Onderwerp: Bezoek-historie

Regeling registratie en declaratie protonentherapie NR/REG-1743
Geldigheid:01-10-2017 t/m 31-12-2018Versie:vergelijk Vergelijk met Regeling registratie en declaratie protonentherapie - NR/CU-265, versie: 1: 19-11-2015 t/m 01-10-2017  X

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Op grond van de artikelen 35, 36, 37 en 38 van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), alsmede de Beleidsregel prestaties en tarieven protonentherapie (hierna: de beleidsregel), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) de volgende regeling vast.

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. Overig zorgproduct voor protonentherapie: een declarabele prestatie in het kader van protonentherapie.
b. Protonentherapie: een vorm van radiotherapie, waarbij protonen uit waterstofkernen worden toegepast.
c. Beleidsregel: de Beleidsregel prestaties en tarieven protonentherapie.

Artikel 2. Doel van de regeling

In deze regeling legt de NZa regels vast die zorgaanbieders als bedoeld in artikel 3 in acht moeten nemen bij het aanbieden en leveren van protonentherapie.

Artikel 3. Reikwijdte

Deze regeling is van toepassing op zorgaanbieders die op grond van een vergunning ex artikel 2 Wbmv, afgegeven door de Minister van VWS, gerechtigd zijn om protonentherapie aan te bieden en te leveren.

Artikel 4. Algemeen

De Regeling medisch-specialistische zorg is van overeenkomstige toepassing op de aanbieders van protonentherapie, tenzij in de onderhavige regeling anders is bepaald. 

Artikel 5. Declaratiebepalingen

1. Een zorgverlener mag een overig zorgproduct voor protonentherapie slechts declareren, indien aantoonbaar is voldaan aan voorschrift 1 van Bijlage 3 behorend bij de Regeling protonentherapie d.d. 29 juli 2013, kenmerk 129230-106270-CZ, van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, luidend:

  1. De vergunninghouder stelt samen met de andere vergunninghouders en de beroepsgroep landelijke uniforme indicatieprotocollen vast en hanteert deze protocollen bij de beoordeling of patiënten in aanmerking komen voor protonentherapie.

2. Overige zorgproducten voor protonentherapie mogen alleen in rekening worden gebracht indien sprake is van een op zichzelf staande protonenbehandeling. Hiermee wordt bedoeld dat geen sprake is van een protonenbehandeling gecombineerd met een fotonenbehandeling voor dezelfde tumor.

3. De prestatie ‘planningsvergelijking protonen- en fotonentherapie’ als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, van de beleidsregel mag uitsluitend in rekening worden gebracht wanneer er sprake is van een zogenaamde model-based indicatie. Deze prestatie mag eenmalig per indicatie in rekening worden gebracht. De planningsvergelijking protonen- en fotonentherapie mag voorts zowel apart als in combinatie met een van de prestaties genoemd in artikel 5, eerste lid, onderdelen b en d tot en met f, van de beleidsregel in rekening worden gebracht.

4. De prestatie ‘voorbereiding protonentherapie, niet gevolgd door bestraling’ als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel b, van de beleidsregel mag eenmalig per indicatie in rekening worden gebracht als de voorbereiding niet wordt gevolgd door een protonenbestraling om redenen die ten tijde van de voorbereiding niet bekend waren of konden zijn. Deze prestatie mag niet in combinatie met een van de prestaties genoemd in artikel 5, eerste lid, onderdelen c tot en met g, van de beleidsregel in rekening worden gebracht.

5. De prestatie ‘protonentherapie volwassenen oog’ als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van de beleidsregel mag eenmalig in rekening worden gebracht voor een volledige radiotherapeutische behandeling met protonen van een patiënt met een tumor gelokaliseerd in de oogkas.

6. De prestatie ‘protonentherapie volwassenen licht’ als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel d, van de beleidsregel mag eenmalig in rekening worden gebracht voor de volledige radiotherapeutische behandeling met protonen van een patiënt met een indicatie, c.q. tumor lokalisatie, die is ingedeeld in de klasse ‘licht’.

7. De prestatie ‘protonentherapie volwassenen middel’ als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel e, van de beleidsregel mag eenmalig in rekening worden gebracht voor de volledige radiotherapeutische behandeling met protonen van een patiënt met een indicatie, c.q. tumorlokalisatie, die is ingedeeld in de klasse ‘middel’.

8. De prestatie ‘protonentherapie volwassenen zwaar’ als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel f, van de beleidsregel mag eenmalig in rekening worden gebracht voor de volledige radiotherapeutische behandeling met protonen van een patiënt met een indicatie, c.q. tumorlokalisatie, die is ingedeeld in de klasse ‘zwaar’.

9. De prestatie ‘protonentherapie kind’ als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel g, van de beleidsregel mag eenmalig in rekening worden gebracht voor de volledige radiotherapeutische behandeling met protonen van een patiënt die bij de start van de behandeling jonger is dan 18 jaar.

10. De prestatie ‘follow-up na protonenbehandeling’ als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel h, van de beleidsregel mag eenmaal per periode van 120 dagen in rekening worden gebracht.

Artikel 6. Informatiebepalingen

1. In afwijking van artikel 37, eerste lid, van de Regeling medisch-specialistische zorg vermeldt een declaratie van een overig-zorgproduct voor protonentherapie minimaal de volgende gegevens:

  • a) Uitvoerdatum. De datum waarop de eerste activiteit in het kader van het overig zorgproduct plaatsvindt.1.
  • ​b) Overig zorgproductcode. De overig zorgproductcode is de zorgactiviteitcode (zes posities).
  • c) AGB-code uitvoerend specialisme. De AGB-code van het uitvoerend specialisme wordt weergegeven middels de AGB-subberoepsgroepindeling (de AGB-code van de hoofdbehandelaar is hierbij leidend).
  • d) Consumentenomschrijving. Op de declaratie van de zorgverlener aan de patiënt dient voor overige zorgproducten de overige zorgproduct omschrijving te worden opgenomen.
  • e) Type verwijzer. Op de declaratie dient het type verwijzer vermeld te worden naar onderstaande classificatie:
    1. Zelfverwijzer SEH (een patiënt die zich meldt bij de SEH zonder verwijzing).
    2. Zelfverwijzer niet-SEH (bijvoorbeeld een patiënt die zich meldt bij de polikliniek zonder verwijzing).
    3. Verwezen patiënt SEH (Een patiënt die zich meldt bij de SEH met een verwijzing).
    4. Verwezen patiënt niet-SEH vanuit eerste lijn (bijvoorbeeld een patiënt die zich meldt bij de polikliniek met een verwijzing vanuit de eerste lijn).
    5. Verwezen patiënt niet-SEH vanuit ander specialisme binnen dezelfde instelling (bijvoorbeeld een patiënt die zich meldt bij de polikliniek met een verwijzing van een ander medisch specialisme binnen dezelfde instelling).
    6. Verwezen patiënt niet-SEH vanuit andere instelling (bijvoorbeeld een patiënt die zich meldt bij de polikliniek met een verwijzing van andere instelling).
    7. Eigen patiënt (bijvoorbeeld ingeval vervolg traject of nieuwe zorgvraag van eigen patiënt).
    8. Verwezen patiënt niet-SEH vanuit eerste lijn, maar verwijzer heeft geen AGB-code (bijvoorbeeld ingeval van optometristen).
    9. Patiënt welke gebruik maakt van directe toegang tot ergotherapie, fysiotherapie, logopedie, diëtetiek of orthoptie.
  • f) AGB-code verwijzer. Indien er sprake is van type verwijzer genoemd onder e3, e4 en e6 dient op de declaratie een AGB-code van de verwijzende instelling/praktijk of natuurlijk persoon vermeld te worden. Indien er sprake is van type verwijzer genoemd onder e5 en e7 dient op de declaratie een AGB code van de verwijzende natuurlijk persoon vermeld te worden.
  • g) AGB-code verwijzend specialisme. Indien er sprake is van type verwijzer genoemd onder e5, e6 of e7 dient op de declaratie ook een AGB-code van het specialisme vermeld te worden.
  • h) Gedeclareerd bedrag. Op de declaratie dient het gedeclareerde bedrag van het overig zorgproduct opgenomen te zijn.

Artikel 7. Intrekking oude regeling

Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze regeling wordt de Regeling registratie en declaratie protonentherapie, met kenmerk NR/CU-265, ingetrokken.

Artikel 8. Inwerkingtreding en citeertitel

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin de regeling ingevolge artikel 20, tweede lid, onderdeel a, van de Wmg wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 oktober 2017.

Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2019.

Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling registratie en declaratie protonentherapie

 

 

Hoogachtend,
Nederlandse Zorgautoriteit,

 

 

dr. M.J. Kaljouw
voorzitter Raad van Bestuur 

Toelichting

Algemeen

Protonentherapie is een in Nederland nieuw beschikbare bestralingstechniek. De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft aan vier protonencentra een vergunning in het kader van de Wet op de bijzondere medische verrichtingen (Wbmv) afgegeven om deze zorg te leveren. In aansluiting daarop heeft de NZa vier individuele tariefbeschikkingen afgegeven op basis waarvan alleen die vier centra protonentherapie mogen declareren. In overleg met zorgaanbieders en zorgverzekeraars is besloten om protonentherapie met ingang van

1 januari 2019 op te nemen in de dbc-systematiek. Omdat de eerste activiteiten voor protonentherapie al in 2017 zullen plaatsvinden en het wenselijk is om deze op een landelijke en geautomatiseerde wijze te verwerken, is een overbruggingsscenario vastgesteld. Deze regeling geldt voor de periode van 1 oktober 2017 tot 1 januari 2019. Gedurende deze (overgangs)periode kunnen voor protonentherapie tijdelijke overige zorgproducten (ozp’s) worden gedeclareerd.

Artikelsgewijs

Artikel 5
De in artikel 5, lid 1, van de beleidsregel genoemde prestaties kunnen in verschillende combinaties worden geregistreerd en gedeclareerd.

De mogelijke combinaties voor de declaratie van deze overige zorgproducten, volgen uit de declaratieregels genoemd in artikel 5 van deze regeling. Ter verduidelijking zijn hieronder de mogelijke combinaties beschreven, waarbij de volgorde waarin de behandelprestaties en de planningsvergelijking worden geregistreerd, kan verschillen.

1.    Planningsvergelijking protonen- en fotonentherapie – Voorbereiding protonentherapie (niet gevolgd door bestraling);
2.    Protonentherapie  licht, middel, zwaar  – Follow up na protonenbehandeling;
3.    Planningsvergelijking protonen- en fotonentherapie – Protonentherapie  licht, middel, zwaar  – Follow up na protonenbehandeling;
4.    Protonentherapie oog, kind – Follow up na protonenbehandeling.

Bijlage 1: Overzicht tijdelijke overige zorgproducten protonentherapie

Onderstaande tabel bevat alle relevante gegevens zoals deze worden opgenomen in de zorgactiviteiten- en tarieventabel behorend bij de RZ19a release.

Za-code

Omschrijving

Consumentenomschrijving

ZPK

Op nota

WBMV

Aanspraak

Tarief*

Tarieftype

Soort tarief

Ingangsdatum

Einddatum

090720

Planningsvergelijking protonen- en fotonentherapie.

Opstellen van een fotonen en protonen bestralingsplan en een vergelijking van de effecten van deze therapieën.

6

J

 

 

0

13

6

20171001

20181231

090721

Voorbereiding protonentherapie, niet gevolgd door bestraling.

Alle voorbereidingen voor de radiotherapeutische behandeling met protonen, niet gevolgd door bestraling.

6

J

 

2601

0

13

6

20171001

20181231

090722

Protonentherapie volwassenen oog.

Radiotherapeutische behandeling met protonen van een tumor in de oogkas.

6

J

2961

2601

0

13

6

20171001

20181231

090723

Protonentherapie volwassenen licht.

Radiotherapeutische behandeling met protonen van een patiënt met indicatie c.q. tumor lokalisatie ingedeeld in klasse ‘licht’.

6

J

2961

2601

0

13

6

20171001

20181231

090724

Protonentherapie volwassenen middel.

Radiotherapeutische behandeling met protonen van een patiënt met indicatie c.q. tumor lokalisatie ingedeeld in klasse ‘middel’.

6

J

2961

2601

0

13

6

20171001

20181231

090725

Protonentherapie volwassenen zwaar.

Radiotherapeutische behandeling met protonen van een patiënt met indicatie c.q. tumor lokalisatie ingedeeld in klasse ‘zwaar’.

6

J

2961

2601

0

13

6

20171001

20181231

090726

Protonentherapie kind.

Radiotherapeutische behandeling met protonen van een kind.

6

J

2961

2601

0

13

6

20171001

20181231

090727

Follow-up na protonenbehandeling.

Begeleiden en/of behandelen als vervolg op radiotherapeutische behandeling met protonen.

6

J

 

 

0

13

6

20171001

20181231

* De in rekening te brengen tarieven zijn opgenomen in de individuele tariefbeschikkingen die zijn afgegeven aan de vier protonencentra aan wie voor het leveren van protonentherapie een Wbmv-vergunning is afgegeven.

Naar boven