamenlijk ingediend zonder inhoudelijke toetsing aan de lijst toevoegen. De lijst met zorglabels wordt als bijlage bij deze regeling opgenomen.

Soms is er de wens om binnen een stroom aan vergelijkbare prestaties bepaalde prestaties te onderscheiden; bijvoorbeeld in het kader van een nieuwe behandeltechniek, bijzondere contractvoorwaarden of overgang vanuit de Jeugdwet. De zorgaanbieder kan dan het zorglabel toevoegen aan een prestatie, zodat deze informatie in de verdere keten duidelijk is.

d3. gb-ggz profielen

In lijn met de overgangsperiode voor de DSM iformatieinformatie is de afsrpaakafspraak gemaakt dat ook de basis ggz profielen gedurende een transiteitperiodetransitieperiode van 2 jaar geregistreerd blijven worden. Voor zorg die voorheen onder de basis ggz zou vallen wordt in plaats van de DSM-hoofdgroep het gb –ggz profiel bij de declaratie vermeld. De gb ggz profielen zijn gebruikt als prestatie indeling in de voormalige basis ggz en zijn gebaseerd op het document “Generalistische Basis GGZ Verwijsmodel en productbeschrijvingen”. De basis ggz profielen zijn


Basis ggz profielen
Onvolledig behandeltraject
Basis ggz kort
Basis ggz middel
Basis ggz intensief
Basis ggz Chronisch

Toelichting artikel 3.1 Algemene Registratieverplichtingen

Bij Artikel 3.1 tweede lid, eerste gedachtestreepje (Informatie-elementen die redelijkerwijs niet aanwezig kunnen zijn, zijn uitgezonderd van deze registratieverplichting) kan gedacht worden aan informatie elementen die ontbreken als gevolg van de spoedeisendheid van de zorgvraag. Denk hierbij als voorbeeld aan het niet geregistreerd zijn van de zorgvraagtypering in geval er aan de patiënt alleen een kort Consult Acute ggz binnen budget is geleverd.

Toelichting artikel 3.4 Registratieverplichtingen zorgtraject ggz

Het zorgtraject in de ggz start zodra een patiënt zich met een geestelijke gezondheidszorg vraag meldt bij een zorgaanbieder.

Een zorgtraject omvat alle zorg die voor de zorgvraag van de patiënt wordt geleverd binnen de Zvw, (ongeacht diagnose of zorgtypering) bij de betreffende zorgaanbieder. Een zorgtraject eindigt zodra de zorgverlener en/of patiënt de behandeling afsluiten (binnen de Zvw), dus ook bij overgang naar Wlz etc.). Bij een chronische zorgvraag waarbij contactmomenten soms verspreid zijn over de tijd, wordt het traject gesloten een jaar na het laatste geleverde consult.

Bij terugval/recidive binnen een jaar na het laatste geleverde consult moet hetzelfde zorgtrajectnummer opnieuw worden gebruikt.

Een nieuwe verwijzing is een belangrijke indicator dat er sprake is van een nieuwe zorgvraag en een nieuw te openen zorgtraject.

Er staat maximaal één zorgtrajectnummer per patiënt tegelijk open bij een zorgaanbieder. Een patiënt kan wel bij meerdere zorgaanbieders een zorgtrajectnummer hebben openstaan.

Toelichting artikel 3.5 Registratieverplichtingen zorgtraject FZ

Het zorgtrajectnummer fz gaat via het plaatsingsbesluit ook mee naar een volgende zorgaanbieder dus tot de forensische titel afloopt en/of de behandeling wordt afgesloten. Bij een herindicatie bepaalt de indicatiesteller of de zorgvraag zodanig is veranderd dat een nieuw zorgtrajectnummer nodig is.

Het zorgtraject in de fz start zodra een patiënt door de indicatiesteller een indicatie krijgt voor forensische zorg. Het zorgtrajectnummer wordt voor alle type forensische zorg afgegeven.

Een zorgtraject omvat alle zorg die voor de zorgvraag van de patiënt wordt geleverd binnen de fz, (ongeacht diagnose of zorgtypering) gedurende de looptijd van de forensische titel en/of het behandeltraject. Een zorgtraject eindigt zodra de behandeling wordt afgesloten of overgaat naar een andere financieringsvorm.

Er kan dus maar maximaal één zorgtrajectnummer per patiënt tegelijk open staan binnen de forensische zorg. Een patiënt kan wel bij meerdere zorgaanbieders een zorgtrajectnummer hebben openstaan, bijvoorbeeld wanneer deze ook (nog) Zvw zorg krijgt.

Toelichting artikel 4.1 Informatieverplichtingen bij declaratie

Met name in de ggz bevat de factuur informatie-elementen voor zowel patiënt als verzekeraar. Dit is omdat de factuur voor zowel patiënt als verzekeraar voldoende informatie moet bevatten. Voor de patiënt is bijvoorbeeld de naam van de zorgverlenerregiebehandelaar relevant voor de verzekeraar de AGB-code van de zorgverlenerregiebehandelaar. Omdat een factuur ook via de patiënt bij de verzekeraar kan worden ingediend, is het voor de ggz verplicht om beide elementen op de factuur te hebben staan.

BIJLAGEN bij deze regeling

  • Bijlage 1: Tabel NZa DSM-hoofgroep
  • Bijlage 2: Zorglabels Publiek
  • Bijlage 3: Zorgvraagtypes fz
  • Bijlage 4: Zorgvraagtyperingsinstrument fz
  • Bijlage 5: Zorgvraagtypes ggz
  • Bijlage 6: Zorgvraagtyperingsinstrument volledig (ggz)