Onderwerp: Bezoek-historie

Regeling bemanning zeegaande zeilschepen
Publicatiedatum:01-04-2019Geldigheid:01-04-2019 t/m Versie:vergelijk Vergelijk met versie: 20041126: 26-11-2004 t/m 31-12-2007  X

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Regeling, houdende bepalingen omtrent de bemanning van zeegaande zeilschepen in de commerciële vaart met een lengte van minder dan 40 meter (Regeling bemanning zeegaande zeilschepen)

Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. wet:

ZeevaartbemanningswetWet zeevarenden;

b. ervaring:

de diensttijd uitgedrukt in seizoenen, in een bepaalde functie aan boord van in de vaart zijnde zeilschepen;

c. binnenwateren:

de binnenwateren van het communautaire net, behorende tot zone 2, zoals omschrevenbedoeld in Bijlage I, behorende bij het Binnenschepenbesluitbijlage 1 bij richtlijn nr. 2006/87/EG van het Europees parlement en de Raad van 12 december 2006 tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen en tot intrekking van richtlijn nr. 82/714/EEG van de Raad (PbEU L 389);

d. seizoen:

een, al dan niet aaneengesloten, periode van 180 kalenderdagen;

e. vaargebied I:

het gebied dat zich uitstrekt van de monding van de Eems over de Duitse Wadden, begrensd door de laagwaterlijn op het Noordzeestrand van de Duitse Waddeneilanden tot de oostpunt van Spiekeroog, en vervolgens van de lijn van de oostpunt van Spiekeroog - Harleboei - vuurschip Weser - vuurschip Elbe I en de Elbemonding tot Brunsbüttel, begrensd door de rode boeienlijn, tevens omvattend het Noord-Oostzeekanaal, het Kielerfjord, de westelijke Oostzee, Belten en Sont, begrensd door de lijn Grenaa - Kullen in het Noorden en in het Oosten door de lijn Falster Bo - Cap Arkona, inclusief het bodden- en haffengebied ten zuiden van Rügen;

f. vaargebied II:

een strook kustwater van 25 mijl uit de kust te beginnen dwars van Nieuwpoort tot de monding van de Elbe (Elbe I) en de Eider (Toenning), tevens omvattend het Noord-Oostzeekanaal en de westelijke Oostzee, Belten en Sont en het Kattegat in het Noorden begrensd door de lijn Skagen - Göteborg en in het Oosten door de lijn Simrishamn - oostkust Bornholm -Stettin, met dien verstande dat Bornholm in het Oosten op maximaal 25 mijl gepasseerd mag worden;

g. vaargebied III:

de gehele Oostzee, de Noordzee, in het Noorden begrensd door de lijn van 63 graden 30 minuten Noorderbreedte (tot maximaal 25 mijl uit de Noorse kust) - 61 graden Noorderbreedte, 1 graad Westerlengte - Strathie Head verbonden met de lijn van Barony Point - Mull - oostkust Colonsay -Islay (Ardmore Point) - Inishowen Head (Noord-Ierland) en vervolgens in het Zuidwesten van Old Head of Kinsale (Zuid-Ierland nabij Cork Harbour) naar 48 graden Noorderbreedte, 6 graden Westerlengte (ca. 25 mijl west van Pointe du Raz) tot de zuidoever van de Gironde (45 graden Noorderbreedte, 2 graden 35 minuten Westerlengte); tot vaargebied III behoort tevens de gehele Middellandse Zee vanaf de Straat van Gibraltar;

h. vaargebied IIIA:

de zuidelijke Noordzee, in het noorden begrensd door de parallel van 53 graden Noorderbreedte en in het zuiden begrensd door de lijn Calais-Dover, alsmede de wateren tot 30 mijl uit de Europese kusten binnen het vaargebied III;

i. vaargebied IV:

onbeperkt vaargebied.

relaties0relaties0

Artikel 2

  • 1. In plaats van het bepaalde in artikel 8, eerste tot en met vijfde en zevende lid, van het Besluit zeevarenden, is op de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs voor het dienstdoen op zeilschepen van minder dan 500 GT het bepaalde in dit artikel van toepassing.relaties0
  • 2. Een vaarbevoegdheidsbewijs wordt afgegeven indien de aanvrager aantoont te voldoen aan de bij of krachtens het in het eerste lid bedoelde besluit vereiste kennis en ervaring, mits het bekwaamheidsbewijs voor de zeilvaart ten hoogste 4 jaar voor het indienen van de aanvraag is afgegeven.relaties0
  • 3. Een geldig vaarbevoegdheidsbewijs of een aanvulling daarop kan worden vernieuwd indien de houder heeft dienstgedaan in een naar het oordeel van Onze Minister relevante functie waarvoor een vaarbevoegdheid is vereist en die door de houder op grond van de aan hem toegekende vaarbevoegdheden mocht worden vervuld of in een andere, bij regeling van Onze Minister vastgestelde, daarmee vergelijkbare functie, gedurende ten minste:
    • a.1 seizoen in de periode van 5 jaar voorafgaand aan de datum van de aanvraag tot vernieuwing; ofrelaties0
    • b.½ seizoen in de periode van 6 maanden voorafgaand aan de datum van de aanvraag tot vernieuwing.relaties0
    relaties0
  • 4. Een vaarbevoegdheidsbewijs of een aanvulling daarop waarvan de geldigheid niet langer dan 5 jaar is verstreken wordt op verzoek vernieuwd indien de houder voorafgaand aan de aanvraag:
    • a.een opleiding heeft gevolgd als bedoeld in de artikelen 8.16 of 8.17 van de Regeling zeevarenden en deze met succes heeft afgesloten;relaties0
    • b.gedurende ten minste ½ seizoen in de periode van 6 maanden voorafgaand aan de datum van de aanvraag tot vernieuwing in een naar het oordeel van Onze Minister relevante functie boven de sterkte heeft dienstgedaan; ofrelaties0
    • c.gedurende ten minste ½ seizoen in de periode van 6 maanden voorafgaand aan de datum van de aanvraag tot vernieuwing in een naar het oordeel van Onze Minister relevante maar lagere functie heeft dienstgedaan dan waarvoor zijn ongeldig geworden vaarbevoegdheidsbewijs gold.relaties0
    relaties0
  • 5. Onze Minister geeft op verzoek een vaarbevoegdheidsbewijs af met een geldigheidsduur van ten hoogste 6 maanden voor de vervulling van een functie als bedoeld in het vierde lid, onderdeel c.relaties0
  • 6. Een vaarbevoegdheidsbewijs waarvan de geldigheid langer dan 5 jaar is verstreken wordt op verzoek vernieuwd indien de houder voorafgaand aan de aanvraag een opleiding heeft gevolgd als bedoeld in de artikelen 8.16 of 8.17 van de Regeling zeevarenden en deze met succes heeft afgesloten.relaties0
  • 7. Indien de aanvrager van een duplicaat vaarbevoegdheidsbewijs aanspraak kan maken op vernieuwing van het vaarbevoegdheidsbewijs, wordt hem desgevraagd met inachtneming van het derde lid een vaarbevoegdheidsbewijs afgegeven.relaties0
relaties0
relaties0

Hoofdstuk 2 Bepalingen inzake kennisbewijzenBekwaamheidsbewijzen en ervaring voor de zeilvaart

Artikel 3

  • 1. Voor de toepassing van deze regeling wordt met het diploma stuurman grote zeilvaart gelijkgesteld:
    • a. het diploma als stuurman voor de kleine handelsvaart tezamen met het aanvullingsdiploma als stuurman voor de kleine handelsvaart;relaties0
    • b. het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart;relaties0
    • c. het diploma als stuurman voor de grote sleepvaart;relaties0
    • d. het diploma als tweede stuurman voor de grote handelsvaart;relaties0
    • e. het diploma als eerste stuurman voor de grote handelsvaart;relaties0
    • f. het diploma voor de zeevisvaart S-IV v;relaties0
    • g. het diploma als stuurman voor de zeevisvaart tezamen met het aanvullingsdiploma als stuurman voor de zeevisvaart, ofrelaties0
    • h. het kennisbewijs stuurman-werktuigkundige kleine schepen, mits de houder in het bezit is van het certificaat grote zeilvaart, bedoeld in artikel 14.relaties0
    relaties0
  • 2. Voor de toepassing van deze regeling wordt met het diploma stuurman kleine zeilvaart gelijkgesteld:
    • a. de diploma's en het kennisbewijs genoemd in het eerste lid onder a tot en met h;relaties0
    • b. het diploma als stuurman voor de kleine handelsvaart;relaties0
    • c. het diploma als stuurman voor de kustsleepvaart;relaties0
    • d. het diploma als stuurman voor de beperkte kleine handelsvaart, ofrelaties0
    • e. het diploma voor de zeevisvaart SW V,
      mits de houder in het bezit is van het certificaat kleine zeilvaart, bedoeld in artikel 16.relaties0
    relaties0
relaties0

Artikel 43

Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs alsvoor de functie kapitein kleine schepenzeilvaart met de beperking tot zeilschepen van minder dan 500 GT op reizen in de vaargebieden III en IV is ten minste vereist:

ten minste vereist:

  • a. het diplomabekwaamheidsbewijs stuurman grote zeilvaart,;relaties0
  • b.het certificaat basisveiligheid;relaties0
  • c.het certificaat medische eerste hulp aan boord;relaties0
  • d.het certificaat medische zorg aan boord;relaties0
  • be. het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie,; enrelaties0
  • cf. een diensttijd van drie2 seizoenen als stuurman aan boord van zeilschepenwachtstuurman zeilvaart.relaties0
relaties0relaties0

Artikel 5

Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als kapitein kleine schepen met de beperking tot zeilschepen met een brutotonnage van minder dan 500 op reizen in de vaargebieden III en IV, is ten minste vereist:

  • a. het diploma stuurman grote zeilvaart;relaties0
  • b. het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie, enrelaties0
  • c. een diensttijd van twee seizoenen als stuurman aan boord van zeilschepen.relaties0
relaties0relaties0

Artikel 6

Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als kapitein kleine schepen met de beperking tot zeilschepen op reizen in de vaargebieden I, II en IIIA, is ten minste vereist:

  • a. het diploma stuurman kleine zeilvaart;relaties0
  • b. het beperkte certificaat maritieme radiocommunicatie, enrelaties0
  • c. een diensttijd van drie seizoenen aan boord van zeilschepen.relaties0
relaties0relaties0

Artikel 74

  • 1. Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs alsvoor de functie kapitein kleine schepenzeilvaart met de beperking tot zeilschepen met een brutotonnage van minder dan 500 GT op reizen in de vaargebieden I, II en IIIA, is ten minste vereist:
    • a. het diplomabekwaamheidsbewijs stuurman kleine zeilvaart;relaties0
    • b. het beperkte certificaat maritieme radiocommunicatie, enbasisveiligheid;relaties0
    • c.het certificaat medische eerste hulp aan boord;relaties0
    • d.het beperkt certificaat maritieme radiocommunicatie; enrelaties0
    • ce. een diensttijd van twee2 seizoenen als wachtstuurman zeilvaart aan boord van zeilschepen, waarbij ten hoogste één1 seizoen op binnenwateren mag zijn behaald.relaties0
    relaties0
  • 2. Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als kapitein kleine schepenzeilvaart met de beperking tot zeilschepen met een brutotonnage van minder dan 500 GT op reizen uitsluitend in de vaargebieden I en II volstaat, in afwijking van het gestelde in het eerste lid onder c, onderdeel e, een diensttijd van twee2 seizoenen als wachtstuurman zeilvaart aan boord van zeilschepen op de binnenwateren.relaties0
relaties0

Artikel 85

Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als stuurman kleine schepenwachtstuurman zeilvaart met de beperking tot zeilschepen van minder dan 500 GT op reizen in de vaargebieden III en IV, is ten minste vereist:

  • a. het diplomabekwaamheidsbewijs stuurman grotekleine zeilvaart;relaties0
  • b. het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie,basisveiligheid;relaties0
  • c. een diensttijd van een seizoen als gezelhet certificaat medische eerste hulp aan boord van zeilschepen, en;relaties0
  • d.het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie; enrelaties0
  • de. de leeftijd van 18 jaar.relaties0
relaties0relaties0

Artikel 96

Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als stuurman kleine schepenwachtstuurman zeilvaart met de beperking tot zeilschepen met een brutotonnage van minder dan 500 GT op reizen in de vaargebieden IIII, II en IV,IIIA is ten minste vereist:

  • a. het diplomabekwaamheidsbewijs stuurman kleine zeilvaart,;relaties0
  • b. het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie,basisveiligheid;relaties0
  • c. een diensttijd van een seizoen als gezelhet certificaat medische eerste hulp aan boord van zeilschepen, en;relaties0
  • d.het beperkt certificaat maritieme radiocommunicatie; enrelaties0
  • de. de leeftijd van 18 jaar.relaties0
relaties0relaties0

Artikel 10

Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als stuurman kleine schepen met de beperking tot zeilschepen op reizen uitsluitend in de vaargebieden I, II en IIIA, is ten minste vereist:

  • a. het diploma stuurman kleine zeilvaart,relaties0
  • b. het beperkte certificaat maritieme radiocommunicatie,relaties0
  • c. een diensttijd van een seizoen als gezel aan boord van zeilschepen, die op binnenwateren mag zijn behaald, enrelaties0
  • d. de leeftijd van 18 jaar.relaties0
relaties0relaties0

Artikel 117

Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als gezel zeilvaart met de beperking tot de zeilvaartzeilschepen van minder dan 500 GT is ten minste vereist:

  • a. een schriftelijke verklaring van de kapitein alsvan een Nederlands zeilschip dat de aanvrager heeft aangetoond te voldoen aan de eisen van bekwaamheid, bedoeld in artikel 17,sectie A-II/4 van de STCW-Code;relaties0
  • b. het certificaat basis veiligheidstrainingbasisveiligheid;relaties0
  • c. een diensttijd van zes maanden aan boord van zeilschepen1 seizoen als aankomend gezel zeilvaart, welke diensttijddie op de binnenwateren mag zijn behaald,; enrelaties0
  • d. de leeftijd van 16 jaar.relaties0
relaties0relaties0

Artikel 8 [Vervallen per 03-05-2014]

[Red: Vervallen]

relaties0relaties0

Artikel 9 [Vervallen per 03-05-2014]

[Red: Vervallen]

relaties0relaties0

Artikel 10 [Vervallen per 03-05-2014]

[Red: Vervallen]

relaties0relaties0

Artikel 11 [Vervallen per 03-05-2014]

[Red: Vervallen]

relaties0relaties0
relaties0

Hoofdstuk 3 BeroepsvereistenLandelijk Examenbureau voor de Beroepszeilvaart

§ 1 Erkenning Landelijk Examenbureau voor de Beroepszeilvaart

Artikel 12

  • 1. Een diploma stuurman grote zeilvaart of stuurman kleine zeilvaart, alsmede een certificaat grote zeilvaart of kleine zeilvaart, wordt afgegeven door het Landelijke Examenbureau voor de Beroepszeilvaart.relaties0
  • 2. Het Landelijk Examenbureau, bedoeld in het eerste lid, voldoet aan de volgende eisen:
    • a. het heeft rechtspersoonlijkheid;relaties0
    • b. aan het Landelijk Examenbureau zijn verbonden een Examencommissie, een College van Gecommitteerden en een College van Toezicht;relaties0
    • c. de Examencommissie bestaat uit deskundigen uit het vakgebied en is belast met het opstellen van examens en de uitvoering daarvan;relaties0
    • d. het College van Gecommitteerden bestaat tenminste uit een vertegenwoordiger van de bedrijfstak, een vertegenwoordiger van de werknemers in de bedrijfstak, een vertegenwoordiger van de diploma- en certificaathouders en een vertegenwoordiger van het onderwijs voor de beroepszeilvaart.relaties0
    relaties0
  • 3. Het College van Gecommitteerden heeft tot taak:
    • a. het opzetten en bewaken van beroepsprofielen;relaties0
    • b. het vaststellen van de eindtermen documenten;relaties0
    • c. het goedkeuren van het door het bestuur van het Examenbureau opgestelde examenreglement, enrelaties0
    • d. het bewaken van het kwaliteitsniveau van de schriftelijke en mondelinge examens.relaties0
    relaties0
  • 4. Het College van Gecommitteerden kan worden aangevuld met deskundigen uit de Handelsvaart of de Koninklijke Marine.relaties0
  • 5. Het College van Toezicht is tenminste samengesteld uit een vertegenwoordiger van de bedrijfstak en een vertegenwoordiger van het onderwijs voor de beroepszeilvaart. Daarnaast telt het College een vertegenwoordiger van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat die fungeert als waarnemer. Het College heeft als voorzitter een onafhankelijke jurist.relaties0
  • 6. Teneinde het kwaliteitsniveau te garanderen, wordt het Landelijk Examenbureau voor de Beroepszeilvaart jaarlijks onderworpen aan een interne kwaliteitskontrole die wordt uitgevoerd door het Bureau zelf. Eens in de vijf jaar wordt een kwaliteitskontrole uitgevoerd door onafhankelijke externe deskundigen. Alle kwaliteitsrapporten bevatten tenminste de geconstateerde tekortkomingen en de daaruit voortvloeiende acties voor verbetering.relaties0
  • 7. De kwaliteitsrapportages, bedoeld in het zesde lid, worden ter beschikking gesteld van de inspecteur-generaal.relaties0
  • 8. De bevoegdheid van het Landelijke Examenbureau tot het afgeven van de diploma's, alsmede het certificaat, bedoeld in het eerste lid, kan worden ingetrokken, indien naar de mening van de Minister van Verkeer en Waterstaat uit de jaarlijkse of vijfjaarlijkse kwaliteitscontroles blijkt dat er ernstige tekortkomingen zijn geconstateerd, dan wel dat onvoldoende uitvoering wordt gegeven aan het implementeren van acties ter verbetering, waardoor de kwaliteit van de examinering onvoldoende is gewaarborgd.relaties0
relaties0
relaties0

Artikel 12

  • 1. Een diploma stuurman grote zeilvaart of stuurman kleine zeilvaart, alsmede een certificaat grote zeilvaart of kleine zeilvaart, wordt afgegeven door het Landelijke Examenbureau voor de Beroepszeilvaart.relaties0
  • 2. Het Landelijk Examenbureau, bedoeld in het eerste lid, voldoet aan de volgende eisen:
    • a. het heeft rechtspersoonlijkheid;relaties0
    • b. aan het Landelijk Examenbureau zijn verbonden een Examencommissie, een College van Gecommitteerden en een College van Toezicht;relaties0
    • c. de Examencommissie bestaat uit deskundigen uit het vakgebied en is belast met het opstellen van examens en de uitvoering daarvan;relaties0
    • d. het College van Gecommitteerden bestaat tenminste uit een vertegenwoordiger van de bedrijfstak, een vertegenwoordiger van de werknemers in de bedrijfstak, een vertegenwoordiger van de diploma- en certificaathouders en een vertegenwoordiger van het onderwijs voor de beroepszeilvaart.relaties0
    relaties0
  • 3. Het College van Gecommitteerden heeft tot taak:
    • a. het opzetten en bewaken van beroepsprofielen;relaties0
    • b. het vaststellen van de eindtermen documenten;relaties0
    • c. het goedkeuren van het door het bestuur van het Examenbureau opgestelde examenreglement, enrelaties0
    • d. het bewaken van het kwaliteitsniveau van de schriftelijke en mondelinge examens.relaties0
    relaties0
  • 4. Het College van Gecommitteerden kan worden aangevuld met deskundigen uit de Handelsvaart of de Koninklijke Marine.relaties0
  • 5. Het College van Toezicht is tenminste samengesteld uit een vertegenwoordiger van de bedrijfstak, een vertegenwoordiger van het onderwijs voor de beroepszeilvaart en een onafhankelijke jurist. Het College kiest uit zijn midden een voorzitter.relaties0
  • 6. Teneinde het kwaliteitsniveau te garanderen, wordt het Landelijk Examenbureau voor de Beroepszeilvaart jaarlijks onderworpen aan een interne kwaliteitskontrole die wordt uitgevoerd door het Bureau zelf. Eens in de vijf jaar wordt een kwaliteitskontrole uitgevoerd door onafhankelijke externe deskundigen. Alle kwaliteitsrapporten bevatten tenminste de geconstateerde tekortkomingen en de daaruit voortvloeiende acties voor verbetering.relaties0
  • 7. De kwaliteitsrapportages, bedoeld in het zesde lid, worden ter beschikking gesteld van de Minister.relaties0
  • 8. De bevoegdheid van het Landelijke Examenbureau tot het afgeven van de diploma's, alsmede het certificaat, bedoeld in het eerste lid, kan worden ingetrokken, indien naar de mening van de Minister van Verkeer en Waterstaat uit de jaarlijkse of vijfjaarlijkse kwaliteitscontroles blijkt dat er ernstige tekortkomingen zijn geconstateerd, dan wel dat onvoldoende uitvoering wordt gegeven aan het implementeren van acties ter verbetering, waardoor de kwaliteit van de examinering onvoldoende is gewaarborgd.relaties0
relaties0

§ 2 Beroepsvereisten voor de zeilvaart

Artikel 13

Voor de afgifte van het diploma stuurman grote zeilvaart:

  • a. voldoet de aanvrager aan de eisen, bedoeld in artikel 15;relaties0
  • b. voldoet de aanvrager aan voorschrift II/1, paragrafen 2.4 en 2.5, alsmede voorschrift II/2, paragraaf 4.3, van de Bijlage van het STCW-Verdrag; enrelaties0
  • c. heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding die ten minste voldoet aan sectie A-II/1, de paragrafen 1 tot en met 6, van de STCW-Code, met uitzondering van de functie behandeling en stuwen van lading en sectie A-II/2, de paragrafen 1 tot en met 7, van de STCW-Code, met uitzondering van de functie behandeling en stuwen van lading, en onder toevoeging van de aspecten materialen en tuigage, scheepsvormen, behandeling van zeilschepen en dynamische stabiliteit van zeilschepen.relaties0
relaties0relaties0

Artikel 14

Voor de afgifte van het certificaat grote zeilvaart heeft de houder van een diploma of kennisbewijs als bedoeld in artikel 3, eerste lid, met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding in de aspecten scheepsvormen, materialen en tuigage, behandeling van zeilschepen en dynamische stabiliteit van zeilschepen.

relaties0relaties0

Artikel 15

Voor de afgifte van het diploma stuurman kleine zeilvaart

  • a.voldoet de aanvrager aan:
    • voorschrift II/3, de paragrafen 4.2.1, 4.4 en 6.3 van de Bijlage van het STCW-Verdrag;relaties0
    • voorschrift IV/2, paragraaf 2.2 van de Bijlage van het STCW-Verdrag; enrelaties0
    • voorschrift VI/1 van de Bijlage van het STCW-Verdrag; enrelaties0
    relaties0
  • b.heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding die ten minste voldoet aan:
    • sectie A-II/3, paragrafen 1, 2, 3, 4, 5 en 7 van de STCW-Code, waaronder niet is begrepen het voldoen aan de secties A-VI/2 en A-VI/3, en onder toevoeging van de aspecten materialen en tuigage, scheepsvormen en behandeling van zeilschepen, terwijl de functie behandeling en stuwen van lading is uitgezonderd, enrelaties0
    • sectie A-VI/1, paragraaf 2 van de STCW-Code.relaties0
    relaties0
relaties0relaties0

Artikel 16

Voor de afgifte van het certificaat kleine zeilvaart heeft de houder van een diploma of kennisbewijs als bedoeld in artikel 3, tweede lid, met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een door de Minister van Verkeer en Waterstaat erkende opleiding in de aspecten scheepsvormen, materialen en tuigage, en behandeling van zeilschepen.

relaties0relaties0

Artikel 17

Voor de afgifte van een verklaring als gezel, met de beperking tot de zeilvaart, afgegeven door de kapitein van een Nederlands zeilschip, heeft de aanvrager aangetoond te voldoen aan de eisen van bekwaamheid, bedoeld in sectie A-II/4 van de STCW-Code.

relaties0relaties0
relaties0
relaties0

Hoofdstuk 4 Slotbepalingen

Artikel 1813

Deze regeling treedt in werkingberust op artikel 68 Wet zeevarenden met ingang vanen de tweedeartikelen 8, achtste lid dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst(nieuw), en werkt33 van het Besluit zeevarenden terug tot en met 1 februari 2002.

relaties0relaties0

Artikel 1914

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bemanning zeegaande zeilschepen.

relaties0relaties0
relaties0

Deze regeling zal met de toelichting worden geplaatst in de Staatscourant.

De
Minister
van Verkeer en Waterstaat,
Roelf H. de
Boer
Naar boven