Onderwerp: Bezoek-historie

Last onder dwangsom fysiotherapiepraktijk Verbauwen
Geldigheid:14-12-2017 t/m Status: Geldig vandaag

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

AANGETEKEND

de heer J.R. Verbauwen

 

 

Behandeld door                                    Telefoonnummer                    E-mailadres                            Kenmerk

                                                                                                                                                           251291/406109

 

Onderwerp                                                                                                                                          Datum

Last onder dwangsom als bedoeld in artikel 82 Wmg                                                                              14 december 2017

 

 

 

Geachte heer Verbauwen,

 

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft op vrijdag 13 oktober 2017 een toezichtbezoek gebracht aan uw fysiotherapiepraktijk. Dit bezoek was er op gericht te onderzoeken of binnen uw praktijk de aanwijzing die wij eerder aan u oplegden wegens overtreding van artikel 36 Wmg, werd nageleefd.

De bevindingen van dit bezoek vormen aanleiding u (dan wel uw fysiotherapiepraktijk) een last onder dwangsom op te leggen als bedoeld in artikel 82 Wmg. De last onder dwangsom zullen wij publiceren. Ter toelichting geldt het volgende.

Relevante wet- en regelgeving

De NZa handhaaft de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg). Op grond van artikel 36 Wmg dient een zorgaanbieder een administratie te voeren waaruit duidelijk wordt welke zorg hij wanneer heeft geleverd. De NZa kan, op grond van artikel 82 Wmg, een last onder dwangsom opleggen als een zorgaanbieder niet aan deze verplichting voldoet. 

Het onderzoek en de bevindingen

Naar aanleiding van een eerder onderzoek ter plaatse bij uw praktijk (van 13 april jl.) hebben wij u op 14 juli 2017 een aanwijzing opgelegd. Daarin is vastgesteld dat uw administratie niet voldeed aan de wettelijke bepalingen. De aanwijzing was erop gericht dat u artikel 36 Wmg onmiddellijk zou naleven.

 

We hebben vervolgens op 13 oktober 2017 opnieuw een toezichtbezoek aan uw fysiotherapiepraktijk gebracht, met als doel om vast te stellen of de administratie voldeed aan de bepalingen van artikel 36 Wmg en u daarmee gevolg heeft gegeven aan onze aanwijzing.

 

Tijdens het bezoek hebben gesprekken plaats gevonden tussen toezichthouders van de NZa en uzelf. Daarnaast hebben toezichthouders inzage verkregen in de behandelagenda en patiëntendossiers van uw praktijk.

 

Uit het onderzoek van 13 oktober jl. blijkt dat patiëntendossiers nog steeds onvolledig zijn. Tijdens de gesprekken heeft u verklaard dat de patiëntendossiers inderdaad niet zijn bijgehouden en dat u niet heeft voldaan aan de aanwijzing van de NZa.

 

Behandelingen die in uw agenda staan en zijn geleverd, zijn in het patiëntendossier nog steeds niet altijd terug te vinden. De geleverde zorg is dus niet bijgehouden door een aantekening dan wel beschrijving van de behandeling in het patiëntendossier. Daardoor is niet duidelijk of en, zo ja, welke activiteiten uitgevoerd zijn. Dit betekent dat binnen uw praktijk zorg geleverd (en in sommige gevallen: reeds gedeclareerd) is zonder dat aangetoond kan worden of en, zo ja, welke zorg aan patiënten is geleverd. 

Overtreding

De administratieve verplichting van artikel 36, eerste lid, Wmg luidt als volgt:

“Zorgaanbieders (…) voeren een administratie waaruit in ieder geval de overeengekomen en geleverde prestaties blijken, alsmede wanneer die prestaties zijn geleverd, aan welke patiënt onderscheidenlijk aan welke verzekerde die prestaties door een zorgaanbieder zijn geleverd, de daarvoor in rekening gebrachte tarieven en de in verband daarmee ontvangen of verrichte betalingen of vergoedingen aan derden.”
 

Zoals gezegd blijkt uit het onderzoek dat een groot aantal van de onderzochte dossiers niet is bijgehouden. Uit die dossiers wordt daardoor onvoldoende duidelijk of (en ook: welke) zorg geleverd is aan de patiënten. Die patiëntendossiers bieden daarom onvoldoende basis voor het declareren van de zorg.

 

Uw administratie voldoet daarmee niet aan de daaraan te stellen eisen. Dit is een overtreding van artikel 36 Wmg.

Last onder dwangsom

De NZa legt u daarom een last onder dwangsom op. De last onder dwangsom houdt in dat u tot en met 9 januari 2018 de tijd heeft om uw administratie alsnog op orde te brengen.

 

Dit betekent dat u een administratie moet voeren die voldoet aan artikel 36 Wmg. Concreet betekent dit dat behandelingen in ieder geval worden aangetekend in het patiëntendossier, en óók daarin omschreven worden. De patiëntendossiers moeten voldoende informatie bevatten om vast te kunnen stellen of de gedeclareerde zorg daadwerkelijk is geleverd. Bovendien dient een goede administratie het patiëntenbelang, het bijhouden van patiëntendossiers is essentieel voor het bieden van goede zorg.

 

De last onder dwangsom heeft betrekking op de dossiers van uw huidige cliënten en ziet niet op dossiers van cliënten die u niet langer behandelt. Meer specifiek dienen de behandelingen te worden geregistreerd vanaf 13 oktober 2017 (de datum van de aanwijzing).

 

Indien u niet uiterlijk 9 januari 2018 de administratie alsnog op orde brengt, bent u ons een dwangsom verschuldigd ter hoogte van  € 500,--. Voldoet u na deze datum nog steeds niet, dan wordt u per werkdag die verstrijkt, aanvullende dwangsommen verschuldigd van € 250,-- per dag. De totale dwangsom kan oplopen tot € 5.000,--.

Uw betalingsverplichting

De verplichting tot betaling van de dwangsom ontstaat onmiddellijk zodra u de dwangsom verschuldigd bent. Als u over meerdere dagen dwangsommen verschuldigd bent, moet u betalen binnen zes weken na de laatste dag waarover u de dwangsom verschuldigd bent. Mocht dat zover komen, dan wordt u daarover nader geïnformeerd.

 

De NZa zal de eventuele kosten voor aanmaning tot betaling van de verschuldigde dwangsom, de kosten in verband met eventueel te nemen invorderingsmaatregelen en de eventuele wettelijke rente voor rekening van uw instelling laten komen. 

Vervolgstappen

Betaling van de dwangsom ontslaat u niet van de verplichting om uw administratie op orde te brengen. Als u dit niet doet, neemt de NZa vervolgstappen. Denkt u hierbij aan een volgende – verhoogde – last onder dwangsom, of het opleggen van een bestuurlijke boete. 

Openbaarmaking

De overtreding is van dien aard dat het adequaat functioneren van de zorgverlenings- en zorginkoopmarkt en de positie van zorgaanbieders op die markt geen uitstel toelaat. Teneinde andere partijen op de zorgmarkten te informeren en te waarschuwen, zal de NZa daarom op grond van artikel 81 Wmg de last onder dwangsom ter openbare kennis brengen, nadat, na dagtekening van dit besluit, tien werkdagen zijn verstreken.

 

Dit betekent dat op de website van de NZa de last onder dwangsom – met naam en toenaam – openbaar wordt gemaakt. 

Contact

Indien u vragen hebt, kunt u contact opnemen met de behandelaar op het in het briefhoofd vermelde telefoonnummer.

 

 

Hoogachtend,

Nederlandse Zorgautoriteit,

 

 

 

drs. J.M. Landman

waarnemend directeur Toezicht en Handhaving

Bezwaarclausule

Indien u het niet eens bent met dit besluit, dan kunt u binnen zes weken na verzending/bekendmaking van dit besluit een bezwaarschrift indienen bij de Nederlandse Zorgautoriteit. U kunt uw bezwaar indienen per post of per fax. Het is niet mogelijk uw bezwaar via de e-mail in te dienen.

 

Adres:    Nederlandse Zorgautoriteit

              t.a.v. unit Juridische Zaken

              Postbus 3017

             3502 GA  UTRECHT

             (In de linkerbovenhoek van de envelop vermeldt u: Bezwaarschrift)

             Fax:        030 – 296 82 96

 

Het bezwaar dient volgens artikel 6:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht schriftelijk en ondertekend te worden ingediend en dient ten minste de volgende gegevens te bevatten:

  • naam en adres van de indiener;
  • de dagtekening;
  • een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar zich richt;
  • de gronden (onderbouwing) van het bezwaar.

 

Wij verzoeken u een kopie van dit besluit bij te voegen.

We wijzen u erop dat het indienen van bezwaar geen schorsende werking heeft (en dan ook niet in de weg staat aan publicatie).

 

Teneinde publicatie te voorkomen kunt u de Voorzieningenrechter van het College van Beroep voor het bedrijfsleven verzoeken een voorlopige voorziening te treffen. Een verzoek hiertoe kunt u doen via: https: //formulieren.rechtspraak.nl/formulier/VerzoekschriftCBb_031_3.aspx. Hiervoor heeft u wel een elektronische handtekening (DigiD) nodig. Schriftelijk kunt u ook een voorlopige voorziening aanvragen bij de voorzieningenrechter van het College van Beroep voor het bedrijfsleven, o.v.v. voorlopige voorziening Wet marktordening gezondheidszorg, Postbus 20021, 2500 EA ’s Gravenhage, of per fax aan 088 361 0056.

Naar boven