Onderwerp: Bezoek-historie

Normatieve huisvestingscomponent (NHC) en normatieve inventariscomponent (NIC) gespecialiseerde ggz, forensische zorg en langdurige zorg - BR/REG-18148
Publicatiedatum:28-06-2017Geldigheid:01-01-2018 t/m 31-12-2018Versie:vergelijk Vergelijk met Tarieven normatieve huisvestingscomponent (NHC) en normatieve inventariscomponent (NIC) bestaande zorgaanbieders - BR/REG-17139, versie: 1: 01-01-2017 t/m 31-12-2017  X

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

IngevolgeGelet op artikel 57, eerste lid, onderdeelonderdelen b en c, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) beleidsregels vast met betrekking tot het uitoefenen van de bevoegdheid om tarieven en prestatiebeschrijvingen vast te stellen.

Ingevolge artikel 59, Wmg heeft de Minister van VWS met brief van 12 juli 2011, kenmerk: MC-U-3072370 ten behoeve van de voorliggende beleidsregel een aanwijzing op grond van artikel 7 Wmg aan de NZa gegeven.

1. Reikwijdte

Deze beleidsregel is van toepassing op de zorg of dienst als omschreven bij of krachtens de Wet langdurige zorg (Wlz) die wordt geleverd door bestaande zorgaanbieders als bedoeld in artikel 4.1 van deze beleidsregel, die zijn toegelaten voor de zorgvorm verblijf in combinatie met één of meer van de zorgvormen persoonlijke verzorging, verpleging, begeleiding of behandeling als omschreven in het Besluit zorgaanspraken Wlz.

Deze beleidsregel is van tevens van toepassing op zorg die wordt geleverd door bestaande zorgaanbieders die zijn toegelaten voor de zorgvormen begeleiding en/of behandeling aan kinderen met een verstandelijke en/of lichamelijke en/of zintuiglijke handicap.

Deze beleidsregel is voor wat betreft de prestatie logeren tevens van toepassing op zorgaanbieders voor zover zij logeren leveren als bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, onderdeel g, Wlz.

2. Doel van de beleidsregel

Het doel van deze beleidsregel is om inzicht te geven in de opbouw en de hoogte van de normatieve huisvestingscomponent (NHC) en de normatieve inventaris component (NIC) voor bestaande zorgaanbieders van intramurale Wlz zorg met de zorgvorm verblijf.

3. Prijspeil

De in deze beleidsregel genoemde NHC-bedragen zijn op gebaseerd op de definitieve index 2017.

De NIC-bedragen bevatten de definitieve materiële kostenindexen 2016 en de voorschotpercentages voor de materiële kosten 2017.

41. Begripsbepalingen

4.1 Bestaande zorgaanbieder

a) Een Centrum Zorg en Bouw / TNO zorgaanbieder die vóór 31 december 2011 een zorg of dienst leverde krachtens de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) en die vóór 31 december 2011 op grond van de beleidsregel ‘Kapitaallasten’ (CA-300-473) werd gebudgetteerd.

b) Een zorgaanbieder die (i) zorg of dienst krachtens de AWBZ/Wlz en/of (ii) het onroerend goed van een bestaande zorgaanbieder overneemt (op of na 1 januari 2017) of heeft overgenomen (periode 31 december 2011 tot 1 januari 2017) via een rechtsopvolging onder algemene of bijzondere titel (zoals bij fusie of splitsing) wordt aangemerkt als bestaande zorgaanbieder en valt derhalve onder de werking van de onderhavige beleidsregel.

c) Een zorgaanbieder die zijn onroerend goed heeft verkocht aan bijvoorbeeld een woningbouwcorporatie, een woningbouwvereniging of -stichting, een projectontwikkelaar, een collega-zorgaanbieder, etc., en dit onroerend goed vervolgens terug huurt en in dat kader de zorg of dienst, die bij of krachtens AWBZ/Wlz wordt verleend, overneemt, respectievelijk voortzet.

4.2 Dutch Centre for Health Assets (DuCHA)

Dit is een expertisecentrumExpertisecentrum met betrekking tot specifieke deskundigheid op het gebied van bouw van Wlz-voorzieningenzorgvoorzieningen in Nederland, ook genaamd. Het centrum is onderdeel van TNO. Vanaf 1 januari 2016 is het Centrum Zorg en Bouw TNOopgenomen binnen het Innovatie Centrum Bouw.

Forensische zorg

Forensische zorg als bedoeld in het Interim-besluit forensische zorg (Stb.2010, 875) voor zover gepaard gaand met verblijf.

Gespecialiseerde ggz

Geneeskundige geestelijke gezondheidszorg als omschreven bij of krachtens de Zorgverzekeringswet (Zvw), niet zijnde generalistische basis ggz.

Inventaris

Roerende medische en andere zaken die in en om het gebouw aanwezig zijn. Onder inventaris wordt ook computerapparatuur en

–programmatuur begrepen. Vervoermiddelen zijn geen inventaris.

Langdurige ggz

Gespecialiseerde ggz die geleverd wordt als zzp 3b t/m 7b, Klinisch Intensieve Behandeling (KIB) volwassenen en toeslag forensische zorg zonder strafrechtelijke titel.

4.3 Normatieve Huisvestingscomponent (NHCnhc)

De normatieve huisvestingscomponent (NHC) is een productiegebondenEen integraal onderdeel van het tarief dat dient als normatieve vergoeding voor (vervangende) (nieuw) bouw en instandhouding. Deze vergoeding bestaat uit een geïndexeerde jaarlijkse bijdrage die voldoende is om, over de gehele levenscyclus van een nieuwbouw Wlz-voorziening, de rente-, afschrijvings- en instandhoudingsuitgaven bij een bezettingspercentage van 97% en bij een vastgestelde investeringsnorm te dekken. In de NHC is geen vergoeding opgenomen voor investeringen in inventaris.

4.4 NHC-tarief per ZZP

Het bedrag per ZZP-dag dat, op grond van de uitgangspunten zoals verwoord in deze beleidsregel, beschikbaar is om de bouw van de Wlz voorzieningen in de vorm van nieuwbouw te kunnen realiseren. Vanaf het jaar 2013 zijn ook de kapitaallasten dagbesteding (intramuraal met indicatie voor dagbesteding) opgenomen in het invoertraject.

4.5 NHC-tarief dagbesteding

Voor cliënten die zorg in de thuissituatie ontvangen en geïndiceerd zijn in termen van Zorgzwaartepakketten (VPT) gelden de NHC-tarieven voor dagbesteding per dag. De voorwaarde hierbij is dat de kapitaallasten niet op andere wijze worden vergoed.

Wanneer een intramurale cliënt de dagbesteding bij een andere zorgaanbieder ontvangt (ZZP exclusief dagbesteding), gelden voor deze zorgaanbieder de NHC-tarieven voor dagbesteding per dagdeel. Hierbij wordt verwezen naar de beleidsregel ‘Prestatiebeschrijvingen en tarieven zorgzwaartepakketten’.

4.6 Inventaris

Inventaris zijn roerende medische en andere zaken die in en om het gebouw aanwezig zijn. Onder inventaris wordt ook computerapparatuur en –programmatuur begrepen. Vervoermiddelen zijn geen inventaris.

4.7 Normatieve inventariscomponent (NICnic)

De normatieve inventariscomponent (NIC) is een productiegebondenEen integraal onderdeel van het tarief dat dient als normatieve vergoeding voor investeringen in inventaris. Deze normatieve vergoeding bestaat uit een jaarlijkse bijdrage die voldoende is om, over de gehele levenscyclus van inventaris, de rente, en afschrijvingskosten bij een bezettingspercentage van 97% en bij een vastgestelde investeringsnorm te dekken.

Vermogenskostenvoet

De vermogenskostenvoet bestaat uit het gewogen gemiddelde van de financieringskosten van zowel vreemd als eigen vermogen.

Zorgaanbieder

De rechtspersoon die beroeps- of bedrijfsmatig geestelijke gezondheidszorg, forensische zorg of langdurige zorg verleent.

Voor overige Wlz-gerelateerde begrippen die in deze beleidsregel gebruikt worden, maar niet hierboven vermeld staan, wordt verwezen naar de beleidsregel ‘Definities Wlz’.

2. Doel van de beleidsregel

Het doel van deze beleidsregel is om vast te leggen op welke wijze de NZa de normatieve huisvestingscomponent (nhc) en normatieve inventariscomponent (nic) bepaalt als onderdeel van de integrale tarieven voor zorg geleverd door zorgaanbieders van gespecialiseerde ggz, fz en/of zorg binnen de Wlz.

3. Reikwijdte

Deze beleidsregel is van toepassing op:

  • de zorg of dienst als omschreven bij of krachtens de Wet langdurige zorg (Wlz) die wordt geleverd door zorgaanbieders die op grond van de Wet toelating zorginstellingen (WTZi) zijn toegelaten voor de zorgvorm verblijf in combinatie met één of meer van de zorgvormen persoonlijke verzorging, verpleging, begeleiding of behandeling, als bedoeld in de Wlz;
  • de zorg of dienst als omschreven bij of krachtens de Wet langdurige zorg (Wlz) die wordt geleverd door zorgaanbieders die op grond van de Wet toelating zorginstellingen (WTZi) zijn toegelaten voor de begeleiding en/of behandeling aan kinderen met een verstandelijke en/of lichamelijke en/of zintuiglijke handicap.
  • geneeskundige geestelijke gezondheidszorg (ggz) als omschreven bij of krachtens de Zorgverzekeringswet (Zvw), niet zijnde generalistische basis-ggz, in combinatie met verblijf.
  • zorgaanbieders als bedoeld in het Interimbesluit forensische zorg1, die forensische zorg met verblijf in strafrechtelijk kader verlenen.

Deze beleidsregel is voor wat betreft de prestatie logeren tevens van toepassing op zorgaanbieders voor zover zij logeren2 leveren als bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, onderdeel g, van de Wlz, indien en voor zover een natuurlijk persoon deze zorg levert.

54. Opbouw NHCUitgangspunten nhc

BijHet in de bepalingintegrale tarieven opgenomen nhc is berekend op basis van de hoogtedoor TNO opgestelde investeringsbedragen, waarbij is uitgegaan van de NHC worden de volgendeonderstaande uitgangspunten gehanteerd..

5.14.1 Investeringsbedragen per ZZPzzp, dbc en dbbc

Voor de berekening van de NHCnhc zijn per ZZP investeringsbedragen bepaald die benodigd zijn voor nieuwbouw en instandhouding van Wlz-voorzieningen. Investeringen in inventaris maken geen deel uit van deze bedragen.

4.2. Looptijd

Voor de normering van het investeringspatroon, is gekozen voor een looptijd van 30 jaar zonder renovatie.

4.3 Rente

De vermogenskostenvoet waartegen de instelling de investering financiert bedraagt 4,65%.3

4.4 Bouwtijd

Voor de bouwtijd is uitgegaan van een periode van 18 maanden, met uitzondering van de beveiligingsniveaus 2, 3 en 4 forensische zorg, waar is uitgegaan van een periode van 24 maanden.

4.5 Jaarlijkse instandhouding

Voor de jaarlijkse instandhouding is een percentage van 0,8% van de nieuwbouwwaarde opgenomen op jaarbasis.

5.2 Uitgangspunten NHC4.6 Grond, interim-huisvesting en terreinvoorzieningen

Op grond van de investeringsbedragen zijn de NHC-tarieven berekend waarbij de NZa is uitgegaan van de volgende uitgangspunten:

5.2.1 Looptijd

Voor de normering van het investeringspatroon, is gekozen voor een looptijd van 30 jaar zonder renovatie.

5.2.2 Rente

Voor de rente is uitgegaan van een percentage van 5,0%.

5.2.3 Bouwtijd

Voor de bouwtijd is uitgegaan van een periode van 18 maanden.

5.2.4 Jaarlijkse instandhouding

Voor de jaarlijkse instandhouding is een percentage van 0,8% van de nieuwbouwwaarde opgenomen op jaarbasis.

5.2.5 Bezettingspercentage

Voor het bezettingspercentage is een percentage van 97% gehanteerd. Het leegstandspercentage wordt berekend over de kapitaallastencomponent van de NHC, exclusief de kosten voor jaarlijkse instandhouding. Bij logeren is uitgegaan van een bezettingspercentage van 75%.

5.2.6 Grond, interim-huisvesting en terreinvoorzieningen

Voor deze driede onderdelen grond, interim-huisvesting en terreinvoorzieningen geldt binnen de nhc één component. Hierbij is de gemiddelde grondprijs in Nederland 14 gehanteerd, waaraan een component van 10% van de gemiddelde grondprijs is toegevoegd.

5.2.7 Indexering

De NHC wordt gedurende de overgangsperiode van 2012 tot 2018 jaarlijks geïndexeerd met 2,5%.

5.2.8 NHC-onderhoud

In 2017 worden de NHC-parameters rente en indexering geëvalueerd.

4.7 Indexering

De nhc wordt tot het volgende herijk moment jaarlijks geïndexeerd met 2,5%.

4.8 Indexlening

Voor de berekening van de vergoeding van de huisvestingslasten door een normatieve huisvestingscomponent (nhc) is gebruik gemaakt van de rekenmethode voor een zogenaamde indexlening. Deze methode berekent eerst een gelijkblijvende vergoeding van de som van de componenten aflossing, rente, jaarlijkse instandhouding en frictieleegstand over de gekozen levensduur van het vastgoed. Vervolgens wordt de jaarlijkse NHC in deze berekeningsmethodiek herberekend met een indexpercentage. De startbedragen worden daardoor lager en de eindbedragen hoger. De contante waarde van deze vergoeding bij de gekozen levensduur is daardoor in alle jaren gelijk.

4.9 Bezettingspercentage

In de volgende tabel wordt per afzonderlijke prestatie aangegeven welk bezettingspercentage wordt gehanteerd bij de berekening van de nhc. Dit leidt tevens tot de in de onderstaande tabel vermelde percentuele correcties op de nhc. De correctie op de nhc wordt berekend over de nhc, exclusief de kosten voor jaarlijkse instandhouding.

2017-12-13 16_42_29-BR-REG-18148 NHC en NIC gespecialiseerde ggz, forensische zorg en langdurige zor 5

65. Opbouw NICUitgangspunten nic

De nic is alleen van toepassing op de zzp-prestaties. Bij de bepaling van de hoogte van de NIC wordennic hanteert de NZa de volgende uitgangspunten gehanteerd.

6.1 Uitgangspunten

Bij de berekening van de NIC is de NZa is uitgegaan van de volgende uitgangspunten:

6.1.1 Rente

Voor de rente is uitgegaan van een percentage van 4,0%.

6.1.2 Bezettingspercentage

Voor het bezettingspercentage is een percentage van 97% gehanteerd. Bij logeren is uitgegaan van een bezettingspercentage van 75%.

6.1.3 Indexering

De NIC wordt geïndexeerd conform de indexatie van de materiële kosten.

5.1. Rente

De vermogenskostenvoet waartegen de instelling de investeringen in inventaris financiert bedraagt 4,65%6.

5.2. Bezettingspercentage

De nic is enkel van toepassing op de zpp-prestaties, KIB-volw. en Logeren Wlz. Voor de bezettingspercentages wordt aangesloten bij bovenstaande tabel.

5.3 Indexering

De nic wordt geïndexeerd op grond van de indexatie van de materiële kosten. Deze component bevat het definitieve percentage 2017 en het voorschotpercentage 2018. De aanpassing van de materiële kosten in jaar t is gebaseerd op gegevens uit de tabel ‘Middelen en bestedingen’ van het Centraal Economisch Plan (CEP) van het Centraal Planbureau (CPB) van het jaar t.

Deze aanpassing bestaat uit:

  • een structurele doorwerking in jaar t van het uit het CEP blijkende verschil tussen de voor- en eindcalculatie van het jaar t-1;
  • een 100% voorcalculatie van het voorlopige CEP-indexcijfer voor het jaar t.

7. Tariefsoort

De NHC-tarieven en de NIC-tarieven zoals die zijn opgenomen in artikel 8 van deze beleidsregel zijn vaste tarieven. Een vast tarief is een tarief waarvan niet mag worden afgeweken (artikel 50, eerste lid, onder b, Wmg).

8. NHC-tarieven en NIC-tarieven

8.1 Verpleging en Verzorging (V&V)

Normatieve huisvestingscomponent V&V

14

Normatieve inventariscomponent V&V

15

8.1.1 Opslag kapitaallasten en inventaris dagbesteding (per dag) (VPT)

16

8.2 Geestelijke gezondheidszorg (GGZ)

Normatieve huisvestingscomponent GGZ

16

Normatieve inventariscomponent GGZ

17

8.2.1 Overige NHC-tarieven en NIC-tarieven GGZ

Voor de prestaties overige basisprestatie Klinisch intensieve behandeling (KIB) en forensische zorg zonder strafrechtelijke titel zijn NHC-tarieven en NIC-tarieven vastgesteld.

8.2.2 Overige basisprestatie Klinisch intensieve behandeling (KIB) 1

Normatieve huisvestingscomponent KIB

18

Normatieve inventariscomponent KIB

20

8.2.3 Toeslag forensische zorg zonder strafrechtelijke titel

21

8.3 Gehandicaptenzorg (GHZ)

8.3.1 Verstandelijk Gehandicapt (VG)

Normatieve huisvestingscomponent VG

23

Normatieve inventariscomponent VG

24

Normatieve huisvestingscomponent VG

25

Normatieve inventariscomponent VG

26

8.3.1.1 Opslag kapitaallasten en inventaris dagbesteding (per dag) (VPT)

27

8.3.1.2 Kapitaallasten en inventaris dagbesteding (per dagdeel)

28

8.3.2 Licht Verstandelijk Gehandicapt (LVG)

Normatieve huisvestingscomponent LVG

29

8.3.3 Sterk Gedragsgestoord Licht Verstandelijk Gehandicapt ( SGLVG)

Normatieve huisvestingscomponent SGLVG

30

Normatieve inventariscomponent SGLVG

31

8.3.4 Lichamelijk Gehandicapt (LG)

Normatieve huisvestingscomponent LG

32

Normatieve inventariscomponent LG

33

Normatieve huisvestingscomponent LG

34

Normatieve inventariscomponent LG

35

Normatieve huisvestingscomponent LG

36

Normatieve inventariscomponent LG

37

8.3.4.1 Opslag kapitaallasten en inventaris dagbesteding (per dag) (VPT)

38

8.3.4.2 Opslag Kapitaallasten en inventaris dagbesteding (per dagdeel)

39

8.3.5 Zintuiglijk gehandicapt auditief en communicatief (ZG-aud)

Normatieve huisvestingscomponent ZG-aud

40

Normatieve inventariscomponent ZG-aud

41

Normatieve huisvestingscomponent ZG-aud

42

Normatieve inventariscomponent ZG-aud

43

8.3.5.1 Opslag kapitaallasten en inventaris dagbesteding (per dag)

44

8.3.5.2 Opslag kapitaallasten en inventaris dagbesteding (per dagdeel)

45

8.3.6 Zintuiglijk gehandicapt visueel (ZG-vis)

Normatieve huisvestingscomponent ZG-vis

46

Normatieve inventariscomponent ZG-vis

47

Normatieve huisvestingscomponent ZG-vis

48

Normatieve inventariscomponent ZG-vis

49

Normatieve huisvestingscomponent ZG-vis

50

Normatieve inventariscomponent ZG-vis

51

8.3.6.1 Opslag kapitaallasten en inventaris dagbesteding (per dag)

52

8.3.6.2 Opslag Kapitaallasten en inventaris dagbesteding (per dagdeel)

53

8.3.7 Toeslag kinderdagcentra GHZ (KDC)

54

De som van de toeslag kinderdagcentra GHZ (KDC) en de reeds in de basis NHC opgenomen vergoedingen voor dagbesteding en voor behandeling mag niet meer bedragen dan het tarief voor de prestatie Kapitaallasten dagbesteding kind GHZ (totaal € 16,19per dagdeel / € 20,76 per dag).

8.4 Overige basisprestaties (NHC en NIC)

Normatieve huisvestingscomponent

55

Normatieve inventariscomponent

56

9. Declaratie van de NHC en NIC

Declaratie vindt plaats op basis van de afgesproken intramurale zorgprestaties en prestaties dagbesteding kind GHZ inclusief het in tabel 1 en 2 van artikel 4.1 van de beleidsregel ‘Invoering normatieve huisvestingscomponent (NHC) en normatieve inventaris component (NIC) bestaande zorgaanbieders’ opgenomen percentage NHC en NIC van dat jaar. Vanaf 1 januari 2015 is dit ook inclusief het opgenomen percentage budget NIC (tabel 2 van artikel 4.1 van de beleidsregel ‘Invoering normatieve huisvestingscomponent (NHC) en normatieve inventaris component (NIC) bestaande zorgaanbieders’) van dat jaar. De regeling ‘Declaratievoorschriften Wlz-zorg’ is van overeenkomstige toepassing.

106. Jaarsluittarief/vereffeningbedragIntegraal tarief

Bij de vaststelling van de tarieven in jaar t is het uitgangspunt dat het totaal aan opbrengsten (dat ontstaat uit het in rekening brengen van deze tarieven) dekking geeft voorDe nhc en aansluit bij de aanvaardbare kostennic zijn een onlosmakelijke deel van jaar thet gehele integrale tarief. AlsEr geldt een nhc voor het totaal aan opbrengsten verschiltverblijfsdeel van de aanvaardbare kosten, wordt dit verschil verwerkt:het db(b)c-tarief en voor het gehele zzp-tarief.

Een nic geldt alleen voor de zzp-prestaties. Inventaris wordt binnen de db(b)c productstructuur vergoedt via de verblijfsprestatie.

Het integrale tarief wordt afhankelijk van de betrokken sector gedeclareerd op basis van de volgende voorschriften:

  • in het jaarsluittarief van jaar t alsgespecialiseerde ggz: de algemeen geldende tariefbeschikking voor de opbrengsten lager zijn dandbc-productstructuur van de gespecialiseerde ggz met inachtneming van de aanvaardbare kosten;Regeling gespecialiseerde ggz.
  • in het vereffeningsbedrag van jaar t alsforensische zorg: de algemeen geldende tariefbeschikking voor de opbrengsten hoger zijn dandbbc-productstructuur van de forensische zorg met inachtneming van de aanvaardbare kostenRegeling forensische zorg.
  • Wlz: de voorschriften zoals vastgelegd in de Regeling declaratievoorschriften, administratievoorschriften en informatieverstrekking Wlz 2018.

117. IntrekkingIntrekken oude beleidsregelbeleidsregels

Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze beleidsregel wordtworden de ‘Beleidsregel tarieven normatieve huisvestingscomponent (NHC) en normatieve inventariscomponent (NIC) bestaande zorgaanbieders’, met kenmerk CA-BR-1612a,volgende beleidsregels ingetrokken. :

  • ‘Tarieven normatieve huisvestingscomponent (nhc) en normatieve inventariscomponent (nic) curatieve ggz’, met kenmerk BR/REG-17112;
  • ‘Invoering en tarieven normatieve huisvestigingscomponent (nhc) en inventariscomponent (nic) nieuwe zorgaanbieders’, met kenmerk BR/REG-17132;
  • ‘Tarieven normatieve huisvestingscomponent (nhc) en normatieve inventariscomponent (nic) bestaande zorgaanbieders’, met kenmerk BR/REG-17139;
  • ‘Tarieven normatieve huisvestingscomponent (nhc) forensische zorg’, met kenmerk BR/FZ-0016.

12. Overgangsbepaling

De beleidsregel ‘Tarieven normatieve huisvestingscomponent (NHC) en normatieve inventariscomponent (NIC) bestaande zorgaanbieders’ met kenmerk CA-BR-1612a, blijft van toepassing op besluiten en aangelegenheden die hun grondslag vinden in die beleidsregel en die betrekking hebben op de periode waarvoor die beleidsregel gold.

138. InwerkingtredingToepasselijkheid voorafgaande beleidsregel, bekendmaking, inwerkingtreding, voorbehoud en citeerregelciteertitel

Toepasselijkheid voorafgaande beleidsregel

De onder artikel 7 genoemde beleidsregels blijven van toepassing op besluiten en aangelegenheden die hun grondslag vinden in die beleidsregel en die betrekking hebben op de periode waarvoor die beleidsregel gold.

Inwerkingtreding / Bekendmaking

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 januari 2018.

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 januari 2017, tenzij de Staatscourant waarin de mededeling als bedoeld inIngevolge artikel 20, tweede lid, onderdeel b, van de Wmg wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2016, in welk geval de beleidsregel in werking treedt met ingangzal van de dag na de datumvaststelling van uitgifte van de Staatscourant waarin dedeze beleidsregel mededeling wordt geplaatst en terugwerkt tot en met 1 januari 2017worden gedaan in de Staatscourant.

Voorbehoud

Deze beleidsregel wordt door de NZa vastgesteld onder voorbehoud van inwerkingtreding van de aanwijzing wijziging tariefsoort Wlz van de Staatssecretaris van VWS. De zakelijke inhoud van die aanwijzing is bij de Eerste en Tweede Kamer voorgehangen bij brief van de Staatssecretaris van 24 mei 2017 (Kamerstukken II, 2016/17, 29515, nr. 417). Indien de aanwijzing niet wordt gegeven, zal de NZa een gewijzigde beleidsregel vaststellen. Dit betekent dat indien de NZa geen beleidsregel heeft vastgesteld die de voorliggende vervangt, de voorliggende beleidsregel onverkort van toepassing is.

Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel tarieven normatieve huisvestingscomponent (NHCnhc) en normatieve inventariscomponent (NICnic) bestaande zorgaanbieders’gespecialiseerde ggz, forensische zorg en langdurige zorg.

TOELICHTING

Wijzigingen

Met ingang van 2017 zijn de NIC en NHC prestaties verblijfscomponent kortdurend verblijf vervangen voor nieuwe logeerprestaties. De aanleiding hiervoor is de wens van partijen om integrale logeerprestaties in te voeren die alle geleverde zorg omvatten. De uitgangspunten voor de NHC en NIC waarden en de NHC en NIC waarden zoals vastgesteld bij invoering van de NHC en NIC zijn niet gewijzigd. Het aantal NHC en NIC prestaties voor logeren is wel gewijzigd. De NHC en NIC waarden zijn vanaf 2017 niet van toepassing op één logeerprestatie (VG, LG) maar op drie afzonderlijke logeerprestaties te weten logeren VG, logeren LVG en logeren LG. Tevens is sprake van vijf nieuwe codes voor logeren (VV, VG, LG, LVG en ZG) omdat de prestatiebeschrijving voor logeren in de beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven zorgzwaartepakketten per 2017 aanzienlijk is gewijzigd.

Algemeen

Normatieve huisvestingscomponent (NHC)

Met ingang van 2012 is de budgetsystematiek en het systeem van nacalculatie vervangen door een prestatiegebonden vergoeding op basis van landelijke uniforme tarieven in de vorm van de normatieve huisvestingscomponent (NHC). Het doel is om de NHC uiteindelijk op te nemen in de tarieven van de zorgzwaartepakketten (ZZP’s) en in 2018 over te gaan op een volledig integraal tarief.

Het nieuwe systeem kent drie essentiële verschillen ten opzichte van het bestaande systeem:

  1. De vergoeding voor de kapitaallasten wordt niet langer gebonden aan een object en individueel berekend maar wordt vervangen door een vaste productievergoeding per cliënt.
  2. De vergoeding van de kapitaallasten is niet langer gekoppeld aan een vergunning.
  3. Het moment van investeren en de vergoeding van de kapitaallasten worden daardoor ontkoppeld.

Bij de berekeningen van de NHC is uitgegaan van de in de bouwnormen 2008 opgenomen vierkante meters per cliënttype. De uitkomsten daarvan zijn gekoppeld aan het totale aantal cliënten per zorgzwaartepakket dat in het voorjaar van 2009 bekend was en in de onderscheiden sectoren intramurale zorg ontving. Tot slot is dit afgezet tegen de premisse dat alle gebouwen in de intramurale langdurige zorg op enig moment ten minste moeten kunnen beschikken over het bij de bouwnormen 2008 horende aantal vierkante meters per ZZP. De maximale prijs voor het maximale aantal cliënten/zorgzwaartepakketten is vervolgens afgezet tegen 5% rente en prijspeil 2011, waarin de conjuncturele aanbestedingsresultaten tot en met het derde kwartaal van 2010 zijn betrokken.

In het macrobedrag dat daaruit voortvloeit, is verdisconteerd dat alle gebouwen in de langdurige zorg qua vierkante meters op het niveau zijn gebracht van de voor de integrale tarieven als basis genomen vierkante meters volgens de bouwnormen 2008. Dit bedrag vormt voor de NZa de maximale ruimte waarbinnen tarieven kunnen worden berekend.

De vanaf 1 januari 2012 geldende NHC’s kennen een modulaire opbouw. Zowel voor behandeling als dagbesteding gelden gedifferentieerde NHC-componenten. De (opslag) kapitaalslasten dagbesteding was tot 2013 nog niet opgenomen in het overgangstraject naar integrale tarieven. Vanaf het jaar 2013 zijn ook de kapitaallasten dagbesteding (intramuraal met indicatie dagbesteding) opgenomen in de overgangsregeling.

Normatieve inventariscomponent (NIC)

Met ingang van 2014 is voor inventaris een prestatie afhankelijke norm ontwikkeld. Deze norm is gebaseerd op een onderzoek van Centrum Zorg en Bouw. Per cluster ZZP’s is een inventarisbudget bepaald.

Cluster indeling:

57

Rentevergoeding van 4%

Naast afschrijvingskosten bevat de norm voor inventaris een rente component. In de huidige systematiek wordt de gewogen gemiddelde boekwaarde van de inventaris opgenomen onder de activa van de rentenormeringbalans.

In de normatieve huisvestingscomponent (NHC) is een rente vergoeding opgenomen van 5%. Dit is gebaseerd op historische gegevens. De afschrijvingstermijn van inventaris is echter aanzienlijk korter dan de afschrijvingstermijn van vastgoed.

Bij de financiering van inventaris zal eerder sprake zijn middellange leningen (=<10 jaar) in vergelijking met vastgoedfinanciering. Uit de systematiek van de rentenormering blijkt dat de rentevergoeding ook voor een (onbekend) deel kan bestaan uit inflatievergoeding voor eigen vermogen en/of de normatieve vergoeding voor kort krediet.

Het CBS heeft in opdracht van het Ministerie van VWS de ontwikkelingen van de rente in de Wlz voor zorginstellingen onderzocht. Hieruit blijkt dat de mediane rente van leningen met een looptijd van 5 tot 10 jaar in de Wlz 4% bedraagt. In de tariefberekening heeft de NZa een rentevergoeding van 4% opgenomen.

Macroneutraliteit

Macroneutraliteit is het uitgangspunt voor de nieuwe norm voor inventaris. Conform de Aanwijzing integrale tarieven langdurige zorg en gehele GGZ van 12 juli 2011 vindt de invoering van integrale bekostiging budgetneutraal plaats. De normatieve inventaris component is zodanig vastgesteld dat vermenigvuldiging met het totaal aantal dagen per ZZP gelijk is aan het totale beschikbare intramurale macrobudget inventaris 2013.

Artikelgewijs

Artikel 2. Doel van de beleidsregel

Per 1 januari 2012 is de systematiek van nacalculatie van intramurale zorggebouwen ten behoeve van de zorg of dienst als omschreven bij of krachtens de AWBZ/Wlz vervangen door een prestatiegebonden vergoeding op basis van landelijke uniforme tarieven.

Artikel 3. Prijspeil

De NHC’s zijn op prijspeil 2017 gebracht door een indexatie van 2,5% conform artikel 5.2.7.

Artikel 4. Begripsbepalingen

Invoering van integrale tarieven kan niet per direct gebeuren maar dient geleidelijk te worden ingevoerd. Om die reden beschrijft de beleidsregel ‘Invoering normatieve huisvestingscomponent (NHC) bestaande zorgaanbieders’ het overgangsregime dat in de periode van 2012 tot en met 2017 van toepassing zal zijn op zorgaanbieders die reeds op 31 december 2011 intramurale langdurige AWBZ-zorg leverden aan cliënten en voor kapitaallasten reeds voor 31 december 2011 een vergoeding ontvingen op grond van de beleidsregel ‘Kapitaallasten’, de zogenaamde bestaande aanbieders.

Nieuwe zorgaanbieders, dat wil zeggen, zorgaanbieders die voor 31 december 2011 nog geen vergoeding voor intramurale kapitaallasten ontvingen op grond van de beleidsregel ‘Kapitaallasten bestaande zorgaanbieders’, kunnen geen gebruik maken van de overgangsregeling. Deze zorgaanbieders behoeven immers hun werkwijze niet aan te passen aan de nieuwe systematiek, zij zijn vanaf 1 januari 2012 nieuw en kunnen derhalve zonder overgangsperiode, direct de NHC-tarieven in rekening gaan brengen. Voor deze nieuwe zorgaanbieders is aldus direct sprake van invoering van integrale tarieven, zonder overgangstraject. In de beleidsregel ‘Invoering en tarieven normatieve huisvestings­component (NHC) en normatieve inventariscomponent (NIC) nieuwe zorgaanbieders’ wordt beschreven op welke wijze de bekostiging van nieuwe zorgaanbieders plaats zal gaan vinden en wat voor soort tarieven door hen in rekening kunnen worden gebracht.

De NZa benadrukt dat een zorgaanbieder die onroerend goed en/of zorg of dienst in de zin van de AWBZ/Wlz van een bestaande aanbieder overneemt tevens wordt beschouwd als bestaande zorgaanbieder teneinde misbruik van deze regeling te voorkomen. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat bestaande zorgaanbieders een nieuwe rechtspersoon oprichten waaraan onroerend goed wordt verkocht en door welke rechtspersoon voorts tevens de zorgactiviteiten worden overgenomen teneinde te kunnen worden beschouwd als nieuwe zorgaanbieder in de zin van deze beleidsregel.

Verder wijst de NZa erop dat dit ook geldt voor bestaande zorgaanbieders die hun onroerend goed verkopen aan een woningbouwcorporatie waarna via een huurcontract de panden worden teruggehuurd en de zorg of dienst krachtens Wlz worden overgenomen teneinde te kunnen worden beschouwd als nieuwe zorgaanbieder. Ook in dit geval beschouwt de NZa de overnamekandidaat als bestaande zorgaanbieder en niet als nieuwe zorgaanbieder in de zin van deze beleidsregel.

Artikel 4.2 Dutch Centre for Health Assets (DuCHA)

Met ingang van 1 januari 2010 is het College bouw zorginstellingen (CBZ) opgehouden te bestaan vanwege de afschaffing van het bouwregime per 1 januari 2009. Om die expertise niet verloren te laten gaan heeft het Ministerie van VWS besloten het Centrum Zorg en Bouw, onderdeel van TNO, te starten. Het Centrum voert taken uit voor de overheid omtrent de gebouwkwaliteit. Daarnaast levert het Centrum advies op maat voor bouwen in de zorg. De NZa heeft de rapportages van Centrum Zorg en Bouw betrokken bij het bepalen van de NHC.

Artikel 4.7

Inventaris zijn losse gebruiksgoederen die in en om het gebouw aanwezig zijn, die niet nagelvast zijn verbonden aan het gebouw, niet zijn vastgezet in de aarde en niet zijnde een vervoermiddel.

Artikel 5. Opbouw NHC

Artikel 5.1 Investeringsbedrag per ZZP

Voor de investeringsbedragen per ZZP is het rapport van Centrum Zorg en Bouw ´Investeringskosten per zorgzwaartepakket; Basis voor NHC in de Care 12 november 2009’ 2 als basis genomen. In dit rapport wordt per ZZP een investeringsbedrag berekend, dat nodig is voor de nieuwbouw van Wlz-voorzieningen.

Centrum Zorg en Bouw heeft in een tweede rapport ‘Investeringskosten per zorgzwaartepakket; Basis voor NHC in de Care 2 augustus 2010’ 3 een vertaling gemaakt waarin de beleidsvrijheid van CBZ in het toekenningen van specifieke voorzieningen is meegenomen.

Een nieuwe normatieve systematiek biedt zorgaanbieders de mogelijkheid om zelf keuzes te maken voor specifieke voorzieningen. Op basis van de beschikbare financiële middelen is hiervoor een algemene toeslag van 2% op de normatieve huisvestingscomponent beschikbaar gesteld, in de plaats van de diverse specifieke toeslagen die in het kader van het bouwregime mogelijk waren. De beschikbare 2% is na overleg met de brancheorganisaties en VWS en na inhoudelijke toetsing door Centrum Zorg en Bouw op enkele punten niet generiek, maar specifiek toegedeeld aan de ZZP's. Dit leidt tot bovenstaande investeringsbedragen.

De investeringsbedragen uit de rapporten van Centrum Zorg en Bouw (van november 2009 en augustus 2010) zijn gebaseerd op de Bouwnota 2008 en zijn geïndexeerd naar het prijspeil van januari 2011 met een percentage van –/–1%. Dit laatste negatieve percentage is het gevolg van de positieve aanbestedingsresultaten in de periode 2008-2011.

Tabel investeringsbedragen per ZZP (prijspeil 1 januari 2012)

58

Artikel 5.2 Uitgangspunten NHC

Voor de omrekeningen van investeringsbedrag per ZZP naar een NHC-tarief per dag is gebruik gemaakt van het rapport van Centrum Zorg en Bouw ‘Berekeningssystematiek NHC in de Care’. Het rapport Berekeningsmethodiek NHC in de Care (van 4 mei 2011) beschrijft de berekeningssystematiek die wordt gebruikt voor bepaling van de NHC. In het rapport zijn alle stappen om van investeringsbedragen tot een NHC te komen beschreven.

Teneinde te komen tot een berekening is door de NZa en het Ministerie van VWS voor bepaalde uitgangspunten gekozen. De NZa verwijst naar de Aanwijzing van het Ministerie van VWS ter zake. Deze uitgangspunten hebben uiteindelijk geleid tot de definitieve vaststelling van de hoogte van de NHC-bedragen zoals beschreven in artikel 5 van deze beleidsregel.

5.2.5, 6.2 en 11.4 NHC logeren en NIC logeren

De tarieven voor logeren zijn formeel gezien (mede) gebaseerd op artikel 11 van de aanwijzing van de Staatssecretaris van VWS van 31 oktober 2008, Staatscourant 2008, 219. Zo kan ten gunste van zorgaanbieders worden voorzien in een lager bezettingspercentage (dus hoger tarief) dan voor de NHC en NIC is voorgeschreven. Voor het overige is zoveel mogelijk aangesloten bij de systematiek van de NHC en NIC.

Artikel 5.2.6 Grond, interim-huisvesting en terreinvoorzieningen

In de NHC-tarieven wordt rekening gehouden met een deelbedrag van 10% bovenop de gemiddelde grondprijs in Nederland als onderdeel van de onderscheiden normatieve huisvestingscomponenten.

Er is een nauwe samenhang tussen grond en interim-huisvesting. Nieuwe gebouwen op dezelfde, reeds in bezit zijnde grond vergen interim-voorzieningen voor de cliënten. Vervangende nieuwbouw op een ander terrein maakt interim-huisvesting overbodig, maar noodzaakt tot aanschaf van dat nieuwe terrein dan wel huur van de nieuwe voorziening. Een zorgaanbieder kan op een nieuwe locatie grond kopen, op deze grond bebouwen, vervolgens de cliënten laten verhuizen en aansluitend de oude locatie al dan niet met gebouw erop verkopen, verhuren of voor een ander doel gebruiken. Een zorgaanbieder kan evenwel ook besluiten om op dezelfde locatie nieuwbouw te realiseren in welk geval er gebruik gemaakt moet worden van tijdelijke, vervangende (interim)-huisvesting en er mogelijk terreinvoorzieningen nodig zijn. Terreinvoorzieningen zijn in geval van eigendom vaak noodzakelijk als vervangende nieuwbouw (elders) op het stuk grond plaatsvindt. Er kan daardoor behoefte zijn aan nieuwe aansluitingen op het riool en/of de waterleiding of aan wegen of een parkeerterrein. Door één percentage vergoeding in de normatieve huisvestingscomponent op te laten nemen kunnen zorgaanbieders – al dan niet daartoe door hun huidige gebouwenbestand gedreven – keuzes maken ten aanzien van de voor hen optimale wijze van opereren.

Artikel 5.2.7 Indexering

De NHC’s worden gedurende de overgangsperiode van 2012 tot 2018 jaarlijks geïndexeerd met 2,5%. Hierdoor blijven de NHC’s zo stabiel en voorspelbaar mogelijk. Dit betekent dat gedurende deze periode geen wijzigingen in de NHC-berekening worden doorgevoerd en alleen sprake is van de vaste jaarlijkse algemene indexering van 2,5% op het NHC-tarief. Deze indexering is in lijn met het NHC-rekenmodel.

Artikel 5.2.8 NHC onderhoud

In 2017 vindt een evaluatie plaats. Dit biedt de mogelijkheid om, voordat het tarief in 2018 volledig integraal wordt, eventuele wijzigingen door te voeren wanneer de ontwikkelingen in de markt grote afwijkingen vertonen ten opzichte van de huidige uitgangspunten.

Meer informatie over het NHC onderhoud is te vinden in ‘Advies NHC-onderhoud’ van februari 2012. Dit advies is te vinden op de website van de NZa.

Artikel 7 Tariefsoort

Voor bestaande zorgaanbieders geldt tijdens de overgangsperiode een vast tarief voor de NHC, waar niet van afgeweken mag worden.

Artikel 8. NHC-tarieven

Artikel 8.2.3 Overige NHC-tarieven GGZ

Voor de prestaties overige basisprestatie Klinisch Intensieve Behandeling (KIB) en forensische zorg zonder strafrechtelijke titel zijn per 2013 NHC-invoering van zowel de nhc als de nic is een overgangstraject afgesproken van zes jaren die eindigt op 1 januari 2018. Met ingang van deze datum gelden integrale tarieven in, waarvan de beleidsregel opgenomen. Deze NHC-tarieven zijn gebaseerd opnhc en nic een onderdeel vormen. Hoewel de investeringsnormenindividuele nhc en NHC’snic niet langer in deze beleidsregel worden getoond, wordt in deze beleidsregel inzicht verschaft in de FZwijze van berekening van deze onderdelen. De afzonderlijke beleidsregels voor de nhc en cGGZnic binnen de sectoren Wlz, gespecialiseerde ggz en forensische zorg zijn hiermee vervallen en de onderbouwing is ondergebracht in één geïntegreerde beleidsregel.

Bij de bepaling van de overige NHC-tarieven GGZ zijn de investeringsnormen voor de curatieve GGZ en de forensische zorg gebruikt. Voor de Wlz is een NHC inclusief behandeling van toepassing waarbij wordt uitgegaan van een bezettingsgraad van 97%. Daarom heeft een omrekening plaatsgevonden om te komen tot de Wlz-normen, waarbij is uitgegaan van een bezettingsgraad van 97% en een investeringsnorm inclusief behandeling.

Onderstaande tabellen laten zien welke bezettingsgraden in de Zvw, forensische zorg en Wlz van toepassing zijn. De vermelde verblijfstypen geven de deelprestaties verblijf aan variërend van een lichte verzorgingsgraad (verblijfstype A) tot een zeer intensive verzorgingsgraad (verblijfstype G). De vermelde FZ-niveaus betreffen de beveiligingsniveaus binnen de forensische zorg. FZ-niveau 2 staat voor een gemiddeld beveiligingsniveau en FZ-niveau 3 voor een hoog beveiligingsniveau.

Verblijfstype

Bezettingsgraad Zvw (=aanwezigheid)

Bezettingsgraad Wlz

(= aan- en afwezigheid)

A

83%

97%

B

87%

97%

C

88%

97%

D

97%

97%

E

91%

97%

F

99%

97%

G

85%

97%

FZ-niveau

Bezettingsgraad FZ (=aanwezigheid)

Bezettingsgraad Wlz

(= aan- en afwezigheid)

2

94%

97%

3

94%

97%

Voor de toeslag forensische zorg zonder strafrechtelijke titel is aangesloten bij de NHC FZ beveiligingsniveau 3. Om in aanmerking te komen voor deze toeslag moet sprake zijn van een toeslag forensische zorg ingevolge de beleidsregel ‘Prestatiebeschrijvingen en tarieven zorgzwaartepakketten’. De toeslag betreft een aanvulling tot maximaal NHC FZ beveiligingsniveau 3. De toeslag is gebaseerd op de NHC van FZ-beveiligingsniveau 3 minus het gewogen gemiddelde van 75% NHC 5GGZ-B en 25% NHC 7GGZ-B.

Artikel 8.3.7 Toeslag kinderdagcentra GHZ (KDC)

In 2012 is een normatieve opslag voor kapitaallasten van kinderdagcentra ingevoerd. Deze opslag is hoger dan de NHC-modules voor dagbesteding en voor behandeling die in de basis NHC zijn verwerkt. Daarom kan een toeslag op de NHC’s afgesproken worden voor de kapitaallasten van de kinderdagcentra voor gehandicapten (KDC). De som van deze toeslag en de reeds in de basis NHC opgenomen vergoedingen voor dagbesteding en voor behandeling mag niet meer bedragen dan het tarief voor de prestatie Kapitaallasten dagbesteding kind GHZ (totaal € 16,16 per dagdeel / € 20,72 per dag).

Artikel 8.4 Overige basisprestaties

Voor een aantal basisprestaties, niet zijnde ZZP’s is geen specifieke NHC ontwikkeld terwijl voor deze prestaties wel sprake is van kapitaallasten in verband met verblijf. Voor de koppeling van deze basisprestaties aan een NHC is gezocht naar NHC’s van ZZP’s waarbij de tarieven van de basisprestaties vergelijkbaar zijn met de tarieven van de ZZP’s. Deze betreffen:

  • Verblijfscomponent niet-geïndiceerde partner;
  • Logeerdagen;
  • Mutatiedagen;
  • Crisisopvang.

Verblijfscomponent niet-geïndiceerde partner

De prestatie verblijfscomponent niet- geïndiceerde partner is gelijk aan de NHC voor ZZP VV1.

Logeren

De tarieven zijn berekend op basis van een gewogen gemiddelde NHC-tarieven binnen de sector bij een bezetting van 75%.

Mutatiedagen

De mutatiedagen V&V worden zowel in- en exclusief behandeling gekoppeld aan de NHC voor ZZP VV1.

Crisisopvang

De crisisopvang wordt als volgt gekoppeld:

Crisisopvang V&V

met behandeling

NHC VV7 inclusief behandeling

Crisisopvang GHZ VG

zonder behandeling

NHC VG6 exclusief behandeling, inclusief dagbesteding

Crisisopvang GHZ VG

met behandeling

NHC VG6 inclusief behandeling, inclusief dagbesteding

Crisisopvang LVG

NHC LVG 4 inclusief behandeling, inclusief dagbesteding

Voor het NHC deel van de basisprestaties crisisopvang is van toepassing dat deze geldt voor zowel dagen dat een cliënt op een crisisbed aanwezig is als dagen waarop de cliënt niet op een crisisbed aanwezig is.

Artikel 9. Declaratie

Bestaande zorgaanbieders declareren de intramurale prestaties en aan de Wlz-uitvoerder. In de te declareren tarieven is het deel van het percentage NHC- en NIC-budget conform tabel 1 en 2 uit artikel 4.1 van de beleidsregel ‘Invoering normatieve huisvestingscomponent (NHC) bestaande zorgaanbieders’ opgenomen.

Een voorbeeld:

Stel de afgesproken ZZP prijs is € 100. Het bijbehorende NHC-tarief is € 10. Dan wordt € 103, (€ 100 + 30% * € 10) in 2014 gedeclareerd. Voor 2015 zou dit € 105 (€ 100 + 50% * € 10) zijn.

Artikel 10. Vaststelling en inhoud jaarsluittarief/vereffenbedrag.

Het budget kapitaallasten wordt conform de verdeling in tabel 1 uit artikel 4 opgenomen in het jaarsluittarief/vereffenbedrag.

Een voorbeeld:

59

Er wordt in dit voorbeeld een tarief gedeclareerd die bestaat uit de ZZP prijs en 20% van het NHC-tarief. In het budget (aanvaardbare kosten) staat echter een nieuwe kapitaallastenvergoeding die bestaat uit 80% budget kapitaal en 20% budget NHC. Hierdoor ontstaat een verschil tussen kosten en opbrengsten. Dit verschil wordt verwerkt in het sluittarief en kan zodoende gedeclareerd worden. Op deze wijze kunnen de kosten volledig gedekt worden door declaratie(s).

Bij de nacalculatie in juni jaar t+1 wordt de definitieve nieuwe kapitaallastenvergoeding vastgesteld. Wanneer deze nieuwe vergoeding afwijkt van hetgeen de zorgaanbieder op basis van de declaratie van de intramurale zorgprestaties en dagbesteding kind GHZ én het jaarsluittarief/vereffenbedrag heeft ontvangen dan wordt het jaarsluittarief/vereffenbedrag hierop aangepast.

Met ingang van 2015 is de methodiek als beschreven in artikel 7 en 8 ook van toepassing op de inventarisvergoeding.

Algemeen

Deze beleidsregel geeft inzicht in de uitgangpunten en berekening van de normatieve huisvestingscomponent (nhc) en de normatieve inventaris component (nic) voor zorgaanbieders die gespecialiseerde ggz, fz en/of zorg binnen de Wlz leveren. Door de overheveling van de langdurige ggz naar de Zvw heeft deze beleidsregel voor wat betreft die sector betrekking op zowel de nhc’s die in combinatie met dbc’s als nhc’s die in combinatie met zzp’s gedeclareerd kunnen worden. De nic is alleen van toepassing voor de zzp-prestaties.

Met ingang van 2012 gold (tot 2018) een overgangsregeling voor de vergoeding van kapitaallasten. Daarbij is een prestatie gebonden vergoeding op basis van landelijke uniforme componenten in de vorm van de normatieve huisvestingscomponent (nhc) geïntroduceerd. Deze vergoeding heeft enkele uitgangspunten die afwijken van het systeem voor 2012:

  1. De vergoeding voor de kapitaallasten is niet langer gebonden aan een object en individueel berekend maar is vervangen door een vaste productievergoeding per cliënt.
  2. De vergoeding van de kapitaallasten is niet langer gekoppeld aan een vergunning.
  3. Het moment van investeren en de vergoeding van de kapitaallasten worden daardoor ontkoppeld.

Vanaf 1 januari 2018 is de nhc opgenomen in de tarieven van de zorgzwaartepakketten (zzp’s) en de db(b)c’s en de nic in de tarieven van de zzp’s. Daarmee is sprake van volledig integrale tarieven.

In 2011 is voor de langdurige ggz in de AWBZ, een nhc ontwikkeld. Deze nhc vergoedt de kapitaallasten (rente en afschrijvingen of daaraan gelijkgestelde huur) ten behoeve van de zorgzwaartepakketten (zzp’s).

Met de aanwijzing van 12 juli 2011, kenmerk MC-U-3072372, aan de NZa heeft de minister van VWS bepaald dat de nhc voor de gehele ggz zal gelden. Voor de gespecialiseerde langdurige ggz is de nhc ingevoerd per 1 januari 2012. Voor de gespecialiseerde ggz met een verblijfsduur korter dan een jaar is de nhc ingevoerd per 1 januari 2013.

Normatieve huisvestingscomponent (nhc) binnen de zzp’s

Voor de investeringsbedragen per zzp is het rapport van Centrum Zorg en Bouw ´Investeringskosten per zorgzwaartepakket; Basis voor nhc in de Care 12 november 2009’ als basis genomen. In dit rapport wordt per zzp een investeringsbedrag berekend, dat nodig is voor de nieuwbouw van AWBZ-voorzieningen.

Centrum Zorg en Bouw heeft in een tweede rapport ‘Investeringskosten per zorgzwaartepakket; Basis voor nhc in de Care 2 augustus 2010’ een vertaling gemaakt waarin de beleidsvrijheid van Centrum Zorg en Bouw in het toekennen van specifieke voorzieningen is meegenomen.

Een nieuwe normatieve systematiek biedt zorgaanbieders de mogelijkheid om zelf keuzes te maken voor specifieke voorzieningen. Op basis van de beschikbare financiële middelen is hiervoor een algemene toeslag van 2% op de normatieve huisvestingscomponent beschikbaar gesteld, in de plaats van de diverse specifieke toeslagen die in het kader van het bouwregime mogelijk waren.

De beschikbare 2% is na overleg met de brancheorganisaties en VWS en na inhoudelijke toetsing door Centrum Zorg en Bouw op enkele punten niet generiek, maar specifiek toegedeeld aan de zzp's.

De investeringsbedragen uit de rapporten van Centrum Zorg en Bouw (van november 2009 en augustus 2010) zijn gebaseerd op de Bouwkostennota 2008 en zijn geïndexeerd naar het prijspeil van januari 2011 met een percentage van –/–1%. Dit laatste negatieve percentage is het gevolg van de positieve aanbestedingsresultaten in de periode 2008-2011. Deze investeringsbedragen, die gebruikt zijn als basis voor de berekening van de initiële nhc’s binnen de zzp’s, staan als laatste vermeld in de in artikel 7 genoemde beleidsregels.

Bij de berekening van de initiële nhc’s is uitgegaan van de in de bouwnormen 2008 opgenomen vierkante meters per cliënttype. De uitkomsten daarvan zijn gekoppeld aan het totale aantal cliënten per zorgzwaartepakket dat in het voorjaar van 2009 bekend was en in de onderscheiden sectoren intramurale zorg ontving. Tot slot is dit afgezet tegen de premisse dat alle gebouwen in de intramurale langdurige zorg op enig moment ten minste moeten kunnen beschikken over het bij de bouwnormen 2008 horende aantal vierkante meters per zzp. De maximale prijs voor het maximale aantal cliënten/zorgzwaartepakketten is vervolgens afgezet tegen 5% rente en prijspeil 2011, waarin de conjuncturele aanbestedingsresultaten tot en met het derde kwartaal van 2010 zijn betrokken.

In het macrobedrag dat daaruit voortvloeit, is verdisconteerd dat alle gebouwen in de langdurige zorg qua vierkante meters op het niveau zijn gebracht van de voor de integrale tarieven als basis genomen vierkante meters volgens de bouwnormen 2008. Dit bedrag vormt voor de NZa de maximale ruimte waarbinnen tarieven kunnen worden berekend.

De vanaf 1 januari 2012 geldende nhc’s kennen een modulaire opbouw. Zowel voor behandeling als dagbesteding gelden gedifferentieerde nhc’s.

Normatieve huisvestingscomponent (nhc) binnen de db(b)c’s

Bij de bepaling van de investeringsbedragen van de nhc voor verblijf-db(b)c’s is uitgegaan van:

  • de prestatie-eisen voor nieuwbouw AWBZ-voorzieningen, opgesteld en uitgegeven door het Bouwcollege, februari 2007;
  • de Bouwkostennota, opgesteld en uitgegeven door het Bouwcollege, laatstelijk verschenen in 2008;
  • de publicatie ‘Bouwkosten Zorgsector 2010’, opgesteld en uitgegeven door TNO;
  • een notitie van TNO met als onderwerp ‘m² aftrek behandeling nhc ggzc’, januari 2014;
  • De publicatie ‘Veldnorm insluiting’, opgesteld en uitgegeven door TNO.

Per verblijfscategorie van de db(b)c-productstructuur voor verblijf is bepaald welke investeringsbedragen benodigd zijn voor nieuwbouw van Zvw/fz-voorzieningen.

De investeringsbedragen zijn gebaseerd op de gebouwbehoefte gekoppeld aan de zorgvraag die naar voren komt uit de prestatiebeschrijving van de productstructuur voor verblijf.

De investeringsbedragen zijn zo opgebouwd dat voor alle verblijfscategorieën hetzelfde basisinvesteringsniveau geldt ten behoeve van ‘verzwaarde bouw’ volgens de prestatie-eisen AWBZ.

Naast deze basis zijn er componenten aan het investeringsbedrag toegevoegd. Deze componenten hebben betrekking op extra investeringskosten voor aanpassing van het gebouw. Per component is een investeringsbedrag bepaald. De mate waarin het investeringsbedrag behorend bij een component wordt opgeteld bij het basis investeringsbedrag, is afhankelijk van de gemiddelde zorgvraag per verblijfscategorie. De gemiddelde zorgvraag is in overleg met branchepartijen en werkbezoeken op basis van de prestatiebeschrijvingen van de db(b)c-productstructuur ingevuld.

Tijdens dit traject heeft het Centrum Zorg en Bouw een adviesrol vervuld. Bij de invoering van de nhc is afgesproken om te onderzoeken of de oorspronkelijke normatieve aftrek voor behandelruimtes redelijk is. Deze aftrek is van belang omdat de nhc alleen betrekking heeft op de kosten van verblijf. Dit onderzoek is in 2014 afgerond en heeft geresulteerd in een wijziging van de aftrek en daardoor ook van de investeringsbedragen per 2015. Ook in dit traject heeft TNO een adviesrol vervuld. Voor de beveiligingsniveaus 2,3 en 4 is deze wijziging destijds niet doorgevoerd. Reden daarvoor was dat het materiële effect niet groot genoeg was om een wijziging toe te passen. Deze aftrek is per 1 januari 2018 alsnog doorgevoerd, vanwege de herijking van de nhc-tarieven.

Ook de investeringsbedragen, die gebruikt zijn als basis voor de berekening van de nhc’s binnen de db(b)c’s staan als laatste vermeld in de in artikel 7 genoemde beleidsregels.

Normatieve inventariscomponent (nic)

Met ingang van 2014 is voor inventaris een prestatie afhankelijke norm ontwikkeld. Deze norm is gebaseerd op een onderzoek van Centrum Zorg en Bouw. In het rapport ‘Herijking inventariskosten AWBZ’ van 23 april 2012, heeft Centrum Zorg en Bouw een onderzoek gedaan naar de inventarisbehoefte binnen de AWBZ. In dit rapport is de jaarlijkse behoefte aan inventarisbudget opgenomen. Per cluster zzp’s is een inventarisbudget bepaald.

Cluster indeling:

2017-12-14 09_11_27-BR-REG-18148 NHC en NIC gespecialiseerde ggz, forensische zorg en langdurige zor

Naast afschrijvingskosten bevat de norm voor inventaris een rente component. In de huidige systematiek wordt de gewogen gemiddelde boekwaarde van de inventaris opgenomen onder de activa van de rentenormeringbalans.

Onderhoud nhc en nic

Bij de invoering van de nhc en nic in 2012 heeft de NZa een onderhoudsrapport gepubliceerd. De hierin opgenomen uitgangspunten worden ook gevolgd voor de ggz en de fz. Uitgangspunt is dat bij de evaluatie in 2017 alleen de componenten rente en inflatie gecorrigeerd kunnen worden indien een bandbreedte van + of – 0,5% ten opzichte van de normen wordt overschreden.

Indexering nhc

Op 16 juni 2016 heeft TNO de NZa geadviseerd over de actuele prijsontwikkelingen. Conform het onderhoudsrapport is het CPI gemonitord over een langere periode (1985 – 2015). Het resultaat hiervan is een gemiddelde index van 1,98%. Hiermee wordt de bandbreedte uit het onderhoudsrapport slechts gering overschreden. Daarom is de oorspronkelijke index van 2,5% in 2018 gecontinueerd.

Rente nhc en nic

Op 26 januari 2016 heeft TNO de NZa geadviseerd over de rentecomponent in de nhc en in de nic. In aansluiting op het onderhoudsrapport is zowel de gemiddelde 10-jaar IRS euro in de afgelopen 10 jaar berekend als het langjarig (1990 – 2014) gemiddelde van afgesloten leningen met een looptijd van 10 jaar of meer. In beide benaderingen komt de gemiddelde rente voor het vreemde vermogen uit op 4,10% en wordt de bandbreedte uit het onderhoudsrapport van 0,5% ten opzichte van de oorspronkelijke rente van 5,0% overschreden. Op 19 mei 2017 heeft Finance Ideas een aanvullend advies aan de NZa uitgebracht over de inbreng van het eigen vermogen bij investeringen in vastgoed en in inventaris. Voor de berekening van een vermogenskostenvoet wordt uitgegaan van 30% eigen vermogen tegen een vergoeding van 5,94%. De vermogenskostenvoet komt hiermee uit op 4,65% voor zowel de nhc als de nic.

Artikelsgewijs

Deze beleidsregel is van toepassing op alle zorgaanbieders die gespecialiseerde ggz en/of fz in combinatie met de functie verblijf leveren of zorg leveren binnen de Wlz. Vrijgevestigde zorgaanbieders vallen niet onder de reikwijdte van deze beleidsregel, omdat verblijf geen onderdeel uitmaakt van hun zorgverlening.

Artikel 1 Centrum Zorg en Bouw

Met ingang van 1 januari 2010 is het College bouw zorginstellingen (CBZ) opgehouden te bestaan vanwege de afschaffing van het bouwregime per 1 januari 2009. Om die expertise niet verloren te laten gaan heeft het Ministerie van VWS besloten het Centrum Zorg en Bouw, onderdeel van TNO, te starten. Het Centrum voert taken uit voor de overheid rond de gebouwkwaliteit. Daarnaast levert het Centrum advies op maat voor bouwen in de zorg. De NZa heeft de rapportages van Centrum Zorg en Bouw betrokken bij het bepalen van de nhc.

Artikel 1 Normatieve inventariscomponent

Inventaris zijn losse gebruiksgoederen die in en om het gebouw aanwezig zijn, die niet nagelvast zijn verbonden aan het gebouw, niet zijn vastgezet in de aarde en niet zijnde een vervoermiddel.

Artikel 2 Doel van de beleidsregel

Per 1 januari 2012 is de systematiek van nacalculatie van intramurale zorggebouwen ten behoeve van de zorg of dienst als omschreven bij of krachtens de AWBZ/Wlz vervangen door een prestatiegebonden vergoeding op basis van landelijke uniforme tarieven.

Artikel 4 Uitgangspunten nhc

Voor de omrekeningen van investeringsbedrag per zzp naar een nhc per dag is gebruik gemaakt van het rapport van Centrum Zorg en Bouw ‘Berekeningssystematiek nhc in de Care’7. Het rapport Berekeningsmethodiek nhc in de Care (van 4 mei 2011) beschrijft de berekeningssystematiek die wordt gebruikt voor bepaling van de nhc. In het rapport zijn alle stappen om van investeringsbedragen tot een nhc te komen beschreven.

Om te komen tot een berekening is door de NZa en het Ministerie van VWS voor bepaalde uitgangspunten gekozen. De NZa verwijst naar de Aanwijzing van het Ministerie van VWS ter zake.

Artikel 4.1 Investeringsbedragen per zzp, dbc en dbbc

Deze investeringsbedragen zijn opgenomen in de onder artikel 7 genoemde voorgangers van deze beleidsregel.

Artikel 4.6 Grond, interim-huisvesting en terreinvoorzieningen

In de nhc wordt rekening gehouden met een deelbedrag van 10% bovenop de gemiddelde grondprijs in Nederland als onderdeel van de onderscheiden normatieve huisvestingscomponenten.

Er is een nauwe samenhang tussen grond en interim-huisvesting. Nieuwe gebouwen op dezelfde, al in bezit zijnde grond vergen interim-voorzieningen voor de cliënten. Vervangende nieuwbouw op een ander terrein maakt interim-huisvesting overbodig, maar noodzaakt tot aanschaf van dat nieuwe terrein dan wel huur van de nieuwe voorziening. Een zorgaanbieder kan op een nieuwe locatie grond kopen, op deze grond bebouwen, vervolgens de cliënten laten verhuizen en aansluitend de oude locatie al dan niet met gebouw erop verkopen, verhuren of voor een ander doel gebruiken. Een zorgaanbieder kan echter ook besluiten om op dezelfde locatie nieuwbouw te realiseren in welk geval er gebruik gemaakt moet worden van tijdelijke, vervangende (interim)-huisvesting en er mogelijk terreinvoorzieningen nodig zijn. Terreinvoorzieningen zijn in geval van eigendom vaak noodzakelijk als vervangende nieuwbouw (elders) op het stuk grond plaatsvindt. Er kan daardoor behoefte zijn aan nieuwe aansluitingen op het riool en/of de waterleiding of aan wegen of een parkeerterrein. Door één percentage vergoeding in de normatieve huisvestingscomponent op te laten nemen kunnen zorgaanbieders – al dan niet daartoe door hun huidige gebouwenbestand gedreven – keuzes maken ten aanzien van de voor hen optimale wijze van opereren.

Artikel 4.9 Bezettingspercentage gespecialiseerde ggz

De bezettingspercentages voor de verblijfscategorieën A t/m G zijn gebaseerd op gegevens die beschikbaar zijn gekomen in het kostprijsonderzoek voor de productstructuur voor verblijf 2012 en gegevens uit het kostprijsonderzoek voor de dbc-tarieven voor 2014.

De bezettingspercentages van de zzp’s en KIB-volw. zijn gebaseerd op de aan- en afwezigheid.

Artikel 4.9 en 5.2 Logeren

De tarieven voor logeren zijn formeel gezien (mede) gebaseerd op artikel 11 van de aanwijzing van de Staatssecretaris van VWS van 31 oktober 2008, Staatscourant 2008, 219. Zo kan ten gunste van zorgaanbieders worden voorzien in een lager bezettingspercentage (dus hoger tarief) dan voor de nhc en nic is voorgeschreven. Voor het overige is zoveel mogelijk aangesloten bij de systematiek van de nhc en nic.

Artikel 5

Voor de zzp’s en KIB-volw. is een nic van toepassing. De kosten inventaris van deze prestaties kennen vanaf 2014 een nieuwe norm. Voor de db(b)c’s is een nic niet van toepassing. De kosten van inventaris voor db(b)c’s zijn onderdeel van het dbc tarief.

Naar boven