Onderwerp: Bezoek-historie

Beleidsregel verloskunde - BR/REG-20108
Geldigheid:01-01-2020 t/m Status: Toekomstig geldig

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Beleidsregel verloskunde BR/REG-20108

Gelet op artikel 57, eerste lid, onderdelen b en c, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) beleidsregels vast met betrekking tot het uitoefenen van de bevoegdheid om tarieven en prestatiebeschrijvingen vast te stellen.

 

Gelet op artikel 52 aanhef en onderdeel e Wmg, worden tarieven die uit de voorliggende beleidsregel voortvloeien ambtshalve vastgesteld door de NZa.

 

Gelet op artikel 59 aanhef en onderdeel b Wmg heeft de Minister van VWS met brieven van 21 juli 2011, kenmerk MC-U-3073018, en van 16 december 2011, kenmerk MC-U-3093364, ten behoeve van de voorliggende beleidsregel aanwijzingen op grond van artikel 7 Wmg aan de NZa gegeven.

Artikel 1 Begripsbepalingen

1. Basis verloskundige zorgprestaties

Inkomensbestanddeel:

Het aandeel van het (maximum)tarief van het normatief bepaalde inkomen van een verloskundige dat aanbieders van verloskundige zorg in rekening mogen brengen.

 

Praktijkkostenbestanddeel:

Het aandeel van het (maximum)tarief van de normatief bepaalde praktijkkosten van een verloskundige dat aanbieders van verloskundige zorg in rekening mogen brengen.

 

Rekenomzet:

De som van het inkomensbestanddeel (zie artikel 5.1.a) en het praktijkkostenbestanddeel (zie artikel 5.1.b).

 

Rekennorm:

Begripsaanduiding voor een normatief bepaald aantal (verloskundige) zorgeenheden per jaar.

2. Overige (aanvullende) verloskundige zorgprestaties

Prestaties algemene termijnecho om de zwangerschapsduur te bepalen/specifieke diagnose echo

 

Rekeninkomen:

Het aandeel van het (maximum)tarief van het normatief bepaalde inkomen van een verloskundige dat aanbieders van verloskundige zorg in rekening mogen brengen.

 

Rekenkosten:

Het aandeel van het (maximum)tarief van het normatief bepaalde praktijkkosten van een verloskundige dat aanbieders van verloskundige zorg in rekening mogen brengen.

 

Rekenomzet:

De som van het rekeninkomen (zie artikel 5.2.a) en de rekenkosten (zie artikel 5.2.a).

 

Rekennorm:

Begripsaanduiding voor een normatief bepaald aantal abonnementen per jaar.

 

Prestatie uitwendige versie bij stuitligging

 

Inkomensbestanddeel:

Het aandeel van het (maximum)tarief van het normatief bepaalde inkomen van een verloskundige dat aanbieders van verloskundige zorg in rekening mogen brengen.

 

Praktijkkostenbestanddeel:

Het aandeel van het (maximum)tarief van de normatief bepaalde praktijkkosten van een verloskundige dat aanbieders van verloskundige zorg in rekening mogen brengen.

 

Rekenomzet:

De som van het inkomensbestanddeel (zie artikel 5.2.b) en het praktijkkostenbestanddeel (zie artikel 5.2.b).

 

Rekennorm:

Begripsaanduiding voor een normatief bepaald aantal werkbare uren per jaar.

 

Prestaties prenatale screening counseling, nt-meting en seo

 

Praktijkkostenbestanddeel:

Het aandeel van het (maximum)tarief van de normatief bepaalde praktijkkosten van een verloskundige dat aanbieders van verloskundige zorg in rekening mogen brengen.

 

Rekennorm:

Begripsaanduiding voor een normatief bepaald aantal verrichtingen per jaar.

Artikel 2 Doel van de beleidsregel

Het doel van deze beleidsregel is om vast te leggen op welke wijze de NZa gebruik maakt van haar bevoegdheid om tarieven en prestatiebeschrijvingen vast te stellen op het gebied van geneeskundige zorg, zoals verloskundigen en huisartsen die bieden.

Artikel 3 Reikwijdte

Deze beleidsregel is van toepassing op geneeskundige zorg, zoals verloskundigen en huisartsen die bieden, als omschreven bij of krachtens de Zorgverzekeringswet (Zvw).

 

Voor zover geen sprake is van zorg als omschreven in vorige zin, is deze beleidsregel van toepassing op handelingen1 of werkzaamheden2 op het terrein van de geneeskundige zorg, zoals verloskundigen en huisartsen die bieden, uitgevoerd door of onder verantwoordelijkheid van personen, ingeschreven in een register als bedoeld in artikel 3, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) of door personen als bedoeld in artikel 34 Wet BIG.

Artikel 4 Prestaties

In het kader van deze beleidsregel worden de volgende prestaties als basis verloskundige zorg onderscheiden:

  • volledige verloskundige zorg;
  • volledige prenatale zorg;
  • volledige natale zorg;
  • volledige postnatale zorg;
  • prenatale zorg bij spontane abortus of verwijzing van de cliënt naar de tweede lijn;
  • prenatale zorg bij overdracht van de cliënt aan andere zorgaanbieder tijdens de zwangerschap.

 

Daarnaast worden in deze beleidsregel ook de overige (aanvullende) verloskundige zorgprestaties onderscheiden:

  • algemene termijnecho om de zwangerschapsduur te bepalen;
  • specifieke diagnose echo;
  • uitwendige versie bij stuitligging;
  • prenatale screening counseling;
  • prenatale screening nuchal translucency-meting (nt-meting);
  • prenatale screening structureel echoscopisch onderzoek (seo);
  • preconceptieconsult;
  • IUD (spiraaltje) of etonogestrel implantatiestaafje aanbrengen/implanteren of verwijderen.

 

De navolgende toeslagen kunnen in rekening worden gebracht:

  • toeslag achterstandswijken;
  • toeslag Regeling Medische zorg Asielzoekers (RMA) in centrale opvang;
  • toeslag structureel verminderde beschikbaarheid of bereikbaarheid;
  • toeslag geboortecentrum;
  • toeslag geboortecentrum met lachgassedatie;
  • toeslag integrale geboortezorg.

Tenslotte wordt in deze beleidsregel de prestatie onderlinge dienstverlening onderscheiden. 

Artikel 5 Onderdelen ter vaststelling van de tariefopbouw

In dit artikel worden de onderdelen voor de vaststelling van de tariefopbouw weergegeven.

1. Basis verloskundige zorgprestaties

a. Arbeidskostencomponent

De arbeidskostencomponent van het tarief bedraagt € 101.894 (definitief niveau 2019).

 

b. Praktijkkostenbestanddeel

Het praktijkkostenbestanddeel van het tarief bedraagt € 59.627 (definitief niveau 2019). Het praktijkkostenbestanddeel is opgebouwd uit de volgende elementen:

  • personeelskosten € 27.864
  • overige kosten € 31.763

 

c.  Rekennorm

De rekennorm bedraagt 106,6 zorgeenheden per jaar.

2. Overige (aanvullende) verloskundige zorgprestaties

a. Algemene termijnenecho om de zwangerschapsduur te bepalen/specifieke diagnose echo

Het rekeninkomen bedraagt € 2.206 (definitief niveau 2019). In de berekening van het rekeninkomen voor de echo wordt uitgegaan van het inkomensbestanddeel van het maximumtarief per bevalling. Dit zijn 261 werkbare dagen van 8 uur, 15 minuten meerwerk van de verloskundige per echo en 172 echo's per verloskundige (143 eerste echo's en 29 tweede en volgende echo's).

 

De rekenkosten bedragen € 4.481 (definitief niveau 2019). In de berekening van de rekenkosten voor de echo (investeringskosten en de materiaalkosten) is uitgegaan van één echoapparaat per 2,5 verloskundigen.

 

De rekennorm bedraagt 143 abonnementen per jaar.

 

b. Uitwendige versie bij stuitligging

De arbeidskostencomponent van het tarief bedraagt € 101.894 (definitief niveau 2019).

 

Het praktijkkostenbestanddeel van het tarief bedraagt € 59.627 (definitief niveau 2019). Het praktijkkostenbestanddeel is opgebouwd uit de volgende elementen:

  • personeelskosten € 27.864
  • overige kosten € 31.763

 

De rekennorm bedraagt 1.540 werkbare uren.

 

c.  Prenatale screening counseling

Het praktijkkostenbestanddeel van het tarief bedraagt € 66.043 (definitief niveau 2019). Het praktijkkostenbestanddeel is alleen opgebouwd uit personeelskosten.

 

De rekennorm bedraagt 1.425 verrichtingen per jaar.

 

d. Prenatale screening nuchal translucency-meting (nt-meting)

Het praktijkkostenbestanddeel van het tarief bedraagt € 239.246 (definitief niveau 2019). Het praktijkkostenbestanddeel is opgebouwd uit de volgende elementen:

  • personeelskosten € 151.198
  • overige kosten € 88.049

 

De rekennorm bedraagt 375 verrichtingen per jaar.

 

e. Prenatale screening structureel echoscopisch onderzoek (seo)

Het praktijkkostenbestanddeel van het tarief bedraagt € 239.246 (definitief niveau 2019). Het praktijkkostenbestanddeel is opgebouwd uit de volgende elementen:

  • personeelskosten € 151.198
  • overige kosten € 88.049

 

De rekennorm bedraagt 1.275 verrichtingen per jaar.

3. Indexatie van inkomens- en praktijkkostenbestanddeel ter vaststelling van de tariefopbouw

Jaarlijks vindt een aanpassing (indexering) van zowel het inkomens- als het praktijkkostenbestanddeel plaats. De wijze van indexeren is geregeld in de Beleidsregel indexering.

Artikel 6 Totstandkoming (maximum)tarieven

1. Basis verloskundige zorgprestaties

a. Volledige verloskundige zorg

Het maximumtarief per volledige verloskundige zorg is de uitkomst van de rekenomzet (arbeidskostencomponent (zie artikel 5.1.a) + praktijkkosten­bestand­deel (zie artikel 5.1.b)) gedeeld door de rekennorm (zie artikel 5.1.c).

 

b. Volledige prenatale verloskundige zorg

Het maximumtarief voor de volledige prenatale verloskundige zorg bedraagt 37% van het maximumtarief van de volledige verloskundige zorg.

 

c. Volledige natale verloskundige zorg

Het maximumtarief voor de volledige natale verloskundige zorg bedraagt 40,5% van het maximumtarief van de volledige verloskundige zorg.

 

d. Volledige postnatale verloskundige zorg

Het maximumtarief voor de volledige postnatale verloskundige zorg bedraagt 22,5% van het maximumtarief van de volledige verloskundige zorg.

 

e. Prenatale verloskundige zorg bij spontane abortus of verwijzing van de cliënt naar de 2e lijn

Het maximumtarief voor prenatale verloskundige zorg bij spontane abortus of verwijzing van de cliënt naar de tweede lijn bedraagt:

  • in de periode van 0 tot en met 14 weken van de zwangerschap 34% van het maximumtarief van de volledige prenatale zorg;
  • in de periode van 15 tot en met 29 weken van de zwangerschap 51% van het maximumtarief van de volledige prenatale zorg;
  • in de periode na 29 weken van de zwangerschap, maar vóór de bevalling, 115% van het maximumtarief van de volledige prenatale zorg.

 

f. Prenatale verloskundige zorg bij overdracht van de cliënt naar andere zorgaanbieder tijdens de zwangerschap

Het maximumtarief voor prenatale verloskundige zorg bij overdracht van de cliënt aan andere zorgaanbieder tijdens de zwangerschap bedraagt:

  • in de periode van 0 tot en met 14 weken van de zwangerschap voor eerste zorgaanbieder 17% en voor tweede zorgaanbieder 100% van het maximumtarief van de volledige prenatale zorg;
  • in de periode van 15 tot en met 29 weken van de zwangerschap voor eerste zorgaanbieder 51% en voor tweede zorgaanbieder 66% van het maximumtarief van de volledige prenatale zorg;
  • in de periode na 29 weken van de zwangerschap, maar vóór de bevalling, voor eerste zorgaanbieder 72% en voor tweede zorgaanbieder 45% van het maximumtarief van de volledige prenatale zorg.

2. Toeslagen

a. Toeslag achterstandswijken

Over de basis verloskundige zorgprestaties aan cliënten woonachtig in een achterstandswijk kan een toeslag in rekening worden gebracht. De hoogte van de toeslag bedraagt 23%.

De vaststelling van de achterstandswijken vindt plaats conform de systematiek zoals omschreven in de Beleidsregel huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg.

De vaststelling van de opslaggebieden vindt plaats op grond van een door de NZa uitgevoerd onderzoek. De NZa hanteert voor de berekening van de achterstandsindex CBS-gegevens op postcode 6- en postcode 5-niveau. Per postcode-6-gebied wordt bepaald welke postcodes in de achterstandsgebieden voorkomen. De achterstandsindex worden gebaseerd op de volgende criteria:

  • percentage inwoners met laag inkomen;
  • percentage niet–actieven;
  • percentage niet-Westerse allochtonen of midden-Oost-Europeaan;

Verzekerden woonachtig in de betreffende postcodes worden aangemerkt als woonachtig in een opslagwijk.

 

b. Toeslag regeling Medische zorg Asielzoekers (RMA) in centrale opvang

Voor de basis verloskundige zorgprestaties aan RMA-verzekerden in de centrale opvang kan een toeslag in rekening worden gebracht. De hoogte van de toeslag bedraagt 23%.

 

c. Toeslag structureel verminderde beschikbaarheid of bereikbaarheid

Over de basis verloskundige zorgprestaties kan een toeslag in rekening worden gebracht als sprake is van aanvullende maatregelen of werkzaamheden vanuit de eerste lijn vanwege structureel verminderde beschikbaarheid of bereikbaarheid van de tweede lijn. De hoogte van de toeslag bedraagt maximaal 40%. Deze toeslag kan enkel in rekening worden gebracht als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • De toeslag op de reguliere tarieven dient om aanvullende maatregelen of werkzaamheden vanuit de eerste lijn te dekken, veroorzaakt door een structureel verminderde beschikbaarheid of bereikbaarheid van de tweede lijn.
  • De toeslag kan enkel in rekening worden gebracht indien voor een aanzienlijk deel van de populatie van de betreffende verloskundige praktijk structureel verminderde beschikbaarheid of bereikbaarheid van de tweede lijn geldt.
  • De aanvullende maatregelen en/of werkzaamheden zijn erop gericht om de verloskundige activiteiten zo lang mogelijk vanuit de eerste lijn uit te voeren, daar waar het enige alternatief vroegtijdige overdracht aan de tweede lijn is.
  • De toeslag kan alleen in rekening worden gebracht als de zorgverlener met de zorgverzekeraar van de cliënt hiervoor een overeenkomst heeft. In deze overeenkomst staan de aanvullende eerstelijns verloskundige maatregelen en/of werkzaamheden, en de hoogte van de in rekening te brengen toeslag vastgelegd.
    Voor het in rekening brengen van deze toeslag is het niet vereist dat er tevens een overeenkomst tussen zorgverlener en de zorgverzekeraar van de cliënt is gesloten met betrekking tot de basis verloskundige zorg (deel)prestaties.

 

d. Toeslag geboortecentrum

Bij bevalling in een geboortecentrum kan naast het maximumtarief voor de verschillende (deel)prestaties verloskundige zorg ook de toeslag geboortecentrum in rekening worden gebracht. Hierbij geldt een maximumtarief van € 573,00 (prijspeil 2019 definitief niveau, indexatie op basis van cep).  

Deze toeslag kan in rekening worden gebracht aan de cliënt of zijn zorgverzekeraar bij verloskundige zorgverlening vanuit een geboortecentrum. Een geboortecentrum is in dit verband een locatie, anders dan thuis, waar laag risico zwangeren kunnen bevallen onder verantwoordelijkheid van een eerstelijns verloskundig professional. Hierbij zijn er in ieder geval  faciliteiten die een normaal verloop van de baring kunnen ondersteunen. Onderdeel van de prestatie toeslag geboortecentrum is ook de partusassistentie, inclusief het starttarief voor partusassistentie. De prestaties betreffende partusassistentie, opgenomen in de thans geldende Beleidsregel kraamzorg, kunnen niet naast deze toeslag worden gedeclareerd.

 

Het maximumtarief voor de toeslag geboortecentrum kan boven de eerder vermelde € 573,00 tot maximaal € 839,28 (prijspeil 2019 definitief niveau, indexatie op basis van cep) worden overeengekomen. Dit kan alleen onder de aanvullende voorwaarde dat de betrokken zorgverzekeraar en zorgaanbieder dit onderling schriftelijk overeenkomen en waarbij inzichtelijk is dat de overeengekomen zorgverlening leidt tot een aannemelijke besparing op de kosten elders in de zorgketen. De zorgaanbieder heeft de mogelijkheid om (onderdelen van) de toeslag met inachtneming van het geldende maximumtarief via onderlinge dienstverlening in rekening te brengen aan een andere zorgaanbieder.

Ook een andere zorgaanbieder dan de zorgaanbieder die verloskundige zorg levert aan de betrokken cliënt heeft de mogelijkheid om deze toeslag in rekening te brengen bij de cliënt of zijn zorgverzekeraar.

 

e. Toeslag geboortecentrum met lachgassedatie

Bij bevalling in een geboortecentrum met lachgassedatie kan ook de toeslag geboortecentrum met lachgassedatie in rekening worden gebracht, naast het maximumtarief voor de verschillende (deel)prestaties verloskundige zorg. Het tarief voor deze toeslag bedraagt maximaal € 1.026,55 (prijspeil definitief niveau 2019).

Deze toeslag dient om natale en postnatale zorg in een eerstelijns geboortecentrum te faciliteren, waarbij pijn wordt bestreden door een lachgasmengsel toe te dienen.

Lachgassedatie is een beheersbare farmacologische techniek, zorgvuldig uitgevoerd door een hiertoe geschoolde verloskundige in een omgeving met adequate toedienings- en afzuigingsmogelijkheden. Hierbij ademt de cliënt een variabele combinatie van lachgas en zuurstof via een neusmasker in om een gevoel van ontspanning en geruststelling bij de cliënt te bereiken. Gedurende de gehele sedatie blijft de cliënt het gasmengsel inademen, en blijven de beschermende vitale reflexen intact

Het tarief kan enkel in rekening worden gebracht als over deze prestatie samenwerkingsafspraken zijn gemaakt op het niveau van het verloskundig samenwerkingsverband. Onderdeel van de prestatie toeslag geboortecentrum is ook de partusassistentie, inclusief het starttarief voor partusassistentie. De prestaties betreffende partusassistentie, opgenomen in de thans geldende Beleidsregel kraamzorg, kunnen niet naast deze toeslag worden gedeclareerd.

De toeslag geboortecentrum met lachgassedatie mag niet in rekening worden gebracht als voor de betrokken cliënt de toeslag geboortecentrum al in rekening is gebracht.

De zorgaanbieder heeft de mogelijkheid om (onderdelen van) de toeslag met inachtneming van het geldende maximumtarief via onderlinge dienstverlening in rekening te brengen aan een andere zorgaanbieder. Ook een andere zorgaanbieder dan de zorgaanbieder die verloskundige zorg levert aan de betrokken cliënt heeft de mogelijkheid om deze toeslag in rekening te brengen bij de cliënt of zijn zorgverzekeraar.

 

f. Toeslag integrale geboortezorg

Naast het maximumtarief voor de verschillende (deel)prestaties verloskundige zorg kan ook een toeslag integrale geboortezorg per zwangere vrouw in rekening worden gebracht. Deze toeslag biedt aanvullende tariefruimte om de kwaliteit van verloskundige zorg te verbeteren, inclusief de bevordering van de samenwerking en professionalisering binnen de verloskundige keten. Een onderdeel hiervan kan de inzet van een medisch specialist gedurende het eerstelijns verloskundig traject zijn (het meekijkconsult). De toeslag kan alleen in rekening worden gebracht als hiervoor een overeenkomst is gesloten tussen zorgaanbieder en zorgverzekeraar van de cliënt. In de overeenkomst zijn de inhoud van de te leveren zorg en de hoogte van het in rekening te brengen tarief vastgelegd. Deze toeslag kan enkel in rekening worden gebracht als er ook verloskundige zorg is geleverd aan de betrokken cliënt. 

 

De zorgverzekeraar heeft de mogelijkheid om deze toeslag overeen te komen met een andere zorgaanbieder dan de zorgaanbieder die verloskundige zorg levert aan de betrokken cliënt.

Een voorbeeld van deze andere zorgaanbieder kan zijn een gezamenlijke juridische entiteit zijn, waarin naast de eerstelijns verloskundige ook de andere disciplines binnen de verloskundige keten deelnemen. De toeslag kan één keer per zwangere vrouw in rekening worden gebracht door een zorgaanbieder aan een zorgverzekeraar. De toeslag kan, of delen van de toeslag kunnen, met inachtneming van het geldende maximumtarief in rekening worden gebracht aan een andere zorgaanbieder.

Het maximumtarief van de toeslag integrale geboortezorg bedraagt 10% van het tarief van de prestatie volledige verloskundige zorg.

3. Overige (aanvullende) verloskundige prestaties

a. Algemene termijnecho om de zwangerschapsduur te bepalen 

Het maximum abonnementstarief voor een algemeen termijn echoscopisch onderzoek ten behoeve van de datering van de zwangerschap is de uitkomst van de rekenomzet (rekeninkomen + rekenkosten) gedeeld door de rekennorm (zie artikel 5.2.a).

 

b. Specifieke diagnose echo

Het maximumtarief voor een specifieke diagnose echo is de uitkomst van het maximumtarief voor een algemene termijnecho om de zwangerschapsduur te bepalen (zie artikel 6.3.a) gedeeld door factor 1,2.

De volgende specifieke diagnose echo’s worden onderscheiden:

  1. De biometrie echo: het beoordelen van de groei van het kind;
  2. De echo vanwege bloedverlies;
  3. De begeleidingsecho bij uitwendige versie;
  4. De liggingsecho: het bepalen van de hoofdligging van het kind;
  5. De echo lokalisatie placenta: vaststellen waar de placenta zich in de baarmoeder bevindt in het derde trimester van de zwangerschap na vorming van het onderste uterussegment;
  6. De vitaliteitsecho: vaststellen locatie en vitaliteit van de zwangerschap in het eerste trimester van de zwangerschap.

 

c. Uitwendige versie bij stuitligging

Het maximumtarief voor een uitwendige versie bij stuitligging is de uitkomst van de rekenomzet (rekeninkomen + rekenkosten) gedeeld door de rekennorm (zie artikel 5.2.b).

 

d. Prenatale screening counseling

Het maximumtarief voor de counseling is de uitkomst van het praktijkkostenbestanddeel gedeeld door de rekennorm (zie artikel 5.2.c).

 

e. Prenatale screening nuchal translucency-meting (nt-meting)

Het maximumtarief voor de nt-meting bij eenlingen én bij het eerste kind van een meerlingenzwangerschap is de uitkomst van 17% maal het praktijkkostenbestanddeel gedeeld door de rekennorm (zie artikel 5.2.d), opgehoogd met de kosten van een serumtest. De kosten van de serumtest  is een vast maximumbedrag van € 69,62 (definitief niveau 2019) dat jaarlijks wordt geïndexeerd volgens de jaarlijkse aanpassingssystematiek van het praktijkkostenbestanddeel (ova).

Het maximumtarief voor de nt-meting bij elk volgend kind van een meerlingenzwangerschap is de uitkomst van 17% maal het praktijk-kostenbestanddeel gedeeld door de rekennorm (zie artikel 5.2.d).

 

f. Prenatale screening structureel echoscopisch onderzoek (seo)

Het maximumtarief voor het seo bij eenlingen én bij het eerste kind van een meerlingenzwangerschap is de uitkomst van 83% maal het praktijkkostenbestanddeel gedeeld door de rekennorm (zie artikel 5.2.e). Het maximumtarief voor het seo bij elk volgend kind van een meerlingenzwangerschap is de uitkomst van 83% maal het praktijkkostenbestanddeel gedeeld door de rekennorm (zie artikel 5.2.e).

 

g. Preconceptieconsult

Het maximumtarief voor het preconceptieconsult (zowel korter als langer dan 20 minuten) wordt gelijkgesteld aan de hoogte van het maximumtarief voor de prestaties consult passant (korter en langer dan 20 minuten) zoals beschreven in artikel 5.2.3 van de Beleidsregel huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg.

 

Het tarief voor een preconceptieconsult kan niet in rekening worden gebracht als de zorgverlener voor de betreffende cliënt ook het inschrijftarief declareert, volgens de Beleidsregel huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg onder artikel 5.2.1. In dat geval kan de zorg gedeclareerd worden vanuit de reguliere prestatie 5.2.2 consult, volgens de Beleidsregel huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg.

 

h. IUD (spiraaltje) of etonogestrel implantatiestaafjeaanbrengen/implanteren of verwijderen

Het maximumtarief voor de prestatie wordt gelijkgesteld aan de hoogte van het maximumtarief voor de prestatie zoals beschreven in de Beleidsregel huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg.

Deze prestatie kan niet in rekening worden gebracht als de zorgverlener voor de betreffende cliënt ook het inschrijftarief declareert (zoals beschreven in de beleidsregel huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg onder artikel 5.2.1). In dat geval kan de zorg gedeclareerd worden via de prestatie ‘IUD aanbrengen/implanteren of verwijderen etonogestrel implantatiestaafje’ binnen de regelgeving in de huisartsenzorg.

4. Onderlinge dienstverlening

Onderlinge dienstverlening

De levering van (onderdelen van) de prestaties basis verloskundige zorg door een zorgaanbieder in opdracht van een andere zorgaanbieder. De eerstgenoemde zorgaanbieder wordt in dit kader aangeduid als de ‘uitvoerende zorgaanbieder’. De laatstgenoemde zorgaanbieder wordt in dit kader aangeduid als de ‘opdrachtgevende zorgaanbieder’.

De uitvoerende zorgaanbieder heeft de mogelijkheid om (onderdelen van) de prestaties basis verloskundige zorg met inachtneming van de geldende maximumtarieven, in opdracht van de opdrachtgevende zorgverlener via onderlinge dienstverlening in rekening te brengen aan de opdrachtgevende zorgaanbieder.

5. Max-max tarieven

De maximumtarieven berekend op basis van de artikelen 6.1.a tot en met f en 6.3.a tot en met h kunnen ten hoogste met 10% worden verhoogd indien hieraan een schriftelijke overeenkomst tussen de betreffende zorgaanbieder en ziektekostenverzekeraar ten grondslag ligt.

 

Een tarief dat niet hoger is dan berekend op basis van de artikelen 6.1.a tot en met f en 6.3.a tot en met h kan aan een ieder in rekening worden gebracht.

 

Een verhoogd maximumtarief kan uitsluitend in rekening worden gebracht aan:

  • de ziektekostenverzekeraar met wie het verhoogde maximumtarief schriftelijk is overeengekomen, of
  • de verzekerde ten behoeve van wie een ziektekostenverzekering met betrekking tot verloskundige zorg is gesloten bij een ziektekostenverzekeraar met wie een zodanig verhoogd maximumtarief schriftelijk is overeengekomen.

6. Structurele taakstelling 2012

Als gevolg van de door de minister van VWS opgelegde taakstelling zoals verwoord in de aanwijzing d.d. 16 december 2011 met kenmerk MC-U-3093364, worden de uitkomsten van de tariefberekening voor overige verloskundige prestaties zoals verwoord in de artikelen 6.3.a tot en met 6.3.f, structureel verlaagd met 1,16%.

7. Vergoeding (gederfd) rendement eigen vermogen

In deze beleidsregel is een component voor het (gederfd) rendement op het eigen vermogen van 0,31% toegevoegd aan de structurele tariefcomponenten die de tarieven voor de overige zorggerelateerde prestaties onderbouwen. Het opslagpercentage dient als vergoeding voor de eigen vermogenskosten waarmee de zorgaanbieder ondernemersrisico’s kan opvangen. 

Artikel 7 Intrekken oude beleidsregel

Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze beleidsregel wordt de Beleidsregel verloskunde, met kenmerk BR/REG-19135, ingetrokken.

Artikel 8 Toepasselijkheid voorafgaande beleidsregel

De Beleidsregel verloskunde met kenmerk BR/REG-19135 blijft van toepassing op besluiten en aangelegenheden die hun grondslag vinden in die beleidsregel en die betrekking hebben op de periode waarvoor die beleidsregel gold.

Artikel 9 Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking op 1 januari 2020. Gelet op artikel 20 lid 2 onderdeel b Wmg, zal van de vaststelling van deze beleidsregel mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

Artikel 10 Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel verloskunde.

TOELICHTING

Algemeen

2020

In de beleidsregel zijn wijzigingen doorgevoerd in de benaming van de lijst voor de specifieke diagnose echo. Deze zijn verduidelijkt zonder de inhoud daarvan te willen aanpassen.

Daarnaast zijn er een aantal antwoorden op de veel gestelde vragen vanuit de website opgenomen in de beleidsregel.

 

2019

In de beleidsregel zijn wijzigingen doorgevoerd in de onderbouwing van de tarieven voor het verloskundig zorgtraject en in een aantal prestaties. De waarden voor de tariefonderdelen praktijkkosten en productie zijn aangepast op basis van de uitkomsten van een kostenonderzoek. Voor een toelichting hierop wordt verwezen naar het verantwoordingsdocument ‘Toelichting op de berekening van de tarieven in de eerstelijns verloskundige zorg’.

 

De gewijzigde prestatie is de prestatie prenatale screening structureel echoscopisch onderzoek (seo). Tot 2018 was in het tarief een opslag verdisconteerd voor de coördinatiekosten van het toezicht op de geleverde kwaliteit Regionale Centra Prenatale Screening (RPCN). Per 2018 vindt de bekostiging van de RCPN niet meer via het tarief van de seo plaats, maar krijgt die een aparte financiering van VWS.

 

2017

Per 1 januari 2017 werd aan de structurele tariefcomponenten die dienen ter onderbouwing van de tarieven voor alle prestaties een component voor het (gederfd) rendement op het eigen vermogen van 1,17% toegevoegd. Het opslagpercentage diende als vergoeding voor de eigen vermogenskosten waarmee de zorgaanbieder ondernemersrisico’s kan opvangen. Met de resultaten van het afgeronde kostenonderzoek is de hoogte van deze normatieve vergoeding voor de prestaties van het verloskundig zorgtraject herijkt. Op grond van de onderzoeksresultaten bedraagt het opslagpercentage voor deze prestaties nu 0,31%.

 

Zorgstandaard

Implementatie van de zorgstandaard kan leiden tot onduidelijkheden over declaraties van verloskundige zorg in de monodisciplinaire systematiek. De monodisciplinaire declaratiesystematiek gaat uit van een overdrachtsmoment waarop de zorg over gaat van eerste naar de tweede lijn. De NZa stelt bij het toepassen van de zorgstandaard Integrale Geboortezorg de volgende uitgangspunten centraal:

- De verloskundige declareert alleen een prestatie verloskundige zorg indien de zwangere vrouw bij de verloskundige ‘in zorg’ is.

- De prestaties verloskundige zorg beschrijven de volledige zorg die een verloskundige biedt indien de zwangere vrouw bij de verloskundige in zorg is. De prestatie verloskundige zorg kan alleen worden gedeclareerd indien het geheel aan verloskundige zorg wordt geleverd in een bepaalde periode.

- Wanneer eerste- en tweedelijnszorgverleners in dezelfde periode betrokken zijn bij de zorgverlening declareert of de eerste lijn of de tweede lijn een zorgprestatie. Eerste en tweede lijn maken indien nodig afspraken over de taakverdeling en onderlinge verrekening.

Artikelsgewijs

6.2.f Toeslag integrale geboortezorg

In artikel 6.2.f is de mogelijkheid beschreven voor zorgaanbieders en zorgverzekeraars om de toeslag integrale geboortezorg overeen te komen. De toeslag schept extra tariefruimte die kan worden ingezet als verzekeraar en aanbieder dit wenselijk achten en hierover overeenstemming bereiken.

Het doel van de module is samenwerking tussen de verschillende typen zorgaanbieders in de geboortezorgketen mogelijk te maken. De aanvullende tariefruimte die de module biedt kan bijvoorbeeld worden gebruikt voor de vorming en professionalisering van verloskundige samenwerkingsverbanden of om consultatie van de tweede lijn vanuit de eerste lijn mogelijk te maken.

De toeslag kan direct overeen gekomen worden met een juridische entiteit waarin naast de eerstelijns verloskundige ook de andere disciplines in de verloskundige keten deelnemen. Deze mogelijkheid kan de totstandkoming van de verschillende typen zorgaanbieders faciliteren en stimuleren. Hiermee kan een belangrijke stap worden gezet om geboortezorg integraal te gaan organiseren en bekostigen.

De tariefruimte die deze toeslag biedt kan ook worden ingezet om innovatieve zorgvormen zoals ‘centering pregnancy’ te bekostigen als zorgaanbieder en zorgverzekeraar hierover overeenstemming bereiken.

 

6.3.b Specifieke diagnose echo

De volgende specifieke diagnose echo’s worden onderscheiden:

  1. De biometrie echo: het beoordelen van de groei van het kind;
  2. De echo vanwege bloedverlies;
  3. De begeleidingsecho bij uitwendige versie;
  4. De liggingsecho: het bepalen van de hoofdligging van het kind;
  5. De echo lokalisatie placenta; vaststellen waar de placenta zich in de baarmoeder bevindt in het derde trimester van de zwangerschap na vorming van het onderste uterussegment;
  6. De vitaliteitsecho: vaststellen locatie en vitaliteit van de zwangerschap in het eerste trimester van de zwangerschap.

De specifieke diagnose echo's zijn verzekerde zorg indien de individuele zwangere vrouw daar een medische indicatie voor heeft, met andere woorden: wanneer de individuele vrouw daar redelijkerwijze op is aangewezen.

Een individuele indicatie onderscheidt zich van de situatie waarin aan álle zwangere vrouwen rond de acht weken zwangerschap een echo wordt aangeboden. Wanneer buiten het standaard aanbod om een echo wordt uitgevoerd waarvoor de zwangere vrouw geen medische indicatie heeft, dan valt die extra echo niet onder de verzekerde zorg.

 

6.3.g Preconceptieconsult

Het preconceptieconsult is conform standpunt van Zorginstituut Nederland zorg die deel uitmaakt van het basispakket van de Zorgverzekeringswet zolang deze zorg niet programmatisch en collectief wordt aangeboden. Een verzekerde moet het initiatief nemen en zijn zorgvraag formuleren. De zorg valt onder de te verzekeren zorg, indien een vrouw naar inhoud en omvang redelijkerwijs op deze zorg is aangewezen. Het hebben van een kinderwens is een indicatie om bovengenoemde adviezen te kunnen krijgen. Het actief aanbieden van het preconceptieconsult aan opgespoorde paren met een kinderwens past daarom niet binnen de omschreven prestaties. De prestatie ‘Preconceptieconsult 20 minuten en langer’ kan alleen in rekening worden gebracht indien het zorginhoudelijke cliëntcontact daadwerkelijk 20 minuten of langer in beslag heeft genomen. Het preconceptieconsult is niet bedoeld voor vrouwen met vruchtbaarheidsproblemen.

 

6.3.h IUD (spiraaltje) of etonogestrel implantatiestaafje aanbrengen/implanteren of verwijderen

Het plaatsen van een IUD (spiraaltje) behoort al tot het deskundigheidsgebied van verloskundigen. Het voorlichten over en voorschrijven van anticonceptiva (inclusief het plaatsen van een IUD) maakt vanwege het postpartum advies onderdeel uit van hun opleiding. Vanzelfsprekend moet de verloskundige die anticonceptie voorschrijft kennis hebben van de risico’s van de middelen met betrekking tot contra-indicaties en interacties. Ook moet hij de vaardigheid om IUD’s te plaatsen op peil houden. De KNOV zorgt voor passende nascholing voor de zittende beroepsgroep en ze ontwikkelt richtlijnen. Hierbij kan men de NHG (Nederlands Huisartsen Genootschap)-standaard Anticonceptie aanhouden. De continuïteit van zorg die verloskundigen beogen met het door hen postpartum voorschrijven van anticonceptiva moet tevens daarna geborgd zijn. Een goede overdracht naar de huisarts vormt daarom een belangrijke randvoorwaarde evenals eenduidige voorlichting naar de cliënt toe ten aanzien van degene tot wie deze zich dient te wenden in geval van problemen. Verloskundigen dienen bij het voorschrijven van anticonceptiva (zowel oraal als in de vorm van IUD’s, inclusief het plaatsen van een IUD) aan de hierboven beschreven voorwaarden te voldoen. Daarbij moet de bekwaamheid van de verloskundige ter zake aantoonbaar zijn.

 

Naar boven