Onderwerp: Bezoek-historie

Beleidsregel prestatiebeschrijvingen voor farmaceutische zorg - BR/REG-20128
Geldigheid:01-01-2020 t/m Versie:vergelijk Status: Toekomstig geldig

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

 

 

Beleidsregel prestatiebeschrijvingen voor farmaceutische zorg BR/REG-20128

 

Gelet op artikel 57, eerste lid, onderdeel c, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) beleidsregels vast met betrekking tot het uitoefenen van de bevoegdheid om prestatiebeschrijvingen vast te stellen.

Gelet op artikel 59 aanhef en onderdeel a Wmg heeft de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) met brief van 16 mei 2011, kenmerk GMT/VDG/3063109, ten behoeve van de voorliggende beleidsregel een aanwijzing op grond van artikel 7 Wmg aan de NZa gegeven.

Artikel 1 Begripsbepalingen

 

In deze beleidsregel wordt, tenzij anders vermeld, verstaan onder:

 

ANZ-dienstverlening:

Er is sprake van Avond, Nacht, Zondag-dienstverlening indien de apotheek is geopend in het kader van een gecontracteerde dienstwaarneming en indien de zorgvraag binnen de onderstaande tijden binnenkomt en de zorgaanbieder de farmaceutische zorgverlening ook binnen deze tijden start:

Tussen 18.00 uur en 08.00 uur van de opvolgende dag, of;

Tussen 08.00 uur en 18.00 uur op een zondag, of;

Tussen 08.00 uur en 18.00 uur op Nieuwjaarsdag; Tweede Paasdag; Koningsdag; Hemelvaartsdag; Bevrijdingsdag in elk lustrumjaar (2020, 2025, etc.); Tweede Pinksterdag; beide Kerstdagen.

 

Begeleidingsgesprek nieuw UR-geneesmiddel:

Een ‘begeleidingsgesprek nieuw UR-geneesmiddel’ is het houden van een geprotocolleerd begeleidingsgesprek vóór de start van de betreffende farmacotherapie met de patiënt dan wel diens verzorger, waarbij de verwachtingen van de patiënt worden besproken. Aanvullende mondelinge en/of schriftelijke informatie wordt aan de patiënt aangeboden en zo nodig verstrekt. De handelingen worden vastgelegd in het digitale patiëntendossier.

 

Declaratie:

Het bedrag of de bedragen die in rekening zijn gebracht voor een geleverde prestatie aan de ziektekostenverzekeraar van de betreffende patiënt of aan de patiënt zelf.

 

Deelprestaties:

In bepaalde gevallen kunnen één of meer deelprestaties in rekening worden gebracht. Dit is aangegeven bij elke prestatie afzonderlijk. De deelprestaties kunnen alleen in rekening worden gebracht in combinatie met de betreffende prestatie.

 

Dienstverlening thuis:

Indien het noodzakelijk is voor het leveren van de prestatie dat de zorgaanbieder de patiënt persoonlijk ziet en spreekt en de patiënt om medische redenen niet of slechts zeer moeizaam naar de praktijk kan komen, kan de zorgaanbieder binnen de duur van de medische beperking een prestatie aan huis verrichten. Het uitvoeren van alleen activiteit 10 van de prestatie ‘Terhandstelling van een UR-geneesmiddel’ is van deze deelprestatie uitgesloten.

 

Digitale patiëntendossier:

Het digitale patiëntendossier is een softwaretoepassing waarin medische en farmaceutische patiëntengegevens en medicatiegegevens in digitale vorm bewaard en beschikbaar gemaakt worden.

 

Farmaceutische zorg:

Zorg zoals omschreven in artikel 3 (reikwijdte) van deze beleidsregel.

 

Geïndividualiseerde distributievorm (GDV):

Een GDV is een specifieke distributie- en verpakkingsvorm (zakjes, containers of een doos met vakjes), waarmee de apotheker overzicht en ordening voor de patiënt aanbrengt in diens geneesmiddelen. In de GDV zijn bij het op naam van de patient stellen van de geneesmiddelen, deze geneesmiddelen per dag en in de regel per tijdstip van inname geordend en gereed gemaakt in afzonderlijke compartimenteenheden.

Terhandstelling door middel van een GDV is bedoeld voor patiënten die niet in staat zijn zonder de GDV de terhandgestelde geneesmiddelen verantwoord bij zichzelf toe te dienen, dan wel te laten toedienen.

 

Prestatie:

Een prestatie omvat het leveren van farmaceutische zorg aan een patiënt.

 

Magistrale bereiding:

Een apotheekbereiding door of in opdracht van een apotheker in diens apotheek op kleine schaal, ten behoeve van terhandstelling in een  apotheek, aan een vooraf geïdentificeerde patiënt, waaraan een individueel voorschrift ten grondslag ligt.

 

Recept:

Een door een met naam en werkadres aangeduide beroepsboefenaar1 (ook wel: voorschrijver) opgesteld document waarin aan een persoon of instantie als bedoeld in artikel 61, eerste lid, van de Geneesmiddelenwet een voorschrift wordt gegeven om een met zijn stofnaam of merknaam aangeduid geneesmiddel in de aangegeven hoeveelheid, sterkte en wijze van gebruik ter hand te stellen aan een te identificeren patiënt, en dat is ondertekend door de desbetreffende beroepsbeoefenaar (voorschrijver) dan wel, zonder te zijn ondertekend, met een zodanige code is beveiligd dat een daartoe bevoegde persoon of instantie de authenticiteit ervan kan vaststellen.

 

Terhandstelling:

Het rechtstreeks verstrekken of doen bezorgen van een UR-geneesmiddel aan de patiënt voor wie het UR-geneesmiddel is bestemd, dan wel diens verzorger, dan wel aan beroepsbeoefenaren als bedoeld in artikel 36, veertiende lid, onderdeel a tot en met d, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, mondhygiënisten of optometristen die geneesmiddelen onder zich hebben ten behoeve van toediening aan hun patiënten.

 

UR-geneesmiddel:

Een geneesmiddel zoals is bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel s van de Geneesmiddelenwet.

 

Voorschrift:

De hoeveelheid, respectievelijk het aantal van elke afzonderlijke toedieningsvorm van één al dan niet samengesteld UR-geneesmiddel, voorgeschreven op één recept. Eén recept kan meerdere voorschriften bevatten.

Een voorschrift bepaalt de voorschriftduur, de periode waarvoor het geneesmiddel wordt voorgeschreven door de combinatie van aangegeven hoeveelheid en wijze van gebruik (waaronder frequentie en hoeveelheid van inname). Het voorschrift bepaalt dus de maximale aflevertermijn van het geneesmiddel.

De term ‘iter’ of een soortgelijke aanduiding op het voorschrift geeft een herhaling aan. Het voorschrift geeft in dat geval ook aan hoe vaak het voorschrift herhaald wordt.

 

Ziektekostenverzekeraar:

  • een zorgverzekeraar;

  • een Wlz-uitvoerder;

  • een particuliere ziektekostenverzekeraar, zijnde een financiële onderneming die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van verzekeraar mag uitoefenen.

 

Zorgaanbieder:

De natuurlijke persoon of rechtspersoon die beroeps- of bedrijfsmatig farmaceutische zorg verleent als bedoeld in artikel 1 lid 1 onderdeel c Wmg.

Artikel 2 Doel van de beleidsregel

 

Deze beleidsregel dient twee doelen:

  1. De vastlegging van de diverse prestatiebeschrijvingen voor farmaceutische zorg en de wijze waarop gedeclareerd kan worden;
  2. Het zichtbaar maken van handelingen behorend bij farmaceutische zorg in de onderhandelingstaal tussen zorgaanbieders, consumenten en zorgverzekeraars.

Artikel 3 Reikwijdte

 

Deze beleidsregel is van toepassing op farmaceutische zorg die omvat advies of begeleiding ten behoeve van medicatiebeoordeling en verantwoord gebruik van UR-geneesmiddelen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder s, van de Geneesmiddelenwet of de terhandstelling van die geneesmiddelen, of waarop de Wet inzake bloedtransfusie van toepassing is.2

Artikel 4 Prestaties

 

In het kader van deze beleidsregel worden de volgende prestaties onderscheiden:

  • Terhandstelling van een UR-geneesmiddel (art. 5.1)

  • Terhandstelling door middel van een GDV (art 5.2)

  • Terhandstelling en begeleidingsgesprek van een nieuw UR-geneesmiddel (art. 5.3)

  • Instructie patiënt UR-geneesmiddel- gerelateerd hulpmiddel (art. 6)

  • Medicatiebeoordeling chronisch UR-geneesmiddelengebruik (art. 7)

  • Farmaceutische begeleiding bij dagbehandeling/polikliniekbezoek (art. 8)

  • Farmaceutische begeleiding bij ziekenhuisopname (art. 9)

  • Farmaceutische begeleiding in verband met ontslag uit het ziekenhuis (art. 10)

  • Voorlichting farmaceutisch zelfmanagement voor patiëntengroep (art. 11)

  • Advies farmaceutische zelfzorg (art. 12)

  • Advies gebruik UR-geneesmiddelen tijdens reis (art. 13)

  • Advies ziekterisico bij reizen (art. 14)

  • Onderlinge dienstverlening (art. 15)

  • Facultatieve prestatie (art. 16)

 

In het kader van deze beleidsregel worden de volgende deelprestaties onderscheiden:

  • ANZ-dienstverlening (art. 5.4, 9.1 en 10.1)

Deze deelprestatie kan enkel gezamenlijk in rekening worden gebracht met de prestaties genoemd in artikel 5.1, 5.2, 5.3, 9 of 10.

  • Reguliere magistrale bereiding (art. 5.5)

Deze deelprestatie kan enkel gezamenlijk in rekening worden gebracht met de prestaties genoemd in artikel 5.1, 5.2 of 5.3

  • Bijzondere magistrale bereiding (art. 5.6)

Deze deelprestatie kan enkel gezamenlijk in rekening worden gebracht met de prestaties genoemd in artikel 5.1, 5.2 of 5.3.

  • Dienstverlening thuis (art. 5.7, 7.1 en 10.2)

Deze deelprestatie kan enkel gezamenlijk in rekening worden gebracht met de prestaties genoemd in artikel 5.1, 5.2, 5.3, 7 of 10.        

 

Hierna worden onder artikelen 5 tot en met 16 de prestaties nader beschreven en onder artikel 17 wordt naast de tariefsoort aangegeven op welke wijze elke prestatie kan worden gedeclareerd.

Artikel 5 Terhandstelling van een UR-geneesmiddel

 

1.         Terhandstelling van een UR-geneesmiddel

Deze prestatie mag alleen per voorschrift in rekening worden gebracht, met uitzondering van geneesmiddelen als bedoeld in artikel 6.8 van de Regeling Geneesmiddelenwet (orale anticonceptiva, niet-orale anticonceptiva die UR-geneesmiddelen zijn, en insuline).

Om deze prestatie te kunnen declareren dienen alle onderstaande activiteiten tenminste te zijn uitgevoerd:

  1. Beoordelen of het voorschrift leesbaar, authentiek, rationeel en doelmatig is.

  2. Medicatiebewaking uitvoeren: beoordelen of de voorgeschreven farmacotherapie geschikt is voor de patiënt door te controleren op onvolkomenheden, onvolledigheden, onjuistheden of vergissingen ten aanzien van geneesmiddel, dosering, duur van behandeling, interacties, contra-indicaties, dubbelmedicatie en overgevoeligheid op basis van het actuele geneesmiddelengebruik van de patiënt (inclusief zelfzorgmiddelen).

  3. Indien voorgeschreven farmacotherapie niet geschikt is: terugkoppelen naar of afstemmen met voorschrijver.

  4. Het direct of indirect aan de patiënt verstrekken van mondelinge en schriftelijke relevante informatie (minimaal de bijsluiter) voorafgaand of tijdens de terhandstelling ter bevordering van goed geneesmiddelengebruik.

  5. Het (geven van instructie voor het) toedieningsgereed maken van UR-geneesmiddelen voor patiënten die dat behoeven.

  6. Controleren op inconsistenties van het ter hand te stellen geneesmiddel met het voorschrift vóór terhandstelling.

  7. Controleren van correcte uitvoering van alle bovengenoemde activiteiten na de terhandstelling.

  8. Het treffen van passende maatregelen bij vermoede of geconstateerde gebreken in de farmaceutische zorg- en dienstverlening.

  9. Vastleggen van de relevante gegevens in het digitale patiëntendossier.

  10. Terhandstellen van het UR-geneesmiddel.

Deze prestatie kan ook worden gedeclareerd als na uitvoering van activiteiten 1 tot en met 3 (in samenspraak met de voorschrijver) of 1 tot en met 4 (in samenspraak met de patiënt) weloverwogen is besloten het voorgeschreven UR-geneesmiddel niet ter hand te stellen en niet te vervangen door een ander UR-geneesmiddel. In alle andere gevallen waarbij geen sprake is van een terhandstelling kan deze prestatie niet worden gedeclareerd.

 

2.         Terhandstelling door middel van een GDV

Er is sprake van ‘Terhandstelling door middel van een GDV’ wanneer geneesmiddelen in gezamenlijke besluitvorming met voorschrijver en patiënt worden ter hand gesteld voor een periode van een week of voor meerdere weken tegelijk voor een individuele patiënt door middel van een GDV.

Om deze prestatie te kunnen declareren, dienen de activiteiten uit artikel 5.1 ‘Terhandstelling van een UR-geneesmiddel’ te zijn uitgevoerd, aangevuld met onderstaande activiteiten:

  1. De vaststelling dat de patiënt niet in staat is zonder een GDV de terhandgestelde geneesmiddelen verantwoord bij zichzelf toe te dienen, dan wel te laten toedienen.

  2. Indien de patiënt start met een GDV dient er een intakegesprek met patiënt dan wel diens verzorger plaats te vinden. Hierin:

    • wordt gesproken over de redenen voor het starten van een GDV en het gebruik daarvan;

    • wordt geïnventariseerd welke andere (zelfzorg)medicatie de patiënt nog gebruikt (ook van andere afleveraars);

    • wordt gesproken over de dosering(sfrequentie) en innametijden.

  3. Er vindt een periodieke evaluatie plaats van het gebruik en de medische noodzakelijkheid van een GDV conform de vigerende KNMP-richtlijn Geïndividualiseerde distributievormen.

  4. Aan de patiënt (of diens verzorger) en arts wordt verstrekt een actueel totaal medicatieoverzicht inclusief innametijdstippen, waardoor de patiënt (of diens verzorger) de individuele geneesmiddelen kan herkennen. Dit medicatieoverzicht dient te worden verstrekt op elk moment dat een voorschrift wijzigt. Indien de medicatie gewijzigd is, wordt de patiënt en diens verzorger over deze wijziging geïnformeerd.

De prestatie kan niet in rekening worden gebracht voor verzekerden die aanspraak hebben op farmaceutische zorg op grond van artikel 3.1.1 van de Wet langdurige zorg (Wlz) (behandeling en verblijf in dezelfde instelling).

 

3.         Terhandstelling en begeleidingsgesprek van een nieuw UR-geneesmiddel

Er is sprake van ‘Terhandstelling en begeleidingsgesprek van een nieuw UR-geneesmiddel’ indien alle activiteiten zoals genoemd in artikel 5.1 ‘Terhandstelling van een UR-geneesmiddel’ of artikel 5.2 ‘Terhandstelling door middel van een GDV’ zijn uitgevoerd en het begeleidingsgesprek nieuw UR-geneesmiddel (zie begripsomschrijving) is gevoerd.

Deze prestatie mag alleen per voorschrift in rekening worden gebracht, met uitzondering van geneesmiddelen als bedoeld in artikel 6.8 van de Regeling Geneesmiddelenwet (orale anticonceptiva, niet-orale anticonceptiva die UR-geneesmiddelen zijn, en insuline).

En de prestatie ‘Terhandstelling en begeleidingsgesprek nieuw UR-geneesmiddel’ kan enkel worden gedeclareerd indien de activiteiten genoemd in artikel 5.1 ‘Terhandstelling van een UR-geneesmiddel’ of artikel 5.2 ‘Terhandstelling door middel van een GDV’ zijn uitgevoerd, en:

  1. een UR-geneesmiddel met dezelfde werkzame stof en toedieningsvorm niet eerder aan de patiënt ter hand is gesteld, of

  2. een UR-geneesmiddel met dezelfde werkzame stof en toedieningsvorm twaalf maanden of langer geleden voor het laatst aan de patiënt ter hand is gesteld, of

  3. niet objectief vastgesteld kan worden of aan de patiënt het UR-geneesmiddel eerder ter hand is gesteld in de twaalf voorafgaande maanden.

 

4.         Deelprestatie ANZ-dienstverlening

De deelprestatie ANZ-dienstverlening kan in rekening worden gebracht tezamen met de prestatie onder artikel 5.1, 5.2 of 5.3 indien voldaan wordt aan de begripsbepaling van de ANZ-dienstverlening.

 

5.         Deelprestatie Reguliere magistrale bereiding

Voor de dienstverlening die direct samenhangt met het ter hand stellen van een UR-geneesmiddel bij een reguliere magistrale bereiding, kan de deelprestatie reguliere magistrale bereiding in rekening worden gebracht.

De deelprestatie reguliere magistrale bereiding kan in rekening worden gebracht, indien:

  • er geen sprake is van een bijzondere magistrale bereiding, zoals bedoeld in artikel 5.6, en

  • het de bereiding van een voorgeschreven UR-geneesmiddel betreft, en

  • de magistrale bereiding plaatsvindt door de terhandstellende zorgaanbieder, of op verzoek van de terhandstellende zorgaanbieder op individueel voorschrift plaatsvindt door een bereidende zorgaanbieder, waarbij de gebruikte bereidingshoeveelheid overeenkomt met de bereidingshoeveelheid die noodzakelijk is om het UR-geneesmiddel op het individuele voorschrift ter hand te stellen.

 

6.         Deelprestatie Bijzondere magistrale bereiding

Voor de dienstverlening die direct samenhangt met het ter hand stellen van een UR-geneesmiddel bij een bijzondere magistrale bereiding kan de deelprestatie bijzondere magistrale bereiding in rekening worden gebracht.

De deelprestatie bijzondere magistrale bereiding kan in rekening worden gebracht, indien:

  • het de bereiding van een voorgeschreven UR-geneesmiddel betreft, en
  • voor de bereiding van het geneesmiddel aseptische handelingen nodig zijn of gewerkt moet worden met risicovolle stoffen, die zodanige randvoorwaarden (inrichting zoals veiligheidswerkbank, apparatuur, deskundigheid, ervaring) vereisen dat het, uit oogpunt van kwaliteit of doelmatigheid, wenselijk is het geneesmiddel alleen in gespecialiseerde apotheken te bereiden, en
  • de magistrale bereiding plaatsvindt door de terhandstellende zorgaanbieder, of op verzoek van de terhandstellende zorgaanbieder op individueel voorschrift plaatsvindt door een bereidende zorgaanbieder, waarbij de gebruikte bereidingshoeveelheid overeenkomt met de bereidingshoeveelheid die noodzakelijk is om het UR‑geneesmiddel op het individuele voorschrift ter hand te stellen.

           

7.         Deelprestatie Dienstverlening thuis

De deelprestatie dienstverlening thuis kan in rekening worden gebracht tezamen met de prestatie onder artikel 5.1, 5.2 of 5.3 indien voldaan wordt aan de begripsbepaling van dienstverlening thuis.

Artikel 6 Instructie patiënt UR-geneesmiddel- gerelateerd hulpmiddel

 

Prestatiebeschrijving

Het geven van gebruiksinstructie van het UR-geneesmiddel- gerelateerd hulpmiddel indien sprake is van een eerste toepassing voor de patiënt of indien sprake is van een geconstateerd foutief gebruik van het UR-geneesmiddel- gerelateerd hulpmiddel. De indicatie voor het geven van de gebruiksinstructie wordt in het digitale patiëntendossier vastgelegd.

Artikel 7 Medicatiebeoordeling chronisch UR-geneesmiddelengebruik

 

Prestatiebeschrijving

Een systematische beoordeling van het geneesmiddelengebruik van een individuele (veelal oudere) patiënt door arts, apotheker en patiënt (en/of mantelzorger of andere verzorgenden) op basis van een periodieke gestructureerde, kritische evaluatie van de medische-, farmaceutische- en gebruiksinformatie. Deze prestatie kan enkel worden gedeclareerd indien er een medische of farmaceutische noodzaak bestaat.

Om deze prestatie te kunnen declareren dienen alle onderstaande activiteiten tenminste te zijn uitgevoerd:

  1. met de patiënt wordt aan de hand van een gestructureerde vragenlijst het actuele geneesmiddelengebruik, gebruik gerelateerde problemen, ervaringen, zorgen, verwachtingen en overtuigingen van de patiënt met betrekking tot medicatie besproken (Farmacotherapeutische anamnese);

  2. de verzamelde gegevens worden geordend en er wordt vastgesteld welke gegevens ontbreken. Identificeer vervolgens met een gestructureerde methode mogelijke farmacotherapie gerelateerde problemen (FTP’s) (Farmacotherapeutische analyse);

  3. arts en apothekers stellen gezamenlijk een farmacotherapeutisch behandelplan op met behandeldoelen, prioritering en te ondernemen acties;

  4. met de patiënt (en/of diens verzorger) wordt het gewijzigde farmacotherapeutisch behandelplan besproken. Stel het farmacotherapeutisch behandelplan zo nodig bij aan de hand van de reactie van de patiënt;

  5. in overleg tussen apotheker en arts zijn afspraken gemaakt over controle op en de evaluatie van de afgesproken acties in het farmacotherapeutisch behandelplan. De evaluatie met de patiënt vindt kort na de aanpassingen plaats (Follow-up en monitoring);

  6. de verslaglegging van de medicatiebeoordeling, het vastgestelde farmacotherapeutisch behandelplan en de evaluatie van de afgesproken acties hierin, vindt plaats in het digitale patiëntendossier.

 

1. Deelprestatie Dienstverlening thuis

De deelprestatie Dienstverlening thuis kan in rekening worden gebracht tezamen met de prestatie in artikel 7 indien voldaan wordt aan de begripsbepaling van dienstverlening thuis.

Artikel 8 Farmaceutische begeleiding bij dagbehandeling/polikliniekbezoek

 

Prestatiebeschrijving

Om voorschrijvers in de polikliniek/op de dagbehandeling tijdig te kunnen laten beschikken over een actueel medicatieoverzicht dient voorafgaande aan de dagbehandeling/het polikliniekbezoek het medicatieoverzicht afgestemd te worden met de patiënt. Zodoende kan worden vastgesteld welke medicatie (al dan niet op recept) de patiënt daadwerkelijk gebruikt. Deze afstemming met de patiënt dient vastgelegd te worden in het digitale patiëntendossier. Hierbij worden alle geneesmiddelen die de patiënt gebruikt (al dan niet op recept) en relevante gegevens met betrekking tot het gebruik daarvan geregistreerd in het digitale patiëntendossier conform de vigerende richtlijn 'Richtlijn Overdracht van Medicatiegegevens in de keten'.

De prestatie bevat tevens een gesprek met de patiënt na afloop van de dagbehandeling/ polikliniekbezoek over de (gewijzigde) medicatie. Het gaat hierbij om (1) de actuele medicatie, (2) gestopte medicatie en (3) geneesmiddelen die in de toekomst gebruikt moeten gaan worden.

Om relevante ketenpartners na het bezoek aan de polikliniek/dagbehandeling te voorzien van een actueel medicatieoverzicht dient, conform de vigerende richtlijn 'Richtlijn Overdracht van Medicatiegegevens in de keten', het actueel medicatieoverzicht (inclusief relevante gegevens rondom het geneesmiddelgebruik zoals informatie over gestaakte en gewijzigde medicatie en de reden daarvoor) overgedragen te worden aan de door de patiënt opgegeven farmaceutisch zorgaanbieder en de huisarts van de patiënt.

De prestatie Farmaceutische begeleiding bij dagbehandeling/polikliniekbezoek kan in rekening worden gebracht indien alle relevante gegevens conform de vigerende richtlijn 'Richtlijn Overdracht van Medicatiegegevens in de keten' zijn vastgelegd in het digitale patiëntendossier en daar waar nodig aantoonbaar afgestemd met de patiënt. Ook dient overdracht naar de farmaceutisch zorgaanbieder en huisarts te zijn geschied.

Artikel 9 Farmaceutische begeleiding bij ziekenhuisopname

 

Prestatiebeschrijving

Voor de dienstverlening die samenhangt met farmaceutische begeleiding in verband met ziekenhuisopname dient een gesprek3 met de patiënt plaats te vinden. Het medicatieoverzicht moet hierbij afgestemd worden met de patiënt of diens verzorger om vast te stellen welke medicatie (al dan niet op recept) de patiënt daadwerkelijk gebruikt.

Ten bate van de behandeling in het ziekenhuis worden alle geneesmiddelen die de patiënt gebruikt (al dan niet op recept) en relevante gegevens met betrekking tot het gebruik daarvan geregistreerd in het digitale patiëntendossier conform de vigerende richtlijn 'Richtlijn Overdracht van Medicatiegegevens in de keten'. Deze prestatie geschiedt direct voor of op het moment dat de behandeling in het ziekenhuis aanvangt.

De prestatie Farmaceutische begeleiding bij ziekenhuisopname kan in rekening worden gebracht indien alle relevante gegevens conform de vigerende richtlijn 'Richtlijn Overdracht van Medicatiegegevens in de keten' zijn vastgelegd in het digitale patiëntendossier en daar waar nodig aantoonbaar afgestemd met de patiënt.

 

1. Deelprestatie ANZ-dienstverlening

De deelprestatie ANZ-dienstverlening kan in rekening worden gebracht tezamen met de prestatie in artikel 9 indien voldaan wordt aan de begripsbepaling van ANZ-dienstverlening.

Artikel 10 Farmaceutische begeleiding in verband met ontslag uit het ziekenhuis

 

Prestatiebeschrijving

De farmaceutische begeleiding bij ontslag uit het ziekenhuis bestaat uit:

  • het opstellen van een actueel medicatieoverzicht (inclusief relevante gegevens rondom het geneesmiddelgebruik zoals (thuis)medicatie die bewust gewijzigd of gestaakt is vlak voor of tijdens de opname inclusief de reden daarvoor);

  • het informeren van de patiënt bij of direct na ontslag uit het ziekenhuis over de (gewijzigde) medicatie. Het gaat hierbij om (1) de actuele medicatie, (2) gestopte medicatie en (3) geneesmiddelen die in de toekomst gebruikt moeten gaan worden;

  • het vastleggen van alle relevante gegevens conform de vigerende richtlijn 'Richtlijn Overdracht van Medicatiegegevens in de keten' in het digitale patiëntendossier en daar waar nodig afstemmen met de patiënt. Ook dient de overdracht naar de farmaceutische zorgaanbieders en huisarts plaats te vinden.

Voor de dienstverlening die samenhangt met farmaceutische begeleiding in verband met ontslag uit het ziekenhuis, dient minimaal een gesprek met de patiënt plaats te vinden waarvan vastlegging plaatsvindt in het digitale patiëntendossier. Deze prestatie geschiedt voor of op het moment dat de voorraad ontslagmedicatie van het ziekenhuis op is en de patiënt extramuraal zijn/haar UR-geneesmiddelen nodig heeft.

Om relevante ketenpartners na ontslag uit het ziekenhuis te voorzien van een actueel medicatieoverzicht dient conform de vigerende richtlijn 'Richtlijn Overdracht van Medicatiegegevens in de keten', het actueel medicatieoverzicht (inclusief relevante gegevens rondom het geneesmiddelen gebruik zoals informatie over gestaakte en gewijzigde medicatie en de reden daarvoor) overgedragen te worden aan de door de patiënt opgegeven farmaceutisch zorgaanbieder en de huisarts van de patiënt.

 

1. Deelprestatie ANZ-dienstverlening

De deelprestatie ANZ-dienstverlening kan in rekening worden gebracht tezamen met de prestatie in artikel 10 indien voldaan wordt aan de begripsbepaling van ANZ-dienstverlening.

 

2. Deelprestatie Dienstverlening thuis

De deelprestatie dienstverlening thuis kan in rekening worden gebracht tezamen met de prestatie in artikel 10 indien voldaan wordt aan de begripsbepaling van dienstverlening thuis.

Artikel 11 Voorlichting farmaceutisch zelfmanagement voor patiëntengroep

 

Prestatiebeschrijving

Het individueel ondersteunen van patiënten in groepsverband middels informatiebijeenkomsten over UR-geneesmiddelen in relatie tot ‘gezondheid en gedrag’  teneinde het geneesmiddelengebruik van de betreffende patiënt te optimaliseren.

Deze prestatie kan door de zorgaanbieder alleen geleverd worden indien aan alle onderstaande voorwaarden wordt voldaan:

  • De nadere indicatiestelling "groepsbehandeling" geschiedt door de zorgaanbieder in overleg met de patiënt en / of voorschrijver na een individueel onderzoek van de patiënt.

  • De individuele behandelplannen worden uitgebreid met een "groepsbehandelplan".

Artikel 12 Advies farmaceutische zelfzorg

 

Prestatiebeschrijving

Het op verzoek van een individuele patiënt/consument verstrekken van advies over de vraag of er mogelijke interacties bestaan van Uitsluitend Apotheek -, Uitsluitend Apotheek of Drogist – of zelfzorg geneesmiddelen met UR-geneesmiddelen die de patiënt op het betreffende moment gebruikt of wil gaan gebruiken. Relevante gegevens moeten worden vastgelegd in het digitale patiëntendossier.

Artikel 13 Advies gebruik UR-geneesmiddelen tijdens reis

 

Prestatiebeschrijving

Het op verzoek van een individuele patiënt/consument verstrekken van advies over het gebruik en bewaren van, door de patiënt tijdens een reis te gebruiken, UR-geneesmiddelen in een ander weersklimaat.

De prestatie kan enkel worden gedeclareerd indien dit advies is vastgelegd in het digitale patiëntendossier.

Artikel 14 Advies ziekterisico bij reizen

 

Prestatiebeschrijving

Het op verzoek van een individuele patiënt/consument verstrekken van informatie over UR-geneesmiddelen in verband met ziekterisico bij reizen.

De prestatie kan enkel worden gedeclareerd indien dit advies is vastgelegd in het digitale patiëntendossier.

Artikel 15 Onderlinge dienstverlening

 

Prestatiebeschrijving

In deze beleidsregel is sprake van onderlinge dienstverlening als de zorg die door een zorgaanbieder wordt verleend onderdeel uitmaakt van de beschrijving van een door een andere zorgaanbieder uit te voeren prestatie op het gebied van de farmaceutische zorg. De eerstgenoemde zorgaanbieder wordt in dit kader aangeduid als ‘uitvoerende zorgaanbieder’. De laatstgenoemde zorgaanbieder wordt in dit kader aangeduid als de ‘opdrachtgevende zorgaanbieder’.

De uitvoerende zorgaanbieder brengt de prestatie ‘onderlinge dienstverlening’ in rekening bij de opdrachtgevende zorgaanbieder die de prestatie bij de uitvoerende zorgaanbieder heeft aangevraagd.

Artikel 16 Facultatieve prestatie

 

Prestatiebeschrijving

De NZa kan een prestatiebeschrijving vaststellen voor de in artikel 3 aangeduide zorg die afwijkt van de hiervoor vermelde prestatiebeschrijvingen, indien tenminste één zorgaanbieder en tenminste één ziektekostenverzekeraar gezamenlijk daarom verzoeken. Andere verzoeken dan gezamenlijke worden zonder inhoudelijke beoordeling afgewezen.

De door de NZa vastgestelde prestatie kan in rekening worden gebracht door een zorgaanbieder indien hier een schriftelijke overeenkomst met een ziektekostenverzekeraar aan ten grondslag ligt.

 

Aanvraagprocedure

1. De aanvraag dient:

  • schriftelijk te worden ingediend;

  • door zorgaanbieder en ziektekostenverzekeraar gezamenlijk en;

  • te zijn voorzien van een handtekening van deelnemende partijen.

 

2. De aanvraag dient het volgende te bevatten:

  • een voorstel voor een concrete en duidelijke prestatiebeschrijving;

  • een toelichting waarom de voorgestelde prestatiebeschrijving binnen de werkingssfeer van deze beleidsregel valt.

 

De NZa beoordeelt de aanvraag op de volgende onderdelen:

Voldoet de aanvraag aan de gestelde voorwaarden onder 1 en 2.

Valt de voorgestelde prestatiebeschrijving(en) onder de reikwijdte van deze beleidsregel.

 

Indien de aanvraag niet voldoet aan de gestelde voorwaarden zal de NZa de beoordeling ervan aanhouden totdat de benodigde gegevens zijn ontvangen. Bij een complete aanvraag voor een nieuwe prestatie zal de NZa binnen 4 weken na ontvangst van de schriftelijke aanvraag een besluit nemen.

 

Artikel 17 Tariefsoort en declaratie

 

Voor de prestaties zoals vastgelegd in deze beleidsregel gelden vrije tarieven.

Voor de prestaties zoals bedoeld in artikelen 5 tot en met 10 en 12 tot en met 14 geldt een tarief per keer.

Voor de prestatie zoals bedoeld in artikel 11 geldt een tarief per patiënt per bijeenkomst.

Voor de prestatie als bedoeld in artikel 16 geldt een tarief dat afhankelijk is van de inhoud van de prestatie.

Artikel 18 Intrekking oude beleidsregel

 

Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze beleidsregel wordt de beleidsregel ‘Beleidsregel prestatiebeschrijvingen voor farmaceutische zorg’, kenmerk BR/REG-19147 ingetrokken.

Artikel 19 Toepasselijkheid voorafgaande beleidsregel, bekendmaking, inwerkingtreding, terugwerkende kracht en citeertitel

 

Toepasselijkheid voorgaande beleidsregel

De beleidsregel 'Beleidsregel prestatiebeschrijvingen voor farmaceutische zorg', met kenmerk BR/REG-19147, blijft van toepassing op besluiten en aangelegenheden die hun grondslag vinden in die beleidsregel en die betrekking hebben op de periode waarvoor die beleidsregel gold.

 

Inwerkingtreding / Bekendmaking

Deze beleidsregel treedt in werking op 1 januari 2020.

Ingevolge artikel 20 lid 2 onderdeel b Wmg, zal van de vaststelling van deze beleidsregel mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

 

Citeertitel

Deze beleidsregel kan worden aangehaald als: Beleidsregel prestatiebeschrijvingen voor farmaceutische zorg.

Toelichting

 

Algemeen

 

Achtergrond

De farmaceutische zorgprestaties zijn met het veld ontwikkeld. De zorgprestaties maken de handelingen die vallen onder farmaceutische zorg zichtbaar in de onderhandeling tussen ziektekostenverzekeraars en zorgaanbieders. De bekostiging is gekoppeld aan de (farmaceutische) dienstverlening en niet uitsluitend aan de terhandstelling van geneesmiddelen. Dit doet recht aan de werkelijkheid waarin de zorgaanbieder ook op andere momenten dan alleen bij een terhandstelling zorg verleent.

 

Begripsbepaling

De begripsbepaling geeft een uitleg van de gehanteerde begrippen in deze beleidsregel. In de praktijk kunnen er verschillende definities worden gehanteerd voor deze begrippen. De begripsbepaling is in de regelgeving 2020 uitgebreid met als doel verduidelijking van wat in deze beleidsregel met de begrippen wordt bedoeld.

 

Administratieve handelingen

Administratieve handelingen (zoals bestellen en op voorraad houden) horen bij terhandstelling. Ze zijn echter randvoorwaarden van farmaceutische zorg waardoor ze onderdeel uitmaken van de prestatie.

 

Artikelgewijs

 

Artikel 5 Terhandstelling van een UR-geneesmiddel

Vanaf 2020 is bij de terhandstellingsprestaties onder artikel 5.1 en 5.3 opgenomen dat deze alleen in rekening mogen worden gebracht wanneer er een voorschrift is van de voorschrijver van het UR-geneesmiddel. Een uitzondering geldt voor de geneesmiddelen die voor onbepaalde tijd worden voorgeschreven.

 

Artikel 5.2 Terhandstelling door middel van een GDV

Vanaf 2020 is de naam van de prestatie ‘Weekterhandstelling’ vervangen door ‘Terhandstelling door middel van een GDV’.

In plaats van de oude termen weekterhandstelling en weekdoseersysteem, sluit de gebruikte terminologie in deze beleidsregel nu aan bij de terminologie in de KNMP richtlijn, waar de term GDV (Geïndividualiseerde distributievorm) gebruikt wordt. Daarnaast is de prestatie verduidelijkt op sommige punten.

 

Artikel 5.3 Terhandstelling en begeleidingsgesprek van een nieuw UR-geneesmiddel

In 2008 werd de deelprestatie ‘eerste terhandstelling’ geïntroduceerd. Deze deelprestatie kon bovenop de ‘standaardterhandstelling’ en de ‘weekterhandstelling’ worden gedeclareerd.

In 2014 is de prestatie ‘eerste terhandstellinggesprek’ ingevoerd. De introductie van deze prestatie heeft ervoor gezorgd dat op de nota van de patiënt transparant wordt gemaakt welke farmaceutische zorg in rekening wordt gebracht bij de uitgifte van een nieuw UR-geneesmiddel.

In 2015 is de prestatietitel gewijzigd in ‘Begeleidingsgesprek nieuw geneesmiddel’.

De invoering van de aparte prestatie in 2014 heeft tot gevolg dat de transparantie en bewustwording ten aanzien van het begeleidingsgesprek nieuw UR-geneesmiddel is toegenomen bij apotheken, patiënten en verzekeraars.

Doordat het begeleidingsgesprek als aparte prestatie naast de terhandstelling in rekening werd gebracht, werd soms ten onterechte verondersteld dat het gesprek facultatief is. Het gesprek en de uitgifte zijn echter onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Per 2016 wordt een nieuwe prestatie ingevoerd: ‘Terhandstelling en begeleidingsgesprek nieuw UR-geneesmiddel’. Deze nieuwe prestatie bestond uit de prestaties (i) ‘Standaardterhandstelling van een UR-geneesmiddel’ of  ‘Weekterhandstelling van een UR-geneesmiddel’ en (ii) ‘Begeleidingsgesprek nieuw UR-geneesmiddel’. Door de invoering van deze nieuwe prestatie bleef de transparantie ten aanzien van de zorg die dient te worden geleverd bij de uitgifte van een nieuw UR-geneesmiddel behouden. Daarnaast werd verduidelijkt dat de prestaties ‘Terhandstelling van een UR-geneesmiddel’ en het ‘Begeleidingsgesprek nieuw UR-geneesmiddel’ onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

Indien de zorgaanbieder van mening is dat het begeleidingsgesprek bij de terhandstelling van een nieuw UR-geneesmiddel op zorginhoudelijke gronden niet noodzakelijk is, kan de zorgaanbieder besluiten geen gesprek te voeren en de prestatie ‘Terhandstelling van een UR-geneesmiddel’ in rekening te brengen. 

 

Artikel 5.5 en 5.6 Deelprestatie bijzondere en reguliere magistrale bereiding

Tot 2015 geldt dat de deelprestatie (bijzondere) magistrale bereiding in rekening kan worden gebracht voor de bereiding van ongeregistreerde UR-geneesmiddelen waarvoor geen equivalent UR-geneesmiddel in de handel verkrijgbaar is.

Vanaf 2015 geldt dat de deelprestatie (bijzondere) magistrale bereiding in rekening kan worden gebracht voor de bereiding van ongeregistreerde UR-geneesmiddelen waarvoor geen equivalent UR-geneesmiddel in de handel verkrijgbaar is, tenzij hierover andere afspraken zijn gemaakt met de zorgverzekeraar van de betreffende patiënt.

Vanaf 2016 mag de deelprestatie (bijzondere) magistrale bereiding in rekening worden gebracht, ook als het ongeregistreerde UR‑geneesmiddel wel in de handel verkrijgbaar is.

Vanaf 2019 mag de deelprestatie (bijzondere) magistrale bereiding in rekening worden gebracht, ook als het geregistreerde UR-geneesmiddel wel in de handel verkrijgbaar is.

Een magistrale bereiding kan een alternatief zijn voor geregistreerde geneesmiddelen, mits deze goed, veilig en binnen de regels van de Geneesmiddelenwet plaatsvindt. Een verantwoorde inzet van magistrale bereidingen komt de beschikbaarheid en betaalbaarheid van de zorg ten goede. De NZa beoogt met deze wijziging per 2019 voor partijen beperkingen in de declaratievoorwaarden voor magistrale bereidingen weg te nemen, zodat in magistrale bereidingen alternatieven gevonden kunnen worden voor dure geneesmiddelen.

Om onder de verzekerde aanspraak te vallen en voor vergoeding uit de basisverzekering in aanmerking te komen, dient op grond van het Besluit zorgverzekering sprake te zijn van rationele farmacotherapie. Rationele farmacotherapie is een behandeling met een geneesmiddel in een voor de patiënt geschikte vorm, waarvan de werkzaamheid en effectiviteit door wetenschappelijk onderzoek is vastgesteld en die ook het meest economisch is voor de zorgverzekering en de patiënt.

Bij het vaststellen van deze beleidsregel is nog geldig (tot 22 augustus 2019) de circulaire ‘Handhavend optreden bij collegiaal doorleveren van eigen bereidingen door apothekers’ van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (destijds: Inspectie voor de Gezondheidszorg) waaruit volgt dat de deelprestatie (bijzondere) magistrale bereiding niet in rekening mag worden gebracht indien de bereiding wordt doorgeleverd, tenzij de bereiding op individueel voorschrift plaatsvindt.   

De NZa verwacht van apothekers dat zij consumenten die zelf hun rekening betalen vooraf informeren over de kosten van de magistrale bereiding.

 

Artikel 7 Medicatiebeoordeling chronisch UR-geneesmiddelengebruik

De prestatie ‘medicatiebeoordeling chronisch UR-geneesmiddelengebruik’

is een gezamenlijke prestatie die wordt uitgevoerd door zowel de apothekers als de arts. Met betrokkenheid van de patiënt (en/of mantelzorger of andere verzorgenden). Het betreft dan ook een functionele prestatie die zowel door de apothekers als de arts gedeclareerd kan worden. Het doel van een medicatiebeoordeling is een op elkaar afgestemde farmacotherapeutische behandeling door artsen, apothekers, verpleegkundigen en verzorgenden op basis van wensen en behoeften (dan wel ervaringen) van de patiënt (en mantelverzorgers of andere verzorgenden).

 

Artikel 17 Facultatieve prestatie

De beleidsregel biedt middels de facultatieve prestatie ziektekostenverzekeraars en farmaceutisch zorgaanbieders extra ruimte doordat het mogelijk is om andere prestatiebeschrijvingen af te spreken dan de uniform geldende prestatiebeschrijvingen. Vanaf 1 januari 2012 kunnen zorgaanbieders en ziektekostenverzekeraars gezamenlijk een aanvraag indienen bij de NZa tot het vaststellen van een prestatiebeschrijving. Partijen kunnen hierdoor van de in deze voorliggende conceptbeleidsregel opgenomen prestaties afwijken.

Het gevolg is dat partijen hierdoor meer vrijheidsgraden en mogelijkheden krijgen om zich te onderscheiden. Het betekent ook dat er meer verantwoordelijkheid komt te liggen bij ziektekostenverzekeraar en zorgaanbieder om te komen tot een duidelijke prestatiebeschrijving en de voorwaarden waaronder een tarief in rekening mag worden gebracht. De NZa toetst in beginsel uitsluitend of de prestatie voldoende duidelijk is omschreven en valt binnen de reikwijdte van de Wet marktordening gezondheidszorg en of sprake is van een gezamenlijk verzoek.
De NZa zal de facultatieve prestatie uniform toepasbaar maken, met als voorwaarde dat er sprake is van een contract tussen een zorgaanbieder en een ziektekostenverzekeraar over de betreffende prestatie.

Het is aan zorgaanbieder en de ziektekostenverzekeraar om te voldoen aan de eerder beschreven voorwaarden. Partijen kunnen zelf nader de voorwaarden overeenkomen waaronder een tarief in rekening mag worden gebracht. Daarvoor hoeven geen voorschriften door de NZa te worden vastgesteld. De NZa toetst de aanvraag voor een nieuwe prestatiebeschrijving dus beperkt.

Bij tarieven die vrij onderhandelbaar zijn, is het belangrijk dat de prestaties waarvoor de tarieven in rekening worden gebracht, duidelijk worden omschreven en vastgelegd. Dit is mede relevant voor de verbodsbepaling op grond van artikel 35 lid 1 Wmg waaruit volgt dat het verboden is een tarief in rekening te brengen voor een prestatie waarvoor geen prestatiebeschrijving is vastgesteld of waarvoor een andere prestatiebeschrijving is vastgesteld. Gezien deze verbodsbepaling zal door de NZa worden gelet op de precisie en duidelijkheid van de voorgestelde prestatieomschrijving. Zorgaanbieders en ziektekostenverzekeraars mogen de nieuwe prestatie declareren respectievelijk vergoeden wanneer een beschikking door de NZa is vastgesteld.

Naar boven