Onderwerp: Bezoek-historie

Budgettair Kader Wlz 2018 - BR/REG-18147e
Publicatiedatum:18-12-2018Geldigheid:01-08-2017 t/m 31-03-2019Versie:vergelijk Status: Niet meer geldig

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Grondslag

Gelet op artikel 57, eerste lid, onderdelen b en c, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) beleidsregels vast met betrekking tot het uitoefenen van de bevoegdheid om tarieven en prestatiebeschrijvingen vast te stellen. Gelet op artikel 49e, tweede lid, van de Wmg verdeelt de NZa het door de minister van VWS vastgestelde bedrag dat beschikbaar is voor het verlenen van zorg in natura en persoonsgebonden budgetten over de (zorgkantoor)regio’s als bedoeld in artikel 4.2.4, tweede lid, van de Wet langdurige zorg.

1. Begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

 

Basisbudget:

Wlz-kader, stand definitieve kader 2017, zoals opgenomen in de definitieve kaderbrief Wlz 2018 (17 oktober 2017, kenmerk 1244006- 1159439-LZ). In de verdeling van het kader wordt uitgegaan van een netto kader, waarbij gecorrigeerd is voor de bruteringseffecten. De structurele overhevelingen die tot 15 juni 2017 zijn gedaan, zijn hierin meegenomen.

 

Bovenregionale zorg:

Zorg die gecontracteerd wordt door een ander zorgkantoor dan de regio van het zorgkantoor waar een cliënt woont.

 

Bruteringseffect:

Het effect dat ontstaat wanneer er bij het overhevelen van middelen van zin naar pgb en andersom rekening wordt gehouden met een gemiddelde onderuitputting van het pgb-subsidieplafond. Bij overhevelingen binnen het pgb-subsidieplafond of binnen de contracteerruimte is deze brutering niet van toepassing.

 

Budgettair kader Wlz:

Het totale financiële kader dat beschikbaar is voor de Wlz-uitvoerders/ zorgkantoren.

 

Contracteerruimte:

Het totale financiële kader dat beschikbaar is voor de Wlz-uitvoerders om zorg in natura te contracteren bij zorgaanbieders of zelfstandige zorgverleners. Dit kader bestaat uit niet-geoormerkte middelen (artikel 6) en geoormerkte middelen (artikel 7).

 

Garantiebudget:

Jaarlijks vastgesteld minimum budget op Wlz-uitvoerdersniveau. Voor Wlz-uitvoerders die in meer dan één regio verantwoordelijk zijn voor de zorginkoop, wordt het garantiebudget bepaald op basis van de som van alle regiobudgetten van de betreffende Wlz uitvoerder. Het garantiebudget is van toepassing op Wlz uitvoerders die als gevolg van de nieuwe verdeelsleutel een lager aandeel krijgen ten opzichte van de huidige verdeelsleutel.

 

Gehonoreerde productieafspraak:

De productieafspraak (i) verminderd met de door de NZa verwerkte financiële korting(en) die per zorgaanbieder is/zijn doorgevoerd als gevolg van overschrijding van reguliere en/of geoormerkte contracteerruimte en (ii) aangepast in verband met de verdere toetsing van de productieafspraak aan de beleidsregels en regelingen van de NZa.

 

Ingroeitraject:

Overgangsperiode waarin geleidelijk wordt toegegroeid naar een budget op basis van de nieuwe verdeling.

 

Maximaal beschikbare bedrag persoonsgebonden budgetten:

Het totale financiële kader dat beschikbaar is voor zorgkantoren voor de verlening van persoonsgebonden budgetten.

 

Netto kader:

Financieel beschikbare kader, waarbij gecorrigeerd is voor de bruteringseffecten. De middelen die beschikbaar zijn voor pgb zijn vermenigvuldigd met 86%1.

 

Nieuwe verdeelsleutel:

Op 1 januari 2018 is een nieuwe verdeling van het basisbudget ingevoerd. Deze nieuwe verdeling is gebaseerd op een verdeelsleutel, waarbij de uitstaande indicaties per zorgkantoorregio worden gewogen voor zorgzwaarte. De nieuwe verdeling van het basisbudget wordt berekend op basis van indicaties met peilmoment 1 maart t-1 vermenigvuldigd met de maximale beleidsregelwaarden t-1.

 

Persoonsgebonden budget:

Een subsidie van een zorgkantoor waarmee de verzekerde onder de bij of krachtens artikel 3.3.3 van de Wlz en titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht gestelde voorwaarden aan hem te verlenen zorg kan inkopen.

 

Productieafspraak:

Het totaalbedrag van de afspraken met betrekking tot de prestaties en tarieven ten laste van de contracteerruimte die door de zorgaanbieder en het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder zijn overeengekomen in de budgetronde of herschikkingsronde.

 

Regiobudget:

Budget dat een zorgkantoor toegewezen krijgt om in de betreffende regio de zorg in te kopen en pgb’s toe te kennen.

 

Regiobudget/Wlz-uitvoerdersbudget, ingroeiverdeling:

Regiobudget/Wlz-uitvoerdersbudget na toepassing van het ingroeimodel. Dit is een verdeling die ligt tussen de startverdeling en de nieuwe verdeling en jaarlijks toegroeit naar nieuwe verdeling, totdat het garantiebudget niet hoger is dan de nieuwe verdeling.

 

Regiobudget/Wlz-uitvoerdersbudget, nieuwe verdeling:

Verdeling van het netto kader naar de regio’s/Wlz-uitvoerders op grond van de nieuwe verdeelsleutel.

 

Regiobudget/Wlz-uitvoerdersbudget, startverdeling:

Verdeling van het netto budget naar de regio’s/Wlz-uitvoerdersbudget op basis van de verdeelsleutel, zoals deze in t-1 is toegepast inclusief de reguliere structurele overhevelingen tot 15 juni t-1. Reguliere overhevelingen na 15 juni t-1 worden niet meegenomen in de startverdeling.

 

Wlz-uitvoerdersbudget:

Som van de regiobudgetten van de regio’s waarvoor een Wlz-uitvoerder op grond van het Besluit aanwijzing zorgkantoren is aangewezen als zorgkantoor.

 

Wlz-uitvoerder:

De rechtspersoon die geen zorgverzekeraar is en die zich overeenkomstig artikel 4.1.1 van de Wlz heeft aangemeld voor de uitvoering van die wet, daaronder begrepen de met toepassing van artikel 4.2.4, tweede lid, van de Wlz door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aangewezen Wlz-uitvoerder.

 

Zin:

Zorg in natura is de door een zorgkantoor gecontracteerde zorg ten behoeve van Wlz-cliënten.

 

Zorgaanbieder zonder initiële budgetafspraken:

Een nieuwe zorgaanbieder die na 1 november 2017 een overeenkomst sluit met een zorgkantoor en zorg wil leveren in 2018.

 

Zorgkantoor:

Een ingevolge artikel 4.2.4, tweede lid, van de Wlz voor een bepaalde regio aangewezen Wlz-uitvoerder. Het zorgkantoor is voor alle verzekerden die wonen in de regio waarvoor hij is aangewezen, belast met de verstrekking van het persoonsgebonden budget, alsmede met de administratie of controle van de aan die verzekerden verleende zorg.

 

Voor overige begrippen die in deze beleidsregel voorkomen en die niet hierboven worden vermeld, wordt verwezen naar de Beleidsregel definities Wlz.

2. Doel van de beleidsregel

Het doel van deze beleidsregel is om de regionale verdeling van het budgettair kader vast te stellen waarbinnen de Wlz-uitvoerders/ zorgkantoren voor het jaar 2018 zorg kunnen contracteren voor zorg in natura (zin) of verleningsbeschikkingen kunnen afgeven voor de persoonsgebonden budgetten (pgb). Verder geeft deze beleidsregel aan op welke wijze de verwerking van de gemaakte productieafspraken in de budgetronde en herschikkingsronde in de budgetten van zorgaanbieders plaatsvindt. Tot slot geeft de beleidsregel aan op welke manieren middelen overgeheveld kunnen worden tussen de verschillende kaders. Het totale budgettair kader 2018 is bepaald door de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

3. Reikwijdte

Deze beleidsregel is van toepassing op de zorg of dienst als omschreven bij of krachtens de Wet langdurige zorg (Wlz) die wordt geleverd door zorgaanbieders die op grond van de Wet toelating zorginstellingen (WTZi) zijn toegelaten voor één of meer van de zorgvormen persoonlijke verzorging, verpleging, begeleiding of behandeling als omschreven in de Wlz.

 

Deze beleidsregel is tevens van toepassing op een natuurlijk persoon, indien en voor zover deze persoon één of meer van de navolgende vormen van zorg levert: persoonlijke verzorging, verpleging, begeleiding of behandeling als bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, onderdelen b en c, van de Wlz.

 

Deze beleidsregel is voor wat betreft de prestatie huishoudelijke hulp tevens van toepassing op zorgaanbieders voor zover zij een dienst leveren als bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, van de Wlz, aan cliënten met een modulair pakket thuis (mpt).2

 

Deze beleidsregel is voor wat betreft de prestatie logeeropvang tevens van toepassing op zorgaanbieders voor zover zij logeren leveren als bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, onderdeel g, Wlz.

Deze beleidsregel is voor wat betreft de transitiemiddelen verpleeghuiszorg van toepassing op zorginstellingen die zorg leveren aan cliënten met een VV-profiel 4 en hoger via een zorgzwaartepakket (zzp) of een volledig pakket thuis (vpt).

 

4. Toedeling en opbouw budgettair kader 2018

4.1 Toedeling budgettair kader Wlz

De minister van VWS heeft het macrobedrag voor de contracteerruimte voor zorg in natura (zin) en voor het persoonsgebonden budget (pgb) voor de zorginkoop 2018 vastgesteld per brief van 1 oktober 2018 (kenmerk 1421676-181076 -LZ).

 

Het budgettair kader Wlz voor het jaar 2018 bedraagt € 21.087,5 miljoen. Dit bedrag is als volgt verdeeld:

  • De contracteerruimte voor zorg in natura (zin) betreft € 18.119,5 miljoen.
  • De contracteerruimte voor het experiment persoonsvolgende inkoop bedraagt € 732 miljoen.
  • Het beschikbare bedrag voor pgb’s betreft € 2.236 miljoen.
  • De herverdelingsmiddelen bedragen € 130 miljoen. Dit bedrag is ingezet op grond van het mei-advies van de NZa (brief van 29 mei 2018, met kenmerk: 291520/435675). De NZa heeft de minister van VWS op 29 augustus 2018 een aanvullend advies gestuurd. Uit deze geactualiseerde prognose blijkt dat het Wlz-kader 2018 toereikend is, waardoor de resterende herverdelingsmiddelen 2018 van €130 miljoen niet worden ingezet.

 

Naast het budgettair kader is € 5 miljoen beschikbaar specifiek geoormerkt voor innovatie en € 50 miljoen specifiek geoormerkt voor de transitiemiddelen verpleeghuiszorg. . 

4.2 Opbouw budgettair kader

4.2.1

Het startpunt van het Wlz kader 2018 is het Wlz kader 2017 exclusief de incidentele middelen. Het Wlz kader 2017 bedraagt € 19.597. Ten opzichte van de voorlopige kaderbrief is het kader op grond van het aanvullende advies van de NZa met € 50 miljoen verhoogd.  Naast de overhevelingen binnen de Wlz is het kader 2017 verlaagd naar aanleiding van een aantal overhevelingen ggz-budget naar de Zvw.

 

4.2.2 Specifieke posten in 2018

Het startpunt gebaseerd op het Wlz kader 2017 zoals genoemd in artikel 4.2.1 wordt verhoogd met de middelen zoals genoemd in artikel 4.2.2.1 t/m 4.2.2.9 en verlaagd met de middelen zoals genoemd in de artikelen 4.2.2.10 t/m 4.2.2.12, op basis van de brief van de staatssecretaris van VWS van 17 oktober 2017, kenmerk 1243986-169439-LZ, de brief van de minister van VWS van 2 juli 2018 (kenmerk 1372038-178547-LZ)en van 1 oktober 2018 (kenmerk 1421676-181076-LZ) en de brief van VWS van 13 december 2018, kenmerk 185411- 1459885-LZ :

 

4.2.2.1 +/+ € 210 miljoen bestemd voor groei

(zin: € 35 miljoen, pgb: € 175 miljoen).

 

4.2.2.2 +/+ € 335 miljoen vanwege kwaliteitskader verpleeghuiszorg tranche 2018.

 

4.2.2.3 +/+ € 270 miljoen voor de overgangsregeling normatieve huisvestingscomponent (nhc) en normatieve inventariscomponent (nic).

 

4.2.2.4 +/+ € 10 miljoen in verband met de overheveling van de huishoudelijke hulp bij een Modulair Pakket Thuis (mpt) van de gemeenten naar de Wlz.

 

4.2.2.5 +/+ € 15 miljoen in verband met de overheveling van een deel van de trombosezorg en de Medische Specialistische Verpleging Thuis (MSVT) van de Zvw naar de Wlz.

 

4.2.2.6 +/+ € 673 miljoen loonprijsbijstelling 2018

 

4.2.2.7 +/+ € 130 miljoen herverdelingsmiddelen

 

4.2.2.8 +/+ € 10 miljoen uitbreiding EKT en meerzorgregeling

 

4.2.2.9 +/+ € 1,5 miljoen voor de regio Zeeland (zin)

 

4.2.2.10 -/- € 100 miljoen vanwege het extramuraliseren van de zorg voor nieuwe cliënten in de lage zorgprofielen (VV1 tot en met VV3; VG1 en VG2).

 

4.2.2.11 -/- € 40 miljoen vanwege de afloop van het overgangsrecht voor Wlz-indiceerbaren.

 

4.2.2.12 -/- 1 miljoen overheveling ggz -budget van de Wlz naar de Zvw.

4.3 Ongebruteerd Wlz kader

Met het nieuwe verdeelmodel zoals beschreven in artikel 5 worden de middelen voor zowel zin als pgb verdeeld. Het door de minister van VWS beschikbaar gestelde bedrag voor pgb’s wordt omgerekend tot middelen zin en opgeteld bij het voor zin beschikbaar gestelde bedrag, om zo tot een ongebruteerd Wlz kader te komen. Dit kader wordt volgens artikel 5 toegedeeld aan de regio’s. Wlz uitvoerder/zorgkantoren kunnen tot 1 november 2017 aangeven wat het aandeel pgb moet zijn (zie artikel 8). Dit aandeel wordt vervolgens weer gebruteerd (bruteringseffect)

5. Verdeling budgettair kader over de regio’s

Het in paragraaf 4.3 beschreven ongebruteerd Wlz kader wordt als volgt over de regio’s verdeeld.

5.1 Nieuw verdeelmodel

Per 2018 wordt een nieuw verdeelmodel voor het budgettair kader Wlz ingevoerd. De grondslag voor deze nieuwe verdeling zijn de afgegeven indicaties op peilmoment 1 maart 2017. Om tot een regiobudget in euro's te komen, worden de geïndiceerde zorgprofielen per regio vermenigvuldigd met een gewicht per zorgprofiel. Dit leidt tot een budgetaandeel (percentage) van die regio, welke wordt vermenigvuldigd met het netto kader met betrekking tot het basisbudget langdurige zorg in euro's. Bij het vaststellen van de gewichten wordt onderscheid gemaakt naar het basisbudget en de specifieke posten voor 2018. 

5.2 Nieuwe verdeling basisbudget 2018

Voor de nieuwe verdeling van het basisbudget worden de geïndiceerde zorgprofielen op peildatum 1 maart 2017 per regio vermenigvuldigd met de maximale beleidsregelwaarde 2017 van het betreffende zorgprofiel. De maximale beleidsregelwaarde is de beleidsregelwaarde van het zorgzwaartepakket passend bij het geïndiceerde profiel, inclusief behandeling, dagbesteding, normatieve huisvestingscomponent (NHC) en normatieve inventariscomponent (NIC).

5.3 Garantiebudget 2018

Voor 2018 wordt het garantiebudget vastgesteld op 100 % van het basisbudget. Dit betekent dat Wlz-uitvoerders in 2018 niet hoeven af te bouwen. 

5.4 Verdeling structurele doorwerking van de € 50 miljoen vanuit 2017

Deze middelen vallen niet onder het garantiebudget. Deze middelen worden verdeeld op basis van de nieuwe verdeelsleutel, met dien verstande dat alleen de Wlz-uitvoerders die niet moeten afbouwen middelen krijgen toebedeeld. Voor afbouwers geldt dat zij geen middelen ontvangen. De overblijvende groeimiddelen worden verdeeld over de opbouwers naar rato van het op te bouwen bedrag.

5.5 Verlaging in verband met overheveling ggz budget naar Zvw

Deze verlaging (- € 1,4 mln.) is verwerkt in de regionale kaders van de Wlz-uitvoerders die de overheveling hebben aangevraagd.

5.6 Verdeling groeiruimte (4.2.2.1)

Voor de opbouw naar de nieuwe verdeling worden voor 2018 de groeimiddelen ingezet. De groeimiddelen worden verdeeld op basis van de nieuwe verdeelsleutel, met dien verstande dat alleen de Wlz-uitvoerders die moeten opbouwen de volledige groeimiddelen ontvangen.

Voor afbouwers geldt dat zij geen groeimiddelen ontvangen, tenzij zij minder hoeven af te bouwen dan dat zij aan groeimiddelen krijgen toebedeeld op basis van de nieuwe verdeelsleutel. In dat geval wordt de afbouw in mindering gebracht op de toegekende groeimiddelen. De overblijvende groeimiddelen worden verdeeld over de opbouwers naar rato van het op te bouwen bedrag.

 

De toegerekende groeimiddelen op Wlz-uitvoerdersniveau worden vervolgens verdeeld over de regio-budgetten van de Wlz-uitvoerder. Dit wordt gedaan door de groeimiddelen naar rato te verdelen over de regio’s, behorende tot de desbetreffende Wlz uitvoerder, die opbouwen op basis van de nieuwe verdeelsleutel. 

5.7 Eenmalige aanpassing met betrekking tot bovenregionale zorg

Zorgkantoren hebben de mogelijkheid om tot 1 augustus 2017 de nieuwe verdeling bij te stellen met betrekking tot de zorg die bovenregionaal wordt ingekocht. Deze aanpassing wordt alleen meegenomen indien er overeenstemming is tussen alle Wlz uitvoerders/zorgkantoren.

5.8 Verdeling specifieke post

5.8.1 Verdeling specifieke post 2018 (4.2.2.2)

De verdeling van de specifieke post 4.2.2.2 (kwaliteitskader verpleeghuizen) vindt plaats door de geïndiceerde zorgprofielen VV4 t/m VV10 op peildatum 1 maart 2017 per regio te vermenigvuldigen met het verschil tussen de maximale beleidsregelwaarde 2018 en 2017 van het betreffende zorgprofiel. Dit leidt tot een budgetaandeel (percentage) van die regio welke wordt vermenigvuldigd met het netto kader dat beschikbaar is gesteld voor deze specifieke post in 2018.

 

5.8.2 Verdeling specifieke post 2018 (4.2.2.6)

De verdeling van de specifieke post 4.2.2.6 (loon en prijsbijstelling) vindt plaats door de geïndiceerde zorgprofielen op peildatum 1 maart 2017 per regio te vermenigvuldigen met het verschil tussen de maximale beleidsregelwaarde 2018 en 2017 van het betreffende zorgprofiel. De maximale beleidsregelwaarden 2018 voor de zorgprofielen VV4 t/m VV10 worden geschoond van de ophoging voor het kwaliteitskader verpleeghuizen 2018. Dit leidt tot een budgetaandeel (percentage) van die regio welke wordt vermenigvuldigd met het netto kader dat beschikbaar is gesteld voor deze specifieke post in 2018.

5.9 Verdeling specifieke posten 2018 (4.2.2.3, 4.2.2.4, 4.2.2.5 en 4.2.2.8, 4.2.2.9 en 4.2.2.10)

De verdeling van de specifieke posten 4.2.2.3, 4.2.2.4, 4.2.2.5 en 4.2.2.8, 4.2.2.10 en 4.2.2.11 vindt plaats door de geïndiceerde zorgprofielen op peildatum 1 maart 2017 per regio te vermenigvuldigen met de maximale beleidsregelwaarde 2017 van het betreffende zorgprofiel. Dit leidt tot een budgetaandeel (percentage) van die regio welke wordt vermenigvuldigd met het netto kader dat beschikbaar is gesteld voor deze specifieke posten in 2018.

5.10 Herverdelingsmiddelen

Op grond van het mei-advies van de NZa (brief van 29 mei 2018, met kenmerk: 291520/435675)is € 130 miljoen (artikel 4.2.2.7) aan herverdelingsmiddelen ingezet . Deze middelen worden verdeeld over de regio’s waar sprake is van dreigende tekorten, naar rato van de omvang van het tekort zoals geprognosticeerd in het mei-advies). Op grond van het aanvullende augustus-advies van de NZa waaruit blijkt dat het Wlz-kader 2018 toereikend is, heeft de Minister besloten de resterende herverdelingsmiddelen 2018 van €130 miljoen niet in te zetten.

 

 

6. Toedeling budgettair kader naar zin, pgb en experiment

De uitkomst van de artikelen 5.2 t/m 5.9 is een netto kader per regio. Om aan te sluiten bij de kaderbrief wordt dit kader door de NZa dusdanig verdeeld over de contracteerruimte voor zin, pgb kader en de ruimte voor het experiment persoonsvolgende inkoop. Het totaal aan pgb-kader bedraagt € 2.236 miljoen. Het totaal aan ruimte voor het experiment persoonsvolgende inkoop bedraagt € 732 miljoen. Als verdeelsleutel worden de pgb-kaders/experimentruimte 2016 gebruikt.

 

Vervolgens kunnen Wlz-uitvoerders tot 1 november 2017 aangeven of zij deze initiële verdeling willen aanpassen. Na 1 november 2017 kan worden overgeheveld conform de systematiek van artikel 9. Bij verschuivingen tussen zin en pgb neemt de NZa de bruteringsregels in acht. De NZa stelt hiertoe een format beschikbaar.

 

Het totale kader, de beschikbare contracteerruimte en de verdeling van de pgb-middelen naar de verschillende regio’s wordt opgenomen in de Regeling langdurige zorg.

7. Geoormerkte middelen

Naast de contracteerruimte als bedoeld in artikel 4 van deze beleidsregel, zijn er geoormerkte middelen voor innovatie en geoormerkte transitiemiddelen verpleeghuiszorg 2018 beschikbaar.

 

Voor de bekostiging van innovatie ten behoeve van nieuwe zorgprestaties is landelijk € 5 miljoen beschikbaar (zie beleidsregel ‘Innovatie ten behoeve van nieuwe zorgprestaties’).

Voor de implementatie van het kwaliteitskader verpleeghuiszorg is landelijk incidenteel € 50 miljoen beschikbaar aan geoormerkte transitiemiddelen verpleeghuiszorg 2018 (zie beleidsregel ‘Prestatiebeschrijvingen en tarieven zorgzwaartepakketten’ en beleidsregel ‘Prestatiebeschrijvingen en tarieven volledig pakket thuis’).

 

8. Overhevelingen tussen regio’s

8.1 Mogelijkheden voor overheveling

Tussen de Wlz-uitvoerders/zorgkantoren kunnen middelen worden overgeheveld binnen de contracteerruimte voor zorg in natura en binnen het pgb-kader en tussen de contracteerruimte voor zorg in natura en het pgb-kader. Er kunnen alleen middelen worden overgeheveld indien er daadwerkelijk geld beschikbaar is.

 

De eerste mogelijkheid tot overhevelen is vóór de eerste budgetronde. De Wlz-uitvoerders kunnen uiterlijk 1 november 2017 bij de NZa aangeven hoe het regionale Wlz-kader voor het jaar 2018 verdeeld moet worden tussen zin en pgb. Het Ministerie van VWS zal eind 2017 het beschikbare bedrag voor persoonsgebonden budgetten 2018 per zorgkantoor publiceren in de Regeling langdurige zorg.

 

De geoormerkte middelen voor innovatie zoals vermeld in artikel 7 kunnen niet worden overgeheveld tussen Wlz-uitvoerders.

8.1.1 Mogelijkheid tot overhevelen binnen de contracteerruimte zorg in natura

Per budgetronde, als bedoeld in artikel 11 van deze beleidsregel, kan een Wlz-uitvoerder in de hoedanigheid van zorgkantoor een gedeelte van de hem ter beschikking gestelde contracteerruimte zorg in natura overhevelen naar een Wlz-uitvoerder van een andere regio. Zorgkantoren kunnen vóór 1 november 2018 een verzoek tot overhevelen indienen bij de NZa.

 

Hierbij dient gebruik te worden gemaakt van het door de NZa beschikbaar gestelde overhevelingsformulier en is een handtekening van het weggevende zorgkantoor noodzakelijk. Vanaf 1 november 2018 is er geen mogelijkheid meer om een verzoek in te dienen tot het overhevelen van middelen.

 

8.1.2. Mogelijkheid tot overhevelen binnen het pgb-kader

Een zorgkantoor van een regio kan een gedeelte van de hem ter beschikking gestelde pgb-gelden overhevelen naar een zorgkantoor van een andere regio. Zorgkantoren kunnen vóór 1 april 2019 een verzoek tot overhevelen indienen bij de NZa. Hierbij dient gebruik te worden gemaakt van het door de NZa beschikbaar gestelde overhevelingsformulier en is een handtekening van het weggevende zorgkantoor noodzakelijk. Vanaf 1 april 2019 is er geen mogelijkheid meer om een verzoek in te dienen tot het overhevelen van middelen.

 

8.1.3 Mogelijkheid tot overhevelen van de contracteerruimte zorg in natura naar het pgb-kader

Indien zich een tekort op een regionaal pgb-kader dreigt voor te doen, kan een zorgkantoor op elk moment gedurende het jaar vóór 1 april 2019 een overheveling van de contracteerruimte zorg in natura naar het pgb-kader van een ander zorgkantoor kenbaar maken bij de NZa. Hierbij dient gebruik te worden gemaakt van het door de NZa beschikbaar gestelde overhevelingsformulier en is een handtekening van het weggevende zorgkantoor noodzakelijk. Vanaf 1 april 2019 is er geen mogelijkheid meer om een verzoek in te dienen tot het overhevelen van middelen.

Het ministerie van VWS heeft in de voorlopige kaderbrief Wlz 2017 van 13 juni 2016 met kenmerk 773523-137331 LZ aangegeven dat bij het pgb-kader uitgegaan kan worden van 14% onderuitputting. Bij het overhevelen van middelen van zin naar pgb en andersom wordt hier rekening mee gehouden.

 

In het beschikbaar gestelde overhevelingsformulier hoeft geen rekening gehouden te worden met deze brutering, dit zal de NZa meenemen bij de verwerking. De effecten van de brutering worden in het formulier wel inzichtelijk gemaakt.

 

De ontvangen overhevelingen worden doorgegeven aan VWS, waarna VWS de Regeling langdurige zorg aanpast. De overheveling is pas definitief als VWS de overheveling in deze regeling heeft verwerkt.

 

8.1.4 Mogelijkheid tot overhevelen van het pgb-kader naar de contracteerruimte zorg in natura

Indien zich een tekort op een regionale contracteerruimte voor zorg in natura dreigt voor te doen, kan een zorgkantoor vóór 15 november 2018 bij ons kenbaar maken dat een gedeelte van het hem ter beschikking gestelde pgb-kader overgeheveld moet worden naar de contracteerruimte zorg in natura van een andere regio. Hierbij dient gebruik te worden gemaakt van het door de NZa beschikbaar gestelde overhevelingsformulier en is een handtekening van het weggevende zorgkantoor noodzakelijk. Vanaf 15 november 2018 is er geen mogelijkheid meer om middelen over te hevelen van het pgb-kader naar de contracteerruimte zorg in natura.

 

De staatssecretaris van VWS heeft in de voorlopige kaderbrief Wlz 2017 van 13 juni 2016 met kenmerk 773523-137331 LZ aangegeven dat bij het pgb-kader uitgegaan kan worden van 14% onderuitputting.

 

Bij het overhevelen van middelen van zin naar pgb en andersom zal hiermee rekening worden gehouden. In het beschikbaar gestelde overhevelingsformulier hoeft geen rekening gehouden te worden met deze brutering, dit zal de NZa meenemen bij de verwerking. De effecten van de brutering worden in het formulier wel inzichtelijk gemaakt.

 

De ontvangen overhevelingen worden doorgegeven aan VWS, waarna VWS de Regeling langdurige zorg kan aanpassen. De overheveling is pas definitief als VWS de overheveling in deze regeling heeft verwerkt.

8.2 Structureel versus incidenteel

Overhevelingen die worden ingediend tot 1 oktober 2018 zijn structureel, tenzij anders overeengekomen tussen de zorgkantoren en in het overhevelingsformulier aangegeven. Overhevelingen die ingediend worden na 1 oktober 2018 worden als incidentele overheveling door de NZa verwerkt.

9. Overheveling in een regio

9.1 Mogelijkheid tot overhevelen

Het is mogelijk binnen een zorgkantoorregio middelen over te hevelen van de contracteerruimte zorg in natura naar het pgb-kader en omgekeerd. Er kunnen alleen middelen worden overgeheveld indien er daadwerkelijk geld beschikbaar is.

 

9.1.1 Overheveling van pgb-kader naar contracteerruimte zorg in natura

Indien zich een tekort op de regionale contracteerruimte voor zorg in natura dreigt voor te doen, kan een zorgkantoor vóór 15 november 2018 bij ons kenbaar maken dat een gedeelte van het hem ter beschikking gestelde pgb-kader overgeheveld moet worden naar de hem ter beschikking gestelde contracteerruimte zorg in natura. Hierbij dient gebruik te worden gemaakt van het door de NZa beschikbaar gestelde overhevelingsformulier. Vanaf 15 november 2018 is er geen mogelijkheid meer om middelen over te hevelen van het pgb-kader naar de contracteerruimte zorg in natura.

 

Het ministerie van VWS heeft in de voorlopige kaderbrief Wlz 2017 van 13 juni 2016 met kenmerk 773523-137331 LZ aangegeven dat bij het pgb-kader uitgegaan kan worden van 14% onderuitputting. Bij het overhevelen van middelen van zin naar pgb en andersom zal hiermee rekening worden gehouden. In het beschikbaar gestelde overhevelingsformulier hoeft geen rekening gehouden te worden met deze brutering, dit zal de NZa meenemen bij de verwerking. De effecten van de brutering worden in het formulier wel inzichtelijk gemaakt.

 

De ontvangen overhevelingen worden doorgegeven aan VWS, waarna VWS de Regeling langdurige zorg kan aanpassen. De overheveling is pas definitief als VWS de overheveling in deze regeling heeft verwerkt.

 

9.1.2 Overheveling van contracteerruimte zorg in natura naar pgb-kader

Indien zich een tekort op het regionale pgb-kader dreigt voor te doen, kan een zorgkantoor op elk moment gedurende het jaar vóór 1 april 2019 een overheveling van de contracteerruimte zorg in natura naar het pgb-kader kenbaar maken bij de NZa middels het daarvoor door de NZa beschikbaar gestelde overhevelingsformulier. Vanaf 1 april 2019 is er geen mogelijkheid meer om een verzoek in te dienen tot het overhevelen van middelen.

 

Het ministerie van VWS heeft in de voorlopige kaderbrief Wlz 2017 van 13 juni 2016 met kenmerk 773523-137331 LZ aangegeven dat bij het pgb-kader uitgegaan kan worden van 14% onderuitputting. Bij het overhevelen van middelen van zin naar pgb en andersom zal hiermee rekening worden gehouden. In het beschikbaar gestelde overhevelingsformulier hoeft geen rekening gehouden te worden met deze brutering, dit zal de NZa meenemen bij de verwerking. De effecten van de brutering worden in het formulier wel inzichtelijk gemaakt.

De ontvangen overhevelingen worden doorgegeven aan VWS, waarna VWS de Regeling langdurige zorg kan aanpassen. De overheveling is pas definitief als VWS de overheveling in deze regeling heeft verwerkt.

9.2 Structureel versus incidenteel

Overhevelingen die worden ingediend tot 1 oktober 2018 zijn structureel, tenzij anders overeengekomen tussen de zorgkantoren en in het overhevelingsformulier aangegeven.

Overhevelingen die ingediend worden na 1 oktober 2018 worden als incidentele overheveling door de NZa verwerkt.

9.3 Het verwerken van overhevelingen

De NZa verwerkt de overhevelingen maandelijks in het overzicht  “Verdeling budgettair kader Wlz 2018”. In dit overzicht is tevens de aansluiting met de kaderbrief terug te vinden. Deze maandelijkse overzichten zijn op de NZa-website te vinden als bijlage bij deze beleidsregel.

10. Overheveling tussen Wlz en Zvw (in de ggz-sector)

Het is mogelijk om middelen over te hevelen van de Wlz naar de Zvw en andersom. De voorwaarden hiervoor zijn opgenomen in de Beleidsregel ‘overheveling ggz budget Wlz-Zvw’. De minister van VWS stelt het budgettair kader vast. Dit betekent dat de overhevelingen pas doorwerken in de regionale contracteerruimte(n) als het vastgestelde kader daadwerkelijk is aangepast door VWS. 

11. Algemene verwerking budgetaanvragen 2018 ZIN

11.1 Uiterste indieningstermijn

11.1.1 Productieafspraken binnen de contracteerruimte

Het formulier waarin de productieafspraken 2018 tussen zorgaanbieder en Wlz-uitvoerder zijn vastgelegd (budgetformulier), moet vóór 1 november 2017 (budgetronde) bij de NZa worden ingediend.

Het formulier waarin de aangepaste productieafspraken 2018 tussen zorgaanbieder en Wlz-uitvoerder zijn vastgelegd (herschikkingsformulier) moet vóór 15 november 2018 (herschikkingsronde) bij de NZa worden ingediend.

Nieuwe zorgaanbieders zonder initiële budgetafspraken kunnen in de periode van 1 november 2017 tot 1 oktober 2018 vóór de 1e van iedere maand samen met een zorgkantoor een tweezijdig verzoek indienen bij de NZa om een beschikking af te geven. In de beschikking zullen tarieven worden vastgesteld conform beleidsregels. Het budget aanvaardbare kosten wordt op € 0 vastgesteld. In de reguliere herschikkingsronde kunnen zorgkantoor en zorgaanbieder een tweezijdig budgetverzoek indienen met een productieafspraak.

11.1.2 Innovatie

Aanvragen met betrekking tot de geoormerkte contracteerruimte Innovatie (artikel 6) kunnen tot en met 31 december 2018 bij de NZa worden ingediend.

11.1.3 Transitiemiddelen verpleeghuiszorg 2018

Aanvragen met betrekking tot de geoormerkte ruimte transitiemiddelen verpleeghuiszorg (artikel 7) kunnen tot en met 14 november 2018 tweezijdig bij de NZa worden ingediend met het herschikkingsformulier 2018.

 

11.2 Gevolgen overschrijding uiterste indieningstermijn

11.2.1 Productieafspraken binnen de contracteerruimte

Als een zorgaanbieder en/of Wlz-uitvoerder een aanvraag (de productieafspraken) indien(t)(en) voor een budgetronde terwijl voor dezelfde budgetronde al een aanvraag is ingediend, zal de NZa de betrokken zorgaanbieder en de Wlz-uitvoerder verzoeken om aan te geven welke aanvraag zij door de NZa afgehandeld wensen te zien en welke aanvra(a)g(en) zij derhalve intrek(t)(ken). Wanneer partijen niet per ommegaande schriftelijk op dit verzoek van de NZa reageren, zal de NZa de laatst ingediende aanvraag in behandeling nemen mits deze aanvraag binnen de gestelde indieningtermijn is ingediend bij de NZa. Dit geldt uitsluitend voor tweezijdig ondertekende aanvragen.

 

Productieafspraken 2018 die bij de NZa zijn ingediend via het budgetformulier 2018 én ontvangen zijn na de uiterste indieningsdatum van 31 oktober 2017 worden beschouwd als aanvullende productieafspraken.

 

Aanvullende productieafspraken 2018 kunnen alleen worden ingediend via het daarvoor beschikbaar gestelde herschikkingsformulier 2018.

Aanvullende productieafspraken 2018 die bij de NZa zijn ingediend na de uiterste indieningsdatum van 14 november 2018 kunnen niet meer leiden tot een mutatie van de aanvaardbare kosten 2018. Deze aanvullende productieafspraken worden zonder inhoudelijk oordeel afgewezen, omdat zij in strijd zijn met het hiervoor gestelde.

 

11.2.2 Innovatie

Als een zorgaanbieder en/of Wlz-uitvoerder een aanvraag indien(t)(en) voor een jaar terwijl voor hetzelfde jaar al dezelfde aanvraag is ingediend, zal de NZa de betrokken zorgaanbieder en de Wlz-uitvoerder verzoeken om aan te geven welke aanvraag zij door de NZa afgehandeld wensen te zien en welke aanvra(a)g(en) zij derhalve intrek(t)(ken). Wanneer partijen niet per ommegaande schriftelijk op dit verzoek van de NZa reageren, zal de NZa de laatst ingediende aanvraag in behandeling nemen mits deze aanvraag binnen de gestelde indieningtermijn is ingediend bij de NZa.

Hierbij geldt dat bij overschrijding van de indieningstermijn van 31 december 2018 de ingediende aanvraag zonder inhoudelijk oordeel wordt afgewezen.

 

11.2.3 Transitiemiddelen verpleeghuiszorg 2018

Als een zorgaanbieder en Wlz-uitvoerder een aanvraag indienen voor een jaar terwijl voor hetzelfde jaar al een aanvraag is ingediend, zal de NZa de betrokken zorgaanbieder en de Wlz-uitvoerder verzoeken om aan te geven welke aanvraag zij door de NZa afgehandeld wensen te zien en welke aanvra(a)g(en) zij derhalve intrek(t)(ken). Wanneer partijen niet per ommegaande schriftelijk op dit verzoek van de NZa reageren, zal de NZa de laatst ingediende (tweezijdige) aanvraag in behandeling nemen mits deze aanvraag binnen de gestelde indieningtermijn is ingediend bij de NZa. Hierbij geldt dat bij overschrijding van de indieningstermijn (tot en met 14 november 2018) de ingediende aanvraag zonder inhoudelijk oordeel wordt afgewezen.

 

 

11.3 Eenzijdige verzoeken

11.3.1 Productieafspraken binnen de contracteerruimte

Als partijen niet tot overeenstemming zijn gekomen over de hoogte van de productieafspraak dan kunnen Wlz-uitvoerder en/of zorgaanbieder een eenzijdig verzoek bij de NZa indienen.

 

Per budgetronde kan een zorgaanbieder of een Wlz-uitvoerder geen eenzijdig verzoek indienen als er in diezelfde budgetronde ook een tweezijdig verzoek is ingediend. Als desondanks in één budgetronde naast een tweezijdig verzoek ook een eenzijdig verzoek door een zorgaanbieder of Wlz-uitvoerder wordt ingediend, wordt het eenzijdige verzoek niet door de NZa in behandeling genomen.

 

Een zorgaanbieder zonder initiële budgetafspraken kan gedurende het jaar (tot 1 oktober 2018) alleen een beschikking ontvangen middels een bij de NZa ingediend tweezijdig verzoek.

 

11.3.2 Innovatie

Een eenzijdig verzoek voor innovatie als genoemd in artikel 7 wordt niet in behandeling genomen.

12. Beslismodel

In artikel 12.1 wordt aangegeven van welke productieafspraak de NZa uitgaat voor de toetsing van de afspraak aan de beschikbare contracteerruimte exclusief geoormerkte middelen.

 

Hoe de NZa omgaat met aanpassingen van de eerder vastgestelde gehonoreerde productieafspraak wordt in artikel 12.2 aangegeven.

12.1 Productieafspraak

- Als de door de zorgaanbieder en de Wlz-uitvoerder aangevraagde productieafspraak aan elkaar gelijk zijn, gaat de NZa uit van de door de zorgaanbieder en de Wlz-uitvoerder aangevraagde productieafspraak.

- Als de door de zorgaanbieder en de Wlz-uitvoerder aangevraagde productieafspraak niet aan elkaar gelijk zijn gaat de NZa uit van de laagste productieafspraak.

- Als één of beide partijen geen productieafspraak aanvraagt, gaat de NZa uit van het feit dat de productieafspraak nul is.

12.2 Aanpassing gehonoreerde productieafspraak (vastgestelde productieafspraak)

Wanneer in de budgetronde met betrekking tot 2018, onder toepassing van de artikelen 12.1 van deze beleidsregel, een productieafspraak met betrekking tot een bepaalde aanvraag is vastgesteld door de NZa, zal de NZa de vastgestelde productieafspraak in de herschikkingsronde alleen aanpassen als daartoe een tweezijdig verzoek wordt ingediend.

 

Eenzijdige verzoeken ter aanpassing van een in de eerste budgetronde 2018 vastgestelde productieafspraak worden zonder inhoudelijk oordeel afgewezen. Echter, wanneer de gehonoreerde productieafspraak geen reële productieafspraak is, met andere woorden als de realisatie van het eerste half jaar hoger is dan de gehele productieafspraak, wordt bij afhandeling van een eenzijdig verzoek in de herschikkingsronde uitgegaan van 85% van de naar een heel jaar geëxtrapoleerde realisatie van het eerste half jaar.

13. Overschrijding contracteerruimte

13.1 Overschrijding van de contracteerruimte / geoormerkte middelen

Het totale bedrag van de budgetaanvragen mag de contracteerruimte, of het maximum van de geoormerkte middelen niet overschrijden. Als het totale bedrag van de aanvragen binnen de regio van een Wlz-uitvoerder in de hoedanigheid van zorgkantoor de beschikbare contracteerruimte of het maximum van de geoormerkte middelen overschrijdt, gelden de bepalingen zoals opgenomen in de artikelen 13.2 en 13.3. 

13.2 Aanvragen ingediend vóór 1 november 2017 (budgetronde)

De overschrijding van de contracteerruimte van de regio van een Wlz-uitvoerder in de hoedanigheid van zorgkantoor wordt bij de zorgaanbieders in de desbetreffende regio gecorrigeerd. De correctie wordt berekend naar rato van het aandeel van de aanvraag per zorgaanbieder op het totaal van de ingediende aanvragen.

 

Het voorgaande is niet van toepassing op de geoormerkte middelen Innovatie (artikel 7). De NZa toetst bij een aanvraag van deze middelen het totaalbedrag op basis van de productieafspraak aan het landelijk beschikbare bedrag. Deze toetsing vindt plaats op volgorde van binnenkomst van de aanvragen én na de beoordeling van de aanvraag (zie beleidsregel ‘Innovatie voor kleinschalige experimenten’). Indien het totaal van deze geoormerkte middelen bereikt is dan worden nieuwe en aangepaste aanvragen niet meer in behandeling genomen.

13.3 Aanvragen ingediend op of na 1 november 2017 en vóór 15 november 2018 (herschikkingsronde)

13.3.1 Algemeen

Als het totale bedrag van de vóór 15 november 2018 ingediende aanvragen leidt tot een overschrijding van de beschikbare contracteerruimte, zal deze overschrijding bij de zorgaanbieders die verzoeken om verhoging van de eerder vastgestelde aanvraag worden gecorrigeerd.

 

Deze correctie zal plaatsvinden naar rato van het aandeel van de aanvragen van deze zorgaanbieders op de totale toename. Als de overschrijding wordt veroorzaakt door één of meer zorgaanbieders, dan wordt de gehele correctie verwerkt op de aanvragen van deze zorgaanbieder(s).

 

Het voorgaande is niet van toepassing op de geoormerkte middelen Innovatie (artikel 7). De NZa toetst bij een aanvraag van deze middelen het totaalbedrag op basis van de productieafspraak aan het landelijk beschikbare bedrag.

Deze toetsing vindt plaats op volgorde van binnenkomst van de aanvragen én na beoordeling van de aanvraag (zie beleidsregel ‘Innovatie voor kleinschalige experimenten’).

Indien het totaal van deze geoormerkte middelen bereikt is dan worden nieuwe en aangepaste aanvragen niet meer in behandeling genomen.

 

13.3.2 ZZP-meerzorg

Bij de zzp-meerzorg is aanvullend van toepassing dat de toename van de omzet zzp-meerzorg als gevolg van een verhuizing van een cliënt waarvoor reeds meerzorg is gedeclareerd door de zorgaanbieder waar de cliënt verbleef voor de verhuizing, buiten beschouwing wordt gelaten bij de correctie indien een overheveling van omzet heeft plaatsgevonden van de oude zorgaanbieder naar de nieuwe zorgaanbieder. 

13.4 Transitiemiddelen verpleeghuiszorg 2018

De artikelen 13.1 tot en met 13.3 zijn niet van toepassing op de geoormerkte transitiemiddelen verpleeghuiszorg  2018 (artikel 7). Als het totale bedrag voor deze transitiemiddelen van de vóór 15 november 2018 ingediende aanvragen leidt tot een overschrijding van de beschikbare geoormerkte ruimte Transitiemiddelen verpleeghuiszorg 2018, zal deze overschrijding bij de zorgaanbieders die een aanvraag hebben ingediend worden gecorrigeerd. De correctie wordt berekend naar rato van het aandeel van de aanvraag per zorgaanbieder op het totaal van de ingediende aanvragen

14. Overschrijding pgb-kader

Indien een zorgkantoor verwacht het regionale pgb-kader te overschrijden, moet dit tijdig kenbaar worden gemaakt bij de NZa. Hierbij moet niet worden gewacht tot de maandelijkse informatieverstrekking aan de NZa.

 

Een zorgkantoorregio mag het beschikbaar gestelde pgb subsidieplafond niet overschrijden. Om een overschrijding van een regionaal plafond te voorkomen kan een zorgkantoor:

  • middelen overhevelen vanuit de contracteerruimte voor zorg in natura uit de eigen regio;
  • andere zorgkantoren verzoeken om middelen over te hevelen vanuit het pgb-kader of contracteerruimte voor zorg in natura;
  • een knelpuntenprocedure starten. Een knelpuntenprocedure kan worden gestart als er geen mogelijkheden meer zijn om middelen over te hevelen en een pgb-overschrijding dreigt;
  • bij het uitblijven van middelen een pgb-stop invoeren en indien mogelijk zorg in natura aanbieden.

15. Individueel aangepaste hulpmiddelen

Naast het budgettair kader Wlz als bedoeld in artikel 5 van deze beleidsregel is een bedrag voor de individueel aangepaste hulpmiddelen beschikbaar. 

15.1 Individueel aangepaste rolstoelen en overige hulpmiddelen

In 2018 is voor de groep cliënten die zorg met verblijf en Wlz behandeling ontvangen, landelijk een bedrag van € 145 miljoen beschikbaar voor individueel aangepaste hulpmiddelen.

Het gestelde in de artikelen 8 tot en met 14 van deze beleidsregel is niet van toepassing op het kader voor individueel aangepaste rolstoelen en overige hulpmiddelen.

16. Beëindiging oude beleidsregel

De Beleidsregel budgettair kader Wlz 2018, met kenmerk BR/REG-18147d, wordt vervangen door onderhavige beleidsregel.

17. Toepasselijkheid voorafgaande beleidsregel, bekendmaking, inwerkingtreding, terugwerkende kracht en citeertitel

Toepasselijkheid voorafgaande beleidsregel

 

De Beleidsregel budgettair kader 2017 Wlz met kenmerk BR/REG-17141g, blijft van toepassing op besluiten en aangelegenheden die hun grondslag vinden in die beleidsregel en die betrekking hebben op de periode waarvoor die beleidsregel gold.

 

Inwerkingtreding/Bekendmaking

 

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin de mededeling als bedoeld in artikel 20, tweede lid, onderdeel b, van de Wet marktordening gezondheidszorg, wordt geplaatst, werkt terug tot en met 1 augustus 2017 en vervalt met ingang van 1 april 2019.

 

Citeertitel


Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel budgettair kader Wlz 2018.

TOELICHTING

Wijziging ten opzichte van Beleidsregel budgettair kader Wlz 2018 met kenmerk BR/REG-18147 d

De bedragen in artikel 4.2 en de bijlage bij deze beleidsregel zijn aangepast aan de brief van VWS aan de NZa (datum 13 december 2018, kenmerk 185411- 1459885-LZ). De brief strekt tot het verhogen van de contracteerruimte Wlz 2018 met € 1,5 miljoen euro voor de regio Zeeland.

 

 

Algemeen

Artikel 49e, eerste lid, van de Wmg bepaalt dat de Minister van VWS jaarlijks een budgettair ruimte vaststelt voor de op grond van de Wlz verzekerde zorg in natura alsmede voor de verlening van persoonsgebonden budgetten.

 

Het macrobedrag voor de contracteerruimte voor zorg in natura (zin) en voor het persoonsgebonden budget (pgb) voor de zorginkoop 2018 is vastgesteld door het Ministerie van VWS (zie brief van 1 oktober 2018, kenmerk 1421676-181076-LZ).

 

Het bedrag voor de contracteerruimte wordt verdeeld op basis van de procedure die is beschreven in artikel 5 en 6 van deze beleidsregel. Het bedrag voor het pgb wordt verdeeld op basis van de procedure zoals beschreven in artikel 6 van deze beleidsregel. Deze procedure is ontleend aan de door de Staatssecretaris vastgestelde brief ingevolge artikel 7 van de Wet marktordening gezondheidszorg, van 17 oktober 2017, kenmerk 1243986-169439-LZ.

 

De NZa verdeelt de contracteerruimte over de Wlz-uitvoerders in de hoedanigheid van zorgkantoor. De toedeling van het pgb subsidieplafond wordt in de Regeling langdurige zorg opgenomen. Om het totale kader zo goed mogelijk te kunnen benutten is het mogelijk voor Wlz uitvoerders/zorgkantoren te schuiven tussen beide kaders.

 

Nieuw verdeelmodel

Voor 2018 wordt een nieuw verdeelmodel van het budgettair kader geïntroduceerd. De aanleiding hiervoor is dat de huidige verdeling, die voor een deel gebaseerd is op de productieafspraken van het jaar t-1 niet meer goed aansluit op de zorgvraag in de regio’s. Daarnaast is het pgb-subsidieplafond met de invoering van de Wlz onderdeel geworden van het budgettair kader Wlz. Hiermee ligt het voor de hand om het totaal beschikbare kader volgens dezelfde systematiek te verdelen en geen onderscheid te maken tussen de middelen die beschikbaar zijn voor de contracteerruimte zin en het pgb subsidieplafond.

 

Het totale Wlz-kader is de som van het kader voor zorg in natura en het kader voor pgb’s. Om het kader voor zorg in natura en pgb bij elkaar op te kunnen tellen moet het pgb-kader netto worden gemaakt. Er wordt rekening gehouden met de gemiddelde onderuitputting van het pgb-kader van 14%. Het nieuwe verdeelmodel heeft betrekking op het totale netto Wlz-kader. In de toelichting bij artikel 8 wordt een rekenvoorbeeld gegeven.

 

Het nieuwe verdeelmodel wordt gebaseerd op afgegeven Wlz-indicaties. Hiermee volgen de beschikbare middelen de zorgvraag in de regio’s. De indicaties worden gebruikt om per regio het aandeel in het landelijke Wlz-kader te bepalen. Omdat niet iedere indicatie even veel kosten met zich mee brengt, worden de indicaties gewogen voor zorgzwaarte. De bron voor de indicaties is het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ).

 

Het regionale aandeel in het totale kader wordt als volgt berekend. Alle indicaties op een bepaalde peildatum in een regio worden vermenigvuldigd met een gewicht. Dit gewicht is gebaseerd op de maximale beleidsregelwaarde, dat passend is bij het geïndiceerde profiel. De gewogen indicaties worden bij elkaar opgeteld tot het totaal aan gewogen indicaties in een regio. Door het totaal aan gewogen indicaties in een regio te delen door het totaal aan gewogen indicaties van heel Nederland ontstaat een percentage. Het totale kader van de Wlz wordt vermenigvuldigd met dit percentage, om te komen tot een regionaal budget.

 

Het is vervolgens aan het zorgkantoor om het regionale kader te verdelen in een contracteerruimte voor zorg in natura en een pgb-kader voor het toekennen van pgb’s. Hierbij wordt rekening gehouden met het bruteringseffect. De NZa stelt de opgegeven regionale contracteerruimte vast en geeft het opgegeven pgb-kader door aan de minister van VWS. Deze zal dit verwerken in de subsidieplafonds van de Regeling langdurige zorg.

 

Het nieuwe verdeelmodel leidt er toe dat de financiële kaders van sommige Wlz-uitvoerders stijgen en van andere Wlz-uitvoerders dalen. Met het oog op de continuïteit van zorglevering en de zorgplicht van Wlz-uitvoerders worden de financiële effecten van het nieuwe verdeelmodel niet in een keer onverkort doorgevoerd, zodat Wlz-uitvoerders en zorgaanbieders de tijd hebben om zich aan de nieuwe financiële kaders aan te passen. Voor 2018 vindt er geen afbouw plaats voor Wlz uitvoerders, van wie het financiële kader daalt volgens het nieuwe verdeelmodel. De groeimiddelen worden ingezet bij Wlz uitvoerders die toe moeten groeien naar de nieuwe verdeling.

 

Samen met de Wlz uitvoerders wordt in het najaar 2017 een onderhoudsagenda opgezet, waarbij effecten van het verdeelmodel in gezamenlijkheid verder worden geanalyseerd. Hierbij zal ook gekeken worden in hoeverre het wenselijk is dat het model op onderdelen wordt aangepast. 

Artikelsgewijs

4.  Toedeling en opbouw budgettair kader 2018

Het totaal beschikbare Wlz kader is voor 2017 onderverdeeld naar een kader voor de contracteerruimte en een kader voor het pgb -subsidieplafond. Van de beschikbare contracteerruimte is € 732 miljoen beschikbaar voor het experiment persoonsvolgende inkoop.

 

Dit experiment is een belangrijk onderdeel van het 10-stappenplan, zoals opgenomen in de brief “waardig leven met zorg” van de Staatssecretaris VWS aan de Tweede kamer. Binnen dit experiment wordt afgeweken van het reguliere zorginkoopproces. Zorgaanbieders en zorgkantoren in de experimenteerregio’s maken voorafgaand aan het jaar geen productieafspraken over volume en prijs.

 

Onder het experiment mag iedereen die voldoet aan de voorwaarden zorg leveren. Deze zorg wordt tegen een vast tarief in rekening gebracht. Op het moment dat het beschikbare bedrag voor dit experiment overschreden dreigt te worden, zullen wij het Ministerie van VWS hierover informeren. Op dat moment kan besloten worden dat (een deel van) de herverdelingsmiddelen ingezet worden. Voor dit experiment is aparte regelgeving vastgesteld.

 

4.2 Specifieke posten in 2018

 

Voor 2018 is een groeiruimte van € 470 miljoen beschikbaar. Hiervan is € 130 miljoen aan herverdelingsmiddelen aan het Wlz-kader toegevoegd.

 

Er is een verhoging van € 335 miljoen in de beleidsregel opgenomen voor het implementeren van het kwaliteitskader verpleeghuiszorg.

Bij de inzet van extra middelen voor de volledige implementatie is sprake van een ingroeipad. Vanaf 2018 wordt structureel € 335 toegevoegd, bovenop op het bedrag van € 100 miljoen.

 

Voor de volledige toegroei naar NHC/NIC is € 270 miljoen toegevoegd.

Het percentage van de NHC en NIC neemt in 2018 toe naar 100%.

 

Er is een verhoging van € 10 miljoen in de beleidsregel opgenomen in verband met de overheveling van de huishoudelijke hulp bij een modulair pakket thuis (mpt) van de gemeenten naar de Wlz.

 

Er is een verhoging van € 15 miljoen voor trombosezorg en medisch specialistische zorg thuis opgenomen. Vanaf 2018 wordt een deel van het kader medisch specialistische zorg overgeheveld naar de Wlz. Dit volgt uit een standpunt van het Zorginstituut.

 

Er is een verhoging van € 673 miljoen opgenomen voor de loon- en prijsbijstelling 2018.

 

Er is een verhoging van € 10 miljoen voor maatregelen ter voorkoming van zorgval (EKT) en een verwacht toenemend gebruik van de meerzorgregeling. Dit bedrag loopt in de komende jaren verder op tot €40 miljoen in 2022.

 

Er is een verlaging van € 100 miljoen opgenomen in relatie tot de trendmatige ontwikkeling om mensen langer thuis te laten wonen.

 

Er is een verlaging van € 40 miljoen in de beleidsregel opgenomen vanwege de afloop van het overgangsrecht voor Wlz-indiceerbaren.

Cliënten die niet voldoen aan de toegangscriteria van de Wlz zullen vanaf 1 juli 2017 een beroep doen op ondersteuning en zorg vanuit de gemeenten en verzekeraars. Voor 2018 geldt het volledige effect van € 80 miljoen.

 

5.1  nieuw verdeelmodel

Voor de verdeling van 2018 gebruiken we CIZ data met het peilmoment 1 maart 2017. Jaarlijks zullen we de verdeling herijken op basis van nieuwe CIZ gegevens. Van het CIZ krijgen we per profiel het aantal cliënten dat op peilmoment 1 maart t-1 een Wlz- indicatie heeft. De indicaties zijn hierbij toegedeeld naar de regio’s waar de cliënt op dat moment ingeschreven staat. Voordat wij de gegevens krijgen, voert het CIZ hiervoor een check uit op de basisregistratie persoonsgegevens (BPR).

 

5.2 Nieuwe verdeling basisbudget 2018, 5.3 Garantiebudget 2018 en 5.4 Verdeling structurele doorwerking van de € 50 miljoen vanuit 2017

Het uitgangspunt voor de verdeling van het budgettair kader Wlz 2018 is het nieuwe verdeelmodel. Met het oog op de continuïteit van zorglevering en de zorgplicht van Wlz-uitvoerders worden de financiële effecten van het nieuwe verdeelmodel niet in één keer onverkort doorgevoerd. Dit gebeurt via een ingroeitraject waarbij jaarlijks per Wlz-uitvoerder een garantiebudget wordt vastgesteld. Het garantiebudget is het minimale budget dat de Wlz-uitvoerder krijgt toegekend om zorg in te kopen en pgb-subsidies te verlenen. Het garantiebudget is van toepassing op het basisbudget.

 

Omdat voor 2018 geen grote beleidswijzigingen in de inkoop meer kunnen worden doorgevoerd, vindt er voor 2018 geen afbouw plaats en is het garantiebudget voor 2018 100%. Wel zullen de groeimiddelen worden ingezet om een eerste stap richting de nieuwe verdeling te maken.

 

Hieronder volgt een rekenkundig voorbeeld om de systematiek voor 2018 inzichtelijk te maken. 

1

In tabel 1 staat de startverdeling op basis van de huidige verdeling van het kader (het garantiebudget). De verdeling nieuw is de verdeling van het kader op basis van het nieuwe verdeelmodel inclusief een correctie voor bovenregionale zorg (zie toelichting bij 5.5). De laatste kolom geeft het verschil tussen de startverdeling en de verdeling op basis van het nieuwe model: een positief bedrag betekent dat die Wlz-uitvoerder onder het nieuwe model meer middelen ontvangt (opbouwt) een negatief bedrag dat hij minder middelen ontvangt (moet afbouwen).

 

1

In tabel 2 worden groeimiddelen verdeeld. De initiële verdeling wordt gebaseerd op de procentuele verdeling, die volgt uit het nieuwe model. Vervolgens vindt de verdeling twee stappen plaats. In dit voorbeeld zijn de beschikbare groeimiddelen € 100. Alleen de Wlz-uitvoerders die opbouwen of in geringe mate moeten afbouwen ontvangen groeimiddelen met de eerste stap.

De groeimiddelen die met stap 1 ( €42) nog niet zijn verdeeld, worden in de tweede stap verdeeld over de opbouwers, naar rato van het bedrag waarmee ze moeten opbouwen (vierde kolom van tabel 1).

 

5.5 Eenmalige aanpassing met betrekking tot bovenregionale zorg

De groeiruimte wordt verdeeld op basis van het verschil tussen de startverdeling  en de nieuwe verdeling. In het nieuwe verdeelmodel worden indicaties toegerekend aan het zorgkantoor van de regio waar de cliënt woont. Op dit moment volgt de zorginkoop nog niet altijd dit uitgangspunt: een deel van de zorg wordt gecontracteerd door een zorgkantoor van een andere regio dan waar de cliënt staat ingeschreven. Dit wordt bovenregionale zorg genoemd.

Vanwege deze bovenregionale zorg sluit de hoeveelheid zorg die zorgkantoren moeten inkopen niet aan bij het nieuwe verdeelmodel. Om deze goed te laten aansluiten biedt de NZa daarom de mogelijkheid aan zorgkantoren om voor 2018 eenmalig de nieuwe verdeling bij te stellen, zodat bij de verdeling van de groeimiddelen rekening kan worden gehouden met de bovenregionale zorg.

 

5.6 Verdeling groeiruimte , 5.7 Eenmalige aanpassing met betrekking tot bovenregionale zorg

De middelen die toegevoegd zijn vanwege het kwaliteitskader verpleeghuiszorg tranche 2018 worden toegedeeld op basis van een verdeelsleutel, die gebaseerd is op het geïndiceerde zorgprofielen VV4 t/m VV10 vermenigvuldigd met het verschil tussen de beleidsregelwaarden 2018 en 2017 van de desbetreffende profielen. Door de middelen op deze wijze te verdelen wordt voor de betreffende profielen zo het gewicht groter, waardoor de middelen toegedeeld worden op basis van de geïndiceerde V&V profielen.

De loon- en prijsbijstelling wordt verdeeld op basis van de geïndiceerde zorgprofielen vermenigvuldigd met het verschil tussen de beleidsregelwaarden 2018 en 2017. Hierbij is voor de zorgprofielen VV4 t/m VV10 geschoond voor de ophoging voor het kwaliteitskader 2018 in de maximale beleidsregelwaarden 2018.

De overige posten worden verdeeld  volgens de verdeelsleutel, die ook gebruikt wordt voor de verdeling van het basisbudget.  De geïndiceerde zorgprofielen worden vermenigvuldigd met de maximale beleidsregelwaarde 2017.

 

5.8 Verdeling specifieke post

Zoals ieder jaar worden er middelen achter de hand gehouden om eventuele knelpunten op te kunnen lossen: de herverdelingsmiddelen. De NZa zal bij de advisering over de inzet van de herverdelingsmiddelen specifiek aandacht schenken aan de gevolgen van het nieuwe verdeelmodel.

5.10 Herverdelingsmiddelen

De toedeling van de € 130 miljoen herverdelingsmiddelen naar zorgkantoren (regiobudgetten) is als volgt gebeurd:

De Wlz-uitvoerders met een (in het mei-advies van de NZa) geprognosticeerde (netto) tekort op het niveau van de Wlz-uitvoerder komen in aanmerking voor herverdelingsmiddelen.

Per Wlz-uitvoerder met een geprognosticeerd (netto) tekort wordt het aandeel van het geprognosticeerde (netto) tekort in het landelijk geprognosticeerde (netto) tekort vermenigvuldigd met € 130 miljoen.

 

Voor deze Wlz-uitvoerders wordt per zorgkantoorregio bekeken of er sprake is van een (netto) tekort. Daarvoor wordt per zorgkantoorregio het tekort/overschot  op zorg in natura berekend 7en het geprognosticeerde tekort/overschot  op pgb uit het mei-advies gebruikt.

Alleen zorgkantoorregio’s met een netto tekort komen in aanmerking voor herverdelingsmiddelen.

De verdeling van - de aan de betreffende Wlz-uitvoerder toegerekende -  herverdelingsmiddelen over deze regio’s met een netto tekort gebeurt naar rato van het tekort van de zorgkantoorregio’s binnen deze Wlz-uitvoerder. 

 

De hierboven vermelde berekening van het tekort/overschot op zorg in natura (zin) per zorgkantoorregio gebeurt als volgt:

De geprognosticeerde benutting op zin 8op Wlz-uitvoerdersniveau wordt per Wlz-uitvoerder verdeeld over de bijbehorende zorgkantoorregio’s naar rato van het aandeel van het zin-kader van de zorgkantoorregio in het totale zin-kader van de betreffende Wlz-uitvoerder. Daaraan worden de ramingen uit het mei-advies voor meerzorg per zorgkantoorregio toegevoegd. De aldus berekende benutting per zorgkantoorregio wordt vergeleken met het zin-kader van de betreffende zorgkantoorregio; hieruit volgt of er sprake is van een tekort of overschot op zorg in natura.

 


6. Toedeling budgettair kader naar zin, pgb en experiment

Het totale beschikbare Wlz kader wordt op basis van het nieuwe verdeelmodel verdeeld. Hiervoor is het noodzakelijk dat uitgegaan wordt van een netto kader, waarbij gecorrigeerd is voor het bruteringseffect. De NZa verdeelt dit netto kader over de regio’s. Om aan te sluiten bij de bedragen uit de kaderbrief rekenen wij vervolgens weer een deel van ieder regionaal kader terug naar pgb, zodat de som van alle pgb-kaders € 2.236 miljoen is. Om de hoogte van de regionale pgb-kaders te bepalen gaan wij uit van de pgb-subsidieplafonds zoals die bekend zijn op 1 juli 2017 en schalen wij deze om landelijk uit te komen op € 2.236 miljoen. Dit leidt tot een initieel regionaal pgb kader en een initiële contracteerruimte. Zorgkantoren kunnen via een door de NZa beschikbaar gesteld format aangeven of en hoe zij deze initiële verdeling willen aanpassen.

 

In de regeling langdurige zorg staat het totale beschikbare kader, het kader dat landelijk beschikbaar is voor zin, het kader dat landelijk beschikbaar is voor pgb’s en per regio een subisidieplafond. Overhevelingen tussen zin en pgb’s zijn van invloed op al deze kaders. Wanneer de NZa een overhevelingsverzoek ontvangt berichten wij daarom de Staatssecretaris van VWS, zodat de Regeling langdurige zorg hierop kan worden aangepast.

7. Geoormerkte middelen - Transitiemiddelen verpleeghuiszorg 

De transitiemiddelen verpleeghuiszorg  (totaal € 50 miljoen per jaar) zijn beschikbaar gesteld voor verpleeghuizen om extra kwaliteitsmaatregelen te nemen in de ingroeifase (2018 – 2021) van het kwaliteitskader verpleeghuiszorg. De zorgkantoren hebben hierin de coördinerende rol en nemen besluiten over de inzet van de transitiemiddelen. Zij doen dit op basis van een regionale analyse. De aanbieder is verantwoordelijk voor het voorstel aan maatregelen dat zij bij het zorgkantoor/Wlz-uitvoerder indient. Daarbij geldt dat de middelen niet ingezet zullen worden voor maatregelen waarvoor reeds bekostiging beschikbaar is (bijvoorbeeld op basis van de subsidieregeling SectorplanPlus). Dit om dubbele bekostiging te voorkomen.

De zorgkantoren/Wlz-uitvoerders bepalen op basis van een procedure (die zij regionaal dan wel landelijk vaststellen) welke zorgaanbieders een deel van de beschikbare middelen toegekend krijgen. Zij dienen vervolgens een tweezijdig verzoek bij de NZa in voor het vaststellen van een tarief behorend bij de prestatiebeschrijving. Er is sprake van een prestatie tegen vergoeding. De NZa toetst de verzoeken aan de macro beschikbare ruimte aan de hand van de beleidsregel en zendt het besluit via het afgeven van een beschikking toe.

De tweezijdige verzoeken kunnen bij de NZa ingediend worden met het herschikkingsformulier 2018 tot en met 14 november 2018. Op de toegekende middelen wordt niet nagecalculeerd.

8. Overhevelingen tussen regio’s

Om de contracteerruimte zorg in natura en de pgb-middelen zo goed mogelijk te kunnen benutten, is het mogelijk voor Wlz-uitvoerders/zorgkantoren middelen tussen regio’s over te hevelen binnen de contracteerruimte en binnen het pgb-kader. Er kunnen alleen middelen worden overgeheveld indien er daadwerkelijk geld beschikbaar is.

 

Er is ruimte om contracteerruimte over te hevelen als de gehonoreerde productieafspraken lager zijn dan de vastgestelde regionale contracteerruimte zin. Ten aanzien van het pgb wordt het beschikbare subsidieplafond afgezet tegen de totale pgb-beschikkingen, die zijn afgegeven inclusief de reserveringen die gemaakt zijn. Als dit lager is dan het vastgestelde pgb plafond, dan kunnen middelen overgeheveld worden.

 

De overhevelingen worden maandelijks door de NZa verwerkt in een overzicht. Bij deze verwerking houdt de NZa rekening met de contracteerruimte, die minimaal beschikbaar moet zijn in verband met de gehonoreerde productieafspraken die tijdens de eerste budgetronde 2018 zijn vastgesteld.

 

Overhevelingen naar het kader voor zorg in natura kunnen worden ingediend tot 1 november 2018. Dit is de uiterste indieningsdatum van de herschikking 2018. Overhevelingen na deze datum kunnen niet meer leiden tot het maken van productieafspraken. Overhevelingen naar het pgb-kader kunnen worden ingediend tot en met 31 maart 2019.

 

Bij het overhevelen van middelen van zin naar pgb en andersom zal rekening gehouden worden met een gemiddelde onderuitputting van het pgb-kader van 14%. Bij overhevelingen binnen het pgb-kader of binnen de contracteerruimte is deze brutering niet van toepassing.

 

Voorbeeld:        Verlaging zin                           -/-  € 100.000

                        Verhoging pgb                       +/+ € 116.279

 

                        Verlaging pgb                          -/-    €100.000

                        Verhoging zin                          +/+  € 86.000

 

8 en 9. Overheveling in een regio

Om het totale kader zo goed mogelijk te kunnen benutten is het mogelijk voor Wlz-uitvoerders/zorgkantoren te schuiven tussen beide kaders. In geval van een daadwerkelijk tekort aan pgb-middelen hebben zorgkantoren op elk moment in het jaar de gelegenheid te schuiven van het kader voor zorg in natura naar het pgb-kader. Dit kan tot uiterlijk tot en met 31 maart 2019.

 

8.2 en 9.2 Structureel versus incidenteel

De procedure voor structurele en incidentele aanpassingen is aangepast.

De overhevelingen ingediend tot 1 oktober 2018 worden structureel verwerkt.  Overhevelingen die ingediend worden na 1 oktober 2018 worden als incidentele overheveling door de NZa verwerkt. De verdeling van het Wlz-kader 2019 tussen de contracteerruimte zin en het subsidieplafond pgb wordt voorafgaand aan de budgetronde door zorgkantoren aangegeven. De basis voor deze verdeling is onder andere de stand van de overhevelingen op 1 oktober 2018. Het is niet wenselijk dat overhevelingen uit 2018 die na deze datum worden ingediend, nog invloed hebben op deze toedeling voor het budgetjaar 2019. 

Inhoudsopgave

Alles dichtklappenAlles openklappen

Bijlagen

Naar boven