Onderwerp: Bezoek-historie

Nadere Regel Verantwoording bbaz 2020 compartiment 3 - NR/REG-2034
Vaststellingsdatum:11-05-2021Geldigheid:01-01-2020 t/m 31-12-2020Status: Was geldig

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Gelet op de artikelen 61, 62 en 68, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), is de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) bevoegd tot het stellen van regels op het gebied van informatie die benodigd is om de beschikbaarheidbijdrage academische zorg (bbaz) te kunnen vaststellen.

1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Academische zorg:

Het uitvoeren van topreferente zorg en innovatieve zorg, en de ontwikkeling van nieuwe vormen van diagnostiek en behandeling. De omschrijving van academische zorg is opgenomen in onderdeel B van de bijlage bij het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG (Stb. 2012, 396).

Beschikbaarheidbijdrage:

Een bijdrage als bedoeld in artikel 56a van de Wmg.

Beschikbaarheidbijdrage academische zorg (BBAZ):

Een beschikbaarheidbijdrage zoals bedoeld in de Beleidsregel Beschikbaarheidbijdrage academische zorg 2020.

Ontvangers

De ontvangers van de bbaz die op basis van de toegangscriteria zoals opgenomen in artikel 5 van de beleidsregel beschikbaarheidbijdrage academische zorg 2020 recht hebben op een beschikbaarheidbijdrage.

Ontwikkeling en Innovatie

Ontwikkeling en Innovatie hebben betrekking op het bedenken, uitproberen, systematisch uittesten en verspreiden van nieuwe behandelingen en vormen van diagnostiek. Het betreft uitsluitend die vormen van ontwikkeling en innovatie die steunen op fundamenteel wetenschappelijk onderzoek.

Vast deel bbaz

Het vaste deel van de bbaz is het deel van de beschikbaarheidbijdrage dat de kosten dekt voor het in stand houden van de kennis en infrastructuur voor het continue kunnen leveren van academische zorg.

2 Doel van de regeling

Deze regeling beoogt om op transparante wijze vast te leggen welke gegevens de ontvangers van de beschikbaarheidbijdrage academische zorg (bbaz) uit compartiment 3 dienen te verstrekken aan de NZa en hoe zij deze gegevens aan de NZa verstrekken. Deze regeling heeft uitsluitend betrekking op de ontvangers van de beschikbaarheidbijdrage academische zorg uit compartiment 3 zoals gedefinieerd in artikel 5.2 van de Beleidsregel Beschikbaarheidbijdrage academische zorg 2020.

De regeling legt vast op welke wijze de ontvangers van de bbaz voor compartiment 3 zich dienen te verantwoorden over het jaar 2020.

3 Reikwijdte

Deze regeling is van toepassing op de ontvangers van de beschikbaarheidbijdrage academische zorg uit compartiment 3 zoals gedefinieerd in de Beleidsregel Beschikbaarheidbijdrage academische zorg 2020 – BR/REG-20148.

4 Te verstrekken informatie

4.1 Procedure

De procedure voor het verantwoordingsjaar 2020 is als volgt:

  1. Uiterlijk 31 mei 2021: de ontvanger levert de informatie zoals opgenomen in artikel 4.2.1 aan de NZa aan.

  2. Uiterlijk 1 oktober 2021: de NZa stelt de bbaz 2020 formeel vast conform de beleidsregel Beschikbaarheidbijdrage academische zorg 2020.

4.2 Verantwoording

De jaarlijkse verantwoording voor de ontvangers van de bbaz in compartiment 3 heeft uitsluitend betrekking op het vaste deel van de beschikbaarheidbijdrage academische zorg. De verantwoording ziet daarom uitsluitend toe op het onderdeel:

 

Ontwikkeling en Innovatie

4.2.1 Verantwoording ontwikkeling en innovatie

De verantwoording van ontwikkeling en innovatie (O&I) ziet er als volgt uit:

1. De ontvanger levert uiterlijk 31 mei 2021 de volgende gegevens aan:

Kwantitatief

  1. Een specificatie van de kosten voor ontwikkeling en innovatie betrekking hebbend op 2020, onderverdeeld naar de categorieën zoals opgenomen in het verantwoordingsformulier in de bijlage van deze nadere regel:

    i. Personeelskosten

    ii. Overige personeelskosten

    iii. Facilitair

    iv. Materiële kosten

    v. Kapitaallasten

Kwalitatief

  1. Een inhoudelijke omschrijving van de onderzoeksgebieden en activiteiten die gedurende het jaar zijn uitgevoerd uit hoofde van de bbaz, uitgesplitst naar de thema's die opgenomen in de oorspronkelijke begroting van de ontvanger. Deze kwalitatieve toelichting dient te worden opgenomen in een separaat document.

  2. Een inhoudelijke toelichting bij 'significante afwijkingen'. In het geval dat op het niveau van de hoofdcategorieën zoals opgenomen in het verantwoordingsformulier afwijkingen ten opzichte van de begroting voorkomen van meer dan 10% dient een inhoudelijke toelichting te worden opgenomen over de aard van deze afwijkingen.

2. De NZa stelt vast dat elke ontvanger de informatie compleet heeft aangeleverd.

3. Indien blijkt dat de beschikbaar gestelde middelen niet volledig kunnen worden verantwoord behoudt de NZa zich het recht voor de niet bestede middelen terug te vorderen.

5 Normenkader bij het verantwoordingsformulier

 

Het verantwoordingsformulier is opgenomen als bijlage bij dit document en dient gebruikt te worden bij de verantwoording. De ontvanger is verantwoordelijk voor het opstellen van de verantwoording en neemt hierbij de volgende punten in acht:

  1. De kosten die in de verantwoording zijn opgenomen dienen betrekking te hebben op het jaar 2020.

  2. De kosten die in de verantwoording zijn opgenomen dienen betrekking te hebben op onderzoek of innovatie.

  3. De kosten in de verantwoording dienen te worden opgenomen op basis van de gerealiseerde kosten1 met uitzondering van de volgende kostenposten:

    • Overige personeelskosten; voor de overige personeelskosten dient een opslag van 3% op de verantwoorde personeelskosten2 te worden opgenomen in het formulier.

    • Facilitair; voor de categorie facilitair dient de ontvanger een percentage van de door de NZa goedgekeurde begroting toe te rekenen aan de bbaz. De begroting en het percentage dat hiervoor als uitgangspunt moet worden gebruikt dient de ontvanger jaarlijks af te stemmen met de NZa.

    • Materiële kosten; Onder de post materiële kosten dient de ontvanger, naast de gerealiseerde kosten, een post op te nemen voor standaard ICT werkplekken. Hiervoor dient de ontvanger een bedrag op te nemen ter hoogte van 5,1% van de personeelskosten.

    • Kapitaallasten; Voor de kapitaallasten dient de ontvanger een percentage van de door de NZa goedgekeurde begroting toe te rekenen aan de bbaz. De begroting en het percentage dat hiervoor als uitgangspunt moet worden gebruikt dient de ontvanger jaarlijks af te stemmen met de NZa.

  4. Van de gerealiseerde kosten is het de ontvanger niet toegestaan om kosten op te nemen die reeds vergoed worden via een andere subsidie- of overige opbrengstenstroom.

6 Controleverklaring bij het formulier

Bij het verantwoordingsformulier zoals gespecificeerd in paragraaf 4.2.1.1. onder a dient de ontvanger een controleverklaring aan te leveren zoals gespecificeerd in het Controleprotocol Beschikbaarheidbijdrage academische zorg – Compartiment 3.

7 Bekendmaking en inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin de regeling ingevolge artikel 20, tweede lid, onderdeel a, van de Wmg wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2020.

8 Citeerregel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling verantwoording bbaz 2020 compartiment 3.

De Nederlandse Zorgautoriteit,

dr. M.J. Kaljouw

voorzitter Raad van Bestuur

Naar boven