Onderwerp: Bezoek-historie

BRMO-uitbraak 2018 - BR/REG-18123a
Publicatiedatum:09-10-2017Geldigheid:01-01-2018 t/m 31-12-2018Versie:vergelijk Vergelijk met Kosten MRSA - BR/REG-17133, versie: 1: 01-01-2017 t/m 31-12-2017  X

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Grondslag

IngevolgeGelet op artikel 57, eerste lid, onderdeelonderdelen b en c, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) beleidsregels vast met betrekking tot het uitoefenen van de bevoegdheid om tarieven en prestatiebeschrijvingen vast te stellen.

1. Begripsbepalingen

Richtlijn BRMO:

De richtlijn ‘Bijzonder resistente micro-organismen voor verpleeghuizen, woonzorgcentra en voorzieningen voor kleinschalig wonen voor ouderen’, vastgesteld op september 2014 door de Werkgroep Infectie Preventie (WIP).

Richtlijn MRSA verpleeghuis:

De richtlijn ‘MRSA, verpleeghuis’, vastgesteld op januari 2007 door de WIP.

Richtlijn MRSA verzorgingshuis:

De richtlijn ‘MRSA, verzorgingshuis’, vastgesteld op januari 2007 door de WIP.

MRSA:

Meticilline-resistente Staphylococcus aureus: een bijzondere

Staphylococcus aureus die in tegenstelling tot de gewone Staphylococcus

aureus ongevoelig is voor veel antibiotica, waaronder meticilline.

BRMO:

Bijzonder resistente micro-organismen: (pathogene) micro-organismen die ongevoelig zijn voor de meest geëigende (dus eerste keus) antibiotica of tegen een combinatie van therapeutisch belangrijke antibiotica en die zonder aanvullende maatregelen tot verspreiding kunnen leiden en vallen onder reikwijdte van de Richtlijn BRMO of als MRSA is aan te merken.

Uitbraak:

Er is sprake van een uitbraak indien bij twee of meer cliënten met dezelfde BRMO een epidemiologische link aanwezig is. Van een epidemiologische link is sprake wanneer stammen in een zelfde tijdsperiode op een zelfde locatie aangetroffen zijn en op basis van typering tot dezelfde kloon behoren. Een arts-microbioloog stelt vast dat sprake is van een uitbraak.

Eindreiniging:

Het reinigen van de ruimte (oppervlakken, tastvlakken, vloer, spatzones muur) inclusief het sanitair en van alle herbruikbare materialen die in de ruimte aanwezig zijn (zoals afstandsbediening). Eindreiniging vindt plaats na het beëindigen van BRMO-infectiepreventiemaatregelen bij het opheffen van de BRMO-status en bij ontslag, overplaatsing of overlijden. Herbruikbare materialen die niet kunnen worden gereinigd en wegwerpmaterialen worden afgevoerd als normaal afval.

Einddesinfectie:

Het desinfecteren, voorafgegaan door eindreinigen, van de ruimte (oppervlakten, tastvlakken, vloer, spatzones muur) inclusief het sanitair en van alle herbruikbare materialen die in de ruimte aanwezig zijn (zoals afstandsbediening, gordijnen). Einddesinfectie vindt plaats na het beëindigen van BRMO-infectiepreventiemaatregelen bij het opheffen van de BRMO-status en bij ontslag, overplaatsing of overlijden. Herbruikbare materialen die niet kunnen worden gereinigd en gedesinfecteerd, en wegwerpmaterialen worden afgevoerd als normaal afval.

Bij de uitbraak betrokken Wlz-cliënt(en):

Dit betreft een cliënt die op grond van de Wlz zorg ontvangt en waaraan één van de volgende prestaties wordt geleverd:

  • zzp vv-1 tot en met vv-10 in- of exclusief behandeling;
  • zzp vg-1 tot en met vg-8 in- of exclusief behandeling;
  • zzp lvg-1 tot en met lvg-5 inclusief behandeling;
  • zzp sglvg-1;
  • zzp lg-1 tot en met lg-7 in- of exclusief behandeling;
  • zzp zg aud-1 tot en met zg aud-4 in- of exclusief behandeling;
  • zzp zg vis-1 tot en met zg vis-5 in- of exclusief behandeling;
  • zzp ggz-1b tot en met ggz-7b; logeren vv;
  • logeren ghz-vg, -lg, -lvg, -zg;
  • klinisch intensieve behandeling (KIB);
  • crisisopvang/spoedzorg vv met behandeling;
  • crisisopvang/spoedzorg ghz-vg met of zonder behandeling;
  • crisisopvang/spoedzorg ghz-lg.

Hierbij gaat het om alle Wlz-cliënten aan wie deze prestaties worden geleverd en niet slechts om die cliënten waarbij een BRMO aanwezig is.

Signaleringsoverleg:

Het signaleringsoverleg ziekenhuisinfecties en antimicrobiële resistentie (SO-ZI/AMR) is een overlegstructuur om uitbraken van antibiotica resistente micro-organismen in ziekenhuizen en andere zorginstellingen die een potentieel gevaar zijn voor de volksgezondheid (snel) op te merken.

2. Doel van de beleidsregel

Met deze beleidsregel worden de voorwaarden voor vergoeding en wijze van indiening van kosten die voortvloeien uit een BRMO-uitbraak vastgelegd.

13. Reikwijdte

Deze beleidsregel is van toepassing op de zorg of dienst als omschreven

bij of krachtens de Wet langdurige zorg (Wlz) die wordt geleverd door

Deze beleidsregel is van toepassing op de zorg of dienst als omschreven bij of krachtens de Wet langdurige zorg (Wlz) die wordt geleverd door zorgaanbieders die op grond van de Wet toelating zorginstellingen (WTZi) zijn toegelaten voor één of meer van de zorgvormen persoonlijke verzorging, verpleging, begeleiding of behandelingbegeleiding, als omschrevenbedoeld in de Wlz, en verblijf leveren in combinatie met persoonlijke verzorging, verpleging, begeleiding of behandeling.

De prestaties en tarieven zijnDeze zorgaanbieders leveren één of meer van toepassing voor cliënten geïndiceerd voor of aangewezen op verblijf met een somatische dan wel psychogeriatrische aandoening of beperking. de volgende prestaties:

  • zzp vv-1 tot en met vv-10 in- of exclusief behandeling;
  • zzp vg-1 tot en met vg-8 in- of exclusief behandeling;
  • zzp lvg-1 tot en met lvg-5 inclusief behandeling;
  • zzp sglvg-1;
  • zzp lg-1 tot en met lg-7 in- of exclusief behandeling;
  • zzp zg aud-1 tot en met zg aud-4 in- of exclusief behandeling;
  • zzp zg vis-1 tot en met zg vis-5 in- of exclusief behandeling;
  • zzp ggz-1b tot en met ggz-7b;
  • logeren vv;
  • logeren ghz-vg, -lg, -lvg, -zg;
  • klinisch intensieve behandeling (KIB);
  • crisisopvang/spoedzorg vv met behandeling;
  • crisisopvang/spoedzorg ghz-vg met of zonder behandeling;
  • crisisopvang/spoedzorg ghz-lg.

2. Doel van de beleidsregel

Met deze beleidsregel worden de voorwaarden voor vergoeding en wijze van indiening van kosten die voortvloeien uit een MRSA-uitbraak vastgelegd.

3. Begripsbepalingen

3.1 MRSA

Meticilline-resistente Staphylococcus aureus. Dit is een bijzondere Staphylococcus aureus die in tegenstelling tot de gewone Staphylococcus aureus ongevoelig is voor veel antibiotica, waaronder meticilline.

3.2 Verpleeghuis

Een zorgaanbieder die is toegelaten voor de zorgvorm verblijf en behandeling in combinatie met één of meer van de zorgvormen persoonlijke verzorging, verpleging of begeleiding als omschreven in de Wlz voor verzekerden met een somatische dan wel psychogeriatrische aandoening of beperking.

3.3 MRSA-leegstandsdag

Kalenderdag waarop een verpleeghuisbed door verplichte sluiting van een verpleeghuis of verpleeghuisafdeling leeg is als gevolg van een MRSA-uitbraak.

3.4 Meldpunt MRSA

Het Meldpunt MRSA beoordeelt het door de zorgaanbieder ingevulde en ondertekende kostenuitsplitsingsformulier. Het Meldpunt adviseert de NZa over de aanvaardbaarheid van de in het kostenuitsplitsingsformulier opgenomen kosten en MRSA-leegstandsdagen.

3.5 Kostenuitsplitsingsformulier

Formulier waarin de zorgaanbieder een opgave doet van de in artikel 4.1 genoemde kosten die voortvloeien uit een MRSA-uitbraak.

4. Kosten MRSAVergoeding BRMO-uitbraak

4.1

Tot de vergoeding voortvloeiend uit een BRMO-uitbraak worden de volgende werkzaamheden en kosten gerekend:

4.1.1

Kosten van medisch-microbiologisch onderzoek naar BRMO ten behoeve van contactonderzoek bij de bij de uitbraak betrokken Wlz-cliënten, zoals beschreven in hoofdstuk 8 van de Richtlijn BRMO of zoals beschreven in hoofdstuk 5 van de Richtlijn MRSA verzorgingshuis voor de situatie dat sprake is van een uitbraak en inventarisatiekweken van Wlz-cliënten worden genomen;

4.1.2

Kosten van medisch-microbiologisch onderzoek naar BRMO ten behoeve van contactonderzoek bij personeel dat zorg levert of heeft geleverd aan bij de uitbraak betrokken Wlz-cliënten. Het betreft het in hoofdstuk 8 van de Richtlijn BRMO omschreven contactonderzoek bij personeel of het contactonderzoek als beschreven in hoofdstuk 5 van de Richtlijn MRSA verzorgingshuis waarbij inventarisatiekweken worden genomen bij personeel dat zorg heeft geboden aan op de locatie verblijvende cliënten;

4.1.3

Kosten van medisch-microbiologisch onderzoek naar BRMO ten behoeve van omgevingsonderzoek als beschreven in paragraaf 6.3 van de Richtlijn BRMO;

4.1.4

Personeels- en materiële kosten die samenhangen met de eindreiniging als omschreven in tabel 2 van de Richtlijn BRMO van de kamer waar de bij de uitbraak betrokken Wlz-cliënt verbleef, of die samenhangen met de eindreiniging van de kamer waar de bij de MRSA-uitbraak betrokken Wlz-cliënt verbleef;

4.1.5

Personeels- en materiële kosten die samenhangen met de einddesinfectie als omschreven in tabel 2 van de Richtlijn BRMO van de kamer waar de bij de uitbraak betrokken Wlz-cliënt verbleef, of die samenhangen met de einddesinfectie van de kamer waar de bij de MRSA-uitbraak betrokken Wlz-cliënt verbleef;

4.1.6

De aanvaardbare kosten kunnen worden aangepastEen vergoeding voor de kosten die voortvloeien uitals gevolg van verplichte sluiting door de BRMO-uitbraak van een MRSA-uitbraaklocatie of een deel van de locatie. De vergoeding wordt als volgt vastgesteld:

A X B

waarbij

A voorstelt: het aantal dagen dat een plaats waar voorafgaand aan de leegstand een bij de uitbraak betrokken Wlz-cliënt verbleef leeg is achtergelaten en waarvoor geen mutatiedag is gedeclareerd;

B voorstelt: de maximale beleidsregelwaarde voor een mutatiedag inclusief behandeling voor nieuwe aanbieders.

4.2

Bij vaststelling van de hoogte van de vergoeding voor de kosten genoemd in artikelen 4.1.2 en 4.1.3 wordt de volgende verdeelsleutel gehanteerd:

C / D

waarbij

C voorstelt: het totaal aantal (lig)dagen gerealiseerd voor bij de uitbraak betrokken Wlz-cliënten op de locatie of deel van de locatie;

D voorstelt: het totaal aantal (lig)dagen gerealiseerd voor alle cliënten of patiënten voordat een uitbraak werd vastgesteld op de locatie of deel van de locatie. Met alle cliënten of patiënten worden alle zorgvragers bedoeld ongeacht het domein op grond waarvan de zorg wordt vergoed.

4.3

Bij toepassing van de verdeelsleutel bedoeld in artikel 4.2 wordt uitgegaan van de periode twee maanden voorafgaand aan de maand waarin de uitbraak werd vastgesteld. Bij C en D als omschreven in artikel 4.2 wordt dezelfde oppervlakte toegepast (gehele locatie, deel locatie).

4.4

Voor alle gevallen waarin de toepassing van de verdeelsleutel bedoeld in artikel 4.2 niet leidt tot een redelijke toerekening van de kosten of vergoeding aan het Wlz-domein kan de NZa hier van afwijken indien sprake is van een door de zorgaanbieder gemotiveerde aanvraag. Dat een aanbieder geen afzonderlijke vergoeding ontvangt vanuit andere domeinen dan de Wlz is geen reden om af te wijken van de verdeelsleutel bedoeld in artikel 4.2.

4.5

Niet vergoed worden:

4.5.1

De kosten van onderzoek naar de kennislacunes zoals vermeld in de Richtlijn BRMO;

4.5.2

De kosten voor algemene voorzorgsmaatregelen en infectiepreventiemaatregelen zoals beschreven in tabel 2 van de Richtlijn BRMO. Het betreft onder andere: handhygiëne, handschoenen, schort, masker, sanitair, verpleegkundige verzorgende materialen, instrumenten en apparatuur, afvoer van materialen en reiniging of desinfectie niet zijnde een eindreiniging of einddesinfectie;

4.5.3

De kosten van advisering door bijvoorbeeld microbiologen, de GGD of een deskundige infectiepreventie;

4.5.4

Laboratoriumonderzoek naar BRMO-dragerschap bij opname van een cliënt;

4.5.5

Het contactonderzoek indien bij een cliënt onverwacht een BRMO is aangetroffen, zoals beschreven in hoofdstuk 6 van de Richtlijn BRMO of zoals beschreven in artikel 2.4 van de Richtlijn MRSA verzorgingshuis of zoals beschreven in artikel 2.5 van de Richtlijn MRSA verpleeghuis. Wel in aanmerking voor vergoeding komen de kosten voor activiteiten indien na het contactonderzoek blijkt dat verspreiding heeft plaatsgevonden en sprake is van een uitbraak;

4.5.6

Inzet van personeel ter vervanging van op non-actief gestelde personeelsleden waarbij een BRMO aanwezig is.

4.1 Tot de kosten voortvloeiend uit een MRSA-uitbraak worden de volgende kosten gerekend:

4.1.1 Kosten van medisch-microbiologisch onderzoek die verband houden met het opsporen van MRSA, bij zowel cliënten als het personeel van het verpleeghuis;

4.1.2 Kosten van antimicrobiële middelen die worden toegepast bij de eradicatie van MRSA, bij zowel cliënten als het personeel van het verpleeghuis;

4.1.3 Personeels- en materiële kosten die samenhangen met de desinfectie van ruimten;

4.1.4 Kosten van persoonlijke beschermingsmiddelen;

4.1.5 Personeelskosten van eigen of ingehuurde verpleegkundigen/ verzorgenden;

4.1.6 Personeelskosten van arts-microbiologen, infectiepreventieadviseurs (ook wel genoemd (ziekenhuis)hygiënisten);

4.1.7 Kosten als gevolg van verplichte sluiting van een verpleeghuis of een verpleeghuisafdeling. Deze kosten bedragen maximaal het aantal MRSA-leegstandsdagen vermenigvuldigd met het bedrag voor een MRSA-leegstandsdag dat met het zorgkantoor in de nacalculatie is overeengekomen. Het overeengekomen bedrag per MRSA-leegstandsdag bedraagt maximaal € 73,23.

5. Procedure

5.1

De zorgaanbieder die te maken krijgt met een BRMO-uitbraak meldt de uitbraak bij het Signaleringsoverleg. Indien sprake is van meerdere BRMO-uitbraken veroorzaakt door verschillende klonen, stammen of micro-organismen, dan moet iedere uitbraak afzonderlijk worden gemeld.

Een uitbraak wordt alleen vergoed indien deze is gemeld bij het Signaleringsoverleg binnen de eerstvolgende maand na ontdekking van de uitbraak. De melding vindt plaats met het contactformulier dat vermeld staat op http://signalen.rivm.nl/so-zi-amr

Indien sprake is van een MRSA-uitbraak en deze is ontdekt in het jaar 2017 of eerder hoeft deze niet gemeld te worden bij het Signaleringsoverleg. Van deze MRSA-uitbraak dient wel melding gemaakt te zijn bij de NZa conform de Beleidsregel kosten MRSA, met kenmerk BR/REG-17133, en diens voorgangers.

5.2

De zorgaanbieder kan de kosten die het gevolg zijn van de BRMO-uitbraak in het jaar 2018 gezamenlijk met de Wlz-uitvoerder opnemen in de nacalculatieopgave voor het jaar 2018.

De kosten gemoeid met een BRMO-uitbraak worden alleen in behandeling genomen als de nacalculatieopgave door zowel de Wlz-uitvoerder als de zorgaanbieder (tweezijdig) ondertekend is.

De NZa stelt een afzonderlijk formulier beschikbaar dat bij de nacalculatie over het jaar 2018 kan worden gedownload en geüpload in het webportaal.

In artikel 4 van deze beleidsregel is een specificatie van de kosten die voor vergoeding in aanmerking komen, opgenomen.

5.3

De NZa zal bij de nacalculatie in ieder geval de volgende informatie uitvragen:

a. Naam en NZa-nummer van de instelling waar de BRMO-uitbraak heeft plaatsgevonden;

b. Het na melding bij het Signaleringsoverleg ontvangen ontvangstbevestiging of enig ander (ontvangen) bewijs van melding door de instelling bij het Signaleringsoverleg;

c. Naam contactpersoon indien er vragen zijn over de ingevulde kosten, beschrijvingen of motivatie;

d. Kosten medisch-microbiologisch onderzoek van bij de uitbraak betrokken Wlz-cliënten in het jaar t zoals omschreven in artikel 4.1.1;

e. Kosten medisch-microbiologisch onderzoek bij personeel in het jaar t zoals omschreven in artikel 4.1.2;

f. Kosten medisch-microbiologisch onderzoek ten behoeve van omgevingsonderzoek in het jaar t zoals omschreven in artikel 4.1.3;

g. Indien niet sprake was van een MRSA-uitbraak: een motivatie waarom contactonderzoek bij het personeel noodzakelijk was en de mate waarin dit heeft geleid tot beheersing van de uitbraak;

h. Indien niet sprake was van een MRSA-uitbraak: een motivatie waarom omgevingsonderzoek noodzakelijk was en de mate waarin dit heeft geleid tot beheersing van de uitbraak;

i. Kosten eindreiniging uitgevoerd in het jaar t zoals omschreven in artikel 4.1.4;

j. Kosten einddesinfectie uitgevoerd in het jaar t zoals omschreven in artikel 4.1.5;

k.Wlz-leegstandsdagen in het jaar t zoals beschreven in artikel 4.1.6 onder A;

l. Het aantal gerealiseerde ligdagen zoals bedoeld in artikel 4.2 onder C én artikel 4.3;

m. Het aantal gerealiseerde ligdagen als bedoeld in artikel 4.2 onder D én artikel 4.3;

n. Een motivatie van de aanbieder voor de toepassing van artikel 4.4;

o. Bewijs betrokkenheid van een medisch-microbioloog en/of deskundige infectiepreventie bij de beheersing van de uitbraak voor zover dat nog niet blijkt uit de informatie verstrekt bij artikel 5.2 onder f of g.

5.4

Indien in 2018 sprake is van twee of meer BRMO-uitbraken veroorzaakt door verschillende klonen, stammen of micro-organismen, dan zal de NZa hetgeen in artikel 5.3 onder a, c, d, e, f, i, j, k, l, m en o samengevoegd uitvragen. Een uitsplitsing per uitbraak is niet vereist.

5.5

De NZa kan ter zake deskundigen vragen om te adviseren over de effectiviteit en efficiëntie van uitgevoerde werkzaamheden en de mate waarin dit overeenstemt met de geldende richtlijnen. Het advies van deze deskundigen zal door de NZa worden gebruikt bij de beoordeling van de in de nacalculatie opgenomen werkzaamheden en kosten bij een BRMO-uitbraak.

5.6

Bij vaststelling van de vergoeding kan worden afgeweken van de artikelen 4 en 5 voor zover een aanbieder niet in de gelegenheid is om de noodzakelijke gegevens te verstrekken, maar wel aannemelijk kan maken dat een redelijke verdeelsleutel wordt toegepast voor het Wlz-domein en de overige domeinen.

5.7

De NZa zal de voor vergoeding in aanmerking bevonden kosten 2018 opnemen in het sluittarief 2018.

5.1

Een zorgaanbieder die te maken krijgt met een MRSA-uitbraak, meldt dit direct schriftelijk aan de NZa en het desbetreffende zorgkantoor. Deze melding bevat tenminste de volgende informatie:

  • een opgave van het aantal cliënten en/of personeelsleden van het verpleeghuis waarbij de MRSA-besmetting is aangetoond;
  • een beknopt plan van aanpak om de besmetting te bestrijden.Dit plan van aanpak moet worden voorzien van een tijdspad en een nadere onderbouwing moet aantonen dat een arts-microbioloog, een infectiepreventieadviseur of een (ziekenhuis)hygiënist bij de bestrijding van de uitbraak betrokken is.

5.2

De zorgaanbieder houdt vanaf het moment van de melding van de MRSA-uitbraak op inzichtelijke wijze een administratie bij van de kosten die het gevolg zijn van de uitbraak van MRSA.

5.3

De NZa meldt de MRSA-uitbraak bij het Meldpunt MRSA en stuurt de onder artikel 5.1 genoemde informatie naar het Meldpunt MRSA.

5.4

Nadat alle maatregelen en activiteiten met betrekking tot de bestrijding van de MRSA-uitbraak zijn afgerond, stuurt de zorgaanbieder het ingevulde en ondertekende kostenuitsplitsingsformulier en een samenvatting van de eradicatie-activiteiten naar de NZa.

5.5

De NZa stuurt het door de zorgaanbieder ingevulde en ondertekende kostenuitsplitsingsformulier naar het Meldpunt MRSA met het verzoek om een advies uit te brengen over de aanvaardbaarheid van de daarin opgenomen kosten.

5.6

Het Meldpunt MRSA beoordeelt het door de zorgaanbieder ingevulde en ondertekende kostenuitsplitsingsformulier. Het Meldpunt adviseert de NZa over de aanvaardbaarheid van de in het kostenuitsplitsingsformulier opgenomen kosten en MRSA-leegstandsdagen.

5.7

De NZa stuurt een afschrift van het advies van het Meldpunt MRSA naar de zorgaanbieder en het desbetreffende zorgkantoor.

5.8

Het advies van het Meldpunt MRSA zal door de NZa worden gebruikt bij de beoordeling van de in de nacalculatie opgenomen kosten MRSA.

6. Nacalculatie kosten MRSA

6.1

De zorgaanbieder kan de kosten die het gevolg zijn van de MRSA-uitbraak, gezamenlijk met het zorgkantoor opnemen in de nacalculatieopgave over het jaar waarin de bestrijding van de MRSA-uitbraak is afgerond. In artikel 4 van deze beleidsregel is een specificatie van deze kosten opgenomen.

6.2

De kosten MRSA worden alleen in behandeling genomen als de nacalculatieopgave op dit punt tweezijdig ondertekend is.

6.3

De kosten MRSA, die door de zorgaanbieder en het zorgkantoor in de nacalculatieopgave zijn opgenomen, worden alleen gehonoreerd voor zover de kosten MRSA niet uitgaan boven de door het Meldpunt MRSA aanvaardbaar geachte kosten.

6.4

De eigen bijdrage van de zorgaanbieder is 1% van de aanvaardbare kosten met een maximum van € 25.000,– per uitbraak. Voor de bepaling van de hoogte van deze eigen bijdrage gaat de NZa uit van de laatst vastgestelde aanvaardbare kosten in het jaar van de MRSA-uitbraak.

6.5

De aanvaardbare kosten worden verhoogd voor zover de financiële waarde van de totale MRSA-kosten meer bedraagt dan 1% van de aanvaardbare kosten van de zorgaanbieder.

76. IntrekkingIntrekken oude beleidsregelbeleidsregels:

Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze beleidsregel worden de volgende beleidsregels ingetrokken:

  • Beleidsregel kosten MRSA, met kenmerk BR/REG-17133;
  • Beleidsregel BRMO-uitbraak 2017, met kenmerk BR/REG-17183b.

Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze beleidsregel wordt de beleidsregel ‘Kosten MRSAgepubliceerde maar nog niet in werking getreden Beleidsregel BRMO-uitbraak 2018, met kenmerk CA-BR/REG-161818123, ingetrokken.

87. Overgangsbepaling MRSA

De Beleidsregel kosten MRSAIn het geval een zorgaanbieder te maken heeft met kenmerk CAeen MRSA-BR-1618 blijft van toepassing op besluitenuitbraak die is ontstaan in het jaar 2017 of eerder en aangelegenhedenhiervoor kosten heeft gemaakt die hun grondslag vindenvoor vergoeding in aanmerking komen, krijgt de zorgaanbieder de kosten gemaakt in die beleidsregel en die betrekking hebbenhet jaar 2017 of eerder vergoed op grond van de periode waarvoor die beleidsregel goldBeleidsregel kosten MRSA, met kenmerk BR/REG-17133.

Vanaf 31 december 2017 vallen de gemaakte kosten bij een MRSA-uitbraak die is ontstaan in het jaar 2017 of eerder onder onderhavige beleidsregel. Dit betekent dat vanaf het moment van inwerkingtreding van deze beleidsregel alle kosten die vanaf dat moment worden gemaakt bij een uitbraak onder onderhavige beleidsregel komen te vallen.

98. InwerkingtredingToepasselijkheid voorafgaande beleidsregels, bekendmaking, inwerkingtreding, terugwerkende kracht en citeerregelciteertitel

Toepasselijkheid voorafgaande beleidsregels

De volgende beleidsregels blijven van toepassing op besluiten en aangelegenheden die hun grondslag vinden in die beleidsregels en die betrekking hebben op de periode waarvoor die beleidsregels golden:

  • Beleidsregel kosten MRSA, met kenmerk BR/REG-17133;
  • Beleidsregel BRMO-uitbraak 2017, met kenmerk BR/REG-17183b.

Inwerkingtreding/bekendmaking

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 januari 2018 en vervalt met ingang van 1 januari 2019.

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin de mededeling als bedoeld inIngevolge artikel 20, tweede lid, onderdeel b, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2017zal van de vaststelling van deze beleidsregel mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: beleidsregel ‘Kosten MRSA’Beleidsregel BRMO-uitbraak 2018.

Toelichting

Wijzigingen ten opzichte van de vorige beleidsregel:

  • In artikel 5.1 is de link naar het contactformulier voor het doen van een melding van een BRMO-uitbraak gewijzigd.

Per 2018 zijn de Beleisregel kosten MRSA en Beleidsregel BRMO-uitbraak samengevoegd tot één Beleidsregel BRMO-uitbraak 2018. Waar voorheen BRMO altijd exclusief MRSA moest worden gelezen, geldt nu dat BRMO ook MRSA omvat.

Algemeen

De Algemeengezondheidszorg
Een MRSA-uitbraak kan voor een zorgaanbieder hoge kostenheeft in toenemende mate te maken met zich meebrengenvoor antibiotica resistente bacteriën. Deze kosten maken tot een bepaalde hoogte onderdeel uit van het bedrijfsrisicoworden bijzonder resistente micro-organismen (BRMO) genoemd. In enkele gevallen is er echter sprake van een MRSAEen BRMO-uitbraak met dusdanig grote gevolgen dat de kosten vankan voor een MRSA-uitbraak de exploitatie van de zorgaanbieder onevenredig zwaar belasten. Om deze zorgaanbieders tegemoet te (kunnen) komen is sinds 1 januari 2005 de Beleidsregelhoge kosten MRSA van krachtmet zich meebrengen.

Deze beleidsregel dient in samenhang te worden gelezen met de Richtlijn BRMO en de Richtlijnen MRSA vastgesteld door de Werkgroep Infectie Preventie. De in deze beleidsregel genoemde definities en activiteiten zijn overgenomen uit deze richtlijnen.

Artikel 3 Reikwijdte

De Beleidsregel BRMO-uitbraak is van toepassing op zorg die is verleend aan de Wlz-cliënten die verblijven in een Wlz-instelling. De beleidsregel is niet van toepassing op zorgaanbieders of locaties die vpt of mpt leveren.

Artikel 4
Kosten MRSAVergoeding BRMO-uitbraak

De kosten waarmee een zorgaanbieder bij een MRSA-uitbraak te maken krijgt zijn grofweg onder te verdelen in:

  • kosten die gemaakt moeten worden ter bestrijding van de MRSA-uitbraak zoals laboratoriumonderzoek, reinigingskosten, kosten van beschermingsmiddelen en kosten van eigen of ingehuurd personeel;
  • gederfde inkomsten doordat het verpleeghuis (gedeeltelijk) gesloten moet worden. Sluiting van een verpleeghuis of een deel daarvan betekent dat er geen productie kan worden geleverd en dus een verlies aan inkomsten.

Met deze beleidsregel wordtDe vergoeding geldt alleen voor de mogelijkheid gebodenbekostiging van de maatregelen die bij een BRMO-uitbraak moeten worden getroffen volgens de Richtlijnen. Voor vergoeding te verkrijgen voorkomen in aanmerking de kosten van activiteiten die evident van de algemene infectiepreventiemaatregelen te onderscheiden én substantieel zijn. Kosten van activiteiten die behoren tot standaard voorzorgsmaatregelen en infectiepreventiemaatregelen komen niet voor vergoeding in aanmerking. Dit zijn bijvoorbeeld kosten voor handhygiëne, kosten van materialen als schorten en handschoenen, en kosten voor reiniging en desinfectie. Deze kosten komen voor eigen rekening van de zorgaanbieder aangezien hierbij geen onderscheid is te maken welke (extra) kosten het gevolg zijn van de BRMO-uitbraak. Daarbij is het wenselijk dat een MRSA-uitbraak en voordeel van de kostenzorg voor risico van leegstand die ontstaan als gevolg vande zorgaanbieder is zodat de zorgaanbieder een (gedeeltelijke) sluiting van een verpleeghuisfinanciële prikkel heeft om preventieve maatregelen te treffen.

Een Artikel 4.1.7
Leegstand als gevolg van een uitbraak van MRSA
zorgaanbieder
De NZa heeft voor wat betreft de MRSAkan op een locatie zowel zorg leveren aan Wlz-gerelateerde onderproductie aansluiting gezochtcliënten, maar ook aan Zvw- of Wmo-cliënten. Sommige activiteiten die worden ondernomen bij de bestaande mutatiedag (V&V), toegelaten voor behandelingeen BRMO-uitbraak kunnen rechtstreeks aan een Wlz1 -cliënt worden toegerekend. De zorgaanbieder wordt hiermee tegemoet gekomen in doorlopende loonDenk bijvoorbeeld aan microbiologisch onderzoek bij een Wlz- en materiële kostencliënt. Door zorgaanbieder en zorgkantoor kanEr zijn ook kosten van activiteiten die alleen indirect aan een Wlz-cliënt kunnen worden onderhandeld overtoegewezen. Denk aan het uiteindelijk af te spreken bedrag per MRSA-leegstandsdagomgevingsonderzoek en het contactonderzoek bij personeel. Het overeengekomen bedrag per MRSA-leegstandsdag bedraagt maximaal € 73,23De indirecte kosten worden met een bepaalde verdeelsleutel toegewezen aan de Wlz.

Artikel 7 Overgangsbepaling

De Artikel 5.4
Kostenuitsplitsingsformulier
verpleeghuizen
Het ‘Kostenuitsplitsingsformulierwaarbij de MRSA-uitbraak invoor 1 januari 2018 nog niet is afgerond, lopen zonder overgangsbepaling een verpleeghuis’ is te downloaden vanvergoeding mis. Voor deze zorgaanbieders heeft de NZa-website een overgangsbepaling gecreëerd.

Deze zorgaanbieders kunnen een vergoeding aanvragen bij de nacalculatie 2017 voor de in 2017 of eerder uitgevoerde activiteiten via het MRSA kostenformulier 2017. Van diezelfde MRSA-uitbraak die doorloopt in het jaar 2018 vallen de per 1 januari 2018 gemaakte kosten onder de nieuwe Beleidsregel BRMO-uitbraak 2018. Een vergoeding voor deze kosten wordt aangevraagd met het BRMO-formulier bij de nacalculatie over 2018.

Naar boven