Onderwerp: Bezoek-historie

2005/0884 Vaststelling van procedures voor inspecties van de Commissie op het gebied van de maritieme beveiliging
Geldigheid:01-07-2005 t/m Status: Geldig vandaag

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.


VERORDENING (EG) Nr. 884/2005 VAN DE COMMISSIE van 10 juni 2005 tot vaststelling van procedures voor inspecties van de Commissie op het gebied van de maritieme beveiliging (Voor de EER relevante tekst)


DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 725/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de verbetering van de beveiliging van schepen en havenfaciliteiten (1), en met name op artikel 9, lid 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Teneinde toezicht te houden op de toepassing door de lidstaten van Verordening (EG) nr. 725/2004, dient de Commissie zes maanden na de inwerkingtreding van die verordening met het uitvoeren van inspecties te beginnen. Het organiseren van inspecties onder toezicht van de Commissie is noodzakelijk om de doeltreffendheid van nationale systemen voor kwaliteitscontrole en van maatregelen, procedures en structuren voor de maritieme beveiliging te verifiëren.

(2) Het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid dat werd ingesteld bij Verordening (EG) nr. 1406/2002 van het Europees Parlement en de Raad (2) dient de Commissie technische bijstand te verlenen bij de uitvoering van haar inspectietaken met betrekking tot schepen, relevante maatschappijen en erkende veiligheidsorganisaties.

(3) De Commissie dient samen met de lidstaten het tijdschema en de voorbereiding van haar inspecties te coördineren. De inspectieteams van de Commissie dienen een beroep te kunnen doen op gekwalificeerde nationale inspecteurs, voorzover beschikbaar.

(4) De inspecties van de Commissie dienen te worden uitgevoerd volgens een vaste procedure, die een standaardmethodiek omvat.

(5) Gevoelige informatie met betrekking tot inspecties dient vertrouwelijk te worden behandeld.

(6) De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 11, lid 1, van Verordening (EG) nr. 725/2004 ingestelde comité,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:


(1)PB L 129 van 29.4.2004, blz. 6.
(2)PB L 208 van 5.8.2002, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 724/2004 (PB L 129 van 29.4.2004, blz. 1).

Hoofdstuk I Onderwerp en definities

Artikel 1 Onderwerp


Deze verordening stelt procedures vast voor de uitvoering van inspecties van de Commissie om toezicht te houden op de toepassing van Verordening (EG) nr. 725/2004, op het niveau van iedere lidstaat en van afzonderlijke havenfaciliteiten en relevante maatschappijen.

Deze inspecties worden op een doorzichtige, doeltreffende, geharmoniseerde en samenhangende wijze uitgevoerd.

Artikel 2 Definities


Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1) ”inspectie van de Commissie”: een door inspecteurs van de Commissie ingesteld onderzoek naar nationale kwaliteitscontrolevoorzieningen en maatregelen, procedures en structuren voor de maritieme beveiliging teneinde de naleving van Verordening (EG) nr. 725/2004 te controleren;

2) ”inspecteur van de Commissie”: een persoon die voldoet aan de in artikel 7 genoemde criteria en die werkt in dienst van de Commissie of van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid, of een nationaal inspecteur die door de Commissie is gemachtigd om deel te nemen aan inspecties van de Commissie;

3) ”nationaal inspecteur”: een persoon in dienst van een lidstaat als inspecteur maritieme beveiliging, gekwalificeerd volgens de vereisten van die lidstaat;

4) ”comité”: het bij artikel 11, lid 1, van Verordening (EG) nr. 725/2004 ingestelde comité;

5) ”objectief bewijs”: kwantitatieve of kwalitatieve informatie, aantekeningen of constateringen met betrekking tot de beveiliging of het bestaan en de uitvoering van een in Verordening (EG) nr. 725/2004 opgenomen voorschrift, gebaseerd op verifieerbare waarnemingen, metingen of tests;

6) ”opmerking”: vermelding van een tijdens een inspectie van de Commissie geconstateerd feit, dat met objectieve bewijzen kan worden gestaafd;

7) ”gebrek aan overeenstemming”: een geconstateerde situatie waarin objectieve bewijzen erop duiden dat niet is voldaan aan een in Verordening (EG) nr. 725/2004 opgenomen voorschrift en dat een corrigerend optreden vereist is;

8) ”ernstig gebrek aan overeenstemming”: een onmiddellijk corrigerend optreden vereisende aanwijsbare afwijking die een ernstige bedreiging voor de maritieme beveiliging vormt. Hieronder valt ook het ontbreken van een doeltreffende en systematische uitvoering van een in Verordening (EG) nr. 725/2004 opgenomen voorschrift;

9) ”instantie”: de door iedere lidstaat aangewezen instantie die als contactpunt voor de Commissie en de overige lidstaten dient en die de toepassing van de maatregelen op het gebied van maritieme beveiliging in Verordening (EG) nr. 725/2004 faciliteert, de follow-up verzorgt en informatie verschaft;

10) ”relevante maatschappij”: een entiteit die een bedrijfsbeveiligingsfunctionaris, scheepsbeveiligingsfunctionaris of havenbeveiligingsfunctionaris moet benoemen, of die verantwoordelijk is voor de implementatie van een scheepsbeveiligingsplan of een havenbeveiligingsplan, of door een lidstaat is aangewezen als erkende veiligheidsorganisatie;

11) ”test”: beproeving van maatregelen voor maritieme beveiliging, waarbij het beramen van een onwettige handeling wordt gesimuleerd met het doel de doeltreffendheid van de toepassing van de bestaande beveiligingsmaatregelen te testen.

Hoofdstuk II Algemene vereisten

Artikel 3 Samenwerking door de lidstaten


Onverminderd de verantwoordelijkheden van de Commissie werken de lidstaten met de Commissie samen bij de vervulling van haar inspectietaken. De samenwerking vindt plaats tijdens de voorbereidende, de controle- en de verslagfase.

Artikel 4 Uitoefening van de bevoegdheid van de Commissie


1. Elke lidstaat zorgt ervoor dat de inspecteurs van de Commissie gebruik kunnen maken van hun bevoegdheid tot het inspecteren van de activiteiten op het gebied van de maritieme beveiliging van alle overeenkomstig Verordening (EG) nr. 725/2004 bevoegde autoriteiten en van alle relevante maatschappijen.

2. Elke lidstaat zorgt ervoor dat de inspecteurs van de Commissie desgevraagd toegang krijgen tot alle relevante beveiligingsgerelateerde documenten, in het bijzonder:
a) het nationale programma voor de implementatie van Verordening (EG) nr. 725/2004 als bedoeld in artikel 9, lid 3, van die verordening;
b) de door de instantie verschafte informatie en de controlerapporten als bedoeld in artikel 9, lid 4, van Verordening (EG) nr. 725/2004.

3. Wanneer inspecteurs van de Commissie bij de uitvoering van hun taken problemen ondervinden, staan de betrokken lidstaten de Commissie met alle middelen binnen hun juridische bevoegdheden bij om haar taak volledig uit te voeren.

Artikel 5 Deelname van nationale inspecteurs aan inspecties van de Commissie


1. De lidstaten streven ernaar de Commissie nationale inspecteurs ter beschikking te stellen die kunnen deelnemen aan inspecties van de Commissie, met inbegrip van de voorbereidende en de verslagfase.

2. Een nationale inspecteur neemt niet deel aan inspecties van de Commissie in de lidstaat waarin hij werkzaam is.

3. Elke lidstaat doet de Commissie een lijst toekomen van nationale inspecteurs op wie zij een beroep kan doen om deel te nemen aan haar inspecties.
Deze lijst wordt ten minste eenmaal per jaar aan het eind van de maand juni bijgewerkt en voor het eerst opgesteld binnen acht weken na inwerkingtreding van deze verordening.

4. De Commissie deelt het comité de in de eerste alinea van lid 3 bedoelde lijsten mede.

5. Wanneer de Commissie van oordeel is dat bij een bepaalde inspectie van de Commissie de deelname van een nationaal inspecteur noodzakelijk is, verzoekt zij de lidstaten om informatie betreffende de beschikbaarheid van nationale inspecteurs voor het uitvoeren van die inspectie. Een dergelijk verzoek dient gewoonlijk acht weken vóór de inspectie plaats te vinden.

6. De Commissie neemt de kosten voortvloeiende uit de deelname van nationale inspecteurs aan inspecties van de Commissie voor haar rekening overeenkomstig de communautaire regels.

Artikel 6 Technische bijstand van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid bij inspecties van de Commissie


1. Bij de verlening van technische bijstand aan de Commissie overeenkomstig artikel 2, onder b), iv), van Verordening (EG) nr. 1406/2002, stelt het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid technische experts beschikbaar voor deelname aan inspecties van de Commissie, met inbegrip van de voorbereidende en de verslagfase.

2. De Commissie deelt het comité de lijst mede van technische experts van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid op wie zij een beroep kan doen om deel te nemen aan een inspectie.

Artikel 7 Kwalificatiecriteria en opleiding van inspecteurs van de Commissie


1. Inspecteurs van de Commissie moeten over passende kwalificaties beschikken, waaronder voldoende theoretische en praktijkervaring op het gebied van maritieme beveiliging. Daartoe behoren in principe:
a) een goed begrip van maritieme beveiliging en van de wijze waarop deze wordt toegepast bij de onderzochte activiteiten;
b) een goede praktijkkennis van beveiligingstechnologieën en -technieken;
c) kennis van inspectiebeginselen, -procedures en -technieken;
d) praktijkkennis van de onderzochte activiteiten.

2. Om voor inspecties van de Commissie gekwalificeerd te zijn, moeten de inspecteurs van de Commissie een opleiding voor het uitvoeren van dergelijke inspecties met goed gevolg hebben voltooid. In het geval van nationale inspecteurs die optreden als inspecteurs van de Commissie, geldt dat zij een opleiding moeten hebben genoten die:
a) door de Commissie is erkend;
b) een basisopleiding en regelmatige bijscholingen omvat;
c) een prestatieniveau verzekert dat toereikend is om te controleren of beveiligingsmaatregelen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 725/2004 ten uitvoer worden gelegd.

3. De Commissie zorgt ervoor dat de inspecteurs van de Commissie aan de in de leden 1 en 2 uiteengezette criteria voldoen.

Hoofdstuk III Procedures voor de uitvoering van inspecties van de commissie

Artikel 08 Aankondiging van inspecties bij de lidstaten


1. De Commissie kondigt een inspectie ten minste zes weken van tevoren aan bij de instantie van de lidstaat op wiens grondgebied de inspectie wordt verricht. In uitzonderlijke gevallen kan deze aankondigingstermijn worden verkort. De lidstaten treffen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de aankondiging van een inspectie vertrouwelijk blijft, zodat het inspectieproces niet wordt belemmerd.

2. De instantie wordt van tevoren op de hoogte gebracht van de voorgenomen omvang van de inspectie van de Commissie. Wanneer het de inspectie van een havenfaciliteit betreft en de inspectie schepen omvat die zich gedurende de inspectie in die havenfaciliteit bevinden, wordt de instantie daarvan in de aankondiging op de hoogte gebracht.

3. De instantie:
a) brengt de relevante bevoegde autoriteiten in de lidstaten op de hoogte van de inspectie, en
b) stelt de Commissie in kennis van die relevante bevoegde autoriteiten.

4. De instantie verstrekt de Commissie uiterlijk 24 uur vóór de inspectie de naam van de vlaggenstaat en het IMO-nummer van de schepen die zich naar verwachting tijdens de inspectie in de overeenkomstig de tweede alinea van lid 2 medegedeelde havenfaciliteit zullen bevinden.

5. Wanneer de vlaggenstaat een lidstaat is, stelt de Commissie indien mogelijk de instantie van die lidstaat in kennis van het feit dat het schip kan worden geïnspecteerd wanneer het zich in de havenfaciliteit bevindt.

6. Wanneer de inspectie van een havenfaciliteit in een lidstaat een schip omvat waarvan die lidstaat de vlaggenstaat is, neemt de instantie contact op met de Commissie om te bevestigen of dat schip zich gedurende de inspectie al dan niet in de havenfaciliteit zal bevinden.

7. De inspecties van de Commissie worden uitgevoerd onder toezicht van de lidstaat van de havenfaciliteit die verantwoordelijk is voor controle- en toezichtsmaatregelen krachtens Voorschrift 9 van de Speciale maatregelen ter verbetering van de maritieme beveiliging van het SOLAS-verdrag, wanneer:
a) de vlaggenstaat van het schip geen lidstaat is; of
b) wanneer het schip niet was opgenomen in de krachtens lid 4 verstrekte informatie.

8. Wanneer een inspectie bij de instantie wordt aangekondigd, kan ook een voorafgaande vragenlijst worden toegezonden, ter invulling door de relevante bevoegde autoriteit of autoriteiten, samen met een verzoek om de in artikel 4, lid 2, bedoelde documenten.
In de aankondiging wordt ook aangegeven binnen welke termijn de ingevulde vragenlijst en de in artikel 4, lid 2, bedoelde documenten naar de Commissie moeten worden teruggezonden.

Artikel 09 Voorbereiding van inspecties


1. De inspecteurs van de Commissie treffen de nodige voorbereidingen om ervoor te zorgen dat de inspecties efficiënt, accuraat en op samenhangende wijze worden uitgevoerd.

2. De Commissie verstrekt de instantie de naam van de inspecteurs van de Commissie die gemachtigd zijn inspecties uit te voeren, alsook andere nadere gegevens, voorzover van toepassing.

3. Vóór elke inspectie ziet de instantie erop toe dat een coördinator wordt aangewezen die de nodige praktische regelingen treft voor de uit te voeren inspectie.

Artikel 10 Uitvoering van inspecties


1. Voor het toezicht op de toepassing door de lidstaten van de in Verordening (EG) nr. 725/2004 vervatte voorschriften inzake maritieme beveiliging wordt gebruikgemaakt van een standaardmethodiek.

2. De lidstaten zorgen ervoor dat de inspecteurs van de Commissie tijdens de inspecties steeds worden vergezeld.

3. Wanneer een schip dat zich in een havenfaciliteit bevindt, wordt geïnspecteerd en de vlaggenstaat van het schip niet de lidstaat van de havenfaciliteit is, zorgt de lidstaat van de havenfaciliteit ervoor dat de inspecteurs van de Commissie gedurende de inspectie van het schip worden vergezeld door een functionaris van een in artikel 8, lid 2, van Verordening (EG) nr. 725/2004 bedoelde autoriteit.

4. De inspecteurs van de Commissie zijn in het bezit van een identiteitskaart waarmee zij worden gemachtigd namens de Commissie inspecties uit te voeren. De lidstaten zien erop toe dat de inspecteurs van de Commissie toegang kunnen krijgen tot alle ruimten waartoe zij ten behoeve van de inspectie toegang moeten hebben.

5. Tests worden slechts uitgevoerd na kennisgeving aan en met instemming van de instantie wat betreft omvang en doel. De instantie zorgt voor alle vereiste coördinatie met de betrokken bevoegde autoriteiten.

6. Onverminderd artikel 11 geven de inspecteurs van de Commissie, indien passend en uitvoerbaar, ter plaatse een informele en mondelinge samenvatting van hun opmerkingen.
De instantie wordt onverwijld op de hoogte gebracht van elk ernstig gebrek aan overeenstemming met Verordening (EG) nr. 725/2004 dat aan het licht komt tijdens de inspectie van de Commissie, voordat het inspectieverslag overeenkomstig artikel 11 wordt voltooid.

Artikel 11 Inspectieverslag


1. Binnen zes weken na voltooiing van een inspectie zendt de Commissie de lidstaat een inspectieverslag toe.

2. Wanneer gedurende de inspectie van een havenfaciliteit een schip werd geïnspecteerd, worden de relevante delen van het inspectieverslag eveneens toegezonden aan de lidstaat die de vlaggenstaat is, indien het een andere lidstaat betreft dan die waarin de inspectie plaatsvond.

3. De lidstaat brengt de geïnspecteerde entiteiten op de hoogte van de relevante opmerkingen die bij de inspectie zijn gemaakt.

4. In het verslag wordt gedetailleerd ingegaan op de bij de inspectie gemaakte opmerkingen en wordt elk gebrek of ernstig gebrek aan overeenstemming met Verordening (EG) nr. 725/2004 vermeld.
Het verslag kan aanbevelingen bevatten voor corrigerend optreden.

5. Bij de beoordeling van de uitvoering van Verordening (EG) nr. 725/2004 wordt op elk van de opmerkingen in het verslag één van de volgende classificaties toegepast:
  1. in overeenstemming;
  2. in overeenstemming, doch verbetering wenselijk;
  3. gebrek aan overeenstemming;
  4. ernstig gebrek aan overeenstemming;
  5. niet van toepassing;
  6. niet bevestigd.

Artikel 12 Antwoord van de lidstaat


1. Binnen drie maanden na de datum van verzending van een inspectieverslag doet de lidstaat de Commissie een schriftelijk antwoord op het verslag toekomen dat:
a) ingaat op de opmerkingen en aanbevelingen; en
b) een actieplan met specifieke maatregelen en termijnen presenteert om de geconstateerde tekortkomingen te verhelpen.

2. Wanneer in het inspectieverslag geen gebrek of ernstig gebrek aan overeenstemming met Verordening (EG) nr. 725/2004 wordt vermeld, is geen antwoord vereist.

Artikel 13 Maatregelen van de Commissie


1. De Commissie kan in geval van een gebrek of ernstig gebrek aan overeenstemming met Verordening (EG) nr. 725/2004 en na ontvangst van het antwoord van de lidstaat een of meer van de volgende maatregelen treffen:
a) opmerkingen doen toekomen aan de lidstaat of een nadere toelichting vragen om het antwoord in zijn geheel of delen daarvan te verduidelijken;
b) een vervolginspectie verrichten, die minimaal twee weken van tevoren moet worden aangekondigd, om de uitvoering van corrigerend optreden te controleren;
c) een inbreukprocedure ten aanzien van de betrokken lidstaat inleiden.

2. Wanneer een vervolginspectie van een schip moet worden uitgevoerd, brengt de lidstaat die de vlaggenstaat is indien mogelijk de Commissie op de hoogte van de toekomstige havens die het schip zal aandoen, zodat de Commissie kan beslissen waar en wanneer de vervolginspectie zal worden uitgevoerd.

Hoofdstuk IV Gemeenschappelijke en slotbepalingen

Artikel 14 Gevoelige informatie


Onverminderd artikel 13 van Verordening (EG) nr. 725/2004 behandelt de Commissie gevoelig materiaal met betrekking tot de inspecties als vertrouwelijke informatie.

Artikel 15 Inspectieprogramma van de Commissie


1. De Commissie vraagt het comité om advies over de prioriteiten voor de uitvoering van haar inspectieprogramma.

2. De Commissie licht het comité regelmatig in over de uitvoering van haar inspectieprogramma alsmede over de resultaten van de inspecties.

Artikel 16 Kennisgeving aan de lidstaten van een ernstig gebrek aan overeenstemming


Wanneer bij een inspectie een ernstig gebrek aan overeenstemming met Verordening (EG) nr. 725/2004 aan het licht komt dat geacht wordt een wezenlijke invloed te hebben op de algemene mate van maritieme beveiliging in de Gemeenschap, brengt de Commissie ook de andere lidstaten onmiddellijk op de hoogte na het inspectieverslag aan de betrokken lidstaat te hebben toegezonden.

Artikel 17 Herziening


Voor de eerste maal uiterlijk op 31 december 2006 en met regelmatige tussenpozen daarna beziet de Commissie haar systeem van inspecties, in het bijzonder de doeltreffendheid van dat systeem.

Artikel 18 Inwerkingtreding


Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 10 juni 2005.

Voor de Commissie
Jacques BARROT
Vice-voorzitter
Naar boven