Onderwerp: Bezoek-historie

Accountantsprotocol beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen over subsidiejaar 2018
Geldigheid:01-01-2019 t/m 01-10-2019Versie:vergelijk Vergelijk met Accountantsprotocol Beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen over subsidiejaar 2017, versie: 1  X

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Bij de aanvraag tot vaststelling beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen 20172018

1. Uitgangspunten

1.1 Inleiding

Dit accountantsprotocol is bedoeld voor de controle van de aanvraag van een opleidende zorgaanbieder voor vaststelling van de beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen 2018 bij de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). De opleidende zorgaanbieder doet deze aanvraag op het NZa-portaal www.aanvragen.nza.nl door het formulier “Aanvraagformulier vaststelling beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen 2018” (hierna: het aanvraagformulier) in te vullen. Er is op elk moment 1 versie van dit formulier beschikbaar.

De kaders van de aanvraag voor de opleidende zorgaanbieder en voor de NZa staan in:

  • de beleidsregel ‘Beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen’ (kenmerk BR/REG-17185, hierna: de beleidsregel) en;
  • het ‘Uniform kader beschikbaarheidbijdrage NZa’ (kenmerk BR/REG-18156a, hierna: het Uniform kader).

Dit accountantsprotocol heeft betrekking op de aanvragen tot vaststelling van de beschikbaarheidbijdrage voor (medische) vervolgopleidingen 2017. De kaders hiervoor zijn beschreven in de beleidsregel ‘Beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen’ (kenmerk BR/REG-17185, hierna: de beleidsregel) en het ‘Uniform kader beschikbaarheidbijdrage NZa’ (kenmerk BR/REG-17152, hierna: het Uniform kader). Het gaat hierbij omcontrole vindt plaats over alle opleidingen zoals genoemd in de beleidsregel, met uitzondering vanbehalve op de ziekenhuisopleidingen. De accountant hoeft geen werkzaamheden te verrichten met betrekking tot de ziekenhuisopleidingen. De regels en relevante documenten over deze beschikbaarheidbijdrage vindt u op de website van de Nederlandse Zorgautoriteit ([www.nza.nl).1]

De regels en relevante documenten over deze beschikbaarheidbijdrage vindt u op:


[1] Het CZO registreert alle instromers en gediplomeerden van de ziekenhuisopleidingen. Het CZO levert deze gegevens aan de NZa. De zorgaanbieder hoeft in het aanvraagformulier alleen aan te geven dat hij ziekenhuisopleidingen aan wil vragen. De NZa gebruikt de aantallen van het CZO voor het bepalen van de hoogte van de beschikbaarheidbijdrage. De accountant hoeft deze opleidingen en bijbehorende opleidelingen daarom niet mee te nemen in de controle.

1.2 Doelstelling

Het doel van ditDit accountantsprotocol is het verstrekken vangeeft duidelijkheid over de reikwijdte en diepgang van de accountantscontrole[1][1] bij de vaststellingsaanvragen van opleidende zorgaanbieders voor de beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen 2018 en het in dat kader af te geven assurance-rapport bij het aanvraagformulier voor de vaststelling van de beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen (hierna: het formulier). Ook bevat dit accountantsprotocol de modeltekststandaardtekst voor een goedkeurend assurance-rapport. Het assurance-rapport moet de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) een redelijke mate van zekerheid geven over de juistheid van de verantwoordedoor de zorgaanbieder ingevulde instroom- en doorstroomaantallen. Daarnaast stelt de accountant vast dat de opleidende zorgaanbieder over geldige erkenningen beschikt voor het verzorgen van opleidingen tot (medisch) specialist voor die opleidingen waarvan de realisatie is verantwoordingevuld in het formulieraanvraagformulier.

Om bovengenoemde vast te stellen, verricht de accountant werkzaamheden ten aanzien van de verantwoordingsinformatie van de beschikbaarheidbijdrageinformatie die door de zorgaanbieder in het formulieraanvraagformulier is opgenomen. De NZa controleert vervolgens de verantwoordingaanvraag van de beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen op het voldoen aan de voorwaarden als genoemd in de beleidsregel en stelt de aanvraag voor de beschikbaarheidbijdrage vast.


[1][1] Met ‘accountantscontrole’ of ‘controle’ wordt in dit accountantsprotocol bedoeld het uitvoeren van een assurance-opdracht conform Standaard 3000A.

1.3 Procedures

Eén van de voorwaarden voor het ontvangen van de beschikbaarheidbijdrage 2018 is dat de opleidende zorgaanbieder een aanvraag tot vaststelling van de beschikbaarheidbijdrage indient bij de NZa voorvóór 1 juni na afloop van het jaar waarvoor de beschikbaarheidbijdrage wordt verleend2019. Daarvoor moet gebruik worden gemaaktDe aanvraag tot vaststelling bevat de realisatie van de opleidingen van het formulierafgelopen jaar. Voor de aanvraag gebruikt de opleidende zorgaanbieder het aanvraagformulier voor de vaststelling 2018 dat door de NZa ter beschikking wordt gesteldbeschikbaar stelt op het portaal van de NZa (https://aanvragen.nza.nl/https://aanvragen.nza.nl/). Op grond van artikel 5.2.8 van het Uniform kader beschikbaarheidbijdrage NZa dient de activiteitenverantwoordingDe aanvraag tot vaststelling bij een verleend bedrag hoger dan € 125.000 (exclusief het verleende bedrag voor de ziekenhuisopleidingen) dient de opleidende zorgaanbieder te worden voorzien van een accountantsproduct[1]. . De NZa vraagt instellingen hiervoorverplicht zorgaanbieders als accountantsproduct een assurance-rapport met de aanvraag aan te leveren. Voor opleidendeOpleidende zorgaanbieders met een verleend bedrag tussen € 25.000 en € 125.000 (exclusief het verleende bedrag voor ziekenhuisopleidingen) kankunnen door de NZa ook worden verzocht een accountantsproduct op te leveren. De NZa zal de betreffende opleidende zorgaanbieder hierover in ditdat geval informeren[2]. Zie hiervoor artikel 4.6 en 4.7 van de beleidsregel en de bijbehorende toelichting. Over de verantwoordinginformatie in het aanvraagformulier van de beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen wordt een assurance-opdracht ter verstrekking van een redelijke mate van zekerheid uitgevoerd.

De accountant hanteert hetgebruikt dit accountantsprotocol als kaderleidraad voor zijn werkzaamheden. Daarnaast laat hij zich leiden door de geldende beroepsvoorschriften, in het bijzonder de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA), de Verordening inzake onafhankelijkheid van de accountant bij assurance-opdrachten (VIO) en de Nadere voorschriften controle- en overige Standaarden (NV COS). De accountant rapporteert zijn bevindingen aan de opleidende zorgaanbieder naar aanleiding van zijn bevindingen en informeert de opleidende zorgaanbieder daarbijhem over de tijdens het onderzoek geconstateerde afwijkingen (fouten) en onzekerheden. De opleidende zorgaanbieder brengt op basis hiervan eventueel correcties aan in het formulieraanvraagformulier.

Het kan voorkomen dat naar aanleiding van de controle het doorvoeren van correcties niet mogelijk is, omdat bijvoorbeeld onzekerheden niet of niet voldoende nauwkeurig kunnen worden gekwantificeerd. Het is van belang datIn dat geval onderbouwt de opleidende zorgaanbieder de gehanteerde veronderstellingen en onzekerheden in een toelichting als bijlage bij het formulier onderbouwtaanvraagformulier. De accountant onderzoekt of deze bijlage is toegevoegd bij het formulieraanvraagformulier en stelt vast dat van toepassing zijnde toelichting(en) opde toelichting verenigbaar is met het formulieringevulde aanvraagformulier, voor zover de accountanthij dat kan beoordelen, verenigbaar is/zijn met het ingevulde formulier.

De accountant waarmerkt de aanvraag tot vaststelling van de beschikbaarheidbijdrage voor (medische) vervolgopleidingen en de eventuele toelichting(en) hierbij uitsluitend ter identificatie van het object van het onderzoek en voegt deze toe aan het assurance-rapport.


[1] Conform artikel 5.2.8 van het Uniform kader

Voor vragen over het accountantsprotocol en/of het onderzoek door de accountant kunt u contact opnemen met de NZa via info@nza.nl of via de informatielijn[2] Zie hiervoor artikel 4.6 van de NZa op telefoonnummer 088-770 8 770beleidsregel en de bijbehorende toelichting. Deze is op werkdagen telefonisch bereikbaar van 09.00 tot 17.00 uur.

1.4 Vragen?

Voor vragen over het accountantsprotocol of het onderzoek door de accountant kunt u contact opnemen met de NZa via info@nza.nl of via de informatielijn van de NZa op telefoonnummer 088-770 8 770. Deze is op werkdagen telefonisch bereikbaar van 09.00 tot 17.00 uur.

1.41.5 Leeswijzer

Het accountantsprotocol is als volgt opgebouwd:

Het acountantsprotocol is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 1 geeft de uitgangspunten weer van het accountantsprotocol. Hoofdstuk 2 beschrijft de onderzoeksaanpak. Hoofdstuk 3 bevat het toetsingskader voor de accountant van de opleidende zorgaanbieder. Hoofdstuk 4 gaat in op de betrouwbaarheid en materialiteit van de werkzaamheden van de accountant in het kader van het assurance-rapport.

In bijlage 1 is een modeltekststandaardtekst opgenomen voor een goedkeurend assurance-rapport. Bij een andersluidend rapport past de accountant de inhoud van het rapport aan overeenkomstigvereenkomstig de voorschriften van de NV COS (HRA deel III sectie II hoofdstuk 3.1, versie augustus 2017).

2. Onderzoeksaanpak

2.1 Doel en reikwijdte

De accountant onderzoekt of de informatie die door de opleidende zorgaanbieder is opgenomen in het aanvraagformulier in alle van materieel belang zijnde aspecten juist is weergegeven. Dit in overeenstemming met de voorwaarden die zijn opgenomen in artikel 4 en artikel 8 van de beleidsregel. De accountant voert de assurance-opdracht uit met inachtneming van dit accountantsprotocol.

Dit accountantsprotocol stelt eisen aan het door de accountant uit te voeren onderzoek naar de juistheid van de aanvraag tot vaststelling van de beschikbaarheidbijdrage voor (medische) vervolgopleidingen 2017. Ook stelt het eisen aan de verenigbaarheid van de eventueel bij het formulier opgenomen toelichting. Het onderzoek van de accountant mondt uit in een assurance-rapport.

2.2 Assurance-onderzoek

De onderzoeksaanpak is primair de verantwoordelijkheid van de accountant. Dit accountantsprotocol beoogt niet een aanpak van de assurance-opdracht voor te schrijven, maar geeft daar wel handvatten. De accountant is zelfstandig verantwoordelijk voor het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van voldoende controle-informatie om vast te stellen in welke mate de informatie in de aanvraag juist is.

De accountant voert zijn onderzoek uit in overeenstemming met het Nederlands recht, waaronder de Standaard 3000A “Assurance-opdrachten anders dan opdrachten tot controle of beoordeling van historische financiële informatie (attest-opdracht)“ en dit accountantsprotocol.

De accountant belast met het onderzoek van het formulier draagt zorg voor een adequate onderzoeksaanpak en een op de opleidende zorgaanbieder toegesneden werkprogramma.

Het door de opleidende zorgaanbieder ingevulde formulieraanvraagformulier bestaat onder andere uit de volgende onderdelen:

  • De verklaring van het bestuur c.q. de gevolmachtigde dat de opleidende zorgaanbieder beschikt over een erkenning c.q. erkenningen voor het verzorgen van opleidingen tot (medisch) specialist waarvoor de beschikbaarheidbijdrage is aangevraagd.
  • Per opleiding tot (medisch) specialist de kwantitatieve opgave van het aantal gerealiseerde instroom- en doorstroom opleidingsplaatsen (in fte) in een boekjaar en het aantal beroepsbeoefenaren in opleiding tot (medisch) specialist (in personen), exclusief boventallige (medisch) specialisten in opleiding.
  • Eventueel van toepassing zijnde toelichting(en) op het formulier.

− De verklaring van het bestuur c.q. de gevolmachtigde:

− dat de opleidende zorgaanbieder beschikt over geldige erkenningen voor het verzorgen van de opleidingen tot (medisch) specialist waarvoor de beschikbaarheidbijdrage is aangevraagd

− dat er kennis is genomen van de geldende wet- en regelgeving op basis waarvan de beschikbaarheidbijdrage wordt aangevraagd

− dat het aanvraagformulier volledig, juist en naar waarheid is ingevuld.

− Per opleiding tot (medisch) specialist de kwantitatieve opgave van het aantal gerealiseerde instroom- en doorstroom opleidingsplaatsen in fte en in personen in een boekjaar, exclusief boventallige (medisch) specialisten in opleiding.

− Eventuele toelichting(en) bij het aanvraagformulier.

De accountant verklaart in het assurance-rapport dat:

  • De zorgaanbieder beschikt over een erkenning c.q. erkenningen voor het verzorgen van opleidingen tot (medisch) specialist in overeenstemming met paragraaf 3.1 van dit accountantsprotocol voor die opleidingen tot (medisch) specialist waarvan de realisatie is verantwoord in het formulier.
  • Het aantal gerealiseerde opleidingsplaatsen in fte en het aantal gerealiseerde beroepsbeoefenaren in opleiding per zorgopleiding in alle van materieel belang zijnde aspecten juist is en in overeenstemming met NZa-regelgeving 2017 zoals deze in paragraaf 3.2 van dit accountantsprotocol staat vermeld.
  • De eventueel van toepassing zijnde toelichting(en) op het formulier, voor zover de accountant dat kan beoordelen, verenigbaar is/zijn met het ingevulde formulier.

− De zorgaanbieder beschikt over de geldige erkenningen voor het verzorgen van opleidingen tot (medisch) specialist in overeenstemming met paragraaf 3.1 van dit accountantsprotocol voor die opleidingen tot (medisch) specialist waarvan de realisatie is ingevuld in het aanvraagformulier.

Verenigbaarheid toelichtingen Het aantal gerealiseerde opleidingsplaatsen in fte en in personen per zorgopleiding op het aanvraagformulier in alle van materieel belang zijnde aspecten juist is weergegeven conform de beleidsregel, en paragraaf 3.2 van het accountantsprotocol, te weten <aantal> fte instroom, <aantal> personen instroom, <aantal> fte doorstroom en <aantal> personen doorstroom[1]

Het aantal gerealiseerde opleidingsplaatsen in fte en personen wordt als geïdentificeerd verondersteld door een kopie van alle pagina’s van het aanvraagformulier te waarmerken. De ziekenhuisopleidingen en een doorrekening met de vergoedingsbedragen vallen niet onder de controle van de accountant en daarom ook niet onder het waarmerk van de accountant. Eventuele afwijkingen dienen in de toelichting vermeld te worden door de zorgaanbieder.

− Toelichtingen op het aanvraagformulier verenigbaar zijn met het ingevulde aanvraagformulier, voor zover de accountant dat kan beoordelen.

Wat betreft de verenigbaarheid van de eventuele toelichting(en) van de zorgaanbieder bij het formulier geldt het volgende: deDe accountant stelt vast dat de informatie in de toelichting(en) niet strijdig is met de informatie in het doordie de opleidende zorgaanbieder ingevulde aanvraagformulier tot vaststelling van de beschikbaarheidbijdrage voor (medische) vervolgopleidingen 2017. Indien blijkt dat de toelichting van de opleidende zorgaanbieder niet in lijn is met de informatie in de ingevuldeheeft ingevuld op het aanvraagformulier tot vaststelling van de beschikbaarheidbijdrage voor (medische) vervolgopleidingen 2017, neemt de accountant dit in overweging bij het verstrekken van het assurance-rapport2018. De rol van de accountant ziet alleen toe opbeperkt zich tot de toelichtingen van de zorgaanbieder voor zover dezedie geen betrekking hebben op de aansluiting van de fte-berekening met het opleidingsregister.


[1] Dit geldt alleen voor ggz-opleidingen

3. Toetsingscriteria

3.1 Erkenning voor het verzorgen van vervolgopleidingen tot (medisch) specialist

Voor het verzorgen van (medische) vervolgopleidingen tot (medische) specialist waarvoor een beschikbaarheidbijdrage wordt aangevraagd, is op grond van artikel 4.1 van de beleidsregel een geldige erkenning noodzakelijknodig. Het bestuur c.q.of de gevolmachtigde moet verklarenverklaart dat de opleidende zorgaanbieder beschikt over een geldige erkenning voor alle opleidingen waarvoor een beschikbaarheidbijdrage is aangevraagd daadwerkelijk beschikt over een erkenning gedurende de hele periode waarover de beschikbaarheidbijdrage wordt geclaimdaangevraagd. De accountant moet vaststellenstelt vast dat de opleidende zorgaanbieder voor de aangevraagde opleidingen beschikt over een geldige erkenning voor de opleidingen tot (medisch) specialist. Hiervoor is waarvoor een geldigebeschikbaarheidbijdrage wordt aangevraagd De organen die een erkenning van één van demogen afgeven, staan vermeld in artikel 1.12, 1.13 en 1.14 van de in de beleidsregel vermelde organen noodzakelijk.

Voor enkeleeen aantal opleidingen geldt dat de (medisch) specialist in opleiding niet in dienst is vanbij een opleidende zorgaanbieder, maar bij een stichting die verantwoordelijk is voor het gehele proces vande aanvragen voor de beschikbaarheidbijdrage en financiering van de opleiding. Deze worden in dat geval beschouwd als opleidende zorgaanbieder. DitDeze stichtingen zijn:

  1. Stichting Beroepsopleiding Huisartsen (SBOH)

De SBOH is de werkgever van huisartsen in opleiding en specialisten ouderengeneeskunde in opleiding. De SBOH is ook werkgever van artsen in opleiding tot arts voor verstandelijk gehandicapten die vanaf 2016 starten met hun opleiding;

  1. Stichting Beroepsopleiding Huisartsen (SBOH). De SBOH is de werkgever van huisartsen in opleiding en specialisten ouderengeneeskunde in opleiding. Met ingang van 2016 is de SBOH werkgever van de artsen in opleiding tot arts voor verstandelijk gehandicapten die in 2016 starten met hun opleiding;
  2. Stichting Beroepsopleiding tot Sportarts (SBOS). De SBOS is de werkgever van sportartsen in opleiding.

De SBOS is de werkgever van sportartsen in opleiding.

3.2 Realisatie vervolgopleidingen tot (medisch) specialist

Uitgangspunt voor de aanvraag tot vaststelling zijn het Uniform kader en de beleidsregel. Hiervoor geldt dat hetHet aantal ingevulde personen en fte moetendat op het aanvraagformulier is ingevuld, moet voldoen aan de voorwaarden zoals opgenomen inuit artikel 4 en artikel 8 van de beleidsregel. Voor begripsbepalingen wordt verwezen naarBegripsbepalingen staan in artikel 1 van de beleidsregel. De accountant toetststelt de juistheid vast van het aantal op het aanvraagformulier ingevulde personen en fte, inclusief de specifieke eisen die inuit artikel 4 en artikel 8 van de beleidsregel zijn opgenomen. In het bijzonder wordt hierbij aandacht gevraagd voor:

  • Artikel 4.2 aangaande nadere voorwaarden, voorschriften en beperkingen ten aanzien van de beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen;
  • Artikel 8 aangaande de berekening van de vaststelling van de beschikbaarheidbijdrage vervolgopleiding tot (medisch) specialist.

− Artikel 4.2: nadere voorwaarden, voorschriften en beperkingen voor de beschikbaarheidbijdrage;

− Artikel 8: de berekening van de vaststelling van de beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen.

Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten ten aanzien vanvoor deze specifieke eisen vermeld. Op enkeleEnkele punten wordt afgewekenwijken af van de beleidsregel. Waar dat van toepassing is, wordtstaat dat expliciet vermeld.

3.2.1 Algemeen

a. Het aantal gerealiseerde opleidingsplaatsen in personen en in fte moet op het aanvraagformulier bij de juiste opleiding en in het juiste veld worden ingevuld. Het betreft in het aanvraagformulier de velden: realisatie instroom (in personen), realisatie instroom (in fte), doorstroom (in personen)[1] en realisatie doorstroom (in fte).

b. De berekening van het aantal gerealiseerde (opgeleide) fte per persoon in opleiding vindt als volgt plaats:

“Aantal uren gerealiseerde opleiding volgens de personeels- of salarisadministratie van de zorgaanbieder” gedeeld door “uren reguliere werkweek overeenkomstig de van toepassing zijnde collectieve arbeidsovereenkomst of sectorale rechtspositieregeling”.

Het gerealiseerde aantal opgeleide fte per persoon is het aantal uren dat deze persoon in het jaar 2018 feitelijk aan opleiding heeft gevolgd volgens de administratie van de opleidende zorgaanbieder. Deze realisatie wordt gemaximeerd tot de collectieve arbeidsovereenkomst of sectorale rechtspositieregeling van de opleidende zorgaanbieder waar de opgeleide persoon zijn formeel dienstverband heeft. De accountant hoeft niet vast te stellen dat het aantal toegekende uren van persoon in opleiding aansluit met het aantal fte in het opleidingsregister.

Een rekenvoorbeeld:

Jantine is 1 september gestart met haar opleiding tot klinisch psycholoog. Ze heeft in het jaar dus 4 maanden opleiding gevolgd, dat staat gelijk aan 0,33 jaar. Ze is voor 32 uur per week in dienst, maar wordt 27 uur per week opgeleid (dit is het maximum conform het opleidingsregister). Uit de geldende cao blijkt dat een fulltime plaats 36 uur omvat. Het aantal fte dat voor Jantine in de aanvraag ingevuld mag worden is dan:

0,33 * 27 / 36 = 0,25 fte

c. Een boventallige (medisch) specialist in opleiding is iemand die is ingestroomd voor eigen rekening, voor rekening van de opleidende zorgaanbieder of voor rekening van derden. Deze (medisch) specialist in opleiding is niet subsidiabel en de zorgaanbieder kan voor deze (medisch) specialist in opleiding geen beschikbaarheidbijdrage ontvangen. Boventallige (medisch) specialisten in opleiding zijn niet subsidiabel en kunnen geen aanspraak maken op beschikbaarheidbijdrage. Zij mogen bij de berekening van het aantal fte niet worden meegenomen.

d. Eén persoon mag maximaal met 1 fte worden ingevuld op het aanvraagformulier.

e. De accountant stelt vast dat in het aanvraagformulier alleen personen zijn opgenomen die als subsidiabel zijn geregistreerd in het opleidingsregister als bedoeld in artikel 4.2a van de beleidsregel. Niet-subsidiabele personen mogen niet opgenomen zijn in het aanvraagformulier. De accountant hoeft geen aansluiting te maken met het aantal fte in het opleidingsregister,

f. Op grond van artikel 4.2a van de beleidsregel is de opleidende zorgaanbieder verantwoordelijk voor het juist en tijdig registreren van de opleidingsgegevens van de (medisch) specialist in opleiding bij de registratiecommissie en de opleidingsinstellingen als genoemd in artikel 1.2 van de beleidsregel. Indien sprake is van afwijkingen in het aantal subsidiabele personen, dient de opleidende zorgaanbieder een toelichting bij het aanvraagformulier op te nemen. De accountant dient deze toelichting te betrekken bij zijn onderzoek.

g. De subsidiabiliteit van een opleideling per opleidingsregister kan door de accountant volgens onderstaande tabel worden vastgesteld:

Registratiecommissie

Hoe wordt in het opleidingsregister inzichtelijk of een opleideling op een subsidiabele plek wordt opgeleid?

Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten (RGS) van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG)

Indien bij de opleideling niet de toelichting “boventallig” of “gefinancierd buiten het opleidingsfonds” of “AIOS Defensie” is opgenomen in de kolom ‘bijzonderheid’ van de registratie, is er sprake van een subsidiabele plaats.

Stichting Opleiding Klinisch Fysicus (OKF)

Alle in de registratie opgenomen opleidelingen hebben betrekking op subsidiabele personen. Niet subsidiabele personen zijn niet in de registratie opgenomen.

Specialisten Registratiecommissie van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie (SRC KNMP)

Indien geen toelichting met “boventallig” in de registratie van de opleideling is opgenomen, is sprake van een subsidiabele plaats.

Registratiecommissie van de Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde (NVKC)

In het register is bij de opleideling specifiek vermeld of sprake is van een subsidiabele of niet-subsidiabele plaats.

Registratiecommissie Tandheelkundig Specialismen van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde (RTS KNMT)

Indien van de opleideling niet de toelichting “boventallig” of “gefinancierd buiten het opleidingsfonds” of “AIOS Defensie” is opgenomen in de kolom ‘bijzonderheid’ van de registratie, is er sprake van een subsidiabele plaats.

Commissie Registratie en Toezicht (CRT) van de Federatie van Gezondheidszorgpsychologen en psychotherapeuten (FGzPt)

In het register is bij de opleideling specifiek vermeld of sprake is van een subsidiabele of niet-subsidiabele plaats.

Registratiecommissie Specialismen Verpleegkunde (RSV) Vereniging Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland (V&VN)

In het register is bij de opleideling specifiek vermeld of sprake is van een subsidiabele of niet-subsidiabele plaats.

De betrouwbaarheid van het opleidingenregister valt buiten de reikwijdte van het onderzoek van de accountant.

3.2.2 Aanvullende voorwaarden

De accountant dient vast te stellen of de opleidende zorgaanbieder de volgende aanvullende voorwaarden overeenkomstig de beleidsregel in acht heeft genomen bij het invullen van het aanvraagformulier:

a. De beschikbaarheidbijdrage kan, naast de in artikel 4.7 van de beleidsregel genoemde omstandigheden, lager worden vastgesteld door de NZa. Op het moment dat een (medisch) beroepsoefenaar in opleiding door één van de onderstaande redenen (tijdelijk) de opleiding niet volgt dan wel wordt uitgeschreven, kan het recht op een bijdrage (naar rato) vervallen voor:

−De tijd die (medische) beroepsbeoefenaren in opleiding besteden aan activiteiten die buiten de opleiding vallen, zoals het verrichten van onderzoek welke niet als opleiding in de administratie van de zorgaanbieder is opgenomen.

−De tijd die moet worden toegerekend aan onderdelen van de opleiding die de (medische) beroepsbeoefenaar uit hoofde van vrijstellingen door eerder gevolgde opleidingen niet behoeft te volgen.

−(Medische) beroepsbeoefenaars in opleiding die zijn ingestroomd voor eigen rekening, voor rekening van de opleidende zorgaanbieder of voor rekening van derden (de zogenaamde boventallige opleidelingen, of niet-subsidiabele opleidelingen). Er wordt ook geen vergoeding verstrekt voor deze (medische) beroepsbeoefenaars in opleiding in latere jaren. Uitzondering hiero is de (medische) beroepsbeoefenaar waarvoor later een instroomplaats in het verdeelplan van de opleidende zorgaanbieder is toegewezen.

−De periode dat een (medische) beroepsbeoefenaar in opleiding met een doorstroomplaats stopt met de opleiding. Dit wordt aangemerkt als uitval. De (medische) beroepsbeoefenaar mag niet worden vervangen. Uitzonderingen hierop zijn:

  • De opleiding tot huisarts in het geval van zwangerschaps- en bevallingsverlof. Deze tijd mag blijven meetellen bij het gerealiseerde aantal fte.
  • Uitval als gevolg van langdurige ziekte. Deze mag wel meetellen bij het gerealiseerde aantal fte indien de opleidende zorgaanbieder een loonbetalingsverplichting heeft.
  • Wanneer er sprake is van onderbreking gedurende een geschil. De periode van onderbreking telt mee bij het gerealiseerde aantal fte indien de zorgaanbieder een loonbetalingsverplichting heeft.

De hierboven genoemde drie uitzonderingen gelden ook bij instroomplaatsen. Deze periodes tellen wel mee bij het aantal gerealiseerde fte.

b. Een medisch beroepsbeoefenaar in opleiding (met uitzondering van de ggz-opleidingen) kan een deel van de opleiding buiten Nederland volgen, mits er vooraf toestemming is van de registratiecommissie en wordt voldaan aan de voorwaarden in artikel 8.1, lid e van de beleidsregel.

c. Substitutie van toegewezen fte’s tussen soorten zorgopleidingen alsmede substitutie van fte’s tussen de categorieën instroom en doorstroom is niet mogelijk.Het is wel mogelijk dat een boventallige doorstromer instroomt op een rechtmatige instroomplek. De betreffende (medisch) specialist in opleiding kan vervolgens na afloop van het jaar dat hij op een rechtmatige plek instroomt, subsidiabel doorstromen.

d. Het is mogelijk dat een (medisch) specialist in opleiding om inhoudelijke redenen binnen zijn instroomjaar een doorstromer wordt, overeenkomstig artikel 1.10 b van de beleidsregel. Wanneer dit gepaard gaat met een overstap naar een andere opleidende zorgaanbieder, kan de opleidende zorgaanbieder die opgenomen is in het verdeelplan niet het volledige aan hem toegewezen aantal instroom fte claimen.

e. Op grond van artikel 8.1d van de beleidsregel dient de opleidende zorgaanbieder een toelichting bij het aanvraagformulier op te nemen indien het aantal ingevulde doorstroomplaatsen (medisch) specialist hoger uitvalt dan vastgesteld in het verdeelplan voor de opleidingen huisarts, specialist ouderengeneeskunde en arts verstandelijk gehandicapten t.b.v. SBOH en de opleiding sportarts t.b.v. de SBOS.

f. Indien een (medisch) specialist in opleiding in dienst is bij het ministerie van Defensie, wordt het salaris van deze persoon door het ministerie van Defensie betaald. Op het aanvraagformulier moet per opleiding ingevuld worden hoeveel fte er voor welke opleiding wordt opgeleid voor het ministerie van Defensie.


[1] Dit geldt alleen voor de ggz-opleidingen.

3.2.1 Algemeen

a. De verantwoorde personen en fte moeten bij de juiste opleiding en in de juiste kolom worden verantwoord. Het betreft de kolommen realisatie instroom (in personen), realisatie instroom (in fte), doorstroom (in personen) en realisatie doorstroom (in fte).

b. De berekening van de realisatie per (medische) beroepsbeoefenaar in fte vindt als volgt plaats:

“Aantal uren opleiding volgens de personeels- of salarisadministratie van de zorgaanbieder” gedeeld door “uren reguliere werkweek overeenkomstig de van toepassing zijnde collectieve arbeidsovereenkomst of sectorale rechtspositieregeling”.

De accountant hoeft niet vast te stellen dat het aantal toegekende uren van de (medische) beroepsbeoefenaar aansluit met het aantal fte dat is opgenomen in het opleidingsregister.

Een rekenvoorbeeld:
Jantine is 1 september 2017 gestart met haar opleiding tot klinisch psycholoog. Ze heeft in 2017 voor 4 maanden opleiding gevolgd, dat staat gelijk aan 0,33 jaar. Ze is voor 32 uur per week in dienst, maar wordt 27 uur per week opgeleid (dit is het maximum conform het opleidingsregister). Uit de geldende cao blijkt dat een full time plaats 36 uur omvat. Het aantal fte dat voor Jantine in de aanvraag ingevuld mag worden is dan:

0,33 * 27 / 36 = 0,25 fte

Nog een rekenvoorbeeld:

Pieter is in een jaar fulltime in opleiding tot cardioloog in een UMC. Pieter is daar in dienst. Voor de fte bepaling in een UMC wordt een werkweek van 36 uur voor een AIOS gehanteerd. De tweede helft van het jaar (dat staat gelijk aan 0,5 jaar) doet Pieter zijn opleiding in een algemeen ziekenhuis, waar de cao een werkweek voor een AIOS van 38 uur omvat. De cao van het ziekenhuis waar Pieter in dienst is (het UMC met een 36- urige werkweek) blijft gedurende zijn opleidingsjaar leidend voor de fte berekening. De berekening voor het hele jaar is als volgt:

0,5 * 36/36 = 0,5 fte voor het eerste half jaar

0,5 * 36/36 = 0,5 fte voor het tweede half jaar

Totaal voor het jaar = 1 fte

Nog een rekenvoorbeeld:

Hans is in een jaar fulltime in opleiding tot cardioloog in een algemeen ziekenhuis. Hans is daar in dienst. Voor de fte bepaling in een algemeen ziekenhuis wordt een werkweek van 38 uur voor een AIOS gehanteerd.. De tweede helft van het jaar (dat staat gelijk aan 0,5 jaar) zet Hans zijn opleiding voort in een UMC, waar de cao een werkweek van 36 uur voor een AIOS omvat. De cao van het ziekenhuis waar Hans in dienst is, is leidend voor de fte berekening. De berekening voor het hele jaar is als volgt:

0,5 * 38/38 = 0,5 fte voor het eerste half jaar

0,5 * 38/38 = 0,5 fte voor het tweede half jaar

Totaal voor het jaar = 1 fte

c. De realisatie is het aantal uren dat de (medische) beroepsbeoefenaar in het jaar 2017 feitelijk aan opleiding heeft gevolgd volgens de administratie van de opleidende zorgaanbieder, uitgedrukt in fte. Deze feitelijke realisatie wordt bepaald tot een maximum overeenkomstig de collectieve arbeidsovereenkomst of sectorale rechtspositieregeling van de opleidende zorgaanbieder waar de (medische) beroepsbeoefenaar zijn formeel dienstverband heeft.

d. Bij de berekening van het aantal fte worden boventallige (medisch) specialisten in opleiding als niet subsidiabel aangemerkt en derhalve niet meegenomen in de aanvraag. Een boventallige (medisch) specialist in opleiding is iemand die is ingestroomd voor eigen rekening, voor rekening van de opleidende zorgaanbieder of voor rekening van derden. Deze (medisch) specialist in opleiding is niet subsidiabel en de zorgaanbieder kan voor deze (medisch) specialist in opleiding geen beschikbaarheidbijdrage ontvangen.

e. De accountant stelt vast dat in de verantwoording alleen personen zijn opgenomen die als subsidiabel zijn opgenomen in het opleidingsregister als bedoeld in artikel 4.2a van de beleidsregel. Niet-subsidiabele personen mogen niet opgenomen zijn in de verantwoording. Hierbij hoeft geen aansluiting te worden gemaakt met de berekening van het aantal fte in het opleidingsregister. Op grond van artikel 4.2a van de beleidsregel is de opleidende zorgaanbieder verantwoordelijk voor het juist en tijdig laten registreren van de opleidingsgegevens van de (medisch) specialist in opleiding bij de registratiecommissie en de opleidingsinstellingen als genoemd in artikel 1.2 van de beleidsregel. Indien sprake is van afwijkingen in het aantal subsidiabele personen dient de opleidende zorgaanbieder een toelichting bij het formulier op te nemen. De accountant dient deze toelichting te betrekken bij zijn onderzoek.

De subsidiabiliteit van de opleideling op basis van de gegevens van het opleidingsregister dient op basis van de volgende uitgangspunten te worden vastgesteld:

De subsidiabiliteit van de opleideling in het opleidingsregister

Registratiecommissie

Hoe wordt in het opleidingsregister inzichtelijk of een opleideling op een subsidiabele plek wordt opgeleid?

Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten (RGS) van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG)

Indien bij de opleideling niet de toelichting “boventallig” of “gefinancierd buiten het opleidingsfonds” of “AIOS Defensie” is opgenomen in de kolom ‘bijzonderheid’ van de registratie, is er sprake van een subsidiabele plaats.

Stichting Opleiding Klinisch Fysicus (OKF)

Alle in de registratie opgenomen opleidelingen hebben betrekking op subsidiabele personen. Niet subsidiabele personen zijn niet in de registratie opgenomen.

Specialisten Registratiecommissie van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie (SRC KNMP)

Indien geen toelichting met “boventallig” in de registratie van de opleideling is opgenomen, is sprake van een subsidiabele plaats.

Registratiecommissie van de Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde (NVKC)

Alle in de registratie opgenomen opleidelingen hebben betrekking op subsidiabele personen. Niet subsidiabele personen zijn niet in de registratie opgenomen.

Registratiecommissie Tandheelkundig Specialismen van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde (RTS KNMT)

Indien van de opleideling niet de toelichting “boventallig” of “gefinancierd buiten het opleidingsfonds” of “AIOS Defensie” is opgenomen in de kolom ‘bijzonderheid’ van de registratie, is er sprake van een subsidiabele plaats.

Commissie Registratie en Toezicht (CRT) van de Federatie van Gezondheidszorgpsychologen en psychotherapeuten (FGzPt)

In het register is bij de opleideling specifiek vermeld of sprake is van een subsidiabele of niet-subsidiabele plaats.

Registratiecommissie Specialismen Verpleegkunde (RSV) Vereniging Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland (V&VN)

Alle in de registratie opgenomen opleidelingen hebben betrekking op subsidiabele personen. Niet subsidiabele personen zijn niet in de registratie opgenomen.

De betrouwbaarheid van het opleidingenregister valt buiten de reikwijdte van het onderzoek van de accountant.

f. Eén persoon mag maximaal met 1 fte worden ingevuld op het formulier.

3.2.2 Aanvullende voorwaarden

De accountant dient vast te stellen of de opleidende zorgaanbieder de volgende aanvullende voorwaarden overeenkomstig de beleidsregel in acht heeft genomen bij het opstellen van het formulier:

a. De beschikbaarheidbijdrage kan, naast de in artikel 4.7 van de beleidsregel genoemde omstandigheden, lager worden vastgesteld door de NZa. Op het moment dat een (medisch) beroepsoefenaar in opleiding door één van de onderstaande redenen (tijdelijk) de opleiding niet volgt dan wel wordt uitgeschreven, kan het recht op een bijdrage (naar rato) vervallen voor:

  1. De tijd die (medische) beroepsbeoefenaren in opleiding besteden aan activiteiten die buiten de opleiding vallen, zoals het verrichten van onderzoek welke niet als opleiding in de administratie van de zorgaanbieder is opgenomen.
  2. De tijd die moet worden toegerekend aan onderdelen van de opleiding die de (medische) beroepsbeoefenaar uit hoofde van vrijstellingen door eerder gevolgde opleidingen niet behoeft te volgen.
  3. (Medische) beroepsbeoefenaars in opleiding die zijn ingestroomd voor eigen rekening, voor rekening van de opleidende zorgaanbieder of voor rekening van derden (de zogenaamde boventallige opleidelingen). Er wordt ook geen vergoeding verstrekt voor deze (medische) beroepsbeoefenaars in opleiding in latere jaren. Uitzondering op dit laatste vormt de (medische) beroepsbeoefenaar waarvoor later een instroomplaats in het verdeelplan van de opleidende zorgaanbieder is toegewezen.
  4. De periode dat een (medische) beroepsbeoefenaar in opleiding met een doorstroomplaats stopt met de opleiding. Dit wordt aangemerkt als uitval. De (medische) beroepsbeoefenaar mag niet worden vervangen. Uitzonderingen hierop zijn:
  • - De opleiding tot huisarts in het geval van zwangerschaps- en bevallingsverlof. Deze tijd mag blijven meetellen bij het gerealiseerde aantal fte.
  • - Uitval als gevolg van langdurige ziekte. Deze mag wel meetellen bij het gerealiseerde aantal fte indien de opleidende zorgaanbieder een loonbetalingsverplichting heeft.
  • - Wanneer er sprake is van onderbreking gedurende een geschil. De periode van onderbreking telt mee bij het gerealiseerde aantal fte indien de zorgaanbieder een loonbetalingsverplichting heeft.

De hierboven genoemde drie uitzonderingen gelden ook bij instroomplaatsen. Deze periodes tellen wel mee bij het aantal gerealiseerde fte.

b. Een medisch beroepsbeoefenaar in opleiding (met uitzondering van de gz-opleidingen) kan een deel van de opleiding buiten Nederland volgen, mits er vooraf toestemming is van de registratiecommissie en wordt voldaan aan de voorwaarden in artikel 8.1, lid e van de beleidsregel.

c. Substitutie van toegewezen fte’s tussen soorten zorgopleidingen alsmede substitutie van fte’s tussen de categorieën instroom en doorstroom is niet mogelijk.Het is wel mogelijk dat een boventallige doorstromer instroomt op een rechtmatige instroomplek. De betreffende (medisch) specialist in opleiding kan vervolgens na afloop van het jaar dat hij op een rechtmatige plek instroomt, subsidiabel doorstromen.

d. Het is mogelijk dat een (medisch) specialist in opleiding om inhoudelijke redenen binnen zijn instroomjaar een doorstromer wordt, overeenkomstig artikel 1.10 b van de beleidsregel. Wanneer dit gepaard gaat met een overstap naar een andere opleidende zorgaanbieder, kan de opleidende zorgaanbieder die opgenomen is in het verdeelplan niet het volledige aan hem toegewezen aantal instroom fte claimen.

e. Op grond van artikel 8.1d van de beleidsregel dient de opleidende zorgaanbieder een toelichting bij het formulier op te nemen indien het aantal verantwoorde doorstroomplaatsen (medisch) specialist hoger uitvalt dan vastgesteld in het verdeelplan voor de opleidingen huisarts, specialist ouderengeneeskunde en arts verstandelijk gehandicapten t.b.v. SBOH en de opleiding sportarts t.b.v. de SBOS.

f. Indien een (medisch) specialist in opleiding in dienst is bij het ministerie van Defensie, wordt het salaris van deze (medisch) specialist in opleiding door het ministerie van Defensie betaald. Op het aanvraagformulier moet in een bijlage per (medisch) specialist in opleiding aangegeven worden wat het salaris is dat door het ministerie van Defensie is uitbetaald en voor hoeveel fte deze persoon is opgeleid in het betreffende jaar. De accountant controleert of de salarisopgave aansluit op het salaris volgens de salarisadministratie en bijgevoegd is.

4. Betrouwbaarheid en materialiteit

4.1 Materialiteit (tolerantie) en betrouwbaarheid

Voor de kwantitatieve opgavenopgave van aantallen gerealiseerde beroepsbeoefenarenpersonen in opleiding en aantallen gerealiseerde fte’s geldt dat het onderzoek zodanig behoort te worden ingepland en uitgevoerd, dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat het formulieraanvraagformulier voor de vaststelling van de beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen (hierna ook genoemd ‘de verantwoording’) geen afwijkingen (fouten) en onzekerheden van materiaal belang bevat (waarbij de normen voor invulling van de opgave zijn gegeven door de beleidsregel).

Onder het begrip redelijke mate van zekerheid wordt verstaan dat het onderzoek met een betrouwbaarheid van 95% en een nauwkeurigheid van 99% moet worden uitgevoerd. Dit betekent dat het onderzoek zodanig moet worden ingericht dat met een betrouwbaarheid van 95% kan worden vastgesteld dat niet meer dan 1% van het totaal van de gerealiseerdeingevulde opleidingsplaatsen in fte’s niet juist is en dat niet meer dan 1% van het totaal van de ingevulde opleidingsplaatsen in personen niet juist is.

De NZa benadrukt dat de nauwkeurigheidstolerantie, die de accountant hanteert voor de controle c.q. onderzoek van de verantwoording,informatie op het aanvraagformulier is alleen bedoeld is voor de opzet, uitvoering en evaluatie van de controlewerkzaamheden van de accountant. Het is niet toegestaan om de nauwkeurigheidstolerantie te gebruiken als acceptabele foutmarge voor het opstelleninvullen van de verantwoordinghet aanvraagformulier.

Het bestuur van de zorgaanbieder is verantwoordelijk voor de juistheid van de opmaak van de verantwoordingcorrecte informatie in het aanvraagformulier en eventuele toelichting, en een adequate interne beheersing die hiertoe moetenmoet leiden.

Indien geconstateerde fouten niet zijn gecorrigeerd en onzekerheden niet zijn uitgezocht, dient de accountant er op toe te zien dat de zorgaanbieder de niet gecorrigeerde fouten en (voor zover mogelijk) onzekerheden kwantificeert en toelicht in een door hem te waarmerken bijlage bij de verantwoordinghet aanvraagformulier. De accountant beoordeelt wat de gevolgen van niet gecorrigeerde fouten en onzekerheden zijn voor de strekkingverstrekking van zijn assurance-rapport. Deze toelichting wordt door de NZa betrokken bij de vaststelling van de aanvraag tot vaststelling van de beschikbaarheidbijdrage voor (medische) vervolgopleidingen 20172018.

Een assurance-rapport met een goedkeurend oordeel impliceert dat, gegeven de hiervoor genoemde betrouwbaarheid, in de verantwoordingingevulde informatie op het aanvraagformulier geen afwijkingen (fouten en onzekerheden) voorkomen met een materieel belang dat groter is dan de voorgeschreven toleranties. Voor de strekking van het assurance-rapport gelden de volgende toleranties die uitgedrukt zijn in een percentage van het totaal van de gerealiseerdeingevulde opleidingsplaatsen in fte’s en respectievelijke in een percentage van het totaal van de ingevulde opleidingsplaatsen in personen:

Toleranties

GoedkeurendGoedkeurend

BeperkingBeperking

OordeelonthoudingOordeelonthouding

AfkeurendAfkeurend

Fouten in de verantwoordinginformatie in het aanvraagformulier

< 1%

≥ 1% en < 3%

n.v.t.

≥ 3%

Onzekerheden in de controle

< 3%

≥ 3% en < 10%

≥10%

n.v.t.

Indien de accountant zowel fouten in de informatie in het aanvraagformulier als onzekerheden in de controle aantreft, dan weegt hij deze bij zijn oordeelsvorming altijd in onderlinge samenhang.

Voor de controle op de opleidingserkenningen geldt geen tolerantie. Dit betekent dat: de accountant moet vaststellen dat voor alle opleidingen tot (medisch) specialist waarvoor een beschikbaarheidbijdrage wordt aangevraagd, opleidingserkenningen bestaangeldige erkenningen aanwezig zijn.

Van fouten in de verantwoordinginformatie in het aanvraagformulier is sprake als uit het uitgevoerde onderzoek is geblekenblijkt dat het formulier ten aanzien vanaanvraagformulier in de kwantitatieve verantwoording inaantallen personen en fte, onjuistheden bevat doordat deze niet voldoen aan de toetsingscriteria van paragraaf 3.2 van dit accountantsprotocol of omdat er geen opleidingserkenning bestaat (met uitzondering van de erkenning voor het verzorgen van ziekenhuisopleidingen).

Van een onzekerheid in de verantwoordinginformatie in het aanvraagformulier is sprake als er onvoldoende (assurance-) informatie beschikbaar is om de ingevulde informatie in het formulieraanvraagformulier waarop het assurance-rapport betrekking heeft, als goed of fout aan te merken. Kortom als onzekerheid bestaat over het wel of niet voldoen aan de toetsingscriteria van hoofdstuk 3 van dit accountantsprotocol.

De accountant rapporteert de tijdens het onderzoek gevonden afwijkingen (fouten) en onzekerheden) aan de opleidende zorgaanbieder. De opleidende zorgaanbieder corrigeert in principe alle gevonden fouten. Niet gecorrigeerde fouten en onzekerheden betrekt de accountant in zijn oordeel.

Bijlage 1. Modeltekst voor: Standaardtekst goedkeurend assurance-rapport

ModeltekstStandaardtekst

De accountant is verplicht onderstaande standaardtekst in een goedkeurend assurance-rapport bij de vaststellingsaanvraag 2018 te gebruiken. Aanvragen met een goedkeurend oordeel waarin niet deze standaardtekst is gebruikt, worden door de NZa als onvolledig gezien en teruggestuurd naar de zorgaanbieder, behoudens eventuele tussentijdse wijzigingen in de voorbeeldteksten van de NBA. De zorgaanbieder wordt verzocht te zorgen voor een nieuw assurance-rapport dat wel voldoet aan de standaard tekst. Deze standaardtekst is gebaseerd op de Standaard 3000A die in de Nadere Voorschriften Controle en Overige Standaarden (NV COS) versie 2017 is opgenomen.

Deze modeltekst is gebaseerd op de Standaard 3000A die in de Nadere Voorschriften Controle en Overige Standaarden (NV COS) versie 2017 is opgenomen. De accountant gebruikt deze modeltekst in een goedkeurend assurance-rapport bij de vaststellingsaavraag 2017. Bij een andersluidend rapportoordeel past de accountant de inhoud van het rapport aan overeenkomstig de voorschriften van de NV COS (HRA deel III sectie II hoofdstuk 3.1, versie augustus 2017). Bij afwijking van dit protocol en/of de modeltekst door de accountant adviseert de NZa voorafgaand aan indiening van de verantwoording contact op te nemen met de NZa.

Alle tekst tussen <…….> dient specifiek ingevuld te worden voor de gecontroleerde opleidende zorgaanbieder.

Assurance-rapport van de onafhankelijke accountant

Aan: de Raad van Bestuur van <naam opleidende zorgaanbiedernaam opleidende zorgaanbieder>

Opdracht en verantwoordelijkheidOns oordeel

Wij hebben onderzocht of het bijgevoegde, door ons gewaarmerkte, aanvraagformulier (met toelichting[1][1]) betreffende detot vaststelling beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen 2018 (hierna “het formulieraanvraagformulier”) van <naam opleidende zorgaanbieder> te <statutaire vestigingsplaats> (hierna “de stichting”) over het jaar 2017:opleidingsjaar 2018 onderzocht.

  • Het aantal gerealiseerde opleidingsplaatsen in fte en het aantal gerealiseerde beroepsbeoefenaren in opleiding per zorgopleiding in alle van materieel belang zijnde aspecten juist weergeeft conform de Beleidsregel Beschikbaarheidbijdrage (medische) Vervolgopleidingen (hierna “de beleidsregel”), en paragraaf 3.2 van het Accountantsprotocol beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen 2017, te weten <aantal> personen instroom, <aantal> personen doorstroom, <aantal> fte instroomplaatsen en <aantal> fte doorstroomplaatsen.
  • De zorgaanbieder beschikt over een erkenning c.q. erkenningen voor het verzorgen van opleidingen tot (medisch) specialist waarvan de realisatie is verantwoord in het formulier conform paragraaf 3.1 van het Accountantsprotocol Beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen 2017.

Naar ons oordeel:

Het formulier is opgesteld onder verantwoordelijkheid−geeft het aanvraagformulier het aantal gerealiseerde opleidingsplaatsen in fte en in personen per zorgopleiding in alle van het bestuurmaterieel belang zijnde aspecten juist weer conform de Beleidsregel Beschikbaarheidbijdrage (medische) Vervolgopleidingen (hierna “de beleidsregel”), en paragraaf 3.2 van <hetnaam opleidende zorgaanbieder> op grond van de beleidsregel Accountantsprotocol beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen. Het is onze verantwoordelijkheid een assurance-rapport inzake de hiervoor over subsidiejaar 2018 (hierna “het accountantsprotocol”), te weten <aantal vermelde informatie het> personen instroom, <aantal formulier te> personen doorstroom[2] , <aantalverstrekken.> fte instroomplaatsen en <aantal> fte doorstroomplaatsen;

−beschikt Werkzaamheden de zorgaanbieder over de geldige erkenningen voor het verzorgen van opleidingen tot (medisch) specialist waarvan de realisatie is ingevuld in het aanvraagformulier conform paragraaf 3.1 van het accountantsprotocol.

De basis van ons oordeel

Wij hebben ons onderzoek verricht in overeenstemming metuitgevoerd volgens Nederlands recht, waaronder de Nederlandse Standaard 3000A, 'Assurance-opdrachten anders dan opdrachten tot controle of beoordeling van historische financiële informatie (attest-opdrachten)' en het Accountantsprotocol Beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen 2017accountantsprotocol. Dienovereenkomstig dienen wij ons onderzoek zodanig te plannen en uit te voeren, datDeze opdracht is gericht op het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de informatie in het formulier voor wat betreft de verklaring inzake de erkenning(en) en voor wat betreft het aantal gerealiseerde opleidingsplaatsen en het aantal gerealiseerde beroepsbeoefenaren. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in opleiding, per zorgopleiding, geen afwijkingen van materieel belang bevat. Een assurance-opdracht omvat onder meer eende sectie: "Onze verantwoordelijkheden voor het onderzoek door middel van deelwaarnemingen van relevante gegevenshet aanvraagformulier”.

Wij zijn onafhankelijk van < naam opleidende zorgaanbieder > zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Daarnaast hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA). Wij passen de ‘Nadere voorschriften kwaliteitssystemen (NVKS)’ toe. Op grond daarvan beschikken wij over een samenhangend stelsel van kwaliteitsbeheersing inclusief vastgelegde richtlijnen en procedures inzake de naleving van ethische voorschriften, accountantsstandaarden en andere relevante wet- en regelgeving.

Wij zijn van meningvinden dat de door ons verkregen assurance-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

Oordeel

Naar ons oordeel:

  • geeft het formulier het aantal gerealiseerde opleidingsplaatsen in fte en het aantal gerealiseerde beroepsbeoefenaren in opleiding per zorgopleiding in alle van materieel belang zijnde aspecten juist weer conform de Beleidsregel Beschikbaarheidbijdrage (medische) Vervolgopleidingen en paragraaf 3.2 van het Accountantsprotocol beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen 2017;
  • beschikt de zorgaanbieder over een erkenning c.q. erkenningen voor het verzorgen van opleidingen tot (medisch) specialist waarvan de realisatie is verantwoord in het formulier conform paragraaf 3.1 van het Accountantsprotocol Beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen 2017.

Andere informatie

Het formulieraanvraagformulier omvat naast de verklaring inzake de geldige erkenning(en), voor het aantal gerealiseerde opleidingsplaatsen enverzorgen van opleidingen tot (medisch) specialist het aantal gerealiseerde beroepsbeoefenaren in opleiding,fte en personen gerealiseerde opleidingsplaatsen per zorgopleiding, ook andere informatie, die bestaat uit:

  • de bestuursverklaring;
  • de eventueel van toepassing zijnde toelichting(en) op het formulier.

− de bestuursverklaring;

− de eventueel van toepassing zijnde toelichting(en) op het aanvraagformulier.

Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie met het formulierde subsidiedeclaratie verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat.

Wij hebben bovenstaandede andere informatie gelezen die in het formulier is opgenomen waarin informatie over de Beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen is opgenomenen hebben op basis van onze kennis en ons begrip, teneinde materiële tegenstrijdigheden metverkregen vanuit de controle of anderszins, overwogen of de andere informatie omtrent het object van onderzoek te identificerenmateriële afwijkingen bevat. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij het formulierde subsidiedeclaratie.

Het bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie.

Beperking in de verspreidingskringgebruik en het gebruikverspreidingskring

Het formulieraanvraagformulier (met toelichting2toelichting) is opgesteldingevuld voor de Nederlandse Zorgautoriteit met als doel <<naam opleidende zorgaanbieder>naam opleidende zorgaanbieder> in staat te stellen te voldoen aan de vereisten op grond van de beleidsregel (medische) vervolgopleidingen. Hierdoor is het formulieraanvraagformulier mogelijk niet geschikt voor andere doeleinden. Ons assurance-rapport is derhalve uitsluitend bestemd voor <naam opleidende zorgaanbieder> en de Nederlandse Zorgautoriteit en dient niet te worden verspreid aan of te worden gebruikt door anderen.

Verantwoordelijkheden van het bestuur voor het aanvraagformulier

Het bestuur is verantwoordelijk voor het invullen van het aanvraagformulier voor de beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen in overeenstemming met de van toepassing zijnde criteria, inclusief het identificeren van de beoogde gebruikers en het toepasbaar zijn van de gehanteerde criteria voor de doelstelling van de beoogde gebruikers.

Het bestuur is ook verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het invullen van het aanvraagformulier mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.

Onze verantwoordelijkheid voor het onderzoek van het aanvraagformulier

Onze verantwoordelijkheid is het zodanig inplannen en uitvoeren van ons onderzoek dat wij daarmee voldoende en geschikte assurance-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel .

Ons onderzoek is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens ons onderzoek niet alle materiele fouten en fraude ontdekken.

Wij passen de “Nadere voorschriften kwaliteitssystemen” (NVKS) toe. Op grond daarvan beschikken wij over een samenhangend stelsel van kwaliteitsbeheersing inclusief vastgelegde richtlijnen en procedures inzake de naleving van ethische voorschriften, professionele standaarden en andere relevante wet- en regelgeving.

Ons onderzoek bestond onder andere uit:

  • het identificeren en inschatten van de risico’s dat het aanvraagformulier voor de vaststelling beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen 2018 afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fouten of fraude, het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van assurance-werkzaamheden en het verkrijgen van assurance-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing;
  • het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor het onderzoek met als doel assurance-werkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de entiteit;

Plaats, datum

………………………………………………………………………………………

Naam accountantskantooraccountantspraktijk

………………………………………………………………………………………

Naam accountant RA en ondertekening met die naam

………………………………………………………………………………………


[1] [1] Indien een toelichting van de opleidende zorgaanbieder bij de verantwoordinghet aanvraagformulier is opgenomen, voor zover deze toelichting geen betrekking heeft op de fte-berekening op basis van het opleidingsregister, dient deze aanvulling ‘met toelichting’ te worden vermeld. Zie tevens paragraaf 2.2. van dit accountantsprotocol.

[2] Dit geldt alleen voor ggz-opleidingen

Naar boven