Onderwerp: Bezoek-historie

Beleidsregel Beschikbaarheidbijdrage op aanvraag - BR/REG-17180a
Publicatiedatum:22-03-2017Geldigheid:01-01-2017 t/m 31-12-2017Versie:vergelijk Status: Niet meer geldig

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Ingevolge artikel 57, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) beleidsregels vast met betrekking tot het uitoefenen van de bevoegdheid om beschikbaarheidbijdragen vast te stellen.

 

Op grond van artikel 56a, tweede lid, onder a, van de Wmg geeft de NZa op aanvraag toepassing aan artikel 56a, eerste tot en met zevende lid, van de Wmg.

 

Ingevolge artikel 59, aanhef en onder e, van de Wmg heeft de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) bij brieven van 12 december 2012 (kenmerk MC-U-3147126), 16 juli 2014 (kenmerk 640237-123257-MC), 11 december 2014 (kenmerk 696542-130372-MC en 692617-129795-MC), 16 juni 2015 (kenmerk 776212-137548-MC) en 30 juni 2015 (kenmerk 776198-137542-MC) ten behoeve van de voorliggende beleidsregel een aanwijzing op grond van artikel 7 van de Wmg aan de NZa gegeven.

 

Op de beschikbaarheidbijdrage zijn titel 4.2 (‘subsidies’) en 4.4 (‘bestuursrechtelijke geldschulden’) van de Algemene wet bestuursrecht, het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG en het Besluit van de Europese Commissie van 20 december 2011 (C(2011)9380) van toepassing.

Artikel 1. Reikwijdte

Deze beleidsregel is van toepassing op het beschikbaar hebben en bekostigen van zorg als bedoeld in artikel 2 van het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG, juncto onderdeel B, onder 3 tot en met 10, 14, 15 en 16 van de bijlage bij het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG. De volgende vormen van zorg komen in aanmerking voor een beschikbaarheidbijdrage:

  • gespecialiseerde brandwondenzorg;
  • traumazorg door mobiel medisch team met helikopter;
  • spoedeisende hulp;
  • acute verloskunde;
  • post mortem orgaanuitname;
  • traumazorg voor zover het gaat om Opleiden, Trainen en Oefenen;
  • zorg verleend door het calamiteitenhospitaal;
  • coördinatie traumazorg en Regionaal Overleg Acute Zorg;
  • traumazorg door mobiel medisch team met voertuig;
  • gespecialiseerde en derdelijns psychotraumazorg voor zover het gaat om de landelijke kennis en expertisefunctie;
  • acuut ambulancevervoer per ambulancehelikopter vanaf de Friese Waddeneilanden.

Artikel 2. Doel van de beleidsregel

Voor een aantal activiteiten en voorzieningen van zorgaanbieders is het niet mogelijk en/of wenselijk om deze rechtstreeks aan zorgproducten voor individuele consumenten toe te rekenen. Het gaat om specifieke functies of kenmerken van de zorgverlening, zoals beschikbaarheid, specifieke deskundigheid of specifieke voorzieningen. Doel van deze beleidsregel betreft het vaststellen van de wijze van bekostiging van deze activiteiten en voorzieningen, in aanvulling op de Beleidsregel ‘Uniform kader beschikbaarheidbijdrage NZa’. 

Artikel 3. Begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

 

3.1          AMvB

Algemene Maatregel van Bestuur.

 

3.2         Besluit

Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG van 24 augustus 2012.

 

3.3         Bijlage

Bijlage bij artikel 2 van het Besluit.

 

3.4         Beschikbaarheidbijdrage

Bijdrage als bedoeld in artikel 56a van de Wmg.

 

3.5         dbc-omzet (integrale tarieven) brandwondenzorg

De in het betreffende jaar gerealiseerde dbc’s gespecialiseerde brandwondenzorg en de daarbij gerealiseerde ic add-on’s.

 

3.6         Minister

Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

 

3.7         OTO

Opleiden, Trainen en Oefenen bij rampen en crises zoals vastgelegd op 16 oktober 2008 in het Convenant inzake Opleiden, trainen en oefenen ter voorbereiding van rampen en crises.

 

3.8         SEH-consult

SEH-consult met code 190015 als bedoeld in de Regeling medisch- specialistische zorg.

 

3.9         Wbmv

Wet bijzondere medische verrichtingen.

 

3.10       Uniform kader

Beleidsregel Uniform kader beschikbaarheidbijdrage NZa.

 

3.11       Aanvraagformulier

Nadere invulling van het activiteitenplan zoals bedoeld in het Uniform kader.

Artikel 4. Algemeen

4.1         Aangewezen vormen van zorg

Bij het Besluit heeft de Minister de in artikel 1 genoemde vormen van zorg aangewezen waarvoor de NZa een beschikbaarheidbijdrage kan vaststellen. Mede op basis van dit Besluit heeft de NZa onderhavig beleid ten aanzien van de verstrekking van de beschikbaarheidbijdrage op aanvraag door zorgaanbieders vastgesteld.

 

4.2         Procedure verstrekken beschikbaarheidbijdrage

Het Uniform kader omschrijft de procedure die gehanteerd wordt ten aanzien van de verlening en de vaststelling van de beschikbaarheidbijdrage door de NZa. In enkele gevallen is een uitzondering op de uniforme procedure nodig. Deze uitzondering staat in dat geval omschreven in de onderhavige beleidsregel en bij de betreffende zorgfunctie.

 

4.3         Verlening beschikbaarheidbijdrage

Indien een aanvraag voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 4.2 en aan de zorgfunctie-specifieke bepalingen zoals opgenomen in deze beleidsregel, zal de NZa op grond van artikel 56a, zevende lid, van de Wmg de zorgaanbieder belasten met een dienst van algemeen economisch belang of dienst van algemeen belang.

Artikel 5. Gespecialiseerde brandwondenzorg

5.1         Beschrijving zorg

Gespecialiseerde brandwondenzorg als bedoeld in onderdeel B, aanhef en onder 9, van de Bijlage.

 

5.2         Criteria verstrekking

Zorgaanbieders kunnen in aanmerking komen voor de verstrekking van een beschikbaarheidbijdrage voor gespecialiseerde brandwondenzorg indien zij de in artikel 5.1 van deze beleidsregel genoemde vorm van zorg leveren.

 

5.3         Aantal zorgaanbieders

Op grond van het Besluit belast de NZa drie instellingen met de beschikbaarheid van de gespecialiseerde brandwondenzorg.

 

5.4         Procedure

In aanvulling op het Uniform kader is dit artikel van toepassing op de procedure ten aanzien van de gespecialiseerde brandwondenzorg.

 

5.4.1    Hoogte beschikbaarheidbijdrage verlening

De verlening voor de zorgfunctie gespecialiseerde brandwondenzorg is gelijk aan de hoogte van de vastgestelde maximale beschikbaarheidbijdrage in jaar t – 2. Dit bedrag wordt naar jaar t geïndexeerd.

 

Op de maximale beschikbaarheidbijdrage voor de verlening (jaar t – 2, geïndexeerd naar jaar t) worden de (verwachte) gerealiseerde dbc omzet (integrale tarieven) voor de gespecialiseerde brandwondenzorg en de bij deze dbc’s gerealiseerde IC add on’s voor jaar t in mindering gebracht.

 

5.4.2. Hoogte beschikbaarheidbijdrage vaststelling

De uiteindelijke hoogte van de beschikbaarheidbijdrage voor gespecialiseerde brandwondenzorg wordt bepaald op basis van nacalculatie. Dat betekent dat de beschikbaarheidbijdrage afhankelijk is van de gerealiseerde kosten en dus de verantwoorde gegevens van het desbetreffende brandwondencentrum.

 

5.4.3. Benchmarken

De NZa gaat de brandwondencentra op basis van de ingediende verantwoordingen benchmarken. Indien er significante afwijkingen zijn op bepaalde kostenposten wordt het desbetreffende brandwondencentrum door de NZa verzocht om daar een nadere toelichting met onderbouwing of bewijs op te geven.

 

5.4.4. Toerekening indirecte kosten

De NZa legt per brandwondencentrum door middel van een wegingsfactor vast op welke wijze zij de indirecte kosten toeschrijven aan het brandwondencentrum. De wegingsfactor van het brandwondencentrum is bepalend voor de uiteindelijke hoogte van de indirecte kosten voor het brandwondencentrum. De weging die een instelling vanaf 2015 heeft toegekend aan het brandwondencentrum (t.o.v. de rest van het ziekenhuis) moet de komende jaren gelijk blijven (tot het eerst volgende kostenonderzoek) en mag gedurende die periode niet gewijzigd worden.

 

5.4.5. Bepaling dbc-omzet

De verwachte en gerealiseerde dbc-omzet en daarbij behorende IC add-ons bestaat uit de onderstaande brandwonden dbc’s en IC add-ons. De gespecialiseerde brandwondenzorg dbc’s en IC add-ons kennen een max-max tarief[1] (tariefstructuur). De NZa zal bij de verlening en vaststelling van de beschikbaarheidbijdrage gespecialiseerde brandwondenzorg voor het bepalen van de dbc-omzet en bijbehorende IC Add-ons uitgaan van het reguliere, basis maximumtarief, ongeacht de hoogte van het tarief dat in werkelijkheid is overeengekomen en/of gedeclareerd tussen zorgaanbieder en zorgverzekeraar.

 

Gespecialiseerde brandwonden dbc’s

 

 

Declaratiecode

 

Omschrijving

 

14C653

Dagbehandeling/diagnostisch onderzoek/twee of meer polikliniekbezoeken bij gespecialiseerde brandwondenzorg

 

14C654

 

Een tot vier operaties bij gespecialiseerde brandwondenzorg

 

14C655

 

Meer dan vier operaties bij gespecialiseerde brandwondenzorg

 

14C656

Ziekenhuisopname met max. 5 verpleegdagen bij gespecialiseerde brandwondenzorg

 

14C657

Ziekenhuisopname met max. 5 verpleegdagen met een operatie bij gespecialiseerde brandwondenzorg

 

14C658

 

Een of twee polikliniekbezoeken bij gespecialiseerde brandwondenzorg

 

14C659

Ziekenhuisopname met 6 tot max. 15 verpleegdagen bij gespecialiseerde brandwondenzorg

 

14C660

Ziekenhuisopname met 6 tot max. 15 verpleegdagen met operatie bij gespecialiseerde brandwondenzorg

 

14C661

Ziekenhuisopname met 29 tot max. 56 verpleegdagen met operatie bij gespecialiseerde brandwondenzorg

 

14C662

Ziekenhuisopname met 16 tot max. 28 verpleegdagen bij gespecialiseerde brandwondenzorg

 

14C663

Ziekenhuisopname met 16 tot max. 28 verpleegdagen met operatie bij gespecialiseerde brandwondenzorg

 

14E624

Ziekenhuisopname met meer dan 56 verpleegdagen bij gespecialiseerde brandwondenzorg

 

IC add-on’s

 

 

IC Add-on

 

Omschrijving

190129

IC-consult. Intercollegiaal consult buiten de IC, spoed en niet-spoed

190130

Interklinisch IC transport (< 2 uur) door medisch specialist fysiek begeleid transport van een IC-patiënt tussen ziekenhuizen

190131

Interklinisch IC transport (>= 2 uur) door medisch specialist begeleid transport van een IC-patiënt tussen ziekenhuizen

190132

Micu transport < 2 uur

190133

Micu transport >= 2 uur

190150

Neonatale ic

190151

Pediatrische ic

190152

Post ic-high care

190153

ic-dag licht

190154

ic-dag middel

190155

ic-dag zwaar

190156

ic dialysetoeslag

 

5.5         Terugwerkende kracht beleid

 

De uitkomsten van het kostenonderzoek naar de beschikbaarheidbijdrage gespecialiseerde brandwondenzorg 2016 zijn vastgelegd in bovenstaand beleid.

Omdat de verlening 2017 en het vaststellen van de uitkomsten van het kostenonderzoek elkaar hebben gekruist vindt de verlening 2017 plaats op basis van het voorgaande beleid. De vaststelling 2017 zal echter wel plaatsvinden op basis van dit beleid. Daarnaast zal dit beleid met terugwerkende kracht van toepassing zijn op de vaststelling 2016.

Artikel 6. Traumazorg door mobiel medisch team met helikopter

6.1         Beschrijving zorg

Traumazorg door mobiel medisch team (MMT) met helikopter als bedoeld in onderdeel B, aanhef en onder 6, van de Bijlage:

a.         7x24 uur beschikbaarheid van een paraat MMT met helikopter dat binnen twee minuten na aanname van de melding van de meldkamer ambulancezorg moeten kunnen uitrukken naar de plek van het ongeval;

b.         Het MMT bestaat uit een medisch specialist en een gespecialiseerde verpleegkundige.

 

6.2         Criteria verstrekking

Aanbieders kunnen in aanmerking komen voor de verstrekking van een beschikbaarheidbijdrage traumazorg door MMT met helikopter indien zij de in artikel 6.1 genoemde vorm van zorg leveren.
 

6.3         Aantal aanbieders dat wordt belast

Op grond van het Besluit verstrekt de NZa de beschikbaarheidbijdrage voor traumazorg door MMT met helikopter aan maximaal vier aanbieders.

 

6.4         Procedure

In aanvulling op het Uniform kader zijn, voor wat betreft de procedure ten aanzien van de zorg verleend door MMT’s met helikopter, dit artikel en de artikelen 6.5 tot en met 6.7 van toepassing.

 

6.4.1    Verlening 2017

In afwijking op het Uniform kader geldt dat de aanvraag voor de verlening van 2017 uiterlijk vier weken na publicatie van het formulier moet worden ingediend. Bij publicatie van het formulier ontvangen de aanbieders per e-mail de uiterlijke indieningsdatum.

 

6.4.2    Vaststelling 2016

De bedragen in de tabel onder artikel 6.5 sub c, worden gebruikt voor de vaststelling van 2016.

 

6.5         Beoordeling aanvraag verlening

a.         In het aanvraagformulier vermeldt de aanbieder de te verwachten vlieguren en de te verwachten kosten van de posten zoals genoemd onder artikel 6.5 sub c.

b.         De beschikbaarheidbijdrage voor traumazorg door het MMT met helikopter is deels gebaseerd op werkelijke kosten en deels gebaseerd op normatieve kosten.

c.         De hoogte van de beschikbaarheidbijdrage wordt gebaseerd op de volgende posten. In de toelichting van de beleidsregel is aanvullende informatie over bepaalde onderdelen opgenomen.

Onderdeel

Deelpost

Type

Standplaats helikopter

Prijspeil niveau 2016

Helikopter

Vaste kosten

Nacalculatie

Dak + extern

Werkelijke kosten

Vlieguren

Nacalculatie

Dak + extern

Werkelijke kosten

Kosten buitenlandse inzet

Nacalculatie

Dak + extern

Werkelijke kosten

Opbrengsten buitenlandse inzet

Nacalculatie – in mindering

Dak + extern

Werkelijke kosten

Kortingsposten

Nacalculatie – in mindering

Dak + extern

Werkelijke kosten

Personele inzet

per functie

Gespecialiseerd verpleegkundige

Genormeerd

Dak + extern

€     560.832

Helicopter landing officer

Genormeerd

Dak

€     422.485

Medisch specialist

Genormeerd

Dak + extern

€  1.200.253

Ondersteunend personeel:

chief nurse

manager

medisch coördinator

secretariaat

Genormeerd

Dak + extern

 

€       26.983

€       42.552

€       45.658

€       22.271

Personele inzet

totaal 

Norm inclusief HLO

Genormeerd

Dak

€  2.321.033

Norm exclusief HLO

Genormeerd

Extern

€  1.898.548

Standplaats

Helikopter op dak

Genormeerd

Dak

€     119.950

Helikopter op externe locatie

Nacalculatie

Extern

Werkelijke kosten

Opleidingen

initieel

Gespecialiseerd verpleegkundige

Per nieuw MMT-lid

Dak + extern

€       78.609

Medisch specialist

Per nieuw lid

Dak + extern

€       41.671

Helicopter landing officer

Per nieuw lid

Dak

€         1.748

periodiek

Gespecialiseerd verpleegkundige

Genormeerd

Dak

€       26.676

Gespecialiseerd verpleegkundige

Genormeerd

Extern

€       36.684

Medisch specialist

Genormeerd

Dak + extern

€       17.032

Helicopter landing officer

Genormeerd

Dak

€       16.889

Directe overige kosten

Dienstkleding

Per MMT-lid

Dak + extern

€         1.350

Patiëntgebonden kosten

Genormeerd

Dak + extern

€       48.583

Hotelmatige kosten

Genormeerd

Dak + extern

€       15.559

Algemene personele kosten

Nacalculatie

Dak + extern

Werkelijke kosten

Algemene materiële kosten1

Genormeerd

Dak + extern

€       41.039

Overhead

Norm inclusief HLO

Genormeerd

Dak

€     327.856

Norm exclusief HLO

Genormeerd

Extern

€     227.561

 

d.         Iedere drie jaar worden de in sub c gehanteerde normbedragen herijkt.

 

6.6         Kosten voertuig

a.         Vanaf 2016 maakt de vergoeding voor het voertuig integraal onderdeel uit van de aanvraagprocedure ‘Traumazorg door mobiel medisch team met helikopter’.

b.         De beschikbaarheidbijdrage voor traumazorg door MMT met voertuig is deels gebaaseerd op werkelijke kosten en deels gebaseerd op normatieve kosten.

c.         De hoogte van de beschikbaarheidbijdrage wordt gebaseerd op de volgende posten:

 

Post

Type

Toelichting

Normbedrag

niveau 2015

Voertuig

Normatief

Aanschafwaarde wordt afgeschreven over 7 jaar

€         9.744

Opbouw/ombouw voertuig

Normatief

Aanschafwaarde wordt afgeschreven over 7 jaar

€         2.956

Inbouw communicatie en navigatie voertuig

Normatief

Aanschafwaarde wordt afgeschreven over 7 jaar

€         2.253

Patiëntgebonden apparatuur

Normatief

Aanschafwaarde wordt afgeschreven over 10 jaar

€         3.330

Verzekering auto

Nacalculatie

Voorcalculatorische waarde

€     1.505,70

Wegenbelasting

 

Nacalculatie

Voorcalculatorische waarde

€     2.565,71

Brandstof

Normatief

Vergoeding van 20.000 km met een verbruik van 1:10. Brandstofprijs:

- verlening, officiële adviesprijs2 op 1/7 van jaar t-1

- vaststelling, officiële adviesprijzen7 op 1/1, 1/4, 1/7 en 1/10 van jaar t.

€     2.650,03

Onderhoud

Nacalculatie

Voorcalculatorische waarde

€     2.007,60

Vervangend vervoer

Normatief

Vast bedrag € 500 plus 10 dagen vervangend vervoer á € 60

€     1.104,18

Stallingskosten

Normatief

Uitgaande van €150/m2

€     4.215,96

Opleidingen

Normatief

Eén initiële opleiding en acht nascholingen.

€     7.026,60

Accountantskosten

Normatief

Indien bij de vaststelling de totale beschikbaarheidbijdrage conform Uniform kader hoger is dan € 125.000

€     4.015,20

 

d.         Een herijking van de in sub c gehanteerde normbedragen vindt gelijktijdig met de in artikel 6.5 sub c gehanteerde normbedragen plaatst.

e.         Indien blijkt dat de werkelijke kosten significant afwijken van de normbedragen als bedoeld in sub c kan, in afwijking van sub d, bij de vaststelling worden beoordeeld of een normbedrag aanpassing behoeft. De basis van de significante afwijking moet gelegen zijn in een andere wijze van uitoefening van de functie.

 

6.7         Beoordeling aanvraag vaststelling

a.         In het aanvraagformuliervermeldt de aanbieder:

  • de gerealiseerde werkelijke kosten op de posten genoemd in  artikel 6.5 sub c en artikel 6.6 sub c van deze beleidsregel;
  • het aantal inzetten en cancels van de helikopter;
  • het aantal inzetten en cancels van het voertuig;
  • het aantal vlieguren;
  • de inzet van het aantal fte aan medisch specialist, gespecialiseerde verpleegkundige en HLO’er;
  • het aantal initiële opleidingen naar soort;
  • het aantal leden in het MMT (t.b.v. de dienstkleding);
  • de gerealiseerde werkelijke kosten van de posten onder artikel 6.6 sub c moeten met bewijsstukken onderbouwd worden.

b.         De hoogte van de vaststelling wordt bepaald door:

  • de werkelijke vlieguren van de helikopter;
  • de werkelijke kosten van het contract van de helikopter en de piloot;
  • de werkelijke huurkosten van de externe locatie;
  • de werkelijke algemene personele kosten;
  • en de normatieve kostenposten als bedoeld in artikel 6.5 sub c;
  • de normatieve kostenposten als bedoeld in artikel 6.6 sub c;
  • en de werkelijke kosten van de posten verzekering auto, wegenbelasting en onderhoud.

Artikel 7. Spoedeisende Hulp

7.1         Beschrijving zorg

Spoedeisende hulp (seh) als bedoeld in onderdeel B, aanhef en onder 7, van de Bijlage.

 

7.2         Criteria verstrekking      

Aanbieders kunnen in aanmerking komen voor de verstrekking van een beschikbaarheidbijdrage seh indien zij de in artikel 7.1 van deze beleidsregel genoemde vorm van zorg leveren en als aan elk van de volgende criteria is voldaan:

  1. de seh moet voldoen aan de geldende (minimum)normen die worden gesteld aan een seh;
  2. de seh moet onvoldoende inkomsten uit de tarieven hebben om de kosten van de seh te dekken;
  3. de seh moet gevoelig zijn voor de 45-minutennorm volgens de meest relevante analyse van het RIVM.

 

7.3         Procedure

In aanvulling op het Uniform kader beschikbaarheidbijdrage NZa is voor wat betreft de procedure ten aanzien van de seh dit artikel en de artikelen 7.4 tot en met 7.7 van toepassing.

 

7.3.1    Verlening

  1. De aanvraag tot verlening van de beschikbaarheidbijdrage seh bestaat uit een brief en een aanvraagformulier. In de brief kan de aanvrager het eerste criterium uit artikel 7.2 onderbouwen. In het aanvraagformulier kan de aanvrager een opgave van kosten en opbrengsten geven ten behoeve van het tweede criterium genoemd in artikel 7.2. De indiening van zowel de brief als het aanvraagformulier vindt plaats via het aanvragenportaal http://aanvragen.nza.nl. De NZa zal de aanvraag beoordelen. Indien de NZa overgaat tot verstrekking van de beschikbaarheidbijdrage seh, zal een maximumbedrag als bedoeld in artikel 7.5 worden verleend.
     
  2. Een initiële aanvraag 3  voor een beschikbaarheidbijdrage voor deze zorgfunctie, kan gedurende het gehele jaar worden gedaan. Zodra er eenmaal een beschikbaarheidbijdrage is verstrekt, dient een aanvraag tot verlening voor 1 oktober jaar t-1 te worden gedaan.

 

7.4         Hoogte beschikbaarheidbijdrage

a. Kosten personeel

Om 24/7 beschikbaarheid te borgen gaat de NZa uit van de volgende personele inzet en bijbehorende salariskosten:

 

Norm

Cao

Toelichting

FTE

Prijspeil 2016

seh-verpleegkundige

Cao Ziekenhuizen 2014-2016

FWG 55-9

 6,1

€    79.197 per fte

seh-arts

Cao Ziekenhuizen 2014-2016

FWG 80-12

 6,1

€  152.284 per fte

           

Onregelmatigheidstoeslag (ORT) is verdisconteerd in de salariskosten van de seh-verpleegkundige en de salariskosten van de seh-arts.

 

b. Kosten materieel

De NZa gaat uit van materiële kosten van € 619.184,- (prijspeil 2016). De materiële kosten worden jaarlijks geindexeerd.

 

c. Kosten kapitaal

De opslag voor kapitaallasten bedraagt € 179.563,- (prijspeil 2016). De kapitaallasten worden niet geïndexeerd.

 

d. Vaststellen van de opbrengsten

De beschikbaarheidbijdrage beoogt alleen een eventueel tekort te dekken. Opbrengsten die een seh genereert worden in mindering gebracht op de beschikbaarheidbijdrage. De bepaling van de opbrengsten zal per ziekenhuis bepaald worden op basis van het aantal gerealiseerde seh-consulten en een normatieve opbrengst per seh-consult van € 90,60-.

 

7.5         Beoordeling aanvraag vaststelling

De beschikbaarheidbijdrage wordt als maximumbedrag verleend aan het begin van het jaar. Hierop wordt een inschatting van de in dat jaar te realiseren opbrengsten seh in mindering gebracht. Na afloop van het jaar wordt de beschikbaarheidbijdrage vastgesteld op basis van het aantal daadwerkelijk gerealiseerde seh-consulten. Indien de omzet via de seh-consulten hoger is dan de verleende bijdrage, ontvangt de instelling geen beschikbaarheidbijdrage.

 

7.6         Afbouwregeling beschikbaarheidbijdrage seh voor aanbieders die in het verleden een beschikbaarheidbijdrage ontvingen

a. Voor de aanbieders die in 2012, 2013 en 2014 een beschikbaarheidbijdrage seh ontvingen en die niet (meer) voldoen aan de gestelde criteria, is de volgende afbouwregeling van toepassing:

  • Jaar 1 (2015) van de afbouwregeling: 75% van de beschikbaarheidbijdrage in t-1
  • Jaar 2 (2016) van de afbouwregeling: 50% van de beschikbaarheidbijdrage in t-2
  • Jaar 3 (2017) van de afbouwregeling: 25% van de beschikbaarheidbijdrage in t-3

 

b. Voor aanbieders die in 2012, 2013 en 2014 een beschikbaarheidbijdrage ontvingen waarbij afbouw van de bijdrage aan de orde is, vormt 2015 het eerste jaar van de afbouw.

 

c. Op grond van de aanwijzing van 16 juli 2014 (kenmerk 640237-123257-MC) komt een aanbieder in aanmerking voor de afbouwregeling als een aanbieder in 2012 een beschikbaarheidbijdrage ontving maar niet meer in aanmerking komt voor de beschikbaarheidbijdrage vanaf 2013. Dus er kan geen sprake zijn van samenloop.

 

7.7         Procedure verlening en vaststelling afbouwregeling

In aanvulling op het Uniform kader beschikbaarheidbijdrage verleent de NZa de beschikbaarheidbijdrage seh in het kader van de afbouwregeling ambtshalve en stelt deze ook ambtshalve vast. Dit betekent dat aanbieders geen aanvraag hoeven in te dienen om in aanmerking te komen voor de bijdrage of om deze vast te laten stellen.

Artikel 8. Acute verloskunde

8.1         Beschrijving zorg

Acute verloskunde als bedoeld in onderdeel B, aanhef en onder 8, van de Bijlage.

 

8.2         Criteria verlening

Aanbieders kunnen in aanmerking komen voor de verstrekking van een beschikbaarheidbijdrage acute verloskunde indien zij de in artikel 8.1 van deze beleidsregel genoemde vorm van zorg leveren en als aan elk van de volgende criteria is voldaan:

  1. De afdeling voor acute verloskunde moet voldoen aan de geldende (minimum)normen die worden gesteld aan acute verloskundige zorg;
  2. De afdeling voor acute verloskunde moet onvoldoende inkomsten uit de tarieven hebben om de kosten van de acute verloskundige zorg te dekken;
  3. De afdeling voor acute verloskunde moet gevoelig zijn voor de 45-minutennorm volgens de meest relevante analyse van het RIVM.

 

8.3         Procedure

In aanvulling op het Uniform kader beschikbaarheidbijdrage NZa is voor wat betreft de procedure ten aanzien van de acute verloskunde dit artikel en de artikelen 8.4 en 8.5 van toepassing.

 

8.3.1    Verlening

  1. De aanvraag tot verlening van de beschikbaarheidbijdrage acute verloskunde bestaat uit een brief en een aanvraagformulier. In de brief kan de aanvrager het eerste criterium uit artikel 8.2 onderbouwen. In het aanvraagformulier kan de aanvrager een opgave van kosten en opbrengsten geven ten behoeve van het tweede criterium uit artikel 8.2. De indiening van zowel de brief als het aanvraagformulier vindt plaats via het aanvragenportaal http://aanvragen.nza.nl. De NZa zal de aanvraag beoordelen. Indien de NZa overgaat tot verstrekking van de beschikbaarheidbijdrage acute verloskunde, zal een maximumbedrag als bedoeld in artikel 8.5 worden verleend.
     
  2. Een initiële aanvraag 4 ​  voor een bijdrage voor deze functie kan gedurende het gehele jaar worden gedaan. Zodra er eens een beschikbaarheidbijdrage is toegekend, dient een aanvraag tot verlening voor 1 oktober jaar t-1 te worden gedaan.

 

8.4         Hoogte beschikbaarheidbijdrage

 

a. Kosten personeel

Om 24/7 beschikbaarheid te borgen gaat de NZa uit van 6,1 fte obstetrisch professional of 5,1 fte gynaecoloog. Als de gynaecoloog en de obstetrisch professional elkaar afwisselen in diensten zal de verhouding worden bepaald op basis van opgegeven inzet. De fte voor de gynaecoloog worden meegenomen tot 5,1 fte. Indien de fte voor de gynaecoloog minder dan 5,1 fte bedraagt, wordt de fte voor de obstetrisch professional in verhouding meegenomen. In de toelichting van de beleidsregel is hiervan een rekenvoorbeeld opgenomen.

 

Naast bovengenoemde personele inzet gaat de NZa uit van  bijbehorende personele kosten:

Norm

Cao

Toelichting

FTE

Prijspeil 2016

Obstetrisch professional

Cao Ziekenhuizen 2014-2016

FWG 60-7

 6,1

€    69.543 per fte

Gynaecoloog in loondienst5

Cao Ziekenhuizen 2014-2016

AMS 6

 5,1

€  193.840 per fte

Gynaecoloog vrijgevestigd

N.v.t.

N.v.t.

 5,1

€  277.027 per fte

           

Voor de obstetrisch professional is de onregelmatigheidstoeslag (ORT) op dit moment niet meegenomen in de salariskosten, omdat dit afhangt van de diensten waarvoor de obstetrisch professional wordt ingezet. Indien een obstetrisch professional wordt ingezet op momenten waarop ORT van toepassing is, dan kan dit worden opgevoerd in het aanvraagformulier.

 

b. Kosten materieel

De NZa gaat uit van materiële kosten van € 448.015,- (prijspeil 2016). De materiële kosten worden jaarlijks geindexeerd.

 

c. Kosten kapitaal

De opslag voor kapitaalslasten bedraagt € 129.924,- (prijspeil 2016). De kapitaallasten worden niet geïndexeerd.

 

d. Vaststellen van de opbrengsten

De NZa heeft per product een percentage vastgesteld van de mate waarin het betreffende product kan worden toegerekend aan de activiteiten van de beschikbare gynaecoloog/obstetrisch professional. In de bijlage van deze beleidsregel is een overzicht van deze producten opgenomen. Indien de dbc omzet die aan deze functie wordt toegerekend hoger is dan de beschikbaarheidbijdrage, ontvangt de instelling geen beschikbaarheidbijdrage. De verloskunde-dbc’s maken deel uit van het vrije segment. Voor de bepaling van de omzet van acute verloskunde gaat de NZa daarom uit van het gemiddelde tarief van de ziekenhuizen uit het kostenonderzoek 2016 voor de verloskunde-dbc’s.

 

8.5         Beoordeling aanvraag vaststelling

De beschikbaarheidbijdrage wordt aan het begin van het jaar als maximumbedrag verleend. Hierop wordt een inschatting van het in dat jaar te realiseren opbrengsten verloskunde in mindering gebracht. Na afloop van het jaar wordt de beschikbaarheidbijdrage vastgesteld op basis van de daadwerkelijk gerealiseerde opbrengsten verloskunde dat jaar.

Artikel 9. Post mortem orgaanuitname (PMO)

9.1         Beschrijving zorg

Post mortem orgaanuitname bij donoren als bedoeld in onderdeel B, aanhef en onder 3, van de Bijlage.

 

9.2         Criteria verlening

Aanbieders kunnen in aanmerking komen voor de verstrekking van een beschikbaarheidbijdrage Post mortem orgaanuitname bij donoren indien zij de in artikel 9.1 van deze beleidsregel genoemde vorm van zorg leveren en indien zij zijn aangewezen als zelfstandig uitnameteam (ZUT) door de Minister op grond van artikel 8 van de Wbmv.

 

9.3         Procedure

In aanvulling op het Uniform kader is hetgeen in dit artikel en artikel 9.4 is bepaald van toepassing voor wat betreft de procedure ten aanzien van de Post mortem orgaanuitname.

 

9.3.1    Vaststelling

De betrokken UMC’s dienen de gegevens, zoals beschreven in de toelichting van deze beleidsregel, te registreren indien dit nog niet werd geadministreerd. In de toelichting van deze beleidsregel zijn de details weergegeven.

 

9.4         Hoogte beschikbaarheidbijdrage

De beschikbaarheidbijdrage PMO is een compensatie voor de uitnamechirurgen in de aangewezen zelfstandige uitnameteams (ZUT). De hoogte van de beschikbaarheidbijdrage is als volgt opgebouwd:

 

Personele inzet

Tabel 1. Berekening benodigd aantal fte per fte.

Berekening benodigd aantal fte

Aantal fte

Basis fte

1

Vakantie 24 dagen, zijnde 9%

0,09

Compensatieverlof 36 uur

0,2

Verzuim (5%)

0,05

Totaal

1,34

Voor een team van 2 fte

2,68

 

Kosten personeel en materiaal (ultimo 2016)

Tabel 2. Kosten per fte

Kosten per fte

Percentage

Bedrag

Personeel (€ 247.948 + index 2016 van 1,74%)

 

€   252.262

Materieel (€ 105.578 + index 2016 van 0,38%)

 

€   105.979

Subtotaal

 

€   358.241

Kapitaallasten

8,70%

€     31.167

Totaal per fte

 

€   389.408

 

Tabel 3. Kosten per donor-uitnameteam

Per team van 2 FTE

2,68

€  389.408

€ 1.043.613

Artikel 10. Traumazorg voor zover het gaat om Opleiden, Trainen en Oefenen

10.1 Beschrijving van de zorg

Traumazorg voor wat betreft Opleiden, Trainen en Oefenen ten behoeve van rampen en crises (OTO), als bedoeld in onderdeel B, aanhef onder 5 van de Bijlage, aangevuld met het gestelde in het ‘OTO convenant (2008)’, het Landelijk Beleidskader Crisisbeheersing en OTO 2.0' (2016) en het 'Kwaliteitskader Crisisbeheersing en OTO 2.0' (2016).

 

10.2  Criteria verstrekking

Aanbieders kunnen in aanmerking komen voor de verstrekking van een beschikbaarheidbijdrage OTO indien zij de in artikel 10.1 van deze beleidsregel genoemde vorm van zorg leveren en indien zij in het bezit zijn van een erkenning als traumacentrum.

 

Naast het gestelde in deze beleidsregel vindt de beoordeling van de verstrekking van de beschikbaarheidbijdrage tevens plaats op basis van het OTO convenant en het Landelijk Beleidskader Crisisbeheersing en OTO 2.0'.

 

10.3     Procedure

In aanvulling op het Uniform kader is hetgeen in dit artikel, artikel 10.4 en artikel 10.5 van toepassing op de beschikbaarheidsbijdrage OTO.

 

10.3.1  Verlening

a. De aanvraag tot verlening van de beschikbaarheidbijdrage OTO is compleet indien het aanvraagformulier voor de verlening tenminste de volgende informatie over het betreffende subsidiejaar bevat:

  • een opsomming van de jaarplannen van de individuele instellingen met een algemene inhoudelijke omschrijving van de voorgenomen activiteiten en de begrote kosten per jaarplan;
  • een opsomming van de plannen voor regionaal te organiseren projecten en activiteiten met een algemene inhoudelijke omschrijving en de begrote kosten per project;
  • het regionale OTO jaarplan is bijgevoegd.

 

b. De aanvraag tot verlening wordt ingediend uiterlijk 1 december van het jaar t-1.

 

10.3.2  Vaststelling

a. De aanvraag tot vaststelling van de beschikbaarheidbijdrage OTO is compleet indien het aanvraagformulier tenminste de volgende informatie over het betreffende subsidiejaar bevat:

  • een opsomming van de uitgevoerde activiteiten per individuele instelling met een inhoudelijke omschrijving en de gerealiseerde kosten per jaarplan;
  • een opsomming van de uitgevoerde activiteiten met een inhoudelijke omschrijving en de gerealiseerde kosten van de regionaal georganiseerde projecten en activiteiten;
  • een inhoudelijke omschrijving en de gerealiseerde kosten van de uitgevoerde activiteiten die niet zijn opgenomen in de aanvraag tot verlening;
  • een toelichting op de gerealiseerde kosten van een jaarplan of project die meer dan 50% afwijkt van de begrote kosten zoals opgenomen in de aanvraag tot verlening.

 

10.4     Beoordeling aanvraag verlening

10.4.1  Activiteiten naar aanleiding van actuele ontwikkelingen voor wat betreft opleiden, trainen en oefenen zoals bedoeld in artikel 10.1, kunnen ook in de aanvraag voor vaststelling worden opgenomen zonder dat zij bij de aanvraag tot verlening zijn uitgewerkt, indien:

  • op het moment van de indiening van de aanvraag tot verlening de inhoud van de activiteit nog niet te voorzien is;
  • de uitwerking van de activiteit zal geschieden op basis van actuele maatschappelijke ontwikkelingen gedurende het subsidiejaar;
  • de begrote kosten voor deze activiteit zijn opgenomen in de aanvraag tot verlening onder ‘Activiteit naar aanleiding van actuele ontwikkelingen’, en;
  • de kosten voor deze activiteit niet meer bedragen dan 20% van het totaal aangevraagde bedrag.

 

10.4.2  De in het aanvraagformulier opgegeven activiteiten voldoen aan minimaal één van de volgende doelstellingen:

  • Voorbereiden, faciliteren en organiseren van activiteiten omtrent opleiden, trainen en oefenen van de zorgsector;
  • Activiteiten gericht op voorbereiding op die situaties waarbij er sprake is van een (dreigend) veranderend zorgaanbod of wijzigend aanbod van patiënten of een situatie waardoor de reguliere zorgverlening ernstig in gevaar komt;
  • Zorgprocessen te weten geneeskundige hulp somatisch, preventieve openbare gezondheidszorg en psychosociale hulpverlening bij ongevallen en rampen in het kader van het faciliteren, opzetten, organiseren van opleidingen, trainingen en oefeningen;
  • Financiering van de landelijke ondersteuningsstructuur.

 

Indien een opgegeven activiteit niet voldoet aan bovengenoemde doelstellingen, dan worden de begrote kosten voor deze activiteit in mindering gebracht op het bedrag van de aangevraagde verlening.

 

10.4.3  De volgende activiteiten komen niet in aanmerking voor bekostiging door middel van een beschikbaarheidsbijdrage:

  • De financiering van de reguliere bedrijfsvoering en de reguliere individuele beroepsbeoefenaars en zorginstellingen tijdens een opleiding, training of oefening;
  • Financiering van reguliere taken in niet opgeschaalde situatie van medewerkers van zorginstellingen en GHOR-bureaus;
  • Vacatiegelden voor deelname aan overleggen en voor deelname aan OTO-activiteiten;
  • (Vervangings)investeringen.

 

Indien de aanvraag een activiteit omvat zoals hierboven omschreven, dan worden de begrote kosten voor deze activiteit in mindering gebracht op het bedrag van de aangevraagde verlening.

 

10.4.4  De hoogte van de beschikbaarheidbijdrage bedraagt maximaal € 1.074.648 voor een instelling voor medisch specialistische zorg, voorheen algemeen ziekenhuis, en maximaal € 1.085.721 voor een instelling voor medisch specialistische zorg, voorheen academisch ziekenhuis (prijspeil ultimo 2016).

 

10.5     Beoordeling aanvraag vaststelling

10.5.1  Artikel 10, lid 4 van deze beleidsregel is ook van toepassing op de beoordeling van de aanvraag tot vaststelling.

 

10.5.2  Substitutie tussen kosten van posten is toegestaan, mits:

  • de post onderdeel is van de verlening, en;
  • de activiteiten vallende onder de post ook daadwerkelijk zijn uitgevoerd.

Artikel 11. Zorg verleend door het calamiteitenhospitaal

11.1         Beschrijving van de zorg

Het betreft zorg verleend als bedoeld in onderdeel B, aanhef en onder 4, van de Bijlage.

 

11.2         Criteria verstrekking

Aanbieders kunnen in aanmerking komen voor de verstrekking van een beschikbaarheidbijdrage calamiteitenhospitaal indien zij:

a.         De in artikel 11.1 van deze beleidsregel genoemde vorm van zorg leveren en

b.         Een convenant hebben gesloten met de Staat der Nederlanden tot het beschikbaar houden van deze vorm van zorg.

 

De beoordeling van de verstrekking van de beschikbaarheidbijdrage vindt –naast het gestelde in de beleidsregel- plaats op basis van het geldende Convenant Calamiteitenhospitaal, gesloten tussen het Ministerie van Defensie, het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het Universitair Medisch Centrum Utrecht.

 

11.3         Procedure

In aanvulling op het Uniform kader is hetgeen in dit artikel de artikelen 11.4 tot en met 11.8 is bepaald van toepasssing voor wat betreft de procedure ten aanzien van het calamiteitenhospitaal.

 

11.4         Procedure aanvraag verlening

a.         In aanvulling op het Uniform kader is de aanvraag tot verlening van de beschikbaarheidbijdrage calamiteitenhospitaal compleet indien bij de aanvraag het bedrijfsplan inclusief begroting is gevoegd;

 

11.5         Beoordeling aanvraag verlening

b.         In het aanvraagformulier omschrijft de aanbieder voor welke activiteiten en voorzieningen de beschikbaarheidbijdrage calamiteitenhospitaal wordt aangevraagd en wat de begrote kosten voor deze activiteiten en voorzieningen zijn.

c.                     Kosten komen alleen voor vergoeding middels de beschikbaarheidbijdrage in aanmerking indien aan onderstaande voorwaarden wordt voldaan:

  • De kosten worden alleen gemaakt ten behoeve van het calamiteitenhospitaal, of;
  • De gedeclareerde productie per openstelling dekt niet de extra personele kosten die hiermee gemoeid zijn (inefficiëntie).

d.                     De beschikbaarheidbijdrage bestaat uit een vast en een variabel deel. Het vaste deel is bestemd voor de instandhouding van het calamiteitenhospitaal, het variabele deel is bestemd voor de extra personele kosten tijdens de eerste 12 uur per openstelling.

e.         De hoogte van het vaste deel van de beschikbaarheidbijdrage bedraagt maximaal € 1.309.604 (prijspeil ultimo 2015). De hoogte van de beschikbaarheidbijdrage wordt gebaseerd op de volgende posten:

 

Groep

Omschrijving

Bedrag (euro)

Voorbereiding

en preparatie

3,0 fte poortartsen, 30 dagen per jaar

21.919

3,0 fte seh-verpleegkundigen, 30 dagen per jaar

19.326

1,2 fte ic-verpleegkundigen (divisie vitale functies) 30 dagen per jaar

12.195

3,0 fte ic-verpleegkundigen (CMH), 30 dagen per jaar

30.139

9 fte verpleegkundigen, 30 dagen per jaar

51.489

0,5 fte arts-coördinator (infectieziekten), 30 dagen per jaar

8.023

 

Algemene opleidingskosten personeel

45.036

Personeel instandhouding

Dagelijkse leiding en personeel CMH en UMCU (6 fte)

379.958

SLA’s nullijnen

Vitale functies (ondersteuning bedrijfsbureau)

40.032

Radiologie, anesthesie, hygiëne

50.040

Directie Raad van Bestuur

70.056

Directie P&O

10.008

Directie Informatievoorziening en Financiën

20.016

Facilitair Bedrijf

80.064

Materieel

Materiële kosten en verbruiksgoederen

120.384

Onderhoud infrastructuur en instrumenten

81.811

Regulier onderhoud

226.259

Kapitaallasten

351.120

Afschrijving apparatuur

401.280

Algemeen

Nutsvoorziening (water, elektriciteit)

80.256

Communicatie en informatie delen

30.096

Projecten informatievoorziening

30.096

Totaal

2.159.604

 

Bijdrage Ministerie van Defensie

850.000

Beschikbaarheidbijdrage NZa

1.309.604

 

f.          Het variabele deel van de beschikbaarheidbijdrage is afhankelijk van het aantal openstellingen en het aantal slachtoffers waarvoor het calamiteitenhospitaal wordt opengesteld. Hierbij worden drie scenario’s onderscheiden:

 

Aantal slachtoffers

T/m 25

T/m 100

T/m 200

Vergoeding (euro)

52.042

91.073

138.110

 

De variabele vergoeding wordt gebaseerd op de aantallen vereiste functionarissen per scenario. Iedere functie is gewaardeerd aan de hand van de cao Universitaire Medische Centra 2013-2015. Bij de bepaling van de schaal en de periodiek wordt gerekend met het midden van de schaal plus 2 treden. Voor ziekenhuispersoneel word gerekend met een 36-urige werkweek en voor de medisch specialist met een 40-urige werkweek.

 

Onderstaande tabel geeft per scenario de inschaling en aantallen

Rollen crisisorganisatie

Schaal UMC

Scenario

25

100

200

Directeur marketing en communicatie, crisis beleidsteam

Schaal 17-6

1

1

1

Coördinator, facilitair bedrijf

Schaal 7-7

1

1

1

Coördinator voeding, facilitair bedrijf

Schaal 7-7

1

1

1

Coördinator multimedia, facilitair bedrijf

Schaal 7-7

1

1

1

Coördinator schoonmaak, facilitair bedrijf

Schaal 7-7

1

1

1

Coördinator centraal magazijn, facilitair bedrijf

Schaal 7-7

1

1

1

Maatschappelijk werker, verwantenopvang

Schaal 8-7

2

4

6

Geestelijke verzorging, verwantenopvang

Schaal 8-7

2

4

6

Patiëntenservice, verwantenopvang

Schaal 5-7

2

2

2

Medisch manager commandoteam, cal.hos.

Schaal 13-6

1

1

1

Zorgmanager, commandoteam

Schaal 13-6

1

1

1

Operationeel manager, commandoteam

Schaal 11-7

1

1

1

Informatiemanager, commandoteam

Schaal 11-7

2

2

2

Hoofd Nederlandse Rode Kruis, staf cal. hos.

Schaal 13-6

1

1

1

Hoofd facilitaire dienst. Staf cal.hos.

Schaal 13-6

1

1

1

Bevelvoerder bedrijfsbrandweer, staf cal.hos.

Schaal 11-7

1

1

1

Teamleider spoedeisende hulp, staf cal hos.

Schaal 11-17

1

1

1

Teamleider intensive care, staf cal.hos.

Schaal 9-6

1

1

1

Hoofd verwanten opvang, staf cal. hos.

Schaal 8-7

1

1

1

Teamleider beveiliging, staf cal.hos.

Schaal 5-7

1

1

1

Gipsmeester, staf cal hos.

Schaal 9-6

1

2

2

Coördinator administratief medewerkers, staf cal hos

Schaal 5-7

1

1

1

icT ondersteuning, staf cal. hos.

Schaal 5-7

1

2

2

Medewerker facilitaire dienst, cal. hos.

Schaal 3-6

1

2

3

Medewerker Nederlandse Rode Kruis. Cal. hos.

Schaal 7-7

17

41

116

Administratief medewerker, cal. hos.

Schaal 5-7

10

15

23

Triage arts, ambulance hal

UMS-6

1

2

2

Coördinerend verpleegkundige, ambulance hal

Schaal 7-7

1

1

1

Manschap bedrijfsbrandweer, cal. hos.

Schaal 5-7

6

6

6

Coördinerend arts rode en gele sluis, cal. hos.

UMS-6

1

1

1

Coördinerend verpleegk. rode en gele sluis, cal hos.

Schaal 7-7

1

1

1

seh verpleegkundige rode en gele sluis, cal. hos.

Schaal 8-7

5

9

12

Anesthesie medewerker rode sluis, cal.hos.

Schaal 7-7

3

5

6

Superviserend chirurg rode sluis, cal.hos.

UMS-6

1

1

1

Superviserend anesthesioloog rode sluis cal. hos.

UMS-6

1

1

1

Chirurg rode sluis, cal. hos.

UMS-6

2

3

4

Anesthesioloog gele sluis, cal.hos.

UMS-6

3

4

5

Arts gele sluis, cal. hos.

UMS-6

2

4

6

Coördinerend arts intensive care, cal.hos.

UMS-6

1

1

1

Coördinerend verpleegkundige intensive care cal.hos

Schaal 9-6

1

2

2

Intensivist, cal.hos

UMS-6

2

4

4

Anesthesioloog intensive care, cal.hos.

UMS-6

1

3

3

Intensive care verpleegkundige, cal.hos.

Schaal 9-6

4

12

20

Coördinerend arts medium care, cal.hos.

UMS-6

1

1

1

Coördinerend verpleegkundige medium care, cal hos

Schaal 7-7

1

1

1

Zaalarts medium care, cal.hos.

UMS-6

1

4

7

Medium care verpleegkundige, cal.hos.

Schaal 7-7

3

10

20

Coördinerend arts low care, cal. hos.

UMS-6

1

1

2

Coördinerend verpleegkundige low care, cal hos

Schaal 7-7

1

1

2

Zaalarts low care, cal.hos.

UMS-6

3

7

11

Low care verpleegkundige, cal.hos.

Schaal 7-7

6

24

39

coördinerend arts röntgen, cal.hos.

UMS-6

1

1

1

Coördinerend radiologisch laborant, cal.hos.

Schaal 8-7

1

1

1

Echolaborant, cal.hos.

Schaal 8-7

1

2

2

Radiologisch laborant, cal.hos.

Schaal 8-7

4

6

8

Beveiliging, cal. hos.

Schaal 5-7

8

12

16

Coördinerend arts OK, cal.hos.

UMS-6

1

1

1

Coördinerend verpleegkundige OK, cal. hos.

Schaal 7-7

1

1

1

Chirurg operatiekamer, cal.hos.

UMS-6

1

2

2

Anesthesioloog operatiekamer cal.hos.

UMS-6

1

2

2

OK assistent, cal.hos.

Schaal 7-7

2

4

4

Anesthesie medewerker OK, cal.hos.

Schaal 7-7

1

2

2

Recovery verpleegkundige, cal.hos.

Schaal 7-7

1

2

4

 

g.         In beginsel worden iedere drie jaar de in artikel 11 lid 5 sub d en sub e gehanteerde normbedragen herijkt. Deze herijking vindt plaats op basis van de ontvangen gerealiseerde kosten van de voorafgaande jaren en het ingediende bedrijfsplan voor jaar t.

 

h.         Indien blijkt bij de vaststelling dat de kosten met betrekking tot kapitaallasten significant afwijken van het normbedrag wordt beoordeeld of dit normbedrag aanpassing behoeft.

 

Voor wat betreft kapitaallasten is er sprake van een significante afwijking indien er in een jaar een investering is gerealiseerd hoger dan € 230.000. Het normbedrag van € 351.120 wordt tot aan de eerstvolgende herijking verhoogd met 10% van het meerdere boven de € 230.000.

 

11.6         Procedure aanvraag vaststelling

In aanvulling op het Uniform kader is de aanvraag tot vaststelling compleet indien het jaarverslag bij de aanvraag tot vaststelling is gevoegd. Hierin wordt in ieder geval ingegaan op het gebruik van het calamiteitenhospitaal, uitgesplitst naar scenario, verzoeker, het aantal opgenomen slachtoffers en het aantal dagen per openstelling.

 

11.7         Beoordeling aanvraag vaststelling

 

a. In het aanvraagformulier omschrijft de aanbieder de voorzieningen en activiteiten, waaronder:

  • het aantal openstellingen;
  • de duur per openstelling;
  • het aantal opgenomen slachtoffers per openstelling, waarvoor een beschikbaarheidbijdrage calamiteitenhospitaal is verleend; en,
  • investeringen gedurende het jaar.

b. De gerealiseerde kosten van de onder sub a omschreven

voorzieningen en activiteiten.

c. Artikel 11 lid 5 sub b tot en met sub e van deze beleidsregel zijn ook van toepassing op de beoordeling van de aanvraag tot vaststelling.

 

11.8         Overgangsregeling

Er is voor de duur van drie jaar een overgangsmodel van toepassing ten bedrage van een aflopend percentage van het verschil tussen de definitief vastgestelde beschikbaarheidbijdrage over het jaar 2014 en de definitief vastgestelde beschikbaarheidbijdrage 2015, 2016 en 2017.

 

Bij de verlening wordt uitgegaan van het vaste deel van de beschikbaarheidbijdrage, omdat het aantal openstellingen in jaar t niet bekend is. Bij de vaststelling wordt de definitieve hoogte van de overgangsregeling vastgesteld.

 

Bij de bepaling van het verschil wordt rekening gehouden met zowel het vaste als het variabele deel van de beschikbaarheidbijdrage.

 

Het overgangsmodel:

  • In 2015: 75% van het verschil tussen de definitief vastgestelde beschikbaarheidbijdrage over het jaar 2014 en de vastgestelde beschikbaarheidbijdrage over 2015;
  • In 2016: 50% van het verschil tussen de definitief vastgestelde beschikbaarheidbijdrage over het jaar 2014 en de vastgestelde beschikbaarheidbijdrage over 2016;
  • In 2017: 25% van het verschil tussen de definitief vastgestelde beschikbaarheidbijdrage over het jaar 2014 en de vastgestelde beschikbaarheidbijdrage over 2017.

 

Deze bedragen worden ambtshalve door de NZa opgeteld bij de vaststelling van het betreffende subsidiejaar.

Artikel 12. Coördinatie traumazorg en regionaal overleg acute zorg

12.1         Beschrijving van de zorg

Traumazorg als bedoeld in onderdeel B, aanhef en onder 5 van de Bijlage, voor zover het gaat om de kennisfunctie en coördinatie van acute zorg (Regionaal Overleg Acute Zorg/ROAZ) taken en bevoegdheden rondom Traumazorg, Acute Zorg en Regionaal Overleg Acute Zorg (ROAZ) en voor zover het gaat om Voorbereiding op hulpverlening bij opgeschaalde zorg als bedoeld in de aanwijzing van de minister inzake de beschikbaarheidbijdrage traumazorg6.


Deze zorg omvat de volgende taken en activiteiten:

Functie

Taken

Activiteiten

Coördinatie traumazorg

 

  • traumazorgnetwerk;
  • traumaregistratie;
  • netwerkfunctie;
  • kenniscentrum.

 

  • kwaliteit traumazorg (visitaties);
  • levelindeling;
  • traumaregistratie;
  • operationeel overleg;
  • informeel ad hoc overleg;
  • coördinatietaken;
  • informatie bieden (website/symposia);
  • themabijeenkomsten;
  • scholing;
  • toegepast onderzoek.

Regionaal overleg acute zorg

 

  • borging spreiding en bereikbaarheid (en kwaliteit) acute zorg;
  • netwerkfunctie;
  • kenniscentrum.
  • bestuurlijk overleg;
  • operationeel overleg;
  • informeel/ad hoc overleg;
  • coördinatietaken;
  • themabijeenkomsten;
  • scholing;
  • toegepast onderzoek.

 

12.2         Procedure

In aanvulling op het Uniform kader is hetgeen in dit artikel en de artikelen 12.3 en 12.4 is bepaald van toepassing voor wat betreft de procedure ten aanzien van de beschikbaarheidbhijdrage Coördinatie traumazorg en ROAZ.

 

12.3         Beoordeling aanvraag verlening

12.3.1 Aanbieders kunnen in aanmerking komen voor de verstrekking van een beschikbaarheidbijdrage Coördinatie traumazorg en Regionaal overleg acute zorg (ROAZ) indien zij de in artikel 12.1 van deze beleidsregel genoemde vorm van zorg leveren en indien zij in bezit zijn van een erkenning als traumacentrum.

12.3.2 In het aanvraagformulier omschrijft de aanbieder voor welke taken en activiteiten zoals bedoeld in 12.1 een beschikbaarheidbijdrage Coördinatie traumazorg en ROAZ wordt aangevraagd en wat de begrote kosten voor deze taken en activiteiten zijn.

12.3.3  De beoordeling van de taken en activiteiten van de beschikbaarheidbijdrage vindt, naast het gestelde in de beleidsregel, plaats op basis van de taken en activiteiten zoals beschreven in het rapport van het Landelijk Netwerk Acute Zorg met als titel ‘Bekostiging Acute Zorgnetwerken’ van 29 juli 2014.

12.3.4 De hoogte van de beschikbaarheidbijdrage bedraagt maximaal een totaalbedrag van € 800.000 (prijspeil 2015) per aanbieder.

12.3.5 Indien de aanvraag het bedrag van € 800.000 overschrijdt, wordt de aanvraag voor het gedeelte van het bedrag dat boven de € 800.000 uitgaat afgewezen.

 

12.4         Beoordeling aanvraag vaststelling

12.4.1 In het aanvraagformulier omschrijft de aanbieder:

  • welke taken en activiteiten, waarvoor een beschikbaarheidbijdrage Coördinatie traumazorg en ROAZ is verleend, zijn uitgevoerd én;
  • de voor de taken begrote en gerealiseerde kosten.

 

12.4.2 Substitutie tussen kosten van activiteiten is toegestaan, mits:

  • de activiteiten onderdeel zijn van de verlening, én;
  • de activiteiten zijn uitgevoerd.

 

12.5          Indexering

Er wordt rekening gehouden met een verhouding materieel-personeel van 10% - 90%.

Artikel 13. Traumazorg door mobiel medisch team met voertuig

13.1         Beschrijving zorg

Traumazorg door mobiel medische teams (MMT) als bedoeld in onderdeel B, aanhef en onder 6, van de Bijlage en aangevuld door de aanwijzing van 11 december 2014 (kenmerk 696542-130372-MC) van de minister:

a.         7x24 uur beschikbaarheid van een beschikbaar MMT met voertuig dat binnen 25 minuten na aanname van de melding van de meldkamer ambulancezorg moeten kunnen uitrukken naar de plek van het ongeval.

b.         een MMT bestaat uit een medisch specialist en gespecialiseerde verpleegkundige.

 

13.2         Aantal aanbieders dat wordt belast

Op grond van de aanwijzing van 11 december 2014 (kenmerk 696542-130372-MC) verstrekt de NZa de beschikbaarheidbijdrage voor traumazorg door MMT met voertuig aan twee aanbieders, verdeeld over Utrecht en Enschede.

 

13.3         Procedure

In aanvulling op het Uniform kader zijn voor wat betreft de procedure ten aanzien van de zorg verleend door het MMT met voertuig, dit artikel en de artikelen 13.4 tot en met 13.5van toepassing.

 

13.4         Hoogte beschikbaarheidbijdrage

a.         De beschikbaarheidbijdrage voor traumazorg door MMT met voertuig is deels gebaseerd op werkelijke kosten en deels gebaseerd op normatieve kosten.

b.         De hoogte van de beschikbaarheidbijdrage wordt gebaseerd op de volgende posten:

Post

Type

Toelichting

Normbedrag niveau 2015

Medisch specialist

Nacalculatie

Gebaseerd op BR-CU-2031 uit 2011 met loonindexen. Bedrag per inzet.

€      501,58

Gespecialiseerd verpleegkundige

Nacalculatie

Gebaseerd op cao UMC’s 2013-2015 schaal 9, trede 8, met onregelmatigheidstoeslag, vakantietoeslag en eindejaarsuitkering conform cao UMC. Bedrag per inzet.

€      254,35

Chauffeur

Nacalculatie

chauffeur, schaal 7 en trede 11, onregelmatigheidstoeslag, vakantietoeslag en eindejaarsuitkering conform cao Ambulancezorg. Bedrag per inzet.

€      160,75

Verzekering team

Normatief

Gebaseerd op de aangeleverde  onderbouwing door de betrokken instellingen

€        5.019

Inbouw communicatie en navigatie voertuig

Normatief

Aanschafwaarde wordt afgeschreven over 8 jaar

€        1.481

Inbouw patiëntgebonden apparatuur

Normatief

Aanschafwaarde wordt afgeschreven over 10 jaar

€        3.330

Verzekering auto

Nacalculatie

Voorcalculatorische waarde

€    1.505,70

Wegenbelasting

 

Nacalculatie

Voorcalculatorische waarde

€    2.565,71

Brandstof

Normatief

Vergoeding van 2.800 km met een verbruik van 1:10. Brandstofprijs:

- verlening, officiële adviesprijs7 op 1/7 van jaar t-1

- vaststelling, officiële adviesprijzen11 op 1/1, 1/4, 1/7 en 1/10 van jaar t.

€      337,05

Onderhoud

Nacalculatie

Voorcalculatorische waarde

€    2.007,60

Stallingskosten

Normatief

Uitgaande van € 150/m2

€    4.215,96

Kleding

Normatief

Aanschafwaarde wordt afgeschreven over 5 jaar

€        1.000

Verbruiksgoederen

Normatief

Gebaseerd op de aangeleverde  onderbouwing door de betrokken instellingen

€      602,28

Opleidingen

Normatief

Gebaseerd op de aangeleverde  onderbouwing door de betrokken instellingen

€  17.064,60

Oefeningen

Normatief

Gebaseerd op de aangeleverde  onderbouwing door de betrokken instellingen

€  18.570,30

Overhead

Normatief

Gebaseerd op de aangeleverde  onderbouwing door de betrokken instellingen

€  37.337,34

Accountantskosten

Normatief

Indien bij de vaststelling de totale beschikbaarheidbijdrage conform Uniform kader hoger is dan € 125.000

€    4.015,20

 

c.         Een herijking van de in sub b gehanteerde normbedragen vindt gelijktijdig met de in artikel 6.5 sub c gehanteerde normbedragen plaats.

d.         Indien blijkt dat de werkelijke kosten significant afwijken van de normbedragen genoemd in sub b kan, in afwijking van sub c, bij de vaststelling worden beoordeeld of een normbedrag aanpassing behoeft. De basis van de significante afwijking moet gelegen zijn in een andere wijze van uitoefening van de functie.

 

13.5         Beoordeling aanvraag vaststelling

a.         Het aanvraagformulier bevat:

  • het aantal inzetten van het voertuig;
  • de gerealiseerde werkelijke kosten op de posten genoemd onder artikel 13.4 sub b.

b.         De hoogte van de vaststelling wordt bepaald door de normatieve kostenposten als bedoeld onder artikel 13.4 sub b, de werkelijke inzet van het voertuig en de werkelijke kosten van de posten verzekering auto, wegenbelasting en onderhoud.

Artikel 14. Gespecialiseerde en derdelijns psychotraumazorg voor zover het gaat om de kennis en expertisefunctie

14.1         Beschrijving van de zorg

Gespecialiseerde en derdelijns psychotraumazorg voor zover het gaat om de kennis- en expertisefunctie als bedoeld in onderdeel B, aanhef 10 van de bijlage en aangevuld met het bepaalde in de aanwijziging van de minster.8

 

14.2         Criteria verstrekking

Aanbieders kunnen in aanmerking komen voor de verstrekking van een beschikbaarheidbijdrage indien zij de in artikel 14.1 van deze beleidsregel beschreven vorm van zorg levert en als aan elk van de volgende criteria is voldaan:

  • De aanbieder levert derdelijns psychotraumazorg aan mensen met complexe psychotraumaklachten, die het gevolg zijn van bijvoorbeeld ernstige incidenten, geweld, of misbruik, waarvoor een landelijke kennisinfrastructuur noodzakelijk is;
  • De aanbieder bezit de landelijke kennis- en expertisefunctie voor derdelijns en gespecialiseerde psychotraumazorg;
  • De aanbieder borgt of ontwikkelt de expertise voor het bieden van psychotraumazorg aan specifieke doelgroepen en vertaalt deze expertise in specifiek behandelaanbod.

 

14.3         Procedure

In aanvulling op het Uniform kader is hetgeen in dit artikel en de artikelen 14.4 en 14.5 is bepaald, van toepassing voor wat betreft de procedure ten aanzien van de beschikbaarheidbijdrage Gespecialiseerde en derdelijns psychotraumazorg voor zover het gaat om de kennis- en expertisefunctie.

 

14.3.1  Verlening

De aanvraag voor de verlening van 2017 wordt ingediend uiterlijk 31 januari 2017.

 

14.4         Beoordeling aanvraag verlening

14.4.1 Aanvraagformulier

In het aanvraagformulier omschrijft de aanbieder voor welke taken en activiteiten een beschikbaarheidbijdrage Gespecialiseerde en derdelijns psychotraumazorg, voor zover het gaat om de kennis- en expertisefunctie, wordt aangevraagd en wat de begrote kosten voor deze taken en activiteiten zijn.

 

14.4.2 Activiteiten

De hoogte van de beschikbaarheidbijdrage wordt gebaseerd op de kosten van de volgende activiteiten met een maximale hoogte aan vergoeding per activiteit of activiteitengroep:

 

Activiteit

(max.) hoogte beschikbaarheidbijdrage

Derdelijns centrum functie

€ 678.609,54

Productontwikkeling, zorginnovatie

 € 2.130.794,87

Experimentele behandelingen

Wetenschappelijk onderzoek

Opleiding en onderwijs

€ 731.927,84

Bestuurlijk coördinerende rol

€ 313.631,18

Totaal

€ 3.854.963,43

 

Indien een opgegeven activiteit niet voldoet aan bovengenoemde afbakening, dan worden de begrote kosten voor deze activiteit in mindering gebracht op het bedrag van de aangevraagde verlening.

 

Activiteiten met bijbehorende kosten die zijn toe te rekenen aan dbc ggz zorgproducten en in rekening zijn te brengen door middel van de in de curatieve ggz geldende prestaties en tarieven, komen niet voor vergoeding via de beschikbaarheidbijdrage in aanmerking. Hieronder valt bijvoorbeeld onderlinge dienstverlening en de standaard 0.8 FTE senior onderzoeker voor het TOP-GGZ keurmerk. Voor deze zorgfunctie geldt tevens dat eventuele opbrengsten (overige geldstromen) die van toepassing zijn, in mindering worden gebracht op de aangeleverde kosten.

 

14.4.3 Hoogte beschikbaarheidbijdrage

De hoogte van de beschikbaarheidbijdrage bedraagt maximaal €3.854.963 (prijspeil ultimo 2015), waarbij de zes onderliggende activiteiten/activiteitengroep ook aan een maximum gebonden zijn.

 

Indien de aanvraag de maximale hoogte van de beschikbaarheidbijdrage overschrijdt, wordt de aanvraag voor het gedeelte van het bedrag dat boven de maximale hoogte van de beschikbaarheidbijdrage uitgaat afgewezen. Hetzelfde geldt als de aanvraag de maximale hoogte van één van de activiteiten/activiteitengroep, zoals opgenomen in bovenstaand tabel, overschrijdt. Ook in dat geval wordt de aanvraag voor het gedeelte van het bedrag dat boven de maximale hoogte van die activiteit uitgaat afgewezen.

 

14.5         Beoordeling aanvraag vaststelling

In het aanvraagformulier omschrijft de aanbieder:

  • welke taken en activiteiten waarvoor een beschikbaarheidbijdrage Gespecialiseerde en derdelijns psychotraumazorg voor zover het gaat om de kennis- en expertisefunctie, zijn uitgevoerd én;
  • de voor de taken begrote en gerealiseerde kosten en opbrengsten.

Artikel 15. Acuut ambulancevervoer per ambulancehelikopter vanaf de Friese Waddeneilanden

15.1 Beschrijving zorg

Acuut ambulancevervoer per ambulancehelikopter vanaf de Friese Waddeneilanden als bedoeld in onderdeel B, aanhef en onder 16, van de Bijlage.

 

15.2 Criteria verstrekking

De Regionale Ambulancevoorziening (RAV) Fryslân kan in aanmerking komen voor de verstrekking van een beschikbaarheidbijdrage voor acuut ambulancevervoer per ambulancehelikopter vanaf de Friese Waddeneilanden indien zij de in artikel 15.1 genoemde vorm van zorg leveren en als aan elk van de volgende criteria is voldaan:

  1. 7x24 uur beschikbaarheid van een ambulancehelikopter;
  2. het ambulancevervoer per ambulancehelikopter is noodzakelijk om een dreigende verslechtering te voorkomen ten opzichte van de thans bestaande landelijke situatie, uitgaande van gevoeligheid voor de zogenaamde 45-minuten bereikbaarheidsnorm als bedoeld in onderdeel B, aanhef en onder 16, van de Bijlage.

 

15.3 Hoogte beschikbaarheidbijdrage

De hoogte van de beschikbaarheidbijdrage is gebaseerd op de volgende posten:

 

Post

Opstartfase

Tot 16 november 2016

Opstartfase dagvluchten: vanaf 16 november 2016 tot en met 31 december 2016

Opstartfase dagvluchten: 1 januari 2017 tot uiterlijk 16 februari 2017

24/7 beschikbaarheid

1.

Leasecontract helikopter inclusief piloot

 

 

 

 

Vast

Geen vergoeding

Op basis van contract

Op basis van contract

Op basis van contract

 

Variabel

Geen vergoeding

Nacalculatie: aantal uren * vast bedrag per vlieguur

Nacalculatie: aantal uren * vast bedrag per vlieguur

Nacalculatie: aantal uren * vast bedrag per vlieguur

2.

Personele inzet

 

 

 

 

Ambulanceverpleegkundige

Geen vergoeding

Nacalculatie

Nacalculatie

Nacalculatie

 

Ambulancechauffeur/navigator

Geen vergoeding

Nacalculatie

Nacalculatie

Nacalculatie

3.

Heliplatform

 

 

 

 

Huur

Op basis van contract v.a. 1-10-2016

Op basis van contract

Op basis van contract

Op basis van contract

 

Dienstverlening

Op basis van contract v.a. 1-10-2016

Op basis van contract

Op basis van contract

Op basis van contract

 

Nutsvoorzieningen

Op basis van contract v.a. 1-10-2016

Op basis van contract

Op basis van contract

Op basis van contract

4.

Direct overig

 

Reiskosten

Geen vergoeding

Nacalculatie

Nacalculatie

Nacalculatie

 

Dienstkleding

Geen vergoeding

Nacalculatie

Nacalculatie

Nacalculatie

 

Opleidingskosten

Nacalculatie

Nacalculatie

Nacalculatie

Nacalculatie

 

Patiëntgebonden kosten

Geen vergoeding

Nacalculatie

Nacalculatie

Nacalculatie

 

Hotelmatige kosten

Geen vergoeding

Nacalculatie

Nacalculatie

Nacalculatie

5.

Investeringen

 

Afschrijving inventaris (5 jaar vanaf 2016)

Nacalculatie

Nacalculatie

Nacalculatie

Nacalculatie

6.

Indirecte kosten (opslag)

 

Indirecte kosten (opslag)

Nacalculatie

Nacalculatie

Nacalculatie

Nacalculatie

7.

Opstartkosten

 

Projectkosten

Nacalculatie

Geen vergoeding

Geen vergoeding

Geen vergoeding

 

Initiële opleidingskosten ten behoeve van opstart

Nacalculatie

Geen vergoeding

Geen vergoeding

Geen vergoeding

 

Juridische kosten ten behoeve van de aanbesteding

Nacalculatie

Geen vergoeding

Geen vergoeding

Geen vergoeding

 

Wervingskosten

Nacalculatie

Geen vergoeding

Geen vergoeding

Geen vergoeding

 

Overige opstartkosten

Nacalculatie

Geen vergoeding

Geen vergoeding

Geen vergoeding

 

Voor de hoogte van de vergoeding per post zal het beleid van het MMT met helikopter als referentie worden gehanteerd.

 

15.4 Opstartkosten

15.4.1 Opstartkosten komen voor vergoeding in aanmerking indien deze kosten voldoen aan de volgende cumulatieve criteria:

a. Het zijn kosten die voorwaardelijk zijn om de voorziening te realiseren;

b. De kosten zijn gemaakt in tijd vóórdat de voorziening tot stand is gebracht.

 

15.4.2 Uitsluitend in de periode van 16 november 2016 tot uiterlijk 16 februari 2017 is er sprake van een opstartfase waarin de vluchten van de ambulancehelikopter van de RAV Fryslân alleen plaatsvinden bij daglicht. De kosten voor acuut ambulancevervoer per ambulancehelikopter vanaf de Friese Waddeneilanden in deze opstartfase worden aangemerkt als opstartkosten. 

 

15.4.3 De opstartkosten die in 2016 voor vergoeding in aanmerking komen bestaan uit de opstartkosten als bedoeld in artikel 15.4.1 en 15.4.2.

 

15.4.4 De opstartkosten die in 2017 voor vergoeding in aanmerking komen bestaan uit de opstartkosten als bedoeld in artikel 15.4.2.

 

15.5 Procedure

In aanvulling op het Uniform kader is dit artikel en de artikelen 15.6 tot en met 15.9 voor wat betreft de procedure ten aanzien van het acuut ambulancevervoer per ambulancehelikopter vanaf de Friese Waddeneilanden van toepassing.

 

15.6 Verlening 2016

15.6.1 De verlening vindt ambtshalve plaats.

 

15.6.2 Het bedrag per post, zoals bedoeld in artikel 15.3, wordt gebaseerd op de door de RAV Fryslân aangeleverde informatie die vóór 15 november 2016 door de NZa is ontvangen.

 

15.6.3 De uitbetaling van het verleende bedrag vindt in één termijn plaats.

 

15.7 Vaststelling 2016

15.7.1 De vaststelling vindt op aanvraag plaats op basis van artikel 15.3.

 

15.7.2 De procedure van vaststellen is conform artikel 5 uit het Uniform kader.

 

15.7.3 In het aanvraagformulier omschrijft de aanbieder:

  • het aantal inzetten en cancels van de helikopter;
  • het aantal vlieguren;
  • de inzet van het aantal fte aan ambulanceverpleegkundige en ambulancechauffeur/navigator;
  • de gerealiseerde werkelijke kosten op de posten genoemd in artikel 15.3.

 

15.8 Verlening 2017

15.8.1 De verlening vindt op aanvraag plaats op basis van artikel 15.3.

 

15.8.2 In het aanvraagformulier vermeldt de aanbieder de werkelijke kosten van het leasecontract van de helikopter, de te verwachten vlieguren en de posten zoals genoemd onder artikel 15.3.

 

15.8.3 De procedure van verlenen is conform artikel 4 uit het Uniform kader met uitzondering van artikel 4.1.1. Uniform kader. De RAV Fryslân dient uiterlijk 31 januari 2017 een aanvraag voor verlening van een beschikbaarheidbijdrage voor acuut ambulancevervoer per ambulancehelikopter vanaf de Friese Waddeneilanden in bij de NZa.

 

15.8.4 De uitbetaling van de voorschotten vindt in 11 termijnen plaats.

 

15.9 Vaststelling 2017

15.9.1 De vaststelling vindt op aanvraag plaats op basis van artikel 15.3.

 

15.9.2 De procedure van vaststellen is conform artikel 5 uit het Uniform kader.

 

15.9.3 In het aanvraagformulier omschrijft de aanbieder:

  • het aantal inzetten en cancels van de helikopter;
  • het aantal vlieguren;
  • de inzet van het aantal fte aan ambulanceverpleegkundige en ambulancechauffeur/navigator;
  • de gerealiseerde werkelijke kosten op de posten genoemd in artikel 15.3.

Artikel 16. Intrekking oude beleidsregel

Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze beleidsregel wordt de ‘Beleidsregel Beschikbaarheidbijdrage op aanvraag’, met kenmerk BR/REG-17180 ingetrokken.

Artikel 17. Overgangsbepaling

De ‘Beleidsregel Beschikbaarheidbijdrage op aanvraag’, met kenmerk BR/REG-17180, blijft van toepassing op besluiten en aangelegenheden die hun grondslag vinden in die beleidsregel en die betrekking hebben op de periode waarvoor die beleidsregel gold.

Artikel 18. Inwerkingtreding en citeerregel

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin de mededeling als bedoeld in artikel 20, tweede lid, onderdeel b, van de Wmg, wordt geplaatst en werkt terug tot 1 januari 2017.

 

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: ‘Beleidsregel Beschikbaarheidbijdrage op aanvraag.

Toelichting bij beleidsregel

Deze beleidsregel vervangt beleidsregel BR/REG-17180. Deze beleidsregel bevat wijzigingen voor de zorgfuncties Gespecialiseerde brandwondenzorg, Traumazorg door mobiel medisch team met helikopter, Acute verloskunde, Traumazorg door mobiel medisch team met voertuig en Acuut ambulancevervoer per ambulancehelikopter.

 

Voor Gespecialiseerde brandwondenzorg is het beleid aangepast naar aanleiding van het kostenonderzoek naar deze zorgfunctie. De uitkomsten van het kostenonderzoek laten zien dat het voorgaande (oude) beleid niet voldoende aansluit bij de werkelijk gemaakte kosten van de brandwondencentra. De werkelijke kosten van de brandwondencentra varieerde veel per jaar en per brandwondencentrum. Er is besloten om de beschikbaarheidbijdrage voor de gespecialiseerde brandwondenzorg vast te stellen op basis van nacalculatie. Deze bekostigingsmethode zorgt voor bekostiging op maat. De manier van verantwoorden door de brandwondencentra wijzigt ook (wordt gedetailleerder) door deze verandering in de bepaling van de hoogte van de beschikbaarheidbijdrage.  

 

Voor Traumazorg door mobiel medisch team met helikopter en Traumazorg door mobiel medisch team met voertuig zijn minimale inhoudelijke aanpassingen gedaan ten aanzien van de accountantskosten en een gelijktijdige herijking van de bedragen. Voor deze twee functies en Acuut ambulancevervoer per ambulancehelikopter zijn er daarnaast enkele tekstuele aanpassingen gedaan. Voor Acute verloskunde is bijlage 1 van de beleidsregel geupdated.

 

Beschikbaarheidbijdrage – algemeen

Voor een aantal vormen van zorg is het niet of niet geheel mogelijk om de kosten voor de afzonderlijke prestaties rechtstreeks toe te rekenen naar of in rekening te brengen aan individuele zorgverzekeraars of verzekerden. Ook kan het voorkomen dat een dergelijke toerekening van de kosten naar tarieven marktverstorend zou werken. Indien deze vormen van zorg niet op een andere wijze worden bekostigd kan er onder voorwaarden een beschikbaarheidbijdrage worden toegekend. De minister heeft bij besluit9 de specifieke vormen van zorg aangewezen waarvan de beschikbaarheid geborgd dient te worden. Het gaat om specifieke functies of kenmerken van de zorgverlening, zoals beschikbaarheid, specifieke deskundigheid of specifieke voorzieningen.

 

In de beleidsregel Unifom kader beschikbaarheidbijdrage NZa is het beleid neergelegd dat de NZa hanteert bij het verlenen en vaststellen van alle beschikbaarheidbijdragen. Onderhavige beleidsregel bevat specifieke regels die aanvullend op het Uniform kader van toepassing zijn op de toekenning van de beschikbaarheidbijdrage voor de specifieke zorgfuncties en de vervolgopleidingen. Indien er gerechtvaardigde redenen zijn om af te wijken van het Uniform kader, is deze afwijking opgenomen in de specifieke beleidsregel.

 

De voorliggende beleidsregel ziet op die beschikbaarheidbijdragen die op aanvraag door de NZa worden verstrekt. Voor de zorgfunctie academische component wordt de beschikbaarheidbijdrage ambtshalve verstrekt. Zie hiervoor de ‘Beleidsregel Beschikbaarheidbijdrage Cure - ambtshalve’.

 

Algemeen

Het proces van verlenen en vaststellen van een beschikbaarheidbijdrage door de NZa geschiedt – kort samengevat - als volgt. De NZa zal aan het begin van het subsidiejaar een verleningsbeschikking afgeven. Na afloop van het subsidiejaar zal de NZa een vaststellingsbeschikking afgeven. De beschikbaarheidbijdrage zal worden bevoorschot. Uitbetaling geschiedt in 12 termijnen. Bij de vaststellingsbeschikking wordt de hoogte van de beschikbaarheidbijdrage definitief door de NZa vastgesteld. Voor uitbetaling van de door de NZa vastgestelde beschikbaarheidbijdrage dient de zorgaanbieder zich te wenden tot het Zorginstituut Nederland.

 

Deze procedure staat meer uitgebreid beschreven in het Uniform kader .

 

Daarnaast bevatten de ‘Beleidsregel Beschikbaarheidbijdrage - op aanvraag’, ‘Beleidsregel Beschikbaarheidbijdrage Cure - ambtshalve’ en de ‘Beleidsregel (medische) vervolgopleidingen’specifieke (inhoudelijke) regels die aanvullend op het Uniform kader van toepassing zijn op de verstrekking van de beschikbaarheidbijdrage voor de specifieke zorgfuncties en de vervolgopleidingen.

 

De zorgaanbieder die een beschikbaarheidbijdrage aanvraagt en/of ontvangt, dient dan ook kennis te nemen van zowel de regels uit het Uniform kader als van de op hem van toepassing zijnde specifieke beleidsregel(s).

 

Onderhavige beleidsregel bevat slechts daar waar nodig per zorgfunctie een nadere duiding of afwijking op het Uniform kader.

Toelichting bij de zorgfuncties

Traumazorg door mobiel medisch team met helikopter

Artikel 6.4

Naar aanleiding van het kostenonderzoek uit 2016 “MMT-met helikopter” zullen bij de vaststelling 2016 de vergoedingsbedragen van artikel 6.5 sub c worden gehanteerd. Deze vergoedingsbedragen wijken af van de vergoedingsbedragen die zijn gehanteerd bij de verlening 2016.

 

Artikel 6.5

De resultaten van het kostenonderzoek uit 2016 “MMT-met helikopter” zijn opgenomenin de tabel met de vergoedingsbedragen van artikel 6.5 sub c. Voor de onderbouwing van de bedragen verwijzen wij naar het rapport “Uitkomsten kostenonderzoek Traumazorg door Mobiel Medisch Team (MMT) met helikopter 2016”.

 

Helikopter:

De vergoeding voor de kosten van het contract voor helikopter en de piloot gaat op basis van werkelijke kosten. Het contract bevat de volgende posten:

  • lonen van vliegoperationeel personeel;
  • kosten voor vliegoperationele trainingen;
  • kosten voor het administratiebureau;
  • de aanschaf- en afschrijvingskosten van de helikopter;
  • verzekeringen;
  • variabele kosten met betrekking tot inzet van de helikopter;
  • kosten voor reservecapaciteit zoals doorberekend door de ADAC/ANWB.

 

Bij het onderdeel helikopter worden de kosten van de buitenlandse inzet op basis van nacalcultaie vergoed. Hierop worden eventuele kortingsposten en de opbrengsten van buitenlandse inzet in mindering gebracht.

 

Personele inzet:

De normbedragen voor de personele inzet zijn als volgt berekend:

Norm

Cao

FTE

Prijspeil 2016

MMT

Gespecialiseerd verpleegkundige

Cao umc 2015-2017

 6,40

 €    560.832

Helicopter landing officer

Cao Ambulancezorg 2105-2018

 5,91

 €    422.485

Medisch specialist

Cao umc 2015-2017, paragraaf academisch medisch specialisten

 5,65

 € 1.200.253

Ondersteunend personeel

Chief nurse

Cao umc 2015-2017

0,30

 €      26.983

Manager

Cao umc 2015-2017

0,38

 €      42.552

Medisch coördinator

Cao umc 2015-2017, paragraaf academisch medisch specialisten

0,23

 €      45.658

Secretariaat

Cao umc 2015-2017

0,45

 €      22.271

Norm inclusief HLO

2.321.033

Norm exclusief HLO

1.898.548

 

Indien er een geheel nieuwe cao is, zullen wij de bedragen her-berekenen. Standaard geldt dat jaarlijks deze bedragen geÏndexeerd worden met de definitieve loonindex.

 

Opleidingskosten:

Bij het berekenen van de kosten voor de opleidingen is er onderscheid gemaakt tussen de kosten voor het initieel opleiden van teamleden en bij- en nascholingskosten. De reden hiervoor is dat de kosten voor het initieel opleiden van teamleden relatief hoog zijn en het aantal opleidelingen in een centrum per jaar kan fluctueren.

  • Alle aanbieders ontvangen jaarlijks een normatieve vergoeding voor periodieke opleidingen. Voor de centra met een standplaats op het dak worden geen kosten vergoed voor de rijopleiding van de gespecialiseerd verpleegkundige.
  • Voor de initiële opleidingen in de tabel onder artikel 6.5 sub c geldt een normbedrag per opleiding. Dit normbedrag wordt vergoed voor elke daadwerkelijk gegeven initiële opleiding. De vaststelling wordt bepaald op basis van een nacalculatie op het aantal opleidingen naar soort.
  • In de normbedragen voor het initieel opleiden van teamleden worden ook de kosten voor de benodigde uren vergoed. De kosten voor de benodigde uren voor periodieke cursussen zijn meegenomen in de fte-berekening in het onderdeel personele inzet.

 

Directe overige kosten:

  • Dienstkleding: de vergoeding voor de kosten van de dienstkleding is gebaseerd op een normbedrag per MMT-lid. Bij de verantwoording wordt een nacalculatie gedaan op basis van het aantal personen binnen het MMT.
  • Algemene personele kosten: de vergoeding voor algemene personele kosten gaat op basis van werkelijke kosten. Hieronder vallen alle niet onder loonkosten vallende uitgaven met betrekking tot personeel, zoals: reis-en verblijfskosten (voor zover niet meegenomen bij opleidingskosten voor het MMT), abonnementen, reguliere (niet MMT gerelateerde) opleidingskosten en representatiekosten.
  • Algemene materiële kosten: in het normbedrag prijspeil 2016 zit geen vergoeding voor de afschrijving voor de C2000-apparatuur. De vergoeding vindt plaats vanaf het jaar van aanschaf. Uitgaande van € 350.000 voor 5 helikopters met een afschrijvingstermijn van 10 jaar, is hiervoor een bedrag van € 8.750 per centrum per jaar opgenomen. De exacte hoogte van de vergoeding wordt vastgesteld bij de verantwoording over het jaar van aanschaf en geldt voor een afschrijvingstermijn van 10 jaar.

 

Artikel 6.6

De resultaten van het kostenonderzoek uit 2016 ‘MMT met voertuig’ zijn opgenomen in de tabel met vergoedingsbedragen van artikel 6.6 sub c.

 

De vergoeding voor de verzekering van de auto, wegenbelasting en onderhoud vindt plaats op basis van nacalculatie. Bij de verlening wordt gebruikt gemaakt van een voorcalculatorische waarde. Bij de vaststelling vergoeden wij de werkelijk gemaakte kosten, mits deze onderbouwd zijn met onderliggende facturen en/of andere bewijzen. Deze werkelijke kosten kunnen hoger of lager zijn dan de voorcalculatorische waarde. Indien de werkelijke kosten lager zijn, betekent dit dat de instelling het negatieve verschil moet terug betalen. Zijn de werkelijke kosten hoger, dan ontvangt de instelling het positieve verschil. Artikel 6.6 sub e bepaalt dat bij een significante afwijking van de werkelijke kosten met de normbedragen, de NZa bij de vaststelling kan bepalen of het normbedrag aanpassing behoeft. De basis van de significante afwijking moet gelegen zijn in een andere wijze van uitoefening van de functie. Voorbeelden hiervan zijn het aangaan van een lease constructie in plaats van een voertuig in eigendom of onvoorziene nieuwe regels waardoor het aantal ritten van het voertuig sterk toe- of afneemt. In geval een instelling de functie op een andere wijze wil gaan invullen zal de instelling vooraf in overleg treden met de NZa over de mogelijke gevolgen voor de bekostiging. De NZa zal de wijziging toetsen op redelijkheid.

Spoedeisende hulp

Artikel 7.2

De drie criteria waaraan de NZa een aanvraag voor een beschikbaarheidbijdrage seh toetst zijn cumulatief. Dit betekent dat als de NZa constateert dat er niet aan een van de criteria wordt voldaan, de NZa niet de andere criteria hoeft te toetsen. De criteria worden hierna nader toegelicht.

1. Een seh dient te voldoen aan de thans geldende normen van de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Conform het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG is de seh per ambulance bereikbaar en beschikt 7 x 24 uur over minimaal één seh-arts en één seh-verpleegkundige;

2. De beschikbaarheidbijdrage voor seh is alleen bedoeld voor situaties waarin de opbrengsten uit tarieven die in rekening gebracht zijn in verband met het verlenen van deze zorg niet toereikend zijn om de vorm van zorg beschikbaar te hebben;

3. De 45-minutennorm stelt dat iedereen binnen 45 minuten naar een spoedeisende hulp vervoerd moet kunnen worden. Het RIVM doet periodiek onderzoek naar welke seh’s gevoelig zijn voor deze 45-minutennorm. Bij toetsing van dit criterium wordt aangesloten bij de voor het betreffende jaar relevante versie van deze analyse.

 

Zorgverzekeraars houden hun wettelijke verantwoordelijkheid voor het contracteren en vergoeden van de seh-zorg, ook al wordt een beschikbaarheidbijdrage toegekend. Deze beschikbaarheidbijdrage voorziet in de extra kosten van bepaalde seh’s omdat daar de kosten hoger liggen dan de opbrengsten vanwege de beperkte vraag. De beschikbaarheidbijdrage ontheft de zorgverzekeraar niet van de contractering (bij een natura-verzekering) en vergoeding (bij een restitutie-verzekering) van de dbc’s.

 

Artikel 7.4

De NZa bepaalt wat de hoogte van de beschikbaarheidbijdrage moet zijn. Om een subjectieve bepaling van de hoogte zoveel mogelijk te voorkomen is gekozen voor een normering van zowel de kosten als de opbrengsten. Deze normering volgt uit het kostenonderzoek dat in 2016 heeft plaatsgevonden.

 

Vaststellen van de opbrengsten

Omdat de beschikbaarheidbijdrage alleen een eventueel tekort beoogt te compenseren, moet worden bepaald welke opbrengsten een seh genereert. Aangezien er geen directe declaraties door de seh-arts worden verricht, zullen de opbrengsten normatief bepaald worden op €90,60 per seh-consult. Voor het bepalen van dit bedrag is de volgende methodiek gebruikt.

 

Het deel van de zorgactiviteiten binnen een dbc-traject dat is uitgevoerd op de dag van het seh-consult wordt meegenomen als opbrengst genererende activiteiten voor de seh.

 

De uitgangspunten op grond waarvan de hoogte van de beschikbaarheidbijdrage wordt bepaald (kostenkant van de seh is op basis van de beschikbaarheid van een seh arts) moeten zoveel mogelijk gelijk lopen aan de uitgangspunten waarmee de opbrengsten worden geraamd (opbrengstenkant alleen die opbrengsten die de seh arts dan genereert). De systematiek is ook ongevoelig voor veranderingen in de productstructuur.

 

Uitgangspunten bij opbrengstbepaling van de seh zijn dan de volgende:

  • Hotelfunctie van het ziekenhuis (bijv. verpleegdagen) wordt niet meegenomen, eerste hulp bezoek wordt wel meegenomen;
  • Alleen activiteiten die rechtstreeks zijn toe te rekenen aan het handelen van de seh arts/seh verpleegkundige op de seh zijn meegenomen bij het bepalen van de normatieve opbrengsten per seh consult. Hier moet gedacht worden aan het inbrengen van een infuus of het schoonmaken van een wond en niet aan verdere diagnostiek zoals bijvoorbeeld het maken van een MRI-scan.

 

Als basis zijn de productiecijfers uit het DIS 2014 gebruikt. Reguliere dbc-trajecten die via de seh het ziekenhuis zijn binnengekomen zijn geïdentificeerd aan de hand van het voor komen van het seh consult (code 190015).

 

Artikel 7.6

Er geldt een afbouwregeling voor een aantal seh’s die op historische gronden een bijdrage ontvingen. Zodra de afbouwregeling is afgerond zal voor alle aanbieders het in deze beleidsregel opgenomen regime gelden. Het is niet mogelijk om voor zowel de afbouwregeling seh als het in deze beleidsregel opgenomen regime voor de seh in aanmerking te komen. De zorgaanbieder zal een keuze moeten maken. 

Acute verloskunde

Artikel 8.2

De drie criteria waaraan de NZa een aanvraag voor een beschikbaarheidbijdrage acute verloskunde toetst zijn cumulatief. Dit betekent dat als de NZa constateert dat er niet aan een van de criteria wordt voldaan, de NZa niet de andere criteria hoeft te toetsen. De criteria worden hierna nader toegelicht.

  1. Een acute verloskunde post dient te voldoen aan de thans geldende normen van de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Hierbij geldt de voorwaarde dat deze zorg binnen 45 minuten per ambulance bereikbaar is en dat binnen 30 minuten na vaststelling van de diagnose van een spoedeisende situatie door een gynaecoloog of geautoriseerd obstetrisch professional de benodigde medisch specialistische behandeling kan worden gestart10;
  2. De beschikbaarheidbijdrage voor acute verloskunde is alleen bedoeld voor situaties waarin de opbrengsten uit tarieven die in rekening gebracht zijn in verband met het verlenen van deze zorg niet toereikend zijn om de vorm van zorg beschikbaar te hebben;
  3. De 45-minutennorm stelt dat iedereen binnen 45 minuten naar een spoedeisende hulp vervoerd moet kunnen worden. Het RIVM doet periodiek onderzoek naar welke acute verloskunde locaties gevoelig zijn voor deze 45-minutennorm. Bij toetsing van dit criterium wordt aangesloten bij de voor het betreffende jaar relevante versie van deze analyse.

 

Zorgverzekeraars houden hun wettelijke verantwoordelijkheid voor het contracteren en vergoeden van de acute verloskundige zorg, ook al wordt een beschikbaarheidbijdrage toegekend. Deze beschikbaarheidbijdrage voorziet in de extra kosten van bepaalde acute verloskundige voorzieningen omdat daar de kosten hoger liggen dan de opbrengsten vanwege de beperkte vraag. De beschikbaarheidbijdrage ontheft de zorgverzekeraar niet van de contractering (bij een natura-verzekering) en vergoeding (bij een restitutie-verzekering) van de dbc’s.

 

Artikel 8.4

 

Kosten personeel

Als de gynaecoloog en de obstetrisch professional elkaar afwisselen in diensten zal de verhouding worden bepaald op basis van opgegeven inzet. De fte voor de gynaecoloog worden meegenomen tot 5,1 fte. Indien de fte voor de gynaecoloog minder dan 5,1 fte bedraagt, wordt de fte voor de obstetrisch professional in verhouding meegenomen. Bijvoorbeeld: een ziekenhuis heeft 4 fte gynaecologen en vult de overige diensten in met obstetrisch professional. Het ziekenhuis zal dan in het aanvraagformulier tot verlening of vaststelling 4 fte verantwoorden bij de gynaecoloog. De overige 1,1 fte van de gynaecoloog kan vervolgens vermenigvuldigd worden met 1,20 (de verhouding tussen 6,1 en 5,1). Dit leidt tot een fte-aantal voor de obstetrisch professional van 1,32 fte.

 

Vaststellen van de opbrengsten

Voor de opbrengsten uit de dbc’s verloskunde wordt de hoogte per dbc vastgesteld op basis van gemiddelde productprijzen (dit zijn immers vrije tarieven). Alleen het deel van de zorgactiviteiten binnen deze dbc-trajecten dat is uitgevoerd door de gynaecoloog/obstetrisch professional worden als opbrengsten toegerekend en zijn als percentage weergegeven.

Post mortem orgaanuitname

Artikel 9.1

De beschikbaarheidbijdrage PMO is een compensatie voor de betrokken UMC’s voor de uitnamechirurgen in de aangewezen Zelfstandige uitnameteams (ZUT).

 

De betrokken UMC’s worden gecompenseerd voor het gemis aan inkomsten als gevolg van de inzet van deze uitnamechirurgen. In plaats van PMO had het UMC de betrokken chirurg namelijk ook in kunnen zetten op inkomsten genererende ‘dbc productie’.

 

Artikel 9.3

De NZa concludeert dat er in totaal: 2 fte + (0,2 fte * 2) + (0,09 fte * 2) + (0,05 * 2)= 2,68 fte per uitnameteam nodig is om de functie PMO beschikbaar te hebben op jaarbasis.

Van belang hierbij is dat deze 2,68 fte wordt geleverd door een team van meerdere uitnamechirurgen die, als ze geen PMO dienst hebben, ook andere diensten draaien. In een voorbeeld:

Als een team van 10 chirurgen PMO diensten verzorgt, is 2,68 fte chirurg niet in te roosteren op reguliere, declarabele, diensten omdat deze 2,68 fte gereserveerd is voor PMO-diensten. De beschikbaarheidbijdrage is bedoeld om het ziekenhuis te compenseren voor het niet kunnen inzetten van 2,68 fte op wel declarabele productie.

 

De verdeling van de diensten van de zorgfunctie Post mortem orgaanuitname tussen de verschillende universitaire ziekenhuizen en de daar bij behorende beschikbaarheidbijdrage baseert de NZa op de gegevens uit de aanvraag.

 

De informatie die de betrokken centra bij de NZa aanleveren ten behoeve van de vaststelling van de beschikbaarheidbijdrage in jaar t+1 gebruikt de NZa o.a. om de hoogte van de beschikbaarheidbijdrage vast te stellen en het geldende beleid voor de beschikbaarheidbijdrage PMO te beoordelen.

 

De gegevens die in het aanvraagformulier tot vaststelling worden gevraagd zijn:

Datum (ingeven als dd-mm-jj)

Ziekenhuis van uitname

Tijdstip melding (uu:mm)

Tijdstip aanvang uitname

Tijdstip einde uitname

Tijdstip afronding (het moment waarop de laatste werkzaamheden, zoals reizen, administratie, materiaalzorg, aansluitend op de uitname zijn afgerond)

Aantal: chirurg

Aantal: AIOS

Welk(e) en aantal orgaan/organen

 

De betrokken UMC’s dienen per direct deze gegevens te registreren, indien dit nog niet werd geadministreerd.

Opleiden, Trainen, oefenen

Artikel 10 lid 4 sub b

De aard van de functie opleiden, trainen, oefenen ten behoeve van rampen en crises vraagt om enige flexibiliteit om gedurende het subsidiejaar in te kunnen spelen op actuele ontwikkelingen. De voorbereiding op rampen en crises is immers tot op zekere hoogte planbaar. Het is mogelijk dat actuele maatschappelijke ontwikkelingen aanleiding geven tot het op korte termijn moeten organiseren van een activiteit. Dit artikel biedt de mogelijkheid om onder de in het artikel genoemde voorwaarden in de aanvraag tot verlening opleidingen, trainingen en oefeningen op te nemen, waarvan de inhoud gedurende het subsidiejaar naar aanleiding van actuele maatschappelijke ontwikkelingen nader wordt ingevuld. In de aanvraag tot vaststelling zal hierover verantwoording moeten worden afgelegd, zoals omschreven in artikel 10 lid 5 sub c.

Calamiteitenhospitaal

Artikel 11.5

Bij de bepaling van de schaal en de periodiek is gerekend met het midden van de schaal plus twee treden. De extra twee treden betreffen een normatieve benadering van een compensatie voor de onregelmatigheidstoeslag (ORT). Aangezien het variabele deel een vergoeding betreft voor de extra personele kosten tijdens de eerste 12 uur per openstelling zal er meestal sprake zijn van een aantal uren buiten de reguliere werktijden. Het is niet mogelijk om vooraf te bepalen op welke tijdstippen het calamiteitenhospitaal wordt opengesteld, waardoor ORT niet gebaseerd kan worden op de werkelijkheid. Hierdoor hebben wij gekozen voor een normatieve benadering.

 

In beginsel worden iedere drie jaar de in artikel 11 lid 5 sub d en sub e gehanteerde normbedragen herijkt.

 

Bij een jaarlijks investeringsniveau van € 230.000 blijven de kapitaallasten jaarlijks € 350.000. Gerealiseerde investering boven dit bedrag ziet de NZa daarom als significant.

 

jaar

jaarlijkse

investering

jaarlijkse

afschrijving 5%

boekwaarde

rente 5%

1

230.000

11.500

230.000

11.500

2

230.000

11.500

218.500

10.925

3

230.000

11.500

207.000

10.350

4

230.000

11.500

195.500

9.775

5

230.000

11.500

184.000

9.200

6

230.000

11.500

172.500

8.625

7

230.000

11.500

161.000

8.050

8

230.000

11.500

149.500

7.475

9

230.000

11.500

138.000

6.900

10

230.000

11.500

126.500

6.325

11

230.000

11.500

115.000

5.750

12

230.000

11.500

103.500

5.175

13

230.000

11.500

92.000

4.600

14

230.000

11.500

80.500

4.025

15

230.000

11.500

69.000

3.450

16

230.000

11.500

57.500

2.875

17

230.000

11.500

46.000

2.300

18

230.000

11.500

34.500

1.725

19

230.000

11.500

23.000

1.150

20

230.000

11.500

11.500

575

 

Artikel 11.8

Op basis van een in 2014 uitgevoerd kostenonderzoek is de kostendekkende beschikbaarheidbijdrage bepaald op € 1.304.719. Hiermee daalt de bijdrage met ongeveer 55%.

Uit zorgvuldigheidsoverwegingen is een overgangsregeling van toepassing verklaard. Dit ook om de aanbieder de gelegenheid te geven zijn bedrijfsvoering aan te passen.

Bij de verlening van de bijdrage wordt een inschatting gemaakt van de hoogte van de overgangsregeling, hierbij wordt uitgegaan van alleen het vaste deel van de beschikbaarheidbijdrage. Voorafgaand aan het jaar is namelijk nog niet bekend wat het aantal openstellingen zal zijn en daarmee het totale variabele bedrag van de beschikbaarheidbijdrage. Na afloop van het betreffende jaar, wanneer het werkelijke aantal openstellingen in een jaar bekend is, kan de definitieve hoogte van de overgangsregeling worden berekend.

Coördinatie traumazorg en Regionaal overleg acute zorg

Artikel 12.4.2

De hoogte van het totaalbedrag heeft de NZa gebaseerd op het Kiwa-rapport ‘Bekostiging Acute Zorgnetwerken’ van 29 juli 2014. Dit rapport is verschenen in opdracht van de LNAZ. Uit het rapport blijkt dat zorgaanbieders de functie Coördinatie traumazorg en ROAZ voor €800.000,- per zorgaanbieder kunnen uitvoeren. Dit bedrag is door ons overgenomen en opgenomen in ons beleid als maximale grens aan beschikbaarheidbijdrage waar een zorgaanbieder voor in aanmerking kan komen. Het opnemen van het grensbedrag is in beginsel tijdelijk. We verkeren momenteel in de overgang van ambtshalve naar een op aanvraag procedure. Met het op aanvraag verstrekken van de beschikbaarheidbijdrage dienen instellingen verantwoording af te leggen over de besteding van de beschikbaarheidbijdrage. Met het beschikbaar komen van deze gegevens kan de NZa het grensbedrag op termijn herzien indien hiertoe aanleiding bestaat.

Traumazorg door Mobiel Medisch Team met voertuig

Artikel 13.2

De reden dat Utrecht en Enschede in aanmerking komen als een locatie met voertuig is in de aanwijzing gegeven. Utrecht en Enschede zijn gebieden die door een MMT per voertuig sneller te bereiken zijn dan met een helikopter, ondanks dat de beschikbare voertuigen een uitruktijd van 25 minuten hebben. Het uitgangspunt voor de bereikbaarheid is berekend aan de hand van responstijd van de MMT’s, de reistijdmodellen, het aantal inwoners en geografisch niveau van postcodes. Er is rond Utrecht een gebied met een responstijd tot 20 minuten dat het snelst per voertuig te bereiken is door het beschikbaar MMT in Utrecht. Voor Enschede geldt dit voor een gebied met een responstijd tussen 30 en 40 minuten. Deze responstijden per voertuig zijn korter dan die van een Nederlandse helikopter.

Ook is rekening gehouden met de situatie van de MMT-zorg in opschaling en wanneer er geen helikopters kunnen vliegen en het MMT met het voertuig naar plaats van ongeval gaat.

 

Artikel 13.4

Onder toebehoren bij het voertuig wordt verstaan, die zaken die onlosmakelijk verbonden zijn met de specifieke functie van het voertuig. Denk hierbij bijvoorbeeld aan inventaris en rijopleiding.

 

De vergoeding voor de inzet medisch specialist, inzet gespecialiseerd verpleegkundige, inzet chauffeur, verzekering van de auto, wegenbelasting en onderhoud vindt plaats op basis van nacalculatie. Bij de verlening wordt gebruikt gemaakt van een voorcalculatorische waarde voor de verzekering van de auto, wegenbelasting en onderhoud. Bij de vaststelling vergoeden wij de werkelijk gemaakte kosten, mits deze onderbouwd kunnen worden met onderliggende facturen en/of andere bewijzen. Deze werkelijke kosten kunnen hoger of lager zijn dan de voorcalculatorische waarde. Indien de werkelijke kosten lager zijn, betekent dit dat de instelling het negatieve verschil moet terug betalen. Zijn de werkelijke kosten hoger, dan ontvangt de instelling het positieve verschil.

Artikel 13.4 sub d bepaalt dat bij een significante afwijking van de werkelijke kosten met de normbedragen, de NZa bij de vaststelling kan bepalen of het normbedrag aanpassing behoeft. De basis van de significante afwijking moet gelegen zijn in een andere wijze van uitoefening van de functie. Voorbeelden hiervan zijn het aangaan van een lease constructie in plaats van een voertuig in eigendom of onvoorziene nieuwe regels, waardoor het aantal ritten van het voertuig sterk toe- of afneemt. In geval een instelling de functie op een andere wijze wil gaan invullen zal de instelling vooraf in overleg treden met de NZa over de mogelijke gevolgen voor de bekostiging. De NZa zal de wijziging toetsen op redelijkheid.

Gespecialiseerde en derdelijns psychotraumazorg voor specifieke doelgroepen voor zover het gaat om de kennis en expertisefunctie

Algemeen

Zorgaanbieder die in 2012 voor gespecialiseerde psychotraumazorg aan specifieke doelgroepen bekostigd werd op grond van de individuele componenten oorlogsslachtoffers en vluchtelingen/asielzoekers heeft voor 2013 en 2014 een beschikbaarheidbijdrage toegekend gekregen.

In 2013 is met de zorgaanbieder die een beschikbaarheidbijdrage voor gespecialiseerde psychotraumazorg aan specifieke doelgroepen, respectievelijk Stichting Centrum ’45, verkend op welke wijze deze zorg ook in de toekomst geborgd kan blijven.

Deze verkenning heeft geleid tot een kostenonderzoek door de NZa bij Stichting Centrum ’45.

Het kostonderzoek heeft geleid tot het advies van de NZa om de beschikbaarheidbijdrage van Centrum ’45 per 2015 te verlagen, voor zover deze wordt ingezet voor reguliere zorgkosten. Daarbij heeft de NZa het ministerie van VWS verzocht over te gaan tot afbakening van de kennisfunctie. Het ministerie van VWS heeft dit advies overgenomen en is overgegaan tot de afbakening van de zorgfunctie.

 

Hoewel de nieuwe afbakening per 2015 is toegepast, hebben wij besloten om de consequenties daarvan voor de beschikbaarheidbijdrage, gelet op een redelijke invoeringstermijn, per 1 januari 2016 toe te passen.

Vanaf 2016 wordt deze beschikbaarheidbijdrage op aanvraag verleend. In 2016 heeft er ook een nieuw kostenonderzoek plaatsgevonden dat heeft geleid tot de volgende bedragen.

 

Activiteiten

 

(max.) hoogte beschikbaarheidbijdrage

Derdelijns centrum functie

 

€ 678.609,54

Productontwikkeling, zorginnovatie

€ 603.000,68

€ 2.130.794,87

Experimentele behandelingen

€ 218.033,79

Wetenschappelijk onderzoek

€ 1.309.760,40

Opleiding en onderwijs

 

€ 731.927,84

Bestuurlijk coördinerende rol

 

€ 313.631,18

Totaal

 

€ 3.854.963,43

 

 

Artikel 14.4.2

Uitsluitend de genoemde activiteiten komen in aanmerking voor financiering via de beschikbaarheidbijdrage. Compensatie van productieverlies tijdens een opleiding of onderzoek en vacatiegelden voor deelname aan overleggen zijn van uitgesloten van de zes genoemde activiteiten. Indien de aanvraag een dergelijke post omvat, dan worden de begrote kosten van deze post in mindering gebracht op het bedrag van de aangevraagde verlening.

 

Vanaf 2017 worden ook de zes activiteiten gemaximeerd. Dit houdt concreet in dat de kosten per activiteit niet het maximum mogen overschrijden, zoals is vastgesteld in het kostenonderzoek van 2016. Voor de activiteiten productontwikkeling/zorginnovatie, experimetele behandelingen en wetenschappelijk onderzoek geldt dat substitutie onderling (binnen deze drie activiteiten) wel mogelijk is. Dit omdat Centrum’45 heeft aangegeven dat deze drie activiteiten nauw verbonden zijn. Uit regels van ongeoorloofde staatssteun volgt namelijk dat we niet meer mogen vergoeden dan noodzakelijk is.

 

Artikel 14.4.3

In de aanwijziging van VWS van 11 december 201411 is het volgende opgenomen:

“Activiteiten die zijn toe te rekenen aan dbc ggz zorgproducten en in rekening zijn te brengen door middel van in de curatieve ggz geldende tarieven, komen niet voor de beschikbaarheidbijdrage in aanmerking. De zorgaanbieder dient deze reguliere zorgkosten in rekening te brengen door middel van dbc’s, eventueel inclusief het max-max tarief.”

Dit betekent dat alle kosten die zijn toe te rekenen aan dbc’s ggz en in rekening zijn te brengen door middel van in de curatieve ggz geldende tarieven, niet voor de vergoeding via de beschikbaarheidbijdrage in aanmerking komen. Dit betreffen personele kosten, materiele kosten, kapitaallasten, gebouwgebonden kosten en overhead.

Acuut ambulancevervoer per ambulancehelikopter vanaf de Friese Waddeneilanden

Artikel 15.1

Op grond van het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG en de aanwijzing van 30 juni 2015 (Stcrt. 2015, nr. 19097) kan de NZa een beschikbaarheidbijdrage toekennen voor acuut ambulancevervoer per ambulancehelikopter vanaf de Friese Waddeneilanden. De ambulancehelikopter van de RAV Fryslân neemt het acuut ambulancevervoer vanaf de Friese Waddeneilanden over van de kustwacht. De beschikbaarheidbijdrage is zowel bedoeld voor de kosten die noodzakelijk zijn voor de verantwoorde exploitatie van de 7 x 24 uur beschikbaarheid van acuut ambulancevervoer vanaf de Friese Waddeneilanden als de opstartkosten, de kosten die noodzakelijk zijn om de voorziening te realiseren.

 

Onder exploitatiekosten wordt verstaan de kosten van de helikopter, de kosten voor de bemensing van de helikopter die noodzakelijk is om de helikopter te laten vliegen en om verantwoorde ambulancezorg gedurende het vervoer te kunnen verlenen en de locatiekosten voor de ambulancehelikopter met bemensing.

 

Het ministerie van VWS heeft per brief aan de NZa aangegeven dat in de periode van 16 november 2016 tot uiterlijk 16 februari 2017 er sprake is van een opstartfase waarin de vluchten van de ambulancehelikopter van RAV Fryslân alleen plaatsvinden bij daglicht omdat er nog trainingen nodig zijn om het personeel ook 's nachts te kunnen laten vliegen. De kosten van deze opstartfase worden aangemerkt als opstartkosten. Na deze opstartfase dient er sprake te zijn van 7 x 24 uur beschikbaarheid van de ambulancehelikopter.

 

Artikel 15.3

Omdat het een nieuwe zorgfunctie betreft zijn de verwachte kosten gebaseerd op een inschatting. Deze kosten zijn op dit moment nog niet goed te normeren. Daarom wordt de beschikbaarheidbijdrage in beginsel op basis van werkelijke kosten vastgesteld. Hierbij geldt dat we voor de hoogte van de vergoeding per post het beleid van het MMT met helikopter als referentie zullen hanteren.

 

Artikel 15.4

Conform aanwijzing komen de opstartkosten in aanmerking voor vergoeding. Dit omdat het een nieuwe voorziening betreft en de RAV Fryslân kosten maakt voor het opstarten van de voorziening.

De opstartkosten in 2016 bestaan uit twee onderdelen. De opstartkosten die gemaakt zijn om te voorziening te realiseren en de kosten die gemaakt worden gedurende opstartfase waarin alleen bij daglicht wordt gevlogen. De kosten die betrekking hebben op het realiseren van de functie komen alleen in 2016 voor vergoeding in aanmerking en betreffen kosten die vóór 16 november 2016 zijn gemaakt. De scheiding tussen kosten die betrekking hebben op de opstart en de exploitatiekosten wordt gemaakt om een toekomstbestendige beschikbaarheidbijdrage te kunnen vaststellen voor deze zorgfunctie. 

 

Artikel 15.4.1

Criterium 1: Opstartkosten zijn bedoeld om de zorgfunctie uit de aanwijzing mogelijk te maken. Hieronder vallen dus geen exploitatiekosten voor de 7 x 24 uur beschikbaarheid of kosten voor andere zorgfuncties. Zonder deze kosten kan de voorziening niet tot stand worden gebracht.

 

Criterium 2: Als kosten pas gemaakt worden na de volledige start van de functie, dan zijn de kosten niet onmisbaar voor de start van de functie. Bovendien mogen de opstartkosten geen vrijbrief zijn om allerlei kosten achteraf via nacalculatie vergoed te krijgen. Een duidelijke tijdsgrens is daarom noodzakelijk.

 

Onder opstartkosten zijn juridische kosten inbegrepen. Het betreft hier specifiek de juridische kosten die ten behoeve van de aanbesteding zijn gemaakt vóór 16 november 2016. Deze juridische kosten worden eenmalig in 2016 vergoed.

 

Artikel 15.6

De verlening 2016 vindt ambtshalve plaats vanwege het korte tijdsbestek waarin de beschikking afgegeven moet worden. 

Inhoudsopgave

Alles dichtklappenAlles openklappen

Bijlagen

Naar boven