Onderwerp: Bezoek-historie

Prestatie- en tariefbeschikking medisch-specialistische zorg TB/REG-22613-01
Vaststellingsdatum:26-04-2021Geldigheid:01-01-2022 t/m 31-12-2022Status: Toekomstig geldig

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

PRESTATIE- EN TARIEFBESCHIKKING MEDISCH-SPECIALISTISCHE ZORG 2022

 

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft met inachtneming van Hoofdstuk 4, paragrafen 4.2 en 4.4, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg),

en meer in het bijzonder:

de artikelen 35, 50, eerste lid, onderdelen a, c en d, 52, aanhef en onder e, 53, aanhef en onder b, van de Wmg,

alsmede de beleidsregel:

  • Prestaties en tarieven medisch-specialistische zorg, kenmerk BR/REG-22114 (hierna: de beleidsregel);

en de nadere regel:

  • Regeling medisch-specialistische zorg, kenmerk NR/REG-2207 (hierna: de regeling);

besloten:

dat rechtsgeldig

door aanbieders van:

  1. medisch-specialistische zorg;
  2. geriatrische revalidatiezorg;
  3. gespecialiseerde mondzorg zoals kaakchirurgen die bieden;

 

aan:

  • zorgverzekeraars, en
  • (niet-)verzekerden1

 

de volgende prestaties:

  • Dbc-zorgproducten zoals opgenomen in bijlage 1 bij de Regeling medisch-specialistische zorg;
  • Overige zorgproducten zoals opgenomen in bijlage 4 bij de Regeling medisch-specialistische zorg, waartoe o.a. behoren:
    • Facultatieve prestaties medisch-specialistische zorg;
    • Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren die bij afzonderlijke beschikking als zodanig zijn vastgesteld en zijn opgenomen in de G-standaard;

 

en de volgende tarieven:

  • de tarieven genoemd in de ‘Tarieventabel dbc-zorgproducten en overige zorgproducten per 1 januari 2022’, die als bijlage deel uitmaakt van deze beschikking;
  • de tarieven behorende bij add-ongeneesmmiddelen en ozp-stollingsfactoren zoals genoemd in de G-standaard;

 

in rekening mogen worden gebracht.

Overig

Voor een uitleg of definitie van de in deze beschikking gehanteerde begrippen wordt verwezen naar de begripsbepalingen in artikel 1 van de beleidsregel en artikel 1 van de regeling.

De in deze beschikking genoemde bijlagen en de tarieventabel zijn te raadplegen en te downloaden via de website van de NZa.

Voor de bijlagen zie: https://puc.overheid.nl/nza/ → zoekterm BR/REG-22114 of NR/REG-2207 à bijlage.

Voor de tarieventabel zie: https://puc.overheid.nl/nza/ →TB/REG-22613-01 à Tarieventabel dbc-zorgproducten en overige zorgproducten per 1 januari 2022.

Voorwaarden, voorschriften en beperkingen
Ten aanzien van het hierboven gestelde gelden de navolgende voorwaarden, voorschriften en/of beperkingen:

 

  1. De tarieven die op grond van deze beschikking in rekening worden gebracht, zijn integrale tarieven.
     
  2. Een zorgaanbieder, hierboven genoemd onder een van de nummers 1 tot en met 3, die valt onder de definitie van solist, brengt de in deze beschikking genoemde (integrale) tarieven slechts in rekening, indien hij in het bezit is van een door de NZa afgegeven individuele beschikking als bedoeld in artikel 16 van de beleidsregel, respectievelijk artikel 31, lid 3, van de regeling.
     
  3. Om rechtsgeldig prestaties en tarieven op grond van deze beschikking in rekening te kunnen brengen, moeten zorgaanbieders ook kwalificeren als ‘eigen zorgverlener’ als bedoeld in artikel 1, onderdeel m, van de regeling.
     
  4. De (integrale) tarieven die op grond van deze beschikking in rekening worden gebracht, zijn maximumtarieven, als bedoeld in artikel 50, eerste lid, onder c, van de Wmg, voor zover betrekking hebbend op geleverde zorgprestaties in het gereguleerde segment (A-segment), en zijn vrije tarieven, als bedoeld in artikel 50, eerste lid, onder a, van de Wmg, voor zover betrekking hebbend op geleverde zorgprestaties in het vrije segment (B-segment).
     
  5. De maximumtarieven die op grond van deze beschikking voor prestaties  in het gereguleerde segment in rekening worden gebracht (met uitzondering van de add-on geneesmiddelen, ozp-stollingsfactoren, en een beperkte set prestaties die op grond van de tarieven in de eerste lijn, in de gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg en in de forensische zorg van een tarief worden voorzien), kunnen met ten hoogste 10% worden verhoogd indien hieraan een schriftelijke overeenkomst tussen de betreffende zorgaanbieder en zorgverzekeraar ten grondslag ligt. Een max-max tarief wordt alleen in rekening gebracht aan: 
    - de ziektekostenverzekeraar met wie het verhoogde maximumtarief is overeengekomen, of
    - de verzekerde ten behoeve van wie een zorgverzekering is gesloten bij een zorgverzekeraar met wie een zodanig maximumtarief schriftelijk is overeengekomen.
     
  6. Op tarieven die betrekking hebben op dbc-zorgproducten en/of overige zorgproducten, die vóór 1 januari 2022 zijn geopend, maar na 1 januari 2022 in rekening worden gebracht (de zgn. overloop dbc’s 2021-2022), is de tariefbeschikking van 1 september 2020 met kenmerk TB/REG-21608-02, inclusief de daarin opgenomen voorwaarden, voorschriften en beperkingen, van toepassing.
     
  7. Dbc-zorgproducten voor gespecialiseerde brandwondenzorg (dbc-zorgproductcodes 979004001 t/m 979004017) worden uitsluitend in rekening gebracht door instellingen die een beschikbaarheidbijdrage als bedoeld in artikel 56a van de Wmg voor brandwondenzorg hebben ontvangen voor het beschikbaar hebben van deze specifieke vorm van zorg.
     
  8. Dbc-zorgproducten voor complex chronische longaandoeningen (dbc-zorgproductcodes 990022034 t/m 990022085) worden uitsluitend in rekening gebracht door derdelijns longcentra (categorale instellingen voor long-astmazorg): Centrum voor Revalidatie UMCG locatie Beatrixoord te Haren, CIRO Expertisecentrum voor Chronisch Orgaanfalen, Radboudumc Dekkerswald, Revant centrum complex chronisch longfalen te Breda, Merem Behandelcentra te Hilversum en stichting MC Astmacentrum (eigenaar Nederlands Astmacentrum Davos).
     
  9. De declaratiebepalingen (voorschriften, voorwaarden of beperkingen) opgenomen in  de beleidsregel, respectievelijk de regeling, zijn - voor zover niet in deze beschikking genoemd - onverkort van toepassing op zorgaanbieders die op grond van deze beschikking prestaties en tarieven in rekening brengen.

Inwerkingtreding

Deze beschikking treedt in werking op 1 januari 2022 en vervalt op 1 januari 2023.

Met inachtneming van artikel 20, tweede lid, onderdeel d, van de Wmg, zal deze tariefbeschikking in de Staatscourant worden gepubliceerd.

Bezwaar en beroep

Indien u het niet eens bent met dit besluit dan kunt u binnen zes weken na bekendmaking van dit besluit een bezwaarschrift indienen bij de Nederlandse Zorgautoriteit. U kunt uw bezwaar indienen: via de website (www.nza.nl/bezwaar), per post of per fax. Het is niet mogelijk uw bezwaar via de e-mail in te dienen.

 

Adres: 

Nederlandse Zorgautoriteit

t.a.v. unit Juridische Zaken

Postbus 3017

3502 GA  UTRECHT

(In de linkerbovenhoek van de envelop vermeldt u:   Bezwaarschrift)

Fax:        030 – 296 82 96

 

Het bezwaar dient volgens artikel 6:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht schriftelijk en ondertekend te worden ingediend en dient ten minste de volgende gegevens bevatten:

  • naam en adres van de indiener;
  • de dagtekening;
  • een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar zich richt;
  • de gronden (onderbouwing) van het bezwaar.

 

Wij verzoeken u een kopie van dit besluit bij te voegen.

 

Hoogachtend,

Nederlandse Zorgautoriteit

 

J. J. Kram

unitmanager Tweedelijns Somatische Zorg

Toelichting

 

In deze beschikking is aangegeven welke zorgaanbieders met ingang van 1 januari 2022 gerechtigd zijn de Wmg-prestaties en -tarieven, zoals genoemd in deze beschikking, in rekening te brengen. Daarmee is de reikwijdte van deze beschikking afgebakend. Met de invoering van integrale tarieven per 1 januari 2015 is het declaratierecht van dbc-zorgproducten en overige zorgproducten voorbehouden aan twee soorten zorgaanbieders, te weten: instellingen en solisten. In de regelgeving van de NZa worden instellingen en solisten samengevoegd onder de noemer, c.q. het verzamelbegrip, ‘zorgverlener’. Het begrip zorgverlener heeft in andere wetten en regelingen een andere betekenis. Veelal wordt daar met ‘zorgverlener’ gedoeld op een natuurlijk persoon (dus géén rechtspersoon) die zorg verleent, of doet verlenen.

 

Instellingen en het declaratierecht

Het recht om integrale tarieven voor medisch-specialistische zorg te declareren, is exclusief voorbehouden aan instellingen die over een toelatingsvergunning als bedoeld in artikel 4 van de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) beschikken. Enige uitzondering op deze hoofdregel zijn solisten die over een solistenbeschikking van de NZa beschikken.

 

De Wet toetreding zorgaanbieders is een nieuwe wet die met ingang van 1 januari 2022 in werking treedt. Deze nieuwe wet vervangt grote delen van de Wet toelating zorginstellingen (Wtzi). Omdat het declaratierecht voor msz-prestaties is voorbehouden aan instellingen en voor wat betreft het begrip ‘instelling’ in de regelgeving van de NZa, zoals deze gold tot en met 2021, aansluiting is gezocht bij de Wtzi, is de NZa-regelgeving met ingang van 1 januari 2022 op dit onderdeel in overeenstemming gebracht met de Wtza. Dat betekent dat instellingen voor medisch-specialistische zorg met ingang van 1 januari 2022 niet langer over een Wtzi-toelating, maar over een Wtza-verguning dienen te beschikken om deze zorg rechtsgeldig in rekening te kunnen brengen.       

 

Indien een instelling op het tijdstip van inwerkingtreding van de Wtza (1 januari 2022) in het bezit is van een toelating op grond van artikel 5, eerste lid, van de Wet toelating zorginstellingen, zoals dat artikel luidde direct voorafgaand aan dat tijdstip, geldt die Wtzi-toelating als een toelatingsvergunning op grond van de Wtza, indien deze instelling op grond van het bepaalde bij of krachtens artikel 4 van de Wtza over een toelatingsvergunning dient te beschikken.

 

Kaakchirurgen en instellingen

De meeste kaakchrirurgen zijn werkzaam in een ziekenhuis en declareren de door hen geleverde zorg via het ziekenhuis (de instelling). Maar een beperkt aantal kaakchirurgen werkt in een ander type instelling. Een instelling (organisatorisch verband) die (dat) gespecialiseerde mondzorg levert zoals kaakchirurgen plegen te bieden, geldt op grond van de aanwijzing2 van de minister van VWS d.d. 21 mei 2014, kenmerk 371987-120847-MC, als een instelling voor medisch-specialistische zorg. Een gespecialiseerd of bijzonder tandheelkundig centrum niet zijnde een ziekenhuis, waar behalve tandartsen en/of mondhygiënisten, ook één of meer kaakchirurgen werkzaam zijn, moet dus - ook als er in totaal minder dan 10 zorgverleners als bedoeld in artikel 1 van de Wtza in deze instelling werkzaam zijn - beschikken over een toelatingsvergunning krachtens de Wtza om rechtsgeldig kaakchirurgische (overige) zorgproducten in rekening te kunnen brengen.

Naar boven