Onderwerp: Bezoek-historie

Experiment persoonsvolgende inkoop Wlz 2017 - BR/REG-17159a
Publicatiedatum:11-10-2017Geldigheid:01-01-2017 t/m 31-12-2017Versie:vergelijk
Vergelijk versie 2 met:
Status: Niet meer geldig

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Grondslag

Gelet op artikel 57, eerste lid, onderdelen b en c, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) beleidsregels vast met betrekking tot het uitoefenen van de bevoegdheid om tarieven en prestatiebeschrijvingen vast te stellen.

 

Gelet op artikel 52, aanhef en onderdeel e, van de Wmg, worden tarieven en prestatiebeschrijvingen die uit de voorliggende beleidsregel voortvloeien ambtshalve vastgesteld door de NZa.

 

Onder verwijzing naar artikel 58 van de Wmg is in de voorliggende beleidsregel een experiment opgenomen. De daartoe vereiste aanwijzing, bedoeld in artikel 59, aanhef en onder f, van de Wmg, is door de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) met brief van 2 september 2016 met kenmerk 990524-153134-MC aan de NZa gegeven.

1. Begripsbepalingen

Experiment persoonsvolgende inkoop

Het experiment persoonsvolgende inkoop zoals beschreven in de brief van de staatssecretaris van VWS met datum 10 juni 2016 en kenmerk 978644-151771-LZ.

 

Deelnemende Wlz-uitvoerders

Deelnemende Wlz-uitvoerders zijn CZ in de regio Zuid-Limburg voor de sector verpleging en verzorging en Zilveren Kruis in de regio Rotterdam voor de sector gehandicaptenzorg.

 

Het experiment persoonsvolgende inkoop kan ook zien op de bekostigingsprestaties voor cliënten die zijn geïndiceerd met een zorgprofiel uit een andere sector dan hiervoor genoemd, indien deze cliënten zorg geleverd krijgen van een deelnemende zorgaanbieder als bedoeld hierboven, voor zover dit met het oog op de beperking van de administratieve lasten wenselijk is.

 

Deelnemende zorgaanbieders

Alle zorgaanbieders in de zin van de Wlz die voor het experiment persoonsvolgende inkoop worden gecontracteerd door één van de deelnemende Wlz-uitvoerders, als bedoeld hierboven. Een deelnemende zorgaanbieder heeft in de experimentregio een uniek NZa-nummer ten behoeve van het experiment.

 

Bestaande zorgaanbieder

Bestaande zorgaanbieder als bedoeld in de beleidsregel ‘Invoering normatieve huisvestingscomponent (NHC) en normatieve inventariscomponent (NIC) bestaande zorgaanbieders’.

 

Nieuwe zorgaanbieder

Nieuwe zorgaanbieder als bedoeld in de beleidsregel ‘Invoering en tarieven normatieve huisvestingscomponent (NHC) en normatieve inventariscomponent (NIC) nieuwe zorgaanbieders’.

 

Sluittarief (ook wel genoemd: sluitbedrag of jaarsluittarief)

Een vast tarief dat door de NZa voor elke gebudgetteerde zorgaanbieder

afzonderlijk kan worden vastgesteld. Het sluitbedrag is het verschil tussen de opbrengsten in een boekjaar en de aanvaardbare kosten in datzelfde boekjaar indien de opbrengsten lager zijn dan de aanvaardbare kosten.

 

Voor overige begrippen wordt verwezen naar de Beleidsregel definities Wlz.

2. Doel van de beleidsregel

Deze beleidsregel heeft tot doel vast te leggen op welke wijze het experiment persoonsvolgende inkoop wordt vormgegeven. In deze beleidsregel zijn de voorwaarden opgenomen om af te kunnen wijken van de reguliere bekostiging via budgetafspraken. Deze beleidsregel legt tevens vast onder welke voorwaarden en met inachtneming van welke boorschriften of beperkingen kan worden afgeweken van andere, in de beleidsregel nader genoemde, regelgeving.

3. Reikwijdte

Deze beleidsregel is van toepassing op de zorg of dienst als omschreven bij of krachtens de Wet langdurige zorg (Wlz) geleverd door zorgaanbieders die voor het experiment persoonsvolgende inkoop zijn gecontracteerd in de Wlz-regio’s die de staatssecretaris van VWS heeft aangewezen voor deelname aan dat experiment. Het experiment ziet op de regio Rotterdam voor zover het gaat om bekostigingsprestaties die samenhangen met zorgprofielen voor gehandicaptenzorg en de regio Zuid-Limburg voor zover het gaat om bekostigingsprestaties die samenhangen met zorgprofielen voor verpleging en verzorging. Het experiment persoonsvolgende inkoop heeft alleen betrekking op zorg in natura en niet op het persoonsgebonden budget.

4. Randvoorwaarden

4.1

Bij de uitoefening van haar taken en bevoegdheden hanteert de NZa in het kader van het experiment persoonsvolgende inkoop in het bijzonder de volgende uitgangspunten:

a. Cliënten aan wie zorg wordt verleend komen door het experiment niet in een nadeliger positie te verkeren, dan wanneer het experiment niet zou plaatsvinden;

b. Er mag geen sprake zijn van dubbele bekostiging;

c. Een andere regio komt door het experiment niet in de positie, dat een Wlz-uitvoerder in die regio niet meer aan zijn zorgplicht kan voldoen.

 

4.2

Indien het experiment persoonsvolgende inkoop naar het oordeel van de NZa niet meer voldoet aan een uitgangspunt als bedoeld in artikel 4.1, of het om die reden of anderszins niet langer verantwoord wordt geacht het experiment onveranderd voort te zetten, wordt dit onmiddellijk aan de staatssecretaris van VWS gemeld. 

5. Algemene tariefbeschikking vooraf, individuele beschikking achteraf

5.1

Een uitgangspunt van het experiment persoonsvolgende inkoop is dat deelnemende Wlz-uitvoerders en deelnemende zorgaanbieders geen productieafspraken maken. Deelnemende zorgaanbieders en deelnemende Wlz-uitvoerders dienen dan ook geen aanvraag ‘budgetbeschikking’ en/of ‘herschikkingsbeschikking’ met productieafspraken in bij de NZa. De deelnemende zorgaanbieders krijgen voorafgaand aan of tijdens een lopend jaar geen individuele tariefbeschikking.

In plaats van een individuele tariefbeschikking geeft de NZa ten behoeve van het experiment voor elke experimentregio afzonderlijk een algemene tariefbeschikking af; een beschikking voor de regio Rotterdam en een beschikking voor de regio Zuid-Limburg. Die beschikking geldt dan dus voor alle deelnemende zorgaanbieders in de desbetreffende experimentregio.

 

5.2

Na afloop van een jaar stelt de NZa op basis van de door de deelnemende Wlz-uitvoerder en deelnemende zorgaanbieder ingediende nacalculatie-opgave wel een individuele beschikking vast, de ‘nacalculatiebeschikking’. In artikel 7.2 van deze beleidsregel is beschreven op welke punten de afhandeling van de nacalculatie van een deelnemende zorgaanbieder afwijkt van het reguliere proces.

 

5.3

Indien de NZa bij het vaststellen van de ‘nacalculatiebeschikking’ niet beschikt over de benodigde informatie wegens het ontbreken van aanvragen ‘budgetbeschikking’ en/of ‘herschikkingsbeschikking’, vraagt de NZa die informatie op bij deelnemende Wlz-uitvoerders en deelnemende zorgaanbieders. Dat doet de NZa zoveel mogelijk in het voor het experiment opgestelde nacalculatieformulier.

6. Vaststelling prestaties en tarieven

6.1

Voor het experiment persoonsvolgende inkoop gelden de door de NZa vastgestelde prestatiebeschrijvingen conform de geldende beleidsregels.

 

6.2

In de algemene beschikking als bedoeld in artikel 5.1 legt de NZa de volgende prestaties, met bijbehorend tarief, vast:

a.    voor bestaande zorgaanbieders de zorgzwaartepakketten inclusief de NHC en NIC voor bestaande aanbieders conform het invoertraject voor de NHC en NIC;

b.    voor nieuwe zorgaanbieders de zorgzwaartepakketten inclusief de NHC en NIC voor nieuwe aanbieders;

c.    de prestaties volledig pakket thuis;

d.    de prestaties modulaire zorg;

e.    de deelprestaties ZZP meerzorg;

f.     de overige basisprestaties;

g.    de toeslagen;

h.    de afzonderlijke prestaties voor dagbesteding en vervoer (bij zzp en vpt);

i.     opslag kapitaallasten dagbesteding en inventaris dagbesteding bij zzp en vpt);

j.     opslag Waardigheid en trots;

k.    vergoeding van inrichtingskosten bij gedwongen verhuizing;

l.     extreme kosten zorggebonden materiaal en geneesmiddelen;

m.   behandeling externe cliënt door tandarts;

 

6.3

De deelnemende Wlz-uitvoerders dienen vóór 1 december 2016 schriftelijk een verzoek in bij de NZa om voor de prestaties als genoemd onder artikel 6.2 onder a tot en met i tarieven vast te stellen. Deze tarieven zijn afgeleid van en mogen niet hoger zijn dan de maximumbeleidsregelwaarden uit de beleidsregels van de NZa.

De NZa stelt deze tarieven voorafgaand aan 2017 vast middels een algemene tariefbeschikking als bedoeld in artikel 5.1. Het betreft vaste tarieven als bedoeld in artikel 50, eerste lid, onder b, Wmg.

 

6.4

Voor nieuwe zorgaanbieders dienen de deelnemende Wlz-uitvoerders vóór 1 december 2016 tevens een verzoek in om tarieven vast te stellen voor de normatieve huisvestingscomponent (NHC) en normatieve inventariscomponent (NIC). Deze tarieven zijn afgeleid van en mogen niet hoger zijn dan de maximumbeleidsregelwaarden van de NZa.

De NZa stelt de NHC en NIC voorafgaand aan 2017 vast in een algemene tariefbeschikking als bedoeld in artikel 5.1 als component van de tarieven van de (zorg)prestaties. Het betreft vaste tarieven als bedoeld in artikel 50, eerste lid, onder b, Wmg.

 

6.5

Voor bestaande zorgaanbieders geldt het invoertraject voor de NHC en NIC conform de Beleidsregel invoering normatieve huisvestingscomponent (NHC) en normatieve inventariscomponent (NIC) bestaande zorgaanbieders.

De NZa stelt de NHC en NIC voorafgaand aan 2017 ambtshalve vast in een algemene tariefbeschikking als bedoeld in artikel 5.1, als component van de tarieven van de (zorg)prestaties. Die NHC en NIC tarieven/component stelt de NZa vast op 85% van de beleidsregelwaarde als bedoeld in de Beleidsregel tarieven normatieve huisvestingscomponent (NHC) en normatieve inventariscomponent (NIC) bestaande zorgaanbieders. De 85% is het invoerpercentage 2017 budget NHC en budget NIC zoals bedoeld in artikel 4.1 van de Beleidsregel invoering normatieve huisvestingscomponent (NHC) en normatieve inventariscomponent (NIC) bestaande zorgaanbieders. De vaststelling van de hoogte van het tarief verricht de NZa dus op dezelfde wijze als buiten het experiment al gebeurde en gebeurt. Het betreft vaste tarieven als bedoeld in artikel 50, eerste lid, onder b, Wmg.

 

De andere component van het invoertraject bestaat uit de ‘oude’ kapitaallasten en kosten inventaris. Die component wordt vastgesteld in het sluittarief in de nacalculatiebeschikking (artikel 5.2). De component bestaat uit 15% van het budget kapitaallasten en het budget inventaris als bedoeld in de Beleidsregel invoering normatieve huisvestingscomponent (NHC) en normatieve inventariscomponent (NIC) bestaande zorgaanbieders.

Zie over het declareren van ‘oude’ kapitaallasten en kosten inventaris voorafgaand aan de nacalculatiebeschikking artikel 10.1 hierna.

 

6.6

De NZa stelt de opslag Waardigheid en trots ambtshalve vast in een algemene tariefbeschikking als bedoeld in artikel 5.1. Het betreft een vast tarief als bedoeld in artikel 50, eerste lid, onder b, Wmg.

 

 

6.7

De NZa stelt de tarieven voor de prestaties inrichtingskosten bij gedwongen verhuizing ambtshalve vast in een algemene tariefbeschikking als bedoeld in artikel 5.1. Deze tarieven zijn gelijk aan de maximum beleidsregelwaarden als genoemd in de beleidsregel Vergoeding van inrichtingskosten bij gedwongen verhuizing. Het betreft vaste tarieven als bedoeld in artikel 50, eerste lid, onder b, Wmg.

 

6.8

De NZa stelt de tarieven voor de prestaties extreme kosten zorggebonden materiaal en geneesmiddelen ambtshalve vast in een algemene tariefbeschikking als bedoeld in artikel 5.1. De voor deze prestaties te declareren tarieven zijn maximum bedragen, gebaseerd op de werkelijk gemaakte kosten. Op de algemene tariefbeschikking staat vermeld dat het tarief dat kan worden gedeclareerd maximaal 90% van de werkelijk gemaakte kosten bedraagt.

 

6.9

De NZa stelt het tarief voor de prestatie behandeling externe cliënt door een tandarst vast in een algemene tariefbeschikking als bedoeld in artikel 5.1. Het betreft een vast tarief als bedoeld in artikel 50, eerste lid, onder b, Wmg.

 

6.10

Voor zover in overige regelgeving van de NZa wordt gesproken over overeengekomen of afgesproken tarief, dient te worden gelezen “het tarief dat door de Wlz-uitvoerder is aangevraagd en middels een algemene beschikking door de NZa is vastgesteld”.

7. Beleidsregels

Bij de uitoefening van haar taken en bevoegdheden past de NZa haar beleidsregels toe. Voor zover in het kader van het experiment persoonsvolgende inkoop daarvan wordt afgeweken, is dat in dit artikel beschreven. 

7.1 Beleidsregel budgettair kader Wlz 2017

In afwijking op de hieronder genoemde artikelen, geldt voor zorgaanbieders die deelnemen aan het experiment persoonsvolgende inkoop het volgende:

 

Artikel 8, 9 en 11 t/m 13 Beleidsregel ‘budgettair kader Wlz 2017’

De artikelen 8 tot en met 13 zijn niet van toepassing voor zorg die onder het experiment persoonsvolgende inkoop valt, met uitzondering van artikel 11.2.3 en 11.3.2 (innovatie).

 

Artikel 8 van de Beleidsregel budgettair kader Wlz 2017 gaat over overhevelingen van middelen tussen regio’s. Het deelkader dat in een experimentregio beschikbaar is voor het experiment, valt buiten de mogelijkheid van overhevelingen tussen regio’s.

 

Artikel 9 van de Beleidsregel budgettair kader Wlz 2017 betreft overhevelingen van middelen binnen een regio. Binnen een experimentregio is het mogelijk om tussen het deelkader zorg in natura zonder experiment, het deelkader zorg in natura met experiment en het pgb-kader middelen over te hevelen. Tot 1 april 2018 kunnen er middelen vanuit het deelkader zorg in natura zonder experiment en het pgb-kader naar het deelkader zorg in natura met experiment worden overgeheveld. Dit is gelijk aan de uiterste datum waarop er nog middelen overgeheveld worden kunnen vanuit het deelkader zorg in natura en het deelkader zorg in natura met experiment naar het pgb-kader. Overhevelingen naar het deelkader zorg in natura zonder experiment zijn, zoals opgenomen in de Beleidsregel budgettair kader Wlz 2017, mogelijk tot 1 november 2017.

 

De artikelen 11, 12 en 13 betreffen het indienen van budgetaanvragen, eenzijdige aanvragen, aanpassen van een vastgesteld tarief, aantal of omvang, en het beslismodel dat de NZa hanteert bij het vaststellen van de aangevraagde productie. In het kader van het experiment is er geen sprake van budgetaanvragen of eenzijdige verzoeken. De artikelen 11, 12 en 13 van de Beleidsregel budgettair kader Wlz 2017 zijn derhalve niet van toepassing op de zorg die onder het experiment valt. De eenmaal door de NZa vastgestelde tarieven, die in de algemene beschikking zijn vermeld, kunnen niet gedurende het jaar worden aangepast. Alleen indien de maximum beleidsregelwaarden gedurende het jaar wijzigen, kunnen de deelnemende Wlz-uitvoerders een nieuw verzoek tot vaststelling van de tarieven indienen.

7.2 Beleidsregel nacalculatie 2017

Voor zover nodig en slechts voor zover hierna beschreven, wijkt de NZa bij toepassing van de beleidsregel af van de volgende artikelen:

 

Artikel 4.1.2 Beleidsregel nacalculatie 2017

In het reguliere nacalculatieproces (dus buiten het experiment) stelt de NZa op basis van de ontvangen nacalculatie-opgave de aanvaardbare kosten ambtshalve vast. De NZa stelt in dit reguliere proces ook ambtshalve de verrekening van het verschil vast tussen de aanvaardbare kosten en de opbrengst van de vaste tarieven op basis van de gerealiseerde productie (sluitbedrag/vereffeningbedrag). Binnen het experiment geldt voor deelnemende zorgaanbieders en deelnemende Wlz-uitvoerders geen vaststelling van het verschil tussen de aanvaardbare kosten en de opbrengst van de overeengekomen tarieven op basis van de gerealiseerde productie (sluit-/vereffeningbedrag). De NZa stelt voor de deelnemende zorgaanbieders de aanvaardbare kosten gelijk aan de opbrengst van de overeengekomen tarieven op basis van de gerealiseerde productie en de bekostigingsparameters die onderdeel zijn van het sluittarief.

 

Artikel 4.2 Beleidsregel nacalculatie 2017

Omdat er binnen het experiment persoonsvolgende inkoop geen productieafspraken worden gemaakt door partijen zijn de bepalingen uit artikel 4.2 van de Beleidsregel nacalculatie 2017 met betrekking tot productieafspraken niet van toepassing. De onderdelen d en e betreffen de gerealiseerde productie en zijn daarom wel van toepassing binnen het experiment.

 

Onderdeel f bepaalt dat een reeds aangevraagd en door de NZa vastgesteld tarief bij de nacalculatie-opgave niet meer kan worden aangepast. Binnen het experiment geldt dit uitgangspunt ook.

 

Artikel 4.2.1 Beleidsregelnacalculatie 2017

Dit artikel bepaalt dat verrekening mogelijk is van de financiële waarde van overproductie met de financiële waarde van de onderproductie. Omdat er binnen het experiment persoonsvolgende inkoop geen productieafspraken worden gemaakt, is er geen bovengrens gehonoreerde productie. Er is dus geen sprake van onder- of overproductie. Dit artikel is derhalve niet van toepassing.

7.3 Beleidsregel invoering normatieve huisvestingscomponent (NHC) en normatieve inventariscomponent (NIC) bestaande zorgaanbieders

Voor zover nodig en slechts voor zover hierna beschreven, wijkt de NZa bij toepassing van de beleidsregel af van de volgende artikelen:

 

Artikel 4.2, 4.3 en 4.6 Beleidsregel invoering NHC en NIC bestaande zorgaanbieders

Voorafgaand aan en tijdens het jaar t stelt de NZa geen “budget kapitaallasten”, “budget inventaris”, “budget NHC”, “budget NIC”, “nieuwe kapitaallastenvergoeding” en “nieuwe inventarisvergoeding” vast. De enige en definitieve vaststelling van de nieuwe kapitaallasten- en inventarisvergoeding vindt plaats bij de afhandeling van de nacalculatie-opgave van jaar t op basis van de gerealiseerde en rechtmatig geleverde zorg, de nacalculatiebeschikking. De in artikel 4.6 van de Beleidsregel invoering normatieve huisvestingscomponent (NHC) en normatieve inventariscomponent (NIC) bestaande zorgaanbieders bedoelde toetsing aan een bovengrens verricht de NZa niet omdat geen bovengrens bestaat door het ontbreken van een productieafspraak.

De NZa volgt deze werkwijze omdat zij niet beschikt over de benodigde informatie wegens het ontbreken van aanvragen budget en herschikking (zie artikel 5.1 hiervoor).

 

Artikel 5.6, 5.7, 5.8, 5.9, 5.10, 5.11, 5.12, 5.13 Beleidsregel invoering NHC en NIC bestaande zorgaanbieders

Wegens het ontbreken van de aanvragen budget en herschikking, beschikt de NZa niet over de benodigde informatie om de artikelen 5.5 tot en met 5.14 van de Beleidsregel invoering normatieve huisvestingscomponent (NHC) en normatieve inventariscomponent (NIC) bestaande zorgaanbieders voorafgaand aan het jaar 2017 precies op de daar beschreven wijze uit te voeren.

 

Toch is het voor de bekostiging van Zvw GRZ, Zvw gespecialiseerde GGZ en forensische zorg voorafgaand aan 2017 nodig de kapitaallasten en kosten inventaris aan de verschillende domeinen of zorgvormen toe te rekenen. De aan die domeinen/zorgvormen toegerekende bedragen worden namelijk gebruikt bij de bekostiging in die domeinen/van die zorgvormen. Dat gebeurt soms al voordat de NZa de enige individuele beschikking in het experiment persoonsvolgende inkoop, de nacalculatiebeschikking (art. 5.2 hiervoor), afgeeft of voordat de nacalculatie-opgave door de deelnemende zorgaanbieder en deelnemende Wlz-uitvoerder is gedaan. Daarom kan niet worden gewacht op de nacalculatie-opgave of de nacalculatiebeschikking.

 

Gelet op het voorgaande gaat de NZa – in afwijking van de artikelen 5.6 tot en met 5.11 - ten behoeve van (boek)jaar 2017 voor zover nodig uit van de toerekening kapitaallasten en kosten inventaris - die is vastgesteld op basis van de aanvraag budgetbeschikking 2016 (budgetformulier) dan wel anderszins door de NZa met betrekking tot 2016 is vastgesteld op basis van de Beleidsregel invoering normatieve huisvestingscomponent (NHC) en normatieve inventariscomponent (NIC) bestaande zorgaanbieders. Die toerekening (bedragen) aan domeinen/zorgvormen herziet de NZa niet. Hetzelfde geldt voor de procentuele verhouding zoals genoemd in de artikelen 5.6 tot en met 5.11 die aan de toerekening ten grondslag ligt.

 

Financieel gezien worden deelnemende zorgaanbieders hierdoor niet benadeeld ten opzichte van zorgaanbieders die niet deelnemen. De systematiek van de artikelen 5.5 en 5.13 van de Beleidsregel invoering normatieve huisvestingscomponent (NHC) en normatieve inventariscomponent (NIC) bestaande zorgaanbieders leidt er namelijk toe dat zorgaanbieders hun kapitaallasten en kosten inventaris vergoed krijgen. Wel is het zo dat dit niet altijd geheel uit de financiële kaders van het juiste domein of de juiste zorgvorm gaat (domein/zorgvorm als bedoeld in artikel 5.5 t/m 5.14). Verschillen komen ten laste of ten gunste van de Wlz.

 

Dat is niet anders dan nu het geval is, omdat er verschillen zijn tussen de ficties die de NZa bij de bekostiging hanteert en de werkelijke realisatie (bijvoorbeeld op basis van artikel 5.12 van de Beleidsregel invoering normatieve huisvestingscomponent (NHC) en normatieve inventariscomponent (NIC) bestaande zorgaanbieders, zie ook de toelichting op art. 5.12 en 5.13 bij die beleidsregel).

 

Artikel 6 Beleidsregel invoering NHC en NIC bestaande zorgaanbieders

Omdat een budget NHC en budget NIC voorafgaand aan en tijdens 2017 ontbreken, kan de NZa niet toetsen of sprake is van een overschrijding van de contracteerruimte van een experimenteerregio of een correctie toepassen zoals bedoeld in artikel 6.

 

Artikel 8 Beleidsregel invoering NHC en NIC bestaande zorgaanbieders

Zoals uit artikel 5, tweede lid, en de bijbehorende toelichting van de aanwijzing van de Staatssecretaris van VWS volgt, stelt de NZa geen vereffeningbedrag vast. Voor zover nodig stelt de NZa wel een sluittarief vast.

7.4 Beleidsregel tarieven normatieve huisvestingscomponent (NHC) en normatieve inventariscomponent (NIC) bestaande zorgaanbieders

Voor zover nodig en slechts voor zover hierna beschreven, wijkt de NZa bij toepassing van de beleidsregel af van de volgende artikelen:

 

Artikel 10 Beleidsregel tarieven NHC en NIC bestaande zorgaanbieders

Zoals uit artikel 5, tweede lid, en de bijbehorende toelichting op de aanwijzing van de Staatssecretaris van VWS volgt, stelt de NZa geen vereffeningbedrag vast. Voor zover nodig stelt de NZa wel een sluittarief vast.

7.5 Beleidsregel invoering en tarieven normatieve huisvestingscomponent (NHC) en normatieve inventariscomponent (NIC) nieuwe zorgaanbieders

Voor zover nodig en slechts voor zover hierna beschreven, wijkt de NZa bij toepassing van de beleidsregel af van de volgende artikelen:

 

Artikel 9.2 Beleidsregel invoering en tarieven NHC en NIC nieuwe zorgaanbieders

Wegens het ontbreken van de aanvragen budget of herschikking, beschikt de NZa niet over de benodigde informatie om artikel 9.2 uit te voeren. Voorafgaand en tijdens 2017 stelt de NZa dus geen budget NHC en NIC vast.

 

Artikel 9.3 Beleidsregel invoering en tarieven NHC en NIC nieuwe zorgaanbieders

De NZa stelt het budget NHC en NIC vast bij de nacalculatie met betrekking tot 2017. De NZa doet dat op basis van de gerealiseerde en rechtmatig geleverde productie.

 

Omdat de NZa voorafgaand aan en tijdens 2017 niet eerder een budget NHC en NIC heeft vastgesteld, is er geen sprake van de in artikel 9.3 bedoelde bovengrens.

 

Artikel 10 Beleidsregel invoering en tarieven NHC en NIC nieuwe zorgaanbieders

Omdat een budget NHC en NIC voorafgaand aan en tijdens 2017 ontbreekt, kan de NZa niet toetsen of sprake is van een overschrijding van de contracteerruimte of een correctie toepassen zoals bedoeld in artikel 10.

 

Artikel 13 Beleidsregel invoering en tarieven NHC en NIC nieuwe zorgaanbieders

Zoals uit artikel 5, tweede lid, en de bijbehorende toelichting op de aanwijzing van de Staatssecretaris van VWS volgt, stelt de NZa geen vereffeningbedrag vast. Voor zover nodig stelt de NZa wel een sluittarief vast.

7.6 Beleidsregel kapitaallasten bestaande zorgaanbieders

Voor zover nodig en slechts voor zover hierna beschreven, wijkt de NZa bij toepassing van de beleidsregel af van het volgende artikel:

 

Artikel 11.1 Beleidsregel kapitaallasten bestaande zorgaanbieders

De enige en definitieve vaststelling van de normatieve kapitaallasten en inventariskosten kleinschalig wonen, verricht de NZa in de nacalculatiebeschikking. De in de Beleidsregel kapitaallasten bestaande zorgaanbieders genoemde budget- en herschikkingsronde ontbreken. De NZa gebruikt bij de vaststelling (mede) de informatie die de NZa in de nacalculatieopgave uitvraagt en de deelnemende zorgaanbieder dan opgeeft. 

7.7 Beleidsregel aanvaardbare kosten 2017

Voor zover nodig en slechts voor zover hierna beschreven, wijkt de NZa bij toepassing van de beleidsregel af van de volgende artikelen:

 

Artikel 3.2.2 en 3.3 Beleidsregel aanvaardbare kosten 2017

De aanvaardbare kosten van jaar t worden vastgesteld bij de nacalculatieopgave van jaar t op basis van de gerealiseerde productie en de nacalculeerbare onderdelen. Er is geen sprake van een vereffeningbedrag.

7.8 Beleidsregel vergoeding van inrichtingskosten bij gedwongen verhuizing

Voor zover nodig en slechts voor zover hierna beschreven, wijkt de NZa bij toepassing van de beleidsregel af van het volgende artikel:

 

Artikel 6.2 Beleidsregel vergoeding van inrichtingskosten bij gedwongen verhuizing

Er is geen sprake van volumeafspraken voorafgaand aan het jaar t. Bij de nacalculatie van het jaar t wordt de vergoeding bepaald op basis van realisatie.

7.9 Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven zorgzwaartepakketten (zzp)

Voor zover nodig en slechts voor zover hierna beschreven, wijkt de NZa bij toepassing van de beleidsregel af van de volgende artikelen:

 

Artikel 5.1 Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven zorgzwaartepakketten (zzp)

Er is geen sprake van volumeafspraken. De aanvaardbare kosten worden bij de nacalculatie vastgesteld op basis van de gerealiseerde productie.

 

Artikel 6.2.2 Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven zorgzwaartepakketten (zzp)

Ten aanzien van spoedzorg/crisiszorg geldt dat het aantal crisisbedden in de regio wordt gemaximeerd op het niveau van 2016. Bij de nacalculatie van jaar t kan een bijstelling plaatsvinden.

7.10 Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven volledig pakket thuis (vpt)

Voor zover nodig en slechts voor zover hierna beschreven, wijkt de NZa bij toepassing van de beleidsregel af van het volgende artikel:

 

Artikel 5.1 Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven volledig pakket thuis (vpt)

Er is geen sprake van volumeafspraken. De aanvaardbare kosten voor vpt worden bij de nacalculatie vastgesteld op basis van de gerealiseerde productie.

7.11 Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven modulaire zorg 2017’

Voor zover nodig en slechts voor zover hierna beschreven, wijkt de NZa bij toepassing van de beleidsregel af van de volgende artikelen:

 

Artikel 5.1 en 5.3 Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven modulaire zorg 2017

Er is geen sprake van volume-/ productieafspraken. De aanvaardbare kosten voor modulaire zorg worden bij de nacalculatie vastgesteld op basis van de gerealiseerde productie.

7.12 Beleidsregel Wlz-zorgaanbieders met tandartspraktijk

Voor zover nodig en slechts voor zover hierna beschreven, wijkt de NZa bij toepassing van de beleidsregel af van de volgende artikelen:

 

Artikel 6. Beleidsregel Wlz-zorgaanbieders met tandartspraktijk

Dit artikel bepaalt dat voordat de Wlz-zorgaanbieder de G-tarieven voor de prestaties “behandeling externe cliënt door tandarts” (NZa-code G011) en “intraveneuze sedatie of nacose voor Wlz-zorgaanbieders” (NZa-code G201) kan declareren, deze bij de NZa zijn aangevraagd en vermeld zijn op de tariefbeschikking van de Wlz-zorgaanbieder.

Binnen het experiment wordt hiervan afgeweken. Het tarief behorend bij de prestatie “behandeling externe cliënt door tandarts” (G011) wordt niet aangevraagd maar conform de vaste beleidsregelwaarde uit de beleidsregel, ambtshalve door de NZa, vastgesteld in een algemene tariefbeschikking. Het betreft een vast tarief als bedoeld in artikel 50, eerste lid, onder b, Wmg.

 

Het tarief behorend bij de prestatie “intraveneuze sedatie of nacose voor Wlz-zorgaanbieders” (G201) betreft de werkelijke kosten per uur. Binnen het experiment wordt dit tarief niet aangevraagd en ook niet vermeld op de algemene tariefbeschikking. De enige en definitieve vaststelling van de prijs behorend bij de prestatie “intraveneuze sedatie of narcose voor Wlz zorgaanbieders” vindt plaats bij de afhandeling van de nacalculatie-opgave van jaar t op basis van de gerealiseerde en rechtmatig geleverde zorg, de nacalculatiebeschikking.

De prijs wordt berekend door de daadwerkelijk gemaakte kosten te delen door het daadwerkelijke aantal behandeluren. Ook op dit punt wordt afgeweken van artikel 6 van de beleidsregel Wlz-zorgaanbieders met tandartspraktijk.

8. Regelingen

Bij de uitoefening van haar taken en bevoegdheden, past de NZa haar regelingen toe. Voor zover in het kader van het experiment persoonsvolgende inkoop wordt afgeweken van andere regelgeving, is dat in dit artikel beschreven.

 

Regeling controle en administratie Wlz-uitvoerders

 

Voor zover nodig en slechts voor zover hierna beschreven, wijkt de NZa bij toepassing van de regeling af van de volgende artikelen:

 

Artikel 10, eerste lid, onder a Regeling controle en administratie Wlz-uitvoerders

Er is geen sprake van afgesproken productie.

9. Kader experiment persoonsvolgende inkoop

9.1

De staatssecretaris van VWS stelt in de definitieve kaderbrief de deelkaders voor het experiment vast.

 

9.2

Indien het deelkader voor het experiment persoonsvolgende inkoop in een experimentregio op basis van de declaraties en de prognoses ontoereikend lijkt te zijn, dan meldt de desbetreffende deelnemende Wlz-uitvoerder dit direct bij de NZa. De NZa kan vervolgens het ministerie van VWS adviseren de herverdelingsmiddelen beschikbaar te stellen.

10. Bevoorschotting 2017

10.1 Kapitaallasten en inventaris

Zoals hiervoor in artikel 5.2 is opgenomen, stelt de NZa na afloop van het desbetreffende jaar de ‘nacalculatiebeschikking’ vast. Voor zover nodig is om het bevoorschotten van ‘oude’ kapitaallasten en kosten inventaris mogelijk te maken, wijkt de NZa bij toepassing van de Wmg af van artikel 35 Wmg.

 

Het gaat hier om 15% van het budget kapitaallasten en budget inventaris als bedoeld in de Beleidsregel invoering normatieve huisvestingscomponent (NHC) en normatieve inventariscomponent (NIC) bestaande zorgaanbieders (zoals een en ander is opgenomen in de nieuwe kapitaallastenvergoeding en nieuwe inventarisvergoeding als bedoeld in de Beleidsregel invoering normatieve huisvestingscomponent (NHC) en normatieve inventariscomponent (NIC) bestaande zorgaanbieders).

Artikel 35 Wmg verbiedt kort gezegd een tarief in rekening te brengen, te betalen of te vergoeden dat niet overeenkomstig de tariefbeschikking van de NZa of de Wmg is vastgesteld. Omdat de ‘oude’ kapitaallasten en kosten inventaris voorafgaand en tijdens 2017 niet in een tariefbeschikking worden vastgesteld, al dan niet als onderdeel van het sluitbedrag, is het niet mogelijk voor deelnemende Wlz-uitvoerders om deelnemende zorgaanbieders daarop te bevoorschotten. Om dat te voorkomen wijkt de NZa met betrekking tot jaar 2017 voor zover nodig af van (de verboden in) artikel 35 Wmg. De NZa doet dit op grond van artikel 58, vierde lid, Wmg. Bevoorschotting van kapitaallasten en kosten inventaris zonder tarief of tariefbeschikking is dus mogelijk.

 

Ook is het mogelijk te bevoorschotten op bedragen die de NZa toevoegt aan de aanvaardbare kosten van de deelnemende zorgaanbieder op basis van de Beleidsregel toevoeging en verrekening compensatie vaste activa. Voor zover nodig wijkt de NZa ook hier af van artikel 35 Wmg.

 

10.2

Voor het overige blijft de NZa artikel 35 Wmg wel toepassen en handhaven.

 

10.3

In hoeverre de deelnemende Wlz-uitvoerder en de deelnemende zorgaanbieder al dan niet gebruik maken van de mogelijkheid tot bevoorschotting, is volledig aan de betrokken partijen zelf. 

11. Aanvragen NZa-nummer

Indien een deelnemende zorgaanbieder in een experimentregio nog geen NZa-nummer heeft voor de zorg die hij onder het experiment persoonsvolgende inkoop wil leveren, dient hij ten behoeve van die zorglevering schriftelijk een NZa-nummer aan te vragen bij de NZa. 

12. Duur experiment

Het experiment persoonsvolgende inkoop heeft een looptijd van twee jaar, van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2018. 

13. Monitoring en evaluatie

13.1

De NZa monitort gedurende het experiment persoonsvolgende inkoop de maandelijkse zorguitgaven. Dit gebeurt op grond van de Regeling monitoring experiment persoonsvolgende inkoop.

 

13.2

De NZa evalueert het experiment persoonsvolgende inkoop conform artikel 58 Wmg. In het kader hiervan kan de NZa bij de deelnemende Wlz-uitvoerders en bij de deelnemende zorgaanbieders informatie als bedoeld in de Regeling monitoring experiment persoonsvolgende inkoop’ opvragen. Bij de evaluatie zal de NZa de resultaten betrekken van een extern onderzoeksbureau zoals aangewezen door de staatssecretaris van VWS.

Het staat de NZa vrij om aanvullende of andere informatie uit te vragen in het kader van het experiment.

 

13.3

De NZa rapporteert over de uitslag van het experiment persoonsvolgende inkoop aan de Staatssecretaris van VWS binnen drie maanden na afloop van het experiment.

 

13.4

Op basis van de (tussen)evaluatie zal de NZa op verzoek van de Staatssecretaris van VWS het experiment uitbreiden, verlengen of stopzetten. 

14. Beëindiging oude beleidsregel

De Beleidsregel experiment persoonsvolgende inkoop 2017, met kenmerk BR/REG-17159, wordt vervangen door onderhavige beleidsregel.

15. Bekendmaking, inwerkingtreding, terugwerkende kracht en citeertitel

Inwerkingtreding / Bekendmaking

 

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin de mededeling als bedoeld in artikel 20, tweede lid, onderdeel b, van de Wmg, wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2017 en vervalt met ingang van 1 januari 2018.

 

Citeertitel

 

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel experiment persoonsvolgende inkoop 2017

Toelichting

Met een brief van 10 juni 2016 (kenmerk 978644-151771-LZ) informeert de staatssecretaris van VWS de Tweede Kamer over het experiment persoonsvolgende inkoop dat in 2017 start en twee jaar zal duren.

Het experiment is een van de acties die volgt uit de brief Waardig leven met zorg van 26 februari 2016. Doel van het experiment is dat cliënten de (keuze)vrijheid hebben de zorg af te nemen bij de zorgaanbieder van voorkeur, dat ze die keus goed onderbouwd kunnen maken, dat er meer diversiteit komt in het zorgaanbod en dat het aanbod beter aansluit bij de zorgvraag van de cliënt.

 

Met een aanwijzing van 2 september 2016 (kenmerk 990524-153134-MC) heeft de staatssecretaris de NZa opdracht gegeven in haar regelgeving de mogelijkheid te bieden tot uitvoering van dit experiment.

 

Onderhavige beleidsregel legt vast op welke manier het experiment persoonsvolgende inkoop wordt vormgegeven. Hierbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de huidige uitvoeringspraktijk. De wijze waarop de inkoop plaatsvindt is in deze beleidsregel aangepast. In deze beleidsregel zijn de voorwaarden opgenomen om af te kunnen wijken van de reguliere bekostiging via budgetafspraken en is uitgewerkt waar wordt afgeweken van overige regelgeving.

 

In deze toelichting geven we meer uitleg bij de verschillende artikelen van de beleidsregel en geven we aan wat de praktische consequenties zijn van het afwijken van de reguliere zorginkoop en van overige regelgeving.

 

Deelnemende zorgaanbieders en deelnemende zorgkantoren in de experimentregio’s maken voorafgaand aan het jaar geen productieafspraken. Op die manier krijgen cliënten de kans de zorg af te nemen bij de zorgaanbieder van voorkeur. Dat betekent dat alle zorgaanbieders, die zorg leveren onder het experiment akkoord gaan met de inkoopvoorwaarden en de tarieven van de desbetreffende deelnemende Wlz-uitvoerder. Deze deelnemende zorgaanbieders mogen zorg leveren aan hun huidige cliënten en aan cliënten die zich nieuw bij hen melden. Er is hierbij geen sprake van een budgetplafond.

 

Budgetcyclus

Tijdens de looptijd van het experiment persoonsvolgende inkoop geldt voor de deelnemende Wlz-uitvoerders en deelnemende zorgaanbieders een afwijkende budgetcyclus. In tegenstelling tot de normale budget cyclus, dienen deelnemende partijen voorafgaand en gedurende het budgetjaar t geen aanvraagformulier budget en/of herschikking in bij de NZa. Het jaar wordt wel op de gebruikelijke wijze afgesloten met het indienen van een nacalculatie-opgave. Een aantal onderdelen die in de normale budgetcyclus vooraf aangevraagd kunnen worden, schuiven door naar de nacalculatie-opgave. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan  de genormeerde kapitaallasten op basis van bezette plaatsen kleinschalig wonen en capaciteitsmutaties. Voor onderdelen die in het reguliere inkoopproces alleen via de nacalculatieopgave worden opgevraagd, bijvoorbeeld MRSA, vindt er geen wijziging plaats. Ook in de bekostiging van individueel aangepaste hulpmiddelen vindt er geen verandering plaats.

Op basis van de in de nacalculatie-opgave van een deelnemende zorgaanbieder over het jaar 2017 opgegeven gerealiseerde productie en de overige onderdelen stelt de NZa de aanvaardbare kosten voor 2017 vast. Hieruit volgt de ‘nacalculatiebeschikking’.

 

Artikel 1 en artikel 3  Deelnemende Wlz-uitvoerders/Reikwijdte

Het experiment persoonsvolgende inkoop wordt uitgevoerd in de regio’s Rotterdam en Zuid-Limburg. Het experiment heeft betrekking op alle bekostigingsprestaties die samenhangen met zorgprofielen in de sectoren gehandicaptenzorg (Rotterdam) en de verpleging en verzorging (Zuid-Limburg). Dit betekent dat ook de toeslagen en meerzorg, die samenhangen met de bekostigingsprestaties onder het experiment vallen. Hoewel gehandicaptenzorg en verpleging en verzorging zorg duidelijk te onderscheiden is, is in de praktijk de grens tussen aanbieders GHZ en aanbieders VV niet altijd even scherp. Er zijn bijvoorbeeld aanbieders die naast VV ook zorg leveren aan een klein aantal cliënten met een GHZ of GGZ B profiel of bijvoorbeeld zorg leveren aan de

niet-geïndiceerde partner. Om de administratieve lasten voor de deelnemende zorgaanbieders en deelnemende Wlz-uitvoerders in de experiment regio’s te beperken, kunnen zorgaanbieders die meedoen aan het experiment ook deze sectorvreemde bekostigingsprestaties in overleg met de deelnemende Wlz-uitvoerder onder het experiment betrekken.

 

Artikel 1 Deelnemende zorgaanbieders

Voor een goede uitvoering van het experiment is het noodzakelijk de productie en kosten met betrekking tot het experiment te kunnen onderscheiden, monitoren en nacalculeren. Daarom dienen de deelnemende zorgaanbieders te beschikken over een uniek NZa-nummer ten behoeve van het experiment.

 

Artikel 5 Algemene tariefbeschikking vooraf, individuele beschikking achteraf

In het kader van het experiment worden er geen productieafspraken gemaakt tussen deelnemende zorgaanbieders en de deelnemende Wlz-uitvoerder. Gevolg hiervan is dat de deelnemende zorgaanbieders geen individuele beschikking krijgen. De NZa geeft daarom een algemene tariefbeschikking af zodat deelnemende zorgaanbieders de geleverde zorg rechtsgeldig kunnen declareren en de deelnemende Wlz-uitvoerder de gedeclareerde zorg rechtmatig kan vergoeden.

De NZa stelt een beschikking vast voor de experimentregio Zuid-Limburg en een beschikking voor de experimentregio Rotterdam.

 

Middels de algemene tariefbeschikking stelt de NZa de door de deelnemende Wlz-uitvoerder aangevraagde tarieven vast. Naast de prestaties waarvoor de deelnemende Wlz-uitvoerder een tarief heeft aangevraagd, staan op de algemene beschikking ook de prestaties waarvoor de NZa een vast tarief heeft bepaald middels haar regelgeving. Dit zijn: vergoeding bij gedwongen verhuizing, extreme kosten zorggebonden materialen en geneesmiddelen, de middelen Waardigheid en Trots en de behandeling externe cliënt door tandarts.

 

Alle op de algemene beschikking vastgelegde tarieven gelden als vast en zijn dus niet onderhandelbaar. De deelnemende zorgaanbieders kunnen alleen deze vaste tarieven declareren bij de deelnemende Wlz-uitvoerder.

 

Artikel 6.2

Hieronder volgt een toelichting op een aantal prestaties.

 

Zorgzwaartepakketten inclusief NHC/NIC voor bestaande zorgaanbieders

Zie voor de precieze vaststelling van het tarief met betrekking tot de NHC en de NIC de tekst van artikel 6.5 van deze beleidsregel.

 

Zorgzwaartepakketten inclusief NHC/NIC voor nieuwe zorgaanbieders

Zie voor de precieze vaststelling van het tarief met betrekking tot de NHC en de NIC de tekst van artikel 6.4 van deze beleidsregel.

 

Toeslagen

De toeslagen mogen alleen worden gedeclareerd indien is voldaan aan de voorwaarden die voor een toeslag gelden en die zijn vastgelegd in de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven zorgzwaartepakketten en Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven volledig pakket thuis.

 

Deelprestaties zzp-meerzorg

De toekenning van afspraken zzp-meerzorg vindt plaats tussen de deelnemende Wlz-uitvoerder en de deelnemende zorgaanbieder conform de Regeling meerzorg van ZN. Het CCE heeft hierin een adviesrol. De deelnemende Wlz-uitvoerder stelt het aantal uren meerzorg vast en geeft hiervoor een eigen beschikking af.

 

Opslag Waardigheid en Trots

Voor de middelen Waardigheid en Trots hanteert de NZa de prestaties en tarieven conform de Beleidsregel prestaties en tarieven zorgzwaartepakketten. Dit zijn vaste tarieven. Deze middelen mogen alleen gedeclareerd worden als is voldaan aan de voorwaarden die voor deze middelen gelden en die zijn vastgelegd in de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven zorgzwaartepakketten.

 

Inrichtingskosten bij gedwongen verhuizing

Voor de prestaties inrichtingskosten bij gedwongen verhuizing gelden vaste tarieven die conform de vaste beleidsregelwaarden uit de Beleidsregel vergoeding inrichtingskosten bij gedwongen verhuizing zijn vastgesteld.

 

Extreme kosten zorggebonden materialen en geneesmiddelen

Voor de prestaties extreme kosten zorggebonden materialen en geneesmiddelen geldt dat maximaal 90% van de daadwerkelijk gemaakte kosten gedeclareerd mag worden, conform de Beleidsregel extreme kosten zorggebonden materialen en geneesmiddelen. De voor deze prestaties te declareren tarieven zijn maximum bedragen, gebaseerd op de werkelijk gemaakte kosten. Op de algemene tariefbeschikking staat vermeld dat het tarief dat kan worden gedeclareerd maximaal 90% van de werkelijk gemaakte kosten bedraagt.

 

Behandeling externe cliënt door tandarts

Voor de prestatie “behandeling externe cliënt door tandarts” geldt een vast tarief die conform de vaste beleidsregelwaarde uit de Beleidsregel Wlz-zorgaanbieders met tandartspraktijk is vastgesteld.

 

Artikel 6.3

De deelnemende Wlz-uitvoerders dienen bij de NZa schriftelijk een verzoek in om voor de prestaties genoemd in artikel 6.2 onder a tot en met i een tarief vast te stellen. Dit verzoek is niet gebonden aan een format, maar dient het volgende te bevatten:

  • het percentage van de beleidsregelwaarde waarop de NZa het tarief dient vast te stellen voor de zzp’s, vpt’s, modulaire zorg, zzp-meerzorg, toeslagen, overige basisprestaties, prestaties dagbesteding en vervoer, opslag kapitaallasten dagbesteding en inventaris dagbesteding;
  • het percentage waarop de NZa de NHC/NIC voor nieuwe zorgaanbieders dient vast te stellen.

 

De aangevraagde tarieven zijn afgeleid van en mogen niet hoger zijn dan de door de NZa vastgestelde maximum beleidsregelwaarden.

 

Rekenvoorbeeld bij artikel 6.4 en 10               

 

Oude kapitaallasten en kosten inventaris

90

NHC/NIC

100           

 

Oude situatie tariefbeschikking voorafgaand aan en tijdens jaar t

 

Oude kapitaallasten en kosten inventaris

90

15%

€ 13,50

Declarabel via (sluit)tarief tariefbeschikking

NHC/NIC

100

85%

€ 85,00

Declarabel via tarieven (zorg)prestaties tariefbeschikking

Totaal overgangsregeling     

 

100%

€ 98,50

NZa neemt op in aanvaardbare kosten

 

De NZa neemt € 98,50 op in de aanvaardbare kosten.          Oude kapitaallasten en kosten inventaris zijn in een (sluit)tarief verwerkt. De NHC en NIC zijn verwerkt in de tarieven van de (zorg)prestaties. De tariefbeschikking maakt het mogelijk te declareren.

 

Situatie tariefbeschikking experiment gedurende 2017

 

Oude kapitaallasten en kosten inventaris

90

15%

€ 13,50

Mogelijkheid voorschot te declareren o.b.v. artikel 10 beleidsregel

NHC/NIC

100

85%

€ 85,00

Declarabel via tarieven (zorg)prestaties tariefbeschikking

Totaal overgangsregeling

 

 

 

NZa stelt aanvaardbare kosten niet vast

 

Oude kapitaallasten en kosten inventaris worden gedurende 2017 niet in een (sluit)tarief vastgesteld. Hierover kunnen de deelnemende zorgaanbieder en deelnemende Wlz-uitvoerder op basis van artikel 10 afspraken maken in het kader van declaratie en/of bevoorschotting. Over 15% van de oude kapitaallasten en kosten inventaris kan een afspraak worden gemaakt.       

 

Situatie tariefbeschikking experiment nacalculatie jaar 2017 (vaststelling na afloop van 2017)

 

Oude kapitaallasten en kosten inventaris

92           (uitkomst nacalculatie)

NHC/NIC 

101         (uitkomst nacalculatie)

Oude kapitaallasten en kosten inventaris

92

15%

€ 13,80

Declarabel via (sluit)tarief tariefbeschikking

NHC/NIC

101

85%

€ 85,85

Declarabel via tarieven (zorg)prestaties tariefbeschikking

Totaal overgangsregeling

 

100%

€ 99,65

NZa neemt op in aanvaardbare kosten

 

Na afloop van 2017 stelt de NZa het sluittarief vast op basis van de nacalculatie. In dit rekenvoorbeeld leidt dit tot het verwerken van € 13,80 in het sluittarief. Het sluittarief kan de deelnemende zorgaanbieder in rekening brengen bij de deelnemende Wlz-uitvoerder en worden verrekend met wat al bevoorschot/gedeclareerd is aan kapitaallasten en kosten inventaris, in dit voorbeeld € 13,50. Feitelijk moet er dan nog € 0,30 worden betaald.

 

Artikel 7.2 Beleidsregel nacalculatie 2017

In artikel 4.2 onderdeel d is opgenomen dat een verlaging van de financiële waarde van de gerealiseerde productie via een correctiebedrag aanvaardbaar is. Deze verlaging kan ook gebruikt worden voor afspraken, die in het kader van het leveren van een productmix zijn gemaakt.

 

Artikel 7.9 Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven zorgzwaartepakketten (zzp)

 

Artikel 7.10 Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven volledig pakket thuis (vpt)

Voor crisisbedden geldt dat de afspraken worden toegekend binnen het Crisisprotocol. Om de crisisfunctie doelmatig te kunnen invullen en doelmatig om te gaan met leegstand van crisisbedden, is het aantal crisisbedden gemaximeerd op het niveau van 2016. Indien het aantal crisisbedden, gebaseerd op het niveau 2016, volgens de Wlz uitvoerder niet toereikend is, kan dit bij de nacalculatie worden bijgesteld. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn door ontwikkelingen die bij eerstelijnsverblijf plaatsvinden.

 

Artikel 9 Kader experiment persoonsvolgende inkoop

Voor de bekostiging van het experiment is een apart deelkader per experimentregio vastgesteld. Binnen een experimentregio kunnen middelen worden overgeheveld van het deelkader pgb of het deelkader zorg in natura naar het deelkader experiment en vice versa. Deze overhevelingen zijn mogelijk omdat er sprake is van communicerende vaten. De afname van het aantal pgb-cliënten bijvoorbeeld kan een toename betekenen van het aantal cliënten binnen het experiment. De betreffende deelnemende Wlz-uitvoerder kan hierop anticiperen door middelen over te hevelen.

 

De benutting van het vastgestelde deelkader voor het experiment wordt gemonitord. Wanneer op basis van declaratiegegevens en prognoses verwacht wordt dat het deelkader voor het experiment ontoereikend is, moet de deelnemende Wlz-uitvoerder dit melden bij de NZa. De NZa kan in dat geval het ministerie van VWS adviseren om (een deel van) de herverdelingsmiddelen beschikbaar te stellen.

 

Artikel 14. Inwerkingtreding en citeertitel

De beleidsregel wordt vastgesteld voor het jaar 2017. Voor het jaar 2018 wordt een nieuwe beleidsregel vastgesteld. Dit houdt onder meer verband met het aflopen van het invoertraject NHC en NIC op basis van de Beleidsregel invoering normatieve huisvestingscomponent (NHC) en normatieve inventariscomponent (NIC) bestaande zorgaanbieders.

Inhoudsopgave

Alles dichtklappenAlles openklappen
Naar boven