Onderwerp: Bezoek-historie

Beleidsregel Beschikbaarheidbijdrage op aanvraag - BR/REG-18155
Publicatiedatum:02-11-2017Geldigheid:01-01-2018 t/m 01-01-2018Versie:vergelijk Status: Niet meer geldig

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Ingevolge artikel 57, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) beleidsregels vast met betrekking tot het uitoefenen van de bevoegdheid om beschikbaarheidbijdragen vast te stellen.

 

Op grond van artikel 56a, tweede lid, onder a, van de Wmg geeft de NZa op aanvraag toepassing aan artikel 56a, eerste tot en met zevende lid, van de Wmg.

 

Ingevolge artikel 59, aanhef en onder e, van de Wmg heeft de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) bij brieven van 12 december 2012 (kenmerk MC-U-3147126), 16 juli 2014 (kenmerk 640237-123257-MC), 11 december 2014 (kenmerk 696542-130372-MC en 692617-129795-MC), 16 juni 2015 (kenmerk 776212-137548-MC)  30 juni 2015 (kenmerk 776198-137542-MC), 21 april 2017 (kenmerk 1123133-163202-MC) en 29 september 2017 (kenmerk 1223399-167180-MC) ten behoeve van de voorliggende beleidsregel een aanwijzing op grond van artikel 7 van de Wmg aan de NZa gegeven.

 

Op de beschikbaarheidbijdrage zijn titel 4.2 (‘subsidies’) en 4.4 (‘bestuursrechtelijke geldschulden’) van de Algemene wet bestuursrecht, het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG en het Besluit van de Europese Commissie van 20 december 2011 (C(2011)9380) van toepassing.

Artikel 1. Reikwijdte

Deze beleidsregel is van toepassing op het beschikbaar hebben en bekostigen van zorg als bedoeld in artikel 2 van het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG, juncto onderdeel B, onder 3 tot en met 10, 14, 15 en 16 van de bijlage bij het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG. De volgende vormen van zorg komen in aanmerking voor een beschikbaarheidbijdrage:

  1. gespecialiseerde brandwondenzorg;
  2. traumazorg door mobiel medisch team met helikopter;
  3. spoedeisende hulp;
  4. acute verloskunde;
  5. post mortem orgaanuitname;
  6. traumazorg voor zover het gaat om Opleiden, Trainen en Oefenen;
  7. zorg verleend door het calamiteitenhospitaal;
  8. coördinatie traumazorg en regionaal overleg acute zorg;
  9. traumazorg door mobiel medisch team met voertuig;
  10. gespecialiseerde en derdelijns psychotraumazorg voor zover het gaat om de landelijke kennis en expertisefunctie;
  11. acuut ambulancevervoer per ambulancehelikopter vanaf de Friese Waddeneilanden.

Artikel 2. Doel van de beleidsregel

Voor een aantal activiteiten en voorzieningen van zorgaanbieders is het niet mogelijk en/of wenselijk om deze rechtstreeks aan zorgproducten voor individuele consumenten toe te rekenen. Het gaat om specifieke functies of kenmerken van de zorgverlening, zoals beschikbaarheid, specifieke deskundigheid of specifieke voorzieningen. Doel van deze beleidsregel betreft het vaststellen van de wijze van bekostiging van deze activiteiten en voorzieningen, in aanvulling op de Beleidsregel ‘Uniform kader beschikbaarheidbijdrage NZa’. 

Artikel 3. Begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

 

3.1          AMvB

Algemene Maatregel van Bestuur.

 

3.2         Besluit

Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG van 24 augustus 2012.

 

3.3         Bijlage

Bijlage bij artikel 2 van het Besluit.

 

3.4         Beschikbaarheidbijdrage

Bijdrage als bedoeld in artikel 56a van de Wmg.

 

3.5         dbc-omzet (integrale tarieven) brandwondenzorg

De in het betreffende jaar gerealiseerde dbc’s gespecialiseerde brandwondenzorg en de daarbij gerealiseerde ic add-on’s.

 

3.6         Minister

Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

 

3.7         OTO

Opleiden, Trainen en Oefenen bij rampen en crises zoals vastgelegd op 16 oktober 2008 in het Convenant inzake Opleiden, trainen en oefenen ter voorbereiding van rampen en crises.

 

3.8         SEH-consult

Spoedeisende hulp contact op de seh-afdeling met code 190015 als bedoeld in de Regeling medisch- specialistische zorg.

 

3.9         Wbmv

Wet bijzondere medische verrichtingen.

 

3.10       Uniform kader

Beleidsregel Uniform kader beschikbaarheidbijdrage NZa. 

Artikel 4. Algemeen

4.1         Aangewezen vormen van zorg

Bij het Besluit heeft de Minister de in artikel 1 genoemde vormen van zorg aangewezen waarvoor de NZa een beschikbaarheidbijdrage kan vaststellen. Mede op basis van dit Besluit heeft de NZa onderhavig beleid ten aanzien van de verstrekking van de beschikbaarheidbijdrage op aanvraag door zorgaanbieders vastgesteld.

 

4.2         Procedure verstrekken beschikbaarheidbijdrage

Het Uniform kader omschrijft de procedure die gehanteerd wordt ten aanzien van de verlening en de vaststelling van de beschikbaarheidbijdrage door de NZa. In enkele gevallen is een uitzondering op de uniforme procedure nodig. Deze uitzondering staat in dat geval omschreven in de onderhavige beleidsregel en bij de betreffende zorgfunctie.

 

4.3         Dienst van algemeen belang

Indien een aanvraag voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 4.2 en aan de zorgfunctie-specifieke bepalingen zoals opgenomen in deze beleidsregel, zal de NZa op grond van artikel 56a, zevende lid, van de Wmg de zorgaanbieder belasten met een dienst van algemeen economisch belang of dienst van algemeen belang.

Artikel 5. Gespecialiseerde brandwondenzorg

5.1         Beschrijving zorg

Gespecialiseerde brandwondenzorg als bedoeld in onderdeel B, aanhef en onder 9, van de Bijlage.

 

5.2         Criteria verstrekking

Zorgaanbieders kunnen in aanmerking komen voor de verstrekking van een beschikbaarheidbijdrage voor gespecialiseerde brandwondenzorg indien zij de in artikel 5.1 van deze beleidsregel genoemde vorm van zorg leveren.

 

5.3         Aantal zorgaanbieders

Op grond van het Besluit belast de NZa drie instellingen met de beschikbaarheid van de gespecialiseerde brandwondenzorg.

 

5.4         Procedure

In aanvulling op het Uniform kader is dit artikel van toepassing op de procedure ten aanzien van de gespecialiseerde brandwondenzorg.

 

5.4.1    Hoogte beschikbaarheidbijdrage verlening

De verlening voor de zorgfunctie gespecialiseerde brandwondenzorg is gelijk aan de hoogte van de vastgestelde maximale beschikbaarheidbijdrage in jaar t – 2. Dit bedrag wordt naar jaar t geïndexeerd.

 

Voor de verlening 2018 van de zorgfunctie gespecialiseerde brandwondenzorg worden de bedragen van het voorgaand beleid geïndexeerd naar ultimo 2017 en geindexeerd met de voorlopige indexatie voor 2018. In onderstaande tabel worden de bedragen per instelling weergegeven ultimo 2017.

1

Op de maximale beschikbaarheidbijdrage voor de verlening (jaar t – 2, geïndexeerd naar jaar t) worden de (verwachte) gerealiseerde dbc-omzet (integrale tarieven) voor de gespecialiseerde brandwondenzorg en de bij deze dbc’s gerealiseerde IC add on’s voor jaar t in mindering gebracht.

 

5.4.2. Hoogte beschikbaarheidbijdrage vaststelling

De uiteindelijke hoogte van de beschikbaarheidbijdrage voor gespecialiseerde brandwondenzorg wordt bepaald op basis van nacalculatie. Dat betekent dat de beschikbaarheidbijdrage afhankelijk is van de gerealiseerde kosten en dus de verantwoorde gegevens van het desbetreffende brandwondencentrum.

 

5.4.3. Benchmarken

De NZa gaat de brandwondencentra op basis van de ingediende verantwoordingen benchmarken. Indien er significante afwijkingen zijn op bepaalde kostenposten wordt het desbetreffende brandwondencentrum door de NZa verzocht om daar een nadere toelichting met onderbouwing of bewijs op te geven.

 

5.4.4. Toerekening indirecte kosten

De NZa legt per brandwondencentrum door middel van een wegingsfactor vast op welke wijze zij de indirecte kosten toeschrijven aan het brandwondencentrum. De wegingsfactor van het brandwondencentrum is bepalend voor de uiteindelijke hoogte van de indirecte kosten voor het brandwondencentrum. De weging die een instelling vanaf 2015 heeft toegekend aan het brandwondencentrum (t.o.v. de rest van het ziekenhuis) moet de komende jaren gelijk blijven (tot het eerst volgende kostenonderzoek) en mag gedurende die periode niet gewijzigd worden.

 

5.4.5. Bepaling dbc-omzet

De verwachte en gerealiseerde dbc-omzet en daarbij behorende IC add-ons bestaat uit de onderstaande brandwonden dbc’s en IC add-ons. De gespecialiseerde brandwondenzorg dbc’s en IC add-ons kennen een max-max tarief[1] (tariefstructuur). De NZa zal bij de verlening en vaststelling van de beschikbaarheidbijdrage gespecialiseerde brandwondenzorg voor het bepalen van de dbc-omzet en bijbehorende IC Add-ons uitgaan van het reguliere, basis maximumtarief, ongeacht de hoogte van het tarief dat in werkelijkheid is overeengekomen en/of gedeclareerd tussen zorgaanbieder en zorgverzekeraar.

 

Gespecialiseerde brandwonden dbc’s

1

IC add-on’s

1

Artikel 6. Traumazorg door mobiel medisch team met helikopter

6.1         Beschrijving zorg

Traumazorg door mobiel medisch team (MMT) met helikopter als bedoeld in onderdeel B, aanhef en onder 6, van de Bijlage:

a.         7x24 uur beschikbaarheid van een paraat MMT met helikopter dat binnen twee minuten na aanname van de melding van de meldkamer ambulancezorg moeten kunnen uitrukken naar de plek van het ongeval;

b.         Het MMT bestaat uit een medisch specialist en een gespecialiseerde verpleegkundige.

 

6.2         Criteria verstrekking

Zorgaanbieders kunnen in aanmerking komen voor de verstrekking van een beschikbaarheidbijdrage traumazorg door MMT met helikopter indien zij de in artikel 6.1 genoemde vorm van zorg leveren.
 

6.3         Aantal aanbieders

Op grond van het Besluit verstrekt de NZa de beschikbaarheidbijdrage voor traumazorg door MMT met helikopter aan vier aanbieders.

 

6.4         Hoogte beschikbaarheidbijdrage

  1. De hoogte van de beschikbaarheidbijdrage voor het onderdeel ‘team en helikopter’ wordt gebaseerd op de posten in onderstaande tabel. In de toelichting van de beleidsregel is aanvullende informatie over specifieke onderdelen opgenomen.
  2. In principe worden iedere drie jaar de in sub a gehanteerde normbedragen herijkt.
  3. Drie verschillende typen helikopterstandplaatsen worden onderscheiden. De hoogte van bepaalde genormeerde kostenposten hangt samen met het type standplaats van het MMT. De drie standplaatstypen zijn:
    1. Type A: Dak locatie
    2. Type B: Externe locatie waarbij brandwachtvoorziening van het vliegveld 24/7 aanwezig is
    3. Type C: Externe locatie waarbij brandwachtvoorziening van het vliegveld niet 24/7 aanwezig is
  4. De kosten voor de aanbesteding ‘MMT’s Nederland – aanbesteding helikopter voorziening’ van de traumahelikopters worden vergoed op basis van de volgende uitgangspunten:
    1. De kosten die goed onderbouwd zijn door de centra middels een offerte en/of schriftelijke onderbouwing, worden vergoed.
    2. Daar waar definitieve kosten bij de verlening nog onzeker zijn, wordt de vergoeding gemaximeerd.
    3. De vergoeding wordt in de vaststelling naar beneden bijgesteld indien de kosten lager uitvallen dan begroot.
    4. Daar waar kosteloze alternatieven zijn of waar kosten reeds in de beschikbaarheidbijdrage zijn voorzien, vergoeden we niet.
    5. Het vergoedingsbedrag is definitief en eenmalig. Eventuele onvoorziene kosten die zich voordoen gedurende (of na) het traject, worden niet vergoed. 

Onderdeel Team en Helikopter

Deelpost

Type

Standplaats helikopter

Prijspeil niveau 2017

Helikopter

Vaste kosten

Nacalculatie

A, B, C

Werkelijke kosten

Vlieguren

Nacalculatie

A, B, C

Werkelijke kosten

Kosten buitenlandse inzet

Nacalculatie

A, B, C

Werkelijke kosten

Opbrengsten buitenlandse inzet

Nacalculatie – in mindering

A, B, C

Werkelijke opbrengsten

Kortingsposten

Nacalculatie – in mindering

A, B, C

Werkelijke opbrengsten

Personele inzet

per functie

Gespecialiseerd verpleegkundige

Genormeerd

A, B, C

€ 572.272.96

Helicopter landing officer

Genormeerd

A, C

€ 431.103,48

Medisch specialist

Genormeerd

A, B, C

€1.224.738,24

Ondersteunend personeel:

 

chief nurse

manager

medisch coördinator

secretariaat

Genormeerd

A, B, C

 

 

€ 27.533,20

€ 43.420,17

€ 46.589,03

€ 22.725,28

Personele inzet

totaal 

Norm inclusief HLO

Genormeerd

A, C

€2.368.382,37

Norm exclusief HLO

Genormeerd

B

€1.937.278,89

Standplaats

Helikopter op dak

Genormeerd

A

€ 122.193,15

Helikopter op externe locatie

Nacalculatie

B, C

Werkelijke kosten

Opleidingen

initieel

Gespecialiseerd verpleegkundige

Per nieuw lid

A, B, C

€ 80.078,56

Medisch specialist

Per nieuw lid

A, B, C

€ 42.449,99

Helicopter landing officer

Per nieuw lid

A, C

€ 1.780,30

periodiek

Gespecialiseerd verpleegkundige

Genormeerd

A, C

€ 27.174,83

Gespecialiseerd verpleegkundige

Genormeerd

B

€ 37.369,86

Medisch specialist

Genormeerd

A, B, C

€ 17.350,99

Helicopter landing officer

Genormeerd

A, C

€ 17.204,76

Directe overige kosten

Dienstkleding

Per MMT-lid

A, B, C

€ 1.375,36

Patiëntgebonden kosten

Genormeerd

A, B, C

€ 49.491,42

Hotelmatige kosten

Genormeerd

A, B, C

€ 15.849,85

Algemene personele kosten

Nacalculatie

A, B, C

Werkelijke kosten

Algemene materiële kosten1

Genormeerd

A, B, C

€ 41.806,80

Overhead

Norm inclusief HLO

Genormeerd

A, C

€ 338.986,81

Norm exclusief HLO

Genormeerd

B

€ 231.816,09

 

        e. De hoogte van de beschikbaarheidbijdrage voor het onderdeel ‘voertuig’ wordt gebaseerd op de posten in onderstaande tabel.

Onderdeel Voertuig

Type

Toelichting

Prijspeil niveau 2017

Voertuig

Normatief

Aanschafwaarde wordt afgeschreven over 7 jaar

€    9.744

Opbouw/ombouw voertuig

Normatief

Aanschafwaarde wordt afgeschreven over 7 jaar

€    2.956

Inbouw communicatie en navigatie voertuig

Normatief

Aanschafwaarde wordt afgeschreven over 7 jaar

€    2.253

Patiëntgebonden apparatuur

Normatief

Aanschafwaarde wordt afgeschreven over 10 jaar

€    3.330

Verzekering auto

Nacalculatie

Voorcalculatorische waarde

€1.533,86

Wegenbelasting

 

Nacalculatie

Voorcalculatorische waarde

€2.613,69

Brandstof

Normatief

Vergoeding van 20.000 km met een verbruik van 1:10. Brandstofprijs:

- verlening, officiële adviesprijs2 op 1/7 van jaar t-1

- vaststelling, officiële adviesprijzen7 op 1/1, 1/4, 1/7 en 1/10 van jaar t.

€2.608,05

Onderhoud

Nacalculatie

Voorcalculatorische waarde

€2.045,14

Vervangend vervoer

Normatief

Vast bedrag € 511,29 plus 10 dagen vervangend vervoer á    € 61,25

€1.124,83

Stallingskosten

Normatief

Uitgaande van €150/m2

€4.294,80

Opleidingen

Normatief

Eén initiële opleiding en acht nascholingen.

€7.158,00

 

     f. De in sub e gehanteerde normbedragen worden gelijktijdig met de in sub a gehanteerde normbedragen herijkt.

     g. Indien blijkt dat de werkelijke kosten significant afwijken van de normbedragen als bedoeld in sub e kan, in afwijking van sub f, bij de vaststelling worden beoordeeld of een normbedrag aanpassing behoeft. De basis van de significante afwijking moet gelegen zijn in een andere wijze van uitoefening van de functie.

Artikel 7. Spoedeisende hulp

7.1         Beschrijving zorg

Spoedeisende hulp (SEH) als bedoeld in onderdeel B, aanhef en onder 7, van de Bijlage.

 

7.2         Criteria verstrekking    

Zorgaanbieders kunnen in aanmerking komen voor de verstrekking van een beschikbaarheidbijdrage SEH indien zij de in artikel 7.1 van deze beleidsregel genoemde vorm van zorg leveren en als aan elk van de volgende criteria is voldaan:

  1. de SEH moet voldoen aan de geldende (minimum)normen die worden gesteld aan een SEH;
  2. de SEH moet onvoldoende inkomsten uit de tarieven hebben om de kosten van de SEH te dekken;
  3. de SEH moet gevoelig zijn voor de 45-minutennorm volgens de meest relevante analyse van het RIVM.

 

7.3         Procedure verlening

  1. De aanvraag tot verlening van de beschikbaarheidbijdrage SEH bestaat uit een brief en een aanvraagformulier. In de brief kan de aanvrager het eerste criterium uit artikel 7.2 onderbouwen. In het aanvraagformulier kan de aanvrager een opgave van kosten en opbrengsten geven ten behoeve van het tweede criterium genoemd in artikel 7.2.
     
  2. In aanvulling op het Uniform kader kan een initiële aanvraag3 voor een beschikbaarheidbijdrage voor deze zorgfunctie gedurende het gehele jaar worden gedaan. Zodra er eenmaal een beschikbaarheidbijdrage is verstrekt, dient een aanvraag tot verlening vóór 1 oktober jaar t-1 te worden gedaan.

 

7.4         Hoogte beschikbaarheidbijdrage

 

a. Kosten personeel

            Om 24/7 beschikbaarheid te borgen gaat de NZa uit van de volgende personele inzet en bijbehorende salariskosten:

1

Onregelmatigheidstoeslag (ORT) is verdisconteerd in de salariskosten van de SEH-verpleegkundige en de salariskosten van de SEH-arts of arts SEH.

In de toelichting van de beleidsregel staat beschreven hoe de cao Ziekenhuizen 2017-2019 in de normbedragen is verwerkt.   

 

b. Kosten materieel

De NZa gaat uit van materiële kosten van € 631.815,50 (prijspeil 2017). De materiële kosten worden jaarlijks geindexeerd.

 

c. Kosten kapitaal

De opslag voor kapitaallasten bedraagt € 179.563,40 (prijspeil 2017). De kapitaallasten worden niet geïndexeerd.

 

d. Opbrengsten SEH-consulten

De beschikbaarheidbijdrage beoogt alleen een eventueel tekort te dekken. Opbrengsten die een SEH genereert worden in mindering gebracht op de normbedragen als bedoeld in sub a, b en c van dit artikel. De opbrengsten worden bepaald op basis van het aantal gerealiseerde SEH-consulten van de zorgaanbieder en een normatieve opbrengst per SEH-consult van € 90,60,-. Indien de opbrengst van de SEH-consulten hoger is dan de normbedragen ontvangt de zorgaanbieder geen beschikbaarheidbijdrage.

Artikel 8. Acute verloskunde

 

8.1         Beschrijving zorg

Acute verloskunde als bedoeld in onderdeel B, aanhef en onder 8, van de Bijlage.

 

8.2         Criteria verlening

Zorgaanbieders kunnen in aanmerking komen voor de verstrekking van een beschikbaarheidbijdrage acute verloskunde indien zij de in artikel 8.1 van deze beleidsregel genoemde vorm van zorg leveren en als aan elk van de volgende criteria is voldaan:

  1. De afdeling voor acute verloskunde moet voldoen aan de geldende (minimum)normen die worden gesteld aan acute verloskundige zorg;
  2. De afdeling voor acute verloskunde moet onvoldoende inkomsten uit de tarieven hebben om de kosten van de acute verloskundige zorg te dekken;
  3. De afdeling voor acute verloskunde moet gevoelig zijn voor de 45-minutennorm volgens de meest relevante analyse van het RIVM.

 

8.3         Procedure verlening

  1. De aanvraag tot verlening van de beschikbaarheidbijdrage acute verloskunde bestaat uit een brief en een aanvraagformulier. In de brief kan de aanvrager het eerste criterium uit artikel 8.2 onderbouwen. In het aanvraagformulier kan de aanvrager een opgave van kosten en opbrengsten geven ten behoeve van het tweede criterium uit artikel 8.2.
     
  2. In aanvulling op het Uniform kader kan een initiële aanvraag 4  voor een bijdrage voor deze functie gedurende het gehele jaar worden gedaan. Zodra er eens een beschikbaarheidbijdrage is toegekend, dient een aanvraag tot verlening vóór 1 oktober jaar t-1 te worden gedaan.

 

8.4         Hoogte beschikbaarheidbijdrage

 

a. Kosten personeel

Om 24/7 beschikbaarheid te borgen gaat de NZa uit van 6,1 fte obstetrisch professional of 5,1 fte gynaecoloog. Als de gynaecoloog en de obstetrisch professional elkaar afwisselen in diensten zal de verhouding worden bepaald op basis van opgegeven inzet. De fte voor de gynaecoloog worden meegenomen tot 5,1 fte. Indien de fte voor de gynaecoloog minder dan 5,1 fte bedraagt, wordt de fte voor de obstetrisch professional in verhouding meegenomen. In de toelichting van de beleidsregel is hiervan een rekenvoorbeeld opgenomen.

 

Naast bovengenoemde personele inzet gaat de NZa uit van bijbehorende personele kosten:

Norm

Cao

Toelichting

FTE

Prijspeil 2017

Obstetrisch professional

Cao Ziekenhuizen 2017-2019

FWG 60-7

6,1

€ 70.137,80 per fte

Gynaecoloog in loondienst5

Cao Ziekenhuizen 2017-2019

AMS 6

5,1

€ 191.484,05 per fte6

Gynaecoloog vrijgevestigd

N.v.t.

N.v.t.

5,1

€ 282.207,40 per fte

 

Voor de obstetrisch professional is de onregelmatigheidstoeslag (ORT) op dit moment niet meegenomen in de salariskosten, omdat dit afhangt van de diensten waarvoor de obstetrisch professional wordt ingezet. Indien een obstetrisch professional wordt ingezet op momenten waarop ORT van toepassing is, dan kan dit worden opgevoerd in het aanvraagformulier.

In de toelichting van de beleidsregel staat beschreven hoe de cao Ziekenhuizen 2017-2019 in de normbedragen is verwerkt.  

 

b. Kosten materieel

De NZa gaat uit van materiële kosten van € 457.154,58 (prijspeil 2017). De materiële kosten worden jaarlijks geindexeerd.

 

c. Kosten kapitaal

De opslag voor kapitaalslasten bedraagt € 129.924,37 (prijspeil 2017). De kapitaallasten worden niet geïndexeerd.

 

d. Opbrengsten acute verloskunde

De NZa heeft per product een percentage vastgesteld van de mate waarin het betreffende product kan worden toegerekend aan de activiteiten van de beschikbare gynaecoloog/obstetrisch professional. In de bijlage van deze beleidsregel is een overzicht van deze producten opgenomen. De verloskunde-dbc’s maken deel uit van het vrije segment. Voor de bepaling van de omzet van acute verloskunde wordt uitgegaan van het gemiddelde tarief van de ziekenhuizen uit het kostenonderzoek 2016 voor de verloskunde-dbc’s. De dbc omzet wordt in mindering gebracht op de normbedragen als bedoeld in sub a, b en c van dit artikel. Indien de dbc omzet die aan deze functie wordt toegerekend hoger is dan de normbedragen, ontvangt de zorgaanbieder geen beschikbaarheidbijdrage.

Artikel 9. Post mortem orgaanuitname (PMO)

9.1         Beschrijving zorg

Post mortem orgaanuitname bij donoren als bedoeld in onderdeel B, aanhef en onder 3, van de Bijlage.

 

9.2         Criteria verstrekking

Zorgaanbieders kunnen in aanmerking komen voor de verstrekking van een beschikbaarheidbijdrage Post mortem orgaanuitname bij donoren indien zij de in artikel 9.1 van deze beleidsregel genoemde vorm van zorg leveren en indien zij zijn aangewezen als zelfstandig uitnameteam (ZUT) door de Minister op grond van artikel 8 van de Wbmv.

 

9.3         Procedure

In aanvulling op het Uniform kader is hetgeen in dit artikel en artikel 9.4 is bepaald van toepassing voor wat betreft de procedure ten aanzien van de beschikbaarheidbijdrage Post mortem orgaanuitname.

 

9.3.1 Verlening

In afwijking van het Uniform kader zijn er voor het jaar 2018 twee aanvraagmomenten. Het eerste aanvraagmoment is vóór 1 oktober 2017. Deze aanvraag heeft betrekking op de beschikbaarheidbijdrage voor de periode van 1 januari 2018 tot en met 30 juni 2018. Het tweede aanvraagmoment vindt plaats in de eerste helft van 2018. Die aanvraag heeft betrekking op de beschikbaarheidbijdrage per 1 juli 2018. Vanaf deze datum wijzigt de inhoud van de beschikbaarheidbijdrage. 

 

9.3.2    Vaststelling

De betrokken UMC’s dienen de gegevens, zoals beschreven in de toelichting van deze beleidsregel, te registreren. In de toelichting van deze beleidsregel zijn de details weergegeven.

 

9.4         Hoogte beschikbaarheidbijdrage tot 1 juli 2018

De beschikbaarheidbijdrage PMO is een compensatie voor de uitnamechirurgen in de aangewezen zelfstandige uitnameteams (ZUT). De hoogte van de beschikbaarheidbijdrage voor een geheel jaar wordt verhoudingsgewijs omgezet naar een half jaar. De hoogte voor een geheel jaar is als volgt opgebouwd:

1

1

Artikel 10. Traumazorg voor zover het gaat om Opleiden, Trainen en Oefenen

10.1         Beschrijving van de zorg

Traumazorg voor wat betreft Opleiden, Trainen en Oefenen ten behoeve van rampen en crises (OTO), als bedoeld in onderdeel B, aanhef onder 5 van de Bijlage, aangevuld met het gestelde in het ‘OTO convenant (2008)’, het ‘Landelijk Beleidskader Crisisbeheersing en OTO 2.0' (2016) en het 'Kwaliteitskader Crisisbeheersing en OTO 2.0' (2016).

 

10.2         Criteria verstrekking

Aanbieders kunnen in aanmerking komen voor de verstrekking van een beschikbaarheidbijdrage OTO indien zij de in artikel 10.1 van deze beleidsregel genoemde vorm van zorg leveren en indien zij in het bezit zijn van een erkenning als traumacentrum.

 

Naast het gestelde in deze beleidsregel vindt de beoordeling van de verstrekking van de beschikbaarheidbijdrage tevens plaats op basis van het OTO convenant en het Landelijk Beleidskader Crisisbeheersing en OTO 2.0.

 

10.3         Procedure

In aanvulling op het Uniform kader is hetgeen in dit artikel, artikel 10.4 en artikel 10.5 van toepassing op de beschikbaarheidbijdrage OTO.

 

10.3.1  Verlening

  1. De aanvraag tot verlening van de beschikbaarheidbijdrage OTO is compleet indien het aanvraagformulier voor de verlening tenminste de volgende informatie over het betreffende subsidiejaar bevat:
  • een opsomming van de jaarplannen van de individuele instellingen met een algemene inhoudelijke omschrijving van de voorgenomen activiteiten en de begrote kosten per jaarplan;
  • een opsomming van de plannen voor regionaal te organiseren projecten en activiteiten met een algemene inhoudelijke omschrijving en de begrote kosten per project;
  • het regionale OTO jaarplan is bijgevoegd.

      b. De aanvraag tot verlening wordt ingediend uiterlijk 1 december van het jaar t-1.

 

10.3.2  Vaststelling

De aanvraag tot vaststelling van de beschikbaarheidbijdrage OTO is compleet indien het aanvraagformulier tenminste de volgende informatie over het betreffende subsidiejaar bevat:

  • een opsomming van de uitgevoerde activiteiten per individuele instelling met een inhoudelijke omschrijving en de gerealiseerde kosten per jaarplan;
  • een opsomming van de uitgevoerde activiteiten met een inhoudelijke omschrijving en de gerealiseerde kosten van de regionaal georganiseerde projecten en activiteiten;
  • een inhoudelijke omschrijving en de gerealiseerde kosten van de uitgevoerde activiteiten die niet zijn opgenomen in de aanvraag tot verlening;
  • een toelichting op de gerealiseerde kosten van een jaarplan of project die meer dan 50% afwijkt van de begrote kosten zoals opgenomen in de aanvraag tot verlening.

 

10.4         Beoordeling aanvraag

 

10.4.1  Doelstelling activiteiten

De in het aanvraagformulier opgegeven activiteiten voldoen aan minimaal één van de volgende doelstellingen:

  • Voorbereiden, faciliteren en organiseren van activiteiten omtrent opleiden, trainen en oefenen van de zorgsector;
  • Activiteiten gericht op voorbereiding op die situaties waarbij er sprake is van een (dreigend) veranderend zorgaanbod of wijzigend aanbod van patiënten of een situatie waardoor de reguliere zorgverlening ernstig in gevaar komt;
  • Zorgprocessen te weten geneeskundige hulp somatisch, preventieve openbare gezondheidszorg en psychosociale hulpverlening bij ongevallen en rampen in het kader van het faciliteren, opzetten, organiseren van opleidingen, trainingen en oefeningen;
  • Financiering van de landelijke ondersteuningsstructuur.

 

Indien een opgegeven activiteit niet voldoet aan bovengenoemde doelstellingen, dan worden de begrote kosten voor deze activiteit in mindering gebracht op het bedrag van de aangevraagde verlening of vaststelling.

 

10.4.2  Actuele ontwikkelingen

Activiteiten naar aanleiding van actuele ontwikkelingen voor wat betreft opleiden, trainen en oefenen zoals bedoeld in artikel 10.1, kunnen ook in de aanvraag voor vaststelling worden opgenomen zonder dat zij bij de aanvraag tot verlening zijn uitgewerkt, indien:

  • op het moment van de indiening van de aanvraag tot verlening de inhoud van de activiteit nog niet te voorzien is;
  • de uitwerking van de activiteit zal geschieden op basis van actuele maatschappelijke ontwikkelingen gedurende het subsidiejaar;
  • de begrote kosten voor deze activiteit zijn opgenomen in de aanvraag tot verlening onder ‘Activiteit naar aanleiding van actuele ontwikkelingen’, en;
  • de kosten voor deze activiteit niet meer bedragen dan 20% van het totaal aangevraagde bedrag.

 

 

10.4.3  Kosten niet behorende tot beschikbaarheidbijdrage

De volgende activiteiten komen niet in aanmerking voor bekostiging door middel van een beschikbaarheidbijdrage:

  • De financiering van de reguliere bedrijfsvoering en de reguliere individuele beroepsbeoefenaars en zorginstellingen tijdens een opleiding, training of oefening;
  • Financiering van reguliere taken in niet opgeschaalde situatie van medewerkers van zorginstellingen en GHOR-bureaus;
  • Vacatiegelden voor deelname aan overleggen en voor deelname aan OTO-activiteiten;
  • (Vervangings)investeringen.

 

Indien de aanvraag een activiteit omvat zoals hierboven omschreven, dan worden de begrote kosten voor deze activiteit in mindering gebracht op het bedrag van de aangevraagde verlening.

 

10.4.4  Substitutie

Bij de vaststelling is substitutie tussen kosten van posten toegestaan, mits:

  • de post onderdeel is van de verlening, en;
  • de activiteiten vallende onder de post ook daadwerkelijk zijn uitgevoerd.

 

10.5     Hoogte beschikbaarheidbijdrage

De hoogte van de beschikbaarheidbijdrage bedraagt maximaal € 1.096.422,35 voor een algemeen ziekenhuis, en maximaal € 1.107.720,77 voor een academisch ziekenhuis (prijspeil ultimo 2017). 

Artikel 11. Zorg verleend door het calamiteitenhospitaal

11.1         Beschrijving van de zorg

Het betreft zorg verleend als bedoeld in onderdeel B, aanhef en onder 4, van de Bijlage.

 

11.2         Criteria verstrekking

Zorgaanbieders kunnen in aanmerking komen voor de verstrekking van een beschikbaarheidbijdrage calamiteitenhospitaal indien zij:

a.         De in artikel 11.1 van deze beleidsregel genoemde vorm van zorg leveren en

b.         Een convenant hebben gesloten met de Staat der Nederlanden tot het beschikbaar houden van deze vorm van zorg.

 

De beoordeling van de verstrekking van de beschikbaarheidbijdrage vindt –naast het gestelde in de beleidsregel- plaats op basis van het Convenant Calamiteitenhospitaal, gesloten tussen het Ministerie van Defensie, het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het Universitair Medisch Centrum Utrecht.

 

11.3         Procedure

In aanvulling op het Uniform kader is hetgeen in dit artikel en de artikelen 11.4 en 11.5 is bepaald van toepasssing voor wat betreft de procedure ten aanzien van het calamiteitenhospitaal.

 

11.3.1 Procedure aanvraag verlening

In aanvulling op het Uniform kader is de aanvraag tot verlening van de beschikbaarheidbijdrage calamiteitenhospitaal compleet indien bij de aanvraag het bedrijfsplan inclusief begroting is gevoegd.

 

11.3.2 Beoordeling aanvraag verlening

a. Bij de verlening omschrijft de zorgaanbieder voor welke activiteiten en voorzieningen de beschikbaarheidbijdrage calamiteitenhospitaal wordt aangevraagd en wat de begrote kosten voor deze activiteiten en voorzieningen zijn.

b. Kosten komen alleen voor vergoeding middels de beschikbaarheidbijdrage in aanmerking indien aan onderstaande voorwaarden wordt voldaan:

  • De kosten worden alleen gemaakt ten behoeve van het calamiteitenhospitaal, of;
  • De gedeclareerde productie per openstelling dekt niet de extra personele kosten die hiermee gemoeid zijn (inefficiëntie).

c. De beschikbaarheidbijdrage bestaat uit een vast en een variabel deel. Het vaste deel is bestemd voor de instandhouding van het calamiteitenhospitaal, het variabele deel is bestemd voor de extra personele kosten tijdens de eerste 12 uur per openstelling.

d. De hoogte van het vaste deel van de beschikbaarheidbijdrage bedraagt maximaal € 1.371.412 (prijspeil ultimo 2017). De hoogte van de beschikbaarheidbijdrage wordt gebaseerd op de volgende posten:

1

e. Het variabele deel van de beschikbaarheidbijdrage is afhankelijk van het aantal openstellingen en het aantal slachtoffers waarvoor het calamiteitenhospitaal wordt opengesteld. Hierbij worden drie scenario’s onderscheiden (prijspeil ultimo 2017):

1

De variabele vergoeding wordt gebaseerd op de aantallen vereiste functionarissen per scenario. Dit wordt nader omschreven in de toelichting.

 

f. Indien blijkt bij de vaststelling dat de kosten met betrekking tot kapitaallasten significant afwijken van het normbedrag wordt beoordeeld of dit normbedrag aanpassing behoeft.

 

Voor wat betreft kapitaallasten is er sprake van een significante afwijking indien er in een jaar een investering is gerealiseerd hoger dan € 230.000. Het normbedrag van € 359.045 (prijspeil 2017) wordt in dat geval tot aan de eerstvolgende herijking verhoogd met 10% van het meerdere boven de € 230.000.

 

11.4         Procedure aanvraag vaststelling

In aanvulling op het Uniform kader is de aanvraag tot vaststelling compleet indien het jaarverslag bij de aanvraag tot vaststelling is gevoegd. Hierin wordt in ieder geval ingegaan op het gebruik van het calamiteitenhospitaal, uitgesplitst naar scenario, verzoeker, het aantal opgenomen slachtoffers en het aantal dagen per openstelling.

 

11.4.1 Beoordeling aanvraag vaststelling

a. In het aanvraagformulier omschrijft de aanbieder de voorzieningen en activiteiten, waaronder:

  • het aantal openstellingen;
  • de duur per openstelling;
  • het aantal opgenomen slachtoffers per openstelling, waarvoor een beschikbaarheidbijdrage calamiteitenhospitaal is verleend; en,
  • investeringen gedurende het jaar.

b. De gerealiseerde kosten van de onder sub a omschreven voorzieningen en activiteiten.

c. Artikel 11 lid 5 sub b tot en met sub e van deze beleidsregel zijn ook van toepassing op de beoordeling van de aanvraag tot vaststelling.

Artikel 12. Coördinatie traumazorg en regionaal overleg acute zorg

12.1 Beschrijving van de zorg

Traumazorg als bedoeld in onderdeel B, aanhef en onder 5 van de Bijlage, voor zover het gaat om de kennisfunctie en coördinatie van acute zorg taken en bevoegdheden rondom Traumazorg, Acute Zorg en Regionaal Overleg Acute Zorg (ROAZ) en voor zover het gaat om voorbereiding op hulpverlening bij opgeschaalde zorg als bedoeld in de aanwijzing van de minister inzake de beschikbaarheidbijdrage traumazorg7.


Deze zorg omvat de volgende taken en activiteiten:

1

12.2         Procedure

In aanvulling op het Uniform kader is hetgeen in dit artikel en de artikelen 12.4, 12.5, 12.6 en 12.7 is bepaald van toepassing voor wat betreft de procedure ten aanzien van de beschikbaarheidbhijdrage Coördinatie traumazorg en ROAZ.

 

12.3         Criteria voor verstrekking

Aanbieders kunnen in aanmerking komen voor de verstrekking van een beschikbaarheidbijdrage Coördinatie traumazorg en Regionaal overleg acute zorg (ROAZ) indien zij de in artikel 12.1 van deze beleidsregel genoemde vorm van zorg leveren en indien zij in bezit zijn van een erkenning als traumacentrum

 

12.4         Beoordeling aanvraag verlening

a. De beoordeling van de taken en activiteiten van de beschikbaarheidbijdrage vindt, naast het gestelde in de beleidsregel, plaats op basis van de taken en activiteiten zoals beschreven in het rapport van het Landelijk Netwerk Acute Zorg met als titel ‘Bekostiging Acute Zorgnetwerken’ van 29 juli 2014.

b. In het aanvraagformulier omschrijft de aanbieder voor welke taken en activiteiten zoals bedoeld in 12.1 een beschikbaarheidbijdrage Coördinatie traumazorg en ROAZ wordt aangevraagd en wat de begrote kosten voor deze taken en activiteiten zijn.

 

12.5         Beoordeling aanvraag vaststelling

a. In het aanvraagformulier omschrijft de aanbieder:

  • welke taken en activiteiten, waarvoor een beschikbaarheidbijdrage Coördinatie traumazorg en ROAZ is verleend, zijn uitgevoerd én;
  • de voor de taken begrote en gerealiseerde kosten.

 

b. Substitutie tussen kosten van activiteiten is toegestaan, mits:

  • de activiteiten onderdeel zijn van de verlening, én;
  • de activiteiten zijn uitgevoerd.

 

12.6         Hoogte beschikbaarheidbijdrage

De hoogte van de beschikbaarheidbijdrage bedraagt maximaal een  totaalbedrag van € 829.277 (prijspeil ultimo 2017) per aanbieder.

Indien de aanvraag het bedrag van € 829.277 overschrijdt, wordt de aanvraag voor het gedeelte van het bedrag dat boven de € 829.277 uitgaat afgewezen.

 

De maximale hoogte van de beschikbaarheidbijdrage wordt jaarlijks geïndexeerd. Hierbij wordt rekening gehouden met een verhouding materieel-personeel van 10% - 90%.

Artikel 13. Traumazorg door mobiel medisch team met voertuig

13.1         Beschrijving zorg

Traumazorg door mobiel medische teams (MMT) als bedoeld in onderdeel B, aanhef en onder 6, van de Bijlage:

a.         7x24 uur beschikbaarheid van een beschikbaar MMT met voertuig dat binnen 25 minuten na aanname van de melding van de meldkamer ambulancezorg moeten kunnen uitrukken naar de plek van het ongeval.

b.         een MMT bestaat uit een medisch specialist en gespecialiseerde verpleegkundige.

 

13.2         Aantal aanbieders

De NZa verstrekt de beschikbaarheidbijdrage voor traumazorg door MMT met voertuig aan twee aanbieders, verdeeld over Utrecht en Enschede.

 

13.3         Hoogte beschikbaarheidbijdrage

  1. De hoogte van de beschikbaarheidbijdrage wordt gebaseerd op de posten in onderstaande tabel.

Onderdeel

Type

Toelichting

Prijspeil niveau 2017

Medisch specialist

Nacalculatie

Gebaseerd op BR-CU-2031 uit 2011 met loonindexen. Bedrag per inzet.

€        511,81

Gespecialiseerd verpleegkundige

Nacalculatie

Gebaseerd op cao UMC’s 2013-2015 schaal 9, trede 8, met onregelmatigheidstoeslag, vakantietoeslag en eindejaarsuitkering conform cao UMC. Bedrag per inzet.

€        259,54

Chauffeur

Nacalculatie

chauffeur, schaal 7 en trede 11, onregelmatigheidstoeslag, vakantietoeslag en eindejaarsuitkering conform cao Ambulancezorg. Bedrag per inzet.

€        164,03

Verzekering team

Normatief

Gebaseerd op de aangeleverde  onderbouwing door de betrokken instellingen

€    5.112,86

Inbouw communicatie en navigatie voertuig

Normatief

Aanschafwaarde wordt afgeschreven over 8 jaar

€    1.481,00

Inbouw patiëntgebonden apparatuur

Normatief

Aanschafwaarde wordt afgeschreven over 10 jaar

€    3.330,00

Verzekering auto

Nacalculatie

Voorcalculatorische waarde

€    1.533,86

Wegenbelasting

 

Nacalculatie

Voorcalculatorische waarde

€    2.613,69

Brandstof

Normatief

Vergoeding van 2.800 km met een verbruik van 1:10. Brandstofprijs:

- verlening, officiële adviesprijs8 op 1/7 van jaar t-1

- vaststelling, officiële adviesprijzen11 op 1/1, 1/4, 1/7 en 1/10 van jaar t.

€       365,13

Onderhoud

Nacalculatie

Voorcalculatorische waarde

€    2.045,14

Stallingskosten

Normatief

Uitgaande van € 150/m2

€    4.294,80

Kleding

Normatief

Aanschafwaarde wordt afgeschreven over 5 jaar

€    1.000,00

Verbruiksgoederen

Normatief

Gebaseerd op de aangeleverde  onderbouwing door de betrokken instellingen

€       613,54

Opleidingen

Normatief

Gebaseerd op de aangeleverde  onderbouwing door de betrokken instellingen

€   17.383,71

Oefeningen

Normatief

Gebaseerd op de aangeleverde  onderbouwing door de betrokken instellingen

€   18.917,56

Overhead

Normatief

Gebaseerd op de aangeleverde  onderbouwing door de betrokken instellingen

€   38.035,55

Accountantskosten

Normatief

Indien bij de verlening de totale beschikbaarheidbijdrage conform Uniform kader hoger is dan € 125.000

€    4.090,28

 

b. De in sub a gehanteerde normbedragen worden gelijktijdig met de in artikel 6.4 sub a gehanteerde normbedragen herijkt.

c. Indien blijkt dat de werkelijke kosten significant afwijken van de normbedragen genoemd in sub a kan, in afwijking van sub b, bij de vaststelling worden beoordeeld of een normbedrag aanpassing behoeft. De basis van de significante afwijking moet gelegen zijn in een andere wijze van uitoefening van de functie.

Artikel 14. Gespecialiseerde en derdelijns psychotraumazorg voor zover het gaat om de kennis en expertisefunctie

14.1         Beschrijving van de zorg Gespecialiseerde en derdelijns psychotraumazorg voor zover het gaat om de kennis- en expertisefunctie als bedoeld in onderdeel B, aanhef 10 van de bijlage en aangevuld met het bepaalde in de aanwijziging van de minster.9

 

14.2         Criteria verstrekking

Aanbieders kunnen in aanmerking komen voor de verstrekking van een beschikbaarheidbijdrage indien zij de in artikel 14.1 van deze beleidsregel beschreven vorm van zorg levert en als aan elk van de volgende criteria is voldaan:

  • De aanbieder levert derdelijns psychotraumazorg aan mensen met complexe psychotraumaklachten, die het gevolg zijn van bijvoorbeeld ernstige incidenten, geweld, of misbruik, waarvoor een landelijke kennisinfrastructuur noodzakelijk is;
  • De aanbieder bezit de landelijke kennis- en expertisefunctie voor derdelijns en gespecialiseerde psychotraumazorg;
  • De aanbieder borgt of ontwikkelt de expertise voor het bieden van psychotraumazorg aan specifieke doelgroepen en vertaalt deze expertise in specifiek behandelaanbod.

 

14.3         Procedure

In aanvulling op het Uniform kader is hetgeen in dit artikel en de artikelen 14.4 en 14.5 is bepaald, van toepassing voor wat betreft de procedure ten aanzien van de beschikbaarheidbijdrage Gespecialiseerde en derdelijns psychotraumazorg voor zover het gaat om de kennis- en expertisefunctie.

 

 

14.4         Beoordeling aanvraag verlening

 

14.4.1 Aanvraagformulier

In het aanvraagformulier omschrijft de aanbieder voor welke taken en activiteiten een beschikbaarheidbijdrage Gespecialiseerde en derdelijns psychotraumazorg, voor zover het gaat om de kennis- en expertisefunctie, wordt aangevraagd en wat de begrote kosten voor deze taken en activiteiten zijn.

 

14.4.2 Activiteiten

De hoogte van de beschikbaarheidbijdrage wordt gebaseerd op de kosten van de volgende activiteiten met een maximale hoogte aan vergoeding per activiteit of activiteitengroep:

1

Indien een opgegeven activiteit niet voldoet aan bovengenoemde afbakening, dan worden de begrote kosten voor deze activiteit in mindering gebracht op het bedrag van de aangevraagde verlening.

 

Activiteiten met bijbehorende kosten die zijn toe te rekenen aan dbc ggz zorgproducten en in rekening zijn te brengen door middel van de in de curatieve ggz geldende prestaties en tarieven, komen niet voor vergoeding via de beschikbaarheidbijdrage in aanmerking.

 

14.4.3 Hoogte beschikbaarheidbijdrage

De hoogte van de beschikbaarheidbijdrage bedraagt maximaal €3.993.026,74 (prijspeil ultimo 2017), waarbij de zes onderliggende activiteiten/activiteitengroep ook aan een maximum gebonden zijn.

 

Indien de aanvraag de maximale hoogte van de beschikbaarheidbijdrage overschrijdt, wordt de aanvraag voor het gedeelte van het bedrag dat boven de maximale hoogte van de beschikbaarheidbijdrage uitgaat afgewezen. Hetzelfde geldt als de aanvraag de maximale hoogte van één van de activiteiten/activiteitengroep, zoals opgenomen in bovenstaand tabel, overschrijdt. Ook in dat geval wordt de aanvraag voor het gedeelte van het bedrag dat boven de maximale hoogte van die activiteit uitgaat afgewezen.

 

Voor de indexering van deze bijdrage geldt dat de toe te passen index  het gewogen gemiddelde is van de loon- en materiële indices waarbij wordt uitgegaan van een aandeel van 85% loonkosten en 15% materiële kosten.

Artikel 15. Acuut ambulancevervoer per ambulancehelikopter vanaf de Friese Waddeneilanden

15.1          Beschrijving zorg

Acuut ambulancevervoer per ambulancehelikopter vanaf de Friese Waddeneilanden als bedoeld in onderdeel B, aanhef en onder 16, van de Bijlage.

 

15.2         Criteria verstrekking

De Regionale Ambulancevoorziening (RAV) Fryslân kan in aanmerking komen voor de verstrekking van een beschikbaarheidbijdrage voor acuut ambulancevervoer per ambulancehelikopter vanaf de Friese Waddeneilanden indien zij de in artikel 15.1 genoemde vorm van zorg leveren en als aan elk van de volgende criteria is voldaan:

  1. 7x24 uur beschikbaarheid van een ambulancehelikopter;
  2. het ambulancevervoer per ambulancehelikopter is noodzakelijk om een dreigende verslechtering te voorkomen ten opzichte van de thans bestaande landelijke situatie, uitgaande van gevoeligheid voor de zogenaamde 45-minuten bereikbaarheidsnorm als bedoeld in onderdeel B, aanhef en onder 16, van de Bijlage.

 

15.3          Hoogte beschikbaarheidbijdrage

 

  1. De hoogte van de beschikbaarheidbijdrage wordt gebaseerd op de kostenposten in onderstaande tabel.
  2. Voor de hoogte van de vergoeding per kostenpost zal het beleid van het MMT met helikopter als referentie worden gehanteerd. 

1

Artikel 16. Intrekking oude beleidsregel

Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze beleidsregel wordt de ‘Beleidsregel Beschikbaarheidbijdrage op aanvraag’, met kenmerk BR/REG-17180a, ingetrokken.

Artikel 17. Overgangsbepaling

De ‘Beleidsregel Beschikbaarheidbijdrage op aanvraag’, met kenmerk BR/REG-17180a, blijft van toepassing op besluiten en aangelegenheden die hun grondslag vinden in die beleidsregel en die betrekking hebben op de periode waarvoor die beleidsregel gold.

Artikel 18. Inwerkingtreding en citeerregel

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 januari 2018. Ingevolge artikel 20, tweede lid, onderdeel b, van de Wmg, zal van de vaststelling van deze beleidsregel mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

 

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: ‘Beleidsregel Beschikbaarheidbijdrage op aanvraag’.

Toelichting bij beleidsregel

Deze beleidsregel vervangt beleidsregel BR/REG-17180a. Deze beleidsregel bevat wijzigingen voor de zorgfuncties

 

Beschikbaarheidbijdrage – algemeen

Voor een aantal vormen van zorg is het niet of niet geheel mogelijk om de kosten voor de afzonderlijke prestaties rechtstreeks toe te rekenen naar of in rekening te brengen aan individuele zorgverzekeraars of verzekerden. Ook kan het voorkomen dat een dergelijke toerekening van de kosten naar tarieven marktverstorend zou werken. Indien deze vormen van zorg niet op een andere wijze worden bekostigd kan er onder voorwaarden een beschikbaarheidbijdrage worden toegekend. De minister heeft bij besluit10 de specifieke vormen van zorg aangewezen waarvan de beschikbaarheid geborgd dient te worden. Het gaat om specifieke functies of kenmerken van de zorgverlening, zoals beschikbaarheid, specifieke deskundigheid of specifieke voorzieningen.

 

In de beleidsregel Uniform kader is het beleid neergelegd dat de NZa hanteert bij het verlenen en vaststellen van alle beschikbaarheidbijdragen. Onderhavige beleidsregel bevat specifieke regels die aanvullend op het Uniform kader van toepassing zijn op de toekenning van de beschikbaarheidbijdrage voor de specifieke zorgfuncties en de vervolgopleidingen. Indien er gerechtvaardigde redenen zijn om af te wijken van het Uniform kader, is deze afwijking opgenomen in de specifieke beleidsregel.

De voorliggende beleidsregel ziet op die beschikbaarheidbijdragen die op aanvraag door de NZa worden verstrekt. Voor de zorgfunctie academische component wordt de beschikbaarheidbijdrage ambtshalve verstrekt. Zie hiervoor de ‘Beleidsregel Beschikbaarheidbijdrage ambtshalve’.

 

Algemeen

Het proces van verlenen en vaststellen van een beschikbaarheidbijdrage door de NZa geschiedt – kort samengevat - als volgt. De NZa zal aan het begin van het subsidiejaar een verleningsbeschikking afgeven. Na afloop van het subsidiejaar zal de NZa een vaststellingsbeschikking afgeven. De beschikbaarheidbijdrage zal worden bevoorschot. Uitbetaling geschiedt in 12 termijnen. Bij de vaststellingsbeschikking wordt de hoogte van de beschikbaarheidbijdrage definitief door de NZa vastgesteld. Voor uitbetaling van de door de NZa vastgestelde beschikbaarheidbijdrage dient de zorgaanbieder zich te wenden tot het Zorginstituut Nederland.

 

Deze procedure staat meer uitgebreid beschreven in het Uniform kader.

Daarnaast bevatten de ‘Beleidsregel Beschikbaarheidbijdrage - op aanvraag’, ‘Beleidsregel Beschikbaarheidbijdrage ambtshalve’ en de ‘Beleidsregel (medische) vervolgopleidingen’ specifieke (inhoudelijke) regels die aanvullend op het Uniform kader van toepassing zijn op de verstrekking van de beschikbaarheidbijdrage voor de specifieke zorgfuncties en de vervolgopleidingen.

 

De zorgaanbieder die een beschikbaarheidbijdrage aanvraagt en/of ontvangt, dient dan ook kennis te nemen van zowel de regels uit het Uniform kader als van de op hem van toepassing zijnde specifieke beleidsregel(s).

Toelichting bij de zorgfuncties

 

 

 

Traumazorg door mobiel medisch team met helikopter

Artikel 6.4

De resultaten van het kostenonderzoek uit 2016 “MMT-met helikopter” zijn opgenomen in de tabel met de vergoedingsbedragen van artikel 6.4 sub a. Voor de onderbouwing van de bedragen verwijzen wij naar het rapport “Uitkomsten kostenonderzoek Traumazorg door Mobiel Medisch Team (MMT) met helikopter 2016”.

 

De normbedragen voor de personele inzet zijn als volgt berekend:

1

Indien er een geheel nieuwe cao is, zullen wij de bedragen her-berekenen. Standaard geldt dat jaarlijks deze bedragen geÏndexeerd worden met de definitieve loonindex.

 

Algemene materiële kosten: in het normbedrag prijspeil 2016 zit geen vergoeding voor de afschrijving voor de C2000-apparatuur. De vergoeding vindt plaats vanaf het jaar van aanschaf. Uitgaande van        € 350.000 voor 5 helikopters met een afschrijvingstermijn van 10 jaar, is hiervoor een bedrag van € 8.750 per centrum per jaar opgenomen. De exacte hoogte van de vergoeding wordt vastgesteld bij de verantwoording over het jaar van aanschaf en geldt voor een afschrijvingstermijn van 10 jaar.

 

De resultaten van het kostenonderzoek uit 2016 “MMT met voertuig” zijn

opgenomen in de tabel met vergoedingsbedragen van artikel 6.4 sub e. De vergoeding voor de verzekering van de auto, wegenbelasting en onderhoud vindt plaats op basis van nacalculatie. Bij de verlening wordt gebruikt gemaakt van een voorcalculatorische waarde. Bij de vaststelling vergoeden wij de werkelijk gemaakte kosten, mits deze onderbouwd zijn met onderliggende facturen en/of andere bewijzen. Deze werkelijke kosten kunnen hoger of lager zijn dan de voorcalculatorische waarde.

 

Artikel 6.4 sub g bepaalt dat bij een significante afwijking van de werkelijke kosten met de normbedragen, de NZa bij de vaststelling kan bepalen of het normbedrag aanpassing behoeft. De basis van de significante afwijking moet gelegen zijn in een andere wijze van uitoefening van de functie. Voorbeelden hiervan zijn het aangaan van een lease constructie in plaats van een voertuig in eigendom of onvoorziene nieuwe regels waardoor het aantal ritten van het voertuig sterk toe- of afneemt. In geval een zorgaanbieder de functie op een andere wijze wil gaan invullen zal de zorgaanbieder vooraf in overleg treden met de NZa over de mogelijke gevolgen voor de bekostiging. De NZa zal de wijziging toetsen op redelijkheid. 

Spoedeisende hulp

Artikel 7.2

De drie criteria waaraan de NZa een aanvraag voor een beschikbaarheidbijdrage SEH toetst zijn cumulatief. Dit betekent dat als de NZa constateert dat er niet aan een van de criteria wordt voldaan, de NZa niet de andere criteria hoeft te toetsen. De criteria worden hierna nader toegelicht.

  1. Een SEH dient te voldoen aan de thans geldende normen van de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Daarbij dient een  SEH per ambulance bereikbaar te zijn en 7 x 24 uur minimaal te beschikken over één SEH-arts of arts SEH en één SEH-verpleegkundige;
  2. De beschikbaarheidbijdrage voor SEH is alleen bedoeld voor situaties waarin de opbrengsten uit tarieven die in rekening gebracht zijn in verband met het verlenen van deze zorg niet toereikend zijn om de vorm van zorg beschikbaar te hebben;
  3. Het RIVM doet periodiek onderzoek naar welke SEH’s gevoelig zijn voor de 45-minutennorm. Bij toetsing van dit criterium wordt aangesloten bij de voor het betreffende jaar relevante versie van deze analyse.

 

Zorgverzekeraars houden hun wettelijke verantwoordelijkheid voor het contracteren en vergoeden van de SEH-zorg, ook al wordt een beschikbaarheidbijdrage toegekend. Deze beschikbaarheidbijdrage voorziet in de extra kosten van bepaalde SEH’s omdat daar de kosten hoger liggen dan de opbrengsten vanwege de beperkte vraag. De beschikbaarheidbijdrage ontheft de zorgverzekeraar niet van de contractering (bij een natura-verzekering) en vergoeding (bij een restitutie-verzekering) van de dbc’s.

 

Artikel 7.4

De resultaten van het kostenonderzoek uit 2016 over de beschikbaarheidbijdrage SEH en acute verloskunde  vormen de grondslag voor de vergoedingsbedragen genoemd in artikel 7.4. Voor de onderbouwing van de bedragen verwijzen wij naar het “Onderzoeksrapport Kostenonderzoek. Beschikbaarheidbijdrage spoedeisende hulp en acute verloskunde” van 18 januari 2017.

 

De personele kosten voor de SEH-verpleegkundige en SEH-arts of arts SEH worden voor de vaststelling vanaf het jaar 2017 gebaseerd op cao Ziekenhuizen 2017-2019. Indien er een geheel nieuwe cao is of een herijking van de bedragen plaatsvindt, worden de bedragen herberekend. De cao Ziekenhuizen 2017-2019 kent een drietal salarisniveaus als gevolg van salarisverhogingen per 1 juli 2017 en per 1 juli 2018. Voor de personele kosten voor de vaststelling van het jaar 2017 nemen we het gemiddelde van de salarissen uit de cao die per 1 januari 2017 en 1 juli 2017 gelden. Voor de personele kosten voor de vaststelling van het jaar 2018 nemen we het gemiddelde van de salarissen uit de cao die per 1 juli 2017 en 1 juli 2018 gelden. Voor de personele kosten in de vaststellingen vanaf het jaar 2019 hanteren wij het salarisniveau van 1 juli 2018.

De inschaling van de SEH-verpleegkundige is FWG 55-9. Het brutosalaris ultimo 2017 volgt uit de overzichten 1 januari 2017 en 1 juli 2017 van de cao en bedraagt gemiddeld € 3.953,- per maand. Het normbedrag prijspeil 2017 dat daaruit volgt is € 81.064,49.

De inschaling voor de SEH-arts of arts SEH is FWG 80-12. Het brutosalaris ultimo 2017 volgt uit de overzichten 1 januari 2017 en 1 juli 2017 van de cao en bedraagt gemiddeld € 8.247,50 per maand. Het normbedrag prijspeil 2017 dat daaruit volgt is € 154.504,94.

 

Uitgangspunten bij opbrengstbepaling van de SEH zijn dan de volgende:

  • Hotelfunctie van het ziekenhuis (bijv. verpleegdagen) wordt niet meegenomen, eerste hulp bezoek wordt wel meegenomen;
  • Alleen activiteiten die rechtstreeks zijn toe te rekenen aan het handelen van de SEH-arts of arts SEH en SEH-verpleegkundige op de SEH zijn meegenomen bij het bepalen van de normatieve opbrengsten per SEH-consult. Hier moet gedacht worden aan het inbrengen van een infuus of het schoonmaken van een wond en niet aan verdere diagnostiek zoals bijvoorbeeld het maken van een MRI-scan;
  • Voor het aantal SEH-consulten wordt aangesloten bij dbc-code 190015.

Acute verloskunde

Artikel 8.2

De drie criteria waaraan de NZa een aanvraag voor een beschikbaarheidbijdrage acute verloskunde toetst zijn cumulatief. Dit betekent dat als de NZa constateert dat er niet aan een van de criteria wordt voldaan, de NZa niet de andere criteria hoeft te toetsen. De criteria worden hierna nader toegelicht.

  1. Een acute verloskunde post dient te voldoen aan de thans geldende normen van de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Hierbij geldt de voorwaarde dat deze zorg binnen 45 minuten per ambulance bereikbaar is en dat binnen 30 minuten na vaststelling van de diagnose van een spoedeisende situatie door een gynaecoloog of geautoriseerd obstetrisch professional de benodigde medisch specialistische behandeling kan worden gestart11;
  2. De beschikbaarheidbijdrage voor acute verloskunde is alleen bedoeld voor situaties waarin de opbrengsten uit tarieven die in rekening gebracht zijn in verband met het verlenen van deze zorg niet toereikend zijn om de vorm van zorg beschikbaar te hebben;
  3. Het RIVM doet periodiek onderzoek naar welke acute verloskunde locaties gevoelig zijn voor deze 45-minutennorm. Bij toetsing van dit criterium wordt aangesloten bij de voor het betreffende jaar relevante versie van deze analyse.

 

Zorgverzekeraars houden hun wettelijke verantwoordelijkheid voor het contracteren en vergoeden van de acute verloskundige zorg, ook al wordt een beschikbaarheidbijdrage toegekend. Deze beschikbaarheidbijdrage voorziet in de extra kosten van bepaalde acute verloskundige voorzieningen omdat daar de kosten hoger liggen dan de opbrengsten vanwege de beperkte vraag. De beschikbaarheidbijdrage ontheft de zorgverzekeraar niet van de contractering (bij een natura-verzekering) en vergoeding (bij een restitutie-verzekering) van de dbc’s.

 

Artikel 8.4

De resultaten van het kostenonderzoek uit 2016 over de beschikbaarheidbijdrage SEH en acute verloskunde  vormen de grondslag voor de vergoedingsbedragen genoemd in artikel 8.4. Voor de onderbouwing van de bedragen verwijzen wij naar het “Onderzoeksrapport Kostenonderzoek. Beschikbaarheidbijdrage spoedeisende hulp en acute verloskunde” van 18 januari 2017.

 

Kosten personeel

Als de gynaecoloog en de obstetrisch professional elkaar afwisselen in diensten zal de verhouding worden bepaald op basis van opgegeven inzet. De fte voor de gynaecoloog worden meegenomen tot 5,1 fte. Indien de fte voor de gynaecoloog minder dan 5,1 fte bedraagt, wordt de fte voor de obstetrisch professional in verhouding meegenomen. Bijvoorbeeld: een ziekenhuis heeft 4 fte gynaecologen en vult de overige diensten in met obstetrisch professional. Het ziekenhuis zal dan in het aanvraagformulier tot verlening of vaststelling 4 fte verantwoorden bij de gynaecoloog. De overige 1,1 fte van de gynaecoloog kan vervolgens vermenigvuldigd worden met 1,20 (de verhouding tussen 6,1 en 5,1). Dit leidt tot een fte-aantal voor de obstetrisch professional van 1,32 fte.

 

De personele kosten voor de obstetrisch professional worden voor de vaststelling vanaf het jaar 2017 gebaseerd op cao Ziekenhuizen 2017-2019. Indien er een geheel nieuwe cao is of een herijking van de bedragen plaatsvindt, worden de bedragen herberekend. De cao Ziekenhuizen 2017-2019 kent een drietal salarisniveau’s gevolg van salarisverhogingen per 1 juli 2017 en per 1 juli 2018. Voor de personele kosten voor de vaststelling van het jaar 2017 nemen we het gemiddelde van de salarissen uit de cao die per 1 januari 2017 en 1 juli 2017 gelden. Voor de personele kosten voor de vaststelling van het jaar 2018 nemen we het gemiddelde van de salarissen uit de cao die per 1 juli 2017 en 1 juli 2018 gelden. Voor de personele kosten in de vaststellingen vanaf het jaar 2019 hanteren wij het salarisniveau van 1 juli 2018.

De inschaling van de obstetrisch professional is FWG 60-7. Het brutosalaris ultimo 2017 volgt uit de overzichten 1 januari 2017 en 1 juli 2017 van de cao en bedraagt gemiddeld € 3.951,50 per maand. Het normbedrag prijspeil 2017 dat daaruit volgt is € 70.137,80.

 

De personele kosten voor de gynaecoloog in loondienst worden voor de vaststelling vanaf het jaar 2017 gebaseerd op cao Ziekenhuizen 2017-2019. De inschaling van de gynaecoloog in loondienst is AMS 6. De cao kent één salaristabel Medisch Specialisten welke per 1 januari 2016 geldt.

Naast de salariskosten voor de gynaecoloog in loondienst is er tevens sprake van een component budget functie-gebonden kosten van € 5.871,- per fte (ultimo 2015). Dit bedrag wordt eenmalig naar het niveau 2016 en 2017 geïndexeerd middels de consumentenprijsindex (CPI) van het betreffende jaar12.

Post mortem orgaanuitname

De NZa concludeert dat er in totaal 2,68 fte per uitnameteam nodig is om de functie PMO beschikbaar te hebben op jaarbasis.

Van belang hierbij is dat deze 2,68 fte wordt geleverd door een team van meerdere uitnamechirurgen die, als ze geen PMO dienst hebben, ook andere diensten draaien. In een voorbeeld:

Als een team van 10 chirurgen PMO diensten verzorgt, is 2,68 fte chirurg niet in te roosteren op reguliere, declarabele, diensten omdat deze 2,68 fte gereserveerd is voor PMO-diensten. De beschikbaarheidbijdrage is bedoeld om het ziekenhuis te compenseren voor het niet kunnen inzetten van 2,68 fte op wel declarabele productie.

 

De verdeling van de diensten van de zorgfunctie Post mortem orgaanuitname tussen de verschillende universitaire ziekenhuizen en de daar bij behorende beschikbaarheidbijdrage baseert de NZa op de gegevens uit de aanvraag.

 

De informatie die de betrokken centra bij de NZa aanleveren ten behoeve van de vaststelling van de beschikbaarheidbijdrage in jaar t+1 gebruikt de NZa o.a. om de hoogte van de beschikbaarheidbijdrage vast te stellen en het geldende beleid voor de beschikbaarheidbijdrage PMO te beoordelen.

 

De gegevens die in het aanvraagformulier tot vaststelling worden gevraagd zijn:

Datum (ingeven als dd-mm-jj)

Ziekenhuis van uitname

Tijdstip melding (uu:mm)

Tijdstip aanvang uitname

Tijdstip einde uitname

Tijdstip afronding (het moment waarop de laatste werkzaamheden, zoals reizen, administratie, materiaalzorg, aansluitend op de uitname zijn afgerond)

Aantal: chirurg

Aantal: AIOS

Welk(e) en aantal orgaan/organen

Opleiden, Trainen, oefenen

Artikel 10 lid 4 sub b

De aard van de functie opleiden, trainen, oefenen ten behoeve van rampen en crises vraagt om enige flexibiliteit om gedurende het subsidiejaar in te kunnen spelen op actuele ontwikkelingen. De voorbereiding op rampen en crises is immers tot op zekere hoogte planbaar. Het is mogelijk dat actuele maatschappelijke ontwikkelingen aanleiding geven tot het op korte termijn moeten organiseren van een activiteit. Dit artikel biedt de mogelijkheid om onder de in het artikel genoemde voorwaarden in de aanvraag tot verlening opleidingen, trainingen en oefeningen op te nemen, waarvan de inhoud gedurende het subsidiejaar naar aanleiding van actuele maatschappelijke ontwikkelingen nader wordt ingevuld. In de aanvraag tot vaststelling zal hierover verantwoording moeten worden afgelegd, zoals omschreven in artikel 10 lid 5 sub c.

Calamiteitenhospitaal

Artikel 11.3

Het variabele deel van de beschikbaarheidbijdrage is afhankelijk van het aantal openstellingen en het aantal slachtoffers waarvoor het calamiteitenhospitaal wordt opengesteld. Hierbij worden drie scenario’s onderscheiden: tot en met 25, 100 en 200 patiënten.

De variabele vergoeding wordt gebaseerd op de aantallen vereiste functionarissen per scenario. Iedere functie is gewaardeerd aan de hand van de cao Universitaire Medische Centra 2013-2015. Bij de bepaling van de schaal en de periodiek wordt gerekend met het midden van de schaal plus 2 treden. Voor ziekenhuispersoneel word gerekend met een 36-urige werkweek en voor de medisch specialist met een 40-urige werkweek.

 

Onderstaande tabel geeft per scenario de inschaling en aantallen.

Rollen crisisorganisatie

Schaal UMC

Scenario

25

100

200

Directeur marketing en communicatie, crisis beleidsteam

Schaal 17-6

1

1

1

Coördinator, facilitair bedrijf

Schaal 7-7

1

1

1

Coördinator voeding, facilitair bedrijf

Schaal 7-7

1

1

1

Coördinator multimedia, facilitair bedrijf

Schaal 7-7

1

1

1

Coördinator schoonmaak, facilitair bedrijf

Schaal 7-7

1

1

1

Coördinator centraal magazijn, facilitair bedrijf

Schaal 7-7

1

1

1

Maatschappelijk werker, verwantenopvang

Schaal 8-7

2

4

6

Geestelijke verzorging, verwantenopvang

Schaal 8-7

2

4

6

Patiëntenservice, verwantenopvang

Schaal 5-7

2

2

2

Medisch manager commandoteam, cal.hos.

Schaal 13-6

1

1

1

Zorgmanager, commandoteam

Schaal 13-6

1

1

1

Operationeel manager, commandoteam

Schaal 11-7

1

1

1

Informatiemanager, commandoteam

Schaal 11-7

2

2

2

Hoofd Nederlandse Rode Kruis, staf cal. hos.

Schaal 13-6

1

1

1

Hoofd facilitaire dienst. Staf cal.hos.

Schaal 13-6

1

1

1

Bevelvoerder bedrijfsbrandweer, staf cal.hos.

Schaal 11-7

1

1

1

Teamleider spoedeisende hulp, staf cal hos.

Schaal 11-17

1

1

1

Teamleider intensive care, staf cal.hos.

Schaal 9-6

1

1

1

Hoofd verwanten opvang, staf cal. hos.

Schaal 8-7

1

1

1

Teamleider beveiliging, staf cal.hos.

Schaal 5-7

1

1

1

Gipsmeester, staf cal hos.

Schaal 9-6

1

2

2

Coördinator administratief medewerkers, staf cal hos

Schaal 5-7

1

1

1

icT ondersteuning, staf cal. hos.

Schaal 5-7

1

2

2

Medewerker facilitaire dienst, cal. hos.

Schaal 3-6

1

2

3

Medewerker Nederlandse Rode Kruis. Cal. hos.

Schaal 7-7

17

41

116

Administratief medewerker, cal. hos.

Schaal 5-7

10

15

23

Triage arts, ambulance hal

UMS-6

1

2

2

Coördinerend verpleegkundige, ambulance hal

Schaal 7-7

1

1

1

Manschap bedrijfsbrandweer, cal. hos.

Schaal 5-7

6

6

6

Coördinerend arts rode en gele sluis, cal. hos.

UMS-6

1

1

1

Coördinerend verpleegk. rode en gele sluis, cal hos.

Schaal 7-7

1

1

1

seh verpleegkundige rode en gele sluis, cal. hos.

Schaal 8-7

5

9

12

Anesthesie medewerker rode sluis, cal.hos.

Schaal 7-7

3

5

6

Superviserend chirurg rode sluis, cal.hos.

UMS-6

1

1

1

Superviserend anesthesioloog rode sluis cal. hos.

UMS-6

1

1

1

Chirurg rode sluis, cal. hos.

UMS-6

2

3

4

Anesthesioloog gele sluis, cal.hos.

UMS-6

3

4

5

Arts gele sluis, cal. hos.

UMS-6

2

4

6

Coördinerend arts intensive care, cal.hos.

UMS-6

1

1

1

Coördinerend verpleegkundige intensive care cal.hos

Schaal 9-6

1

2

2

Intensivist, cal.hos

UMS-6

2

4

4

Anesthesioloog intensive care, cal.hos.

UMS-6

1

3

3

Intensive care verpleegkundige, cal.hos.

Schaal 9-6

4

12

20

Coördinerend arts medium care, cal.hos.

UMS-6

1

1

1

Coördinerend verpleegkundige medium care, cal hos

Schaal 7-7

1

1

1

Zaalarts medium care, cal.hos.

UMS-6

1

4

7

Medium care verpleegkundige, cal.hos.

Schaal 7-7

3

10

20

Coördinerend arts low care, cal. hos.

UMS-6

1

1

2

Coördinerend verpleegkundige low care, cal hos

Schaal 7-7

1

1

2

Zaalarts low care, cal.hos.

UMS-6

3

7

11

Low care verpleegkundige, cal.hos.

Schaal 7-7

6

24

39

coördinerend arts röntgen, cal.hos.

UMS-6

1

1

1

Coördinerend radiologisch laborant, cal.hos.

Schaal 8-7

1

1

1

Echolaborant, cal.hos.

Schaal 8-7

1

2

2

Radiologisch laborant, cal.hos.

Schaal 8-7

4

6

8

Beveiliging, cal. hos.

Schaal 5-7

8

12

16

Coördinerend arts OK, cal.hos.

UMS-6

1

1

1

Coördinerend verpleegkundige OK, cal. hos.

Schaal 7-7

1

1

1

Chirurg operatiekamer, cal.hos.

UMS-6

1

2

2

Anesthesioloog operatiekamer cal.hos.

UMS-6

1

2

2

OK assistent, cal.hos.

Schaal 7-7

2

4

4

Anesthesie medewerker OK, cal.hos.

Schaal 7-7

1

2

2

Recovery verpleegkundige, cal.hos.

Schaal 7-7

1

2

4

 

Bij de bepaling van de schaal en de periodiek is gerekend met het midden van de schaal plus twee treden. De extra twee treden betreffen een normatieve benadering van een compensatie voor de onregelmatigheidstoeslag (ORT). Aangezien het variabele deel een vergoeding betreft voor de extra personele kosten tijdens de eerste 12 uur per openstelling zal er meestal sprake zijn van een aantal uren buiten de reguliere werktijden. Het is niet mogelijk om vooraf te bepalen op welke tijdstippen het calamiteitenhospitaal wordt opengesteld, waardoor ORT niet gebaseerd kan worden op de werkelijkheid. Hierdoor hebben wij gekozen voor een normatieve benadering.

 

Bij een jaarlijks investeringsniveau van € 230.000 blijven de kapitaallasten jaarlijks € 350.000. Gerealiseerde investering boven dit bedrag ziet de NZa daarom als significant.

jaar

jaarlijkse

investering

jaarlijkse

afschrijving 5%

boekwaarde

rente 5%

1

230.000

11.500

230.000

11.500

2

230.000

11.500

218.500

10.925

3

230.000

11.500

207.000

10.350

4

230.000

11.500

195.500

9.775

5

230.000

11.500

184.000

9.200

6

230.000

11.500

172.500

8.625

7

230.000

11.500

161.000

8.050

8

230.000

11.500

149.500

7.475

9

230.000

11.500

138.000

6.900

10

230.000

11.500

126.500

6.325

11

230.000

11.500

115.000

5.750

12

230.000

11.500

103.500

5.175

13

230.000

11.500

92.000

4.600

14

230.000

11.500

80.500

4.025

15

230.000

11.500

69.000

3.450

16

230.000

11.500

57.500

2.875

17

230.000

11.500

46.000

2.300

18

230.000

11.500

34.500

1.725

19

230.000

11.500

23.000

1.150

20

230.000

11.500

11.500

575

Coördinatie traumazorg en Regionaal overleg acute zorg

Artikel 12.4.2

De hoogte van het totaalbedrag heeft de NZa gebaseerd op het Kiwa-rapport ‘Bekostiging Acute Zorgnetwerken’ van 29 juli 2014. Dit rapport is verschenen in opdracht van de LNAZ. Uit het rapport blijkt dat zorgaanbieders de functie Coördinatie traumazorg en ROAZ voor €800.000,- per zorgaanbieder kunnen uitvoeren. Dit bedrag is door ons overgenomen en opgenomen in ons beleid als maximale grens aan beschikbaarheidbijdrage waar een zorgaanbieder voor in aanmerking kan komen. Het opnemen van het grensbedrag is in beginsel tijdelijk. We verkeren momenteel in de overgang van ambtshalve naar een op aanvraag procedure. Met het op aanvraag verstrekken van de beschikbaarheidbijdrage dienen instellingen verantwoording af te leggen over de besteding van de beschikbaarheidbijdrage. Met het beschikbaar komen van deze gegevens kan de NZa het grensbedrag op termijn herzien indien hiertoe aanleiding bestaat.

Traumazorg door Mobiel Medisch Team met voertuig

Artikel 13.3

De resultaten van het kostenonderzoek uit 2016 “MMT met voertuig” zijn opgenomen in de tabel met vergoedingsbedragen van artikel 13.3 sub a. Onder toebehoren bij het voertuig wordt verstaan, die zaken die onlosmakelijk verbonden zijn met de specifieke functie van het voertuig. Denk hierbij bijvoorbeeld aan inventaris en rijopleiding.

 

De vergoeding voor de inzet medisch specialist, inzet gespecialiseerd verpleegkundige, inzet chauffeur, verzekering van de auto, wegenbelasting en onderhoud vindt plaats op basis van nacalculatie. Bij de verlening wordt gebruikt gemaakt van een voorcalculatorische waarde voor de verzekering van de auto, wegenbelasting en onderhoud. Bij de vaststelling vergoeden wij de werkelijk gemaakte kosten, mits deze onderbouwd kunnen worden met onderliggende facturen en/of andere bewijzen. Deze werkelijke kosten kunnen hoger of lager zijn dan de voorcalculatorische waarde. Indien de werkelijke kosten lager zijn, betekent dit dat de instelling het negatieve verschil moet terug betalen. Zijn de werkelijke kosten hoger, dan ontvangt de instelling het positieve verschil.

 

Artikel 13.3 sub c bepaalt dat bij een significante afwijking van de werkelijke kosten met de normbedragen, de NZa bij de vaststelling kan bepalen of het normbedrag aanpassing behoeft. De basis van de significante afwijking moet gelegen zijn in een andere wijze van uitoefening van de functie. Voorbeelden hiervan zijn het aangaan van een lease constructie in plaats van een voertuig in eigendom of onvoorziene nieuwe regels, waardoor het aantal ritten van het voertuig sterk toe- of afneemt. In geval een zorgaanbieder de functie op een andere wijze wil gaan invullen zal de zorgaanbieder vooraf in overleg treden met de NZa over de mogelijke gevolgen voor de bekostiging. De NZa zal de wijziging toetsen op redelijkheid.

Gespecialiseerde en derdelijns psychotraumazorg voor specifieke doelgroepen voor zover het gaat om de kennis en expertisefunctie

Algemeen

Zorgaanbieder die in 2012 voor gespecialiseerde psychotraumazorg aan specifieke doelgroepen bekostigd werd op grond van de individuele componenten oorlogsslachtoffers en vluchtelingen/asielzoekers heeft voor 2013 en 2014 een beschikbaarheidbijdrage toegekend gekregen.

In 2013 is met de zorgaanbieder die een beschikbaarheidbijdrage voor gespecialiseerde psychotraumazorg aan specifieke doelgroepen, respectievelijk Stichting Centrum ’45, verkend op welke wijze deze zorg ook in de toekomst geborgd kan blijven.

 

Deze verkenning heeft geleid tot een kostenonderzoek door de NZa bij Stichting Centrum ’45. Het kostonderzoek in 2013 heeft geleid tot het advies van de NZa om de beschikbaarheidbijdrage van Centrum ’45 per 2015 te verlagen, voor zover deze wordt ingezet voor reguliere zorgkosten. Daarbij heeft de NZa het ministerie van VWS verzocht over te gaan tot afbakening van de kennisfunctie. Het ministerie van VWS heeft dit advies overgenomen en is overgegaan tot de afbakening van de zorgfunctie.

 

Hoewel de nieuwe afbakening per 2015 is toegepast, hebben wij besloten om de consequenties daarvan voor de beschikbaarheidbijdrage, gelet op een redelijke invoeringstermijn, per 1 januari 2016 toe te passen.

Vanaf 2016 wordt deze beschikbaarheidbijdrage op aanvraag verleend. In 2016 heeft er ook een nieuw kostenonderzoek plaatsgevonden dat heeft geleid tot de volgende bedragen. 

1

Artikel 14.4.2

Uitsluitend de genoemde activiteiten komen in aanmerking voor financiering via de beschikbaarheidbijdrage. Compensatie van productieverlies tijdens een opleiding of onderzoek en vacatiegelden voor deelname aan overleggen zijn van uitgesloten van de zes genoemde activiteiten. Indien de aanvraag een dergelijke post omvat, dan worden de begrote kosten van deze post in mindering gebracht op het bedrag van de aangevraagde verlening.

 

Activiteiten met bijbehorende kosten die zijn toe te rekenen aan dbc ggz zorgproducten en in rekening zijn te brengen door middel van de in de curatieve ggz geldende prestaties en tarieven, komen niet voor vergoeding via de beschikbaarheidbijdrage in aanmerking. Hieronder valt bijvoorbeeld onderlinge dienstverlening en de standaard 0.8 FTE senior onderzoeker voor het TOP-GGZ keurmerk. Voor deze zorgfunctie geldt tevens dat eventuele opbrengsten (overige geldstromen) die van toepassing zijn, in mindering worden gebracht op de aangeleverde kosten.

Vanaf 2017 worden ook de zes activiteiten gemaximeerd. Dit houdt concreet in dat de kosten per activiteit niet het maximum mogen overschrijden, zoals is vastgesteld in het kostenonderzoek van 2016. Voor de activiteiten productontwikkeling/zorginnovatie, experimetele behandelingen en wetenschappelijk onderzoek geldt dat substitutie onderling (binnen deze drie activiteiten) wel mogelijk is. Dit omdat Centrum’45 heeft aangegeven dat deze drie activiteiten nauw verbonden zijn.

 

Artikel 14.4.3

In de aanwijziging van VWS van 11 december 201413 is het volgende opgenomen:

“Activiteiten die zijn toe te rekenen aan dbc ggz zorgproducten en in rekening zijn te brengen door middel van in de curatieve ggz geldende tarieven, komen niet voor de beschikbaarheidbijdrage in aanmerking. De zorgaanbieder dient deze reguliere zorgkosten in rekening te brengen door middel van dbc’s, eventueel inclusief het max-max tarief.”

Dit betekent dat alle kosten die zijn toe te rekenen aan dbc’s ggz en in rekening zijn te brengen door middel van in de curatieve ggz geldende tarieven, niet voor de vergoeding via de beschikbaarheidbijdrage in aanmerking komen. Dit betreffen personele kosten, materiele kosten, kapitaallasten, gebouwgebonden kosten en overhead.

Acuut ambulancevervoer per ambulancehelikopter vanaf de Friese Waddeneilanden

Artikel 15.1

De ambulancehelikopter van de RAV Fryslân eind 2016 het acuut ambulancevervoer vanaf de Friese Waddeneilanden overgenomen van de kustwacht. De beschikbaarheidbijdrage is bedoeld voor de kosten die noodzakelijk zijn voor de verantwoorde exploitatie van de 7 x 24 uur beschikbaarheid van acuut ambulancevervoer vanaf de Friese Waddeneilanden.

 

Onder exploitatiekosten wordt verstaan de kosten van de helikopter, de kosten voor de bemensing van de helikopter die noodzakelijk is om de helikopter te laten vliegen en om verantwoorde ambulancezorg gedurende het vervoer te kunnen verlenen en de locatiekosten voor de ambulancehelikopter met bemensing.

 

Artikel 15.3

Omdat het een relatief nieuwe zorgfunctie betreft zijn de verwachte kosten gebaseerd op een inschatting. Deze kosten zijn op dit moment nog niet goed te normeren. Daarom wordt de beschikbaarheidbijdrage in beginsel op basis van werkelijke kosten vastgesteld. Hierbij geldt dat we voor de hoogte van de vergoeding per deelpost het beleid van het MMT met helikopter als referentie zullen hanteren. 

Inhoudsopgave

Alles dichtklappenAlles openklappen

Bijlagen

Naar boven