Onderwerp: Bezoek-historie

Concentratiebesluit Excent tandtechniek B.V. - Tandtechnisch Laboratorium Morgenstond BV - CVT Haaglanden B.V.
Ondertekeningsdatum:07-02-2019

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Aanvraag tot goedkeuring van een concentratie

 

  1. Op 9 januari 2019 heeft de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) een aanvraag ontvangen in de zin van artikel 49a van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) voor het verkrijgen van goedkeuring van een voorgenomen concentratie (hierna: de aanvraag).

    Partijen

  2. EDG Nederland Holding B.V. (hierna: EDG) is (onder meer) via haar dochteronderneming Top Mondzorg actief op het gebied van mondzorg in heel Nederland. EDG houdt 100% van de aandelen in Excent Tandtechniek B.V. (hierna: Excent Tandtechniek). Excent Tandtechniek is via haar dochterondernemingen actief op het gebied van tandtechnische zorg in heel Nederland.

  3. E.V. Mantingh Holding B.V. is via haar dochterondernemingen Tandtechnisch Laboratorium Morgenstond B.V. (hierna: Morgenstond) en CVT Haaglanden B.V. (hierna: CVT Haaglanden) actief op het gebied van mond- en tandtechnische zorg in de regio Den Haag/Rijswijk.

    Het voornemen

  4. Het voornemen betreft de overname van alle aandelen van Morgenstond en CVT Haaglanden door Excent Tandtechniek. Het voornemen is vastgelegd in een op 18 december 2018 door partijen ondertekende koopovereenkomst.

    Toepasselijkheid van de zorgspecifieke concentratietoets

  5. Betrokken organisaties zijn Excent Tandtechniek, en CVT Haaglanden.

  6. Excent Tandtechniek en CVT Haaglanden kwalificeren als zorgaanbieder in de zin van artikel 1, onderdeel c, onder 1 van de Wmg.

  7. Uit de bij de aanvraag ter beschikking gestelde gegevens over het aantal personen dat werkzaam is binnen de betrokken organisaties blijkt dat de voorgenomen concentratie binnen de werkingssfeer van het in artikelen 49a t/m 49d van de Wmg geregelde zorgspecifieke concentratietoezicht valt.

  8. Het voornemen leidt tot het tot stand brengen van een concentratie in de zin van artikel 27, eerste lid, b, Mededingingswet. De hierboven, onder punt 5 omschreven transactie leidt er namelijk toe dat Excent Tandtechniek uitsluitende zeggenschap verkrijgt over Morgenstond en CVT Haaglanden.

    Beoordeling

  9. Bij de beoordeling van de aanvraag tot goedkeuring van de voorgenomen concentratie hanteert de NZa de wettelijke criteria van artikel 49c lid 2 Wmg.

    A. Inzicht in de verwachte effecten van de concentratie

  10. De bij de aanvraag ter beschikking gestelde effectrapportage biedt voldoende inzicht in de verwachte effecten van de beoogde concentratie, zoals opgesomd in artikel 49b, tweede lid, Wmg.

    B. Betrokkenheid belanghebbenden

  11. Voor de beoordeling van de betrokkenheid van cliënten en personeel bij de voorbereiding van de concentratie sluit de NZa aan bij de in de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (hierna: Wmcz) en de Wet op de ondernemingsraden (hierna: WOR) verankerde advies- en instemmingsrechten van cliëntenraden en ondernemingsraden bij voorgenomen concentraties.[1]

  12. Morgenstond is geen zorgaanbieder in de zin van de Wmg en valt daarom niet onder de reikwijdte van artikel 49a Wmg. Om die reden is de betrokkenheid van cliënten en personeel van Morgenstond door de NZa niet beoordeeld.

  13. CVT Haaglanden doet door minder dan 50 personen zorg verlenen in de zin van de Wmg en valt daarom niet onder de reikwijdte van artikel 49a Wmg. Om die reden is de betrokkenheid van cliënten en personeel van CVT Haaglanden door de NZa niet beoordeeld.

    Cliënten

  14. Zorgaanbieders die een instelling in de zin van artikel 1, eerste lid, onder f, van de Wet toelating zorginstellingen (hierna: WTZi) in stand houden, zijn op grond van artikel 2, eerste lid van de Wmcz verplicht om een cliëntenraad in te stellen. Uit artikel 5, eerste lid, van de WTZi jo. artikel 1.2, achtste lid, van het Uitvoeringsbesluit WTZi blijkt dat aanbieders van mondzorg instellingen zijn in de zin van de WTZi.

  15. Uit de parlementaire geschiedenis bij de Wmcz blijkt echter dat het niet de bedoeling van de wetgever is geweest om de verplichting om een cliëntenraad in te stellen ook voor, onder andere, aanbieders van mondzorg te laten gelden. Om die reden is de betrokkenheid van cliënten van het EDG concern door de NZa niet beoordeeld.

    Personeel

  16. Uit de bij de aanvraag ter beschikking gestelde gegevens blijkt dat het Excent Tandtechniek geen ondernemingsraad in de zin van de WOR heeft ingesteld, maar dat zij wel al haar personeel over de voorgenomen concentratie heeft geïnformeerd en de mogelijkheid heeft gegeven hierop te reageren.

    C. Cruciale zorg

  17. Door betrokken organisaties wordt geen cruciale zorg aangeboden in de zin van artikel 49c, tweede lid, onder c, Wmg.

    Besluit

  18. De NZa heeft vastgesteld dat partijen hebben voldaan aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 49c Wmg. De NZa verleent goedkeuring aan het tot stand brengen van de concentratie waarop de aanvraag betrekking heeft.

 

Datum: 7 februari 2019

 

Nederlandse Zorgautoriteit,

 

 

 

mw. mr. drs. K. Raaijmakers

directeur Toezicht en Handhaving

 

 

 

 

 

Indien u het niet eens bent met dit besluit, dan kunt u binnen zes weken na verzending/bekendmaking van dit besluit een bezwaarschrift indienen bij de Nederlandse Zorgautoriteit. U kunt uw bezwaar indienen: per post of per fax. Het is niet mogelijk uw bezwaar via de e-mail in te dienen.

 

Adres:    Nederlandse Zorgautoriteit

   t.a.v. unit Juridische Zaken

   Postbus 3017

   3502 GA  UTRECHT

(In de linkerbovenhoek van de envelop vermeldt u: Bezwaarschrift)

Fax:        030 – 296 82 96

 

Het bezwaar dient volgens artikel 6:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht schriftelijk en ondertekend te worden ingediend en dient ten minste de volgende gegevens te bevatten:

  • naam en adres van de indiener;

  • de dagtekening;

  • een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar zich richt;

  • de gronden (onderbouwing) van het bezwaar.

 

Wij verzoeken u een kopie van dit besluit bij te voegen.

 


[1] Zie, onder andere, Kamerstukken II, 2011-2012, 33 253, nr. 3, p. 12; Kamerstukken II, 2012-2013, 33 253, nr. 6. p. 13; Kamerstukken I, 2012-2013, 33 253, C, p. 15-17.

Naar boven