Onderwerp: Bezoek-historie

Regeling keuringsinstanties Wet pleziervaartuigen
Publicatiedatum:01-01-2005Geldigheid:01-01-2005 t/m 24-12-2015Versie:vergelijk
Vergelijk versie 20050101 met:
Vergelijk met versie: 20020101: 01-01-2002 t/m 31-12-2004  X

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Regeling keuringsinstanties Wet pleziervaartuigen
De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Besluit:

§ 1 DefinitieBegripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder Raad: de Raad voor Accreditatie te Utrecht.

  • a. modules A bis, optie 1, B, D, E, F, G en H: de overeenstemmingsbeoordelingsmodules A bis, optie 1, B, D, E, F, G en H bedoeld in bijlagen VI, VII, IX, XVI, X, XI en XII van de richtlijn;relaties0
  • b. NEN-EN 45001, NEN-EN 45004, NEN-EN 45011 of NEN-EN 45012: de met de desbetreffende aanduiding overeenkomende norm, uitgegeven door het Nederlands Normalisatie-instituut te Delft;relaties0
  • c. Raad: de Stichting Raad voor Accreditatie, gevestigd te Utrecht.relaties0
relaties0relaties0
relaties0

§ 2 Aanvragen

Artikel 2

relaties0

Artikel 3

  • 1. Een aanvraag gaat vergezeld van de volgende gegevens en bescheiden:
    • a.een uittreksel van het ter zake van de aanvrager in het handelsregister ingeschrevene;relaties0
    • b.afschriften van polissen van tegen wettelijke aansprakelijkheid afgesloten verzekeringen;relaties0
    • c.indien de aanvrager geaccrediteerd is door de Raad: het certificaat van accreditatie, alsmede een schriftelijke verklaring waarin de aanvrager de Raad machtigt om alle door de Minister van Verkeer en Waterstaat gewenste gegevens en inlichtingen met betrekking tot zijn accreditatie te verstrekken;relaties0
    • d.indien de aanvrager niet geaccrediteerd is door de Raad: een door de Raad opgesteld beoordelingsrapport dat de uitkomsten bevat van een door de Raad met inachtneming van de artikelen 4 en 4a verricht onderzoek naar het vermogen van de aanvrager om de taken te verrichten waarvoor aanwijzing is gevraagd.relaties0
    relaties0
  • 2. Een niet door de Raad geaccrediteerde aanvrager verschaft de Raad alle gegevens en bescheiden die de Raad voor het opstellen van het in het eerste lid, onderdeel d, genoemde beoordelingsrapport nodig heeft.relaties0
relaties0
relaties0

§ 23 AanwijzingBeoordelingscriteria

Artikel 2

Een aanvraag om aangewezen te worden als keuringsinstantie op grond van artikel 8, eerste lid, van de Wet pleziervaartuigen, vermeldt of aanwijzing wordt gevraagd voor:

  • a. de werkzaamheden, bedoeld in bijlage VI van de richtlijn;relaties0
  • b. de werkzaamheden, bedoeld in bijlage VII van de richtlijn;relaties0
  • c. de werkzaamheden, bedoeld in bijlage IX van de richtlijn;relaties0
  • d. de werkzaamheden, bedoeld in bijlage X van de richtlijn;relaties0
  • e. de werkzaamheden, bedoeld in bijlage XI van de richtlijn;relaties0
  • f. de werkzaamheden, bedoeld in bijlage XII van de richtlijn; ofrelaties0
  • g. een bepaalde combinatie van de werkzaamheden, genoemd onder a tot en met f. relaties0
relaties0relaties0

Artikel 33a

  • 1. De aanvraag, bedoeldEen aan te wijzen keuringsinstantie is als in artikel 2, gaat vergezeld van een geldig certificaat van accreditatieNederland gevestigd bedrijf of als in Nederland gevestigde nevenvestiging van de aanvrager voor de werkzaamheden waarvoor aanwijzing wordt gevraagd, afgegeven door de Raadeen buitenlands bedrijf ingeschreven in het handelsregister.relaties0
  • 2. In afwijking van het eerste lid kanDe aan te wijzen keuringsinstantie heeft een aanvraag tot 1 juli 1997 vergezeld gaan van bewijsstukken, waaruit blijkt datverzekering afgesloten tegen wettelijke aansprakelijkheid waarvan de aanvrager voldoet aanverzekerde som ten artikel 4, eerste lid, onderdelen a en b. minste € 2.268.901 per gebeurtenis bedraagt.relaties0
relaties0

Artikel 4

  • 1. Het certificaat van accreditatie, bedoeld inEen aan te wijzen keuringsinstantie voldoet artikel 3, eerste lid, wordt afgegeven dooraan de Raad indien uit een onderzoek gebleken is dat:criteria opgenomen in bijlage XIV van de richtlijn.
    • a. de aanvrager, met inachtneming van het tweede tot en met het vijfde lid, voldoet aan de criteria voor de aanwijzing van de aan te melden instanties door de lid-staten, zoals opgenomen in bijlage XIV van de richtlijn; enrelaties0
    • b. de aanvrager voldoet aan de op het moment van onderzoek, voor instanties met werkzaamheden als die waarvoor de aanvrager aangewezen wenst te worden, geldende beoordelingscriteria van, naar keuze van de aanvrager, de publicatie NEN-EN 45001, NEN-EN 45004, NEN-EN 45011 of NEN-EN 45012, uitgegeven door het Nederlands Normalisatie-instituut.relaties0
    relaties0
  • 2. Ter beoordeling of voldaan wordt aan punt 4, eerste gedachtestreepje, van bijlage XIV van de richtlijn, wordt van de aanvragerEen instantie die uitsluitend aangewezen wenst te worden voor de werkzaamheden, bedoeld in module A bisartikel 2, onder a, bij het onderzoek vastgesteld ofoptie 1 beschikt over voldoende kennis van scheepsbouw op HBO-niveau aanwezig is.relaties0
  • 3. Ter beoordeling of voldaan wordt aan punt 4, eerste gedachtestreepje, van bijlage XIV van de richtlijn, wordt van de aanvragerEen instantie die aangewezen wenst te worden voor de werkzaamhedenmodules B, bedoeld inD, E, artikel 2, onder b tot en met gF, bij het onderzoek vastgesteld ofG en H beschikt over voldoende kennis van scheepsbouw en werktuigbouw op HBO-niveau en kennis van elektrotechniek op MBO-niveau aanwezig is.relaties0
  • 4. De kennisniveaus, bedoeld in het tweede en derde lid, kunnen ook aanwezig zijn in de vorm van een gelijkwaardige combinatie van opleiding en ervaring.relaties0
  • 5. Ter beoordeling of voldaan wordt aan punt 6 van bijlage XIV, wordt bij het onderzoek vastgesteld of de aanvrager een verzekering heeft afgesloten tegen wettelijke aansprakelijkheid waarvan de verzekerde som tenminste € 2.268.901 per gebeurtenis bedraagt. relaties0
relaties0

Artikel 4a

Een aan te wijzen keuringsinstantie voldoet met het oog op de te verrichten taken aan de beoordelingscriteria van:

  • a.voor modules A bis, optie 1, en F: NEN-EN 45001, NEN-EN 45004 of NEN-EN 45011;relaties0
  • b.voor modules B en G: NEN-EN 45004 of NEN-EN 45011;relaties0
  • c.voor modules D, E en H: NEN-EN 45012.relaties0
relaties0relaties0

Artikel 4b

Een aan te wijzen keuringsinstantie wordt vermoed te voldoen aan de artikelen 4 en 4a, indien zij voor de taken waarvoor aanwijzing wordt gevraagd is geaccrediteerd door de Raad.

relaties0relaties0
relaties0

§ 3 Uitbesteding

Artikel 5

Indien een keuringsinstantie op grond van artikel 10 van de Wet pleziervaartuigen anderen beproevingen en controles laat verrichten:

  • a. vergewist zij zich ervan dat deze voldoen aan de van toepassing zijnde eisen van de publicatie NEN-EN 45001, uitgegeven door het Nederlands Normalisatie-instituut;relaties0
  • b. zorgt zij ervoor dat deze daarbij de in de Wet pleziervaartuigen en de in deze regeling opgenomen regels in acht nemen;relaties0
  • c. legt zij de daarvoor benodigde afspraken schriftelijk vast; enrelaties0
  • d. houdt zij een register bij, aan de hand waarvan bedoelde anderen en de door deze uitgevoerde beproevingen en controles kunnen worden geïdentificeerd. relaties0
relaties0relaties0
relaties0

§ 4 Toezicht

Artikel 5

Een keuringsinstantie verstrekt de Minister van Verkeer en Waterstaat jaarlijks voor 1 maart een schriftelijke rapportage over de in het voorgaande kalenderjaar door haar uitgevoerde keuringen en procedures van overeenstemmingsbeoordeling in het kader van de Wet pleziervaartuigen.

relaties0relaties0

Artikel 6

EenDe keuringsinstantie voldoet aanstelt de volgende voorwaardenMinister van Verkeer en Waterstaat onverwijld in kennis van:

  • a. zij bewaart op een systematische en behoorlijke wijze de keuringsrapporten, dossiers, verslagen, certificaten, verklaringen en overige gegevens, die samenhangen met en betrekking hebben op de werkzaamheden waarvoor zij is aangewezen en zorgt ervoor dat de door haar gekeurde producten aan de handwijzigingen van het ter zake van de doorkeuringsinstantie in het handelsregister ingeschrevene, met betrekking tot haar gevoerde administratie afdoende kunnen worden geïdentificeerdnaam en adresgegevens;relaties0
  • b.indien zij verstrekt het Ministerie van Verkeer en Waterstaat jaarlijks voor 1 maart een schriftelijke rapportage, die tenminste voldoet aan het bepaalde in de taken waarvoor zij is aangewezenartikel 7, overdoor de werkzaamheden die zij in het kaderRaad is geaccrediteerd: wijziging, schorsing of beëindiging van deze regeling in het voorgaande kalenderjaar heeft verrichthaar accreditatie; enrelaties0
  • c.indien zij verstrekt het Ministerieniet over een accreditatie als bedoeld in onderdeel b beschikt: wijzigingen in de organisatie, de bedrijfsinterne procedures of de personele bezetting van Verkeer en Waterstaat jaarlijksde keuringsinstantie, voorzover die wijzigingen relevant zijn voor 1 augustus een financieel verslag over het voorafgaande kalenderjaar,de wijze waarop of de mate waarin aandacht is besteedde keuringsinstantie voldoet aan de werkzaamhedenartikelen 4 waarvoor zijen 4a is aangewezen. relaties0
relaties0relaties0

Artikel 7

De schriftelijke rapportage, bedoeld in artikel 6, onderdeel b, bevat tenminste, voor zover daarvan sprake is geweest in het verslagjaar, de volgende onderwerpen:

  • a. de door de keuringsinstantie daadwerkelijk uitgevoerde keuringen en procedures van overeenstemmingsbeoordeling met betrekking tot pleziervaartuigen en onderdelen daarvan, alsmede de daarbij opgedane ervaringen;relaties0
  • b. wijzigingen in de op dit werkterrein betrekking hebbende erkenningen, reglementen, procedures en onderzoekscriteria;relaties0
  • c. wijzigingen in de taakverdeling binnen de keuringsinstantie en wijzigingen in de bestuurssamenstelling;relaties0
  • d. wijzigingen in statuten of huishoudelijke reglementen;relaties0
  • e. samenwerking en overleg met andere keuringsinstanties die zijn aangewezen op grond van de Wet pleziervaartuigen;relaties0
  • f. de ervaringen met de inschakeling van anderen op het werkterrein;relaties0
  • g. het gevoerde overleg en de samenwerking met andere keuringsinstanties;relaties0
  • h. knelpunten op het werkterrein, die uit de uitvoeringspraktijk naar voren komen;relaties0
  • i. tegen beslissingen van de keuringsinstantie ingediende bezwaren en ingestelde beroepen, alsmede de afhandeling daarvan en de resultaten. relaties0
relaties0relaties0

Artikel 87

  • 1. De Raad onderzoekt elke vier jaar of eenEen keuringsinstantie voldoet aan de voor die keuringsinstantie geldende criteria,niet over een accreditatie als bedoeld in artikel 46, onderdeel b, beschikt, wordt jaarlijks onderworpen aan een controleonderzoek en vierjaarlijks aan een hernieuwd onderzoek, uit te voeren door de Raad, die over de uitkomsten van het onderzoek rapporteert aan de Minister van Verkeer en Waterstaat.relaties0
  • 2. DeBij een controleonderzoek wordt globaal getoetst of de keuringsinstantie is verplicht ten aanziennog steeds voldoet aan de artikelen 3a tot en met 4a. Bij een hernieuwd onderzoek vindt een volledige herbeoordeling plaats van het in het eerste lid genoemde onderzoek alle medewerkingvermogen van de keuringsinstantie om, gelet op haar organisatie, personeel en materieel, de taken te verlenen die redelijkerwijs gevorderd kan wordenverrichten waarvoor zij is aangewezen.relaties0
  • 3. Indien de Raad blijktDe periode tussen het onderzoek, dat een keuringsinstantie niet meer voldoet aan de voor die keuringsinstantie geldende criteria, bedoeld in artikel 43, eerste lid, onderdeel d, trekten het eerstvolgende controleonderzoek of tussen twee onderzoeken als bedoeld in het eerste lid bedraagt ten minste acht en ten hoogste zestien maanden. Indien bij twee opeenvolgende onderzoeken als bedoeld in het eerste lid geen non-conformiteiten zijn geconstateerd en de Raad het certificaatkeuringsinstantie tevens naar behoren heeft voldaan aan de artikelen 5 en 6, wordt de keuringsinstantie in afwijking van accreditatie in en stelt de Minister van Verkeer en Waterstaat hiervan onverwijld in kennis. het eerste lid uiterlijk vierentwintig maanden na het vorige onderzoek onderworpen aan het eerstvolgende onderzoek.relaties0
  • 4. Bij samenloop van een hernieuwd onderzoek met een controleonderzoek treedt het hernieuwde onderzoek in de plaats van dat controleonderzoek.relaties0
relaties0
relaties0

§ 5 Kosten

Artikel 98

  • 1. Een door de Raad onderzochte aanvrager vergoedt de aan het onderzoek verbonden kosten aan de Raad.relaties0
  • 2. Een keuringsinstantie vergoedt de aan de periodieke onderzoeken, bedoeld in artikel 8, verbonden kosten aan de Raad.relaties0
  • 3. De Raad hanteert voor de vaststelling van de kosten, bedoeld in het eerste en tweede lid, ten aanzien van elke keuringsinstantie op dezelfde maatstaven gebaseerde tarieven. relaties0
relaties0

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2005]

[Red: Vervallen]

relaties0relaties0
relaties0

§ 6 Slotbepalingen

Artikel 10

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1997.

relaties0relaties0

Artikel 11

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling keuringsinstanties Wet pleziervaartuigen.

relaties0relaties0
relaties0

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De
Minister
van Verkeer en Waterstaat,
A.
Jorritsma-Lebbink
Naar boven