Onderwerp: Bezoek-historie

Informatiekaart regelgeving huisartsenzorg 2021

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

De beleidsregels voor de huisartsenzorg 2021 zijn gepubliceerd. Hieronder geven wij belangrijkste wijzigingen weer. Een overzicht van alle geldende regelgeving voor 2021 vindt u onderaan in deze informatiekaart.

Wijzigingen per 1 januari 2021

Met ingang van 1 januari 2021 zijn een aantal wijzigingen in het beleid doorgevoerd.

Deze worden hieronder nader toegelicht:

1. KNMG-richtlijn Omgaan met medische gegevens

1. Vaccinatie op eigen verzoek

2. SCEN op de Waddeneilanden

3. Aanscherping toelichting M&I-prestaties

4. Informatieverstrekking

5. Huisartsenzorg aan tijdelijk in Nederland verblijvende buitenlandse patiënten

KNMG-richtlijn

Per 2020 is de KNMG-richtlijn Omgaan met medische gegevens geactualiseerd. In de laatst herziene versie zijn ook de inhoudelijke bepalingen uit de KNMG-richtlijn Online arts-patiënt contact opgenomen. Dit betekent dat de KNMG-richtlijn Online arts-patiënt contact daarmee is komen te vervallen. De voorwaarden voor online arts-patiënt contact zijn daarbij inhoudelijk niet fundamenteel gewijzigd en staan nu in de KNMG-richtlijn Omgaan met medische gegevens (2020), par. 1.5. De verwijzing in de regelgeving is om die reden vervangen door de KNMG-richtlijn Omgaan met medische gegevens.

Vaccinatie op eigen verzoek

Voor het vaccineren op eigen verzoek van de patiënt is een nieuwe prestatie opgenomen (ter onderscheid van de bestaande prestatie vaccinatie regulier). Het vaccineren op eigen verzoek van een patiënt kost een huisarts niet meer tijd dan het vaccineren van een patiënt met een medische indicatie. De hoogte van het tarief van een vaccinatie op eigen verzoek behoeft de huisarts dan ook alleen een compensatie te bieden voor de extra administratietijd die hiermee gemoeid is ten opzichte van de vaccinatie op medische indicatie. Bij de tariefbepaling is daarvoor aangesloten bij de tariefhoogte van het passantentarief tot 5 minuten. De prestatie vaccinatie op eigen verzoek komt voor eigen rekening van de patiënt en geldt niet voor de griepvaccinatie op eigen verzoek (vrij tarief) en voor de reizigersadvisering en -vaccinatie (eveneens een vrij tarief) alsmede de reguliere vaccinaties (op medische indicatie).

SCEN op de Waddeneilanden

Voor de uitvoering van een SCEN op de Waddeneilanden is een nieuwe prestatie opgenomen. Daarmee geldt de regeling voor alle zorgverzekeraars en voor alle Waddeneilanden. De hoogte van het tarief is vastgesteld op 2 keer het reguliere SCEN-tarief. Aanleiding vormt de extra reistijd die een SCEN op de Waddeneilanden vergt omdat de SCEN-arts veeal vanaf het vaste land moet komen. Hoewel het, mede vanwege de vereiste onafhankelijkheid, niet snel zal voorkomen, is het niet de bedoeling dat een op de Waddeneilanden wonende SCEN-arts het hogere Wadden-tarief kan declareren. Om die reden is de voorwaarde opgenomen dat de prestatie SCEN op de Waddeneilanden alleen in rekening kan worden gebracht als de SCEN-arts niet op hetzelfde eiland woont als de behandelend (huis)arts van de patiënt.

Aanscherping toelichting M&I-prestaties

Sterilisatie van de man Volgens de richtlijnen urologie is het minimum van een spermaonderzoek eenmaal. Een herhaling van het spermaonderzoek is alleen benodigd wanneer er nog levende zaadcellen aanwezig zijn. Herhaling is dus geen noodzaak, terwijl de tekst van de eidsregel anders deed vermoeden. Om die reden is in de omschrijving van de M&I-prestatie aangehaakt bij de meest recente richtlijnen.

Compressietherapie bij ulcus cruris

In de prestatiebeschrijving was niet expliciet helder gemaakt of de bijbehorende verbandmiddelen onderdeel zijn van de te declareren verrichting. Hierover bestond de afgelopen periode dan ook enige discussie. Navraag onder de zorgverzekeraars heeft geleerd dat de kosten van verbandmiddelen niet in de vergoeding van de prestatie zitten verdisconteerd. De apotheek levert dit. Om hierin helderheid te verschaffen is in de omschrijving van de M&I-prestatie expliciet opgenomen dat de verbandmiddelen geen onderdeel uitmaken van de prestatie.

Bloeddrukmeting gedurende 24-uur, hypertensiemeting

In de NHG-standaard staat in de praktische handleiding dat voor het diagnosticeren van een verhoogde bloeddruk altijd een ambulante meting wordt geadviseerd. Hiervoor is een 24-uursmeting de eerste keus en de geprotocolleerde thuismeting tweede keus. Indien die niet haalbaar zijn, kan de huisarts een bloedrukmeting van 30 minuten op de praktijk overwegen. De huidige prestatiebeschrijving maakt alleen de declaratie van een 24-uursmeting mogelijk. Een 30 minuten-meting valt niet onder de huidige prestatiebeschrijving. Om die reden is aan de prestatiebeschrijving toegevoegd dat ook een 30 minuten-meting met de prestatie in rekening kan worden gebracht, indien hiervoor een (tarief)overeenkomst met de zorgverzekeraar is afgesloten.

Informatieverstrekking

Voor het verstrekken van informatie is een nieuwe prestatie opgenomen ter vervanging van de twee bestaande prestaties met een maximumtarief, per verrichting. Het zijn per definitie niet basis-verzekerde prestaties waarvoor de huisarts een rekening kan sturen aan de aanvrager (al dan niet via de patiënt). De prestatie die de werkelijk bestede tijd aan de informatieverstrekking declarabel maakt in tijdseenheden van 5 minuten vindt veelal plaats voor niet-ingeschreven patiënten. Daarom is een koppeling gemaakt met het tarief voor consulten tot 5 minuten voor passanten.

Huisartsenzorg aan tijdelijk in Nederland verblijvende buitenlandse patiënten

Voor de huisartsenzorg aan tijdelijk in Nederland verblijvende buitenlandse patiënten die niet bij of krachtens de Zorgverzekeringswet (zvw) verplicht verzekerd zijn, is een nieuwe prestatie opgenomen. Voor deze afgebakende groep is voor het verrichtingentarief voor consulten en visites aangesloten bij de hoogte van het (passanten)tarief voor gemoedsbezwaarden. De hoogte van het tarief biedt daarmee compensatie voor de extra administratieve handelingen die vereist zijn net als die voor de declaratie aan gemoedsbezwaarden. Niet in Nederland verzekerde (tijdelijk hier verblijvende) buitenlandse patiënten die niet bij of krachtens de Zvw verplicht verzekerd zijn krijgen dan alleen een rekening als er ook daadwerkelijk zorg is geleverd. Dit voorkomt moeilijke discussies over het wel/niet terecht declareren van zorg en vermindert het debiteurenrisico.

Qua zorglevering en extra administratieve handelingen zijn tijdelijk in Nederland verblijvende buitenlandse toeristen als patiëntengroep hiermee vergelijkbaar. Daarom zijn die ook onder deze nieuwe prestatie geschaard. Aan de prestatie passantentarief is om die reden de beperkende declaratievoorwaarde gekoppeld dat deze alleen in rekening is te brengen voor incidentele en acute hulpverlening aan niet bij de huisarts ingeschreven verzekerden die bij of krachtens de Zvw verplicht verzekerd zijn (ofwel een Nederlandse zorgverzekering hebben). Voor de tijdelijk in Nederland verblijvende buitenlandse patiënten die een Nederlandse zorgverzekering hebben blijft de declaratie van het inschrijf- en consulttarief voorhanden.

Huisartsenposten ANW

De beleidswijzigingen hebben betrekking op de volgende onderdelen:

  1. Wijziging prestatietitel telefonisch consult in triageconsult;

  2. Toelichting op de declaratiemogelijkheden van een triageconsult in relatie tot consult.

  3. Verhoging van het vaste tarief voor het triageconsult van € 25 naar € 35;

  4. Toelichting in de beleidsregel over de mogelijkheden van digitale zorg.

De prestatiebeschrijvingen van de NZa zijn functioneel omschreven. Dit betekent dat de zorg zelf wordt omschreven, maar dat niet wordt voorgeschreven wie de zorg levert, waar de zorg moet worden geleverd of op welke wijze. Dit biedt zorgaanbieders en zorgverzekeraars ruimte om eigen keuzes te maken over de inzet van vormen van digitale zorg. Het staat zorgaanbieders binnen de prestaties vrij om hun zorgproces te veranderen door bijvoorbeeld face-to-face contact (gedeeltelijk) te vervangen door digitale zorg op afstand, of om digitale zorg als aanvulling op de behandeling aan te bieden. Het begrip telefonisch consult past om die reden niet meer in deze tijd. Binnen de ANW-zorg is onderscheid te maken tussen het eerste contact (de triage) en het mogelijke vervolg (consult of visite). Het consult kan daarbij fysiek op de huisartspost, bij de patiënt of in digitale vorm (beeldbelllen, telefoon e.d.) plaatsvinden. Om die reden is de prestatie telefonisch consult vervangen door een nieuwe prestatiebeschrijving triageconsult.

Bij de triage wordt de zorgvraag geïnventariseerd en bepaalt of er verder onderzoek noodzakelijk is. Hierover wordt de patiënt geïnformeerd. Als er geen vervolgonderzoek benodigd is krijgt de patiënt een advies, net als dat bij een consult het geval kan zijn. In de beleidsregel is daarbij een nadere toelichting opgenomen over de declaratievoorwaarden voor het in rekening brengen van een triageconsult dan wel consult. Dit stond nog niet opgenomen in de regelgeving, maar was in het verleden al wel gecommuniceerd in een toelichtende circulaire.

  • Indien er contact wordt opgenomen met de HDS en er naar aanleiding en ter afsluiting van dat contact een waarneembericht wordt aangemaakt, kan een triage consult in rekening worden gebracht.

  • Als de triage wordt afgesloten met de afspraak dat deze zal worden gevolgd door een consult of visite of dat op een later tijdstip opnieuw contact zal worden opgenomen, kan het triage consult niet in rekening worden gebracht.

  • Als het triage consult als afgesloten wordt beschouwd en een waarneembericht is aangemaakt, en er volgt opnieuw een contact met de HDS, dan kan het eerste triage consult in rekening worden gebracht. Voor het tweede contact gelden bovenstaande bepalingen.

Het tarief voor een triageconsult wordt per 2021 een vast bedrag van € 35,00. Dit tarief staat vast, hetgeen betekent dat het niet jaarlijks wordt geïndexeerd. De verhouding tussen het triageconsult en het consult zullen we in de komende jaren blijven monitoren. Indien er aanleiding toe is zal een herijking van de tariefhoogte weer ter consultatie kunnen worden voorgelegd.

In de toelichting op de beleidsregel is tot slot nadere invulling gegeven aan de digitale zorglevering.

Naar boven