Onderwerp: Bezoek-historie

Tarieven normatieve huisvestingscomponent (nhc) en normatieve inventariscomponent (nic) gespecialiseerde ggz - BR/REG-17112
Publicatiedatum:01-07-2016Geldigheid:01-01-2017 t/m 31-12-2017Versie:vergelijk Status: Niet meer geldig

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Ingevolge artikel 57, eerste lid, onderdeel b en c, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) beleidsregels vast met betrekking tot het uitoefenen van de bevoegdheid om tarieven en prestatiebeschrijvingen vast te stellen.

 

Ingevolge artikel 52, aanhef en onder e, Wmg, worden tarieven en prestatiebeschrijvingen die uit de voorliggende beleidsregel voortvloeien ambtshalve door de NZa vastgesteld.

1. Reikwijdte

Deze beleidsregel is van toepassing op gespecialiseerde geestelijke gezondheidzorg (ggz) als bedoeld in artikel 3, onder 0 en 0, in combinatie met verblijf, die wordt geleverd door zorgaanbieders als bedoeld in artikel 3, onder f, van deze beleidsregel.

2. Doel van de beleidsregel

Doel van deze beleidsregel is het geven van inzicht in de opbouw en de hoogte van investeringsbedragen van de normatieve huisvestingscomponent (nhc) en de normatieve inventariscomponent (nic) voor zorgaanbieders die gespecialiseerde ggz in combinatie met verblijf leveren. 

3. Begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

3.1       g especialiseerde ggz

Geneeskundige geestelijke gezondheidszorg als omschreven bij of krachtens de Zorgverzekeringswet (Zvw), niet zijnde generalistische basis-ggz.

 

3.2       inventaris

Roerende medische en andere zaken die in en om het gebouw aanwezig zijn, zoals beschreven in de beleidsregel ‘Kapitaallasten bestaande zorgaanbieders’. Onder inventaris wordt ook computerapparatuur en –programmatuur begrepen. Vervoermiddelen zijn geen inventaris.

 

3.3       langdurige ggz

Gespecialiseerde ggz die geleverd wordt als zzp 3b t/m 7b, klinisch intensieve behandeling (kib) volwassenen en toeslag forensische zorg zonder strafrechtelijke titel.

 

3.4       normatieve huisvestingscomponent (nhc)

Productiegebonden normatieve vergoeding voor (vervangende) (nieuw) bouw en instandhouding. Deze vergoeding bestaat uit een geïndexeerde jaarlijkse bijdrage die voldoende is om, over de gehele levenscyclus van een nieuwbouw Zvw-voorziening, rente, afschrijvings- en instandhoudingsuitgaven te dekken. In de nhc is geen vergoeding opgenomen voor investeringen in inventaris.

 

3.5       normatieve inventariscomponent (nic)

Productiegebonden normatieve vergoeding voor investeringen in inventaris voor langdurige ggz. Deze normatieve vergoeding bestaat uit een jaarlijkse bijdrage die voldoende is om de rente en afschrijvingskosten van inventaris te dekken over de gehele levenscyclus van inventaris.

 

3.6       zorgaanbieder

De rechtspersoon die beroeps- of bedrijfsmatig geestelijke gezondheidszorg verleent.

4. Prijspeil

De vermelde investeringsbedragen voor verblijfscategorie A t/m H en pmu zijn op prijspeil 2010 en de investeringsbedragen voor verblijfscategorie zzp 3b t/m 7b zijn op prijspeil 2012. 

5. Uitgangspunten nhc

De nhc-tarieven zijn berekend op basis van de investeringsbedragen, waarbij de NZa, gegeven de door de minister verstrekte aanwijzing, is uitgegaan van de navolgende uitgangspunten:

5.1 Investeringsbedragen per verblijfscategorie

Voor de berekening van de nhc’s zijn per verblijfscategorie investeringsbedragen bepaald die benodigd zijn voor nieuwbouw en instandhouding van voorzieningen.

5.2 Netto contante waarde (ncw)

De investering wordt omgerekend naar een netto contante waarde.

5.3 Looptijd

Ten aanzien van de normering van het investeringspatroon, is gekozen voor een looptijd van 30 jaar zonder renovatie. 

5.4 Rente

Voor de rente is uitgegaan van een percentage van 5%. 

5.5 Bouwtijd

Voor de berekening van de bouwtijd van een nieuwe voorziening is uitgegaan van een periode van 18 maanden.

5.6 Jaarlijkse instandhouding

Voor de jaarlijkse instandhouding is een percentage van 0,8% van de nieuwbouwwaarde opgenomen op jaarbasis. 

5.7 Grond, interim-huisvesting en terreinvoorzieningen

Voor deze drie onderdelen geldt één component. Hierbij is de gemiddelde grondprijs in Nederland gehanteerd, waaraan een component van 10% van de gemiddelde grondprijs is toegevoegd.

5.8 Indexering

De nhc wordt gedurende de overgangsperiode van 2013 tot 2018 jaarlijks geïndexeerd met 2,5%.

5.9. Bezettingspercentage en tariefpercentage

Voor het bezettingspercentage per verblijfscategorie worden de onderstaande percentages gehanteerd. De bezettingspercentages leiden tot een opslag op het tarief om de op jaarbasis berekende nhc’s eenzelfde opbrengst te laten genereren. De tariefcorrectie vanwege het bezettingspercentage wordt berekend over de kapitaallastencomponent van de nhc, exclusief de kosten voor jaarlijkse instandhouding.

2017-12-15 16_11_39-BR-REG-17112 tarieven nhc en nic gespecialiseerde ggz.docx - Microsoft Word

6. Uitgangspunten nic

Bij de bepaling van de hoogte van de nic hanteerde de NZa de volgende uitgangspunten:

6.1. Rente

Voor de rente is uitgegaan van een percentage van 4%. 

6.2. Bezettingspercentage

Voor het bezettingspercentage is een percentage van 97% gehanteerd.

6.3 Indexering

De nic wordt geïndexeerd op grond van de indexatie van de materiële kosten ingevolge artikel ‘jaarlijkse indexatie’ van de beleidsregel ‘Prestaties en tarieven gespecialiseerde ggz’.

7. Tariefsoort

7.1

De nhc en de nic is een maximumtarief, als bedoeld in artikel 50, eerste lid, onderdeel c, van de Wmg. Boven dit maximumtarief voor de nhc is geen bandbreedte, als bedoeld in de beleidsregel ‘Prestaties en tarieven gespecialiseerde ggz’, van toepassing.

 

7.2

Van het uitgangspunt van maximumtarieven voor de nhc en de nic zijn uitgezonderd zorgaanbieders op wie de overgangsregeling, zoals vastgelegd in de beleidsregel ‘ Invoering normatieve huisvestingscomponent (nhc) gespecialiseerde ggz’ en de beleidsregel ‘Invoering normatieve inventariscomponent (nic) langdurige gespecialiseerde ggz’, van toepassing is. Voor laatstgenoemde categorie zorgaanbieders is de nhc en de nic gedurende de overgangsperiode (1 januari 2013 tot en met 31 december 2017) een vast tarief, als bedoeld in artikel 50, eerste lid, onderdeel b, van de Wmg, als onderdeel van het met verzekeraars overeengekomen tarief voor verblijf.

 

7.3

Het nhc- en nic-tarief is een onlosmakelijke component van het gehele tarief voor verblijf. Een nhc- en nic-tarief kunnen derhalve niet afzonderlijk worden gedeclareerd.

8. Opbouw nhc en nic

8.1. Nhc gespecialiseerde ggz in combinatie met dbc’s

Per verblijfscategorie gelden verschillende investeringsbedragen. Deze bestaan allen uit een basisbedrag en verschillende toeslagen. Het basisbedrag en de toeslagen staan weergegeven in onderstaande tabel.

2017-12-15 16_15_23-BR-REG-17112 tarieven nhc en nic gespecialiseerde ggz.docx - Microsoft Word

Aan elke deelprestatie wordt het basisbedrag en (een deel van) een bouwsteen toegerekend. Het aandeel van elke bouwsteen dat aan een verblijfsprestatie wordt toegerekend staat in onderstaande tabel. Het totaal geeft het investeringsbedrag per deelprestate weer. Dit bestaat uit het basisbedrag plus de percentages maal de bouwstenen.

2017-12-15 16_16_16-BR-REG-17112 tarieven nhc en nic gespecialiseerde ggz.docx - Microsoft Word

8.2. Investeringsbedragen per zzp categorie

2017-12-15 16_17_12-BR-REG-17112 tarieven nhc en nic gespecialiseerde ggz.docx - Microsoft Word

8.3. Nhc’s voor bijzondere huisvesting

Voor twee situaties gelden andere nhc’s. Dit betreft zorg in een beveiligde setting vergelijkbaar met gebouwkenmerken forensische zorg en ggz in een psychiatrische medische unit (pmu) voor zover sprake is van samenloop van psychiatrische en somatische zorg. Het verblijf in een beveiligde setting kent twee niveaus van beveiligingsintensiteit.

2017-12-15 16_19_00-BR-REG-17112 tarieven nhc en nic gespecialiseerde ggz.docx - Microsoft Word

8.4. Nhc en nic voor bijzondere huisvesting langdurige zorg

Voor de prestaties overige basisprestatie klinisch intensieve behandeling (kib) en forensische zorg zonder strafrechtelijke titel wordt aangesloten bij de prestaties uit de forensische zorg.

9. Declaratie

Declaratie vindt plaats op basis van de algemeen geldende tariefbeschikking voor de dbc-productstructuur van de gespecialiseerde ggz met inachtneming van de nadere regel ‘ Gespecialiseerde ggz’.

10. Intrekking oude beleidsregel

Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze beleidsregel wordt de beleidsregel ‘Tarieven normatieve huisvestingscomponent (nhc) curatieve ggz’, met kenmerk BR/CU-5113, ingetrokken.

11. Overgangsbepaling

De beleidsregel ‘Tarieven normatieve huisvestingscomponent (nhc) curatieve ggz’, met kenmerk BR/CU-5113, blijft van toepassing op besluiten en aangelegenheden die hun grondslag vinden in die beleidsregel en die betrekking hebben op de periode waarvoor die beleidsregel gold. 

12. Inwerkingtreding en citeerregel

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 januari 2017.

 

Ingevolge artikel 20, tweede lid, onderdeel b, van de Wmg zal van de vaststelling van deze beleidsregel mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

 

Deze beleidsregel kan worden aangehaald als: Beleidsregel ‘Tarieven normatieve huisvestingscomponent (nhc) en normatieve inventariscomponent (nic) gespecialiseerde ggz’.

TOELICHTING

Algemeen

Deze beleidsregel geeft inzicht in de opbouw en de hoogte van de normatieve huisvestingscomponent (nhc) en de normatieve inventariscomponent (nic) voor zorgaanbieders die gespecialiseerde ggz in combinatie met verblijf leveren. Door de overheveling van de langdurige ggz naar de Zvw heeft deze beleidsregel betrekking op zowel de nhc’s die in combinatie met dbc’s als nhc’s die in combinatie met zzp’s gedeclareerd kunnen worden.

 

Vergoeding voor kapitaallasten

In de dbc-productstructuur voor verblijf van de ggz is, sinds de invoering van de dbc’s in 2008, een procentuele opslag verwerkt voor de vergoeding van de kapitaallasten. Voor deze procentuele opslag is destijds gekozen in afwachting van een beter passende vergoeding voor kapitaallasten gekoppeld aan een verder doorontwikkelde productstructuur voor verblijf.

 

In 2011 is voor de langdurige ggz in de AWBZ een nhc ontwikkeld. Deze nhc vergoedt de kapitaallasten (rente en afschrijvingen of daaraan gelijkgesteld huur) ten behoeve van de zorgzwaartepakketten (zzp’s).

 

Met de aanwijzing van 12 juli 2011, kenmerk MC-U-3072372, aan de NZa heeft de minister van VWS bepaald dat de nhc voor de gehele ggz zal gelden.

Voor de gespecialiseerde langdurige ggz is de nhc ingevoerd per 1 januari 2012. Voor de gespecialiseerde ggz met een verblijfsduur korter dan een jaar is de nhc ingevoerd per 1 januari 2013.

 

De procentuele opslag voor kapitaallasten voor verblijf-dbc’s is daarom per 1 januari 2013 vervangen door de nhc, voor elk van de zeven prestaties voor verblijf.

 

Bij de bepaling van de investeringsbedragen van de nhc voor verblijf-dbc’s is uitgegaan van:

  • de prestatie-eisen voor nieuwbouw AWBZ-voorzieningen, opgesteld en uitgegeven door het Bouwcollege, februari 2007;
  • de Bouwkostennota, opgesteld en uitgegeven door het Bouwcollege, laatstelijk verschenen in 2008;
  • de publicatie ‘Bouwkosten Zorgsector 2010’, opgesteld en uitgegeven door TNO;
  • een notitie van TNO met als onderwerp ‘m² aftrek behandeling nhc ggzc’, januari 2014;
  • de publicatie ‘Veldnorm insluiting’, opgesteld en uitgegeven door TNO.

 

Per verblijfscategorie van de dbc-productstructuur voor verblijf is bepaald welke investeringsbedragen benodigd zijn voor nieuwbouw van Zvw-voorzieningen.

De investeringsbedragen zijn gebaseerd op de gebouwbehoefte gekoppeld aan de zorgvraag die naar voren komt uit de prestatiebeschrijving van de productstructuur voor verblijf.

 

De investeringsbedragen zijn zo opgebouwd dat voor alle verblijfscategorieën hetzelfde basisinvesteringsniveau geldt ten behoeve van ‘verzwaarde bouw’ volgens de prestatie-eisen AWBZ.

Naast deze basis zijn er componenten aan het investeringsbedrag toegevoegd. Deze componenten hebben betrekking op extra investeringskosten voor aanpassing van het gebouw. Per component is een investeringsbedrag bepaald. De mate waarin het investeringsbedrag behorend bij een component wordt opgeteld bij het basis investeringsbedrag, is afhankelijk van de gemiddelde zorgvraag per verblijfscategorie. De gemiddelde zorgvraag is in overleg met branchepartijen en werkbezoeken op basis van de prestatie-beschrijvingen van de dbc-productstructuur ingevuld.

Tijdens dit traject heeft Centrum Zorg en Bouw (CZB), onderdeel van TNO, een adviesrol vervuld. Bij de invoering van de nhc is afgesproken om te onderzoeken of de oorspronkelijke normatieve aftrek voor behandelruimtes redelijk is. Deze aftrek is van belang omdat de nhc alleen betrekking heeft op de kosten van verblijf. Dit onderzoek is in 2014 afgerond en heeft geresulteerd in een wijziging van de aftrek en daardoor ook van de investeringsbedragen per 2015. Ook in dit traject heeft TNO een adviesrol vervuld.

 

Voor de investeringsbedragen per zzp is het rapport van CZB ´Investeringskosten per zorgzwaartepakket; Basis voor nhc in de Care 12 november 2009’ als basis genomen. In dit rapport wordt per zzp een investeringsbedrag berekend, dat nodig is voor de nieuwbouw van AWBZ-voorzieningen.

CZB heeft in een tweede rapport ‘Investeringskosten per zorgzwaartepakket; Basis voor nhc in de Care 2 augustus 2010’ een vertaling gemaakt waarin de beleidsvrijheid van CZB in het toekenningen van specifieke voorzieningen is meegenomen.

Een nieuwe normatieve systematiek biedt zorgaanbieders de mogelijkheid om zelf keuzes te maken voor specifieke voorzieningen.

Op basis van de beschikbare financiële middelen is hiervoor een algemene toeslag van 2% op de normatieve huisvestingscomponent beschikbaar gesteld, in de plaats van de diverse specifieke toeslagen die in het kader van het bouwregime mogelijk waren.

De beschikbare 2% is na overleg met de brancheorganisaties en VWS en na inhoudelijke toetsing door CZB op enkele punten niet generiek, maar specifiek toegedeeld aan de zzp's.

De investeringsbedragen uit de rapporten van CZB (van november 2009 en augustus 2010) zijn gebaseerd op de Bouwnota 2008 en zijn geïndexeerd naar het prijspeil van januari 2011 met een percentage van –/–1%. Dit laatste negatieve percentage is het gevolg van de positieve aanbestedingsresultaten in de periode 2008-2011.

 

Bij de berekeningen van de nhc voor de langdurige ggz is uitgegaan van de in de bouwnormen 2008 opgenomen vierkante meters per cliënttype. De uitkomsten daarvan zijn gekoppeld aan het totale aantal cliënten per zorgzwaartepakket dat in het voorjaar van 2009 bekend was en in de onderscheiden sectoren intramurale zorg ontving. Tot slot is dit afgezet tegen de premisse dat alle gebouwen in de intramurale langdurige zorg op enig moment ten minste moeten kunnen beschikken over het bij de bouwnormen 2008 horende aantal vierkante meters per zzp. De maximale prijs voor het maximale aantal cliënten/zorgzwaartepakketten is vervolgens afgezet tegen 5% rente en prijspeil 2011, waarin de conjuncturele aanbestedingsresultaten tot en met het derde kwartaal van 2010 zijn betrokken. In het macrobedrag dat daaruit voortvloeit, is verdisconteerd dat alle gebouwen in de langdurige zorg qua vierkante meters op het niveau zijn gebracht van de voor de integrale tarieven als basis genomen vierkante meters volgens de bouwnormen 2008. Dit bedrag vormt voor de NZa de maximale ruimte waarbinnen tarieven kunnen worden berekend.

 

Ook voor inventaris van langdurige ggz is een prestatie afhankelijke norm ontwikkeld. Deze norm is gebaseerd op een onderzoek van CZB. In het rapport ‘Herijking inventariskosten AWBZ’ van 23 april 2012, heeft CZB een onderzoek gedaan naar de inventarisbehoefte binnen de AWBZ. In dit rapport is de jaarlijkse behoefte aan inventarisbudget opgenomen. Per cluster zzp’s is een inventarisbudget bepaald.

2017-12-15 16_22_23-BR-REG-17112 tarieven nhc en nic gespecialiseerde ggz.docx - Microsoft Word

 

Vergoeding voor inventarislasten (normatieve inventariscomponent (nic))

Ook voor inventaris is een prestatie afhankelijke norm ontwikkeld. Deze norm is gebaseerd op een onderzoek van CZB. In het rapport ‘Herijking inventariskosten AWBZ’ van 23 april 2012, heeft CZB een onderzoek gedaan naar de inventarisbehoefte binnen de AWBZ. In dit rapport is de jaarlijkse behoefte aan inventarisbudget opgenomen.

 

Artikelsgewijs

Artikel 1

Deze beleidsregel is, anders dan de beleidsregel ‘Invoering normatieve huisvestingscomponent (nhc) gespecialiseerde ggz en invoering normatieve inventariscomponent (nic) langdurige ggz’, van toepassing op alle zorgaanbieders die gespecialiseerde ggz in combinatie met de functie verblijf leveren. Vrijgevestigde zorgaanbieders vallen niet onder de reikwijdte van deze beleidsregel, omdat verblijf geen onderdeel uitmaakt van hun zorgverlening.

 

Artikel 5

De bezettingspercentages voor de verblijfscategorieën t/m G zijn gebaseerd op gegevens die beschikbaar zijn gekomen in het kostprijsonderzoek voor de productstructuur voor verblijf 2012 en gegevens uit het kostprijsonderzoek voor de dbc-tarieven voor 2014.

De bezettingspercentages van de zzp’s en kib volwassenen zijn gebaseerd op de aan- en afwezigheid.

 

Artikel 6

Voor de zzp’s en kib volwassenen is een nic van toepassing. De kosten inventaris van deze prestaties kennen vanaf 2014 een nieuwe norm. Voor de dbc’s  is een nic niet van toepassing. De kosten van inventaris voor dbc’s zijn onderdeel van het dbc-tarief.

 

Artikel 8

De investeringsbedragen en de tarieven voor de nhc van de beveiligde setting en voor de nhc van kib volwassenen en de forensische zorg zonder strafrechtelijke titel zijn ontleend aan de forensische zorg. Voor een specificatie van de investeringsbedragen voor de beveiligde setting wordt verwezen naar de tarieven voor de forensische zorg (zie beleidsregel ‘Tarieven normatieve huisvestingscomponent forensische zorg’).

 

Voor de nhc van kib volwassenen geldt de nhc voor beveiligingsniveau 3.

De toeslag forensische zorg zonder strafrechtelijke titel betreft een aanvulling tot maximaal de nhc van beveiligingsniveau 3. De toeslag is gebaseerd op de nhc van beveiligingsniveau 3 minus het gewogen gemiddelde van 75% nhc 5ggz-B en 25% nhc 7ggz-B. Om in aanmerking te komen voor deze toeslag moet sprake zijn van een toeslag forensische zorg ingevolge de beleidsregel ‘Prestaties en tarieven gespecialiseerde ggz’.

Naar boven