1 Toepassingsgebied
Elk schip voldoet aan de op dat schip van toepassing zijnde eisen van Bijlage 1 van het AFS-verdrag1.
De meeste schepen zijn voorzien van kathodische bescherming. Dit is geen wettelijke eis, maar wel het behoud van het schip. Echter, het is wel een wettelijke eis dat het schip te allen tijde voldoende sterk blijft.
2 Materialen en types (voor de specifieke eisen zie Annex I. Normenkader statutair)
2.1 Antifouling
Antifouling op een zeeschip is een beschermende verflaag die op de scheepshuid wordt aangebracht om aangroei van organismen voorkomen. Deze aangroei leidt tot hogere weerstand en wrijvingsweerstand in het water en meer gewicht van de aangroei zelf.
Dit heeft als gevolg:
- een lagere vaarsnelheid
- meer brandstofverbruik
- hogere kosten
- meer uitstoot
(De brandstofkosten maken circa 1/3 van de totale operationele kosten van een schip uit).
Antifouling:
- vermindert of voorkomt de aangroei
- verlengt de onderhoudsintervallen van de scheepshuid
- vergemakkelijkt het schoonmaken van de romp (in het water of bij een droogzetting) waardoor dit minder tijd kost en de kosten lager blijven
- zorgt er tevens voor dat er minder invasieve soorten tussen vaarroutes worden verspreid
2.2 International Convention on the Control of Harmful Anti-fouling Systems on Ships (AFS-Verdrag)
De chemische industrie heeft antifouling verven ontwikkeld met metaalverbindingen. Deze verbindingen "lekken" langzaam uit in het zeewater en doden zeepokken en ander zeeleven dat zich aan het schip heeft vastgehecht. Organotin tributyltin (TBT) is vanwege de schade aan het mariene milieu sinds 2008 wereldwijd verboden.
De IMO heeft het AFS verdrag aangenomen in 2001; op 17 september 2008 is het verdrag internationaal inwerking getreden voor de landen die zich erbij hebben aangesloten (lidstaten).
Lidstaten zijn verplicht het gebruik van schadelijke antifoulingsystemen te verbieden en/of te beperken op schepen die onder hun vlag varen, evenals op schepen die niet gerechtigd zijn hun vlag te voeren maar wel onder hun gezag opereren, en op alle schepen die een haven, scheepswerf of offshoreterminal van een lidstaat aandoen. De antifouling systemen die verboden of gereguleerd moeten worden, staan vermeld in een bijlage bij het AFS verdrag.
In 2021 heeft de IMO commissie MEPC wijzigingen aangenomen om controles op het biocide cybutryne op te nemen. Schepen mogen vanaf 1 januari 2023 geen antifouling systemen die deze stof bevatten meer (opnieuw) aanbrengen. Antifouling met cybutrine moet verwijderd worden of afgesloten door een coating laag aan te brengen bij de volgende geplande vernieuwing van het antifouling systeem na 1 januari 2023, maar uiterlijk 60 maanden na de laatste toepassing van een antifouling systeem met cybutryne.
2.3 Soorten antifouling
- Self-polishing copolymer (SPC) – de verflaag slijt langzaam weg door het contact met water, waarbij biociden vrijkomen (mits TBT en Cybutrine vrij)
- Biocidevrije coating – bijvoorbeeld siliconen- of fluorpolymeercoatings met een zeer glad oppervlak, waardoor organismen zich moeilijk kunnen hechten (foul release coatings).
- Ultrasoon systeem – met ultrasone (hoog frequente) energie die langs de romp wordt geleid waardoor er een elektrisch veld ontstaat dat voorkomt dat biofouling-organismen zich aan de romp hechten. Dit systeem werkt zonder koperen anodes.
- Nanocoatings – een dunne, duurzame beschermlaag die gebruikmaakt van nanotechnologie om het aanhechten van algen, mosselen en andere zeedieren op de romp te voorkomen.
- Finsulate – is een speciale folie, ontwikkeld om de romp van een schip te beschermen. Het is ontwikkeld volgens hetzelfde principe als dat van de zee-egel: kleine stekeltjes op het oppervlak voorkomen de hechting van algen, mosselen of andere organismen. De romp wordt daarmee "geïsoleerd". De enige kans voor organismen om zich te hechten is aan het uiteinde van die kleine stekeltjes. Maar van daaruit kunnen ze gemakkelijk worden verwijderd. En het schip kan in het water blijven liggen terwijl de verwijdering plaatsvindt.
Klassieke antifoulings bevatten vaak koperverbindingen en organische biociden; deze staan steeds meer onder druk vanwege milieubelasting. In de EU geldt REACH- en biocidenregelgeving voor toelating van antifoulingproducten. Sommige havens en landen stimuleren of verplichten biocidevrije alternatieven.
2.4 Kathodische bescherming
Kathodische bescherming is een techniek om stalen scheepsonderdelen zoals de romp, schroef, roer en andere ondergedompelde constructies te beschermen tegen corrosie door zeewater. Corrosie ontstaat omdat zeewater elektrisch geleidend is en als elektrolyt fungeert: het staal van het schip vormt dan een soort batterij waarin delen van het staal worden aangetast (oxidatie).
Kathodische bescherming verlengt de levensduur van het schip, vermindert onderhoudskosten en voorkomt structurele schade door roest. Vaak wordt het gecombineerd met verf- of coatinglagen voor optimale bescherming.
Een andere vorm van aantasting zijn de lekstromen die ontstaan als er elektrische installaties aan boord niet goed geaard zijn. De isolatiewaarden van de elektrische apparatuur wordt gecontroleerd middels een meggertest (zie 7b Leidraad meggeren - Netherlands Regulatory Framework (NeRF) – Maritime).
2.5 Soorten kathodische bescherming
- Opofferingsanodes - aan de romp of andere onderwaterdelen worden metalen blokken bevestigd, meestal van zink, aluminium of magnesium. Deze metalen zijn "onedele" metalen die sneller corroderen dan staal. Ze worden als het ware opgeofferd, waardoor het staal van het schip beschermd blijft.
Nadeel: de anodes lossen op en moeten regelmatig worden vervangen.
- Impressed Current Cathodic Protection (ICCP) - hierbij worden speciale anodes aangesloten op een gelijkstroombron. De stroom zorgt ervoor dat de stalen romp als kathode fungeert en daardoor niet corrodeert. Dit systeem is duurder en technisch complexer, maar efficiënter en beter regelbaar en heeft een levensduur van circa 25 jaar. Wanneer het systeem niet goed is geïnstalleerd, dan kan het juist op bepaalde plekken extra aantasting van de scheepshuid veroorzaken.
3 Onderhoud door externen en certificering
3.1 Onderhoud en verwijdering van antifouling
Bij onderhoud is regelmatig stralen of schuren van de scheepshuid nodig om oude verflagen en aangroei te verwijderen.
Onderhoud kathodische bescherming: vervangen opofferingsanodes wanneer het schip droog gezet wordt.
3.2 ICCP
Controleren op de werking van het systeem; dit is af te lezen op de controller in de machinekamer. Ook worden de data gelogd. Het onderhoud van het ICCP systeem moet meegenomen worden in het reguliere onderhoud van de machinekamer systemen.
3.3 Antifouling certificaat
Een certificaat van de verfleverancier wordt door de werf geleverd. Het certificaat bevestigt dat het schip geen verboden stoffen in het antifouling systeem heeft en geeft informatie over welk type antifouling is toegepast met de bijbehorende chemische eigenschappen.
Op basis van deze informatie geeft ILT een AFS certificaat uit.
AFS certificering is vereist voor:
- Zeeschepen van 400 GT en groter die internationale reizen maken krijgen een AFS certificaat.
- Elk schip met een lengte van 24 meter of meer, maar van minder dan 400 GT, dat internationale reizen maakt, is voorzien van een door de eigenaar of diens bevoegde agent ondertekende verklaring als bedoeld in voorschrift 5 van Bijlage 4 van het AFS-verdrag, die voldoet aan de daaraan in dat voorschrift gestelde eisen.
Zeeschepen <24 meter hoeven geen certificaat of een verklaring te hebben, maar moeten wel aan het AFS verdrag voldoen.
Het AFS certificaat kent geen einddatum. Wel moet er een nieuw certificaat worden afgegeven bij omvlagging en bij het verwijderen en opnieuw aanbrengen van het anti-fouling systeem.
4 Eisen klasse
4.1 Antifouling
- Bescherming tegen corrosie: Onderdelen die blootstaan aan corrosie moeten worden vervaardigd van corrosiebestendige materialen of worden voorzien van een effectieve corrosiebescherming.
- Opslag van verf: Voor ruimten waarin verf wordt opgeslagen (paint stores), zijn specifieke brandblussystemen vereist, zoals een vast gasbrandblussysteem.
4.2 Kathodische bescherming
Zodra vissersvaartuigen drooggezet worden, wordt bekeken wat de staat is van de opofferingsanodes en worden er zo nodig nieuwe (bij)geplaatst.
Goedgekeurde kabeldoorvoeringen (type approval) en behuizing ICCP. ILT kijkt naar de doorvoeringen door de huid, de verbinding van de doorvoeringen met de scheepshuid.
Voorbeeld ICCP type approval beunkast doorvoering
6 Voorbereiding inspectie en de inspectie aan boord
Aan boord moet nagegaan worden of er, indien vereist, een geldig AFS certificaat of een geldige AFS verklaring aan boord is.
Tijdens de droogzetting wordt de status van de opofferingsanodes bekeken. Als een anode voor ruim de helft weggeteerd, is het tijd voor vervanging.