Onderwerp: Bezoek-historie

Beleidsregel Beschikbaarheidbijdrage op aanvraag - BR/REG-17153
Publicatiedatum:30-08-2016Geldigheid:01-09-2016 t/m 31-10-2016Versie:vergelijk Status: Niet meer geldig

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Ingevolge artikel 57, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) beleidsregels vast met betrekking tot het uitoefenen van de bevoegdheid om beschikbaarheidbijdragen vast te stellen.

 

Op grond van artikel 56a, tweede lid, onder a, van de Wmg geeft de NZa op aanvraag toepassing aan artikel 56a, eerste tot en met zevende lid, van de  Wmg.

 

Ingevolge artikel 59, aanhef en onder e, van de Wmg heeft de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) bij brieven van 12 december 2012 (kenmerk MC-U-3147126), 16 juli 2014 (kenmerk 640237-123257-MC), 11 december 2014 (kenmerk 696542-130372-MC en 692617-129795-MC) en 16 juni 2015 (kenmerk 776212-137548-MC) ten behoeve van de voorliggende beleidsregel een aanwijzing op grond van artikel 7 van de Wmg aan de NZa gegeven.

 

Op de beschikbaarheidbijdrage zijn titel 4.2 (‘subsidies’) en 4.4 (‘bestuursrechtelijke geldschulden’) van de Algemene wet bestuursrecht, het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG en het Besluit van de Europese Commissie van 20 december 2011 (C(2011)9380) van toepassing.

Artikel 1. Reikwijdte

Deze beleidsregel is van toepassing op het beschikbaar hebben en bekostigen van zorg als bedoeld in artikel 2 van het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG, juncto onderdeel B, onder 3 tot en met 10, 14 en 15 van de bijlage bij het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG.  De volgende vormen van zorg komen in aanmerking voor een beschikbaarheidbijdrage:

  • gespecialiseerde brandwondenzorg;
  • traumazorg door mobiel medisch team met helikopter;
  • spoedeisende hulp;
  • acute verloskunde;
  • post mortem orgaanuitname;
  • traumazorg voor zover het gaat om Opleiden, Trainen en Oefenen;
  • zorg verleend door het calamiteitenhospitaal;
  • coördinatie traumazorg en Regionaal Overleg Acute Zorg;
  • traumazorg door mobiel medisch team met voertuig;
  • gespecialiseerde en derdelijns psychotraumazorg voor zover het gaat om de landelijke kennis en expertisefunctie.

Artikel 2. Doel van de beleidsregel

Voor een aantal activiteiten en voorzieningen van zorgaanbieders is het niet mogelijk en/of wenselijk om deze rechtstreeks aan zorgproducten voor individuele consumenten toe te rekenen. Het gaat om specifieke functies of kenmerken van de zorgverlening, zoals beschikbaarheid, specifieke deskundigheid of specifieke voorzieningen. Doel van deze beleidsregel betreft het vaststellen van de wijze van bekostiging van deze activiteiten en voorzieningen, in aanvulling op de Beleidsregel ‘Uniform kader beschikbaarheidbijdrage NZa’. 

Artikel 3. Begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

 

3.1          AMvB

Algemene Maatregel van Bestuur.

 

3.2         Besluit

Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG van 24 augustus 2012.

 

3.3         Bijlage

Bijlage bij artikel 2 van het Besluit.

 

3.4         Beschikbaarheidbijdrage

Bijdrage als bedoeld in artikel 56a van de Wmg.

 

3.5         dbc-omzet (integrale tarieven) brandwondenzorg

De in het betreffende jaar gerealiseerde dbc’s gespecialiseerde brandwondenzorg en de daarbij gerealiseerde ic add-on’s.

 

3.6         Minister

Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

 

3.7         OTO

Opleiden, Trainen en Oefenen bij rampen en crises zoals vastgelegd op 16 oktober 2008 in het Convenant inzake Opleiden, trainen en oefenen ter voorbereiding van rampen en crises.

 

3.8         SEH-consult

SEH-consult met code 190015 als bedoeld in de Regeling medisch- specialistische zorg.

 

3.9         Wbmv

Wet bijzondere medische verrichtingen.

 

3.10       Uniform kader

Beleidsregel Uniform kader beschikbaarheidbijdrage NZa.

 

3.11       Aanvraagformulier

Nadere invulling van het activiteitenplan zoals bedoeld in het Uniform kader.

Artikel 4. Algemeen

4.1         Aangewezen vormen van zorg

Bij het Besluit heeft de Minister de in artikel 1 genoemde vormen van zorg aangewezen waarvoor de NZa een beschikbaarheidbijdrage kan vaststellen. Mede op basis van dit Besluit heeft de NZa onderhavig beleid ten aanzien van de verstrekking van de beschikbaarheidbijdrage op aanvraag door zorgaanbieders vastgesteld.

 

4.2         Procedure verstrekken beschikbaarheidbijdrage

Het Uniform kader omschrijft de procedure die gehanteerd wordt ten aanzien van de verlening en de vaststelling van de beschikbaarheidbijdrage door de NZa. In enkele gevallen is een uitzondering op de uniforme procedure nodig. Deze uitzondering staat in dat geval omschreven in de onderhavige beleidsregel en bij de betreffende zorgfunctie.

 

4.3         Verlening beschikbaarheidbijdrage

Indien een aanvraag voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 4.2 en aan de zorgfunctie-specifieke bepalingen zoals opgenomen in deze beleidsregel, zal de NZa op grond van artikel 56a, zevende lid, van de Wmg de zorgaanbieder belasten met een dienst van algemeen economisch belang of dienst van algemeen belang.

Artikel 5. Gespecialiseerde brandwondenzorg

 

5.1         Beschrijving zorg

Gespecialiseerde brandwondenzorg als bedoeld in onderdeel B, aanhef en onder 9, van de Bijlage.

 

5.2         Criteria verstrekking

Aanbieders kunnen in aanmerking komen voor de verstrekking van een beschikbaarheidbijdrage voor gespecialiseerde brandwondenzorg indien zij de in artikel 5.1 van deze beleidsregel genoemde vorm van zorg leveren.

 

5.3         Aantal aanbieders dat wordt belast

Op grond van het Besluit zal de NZa maximaal drie instellingen belasten met de beschikbaarheid van de gespecialiseerde brandwondenzorg.

 

5.4         Procedure

In aanvulling op het Uniform kader is dit artikel van toepassing op de procedure ten aanzien van de gespecialiseerde brandwondenzorg.

 

5.4.1    Hoogte beschikbaarheidbijdrage

 

a.         De hoogte van de beschikbaarheidbijdrage voor gespecialiseerde brandwondenzorg is gebaseerd op de gemaakte ziekenhuiskosten 2011 (gebaseerd op het kostenonderzoek uit 2012). Deze kosten zijn geïndexeerd naar prijspeil ultimo 2015.

Met ingang van 2016 is de maximale bijdrage voor de honorariumtoeslag op normatieve wijze opgesplitst naar de onderdelen personeel (63,1%) en materieel (36,9%). Dit als gevolg van het verdwijnen van de honorariumplafonds in de bekostiging van medisch specialistische zorg. Vanaf 1 januari 2016 worden deze onderdelen ook via de personele en materiële indices geïndexeerd.

Op deze maximale bijdrage worden de gerealiseerde dbc omzet (integrale tarieven) voor de gespecialiseerde brandwondenzorg en de bij deze dbc’s gerealiseerde ic add-on’s voor het betreffende jaar in mindering gebracht.

1

Gespecialiseerde brandwonden dbc’s

 

Declaratiecode

Zorgproductcode

Omschrijving (be)handeling

Omschrijving consument

14C653

979004002

Dag/ Diagnostisch (zwaar)/ Poli >2/

Routine onderzoek >2

| Gespec brandwondenzorg

Dagbehandeling / Diagnostisch onderzoek /

Meer dan twee polikliniekbezoeken bij Gespecialiseerde brandwondenzorg

14C654

979004003

Oper 1-4/ Therapeutisch licht 1-4 |

Gespec brandwondenzorg

Een tot vier operaties of behandelingen bij Gespecialiseerde brandwondenzorg

 

14C655

 

979004004

 

Oper >4/

Therapeutisch licht >4 | Gespec brandwondenzorg

 

Meer dan vier operaties of behandelingen bij Gespecialiseerde brandwondenzorg

14C656

979004005

Klin 1-5 | Zonder operatie | Gespec brandwondenzorg

Maximaal 5 verpleegligdagen bij Gespecialiseerde brandwondenzorg

14C657

979004006

Klin 1-5 | Met operatie | Gespec brandwondenzorg

Maximaal 5 verpleegligdagen (met operatie) bij Gespecialiseerde brandwondenzorg

14C658

979004008

Licht ambulant | Gespec brandwondenzorg

Consult op de polikliniek bij Gespecialiseerde brandwondenzorg

14C659

979004009

Klin 6-15 | Zonder operatie | Gespec brandwondenzorg

6 tot maximaal 15 verpleegligdagen bij Gespecialiseerde brandwondenzorg

14C660

979004010

Klin 6-15 | Met operatie | Gespec brandwondenzorg

6 tot maximaal 15 verpleegligdagen (met operatie) bij Gespecialiseerde brandwondenzorg

14C661

979004011

Klin 29-56 | Gespec brandwondenzorg

29 tot maximaal 56 verpleegligdagen bij Gespecialiseerde brandwondenzorg

14C662

979004012

Klin 16-28 | Zonder operatie | Gespec brandwondenzorg

16 tot maximaal 28 verpleegligdagen bij Gespecialiseerde brandwondenzorg

14C663

979004013

Klin 16-28 | Met operatie | Gespec brandwondenzorg

16 tot maximaal 28 verpleegligdagen (met operatie) bij Gespecialiseerde brandwondenzorg

14E624

979004017

Klin >56 | Gespec brandwondenzorg

Meer dan 56 verpleegligdagen bij Gespecialiseerde brandwondenzorg

 

ic add-on’s

 

Zorgproductcode

Omschrijving (be)handeling

190129

ic consult, intercollegiaal consult buiten de ic, spoed en niet-spoed.

190130

Interklinisch ic transport(< 2 uur). Door medisch specialist fysiek begeleid transport van een ic-patiënt tussen ziekenhuizen.

190131

Interklinisch ic transport(>= 2 uur). Door medisch specialist begeleid transport van een ic-patiënt tussen ziekenhuizen.

190132

Micu transport < 2 uur.

190133

Micu transport >= 2 uur.

190150

Neonatale ic.

190151

Pediatrische ic.

190152

Post ic-high care.

190153

ic-dag licht.

190154

ic-dag middel.

190155

ic-dag zwaar.

190156

ic dialysetoeslag.

 

b.         De beschikbaarheidbijdrage wordt als maximumbedrag verleend aan het begin van het jaar en na afloop van dat jaar wordt de gerealiseerde dbc-omzet en de bij deze dbc’s gerealiseerde ic add-on’s gespecialiseerde brandwondenzorg hierop in mindering gebracht. Indien het bedrag aan de dbc-omzet en ic add-on’s hoger is dan het maximum bedrag, dan dient de instelling reeds ontvangen voorschotten op de beschikbaarheidbijdrage gespecialiseerde brandwondenzorg terug te betalen. Indien uit de aanvraag tot vaststelling blijkt dat de omzet lager is dan het maximum bedrag, dan wordt de beschikbaarheidbijdrage vastgesteld op het verleende maximumbedrag aan het begin van het jaar verminderd met de gerealiseerde lagere dbc-omzet gespecialiseerde brandwondenzorg. Teveel verleende voorschotten moeten worden terugbetaald.

 

c.         De gespecialiseerde brandwondenzorg dbc’s en ic add-on’s kennen  een max-maxtarief1 (tariefstructuur). De NZa zal bij de verlening en vaststelling van de beschikbaarheidbijdrage gespecialiseerde brandwondenzorg het reguliere, basis maximumtarief in mindering brengen, ongeacht de hoogte van het tarief dat  in werkelijkheid is overeengekomen en/of gedeclareerd tussen zorgaanbieder en zorgverzekeraar.

Artikel 6. Traumazorg door mobiel medisch team met helikopter

6.1         Beschrijving zorg

Traumazorg door mobiel medisch team (MMT) met helikopter als bedoeld in onderdeel B, aanhef en onder 6, van de Bijlage:

     a.         7x24 uur beschikbaarheid van een paraat MMT met helikopter dat binnen twee minuten na aanname van de melding van de meldkamer ambulancezorg moeten kunnen uitrukken naar de plek van het ongeval;

     b.         Het MMT bestaat uit een medisch specialist en een gespecialiseerde verpleegkundige.

 

6.2         Criteria verstrekking

Aanbieders kunnen in aanmerking komen voor de verstrekking van een beschikbaarheidbijdrage traumazorg door MMT met helikopter indien zij de in artikel 6.1 genoemde vorm van zorg leveren.
 

6.3         Aantal aanbieders dat wordt belast

Op grond van het Besluit verstrekt de NZa de beschikbaarheidbijdrage voor traumazorg door MMT met helikopter aan maximaal vier aanbieders.

 

6.4         Procedure

In aanvulling op het Uniform kader beschikbaarheidbijdrage NZa is dit artikel en de artikelen 6.5 tot en met 6.7. voor wat betreft de procedure ten aanzien van de zorg verleend door MMT’s met helikopter van toepassing.

 

6.5         Beoordeling aanvraag verlening

     a.         In het aanvraagformulier vermeldt de aanbieder de werkelijke kosten van het leasecontract van de helikopter, de te verwachten vlieguren en de posten zoals genoemd onder artikel 6.5 sub c.

     b.         De beschikbaarheidbijdrage voor traumazorg door het MMT met helikopter is deels gebaseerd op werkelijke kosten en deels gebaseerd op normatieve kosten.

     c.         De hoogte van de beschikbaarheidbijdrage wordt gebaseerd op de volgende posten:

Post

Opbouw

Toelichting

Normbedrag niveau 2015

Leasekosten van de helikopter

met piloot.

Vaste kosten +

Kosten per vlieguur2

Opbrengsten uit buitenlandse inzet worden in mindering gebracht op de werkelijke leasekosten

Werkelijke kosten

Personele

inzet

 

5,5 fte medisch specialist

Gebaseerd op BR-CU-2031 uit 2011 met loonindexen.

€  1.127.020

6 fte gespecialiseerde verpleegkundigen

Gebaseerd op cao UMC’s 2013-2015 schaal 9, trede 8, met onregelmatigheidstoeslag, vakantietoeslag en eindejaarsuitkering conform cao UMCU3

€      558.711

Kosten standplaats

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bij helikopter op het dak:

Kapitaallasten

 

8,7% van de personele kosten

Bij helikopter op het dak:

Salariskosten

5,5 fte Helicopter

Landing Officer (HLO)

Gebaseerd op cao ambulancezorg (2013-2014) inschaling chauffeur, schaal 7 en trede 11, onregelmatigheidstoeslag, vakantietoeslag en eindejaarsuitkering conform cao Ambulancezorg4

€      325.482

Bij helikopter op externe locatie:

werkelijke kosten voor de huur

 

Werkelijke kosten

Overige directe kosten5

Kosten dienstkleding

Niveau ultimo 2015

€        21.900

Opleidingskosten

€30.000,- is geoormerkt voor de opleiding tot Helicopter Crew Member (HCM) voor 1 opleiding per twee jaar.

€        36.499

Patiëntgebonden kosten

Niveau ultimo 2015

€        52.141

Hotelmatige kosten

Niveau ultimo  2015

€         5.214

Overhead-kosten

 

opslag op de personele kosten

Voor overhead van de instelling, waaronder management, ondersteunende afdelingen, kantoor en administratie.

5% van het normbedrag voor personele inzet en indien van toepassing HLO

 

     d.         Iedere drie jaar worden de in sub c gehanteerde normbedragen herijkt.
 

6.6         Kosten voertuig

     a.         Voor gebruik van het voertuig (niet zijnde de helikopter) met toebehoren wordt de beschikbaarheidbijdrage voor 2015 eenmalig ambtshalve verleend, met terugwerkende kracht.

     b.         Voor de vaststelling van de beschikbaarheidbijdrage 2015 maakt het voertuig (niet zijnde de helikopter) onderdeel uit van de aanvraagprocedure ‘Traumazorg door mobiel medisch team met helikopter���.

     c.         Vanaf 2016  maakt de vergoeding voor het voertuig integraal onderdeel uit van de aanvraagprocedure ‘Traumazorg door mobiel medisch team met helikopter’;

     d.         De vergoeding voor het voertuig is deels gebaseerd op normatieve kosten en deels op werkelijke kosten (nacalculatie);

     e.         De hoogte van de beschikbaarheidbijdrage wordt gebaseerd op de volgende posten:

Post

Type

Toelichting

Normbedrag

niveau 2015

Voertuig

Normatief

Aanschafwaarde wordt afgeschreven over 7 jaar

€         9.744

Opbouw/ombouw voertuig

Normatief

Aanschafwaarde wordt afgeschreven over 7 jaar

€         2.956

Inbouw communicatie en navigatie voertuig

Normatief

Aanschafwaarde wordt afgeschreven over 7 jaar

€         2.253

Patiëntgebonden apparatuur

Normatief

Aanschafwaarde wordt afgeschreven over 10 jaar

€         3.330

Verzekering auto

Nacalculatie

Voorcalculatorische waarde

€         1.500

Wegenbelasting

 

Nacalculatie

Voorcalculatorische waarde

€         2.556

Brandstof

Normatief

Vergoeding van 20.000 km met een verbruik van 1:10. Brandstofprijs:

- verlening, officiële adviesprijs6 op 1/7 van jaar t-1

- vaststelling, officiële adviesprijzen7 op 1/1, 1/4, 1/7 en 1/10 van jaar t.

€         2.640

Onderhoud

Nacalculatie

Voorcalculatorische waarde

€         2.000

Vervangend vervoer

Normatief

Vast bedrag € 500 plus 10 dagen vervangend vervoer á € 60

€         1.100

Stallingskosten

Normatief

Uitgaande van €150/m2

€         4.200

Opleidingen

Normatief

Eén initiële opleiding en acht nascholingen.

€         7.000

Accountantskosten

Normatief

 

€         4.000

 

     f.          De in sub e gehanteerde bedragen worden gelijktijdig herijkt met de in artikel 6.5 sub c genoemde bedragen;

     g.         Indien blijkt dat de werkelijke kosten significant afwijken van de normbedragen als bedoeld in sub e kan, in afwijking van sub f, bij de vaststelling worden beoordeeld of een normbedrag aanpassing behoeft. De basis van de significante afwijking moet gelegen zijn in een andere wijze van uitoefening van de functie.

 

6.7         Beoordeling aanvraag vaststelling

a.         In het aanvraagformulier omschrijft de aanbieder:

  • het aantal inzetten en cancels van de helikopter;
  • het aantal inzetten en cancels van het voertuig;
  • het aantal vlieguren;
  • de inzet van het aantal fte aan medisch specialist, gespecialiseerde verpleegkundige en HLO’er;
  • de gerealiseerde werkelijke kosten op de posten genoemd in  artikel 6.5 sub c en artikel 6.6 sub e van deze beleidsregel;
  • de gerealiseerde werkelijke kosten van de posten onder lid 6.6 sub e moeten met bewijsstukken onderbouwd worden.

     

b.          De hoogte van de vaststelling wordt bepaald door de werkelijke vlieguren van de helikopter, de werkelijke leasekosten en de normatieve kostenposten als bedoeld in artikel 6.5 sub c, de normatieve kostenposten als bedoeld in artikel 6.6 sub e en de werkelijke kosten van de posten verzekering auto, wegenbelasting en onderhoud.

Artikel 7. Spoedeisende Hulp

7.1         Beschrijving zorg

Spoedeisende hulp als bedoeld in onderdeel B, aanhef en onder 7, van de Bijlage.

 

7.2         Criteria verstrekking

Aanbieders kunnen in aanmerking komen voor de verstrekking van een beschikbaarheidbijdrage Spoedeisende Hulp indien zij de in artikel 7.1 van deze beleidsregel genoemde vorm van zorg leveren en als aan elk van de volgende criteria is voldaan:

  1. De SEH moet voldoen aan de geldende (minimum)normen die worden gesteld aan een SEH;
  2. De SEH moet onvoldoende inkomsten uit de tarieven hebben om de kosten van de SEH te dekken;
  3. De SEH moet gevoelig zijn voor de 45-minutennorm volgens de meest relevante analyse van het RIVM.

 

7.3         Procedure

In aanvulling op het Uniform kader zijn voor wat betreft de procedure ten aanzien van de Spoedeisende Hulpde artikelen 7.4 tot en met 7.7 van toepassing.

 

7.3.1    Terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2013

Conform de aanwijzing van 16 juni 2015 (kenmerk 776212-137548-MC) worden alle aanvragen die vanaf 1 januari 2013 bij de NZa zijn ingediend, (opnieuw) aan de criteria als genoemd in artikel 7.2 getoetst.

 

7.3.2    Verlening

  1. De aanvraag tot verlening van de beschikbaarheidbijdrage Spoedeisende Hulp bestaat uit een brief en een  aanvraagformulier. In de brief kan de aanvrager het eerste en derde criterium uit artikel 7.2 onderbouwen. In het aanvraagformulier kan de aanvrager een opgave van kosten en opbrengsten geven ten behoeve van het tweede criterium genoemd in artikel 7.2. De NZa zal de aanvraag beoordelen. Indien de NZa overgaat tot verstrekking van de beschikbaarheidbijdrage Spoedeisende Hulp, zal een maximumbedrag als bedoeld in artikel 7.5 worden verleend.
  2. Een initiële aanvraag 7  voor een beschikbaarheidbijdrage voor deze zorgfunctie kan gedurende het gehele jaar worden gedaan. Zodra er eenmaal een beschikbaarheidbijdrage is verstrekt, dient een aanvraag tot verlening voor 1 oktober jaar t-1 te worden gedaan.

 

7.4         Hoogte beschikbaarheidbijdrage

a. Kosten Personeel

Om 24/7 beschikbaarheid te borgen, gaat de NZa uit van 5,5 fte aan SEH-artsen en 5,5 fte aan SEH-verpleegkundigen. De salariskosten van de SEH-arts worden bepaald op € 190.067,- gebaseerd op artikel 63 van de beleidsregel ‘Transitiebekostigingsstructuur Medisch Specialistische Zorg’. De salariskosten van de SEH-verpleegkundige worden gebaseerd op trede 5 van functiegroep 55 uit de CAO ziekenhuizen. De NZa houdt rekening met een opslagpercentage voor de werkgeverslasten van 30%.

 

b. Kosten Materieel

De NZa gaat uit van een verhouding materieel-personeel van 30% - 70%.

 

c. Kosten Kapitaal

De opslag voor kapitaallasten bedraagt 8,7%.

 

d. Vaststellen van de opbrengsten

De beschikbaarheidbijdrage beoogt alleen een eventueel tekort te dekken. Opbrengsten die een SEH genereert worden in mindering gebracht op de beschikbaarheidbijdrage. De bepaling van de opbrengsten zal per individueel geval bepaald worden op basis van de gerealiseerde SEH-consulten en een normatieve opbrengst per SEH-consult van € 90,-.

 

7.5         Beoordeling aanvraag vaststelling

De beschikbaarheidbijdrage wordt als maximumbedrag verleend aan het begin van het jaar. Hierop wordt een inschatting van de in dat jaar te realiseren opbrengsten SEH in mindering gebracht. Na afloop van het jaar wordt de beschikbaarheidbijdrage vastgesteld op basis van de daadwerkelijk gerealiseerde SEH-consulten. Indien de omzet via de SEH-consulten hoger is dan de verleende bijdrage, ontvangt de instelling geen beschikbaarheidbijdrage.

 

7.6         Afbouwregeling beschikbaarheidbijdrage SEH voor aanbieders die in het verleden een beschikbaarheidbijdrage ontvingen

a. Voor de aanbieders die in 2012, 2013 en 2014 een beschikbaarheidbijdrage Spoedeisende Hulp (SEH) ontvingen en die niet meer voldoen aan de gestelde criteria, is de volgende afbouwregeling van toepassing:

  • Jaar 1 (2015) van de afbouwregeling: 75% van de beschikbaarheidbijdrage in t-1;
  • Jaar 2 (2016) van de afbouwregeling: 50% van de beschikbaarheidbijdrage in t-2;
  • Jaar 3 (2017) van de afbouwregeling: 25% van de beschikbaarheidbijdrage in t-3.

 

b. Voor aanbieders die in 2012, 2013 en 2014 een beschikbaarheidbijdrage ontvingen waarbij afbouw van de bijdrage aan de orde is, vormt 2015 het eerste jaar van de afbouw.

 

c. Op grond van de aanwijzing van 16 juli 2014 (kenmerk 640237-123257-MC) komt een aanbieder in aanmerking voor de afbouwregeling als een aanbieder in 2012 een beschikbaarheidbijdrage ontving maar niet meer in aanmerking komt voor de beschikbaarheidbijdrage vanaf 2013. Dus er kan geen sprake zijn van samenloop.

 

7.7         Procedure verlening en vaststelling afbouwregeling

In aanvulling op het Uniform kader verleent de NZa de beschikbaarheidbijdrage SEH in het kader van de afbouwregeling ambtshalve en stelt deze ook ambtshalve vast. Dit betekent dat aanbieders geen aanvraag hoeven in te dienen om in aanmerking te komen voor de bijdrage of om deze vast te laten stellen.

Artikel 8. Acute verloskunde

8.1         Beschrijving zorg

Acute verloskunde als bedoeld in onderdeel B, aanhef en onder 8, van de Bijlage.

 

8.2         Criteria verlening

Aanbieders kunnen in aanmerking komen voor de verstrekking van een beschikbaarheidbijdrage Acute verloskunde indien zij de in artikel 8.1 van deze beleidsregel genoemde vorm van zorg leveren en als aan elk van de volgende criteria is voldaan:

  1. De afdeling voor acute verloskunde moet voldoen aan de geldende (minimum)normen die worden gesteld aan acute verloskundige zorg;
  2. De afdeling voor acute verloskunde moet onvoldoende inkomsten uit de tarieven hebben om de kosten van de acute verloskundige zorg te dekken;
  3. De afdeling voor acute verloskunde moet gevoelig zijn voor de 45-minutennorm volgens de meest relevante analyse van het RIVM.

 

8.3         Procedure

In aanvulling op het Uniform kader is hetgeen in de artikelen 8.3 tot en met 8.5 is bepaald van toepassing voor wat betreft de procedure ten aanzien van de Acute verloskunde.

 

8.3.1    Terugwerkende kracht

Conform de aanwijzing van 16 juni 2015 (kenmerk 776212-137548-MC) worden alle aanvragen die vanaf 1 januari 2013 bij de NZa zijn ingediend, (opnieuw) aan de criteria als genoemd in artikel 8.2 getoetst.

 

8.3.2    Verlening

a.         De aanvraag tot verlening van de beschikbaarheidbijdrage Acute verloskunde bestaat uit een brief en een  aanvraagformulier. In de brief kan de aanvrager het eerste en derde criterium uit  artikel 8.2 onderbouwen. In het aanvraagformulier kan de aanvrager een opgave van kosten en opbrengsten geven ten behoeve van het tweede criterium uit artikel 8.2. De NZa zal de aanvraag beoordelen. Indien de NZa overgaat tot verstrekking van de beschikbaarheidbijdrage Acute verloskunde, zal een maximumbedrag als bedoeld in artikel 8.5 worden verleend.

 

b.         Een initiële aanvraag8 voor een bijdrage voor deze functie kan gedurende het gehele jaar worden gedaan. Zodra er eens een beschikbaarheidbijdrage is toegekend, dient een aanvraag tot verlening voor 1 oktober jaar t-1 te worden gedaan.

 

8.4         Hoogte beschikbaarheidbijdrage

a. Kosten personeel

Om 24/7 beschikbaarheid te borgen gaat de NZa uit van 5,5 fte gynaecoloog of 5,5 fte obstetrisch professional. Als de gynaecoloog en de obstetrisch professional elkaar afwisselen in diensten zal de verhouding worden bepaald op basis van daadwerkelijke inzet. Opgeteld zal het aantal fte maximaal 5,5 bedragen. De salariskosten van de gynaecoloog worden bepaald op € 190.067,- gebaseerd op artikel 63 van de beleidsregel  ‘Transitiebekostigingsstructuur Medisch Specialistische Zorg’.

De salariskosten van de Obstetrisch professional worden gebaseerd op trede 5 van functiegroep 55 uit de cao ziekenhuizen. De NZa houdt rekening met een opslagpercentage voor de werkgeverslasten van 30%.

 

b. Kosten Materieel

Er wordt uitgegaan van een verhouding materieel-personeel van 30% - 70%.

 

c. Kosten Kapitaal

De opslag voor kapitaallasten bedraagt 8,7%.

 

8.5         Beoordeling aanvraag vaststelling

De beschikbaarheidbijdrage wordt aan het begin van het jaar als maximumbedrag verleend. Hierop wordt een inschatting van de in dat jaar te realiseren opbrengsten verloskunde in mindering gebracht. Na afloop van het jaar wordt de beschikbaarheidbijdrage vastgesteld op basis van de daadwerkelijk gerealiseerde opbrengsten verloskunde dat jaar.

 

De NZa heeft per product een percentage vastgesteld van de mate waarin het betreffende product kan worden toegerekend aan de activiteiten van de beschikbare gynaecoloog/obstetrisch professional. In de bijlage van deze beleidsregel is een overzicht van deze producten opgenomen. Indien de dbc-omzet die aan deze functie wordt toegerekend hoger is dan de beschikbaarheidbijdrage, ontvangt de instelling geen beschikbaarheidbijdrage. Aangezien er in de verloskundige zorg sprake is van vrije tarieven baseert de NZa het tarief voor de bepaling van de dbc-omzet op het landelijk gemiddelde tarief voor de betreffende producten.

Artikel 9. Post mortem orgaanuitname (PMO)

9.1         Beschrijving zorg

Post mortem orgaanuitname bij donoren als bedoeld in onderdeel B, aanhef en onder 3, van de Bijlage.

 

9.2         Criteria verlening

Aanbieders kunnen in aanmerking komen voor de verstrekking van een beschikbaarheidbijdrage Post mortem orgaanuitname bij donoren indien zij de in artikel 9.1 van deze beleidsregel genoemde vorm van zorg leveren en indien zij zijn aangewezen als zelfstandig uitnameteam (ZUT) door de Minister op grond van artikel 8 van de Wbmv.

 

9.3         Procedure

In aanvulling op het Uniform kader  is hetgeen in dit artikel en artikel 9.4 is bepaald van toepassing voor wat betreft de procedure ten aanzien van de Post mortem orgaanuitname.

 

9.3.1    Vaststelling

De betrokken UMC’s dienen de gegevens, zoals beschreven in de toelichting van deze beleidsregel,  te registreren indien dit nog niet werd geadministreerd. In de toelichting van deze beleidsregel zijn de details weergegeven.

 

9.4         Hoogte beschikbaarheidbijdrage

De beschikbaarheidbijdrage PMO is een compensatie voor de uitnamechirurgen in de aangewezen zelfstandige uitnameteams (ZUT). De hoogte van de beschikbaarheidbijdrage is als volgt opgebouwd:

1

Artikel 10. Traumazorg voor zover het gaat om Opleiden, Trainen en Oefenen

 

10.1         Beschrijving van de zorg

Traumazorg voor wat betreft Opleiden, Trainen en Oefenen ten behoeve van rampen en crises (OTO), als bedoeld in onderdeel B, aanhef onder 5 van de Bijlage, aangevuld met het gestelde in het ‘OTO convenant (2008)’ , het Landelijk Beleidskader OTO' (2012) en het 'Kwaliteitskader Crisisbeheersing en OTO' (2013).

 

10.2         Criteria verstrekking

Aanbieders kunnen in aanmerking komen voor de verstrekking van een beschikbaarheidbijdrage OTO indien zij de in artikel 10.1 van deze beleidsregel genoemde vorm van zorg leveren en indien zij in het bezit zijn van een erkenning als traumacentrum.

 

Naast het gestelde in deze beleidsregel vindt de beoordeling van de verstrekking van de beschikbaarheidbijdrage tevens plaats op  basis van het OTO convenant.

 

10.3         Procedure

In aanvulling op het Uniform kader is hetgeen in dit artikel en de artikelen 10.4 en 10.5 is bepaald voor wat betreft de procedure ten aanzien van OTO van toepassing.

 

10.3.1   Verlening

a.                     In aanvulling op het Uniform kader geldt dat de aanvraag tot verlening van de beschikbaarheidbijdrage OTO compleet is indien bij de aanvraag het regionale OTO jaarplan is bijgevoegd;

b.                     De aanvraag voor de verlening wordt ingediend uiterlijk 1 december van het jaar t-1.

 

10.3.2   Vaststelling

a.                     In aanvuling op het Uniform kader is ed aanvraag tot vaststelling is compleet indien:

-          Het regionale OTO jaarverslag is bijgevoegd.

 

10.4         Beoordeling aanvraag verlening

10.4.1 

In het aanvraagformulier omschrijft de aanbieder voor welke activiteiten een beschikbaarheidbijdrage OTO wordt aangevraagd en wat de begrote kosten voor deze activiteiten zijn.

 

De omschrijving van activiteiten voor wat betreft opleidingen, trainingen en oefeningen zoals bedoeld in het OTO convenant kunnen op een later tijdstip worden uitgewerkt, indien:

  • De activiteit is opgenomen in de aanvraag tot verlening onder de post ‘Activiteit naar aanleiding van actuele ontwikkelingen’;
  • Op het moment van de indiening van de aanvraag tot verlening de inhoud van de activiteit nog niet te voorzien is;
  • De uitwerking van de activiteit zal geschieden op basis van actuele maatschappelijke ontwikkelingen gedurende het subsidiejaar, en;
  • De kosten voor deze activiteiten niet meer bedragen dan 20% van het totaal aangevraagde bedrag.

 

De in het aanvraagformulier opgegeven activiteiten voldoen aan minimaal een van de volgende doelstellingen:

  •   Voorbereiden, faciliteren en organiseren van activiteiten omtrent opleiden, trainen en oefenen van de zorgsector;
  • Activiteiten gericht op voorbereiding op alle soorten rampentyperingen conform de Leidraad Maatramp;
  • Zorgprocessen te weten geneeskundige hulp somatisch, preventieve openbare gezondheidszorg en psychosociale hulpverlening bij ongevallen en rampen in het kader van het faciliteren, opzetten, organiseren van opleidingen, trainingen en oefeningen;
  • Financiering van de landelijke ondersteuningsstructuur.

 

Indien een opgegeven activiteit niet voldoet aan bovengenoemde doelstellingen, dan worden de begrote kosten voor deze activiteit in mindering gebracht op het bedrag van de aangevraagde verlening.

 

10.4.2

De volgende activiteiten komen niet in aanmerking voor bekostiging door middel van een beschikbaarheidbijdrage:

  • De financiering van de instellingen voor reguliere zorg;
  • Compensatie van productieverlies van individuele beroepbeoefenaars en zorginstellingen tijdens een opleiding training of oefening;
  • Opleidingen en trainingen die voor het verlenen van reguliere zorg vereist zijn;
  • Financiering van reguliere taken in niet opgeschaalde situatie van medewerkers van zorginstellingen en GHOR-bureaus;
  • Vacatiegelden voor deelname aan overleggen.

 

Indien de aanvraag een activiteit omvat zoals hierboven omschreven, dan worden de begrote kosten voor deze activiteit in mindering gebracht op het bedrag van de aangevraagde verlening.

 

10.4.3

De hoogte van de beschikbaarheidbijdrage bedraagt maximaal € 1.057.434 voor een instelling voor medisch specialistische Zorg (voorheen algemeen ziekenhuis). De hoogte van de beschikbaarheidbijdrage bedraagt maximaal € 1.068.317 voor een instelling voor medisch specialistische zorg (voorheen academisch ziekenhuis) (prijspeil ultimo 2015).

 

10.5         Beoordeling aanvraag vaststelling

10.5.1   

In het aanvraagformulier omschrijft de aanbieder:

  • Welke activiteiten waarvoor een beschikbaarheidbijdrage OTO is verleend zijn uitgevoerd;
  • De nadere uitwerking van de activiteiten zoals bedoeld in artikel 10.4.1 waarvoor een beschikbaarheidbijdrage OTO is verleend;
  • Welke activiteiten waarvoor een beschikbaarheidbijdrage OTO is verleend niet zijn uitgevoerd;
  • De voor de activiteiten begrote en gerealiseerde kosten.

 

10.5.2   

Artikel 10, lid 4 van deze beleidsregel is ook van toepassing op de beoordeling van de aanvraag tot vaststelling.

 

10.5.3  

Substitutie tussen kosten van activiteiten is toegestaan, mits:

  • De activiteiten onderdeel zijn van de verlening, en
  • De activiteiten zijn uitgevoerd.

Artikel 11. Zorg verleend door het calamiteitenhospitaal

11.1         Beschrijving van de zorg

Het betreft zorg verleend als bedoeld in onderdeel B, aanhef en onder 4, van de Bijlage.

 

11.2         Criteria verstrekking

Aanbieders kunnen in aanmerking komen voor de verstrekking van een beschikbaarheidbijdrage calamiteitenhospitaal indien zij:

a.         De in artikel 11.1 van deze beleidsregel genoemde vorm van zorg leveren en

b.         Een convenant hebben gesloten met de Staat der Nederlanden tot het beschikbaar houden van deze vorm van zorg.

 

De beoordeling van de verstrekking van de beschikbaarheidbijdrage vindt –naast het gestelde in de beleidsregel- plaats op basis van het geldende Convenant Calamiteitenhospitaal, gesloten tussen het Ministerie van Defensie, het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het Universitair Medisch Centrum Utrecht.

 

11.3         Procedure

In aanvulling op het Uniform kader is hetgeen in dit artikel de artikelen 11.4 tot en met 11.8 is bepaald van toepasssing voor wat betreft de procedure ten aanzien van het calamiteitenhospitaal.

 

11.4         Procedure aanvraag verlening

a.         In aanvulling op het Uniform kader is de aanvraag tot verlening van de beschikbaarheidbijdrage calamiteitenhospitaal compleet indien bij de aanvraag het bedrijfsplan inclusief begroting is gevoegd;

 

11.5         Beoordeling aanvraag verlening

b.         In het aanvraagformulier omschrijft de aanbieder voor welke activiteiten en voorzieningen de beschikbaarheidbijdrage calamiteitenhospitaal wordt aangevraagd en wat de begrote kosten voor deze activiteiten en voorzieningen zijn.

c.          Kosten komen alleen voor vergoeding middels de beschikbaarheidbijdrage in aanmerking indien aan onderstaande voorwaarden wordt voldaan:

  • De kosten worden alleen gemaakt ten behoeve van het calamiteitenhospitaal, of;
  • De gedeclareerde productie per openstelling dekt niet de extra personele kosten die hiermee gemoeid zijn (inefficiëntie).

 

d.           De beschikbaarheidbijdrage bestaat uit een vast en een variabel deel. Het vaste deel is bestemd voor de instandhouding van het calamiteitenhospitaal, het variabele deel is bestemd voor de extra personele kosten tijdens de eerste 12 uur per openstelling.

e.         De hoogte van het vaste deel van de beschikbaarheidbijdrage bedraagt maximaal € 1.309.604 (prijspeil ultimo 2015). De hoogte van de beschikbaarheidbijdrage wordt gebaseerd op de volgende posten:

Groep

Omschrijving

Bedrag (euro)

Voorbereiding

en preparatie

3,0 fte poortartsen, 30 dagen per jaar

21.919

3,0 fte seh-verpleegkundigen, 30 dagen per jaar

19.326

1,2 fte ic-verpleegkundigen (divisie vitale functies) 30 dagen per jaar

12.195

3,0 fte ic-verpleegkundigen (CMH), 30 dagen per jaar

30.139

9 fte verpleegkundigen, 30 dagen per jaar

51.489

0,5 fte arts-coördinator (infectieziekten), 30 dagen per jaar

8.023

 

Algemene opleidingskosten personeel

45.036

Personeel instandhouding

Dagelijkse leiding en personeel CMH en UMCU (6 fte)

379.958

SLA’s nullijnen

Vitale functies (ondersteuning bedrijfsbureau)

40.032

Radiologie, anesthesie, hygiëne

50.040

Directie Raad van Bestuur

70.056

Directie P&O

10.008

Directie Informatievoorziening en Financiën

20.016

Facilitair Bedrijf

80.064

Materieel

Materiële kosten en verbruiksgoederen

120.384

Onderhoud infrastructuur en instrumenten

81.811

Regulier onderhoud

226.259

Kapitaallasten

351.120

Afschrijving apparatuur

401.280

Algemeen

Nutsvoorziening (water, elektriciteit)

80.256

Communicatie en informatie delen

30.096

Projecten informatievoorziening

30.096

Totaal

2.159.604

 

Bijdrage Ministerie van Defensie

850.000

Beschikbaarheidbijdrage NZa

1.309.604

 

f.          Het variabele deel van de beschikbaarheidbijdrage is afhankelijk van het aantal openstellingen en het aantal slachtoffers waarvoor het calamiteitenhospitaal wordt opengesteld. Hierbij worden drie scenario’s onderscheiden:

Aantal slachtoffers

T/m 25

T/m 100

T/m 200

Vergoeding (euro)

52.042

91.073

138.110

 

De variabele vergoeding wordt gebaseerd op de aantallen vereiste functionarissen per scenario. Iedere functie is gewaardeerd aan de hand van de cao Universitaire Medische Centra 2013-2015. Bij de bepaling van de schaal en de periodiek wordt gerekend met het midden van de schaal plus 2 treden. Voor ziekenhuispersoneel word gerekend met een 36-urige werkweek en voor de medisch specialist met een 40-urige werkweek.

Onderstaande tabel geeft per scenario de inschaling en aantallen.

Rollen crisisorganisatie

Schaal UMC

Scenario

25

100

200

Directeur marketing en communicatie, crisis beleidsteam

Schaal 17-6

1

1

1

Coördinator, facilitair bedrijf

Schaal 7-7

1

1

1

Coördinator voeding, facilitair bedrijf

Schaal 7-7

1

1

1

Coördinator multimedia, facilitair bedrijf

Schaal 7-7

1

1

1

Coördinator  schoonmaak, facilitair bedrijf

Schaal 7-7

1

1

1

Coördinator centraal magazijn, facilitair bedrijf

Schaal 7-7

1

1

1

Maatschappelijk werker, verwantenopvang

Schaal 8-7

2

4

6

Geestelijke verzorging, verwantenopvang

Schaal 8-7

2

4

6

Patiëntenservice, verwantenopvang

Schaal 5-7

2

2

2

Medisch manager commandoteam, cal.hos.

Schaal 13-6

1

1

1

Zorgmanager, commandoteam

Schaal 13-6

1

1

1

Operationeel manager, commandoteam

Schaal 11-7

1

1

1

Informatiemanager, commandoteam

Schaal 11-7

2

2

2

Hoofd Nederlandse Rode Kruis, staf cal. hos.

Schaal 13-6

1

1

1

Hoofd facilitaire dienst. Staf cal.hos.

Schaal 13-6

1

1

1

Bevelvoerder bedrijfsbrandweer, staf cal.hos.

Schaal 11-7

1

1

1

Teamleider spoedeisende hulp, staf cal hos.

Schaal 11-17

1

1

1

Teamleider intensive care, staf cal.hos.

Schaal 9-6

1

1

1

Hoofd verwanten opvang, staf cal. hos.

Schaal 8-7

1

1

1

Teamleider beveiliging, staf cal.hos.

Schaal 5-7

1

1

1

Gipsmeester, staf cal hos.

Schaal 9-6

1

2

2

Coördinator administratief medewerkers, staf cal hos

Schaal 5-7

1

1

1

icT ondersteuning, staf cal. hos.

Schaal 5-7

1

2

2

Medewerker facilitaire dienst, cal. hos.

Schaal 3-6

1

2

3

Medewerker Nederlandse Rode Kruis. Cal. hos.

Schaal 7-7

17

41

116

Administratief medewerker, cal. hos.

Schaal 5-7

10

15

23

Triage arts, ambulance hal

UMS-6

1

2

2

Coördinerend verpleegkundige, ambulance hal

Schaal 7-7

1

1

1

Manschap bedrijfsbrandweer, cal. hos.

Schaal 5-7

6

6

6

Coördinerend arts rode en gele sluis, cal. hos.

UMS-6

1

1

1

Coördinerend verpleegk. rode en gele sluis, cal hos.

Schaal 7-7

1

1

1

seh verpleegkundige rode en gele sluis, cal. hos.

Schaal 8-7

5

9

12

Anesthesie medewerker rode sluis, cal.hos.

Schaal 7-7

3

5

6

Superviserend chirurg rode sluis, cal.hos.

UMS-6

1

1

1

Superviserend anesthesioloog rode sluis cal. hos.

UMS-6

1

1

1

Chirurg rode sluis, cal. hos.

UMS-6

2

3

4

Anesthesioloog gele sluis, cal.hos.

UMS-6

3

4

5

Arts gele sluis, cal. hos.

UMS-6

2

4

6

Coördinerend arts intensive care, cal.hos.

UMS-6

1

1

1

Coördinerend verpleegkundige intensive care cal.hos

Schaal 9-6

1

2

2

Intensivist, cal.hos

UMS-6

2

4

4

Anesthesioloog intensive care, cal.hos.

UMS-6

1

3

3

Intensive care verpleegkundige, cal.hos.

Schaal 9-6

4

12

20

Coördinerend arts medium care, cal.hos.

UMS-6

1

1

1

Coördinerend verpleegkundige medium care, cal hos

Schaal 7-7

1

1

1

Zaalarts medium care, cal.hos.

UMS-6

1

4

7

Medium care verpleegkundige, cal.hos.

Schaal 7-7

3

10

20

Coördinerend arts low care, cal. hos.

UMS-6

1

1

2

Coördinerend verpleegkundige low care, cal hos

Schaal 7-7

1

1

2

Zaalarts low care, cal.hos.

UMS-6

3

7

11

Low care verpleegkundige, cal.hos.

Schaal 7-7

6

24

39

coördinerend arts röntgen, cal.hos.

UMS-6

1

1

1

Coördinerend radiologisch laborant, cal.hos.

Schaal 8-7

1

1

1

Echolaborant, cal.hos.

Schaal 8-7

1

2

2

Radiologisch laborant, cal.hos.

Schaal 8-7

4

6

8

Beveiliging, cal. hos.

Schaal 5-7

8

12

16

Coördinerend arts OK, cal.hos.

UMS-6

1

1

1

Coördinerend verpleegkundige OK, cal. hos.

Schaal 7-7

1

1

1

Chirurg operatiekamer, cal.hos.

UMS-6

1

2

2

Anesthesioloog operatiekamer cal.hos.

UMS-6

1

2

2

OK assistent, cal.hos.

Schaal 7-7

2

4

4

Anesthesie medewerker OK, cal.hos.

Schaal 7-7

1

2

2

Recovery verpleegkundige, cal.hos.

Schaal 7-7

1

2

4

 

g.         In beginsel worden iedere drie jaar de in artikel 11 lid 5 sub d en sub e gehanteerde normbedragen herijkt. Deze herijking vindt plaats op basis van de ontvangen gerealiseerde kosten van de voorafgaande jaren en het ingediende bedrijfsplan voor jaar t.

 

h.         Indien blijkt bij de vaststelling dat de kosten met betrekking tot kapitaallasten significant afwijken van het normbedrag wordt beoordeeld of dit normbedrag aanpassing behoeft.

 

Voor wat betreft kapitaallasten is er sprake van een significante afwijking indien er in een jaar een investering is gerealiseerd hoger dan € 230.000. Het normbedrag van € 351.120 wordt tot aan de eerstvolgende herijking verhoogd met 10% van het meerdere boven de € 230.000.

 

11.6         Procedure aanvraag vaststelling

In aanvulling op het Uniform kader is de aanvraag tot vaststelling compleet indien het jaarverslag bij de aanvraag tot vaststelling is gevoegd. Hierin wordt in ieder geval ingegaan op het gebruik van het calamiteitenhospitaal, uitgesplitst naar scenario, verzoeker, het aantal opgenomen slachtoffers en het aantal dagen per openstelling.

 

11.7         Beoordeling aanvraag vaststelling

a.         In het aanvraagformulier omschrijft de aanbieder de voorzieningen en activiteiten, waaronder:

  • het aantal openstellingen;
  • de duur per openstelling;
  • het aantal opgenomen slachtoffers per openstelling, waarvoor een beschikbaarheidbijdrage calamiteitenhospitaal is verleend; en,
  • investeringen gedurende het jaar.

 

b.         De gerealiseerde kosten van de onder sub a omschreven voorzieningen en activiteiten.

c.         Artikel 11 lid 5 sub b tot en met sub e van deze beleidsregel zijn ook van toepassing op de beoordeling van de aanvraag tot vaststelling.

 

11.8         Overgangsregeling

Er is voor de duur van drie jaar een overgangsmodel van toepassing ten bedrage van een aflopend percentage van het verschil tussen de definitief vastgestelde beschikbaarheidbijdrage over het jaar 2014 en de definitief vastgestelde beschikbaarheidbijdrage 2015, 2016 en 2017.

 

Bij de verlening wordt uitgegaan van het vaste deel van de beschikbaarheidbijdrage, omdat het aantal openstellingen in jaar t niet bekend is. Bij de vaststelling wordt de definitieve hoogte van de overgangsregeling vastgesteld.

 

Bij de bepaling van het verschil wordt rekening gehouden met zowel het vaste als het variabele deel van de beschikbaarheidbijdrage.

 

Het overgangsmodel:

  • In 2015: 75% van het verschil tussen de definitief vastgestelde beschikbaarheidbijdrage over het jaar 2014 en de vastgestelde beschikbaarheidbijdrage over 2015;
  • In 2016: 50% van het verschil tussen de definitief vastgestelde beschikbaarheidbijdrage over het jaar 2014 en de vastgestelde beschikbaarheidbijdrage over 2016;
  • In 2017: 25% van het verschil tussen de definitief vastgestelde beschikbaarheidbijdrage over het jaar 2014 en de vastgestelde beschikbaarheidbijdrage over 2017.

 

Deze bedragen worden ambtshalve door de NZa opgeteld bij de vaststelling van het betreffende subsidiejaar.

Artikel 12. Coördinatie traumazorg en regionaal overleg acute zorg

12.1         Beschrijving van de zorg

Traumazorg als bedoeld in onderdeel B, aanhef en onder 5 van de Bijlage, voor zover het gaat om de kennisfunctie en coördinatie van acute zorg (Regionaal Overleg Acute Zorg/ROAZ) taken en bevoegdheden rondom Traumazorg, Acute Zorg en Regionaal Overleg Acute Zorg (ROAZ) en voor zover het gaat om Voorbereiding op hulpverlening bij opgeschaalde zorg als bedoeld in de aanwijzing van de minister inzake de beschikbaarheidbijdrage traumazorg9.


Deze zorg omvat de volgende taken en activiteiten:

Functie

Taken

Activiteiten

Coördinatie traumazorg      

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  • traumazorgnetwerk;
  • traumaregistratie;
  • netwerkfunctie;
  • kenniscentrum.

 

 

 

 

 

 

 

 

  • kwaliteit traumazorg (visitaties);
  • levelindeling;
  • traumaregistratie;
  • operationeel overleg;
  • informeel ad hoc overleg;
  • coördinatietaken;
  • informatie bieden (website/symposia);
  • themabijeenkomsten;
  • scholing;
  • toegepast onderzoek.

Regionaal overleg acute zorg

 

 

 

 

 

  • borging spreiding en bereikbaarheid (en kwaliteit) acute zorg;
  • netwerkfunctie;
  • kenniscentrum.

 

 

  • bestuurlijk overleg;
  • operationeel overleg;
  • informeel/ad hoc overleg;
  • coördinatietaken;
  • themabijeenkomsten;
  • scholing;
  • toegepast onderzoek.

 

 

12.2         Procedure

In aanvulling op het Uniform kader is hetgeen in dit artikel en de artikelen 12.3 en 12.4 is bepaald van toepassing voor wat betreft de procedure ten aanzien van de beschikbaarheidbhijdrage Coördinatie traumazorg en ROAZ.

 

12.3         Beoordeling aanvraag verlening

12.3.1

Aanbieders kunnen in aanmerking komen voor de verstrekking van een beschikbaarheidbijdrage Coördinatie traumazorg en Regionaal overleg acute zorg (ROAZ) indien zij de in artikel 12.1 van deze beleidsregel genoemde vorm van zorg leveren en indien zij in bezit zijn van een erkenning als traumacentrum.

12.3.2

In het aanvraagformulier omschrijft de aanbieder voor welke taken en activiteiten zoals bedoeld in 12.1 een beschikbaarheidbijdrage Coördinatie traumazorg en ROAZ wordt aangevraagd en wat de begrote kosten voor deze taken en activiteiten zijn.

12.3.3 

De beoordeling van de taken en activiteiten van de beschikbaarheidbijdrage vindt, naast het gestelde in de beleidsregel, plaats op basis van de taken en activiteiten zoals beschreven in het rapport van het Landelijk Netwerk Acute Zorg met als titel ‘Bekostiging Acute Zorgnetwerken’ van 29 juli 2014.

12.3.4

De hoogte van de beschikbaarheidbijdrage bedraagt maximaal een totaalbedrag van € 800.000 (prijspeil 2015) per aanbieder.

12.3.5             

Indien de aanvraag het bedrag van € 800.000 overschrijdt, wordt de aanvraag voor het gedeelte van het bedrag dat boven de € 800.000 uitgaat afgewezen.

 

12.4         Beoordeling aanvraag vaststelling

12.4.1

In het aanvraagformulier omschrijft de aanbieder:

  • welke taken en activiteiten, waarvoor een beschikbaarheidbijdrage Coördinatie traumazorg en ROAZ is verleend, zijn uitgevoerd én;
  • de voor de taken begrote en gerealiseerde kosten.

 

12.4.2

Substitutie tussen kosten van activiteiten is toegestaan, mits:

  • de activiteiten onderdeel zijn van de verlening, én;
  • de activiteiten zijn uitgevoerd.

 

12.5          Indexering

Er wordt rekening gehouden met een verhouding materieel-personeel van 10% - 90%.

Artikel 13. Traumazorg door mobiel medisch team met voertuig

13.1         Beschrijving zorg

Traumazorg door mobiel medische teams (MMT) als bedoeld in onderdeel B, aanhef en onder 6, van de Bijlage en aangevuld door de aanwijzing van 11 december 2014 (kenmerk 696542-130372-MC) van de minister:

a.         7x24 uur beschikbaarheid van een beschikbaar MMT met voertuig dat binnen 25 minuten na aanname van de melding van de meldkamer ambulancezorg moeten kunnen uitrukken naar de plek van het ongeval.

b.         een MMT bestaat uit een medisch specialist en gespecialiseerde verpleegkundige.

 

13.2         Aantal aanbieders dat wordt belast

Op grond van de aanwijzing van 11 december 2014 (kenmerk 696542-130372-MC) verstrekt de NZa de beschikbaarheidbijdrage voor traumazorg door MMT met voertuig aan twee aanbieders, verdeeld over Utrecht en Enschede.

 

13.3         Procedure

In aanvulling op het Uniform kader is hetgeen in dit artikel en de artikelen 13.4 tot en met 13.7 is bepaald van toepassing voor wat betreft de procedure ten aanzien van de beschikbaarheidbijdrage traumazorg door MMT met voertuig nog het volgende.

 

13.4         Procedure verlening en vaststelling 2015

De beschikbaarheidbijdrage wordt voor 2015 eenmalig ambtshalve verleend, met terugwerkende kracht. De vaststelling van de beschikbaarheidbijdrage voor het jaar 2015 dient wel aangevraagd te worden conform de procedure van artikel 13.6.

 

13.5         Hoogte beschikbaarheidbijdrage

a.         De vergoeding voor het voertuig is deels gebaseerd op normatieve kosten en deels op werkelijke kosten (nacalculatie).

b.         De hoogte van de beschikbaarheidbijdrage wordt gebaseerd op de volgende posten:

Post

Type

Toelichting

Normbedrag niveau 2015

Medisch specialist

Nacalculatie

Gebaseerd op BR-CU-2031 uit 2011 met loonindexen. Bedrag per inzet.

€        493

Gespecialiseerd verpleegkundige

Nacalculatie

Gebaseerd op cao UMC’s 2013-2015 schaal 9, trede 8, met onregelmatigheidstoeslag, vakantietoeslag en eindejaarsuitkering conform cao UMC. Bedrag per inzet.

€        250

Chauffeur

Nacalculatie

chauffeur, schaal 7 en trede 11, onregelmatigheidstoeslag, vakantietoeslag en eindejaarsuitkering conform cao Ambulancezorg. Bedrag per inzet.

€        158

Verzekering team

Normatief

Gebaseerd op de aangeleverde  onderbouwing door de betrokken instellingen

€        5.000

Inbouw communicatie en navigatie voertuig

Normatief

Aanschafwaarde wordt afgeschreven over 8 jaar

€        1.481

Inbouw patiëntgebonden apparatuur

Normatief

Aanschafwaarde wordt afgeschreven over 10 jaar

€        3.330

Verzekering auto

Nacalculatie

Voorcalculatorische waarde

€        1.500

Wegenbelasting

 

Nacalculatie

Voorcalculatorische waarde

€        2.556

Brandstof

Normatief

Vergoeding van 2.800 km met een verbruik van 1:10. Brandstofprijs:

- verlening, officiële adviesprijs10 op 1/7 van jaar t-1

- vaststelling, officiële adviesprijzen11 op 1/1, 1/4, 1/7 en 1/10 van jaar t.

€        370

Onderhoud

Nacalculatie

Voorcalculatorische waarde

€        2.000

Stallingskosten

Normatief

Uitgaande van € 150/m2

€        4.200

Kleding

Normatief

Aanschafwaarde wordt afgeschreven over 5 jaar

€        1.000

Verbruiksgoederen

Normatief

Gebaseerd op de aangeleverde  onderbouwing door de betrokken instellingen

€        600

Opleidingen

Normatief

Gebaseerd op de aangeleverde  onderbouwing door de betrokken instellingen

€        17.000

Oefeningen

Normatief

Gebaseerd op de aangeleverde  onderbouwing door de betrokken instellingen

€        18.500

Overhead

Normatief

Gebaseerd op de aangeleverde  onderbouwing door de betrokken instellingen

€        37.196

Accountantskosten

Normatief

Indien bij de vaststelling de totale beschikbaarheidbijdrage conform beleid hoger is dan € 125.000

€        4.000

 

c.         De in sub b gehanteerde bedragen worden iedere drie jaar herijkt.

d.         Indien blijkt dat de werkelijke kosten significant afwijken van de normbedragen van sub b kan, in afwijking van sub c, bij de vaststelling worden beoordeeld of een normbedrag aanpassing behoeft. De basis van de significante afwijking moet gelegen zijn in een andere wijze van uitoefening van de functie.

 

13.6         Beoordeling aanvraag vaststelling

a.         Het aanvraagformulier bevat:

  • het aantal inzetten van het voertuig;
  • de gerealiseerde werkelijke kosten op de posten genoemd onder artikel 13.5 sub b.

 

b.          De hoogte van de vaststelling wordt bepaald door de normatieve kostenposten als bedoeld onder artikel 13.5 sub b, de werkelijke inzet van het voertuig en de werkelijke kosten van de posten verzekering auto, wegenbelasting en onderhoud.

Artikel 14. Gespecialiseerde en derdelijns psychotraumazorg voor zover het gaat om de kennis en expertisefunctie

 

14.1         Beschrijving van de zorg

Gespecialiseerde en derdelijns psychotraumazorg voor zover het gaat om de kennis- en expertisefunctie als bedoeld in onderdeel B, aanhef 10 van de bijlage en aangevuld met het bepaalde in de aanwijziging van de minster.11

 

14.2         Criteria verstrekking

Aanbieders kunnen in aanmerking komen voor de verstrekking van een beschikbaarheidbijdrage indien zij de in artikel 14.1 van deze beleidsregel beschreven vorm van zorg levert en als aan elk van de volgende criteria is voldaan:

  • De aanbieder levert derdelijns psychotraumazorg aan mensen met complexe psychotraumaklachten, die het gevolg zijn van bijvoorbeeld ernstige incidenten, geweld, of misbruik, waarvoor een landelijke kennisinfrastructuur noodzakelijk is;
  • De aanbieder bezit de landelijke kennis- en expertisefunctie voor derdelijns en gespecialiseerde psychotraumazorg;
  • De aanbieder borgt of ontwikkelt de expertise voor het bieden van psychotraumazorg aan specifieke doelgroepen en vertaalt deze expertise in specifiek behandelaanbod.

 

14.3         Procedure

In aanvulling op het Uniform kader is hetgeen in dit artikel en de artikleen 14.4 en 14.5 is bepaald, van toepassing oor wat betreft de procedure ten aanzien van de beschikbaarheidbijdrage Gespecialiseerde en derdelijns psychotraumazorg voor zover het gaat om de kennis- en expertisefunctie.

 

14.3.1 Verlening

De aanvraag voor de verlening van 2016 wordt ingediend uiterlijk 31 december jaar t -1.

 

14.4         Beoordeling aanvraag verlening

14.4.1 Aanvraagformulier

In het aanvraagformulier omschrijft de aanbieder voor welke taken en activiteiten een beschikbaarheidbijdrage Gespecialiseerde en derdelijns psychotraumazorg voor zover het gaat om de kennis- en expertisefunctie wordt aangevraagd en wat de begrote kosten voor deze taken en activiteiten zijn.

 

14.4.2 Activiteiten

 

De hoogte van de beschikbaarheidbijdrage wordt gebaseerd op de kosten van de volgende activiteiten:

 

Activiteiten   

Derdelijns centrumfunctie

Productontwikkeling / zorginnovatie

Experimentele behandelingen

Wetenschappelijk onderzoek

Opleiding en onderwijs

Bestuurlijk coordinerende rol

 

Indien een opgegeven activiteit niet voldoet aan bovengenoemde afbakening, dan worden de begrote kosten voor deze activiteit in mindering gebracht op het bedrag van de aangevraagde verlening.

 

Activiteiten met bijbehorende kosten die zijn toe te rekenen aan dbc GGZ zorgproducten en in rekening zijn te brengen door middel van de in de curatieve ggz geldende prestaties en tarieven, komen niet voor vergoeding via de beschikbaarheidbijdrage in aanmerking.

 

14.4.3 Hoogte beschikbaarheidbijdrage

De hoogte van de beschikbaarheidbijdrage bedraagt maximaal €3.294.924 (prijspeil ultimo 2015).

 

Indien de aanvraag de maximale hoogte van de beschikbaarheidbijdrage overschrijdt, wordt de aanvraag voor het gedeelte van het bedrag dat boven de maximale hoogte van de beschikbaarheidbijdrage uitgaat afgewezen.

 

De maximale hoogte van de beschikbaarheidbijdrage 2016 is gebaseerd op een kostenonderzoek uit 2013. In 2016 vindt een herijking van de kosten plaats. Dit kan leiden tot een aanpassing van de maximale hoogte van de beschikbaarheidbijdrage.

 

14.5         Beoordeling aanvraag vaststelling

14.5.1

In het aanvraagformulier omschrijft de aanbieder:

  • welke taken en activiteiten waarvoor een beschikbaarheidbijdrage Gespecialiseerde en derdelijns psychotraumazorg voor zover het gaat om de kennis- en expertisefunctie, zijn uitgevoerd én;
  • de voor de taken begrote en gerealiseerde kosten.

 

14.5.2

Substitutie tussen kosten van activiteiten is toegestaan, mits:

  • de activiteiten onderdeel zijn van de verlening, én;
  • alle activiteiten zijn uitgevoerd zoals bedoeld in 14.4.2.

 

14.5.3

Indien aanpassing van de beschikbaarheidbijdrage consequenties heeft voor de hoogte van de reeds aangevraagde verlening 2016, dan wordt bij de vaststelling van 2016 een correctie toegepast.

Artikel 15. Intrekking oude beleidsregel

Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze beleidsregel wordt de ‘Beleidsregel Beschikbaarheidbijdrage Cure – op aanvraag’, met kenmerk BR/CU-5145 ingetrokken.

Artikel 16. Overgangsbepaling

De ‘Beleidsregel Beschikbaarheidbijdrage Cure - op aanvraag, met kenmerk BR/CU-5145), blijft van toepassing op besluiten en aangelegenheden die hun grondslag vinden in die beleidsregel en die betrekking hebben op de periode waarvoor die beleidsregel gold.

Artikel 17. Inwerkingtreding en citeerregel

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 september 2016. Indien de Staatscourant waarin de mededeling als bedoeld in artikel 20, tweede lid, onderdeel b, van de Wmg wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 augustus 2016, treedt de beleidsregel in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin de mededeling wordt geplaatst en werkt zij terug tot en met 1 september 2016.

 

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: ‘Beleidsregel Beschikbaarheidbijdrage op aanvraag’.

Toelichting bij beleidsregel

Deze beleidsregel vervangt beleidsregel BR/CU-5145.

 

Beschikbaarheidbijdrage – algemeen

Voor een aantal vormen van zorg is het niet of niet geheel mogelijk om de kosten voor de afzonderlijke prestaties rechtstreeks toe te rekenen naar of in rekening te brengen aan individuele zorgverzekeraars of verzekerden. Ook kan het voorkomen dat een dergelijke toerekening van de kosten naar tarieven marktverstorend zou werken. Indien deze vormen van zorg niet op een andere wijze worden bekostigd kan er onder voorwaarden een beschikbaarheidbijdrage worden toegekend. De minister heeft bij besluit12 de specifieke vormen van zorg aangewezen waarvan de beschikbaarheid geborgd dient te worden. Het gaat om specifieke functies of kenmerken van de zorgverlening, zoals beschikbaarheid, specifieke deskundigheid of specifieke voorzieningen.

 

In de beleidsregel Unifom kader beschikbaarheidbijdrage NZa is het beleid neergelegd dat de NZa hanteert bij het verlenen en vaststellen van alle beschikbaarheidbijdragen. Onderhavige beleidsregel bevat specifieke regels die aanvullend op het Uniform kader van toepassing zijn op de toekenning van de beschikbaarheidbijdrage voor de specifieke zorgfuncties en de vervolgopleidingen. Indien er gerechtvaardigde redenen zijn om af te wijken van het Uniform kader, is deze afwijking opgenomen in de specifieke beleidsregel.

 

De voorliggende beleidsregel ziet op die beschikbaarheidbijdragen die op aanvraag door de NZa worden verstrekt. Voor de zorgfunctie academische component wordt de beschikbaarheidbijdrage ambtshalve verstrekt. Zie hiervoor de ‘Beleidsregel Beschikbaarheidbijdrage Cure - ambtshalve’.

 

Algemeen

Het proces van verlenen en vaststellen van een beschikbaarheidbijdrage door de NZa geschiedt – kort samengevat - als volgt. De NZa zal aan het begin van het subsidiejaar een verleningsbeschikking afgeven. Na afloop van het subsidiejaar zal de NZa een vaststellingsbeschikking afgeven. De beschikbaarheidbijdrage zal worden bevoorschot. Uitbetaling geschiedt in 12 termijnen. Bij de vaststellingsbeschikking wordt de hoogte van de beschikbaarheidbijdrage definitief door de NZa vastgesteld. Voor uitbetaling van de door de NZa vastgestelde beschikbaarheidbijdrage dient de zorgaanbieder zich te wenden tot het Zorginstituut Nederland.

 

Deze procedure staat meer uitgebreid beschreven in het Uniform kader .

 

Daarnaast bevatten de ‘Beleidsregel Beschikbaarheidbijdrage - op aanvraag’, ‘Beleidsregel Beschikbaarheidbijdrage Cure - ambtshalve’ en de ‘Beleidsregel (medische) vervolgopleidingen’specifieke (inhoudelijke) regels die aanvullend op het Uniform kader van toepassing zijn op de verstrekking van de beschikbaarheidbijdrage voor de specifieke zorgfuncties en de vervolgopleidingen.

 

De zorgaanbieder die een beschikbaarheidbijdrage aanvraagt en/of ontvangt, dient dan ook kennis te nemen van zowel de regels uit het Uniform kader als van de op hem van toepassing zijnde specifieke beleidsregel(s).

 

Onderhavige beleidsregel bevat slechts daar waar nodig per zorgfunctie een nadere duiding of afwijking op het Uniform kader.

Toelichting bij de zorgfuncties

Traumazorg door mobiel medisch team met helikopter

 

Artikel 6.6

De resultaten van het kostenonderzoek ‘MMT-met voertuig’ zijn opgenomen in de tabel met vergoedingsbedragen van artikel 6.6 lid e.

 

Onder toebehoren bij het voertuig wordt verstaan, die zaken die onlosmakelijk verbonden zijn met de specifieke functie van het voertuig. Denk hierbij bijvoorbeeld aan inventaris en rijopleiding.

 

Voor het voertuig met toebehoren stellen wij de verlening van 2015 met terugwerkende kracht ambtshalve vast. De vaststelling 2015 moet echter wel aangevraagd worden. De reden hiervan is dat enkele posten op nacalculatie zijn en wij de werkelijke gegevens, die bij de vaststelling worden uitgevraagd, nodig hebben om de vaststellingsbeschikking op te kunnen stellen.

De vergoeding voor de verzekering van de auto, wegenbelasting en onderhoud vindt plaats op basis van nacalculatie. Bij de verlening wordt gebruikt gemaakt van een voorcalculatorische waarde. Bij de vaststelling vergoeden wij de werkelijk gemaakte kosten, mits deze onderbouwd zijn met onderliggende facturen en/of andere bewijzen. Deze werkelijke kosten kunnen hoger of lager zijn dan de voorcalculatorische waarde. Indien de werkelijke kosten lager zijn, betekent dit dat de instelling het negatieve verschil moet terug betalen. Zijn de werkelijke kosten hoger, dan ontvangt de instelling het positieve verschil.Artikel 6.6 sub g bepaalt dat bij een significante afwijking van de werkelijke kosten met de normbedragen, de NZa bij de vaststelling kan bepalen of het normbedrag aanpassing behoeft. De basis van de significante afwijking moet gelegen zijn in een andere wijze van uitoefening van de functie. Voorbeelden hiervan zijn het aangaan van een lease constructie in plaats van een voertuig in eigendom of onvoorziene nieuwe regels waardoor het aantal ritten van het voertuig sterk toe- of afneemt. In geval een instelling de functie op een andere wijze wil gaan invullen zal de instelling vooraf in overleg treden met de NZa over de mogelijke gevolgen voor de bekostiging.  De NZa zal de wijziging toetsen op redelijkheid.

 

Spoedeisende Eerste Hulp

 

Artikel 7.2

De aanwijzing van 16 juni 2015 (kenmerk 776212-137548-MC) heeft tot gevolg dat twee toetsingscriteria voor de beschikbaarheidbijdrage SEH zijn vervallen:

  • Overmachtsituatie voor de zorgverzekeraar voor het voldoen aan de zorgplicht.
  • Er zijn geen andere oplossingen mogelijk.

 

Dit heeft tot gevolg dat er nog drie criteria zijn waaraan de NZa een aanvraag voor een beschikbaarheidbijdrage SEH toetst. Deze criteria zijn cumulatief. Dit betekent dat als de NZa constateert dat er niet aan een van de voorwaarden wordt voldaan, de NZa niet de andere criteria hoeft te toetsen. De criteria worden hierna nader toegelicht.

1.          Een SEH dient te voldoen aan de thans geldende normen van de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Conform het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG is de SEH per ambulance bereikbaar en beschikt 7 x 24 uur over minimaal één SEH-arts en één SEH-verpleegkundige;

2.         De beschikbaarheidbijdrage voor SEH is alleen bedoeld voor situaties waarin de opbrengsten uit tarieven die in rekening gebracht zijn in verband met het verlenen van deze zorg niet toereikend zijn om de vorm van zorg beschikbaar te hebben;

3.         De 45-minutennorm stelt dat iedereen binnen 45 minuten naar een spoedeisende hulp vervoerd moet kunnen worden. Het RIVM doet periodiek onderzoek naar welke SEH’s gevoelig zijn voor deze 45-minutennorm. Bij toetsing van dit criterium wordt aangesloten bij de voor het betreffende jaar relevante versie van deze analyse.

 

Het feit dat het vanwege overmacht niet kunnen voldoen aan de zorgplicht als voorwaarde voor de beschikbaarheidbijdrage is geschrapt, laat onverlet dat de zorgplicht voor zorgverzekeraars voor deze en andere zorg in stand blijft. Die zorgplicht volgt immers uit de Zorgverzekeringswet. Zorgverzekeraars blijven dus hun wettelijke verantwoordelijkheid houden voor het contracteren en vergoeden van de SEH-zorg, ook al wordt een beschikbaarheidbijdrage toegekend. Deze beschikbaarheidbijdrage voorziet in de extra kosten van bepaalde SEH’s omdat daar de kosten hoger liggen dan de opbrengsten vanwege de beperkte vraag. De beschikbaarheidbijdrage ontheft de zorgverzekeraar niet van de contractering (bij een natura-verzekering) en vergoeding (bij een restitutie-verzekering) van de dbc’s.

 

De aanwijzing van 16 juni 2015 (kenmerk 776212-137548-MC) heeft ook tot gevolg dat er sprake is van terugwerkende kracht tot 1 januari 2013. De NZa zal alle aanvragen die ontvangen zijn na 1 januari 2013 opnieuw beoordelen aan de hand van bovengenoemde drie criteria.

 

Artikel 7.4

De NZa bepaalt wat de hoogte van de beschikbaarheidbijdrage moet zijn. Om een subjectieve bepaling van de hoogte zoveel mogelijk te voorkomen, is gekozen voor een normering van zowel de kosten als de opbrengsten.

 

Vaststellen van kosten SEH

Kosten Personeel

24/7 beschikbaarheid betekent dat er 5,5 fte nodig is aan SEH-artsen en  5,5 fte aan SEH-verpleegkundigen. Voor de salariskosten worden indien van toepassing ook onregelmatigheidstoeslagen en werkgeverslasten meegenomen.

 

Kosten Materieel

De NZa hanteert een verhouding materieel-personeel van 30% - 70%.

 

Kosten Kapitaal

De opslag voor kapitaallasten bedraagt 8,7%.

 

Vaststellen van de opbrengsten SEH

Omdat de beschikbaarheidbijdrage alleen een eventueel tekort beoogt te compenseren, moet worden bepaald welke opbrengsten een SEH genereert. Aangezien er geen directe declaraties door de SEH-arts worden verricht, zullen de opbrengsten normatief bepaald worden op €90,- per SEH-consult. Voor het bepalen van dit bedrag is de volgende methodiek gebruikt.

 

Het deel van de zorgactiviteiten binnen een dbc traject dat is uitgevoerd op de dag van het SEH-consult wordt meegenomen als opbrengst genererende activiteiten voor de SEH.

 

De uitgangspunten op grond waarvan de hoogte van de beschikbaarheidbijdrage wordt bepaald (kostenkant van de SEH is op basis van de beschikbaarheid van een SEH-arts) moeten zoveel mogelijk gelijk lopen aan de uitgangspunten waarmee de opbrengsten worden geraamd (opbrengstenkant van de SEH is alleen op basis van die opbrengsten die de SEH-arts dan genereert). De systematiek is ook ongevoelig voor veranderingen in de productstructuur.

 

Uitgangspunten van de BB voor de SEH-functie zijn op grond van de AMvB de volgende:

  • 24/7 aanwezigheid van een SEH-arts en SEH-verpleegkundige
  • Normatieve verhouding personeel/ materieel van 70/30
  • Kapitaallastenopslag van 8,7%

 

Uitgangspunten bij opbrengstbepaling van de SEH zijn dan de volgende:

  • Hotelfunctie van het ziekenhuis (bijv. verpleegdagen) wordt niet meegenomen, eerste hulp bezoek wordt wel meegenomen;
  • Alleen activiteiten die rechtstreeks zijn toe te rekenen aan het handelen van de SEH-arts/ SEH-verpleegkundige op de SEH zijn meegenomen bij het bepalen van de normatieve opbrengsten per SEH-consult. Hier moet gedacht worden aan het inbrengen van een infuus of het schoonmaken van een wond en niet aan verdere diagnostiek zoals bijvoorbeeld het maken van een MRI-scan.

 

Als basis zijn de productiecijfers uit het DIS 2010 en DIS 2011 gebruikt. Reguliere dbc-trajecten die via de SEH het ziekenhuis zijn binnengekomen, zijn geïdentificeerd aan de hand van het voorkomen van het SEH-consult (code 190015).

 

Tot 2008 werden er ongeveer 2,3 miljoen SEH-dbc’s per jaar geleverd. Het aantal SEH-consulten in 2010 en 2011 is van gelijke omvang en de gehanteerde productiedata is daarmee robuust en representatief voor dit doeleinde.

 

Per instelling zijn zo de gemiddelde opbrengsten per SEH-consult bepaald. Het landelijke gemiddelde ligt op € 90,04. De spreiding van de instellingspecifieke gemiddelde opbrengsten per SEH-consult is homogeen (cv waarde =0,38).

 

Artikel 7.6

Er geldt een afbouwregeling voor een aantal SEH’s die op historische gronden een bijdrage ontvingen. Zodra de afbouwregeling is afgerond, zal voor alle aanbieders het in deze beleidsregel opgenomen regime gelden. Het is niet mogelijk om voor zowel de afbouwregeling SEH als het in deze beleidsregel opgenomen regime voor de SEH in aanmerking te komen. De zorgaanbieder moet een keuze maken.

 

Acute verloskunde

 

Artikel 8.2

De aanwijzing van 16 juni 2015 (kenmerk 776212-137548-MC) heeft tot gevolg dat twee toetsingscriteria voor de beschikbaarheidbijdrage Acute Verloskunde zijn vervallen:

  • Overmachtsituatie voor de zorgverzekeraar voor het voldoen aan de zorgplicht.
  • Er zijn geen andere oplossingen mogelijk.

 

Dit heeft tot gevolg dat er nog drie criteria zijn waaraan de NZa een aanvraag voor een beschikbaarheidbijdrage Acute verloskunde toetst. Deze criteria zijn cumulatief. Dit betekent dat als de NZa constateert dat er niet aan een van de voorwaarden wordt voldaan, de NZa niet de andere criteria hoeft te toetsen. De criteria worden hierna nader toegelicht.

1.         Een Acute verloskunde post dient te voldoen aan de thans geldende normen van de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Hierbij geldt de voorwaarde dat deze zorg binnen 45 minuten per ambulance bereikbaar is en dat binnen 30 minuten na vaststelling van de diagnose van een spoedeisende situatie door een gynaecoloog of geautoriseerd obstetrisch professional de benodigde medisch specialistische behandeling kan worden gestart13;

2.         De beschikbaarheidbijdrage voor Acute verloskunde is alleen bedoeld voor situaties waarin de opbrengsten uit tarieven die in rekening gebracht zijn in verband met het verlenen van deze zorg niet toereikend zijn om de vorm van zorg beschikbaar te hebben;

3.         De 45-minutennorm stelt dat iedereen binnen 45 minuten naar een spoedeisende hulp vervoerd moet kunnen worden. Het RIVM doet periodiek onderzoek naar welke Acute verloskunde locaties gevoelig zijn voor deze 45-minutennorm.
Bij toetsing van dit criterium wordt aangesloten bij de voor het betreffende jaar relevante versie van deze analyse.

 

Het feit dat het vanwege overmacht niet kunnen voldoen aan de zorgplicht als voorwaarde voor de beschikbaarheidbijdrage is geschrapt, laat onverlet dat de zorgplicht voor zorgverzekeraars voor deze en andere zorg in stand blijft. Die zorgplicht volgt immers uit de Zorgverzekeringswet zelf. Zorgverzekeraars blijven dus hun wettelijke verantwoordelijkheid houden voor het contracteren en vergoeden van de acute verloskundige zorg, ook al wordt een beschikbaarheidbijdrage toegekend. Deze beschikbaarheidbijdrage voorziet in de extra kosten van bepaalde acute verloskundige voorzieningen omdat daar de kosten hoger liggen dan de opbrengsten vanwege de beperkte vraag. De beschikbaarheidbijdrage ontheft de zorgverzekeraar niet van de contractering (bij een natura-verzekering) en vergoeding (bij een restitutie-verzekering) van de dbc’s.

 

De aanwijzing van 16 juni 2015 (kenmerk 776212-137548-MC) heeft ook tot gevolg dat er sprake is van terugwerkende kracht tot 1 januari 2013. De NZa zal alle aanvragen ontvangen na 1 januari 2013 opnieuw beoordelen aan de hand van bovengenoemde drie criteria.

 

Artikel 8.4

Kosten Personeel

24/7 gynaecoloog en/of obstetrisch professional vergt 5,5 fte. Voor de salariskosten wordt indien van toepassing ook de van toepassing zijnde onregelmatigheidstoeslagen en werkgeverslasten meegenomen.

 

Kosten Materieel

De NZa hanteert een verhouding materieel-personeel van 30% - 70%.

 

Kosten Kapitaal

De opslag voor kapitaalslasten bedraagt 8,7%.

 

Vaststellen opbrengsten acute verloskunde

Opbrengsten uit de dbc’s verloskunde. Hoogte per dbc wordt vastgesteld op basis van landelijk gemiddelde productprijzen (zijn immers vrije tarieven). Alleen het deel van de zorgactiviteiten binnen deze dbc trajecten dat is uitgevoerd dor de gynaecoloog/ obstetrisch professioneel worden als opbrengsten toegerekend deze zijn als percentage weergegeven.

 

 

Post mortem orgaanuitname

 

Artikel 9.1

De beschikbaarheidbijdrage PMO is een compensatie voor de betrokken UMC’s voor de uitnamechirurgen in de aangewezen Zelfstandige uitnameteams (ZUT).

 

De betrokken UMC’s worden gecompenseerd voor het gemis aan inkomsten als gevolg van de inzet van deze uitnamechirurgen. In plaats van PMO had het UMC de betrokken chirurg namelijk ook in kunnen zetten op inkomsten genererende ‘dbc productie’.

 

Artikel 9.3

De NZa concludeert dat er in totaal: 2 fte + (0,2 fte * 2) + (0,09 fte * 2) + (0,05 * 2)= 2,68 fte per uitnameteam nodig is om de functie PMO beschikbaar te hebben op jaarbasis.

Van belang hierbij  is dat deze 2,68 fte wordt geleverd door een team van meerdere  uitnamechirurgen die, als ze geen PMO dienst hebben, ook andere diensten draaien. In een voorbeeld:

Als een team van 10 chirurgen PMO diensten verzorgt, is 2,68 fte chirurg niet in te roosteren op reguliere, declarabele, diensten omdat deze 2,68 fte gereserveerd is voor PMO-diensten. De beschikbaarheidbijdrage is bedoeld om het ziekenhuis te compenseren voor het niet kunnen inzetten van 2,68 fte op wel declarabele productie.

 

De verdeling van de diensten van de zorgfunctie Post mortem orgaanuitname tussen de verschillende universitaire ziekenhuizen en de daar bij behorende beschikbaarheidbijdrage baseert de NZa op de gegevens uit de aanvraag.

 

De informatie die de betrokken centra bij de NZa aanleveren ten behoeve van de vaststelling van de beschikbaarheidbijdrage in jaar t+1 gebruikt de NZa o.a. om de hoogte van de beschikbaarheidbijdrage vast te stellen en het geldende beleid voor de beschikbaarheidbijdrage PMO te beoordelen.

 

De gegevens die in het aanvraagformulier tot vaststelling worden gevraagd zijn:

Datum (ingeven als dd-mm-jj)

Ziekenhuis van uitname

Tijdstip melding (uu:mm)

Tijdstip aanvang uitname

Tijdstip einde uitname

Tijdstip afronding (het moment waarop  de laatste werkzaamheden, zoals reizen, administratie, materiaalzorg, aansluitend op de uitname zijn afgerond)

Aantal: chirurg

Aantal: AIOS

Welk(e) en aantal orgaan/organen

 

De betrokken UMC’s dienen per direct deze gegevens te registreren, indien dit nog niet werd geadministreerd.

 

Opleiden, Trainen, oefenen

 

Artikel 10 lid 4 sub b

De aard van de functie opleiden, trainen, oefenen ten behoeve van rampen en crises vraagt om enige flexibiliteit om gedurende het subsidiejaar in te kunnen spelen op actuele ontwikkelingen. De voorbereiding op rampen en crises is immers tot op zekere hoogte planbaar. Het is mogelijk dat actuele maatschappelijke ontwikkelingen aanleiding geven tot het op korte termijn moeten organiseren van een activiteit. Dit artikel biedt de mogelijkheid om onder de in het artikel genoemde voorwaarden in de aanvraag tot verlening opleidingen, trainingen en oefeningen op te nemen, waarvan de inhoud gedurende het subsidiejaar naar aanleiding van actuele maatschappelijke ontwikkelingen nader wordt ingevuld. In de aanvraag tot vaststelling zal hierover verantwoording moeten worden afgelegd, zoals omschreven in artikel 10 lid 5 sub c.

 

Calamiteitenhospitaal

 

Artikel 11.5

Bij de bepaling van de schaal en de periodiek is gerekend met het midden van de schaal plus twee treden. De extra twee treden betreffen een normatieve benadering van een compensatie voor de onregelmatigheidstoeslag (ORT). Aangezien het variabele deel een vergoeding betreft voor de extra personele kosten tijdens de eerste 12 uur per openstelling zal er meestal sprake zijn van een aantal uren buiten de reguliere werktijden. Het is niet mogelijk om vooraf te bepalen op welke tijdstippen het calamiteitenhospitaal wordt opengesteld, waardoor ORT niet gebaseerd kan worden op de werkelijkheid. Hierdoor hebben wij gekozen voor een normatieve benadering.

 

In beginsel worden iedere drie jaar de in artikel 11 lid 5 sub d en sub e gehanteerde normbedragen herijkt.

 

Bij een jaarlijks investeringsniveau van € 230.000 blijven de kapitaallasten jaarlijks € 350.000. Gerealiseerde investering boven dit bedrag ziet de NZa daarom als significant.

 

jaar

jaarlijkse

investering

jaarlijkse

afschrijving 5%

boekwaarde

rente 5%

1

230.000

11.500

230.000

11.500

2

230.000

11.500

218.500

10.925

3

230.000

11.500

207.000

10.350

4

230.000

11.500

195.500

9.775

5

230.000

11.500

184.000

9.200

6

230.000

11.500

172.500

8.625

7

230.000

11.500

161.000

8.050

8

230.000

11.500

149.500

7.475

9

230.000

11.500

138.000

6.900

10

230.000

11.500

126.500

6.325

11

230.000

11.500

115.000

5.750

12

230.000

11.500

103.500

5.175

13

230.000

11.500

92.000

4.600

14

230.000

11.500

80.500

4.025

15

230.000

11.500

69.000

3.450

16

230.000

11.500

57.500

2.875

17

230.000

11.500

46.000

2.300

18

230.000

11.500

34.500

1.725

19

230.000

11.500

23.000

1.150

20

230.000

11.500

11.500

575

 

Artikel 11.8

Op basis van een in 2014 uitgevoerd kostenonderzoek is de kostendekkende beschikbaarheidbijdrage bepaald op € 1.304.719. Hiermee daalt de bijdrage met ongeveer 55%.

Uit zorgvuldigheidsoverwegingen is een overgangsregeling van toepassing verklaard. Dit ook om de aanbieder de gelegenheid te geven zijn bedrijfsvoering aan te passen.

Bij de verlening van de bijdrage wordt een inschatting gemaakt van de hoogte van de overgangsregeling, hierbij wordt uitgegaan van alleen het vaste deel van de beschikbaarheidbijdrage. Voorafgaand aan het jaar is namelijk nog niet bekend wat het aantal openstellingen zal zijn en daarmee het totale variabele bedrag van de beschikbaarheidbijdrage. Na afloop van het betreffende jaar, wanneer het werkelijke aantal openstellingen in een jaar bekend is, kan de definitieve hoogte van de overgangsregeling worden berekend.

 

Coördinatie traumazorg en Regionaal overleg acute zorg

 

Artikel 12.4.2

De hoogte van het totaalbedrag heeft de NZa gebaseerd op het Kiwa-rapport ‘Bekostiging Acute Zorgnetwerken’ van 29 juli 2014. Dit rapport is verschenen in opdracht van de LNAZ. Uit het rapport blijkt dat zorgaanbieders de functie Coördinatie traumazorg en ROAZ voor €800.000,- per zorgaanbieder kunnen uitvoeren. Dit bedrag is door ons overgenomen en opgenomen in ons beleid als maximale grens aan beschikbaarheidbijdrage waar een zorgaanbieder voor in aanmerking kan komen. Het opnemen van het grensbedrag is in beginsel tijdelijk. We verkeren momenteel in de overgang van ambtshalve naar een op aanvraag procedure. Met het op aanvraag verstrekken van de beschikbaarheidbijdrage dienen instellingen verantwoording af te leggen over de besteding van de beschikbaarheidbijdrage. Met het beschikbaar komen van deze gegevens kan de NZa het grensbedrag op termijn herzien indien hiertoe aanleiding bestaat.

 

Traumazorg door Mobiel Medisch Team met voertuig

 

Artikel 13.2

De reden dat Utrecht en Enschede in aanmerking komen als een locatie met voertuig is in de aanwijzing gegeven. Utrecht en Enschede zijn gebieden die door een MMT per voertuig sneller te bereiken zijn dan met een helikopter, ondanks dat de beschikbare voertuigen een uitruktijd van 25 minuten hebben. Het uitgangspunt voor de bereikbaarheid is berekend aan de hand van responstijd van de MMT’s, de reistijdmodellen, het aantal inwoners en geografisch niveau van postcodes. Er is rond Utrecht een gebied met een responstijd tot 20 minuten dat het snelst per voertuig te bereiken is door het beschikbaar MMT in Utrecht. Voor Enschede geldt dit voor een gebied met een responstijd tussen 30 en 40 minuten. Deze responstijden per voertuig zijn korter dan die van een Nederlandse helikopter.

Ook is rekening gehouden met de situatie van de MMT-zorg in opschaling en wanneer er geen helikopters kunnen vliegen en het MMT met het voertuig naar plaats van ongeval gaat.

 

Artikel 13.5

Onder toebehoren bij het voertuig wordt verstaan, die zaken die onlosmakelijk verbonden zijn met de specifieke functie van het voertuig. Denk hierbij bijvoorbeeld aan inventaris en rijopleiding.

 

Voor het voertuig met toebehoren stellen wij de verlening van 2015 met terugwerkende kracht ambtshalve vast. De vaststelling 2015 moet echter wel aangevraagd worden. De reden hiervan is dat enkele posten op nacalculatie zijn en wij de werkelijke gegevens, die bij de vaststelling worden uitgevraagd, nodig hebben om de vaststellingsbeschikking op te kunnen stellen.

 

De vergoeding voor de inzet medisch specialist, inzet gespecialiseerd verpleegkundige, inzet chauffeur, verzekering van de auto, wegenbelasting en onderhoud vindt plaats op basis van nacalculatie. Bij de verlening wordt gebruikt gemaakt van een voorcalculatorische waarde voor de verzekering van de auto, wegenbelasting en onderhoud. Bij de vaststelling vergoeden wij de werkelijk gemaakte kosten, mits deze onderbouwd kunnen worden met onderliggende facturen en/of andere bewijzen. Deze werkelijke kosten kunnen hoger of lager zijn dan de voorcalculatorische waarde. Indien de werkelijke kosten lager zijn, betekent dit dat de instelling het negatieve verschil moet terug betalen. Zijn de werkelijke kosten hoger, dan ontvangt de instelling het positieve verschil.

Artikel 13.5 sub d bepaalt dat bij een significante afwijking van de werkelijke kosten met de normbedragen, de NZa bij de vaststelling kan bepalen of het normbedrag aanpassing behoeft. De basis van de significante afwijking moet gelegen zijn in een andere wijze van uitoefening van de functie. Voorbeelden hiervan zijn het aangaan van een lease constructie in plaats van een voertuig in eigendom of onvoorziene nieuwe regels, waardoor het aantal ritten van het voertuig sterk toe- of afneemt. In geval een instelling de functie op een andere wijze wil gaan invullen zal de instelling vooraf in overleg treden met de NZa over de mogelijke gevolgen voor de bekostiging.  De NZa zal de wijziging toetsen op redelijkheid.

 

Gespecialiseerde en derdelijns psychotraumazorg voor specifieke doelgroepen voor zover het gaat om de kennis en expertisefunctie

 

Algemeen

Zorgaanbieder die in 2012 voor gespecialiseerde psychotraumazorg aan specifieke doelgroepen bekostigd werd op grond van de individuele componenten oorlogsslachtoffers en vluchtelingen/asielzoekers heeft voor 2013 en 2014 een beschikbaarheidbijdrage toegekend gekregen.

In 2013 is met de zorgaanbieder die een beschikbaarheidbijdrage voor gespecialiseerde psychotraumazorg aan specifieke doelgroepen, respectievelijk Stichting Centrum ’45, verkend op welke wijze deze zorg ook in de toekomst geborgd kan blijven.

Deze verkenning heeft geleid tot een kostenonderzoek door de NZa bij Stichting Centrum ’45.

Het kostonderzoek heeft geleid tot het advies van de NZa om de beschikbaarheidbijdrage van Centrum ’45 per 2015 te verlagen, voor zover deze wordt ingezet voor reguliere zorgkosten. Daarbij heeft de NZa VWS verzocht over te gaan tot afbakening van de kennisfunctie. VWS heeft dit advies overgenomen en is overgegaan tot de volgende afbakening van de zorgfunctie (zie hieronder in tabel1).

 

Tabel 1:

Activiteiten en kosten van de zorgfunctie Gespecialiseerde psychotraumazorg aan specifieke doelgroepen.

Derdelijns centrumfunctie

€         452.070

Productontwikkeling/zorginnovatie

€         778.690

Experimentele behandelingen

€         259.400

Wetenschappelijk onderzoek

€         777.340

Opleiding en onderwijs

€         813.750

Bestuurlijke coördinerende rol

€         194.550

-/- dienstverlening

€         219.685

Totaal (prijspeil 2011)

€    3.056.115

Totaal (prijspeil 2015)

€    3.294.924

 

Hoewel de nieuwe afbakening per 2015 is toegepast, hebben wij besloten om de consequenties daarvan voor de beschikbaarheidbijdrage, gelet op een redelijke invoeringstermijn, per 1 januari 2016 toe te passen.

Vanaf 2016 wordt deze beschikbaarheidbijdrage op aanvraag verleend.

 

Artikel 14.4.2

Uitsluitend de genoemde activiteiten komen in aanmerking voor financiering via de beschikbaarheidbijdrage. Compensatie van productieverlies tijdens een opleiding of onderzoek en vacatiegelden voor deelname aan overleggen zijn van uitgesloten van de zes genoemde activiteiten. Indien de aanvraag een dergelijke post omvat, dan worden de begrote kosten van deze post in mindering gebracht op het bedrag van de aangevraagde verlening.

 

Artikel 14.4.3

In de aanwijziging van VWS van 11 december 201414 is het volgende opgenomen:

“Activiteiten die zijn toe te rekenen aan dbc ggz zorgproducten en in rekening zijn te brengen door middel van in de curatieve ggz geldende tarieven, komen niet voor de beschikbaarheidbijdrage in aanmerking. De zorgaanbieder dient deze reguliere zorgkosten in rekening te brengen door middel van dbc’s, eventueel inclusief het max-max tarief.”

Dit betekent dat alle kosten die zijn toe te rekenen aan dbc’s ggz en in rekening zijn te brengen door middel van in de curatieve ggz geldende tarieven, niet voor de vergoeding via de beschikbaarheidbijdrage in aanmerking komen. Dit betreffen personele kosten, materiele kosten, kapitaallasten, gebouwgebonden kosten en overhead.

 

Artikel 14.4.6

Het kostenonderzoek 2016 kan leiden tot ambtshalve aanpassing van de verlening 2016, zowel opwaarts als neerwaarts.

Naar boven