Onderwerp: Bezoek-historie

1996/98 Inzake uitrusting van zeeschepen
Geldigheid:17-02-1997 t/m Versie:vergelijk
Vergelijk versie 1 met:
Vergelijk met versie: 2: 17-02-1997 t/m 17-09-2016  X

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.


RICHTLIJN 96/98/EG VAN DE RAAD
van 20 december 1996
inzake uitrusting van zeeschepen



DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 84, lid 2,
Gezien het voorstel van de CommissieRichtlijn1 96/98/EG van de Raad van 20 december 1996 inzake uitrusting van zeeschepen,
Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité2, Volgens de procedure van artikel 189 C van het Verdrag3,

dd-mm-jjjj = inwerkingtreding
DocumentRichtlijn 1996/98/EG17-02-1997
Gewijzigd doorRichtlijn 1998/85/EG28-11-1998
Gewijzigd doorRichtlijn 2001/53/EG17-08-2001
Gewijzigd doorRichtlijn 2002/75/EG23-09-2002 / De tabel is niet verwerkt in EasyRules
Gewijzigd doorRichtlijn 2002/84/EG29-11-2002
Gewijzigd doorRichtlijn 2008/67/EG21-07-2008 / De tabel is niet verwerkt in EasyRules
Gewijzigd doorRichtlijn 2009/26/EG 26-05-2009 / De tabel is niet verwerkt in EasyRules
Gewijzigd doorVerordening (EG)596/200907-08-2009
Gewijzigd doorRichtlijn 2010/68/EG 10-12-2010 / De tabel is niet verwerkt in EasyRules
Gewijzigd doorRichtlijn 2011/75/EG05-10-2011
  1. Overwegende dat in het kader van het gemeenschappelijk vervoerbeleid nadere maatregelen moeten worden genomen om de veiligheid van het zeevervoer te waarborgen;

  2. Overwegende dat de Gemeenschap ernstig bezorgd is over de scheepsongevallen, met name die welke gepaard gaan met het verlies van mensenlevens en met verontreiniging van de zee en de kusten van de Lid-Staten;

  3. Overwegende dat de kans op scheepsongevallen effectief kan worden verminderd door gemeenschappelijke normen die garanderen dat de prestaties van de uitrusting aan boord van schepen op het punt van de veiligheid van een hoog niveau zijn; dat beproevingsnormen en beproevingsmethoden van grote invloed kunnen zijn op de toekomstige prestaties van de uitrusting;

  4. Overwegende dat de internationale verdragen de vlaggestaten ertoe verplichten te zorgen voor de naleving van bepaalde veiligheidsvoorschriften met betrekking tot de aan boord aanwezige uitrusting en de betreffende certificaten uit te reiken; dat te dien einde beproevingsnormen voor bepaalde soorten uitrusting van zeeschepen ontwikkeld zijn door de internationale normalisatieorganisaties en door de Internationale Maritieme Organisatie (IMO); dat de nationale beproevingsnormen ter uitvoering van de internationale normen de certificatie-instanties een zekere ruimte laten, terwijl ook de niveaus van opleiding en ervaring van deze instanties verschillen; dat dit leidt tot verschillende veiligheidsniveaus van produkten waarvan de bevoegde nationale instanties hebben verklaard dat ze voldoen aan de desbetreffende internationale veiligheidsnormen, alsmede tot een sterke tegenzin van Lid-Staten om de door een andere Lid-Staat goedgekeurde uitrusting zonder verdere verificatie aan boord van de onder hun vlag varende schepen te accepteren;

  5. Overwegende dat er gemeenschappelijke regels moeten komen om verschillen in de tenuitvoerlegging van de internationale normen weg te nemen; dat deze gemeenschappelijke normen ertoe zullen leiden dat bepaalde onnodige kosten en administratieve procedures, die aan de goedkeuring van de uitrusting zijn verbonden, verdwijnen, waardoor de bedrijfsvoorwaarden en de concurrentiepositie van de communautaire scheepvaart worden verbeterd, en, door het op de uitrusting bevestigde merk van overeenstemming, de technische handelsbelemmeringen worden opgeheven;

  6. Overwegende dat de Raad in zijn resolutie van 8 juni 1993 over een gemeenschappelijk beleid inzake de veiligheid op zee4 er bij de Commissie op heeft aangedrongen dat zij voorstellen indient om de implementatie van IMO-normen en de goedkeuringsprocedures voor uitrusting van zeeschepen te harmoniseren;

  7. Overwegende dat maatregelen op communautair niveau de enige manier zijn om een dergelijke harmonisatie tot stand te brengen, aangezien de Lid-Staten, wanneer zij onafhankelijk of via internationale organisaties optreden, niet in staat zijn voor de uitrusting hetzelfde niveau van veiligheid tot stand te brengen;

  8. Overwegende dat een richtlijn van de Raad het geschikte rechtsinstrument is, omdat daarmee voorzien wordt in een uniforme en verplichte toepassing van de internationale beproevingsnormen door de Lid-Staten;

  9. Overwegende dat het dienstig is in de eerste plaats voorzieningen te treffen voor de uitrusting van zeeschepen waarvan op grond van de belangrijkste internationale verdragen de aanwezigheid aan boord en de goedkeuring door de nationale instanties overeenkomstig de in de internationale verdragen of resoluties vervatte veiligheidsnormen vereist zijn;

  10. Overwegende dat verschillende richtlijnen voorzien in het vrij verkeer van bepaalde goederen die onder andere als uitrusting aan boord kunnen worden gebruikt; dat deze echter niet voorzien in de certificatie van uitrusting door de Lid-Staten overeenkomstig de betreffende internationale verdragen; dat er derhalve voor aan boord te plaatsen uitrusting uitsluitend nieuwe gemeenschappelijke regels moeten gelden;

  11. Overwegende dat het nodig is, bij voorkeur op internationaal niveau, nieuwe beproevingsnormen vast te leggen voor uitrusting waarvoor zulke normen nog niet bestaan of niet gedetailleerd genoeg zijn;

  12. Overwegende dat de Lid-Staten moeten zorgen dat de aangemelde instanties die de overeenstemming van uitrusting met de beproevingsnormen beoordelen, onafhankelijk en efficiënt zijn, en de nodige beroepsbekwaamheid bezitten om hun taken uit te kunnen voeren;

  13. Overwegende dat de naleving van de internationale beproevingsnormen het best kan worden aangetoond met de overeenstemmingsbeoordelingsprocedures als vastgesteld in Besluit 93/465/EEG van de Raad van 22 juli 1993 betreffende de modules voor de verschillende fasen van de overeenstemmingsbeoordelingsprocedures en de voorschriften inzake het aanbrengen en het gebruik van de CE-markering van overeenstemming5;

  14. Overwegende dat het recht dat internationale verdragen de instantie van een vlaggestaat geven om operationele prestatieproeven uit te voeren aan boord van schepen waarvoor deze instantie veiligheidscertificaten heeft afgegeven, op generlei wijze door deze richtlijn wordt beperkt, mits dergelijke proeven geen overlapping zijn van de overeenstemmingsbeoordelingsprocedures;

  15. Overwegende dat als algemene regel dient te gelden dat op de in deze richtlijn bestreken uitrusting een merk wordt aangebracht om aan te geven dat zij voldoet aan de voorschriften van deze richtlijn;

  16. Overwegende dat Lid-Staten in sommige gevallen voorlopige maatregelen mogen nemen om het gebruik van uitrusting waarop het merk van overeenstemming is aangebracht te beperken of te verbieden;

  17. Overwegende dat het gebruik van uitrusting waarop geen merk van overeenstemming is aangebracht in uitzonderlijke omstandigheden mag worden toegestaan;

  18. Overwegende dat een vereenvoudigde procedure met een regelgevend comité noodzakelijk is om deze richtlijn te wijzigen,


HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:


1 PB nr. C 218 van 23. 8. 1995, blz. 9.
2 PB nr. C 101 van 3. 4. 1996, blz. 3.
3 Advies van het Europees Parlement van 29 november 1995 (PB nr. C 339 van 18. 12. 1995, blz. 21), gemeenschappelijk standpunt van de Raad van 18 juni 1996 (PB nr. C 248 van 26. 8. 1996, blz. 10) en besluit van het Europees Parlement van 24 oktober 1996 (nog niet verschenen in het Publikatieblad).
4 PB nr. C 271 van 7. 10. 1993, blz. 1.
5 PB nr. C 220 van 30. 8. 1993, blz. 23.

Artikel 01

Doel van deze richtlijn is de veiligheid op zee en de preventie van verontreiniging van de zee te verbeteren door de uniforme toepassing van de relevante internationale instrumenten met betrekking tot de in bijlage A vermelde uitrusting die bestemd is voor plaatsing aan boord van schepen waarvoor door of namens de Lid-Staten veiligheidscertificaten worden uitgereikt overeenkomstig internationale verdragen, alsmede het vrije verkeer van deze uitrusting binnen de Gemeenschap te waarborgen.

Artikel 02

Voor de toepassing van deze richtlijn gelden de volgende definities:

  1. "overeenstemmingsbeoordelingsprocedures": de procedures als vermeld in artikel 10 en bijlage B van deze richtlijn;

  2. "uitrusting": de in de bijlage A.1 en A.2 vermelde middelen en voorwerpen die voor gebruik aan boord van een schip moeten worden geplaatst om aan de internationale instrumenten te voldoen of die vrijwillig voor gebruik aan boord worden geplaatst en waarvoor de goedkeuring van de instantie van de vlaggestaat is voorgeschreven overeenkomstig de internationale instrumenten;

  3. "radiocommunicatieapparatuur": de apparatuur die is voorgeschreven in hoofdstuk IV van het SOLAS-Verdrag van 1974, zoals in 1988 gewijzigd met betrekking tot het Global Maritime Distress and Safety System (GMDSS), en VHF-radiotelefonietoestellen zoals voorgeschreven in voorschrift III/6.2.1 van hetzelfde Verdrag;

  4. "internationale verdragen":
    • het Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen van 1966 (LL66),
    • het Verdrag inzake de internationale bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee van 1972 (COLREG),
    • het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen van 1973 (MARPOL) en
    • het Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee van 1974 (SOLAS),

    alsmede de op deze verdragen betrekking hebbende protocollen en wijzigingen die op de datum van vaststelling van deze richtlijn van kracht zijn;

  5. "internationale instrumenten": de relevante internationale verdragen en de relevante resoluties en circulaires van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO), alsmede de relevante internationale beproevingsnormen;

  6. "merk": het in artikel 11 bedoelde en in bijlage D beschreven symbool;

  7. "aangemelde instantie": een organisatie die door de bevoegde nationale instantie van een Lid-Staat is aangewezen overeenkomstig artikel 9;

  8. "aan boord geplaatst": aan boord van een schip geïnstalleerde of geplaatste uitrusting;

  9. "veiligheidscertificaten": de certificaten die door of namens Lid-Staten zijn afgegeven overeenkomstig de internationale verdragen;

  10. "schip": ieder schip dat onder de internationale verdragen valt, met uitzondering van oorlogsschepen;

  11. "communautair schip": een schip waarvoor door of namens de Lid-Staten overeenkomstig de internationale verdragen veiligheidscertificaten zijn uitgereikt. De gevallen waarin de bevoegde nationale instantie van een Lid-Staat op verzoek van de bevoegde nationale instantie van een derde land een certificaat voor een schip afgeeft vallen niet onder deze definitie;

  12. "nieuw schip": een schip waarvan de kiel gelegd is of waarvan de bouw zich in een soortgelijk stadium bevindt op of na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn. In deze definitie wordt met een soortgelijk stadium van de bouw het stadium bedoeld waarin:
    1. de bouw van een bepaald schip begint en
    2. de samenbouw van dat schip reeds een massa van ten minste 50 ton of van 1 % van de geschatte massa van al het bouwmateriaal omvat, waarbij de kleinste massa bepalend is;

  13. "bestaand schip": een schip dat geen nieuw schip is;

  14. "beproevingsnormen": de normen opgesteld door
    • de Internationale Maritieme Organisatie (IMO),
    • de Internationale Organisatie voor Normalisatie (ISO),
    • de Internationale Elektrotechnische Commissie (IEC),
    • de Europese Commissie voor Normalisatie (CEN),
    • het Europees Comité voor Elektrotechnische Normalisatie (CENELEC), en
    • het Europees Normalisatie-instituut voor Telecommunicatie (ETSI),
      die gelden op de datum van aanneming van deze richtlijn en vastgesteld zijn overeenkomstig de desbetreffende internationale verdragen en de relevante resoluties en circulaires van de IMO voor de definiëring van de beproevingsmethoden en beproevingsresultaten, maar uitsluitend in de vorm als bedoeld in bijlage A;

  15. "typegoedkeuring": de procedures waarbij de geproduceerde uitrusting volgens passende beproevingsnormen wordt beoordeeld, en de afgifte van het passende certificaat.

Artikel 02

Voor de toepassing van deze richtlijn gelden de volgende definities:

  1. "overeenstemmingsbeoordelingsprocedures": de procedures als vermeld in artikel 10 en bijlage B van deze richtlijn;

  2. "uitrusting": de in de bijlage A.1 en A.2 vermelde middelen en voorwerpen die voor gebruik aan boord van een schip moeten worden geplaatst om aan de internationale instrumenten te voldoen of die vrijwillig voor gebruik aan boord worden geplaatst en waarvoor de goedkeuring van de instantie van de vlaggestaat is voorgeschreven overeenkomstig de internationale instrumenten;

  3. "radiocommunicatieapparatuur": de apparatuur die is voorgeschreven in hoofdstuk IV van het SOLAS-Verdrag van 1974, in de versie die van kracht is op 1 januari 1999 en VHF-radiotelefonietoestellen zoals voorgeschreven in voorschrift III/6.2.1 van dat Verdrag;

  4. "internationale verdragen":
    • het Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen van 1966 (LL66),
    • het Verdrag inzake de internationale bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee van 1972 (COLREG),
    • het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen van 1973 (MARPOL) en
    • het Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee van 1974 (SOLAS),

    alsmede de op deze verdragen betrekking hebbende protocollen en wijzigingen die op 1 januari 1999 van kracht zijn;

  5. "internationale instrumenten": de relevante internationale verdragen en de relevante resoluties en circulaires van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO), alsmede de relevante internationale beproevingsnormen;

  6. "merk": het in artikel 11 bedoelde en in bijlage D beschreven symbool;

  7. "aangemelde instantie": een organisatie die door de bevoegde nationale instantie van een Lid-Staat is aangewezen overeenkomstig artikel 9;

  8. "aan boord geplaatst": aan boord van een schip geïnstalleerde of geplaatste uitrusting;

  9. "veiligheidscertificaten": de certificaten die door of namens Lid-Staten zijn afgegeven overeenkomstig de internationale verdragen;

  10. "schip": ieder schip dat onder de internationale verdragen valt, met uitzondering van oorlogsschepen;

  11. "communautair schip": een schip waarvoor door of namens de Lid-Staten overeenkomstig de internationale verdragen veiligheidscertificaten zijn uitgereikt. De gevallen waarin de bevoegde nationale instantie van een Lid-Staat op verzoek van de bevoegde nationale instantie van een derde land een certificaat voor een schip afgeeft vallen niet onder deze definitie;

  12. "nieuw schip": een schip waarvan de kiel gelegd is of waarvan de bouw zich in een soortgelijk stadium bevindt op of na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn. In deze definitie wordt met een soortgelijk stadium van de bouw het stadium bedoeld waarin:
    1. de bouw van een bepaald schip begint en
    2. de samenbouw van dat schip reeds een massa van ten minste 50 ton of van 1 % van de geschatte massa van al het bouwmateriaal omvat, waarbij de kleinste massa bepalend is;

  13. "bestaand schip": een schip dat geen nieuw schip is;

  14. "beproevingsnormen": de normen opgesteld door
    • de Internationale Maritieme Organisatie (IMO),
    • de Internationale Organisatie voor Normalisatie (ISO),
    • de Internationale Elektrotechnische Commissie (IEC),
    • de Europese Commissie voor Normalisatie (CEN),
    • het Europees Comité voor Elektrotechnische Normalisatie (CENELEC), en
    • het Europees Normalisatie-instituut voor Telecommunicatie (ETSI),
      die op 1 januari 1999 van kracht zijn en vastgesteld zijn overeenkomstig de desbetreffende internationale verdragen en de relevante resoluties en circulaires van de IMO voor de definiëring van de beproevingsmethoden en beproevingsresultaten, maar uitsluitend in de vorm als bedoeld in bijlage A;

  15. "typegoedkeuring": de procedures waarbij de geproduceerde uitrusting volgens passende beproevingsnormen wordt beoordeeld, en de afgifte van het passende certificaat.

Artikel 02

Voor de toepassing van deze richtlijn gelden de volgende definities:

  1. "overeenstemmingsbeoordelingsprocedures": de procedures als vermeld in artikel 10 en bijlage B van deze richtlijn;

  2. "uitrusting": de in de bijlage A.1 en A.2 vermelde middelen en voorwerpen die voor gebruik aan boord van een schip moeten worden geplaatst om aan de internationale instrumenten te voldoen of die vrijwillig voor gebruik aan boord worden geplaatst en waarvoor de goedkeuring van de instantie van de vlaggestaat is voorgeschreven overeenkomstig de internationale instrumenten;

  3. "radiocommunicatieapparatuur": de apparatuur die is voorgeschreven in hoofdstuk IV van het SOLAS-Verdrag van 1974, in de versie die van kracht is op 1 januari 2001 en VHF-radiotelefonietoestellen zoals voorgeschreven in voorschrift III/6.2.1 van dat Verdrag;

  4. "internationale verdragen":
    • het Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen van 1966 (LL66),
    • het Verdrag inzake de internationale bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee van 1972 (COLREG),
    • het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen van 1973 (MARPOL) en
    • het Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee van 1974 (SOLAS),

    alsmede de op deze verdragen betrekking hebbende protocollen en wijzigingen die op 1 januari 2001 van kracht zijn;

  5. "internationale instrumenten": de relevante internationale verdragen en de relevante resoluties en circulaires van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO), alsmede de relevante internationale beproevingsnormen;

  6. "merk": het in artikel 11 bedoelde en in bijlage D beschreven symbool;

  7. "aangemelde instantie": een organisatie die door de bevoegde nationale instantie van een Lid-Staat is aangewezen overeenkomstig artikel 9;

  8. "aan boord geplaatst": aan boord van een schip geïnstalleerde of geplaatste uitrusting;

  9. "veiligheidscertificaten": de certificaten die door of namens Lid-Staten zijn afgegeven overeenkomstig de internationale verdragen;

  10. "schip": ieder schip dat onder de internationale verdragen valt, met uitzondering van oorlogsschepen;

  11. "communautair schip": een schip waarvoor door of namens de Lid-Staten overeenkomstig de internationale verdragen veiligheidscertificaten zijn uitgereikt. De gevallen waarin de bevoegde nationale instantie van een Lid-Staat op verzoek van de bevoegde nationale instantie van een derde land een certificaat voor een schip afgeeft vallen niet onder deze definitie;

  12. "nieuw schip": een schip waarvan de kiel gelegd is of waarvan de bouw zich in een soortgelijk stadium bevindt op of na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn. In deze definitie wordt met een soortgelijk stadium van de bouw het stadium bedoeld waarin:
    1. de bouw van een bepaald schip begint en
    2. de samenbouw van dat schip reeds een massa van ten minste 50 ton of van 1 % van de geschatte massa van al het bouwmateriaal omvat, waarbij de kleinste massa bepalend is;

  13. "bestaand schip": een schip dat geen nieuw schip is;

  14. "beproevingsnormen": de normen opgesteld door
    • de Internationale Maritieme Organisatie (IMO),
    • de Internationale Organisatie voor Normalisatie (ISO),
    • de Internationale Elektrotechnische Commissie (IEC),
    • de Europese Commissie voor Normalisatie (CEN),
    • het Europees Comité voor Elektrotechnische Normalisatie (CENELEC), en
    • het Europees Normalisatie-instituut voor Telecommunicatie (ETSI),
      die op 1 januari 2001 van kracht zijn en vastgesteld zijn overeenkomstig de desbetreffende internationale verdragen en de relevante resoluties en circulaires van de IMO voor de definiëring van de beproevingsmethoden en beproevingsresultaten, maar uitsluitend in de vorm als bedoeld in bijlage A;

  15. "typegoedkeuring": de procedures waarbij de geproduceerde uitrusting volgens passende beproevingsnormen wordt beoordeeld, en de afgifte van het passende certificaat.
Artikel 02

Voor de toepassing van deze richtlijn gelden de volgende definities:

  1. "overeenstemmingsbeoordelingsprocedures": de procedures als vermeld in artikel 10 en bijlage B van deze richtlijn;

  2. "uitrusting": de in de bijlage A.1 en A.2 vermelde middelen en voorwerpen die voor gebruik aan boord van een schip moeten worden geplaatst om aan de internationale instrumenten te voldoen of die vrijwillig voor gebruik aan boord worden geplaatst en waarvoor de goedkeuring van de instantie van de vlaggestaat is voorgeschreven overeenkomstig de internationale instrumenten;

  3. "radiocommunicatieapparatuur": de apparatuur die is voorgeschreven in hoofdstuk IV van het SOLAS-Verdrag van 1974, in de versie die van kracht is op 1 januari 2002 en VHF-radiotelefonietoestellen zoals voorgeschreven in voorschrift III/6.2.1 van dat Verdrag;

  4. "internationale verdragen":
    • het Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen van 1966 (LL66),
    • het Verdrag inzake de internationale bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee van 1972 (COLREG),
    • het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen van 1973 (MARPOL) en
    • het Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee van 1974 (SOLAS),

    alsmede de op deze verdragen betrekking hebbende protocollen en wijzigingen die op 1 januari 2002 van kracht zijn;

  5. "internationale instrumenten": de relevante internationale verdragen en de relevante resoluties en circulaires van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO), alsmede de relevante internationale beproevingsnormen;

  6. "merk": het in artikel 11 bedoelde en in bijlage D beschreven symbool;

  7. "aangemelde instantie": een organisatie die door de bevoegde nationale instantie van een Lid-Staat is aangewezen overeenkomstig artikel 9;

  8. "aan boord geplaatst": aan boord van een schip geïnstalleerde of geplaatste uitrusting;

  9. "veiligheidscertificaten": de certificaten die door of namens Lid-Staten zijn afgegeven overeenkomstig de internationale verdragen;

  10. "schip": ieder schip dat onder de internationale verdragen valt, met uitzondering van oorlogsschepen;

  11. "communautair schip": een schip waarvoor door of namens de Lid-Staten overeenkomstig de internationale verdragen veiligheidscertificaten zijn uitgereikt. De gevallen waarin de bevoegde nationale instantie van een Lid-Staat op verzoek van de bevoegde nationale instantie van een derde land een certificaat voor een schip afgeeft vallen niet onder deze definitie;

  12. "nieuw schip": een schip waarvan de kiel gelegd is of waarvan de bouw zich in een soortgelijk stadium bevindt op of na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn. In deze definitie wordt met een soortgelijk stadium van de bouw het stadium bedoeld waarin:
    1. de bouw van een bepaald schip begint en
    2. de samenbouw van dat schip reeds een massa van ten minste 50 ton of van 1 % van de geschatte massa van al het bouwmateriaal omvat, waarbij de kleinste massa bepalend is;

  13. "bestaand schip": een schip dat geen nieuw schip is;

  14. "beproevingsnormen": de normen opgesteld door
    • de Internationale Maritieme Organisatie (IMO),
    • de Internationale Organisatie voor Normalisatie (ISO),
    • de Internationale Elektrotechnische Commissie (IEC),
    • de Europese Commissie voor Normalisatie (CEN),
    • het Europees Comité voor Elektrotechnische Normalisatie (CENELEC), en
    • het Europees Normalisatie-instituut voor Telecommunicatie (ETSI),
      die op 1 januari 2002 van kracht zijn en vastgesteld zijn overeenkomstig de desbetreffende internationale verdragen en de relevante resoluties en circulaires van de IMO voor de definiëring van de beproevingsmethoden en beproevingsresultaten, maar uitsluitend in de vorm als bedoeld in bijlage A;

  15. "typegoedkeuring": de procedures waarbij de geproduceerde uitrusting volgens passende beproevingsnormen wordt beoordeeld, en de afgifte van het passende certificaat.
Artikel 02

Voor de toepassing van deze richtlijn gelden de volgende definities:

  1. "overeenstemmingsbeoordelingsprocedures": de procedures als vermeld in artikel 10 en bijlage B van deze richtlijn;

  2. "uitrusting": de in de bijlage A.1 en A.2 vermelde middelen en voorwerpen die voor gebruik aan boord van een schip moeten worden geplaatst om aan de internationale instrumenten te voldoen of die vrijwillig voor gebruik aan boord worden geplaatst en waarvoor de goedkeuring van de instantie van de vlaggestaat is voorgeschreven overeenkomstig de internationale instrumenten;

  3. "radiocommunicatieapparatuur": de apparatuur die is voorgeschreven in hoofdstuk IV van het SOLAS-Verdrag van 1974, in de versie die van kracht is en VHF-radiotelefonietoestellen zoals voorgeschreven in voorschrift III/6.2.1 van dat Verdrag;

  4. "internationale verdragen":
    • het Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen van 1966 (LL66),
    • het Verdrag inzake de internationale bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee van 1972 (COLREG),
    • het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen van 1973 (MARPOL) en
    • het Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee van 1974 (SOLAS),

    alsmede de op deze verdragen betrekking hebbende protocollen en wijzigingen die in de versie die van kracht is van kracht zijn;

  5. "internationale instrumenten": de relevante internationale verdragen en de relevante resoluties en circulaires van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO), alsmede de relevante internationale beproevingsnormen;

  6. "merk": het in artikel 11 bedoelde en in bijlage D beschreven symbool;

  7. "aangemelde instantie": een organisatie die door de bevoegde nationale instantie van een Lid-Staat is aangewezen overeenkomstig artikel 9;

  8. "aan boord geplaatst": aan boord van een schip geïnstalleerde of geplaatste uitrusting;

  9. "veiligheidscertificaten": de certificaten die door of namens Lid-Staten zijn afgegeven overeenkomstig de internationale verdragen;

  10. "schip": ieder schip dat onder de internationale verdragen valt, met uitzondering van oorlogsschepen;

  11. "communautair schip": een schip waarvoor door of namens de Lid-Staten overeenkomstig de internationale verdragen veiligheidscertificaten zijn uitgereikt. De gevallen waarin de bevoegde nationale instantie van een Lid-Staat op verzoek van de bevoegde nationale instantie van een derde land een certificaat voor een schip afgeeft vallen niet onder deze definitie;

  12. "nieuw schip": een schip waarvan de kiel gelegd is of waarvan de bouw zich in een soortgelijk stadium bevindt op of na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn. In deze definitie wordt met een soortgelijk stadium van de bouw het stadium bedoeld waarin:
    1. de bouw van een bepaald schip begint en
    2. de samenbouw van dat schip reeds een massa van ten minste 50 ton of van 1 % van de geschatte massa van al het bouwmateriaal omvat, waarbij de kleinste massa bepalend is;

  13. "bestaand schip": een schip dat geen nieuw schip is;

  14. "beproevingsnormen": de normen opgesteld door
    • de Internationale Maritieme Organisatie (IMO),
    • de Internationale Organisatie voor Normalisatie (ISO),
    • de Internationale Elektrotechnische Commissie (IEC),
    • de Europese Commissie voor Normalisatie (CEN),
    • het Europees Comité voor Elektrotechnische Normalisatie (CENELEC), en
    • het Europees Normalisatie-instituut voor Telecommunicatie (ETSI),
      die in de versie die van kracht is van kracht zijn en vastgesteld zijn overeenkomstig de desbetreffende internationale verdragen en de relevante resoluties en circulaires van de IMO voor de definiëring van de beproevingsmethoden en beproevingsresultaten, maar uitsluitend in de vorm als bedoeld in bijlage A;

  15. "typegoedkeuring": de procedures waarbij de geproduceerde uitrusting volgens passende beproevingsnormen wordt beoordeeld, en de afgifte van het passende certificaat.

Artikel 03

  1. Deze richtlijn is van toepassing op uitrusting voor gebruik aan boord van:
    1. een nieuw communautair schip ongeacht of het schip zich ten tijde van de bouw al dan niet in de Gemeenschap bevindt;

    2. een bestaand communautair schip
      • dat deze uitrusting voordien niet aan boord had;
      • waarop reeds aan boord aanwezige uitrusting wordt vervangen, behoudens wanneer de internationale verdragen anders bepalen ongeacht of het schip zich ten tijde van de plaatsing van de uitrusting aan boord al dan niet binnen de Gemeenschap bevindt.

  2. Deze richtlijn is niet van toepassing op uitrusting die op de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn reeds aan boord van een schip geplaatst was.

  3. Onverminderd het feit dat wat betreft het vrij verkeer andere richtlijnen dan de onderhavige en met name de Richtlijnen 89/336/EEG van de Raad van 3 mei 1989 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten inzake elektromagnetische compatibiliteit (6) en 89/686/EEG van de Raad van 21 december 1989 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten betreffende persoonlijke beschermingsmiddelen (7), van toepassing kunnen zijn op de in lid 1 bedoelde uitrusting, is bedoelde uitrusting wat het vrij verkeer betreft uitsluitend onderworpen aan de bepalingen van de onderhavige richtlijn en niet die van andere richtlijnen.

6 PB nr. L 139 van 23. 5. 1989, blz. 19. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 93/68/EEG (PB nr. L 220 van 31. 8. 1993, blz. 1).
7PB nr. L 399 van 30. 12. 1989, blz. 18. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 93/95/EEG (PB nr. L 276 van 9. 11. 1993, blz. 11).

Artikel 04


De Lid-Staten of de namens hen optredende organisaties zorgen er bij de afgifte of de vernieuwing van de relevante veiligheidscertificaten voor dat de uitrusting aan boord van de communautaire schepen waarvoor zij veiligheidscertificaten afgeven aan de voorschriften van deze richtlijn voldoet.

Artikel 05

  1. De in bijlage A.1 vermelde uitrusting die op of na de in artikel 20, lid 1, tweede alinea, bedoelde datum aan boord van een communautair schip geplaatst is, dient te voldoen aan de toepasselijke voorschriften van de in genoemde bijlage bedoelde internationale instrumenten.

  2. De overeenstemming van de uitrusting met toepasselijke voorschriften van de internationale verdragen en de betreffende resoluties en circulaires van de Internationale Maritieme Organisatie wordt uitsluitend aangetoond aan de hand van de in bijlage A.1 vermelde beproevingsnormen en overeenstemmingsbeoordelingsprocedures. Voor alle middelen en voorwerpen van bijlage A.1 waarvoor zowel normen van de IEC als van het ETSI zijn gegeven, vormen deze normen alternatieven en mag de fabrikant of diens in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde bepalen welke norm gebruikt wordt.

  3. De in bijlage A.1 vermelde uitrusting die vóór de in lid 1 vermelde datum vervaardigd is, mag gedurende een periode van twee jaar gerekend vanaf deze datum in de handel gebracht worden en aan boord van een schip geplaatst worden waarvan de certificaten door of namens een Lid-Staat overeenkomstig de internationale verdragen zijn afgegeven, mits zij vervaardigd is overeenkomstig procedures voor typegoedkeuring die reeds voor de datum van vaststelling van deze richtlijn op het grondgebied van die Lid-Staat van kracht waren.

Artikel 06

  1. De Lid-Staten verbieden niet het in de handel brengen of de plaatsing aan boord van een communautair schip van uitrusting als bedoeld in bijlage A.1 waarop het merk is aangebracht, of die op andere gronden in overeenstemming is met de bepalingen van deze richtlijn en weigeren niet de desbetreffende veiligheidscertificaten af te geven of te vernieuwen.

  2. Er moet, in overeenstemming met het Internationaal Radioreglement, eerst door de bevoegde instantie een radiovergunning worden afgegeven, alvorens het betrokken veiligheidscertificaat wordt afgegeven.

Artikel 07

  1. Na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn dient de Gemeenschap bij de IMO of bij de Europese normalisatie-instellingen, naar gelang van het geval, een verzoek in tot vaststelling van normen, met inbegrip van gedetailleerde beproevingsnormen, voor de in bijlage A.2 vermelde uitrusting.

  2. Het in lid 1 bedoelde verzoek wordt:
    • wanneer het aan de IMO wordt voorgelegd, ingediend door het Voorzitterschap van de Raad en door de Commissie:
    • wanneer het aan de Europese normalisatie-instellingen wordt voorgelegd, ingediend door de Commissie overeenkomstig Richtlijn 83/189/EEG van de Raad van 28 maart 1983 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften1. De door de Commissie gegeven mandaten zijn gericht op het ontwikkelen van internationale normen via procedures voor samenwerking tussen de Europese organisaties en hun tegenhangers op internationaal niveau.

  3. De Lid-Staten doen al het mogelijke om ervoor te zorgen dat de internationale organisaties, met inbegrip van de IMO, snel een begin maken met de ontwikkeling van deze normen.

  4. De Commissie dient de ontwikkeling van de beproevingsnormen regelmatig te controleren.

  5. Indien de internationale organisaties, met inbegrip van de IMO, na een redelijke termijn geen passende beproevingsnormen voor een bepaald soort uitrusting hebben vastgesteld of weigeren dat te doen, kunnen volgens de procedure van artikel 18 normen worden vastgesteld die gebaseerd zijn op het werk van de Europese normalisatie-instellingen.

  6. Wanneer de beproevingsnormen als bedoeld in lid 1 of lid 5 voor een bepaald soort uitrusting vastgesteld worden, respectievelijk van kracht worden, mag die uitrusting worden overgeschreven van bijlage A.2 naar bijlage A.1 overeenkomstig de procedure van artikel 18 en zullen derhalve de bepalingen van artikel 5 vanaf de datum van deze overschrijving van toepassing zijn.

1PB nr. L 109 van 26. 4. 1983, blz. 8. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij de Toetredingsakte van 1994.

Artikel 07

  1. Na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn dient de Gemeenschap bij de IMO of bij de Europese normalisatie-instellingen, naar gelang van het geval, een verzoek in tot vaststelling van normen, met inbegrip van gedetailleerde beproevingsnormen, voor de in bijlage A.2 vermelde uitrusting.

  2. Het in lid 1 bedoelde verzoek wordt:
    • wanneer het aan de IMO wordt voorgelegd, ingediend door het Voorzitterschap van de Raad en door de Commissie:
    • wanneer het aan de Europese normalisatie-instellingen wordt voorgelegd, ingediend door de Commissie overeenkomstig Richtlijn 83/189/EEG van de Raad van 28 maart 1983 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften1. De door de Commissie gegeven mandaten zijn gericht op het ontwikkelen van internationale normen via procedures voor samenwerking tussen de Europese organisaties en hun tegenhangers op internationaal niveau.

  3. De Lid-Staten doen al het mogelijke om ervoor te zorgen dat de internationale organisaties, met inbegrip van de IMO, snel een begin maken met de ontwikkeling van deze normen.

  4. De Commissie dient de ontwikkeling van de beproevingsnormen regelmatig te controleren.

  5. Indien de internationale organisaties, met inbegrip van de IMO, na een redelijke termijn geen passende beproevingsnormen voor een bepaald soort uitrusting hebben vastgesteld of weigeren dat te doen, kunnen normen worden vastgesteld die gebaseerd zijn op het werk van de Europese normalisatie-instellingen. Deze maatregel, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beoogt te wijzigen door haar aan te vullen, wordt vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

  6. Wanneer de beproevingsnormen als bedoeld in lid 1 of lid 5 voor een bepaald soort uitrusting vastgesteld worden, respectievelijk van kracht worden, mag die uitrusting worden overgeschreven van bijlage A.2 naar bijlage A.1. Deze maatregel, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beoogt te wijzigen, wordt vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

De bepalingen van artikel 5 zijn vanaf de datum van deze overschrijving van toepassing..


1PB nr. L 109 van 26. 4. 1983, blz. 8. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij de Toetredingsakte van 1994.

Artikel 08

  1. Indien een nieuw schip, ongeacht onder welke vlag het vaart, niet in het scheepsregister van een Lid-Staat vermeld staat en daarin dient te worden opgenomen, dient dit schip door de ontvangende Lid-Staat te worden onderworpen aan een inspectie, waarbij wordt gecontroleerd of de toestand waarin de uitrusting verkeert in overeenstemming is met de veiligheidscertificaten en hetzij in overeenstemming is met de bepalingen van deze richtlijn en voorzien van het merk, hetzij ten genoegen van de bevoegde nationale instantie van de Lid-Staat gelijkwaardig is aan de uitrusting waaraan overeenkomstig deze richtlijn typegoedkeuring is verleend.

  2. Tenzij het merk op die uitrusting is aangebracht of de bevoegde nationale instantie die uitrusting gelijkwaardig acht, moet die uitrusting worden vervangen.

  3. Voor uitrusting die volgens dit artikel gelijkwaardig wordt geacht, verstrekt de Lid-Staat die vlaggestaat is een certificaat dat de uitrusting te allen tijde dient te vergezellen en dat behelst dat de Lid-Staat die vlaggestaat is toestemming geeft die uitrusting aan boord van het schip te plaatsen, met vermelding van eventuele beperkingen of bepalingen met betrekking tot het gebruik van de uitrusting.

  4. Wat betreft radiocommunicatieapparatuur eist de instantie van de vlaggestaat dat deze uitrusting zo min mogelijk inbreuk maakt op de eisen inzake het spectrum van radiofrequenties.

Artikel 09

  1. De Lid-Staten melden de Commissie en de overige Lid-Staten welke instanties zij hebben aangewezen voor uitvoering van de in artikel 10 vermelde procedures, met vermelding van de specifieke taken waarmee deze aangemelde instanties zijn belast en de identificatienummers die de Commissie hun vooraf heeft toegewezen. De organisaties leggen aan de Lid-Staat die voornemens is hen aan te melden alle gegevens en bewijsstukken voor waaruit blijkt dat ze aan de criteria van bijlage C voldoen.

  2. De Lid-Staten laten, door hun administratie of door een onpartijdig extern lichaam dat door de administratie benoemd wordt, ten minste eens in de twee jaar een audit verrichten die betrekking heeft op de taken die de aangemelde instanties namens de Lid-Staat vervullen. Door deze audit moet gewaarborgd worden dat de aangemelde instantie nog steeds aan de criteria van bijlage C voldoet.

  3. Een Lid-Staat die een aangemelde instantie heeft aangewezen moet die aanwijzing intrekken indien hij constateert dat deze instantie niet meer aan de criteria van bijlage C voldoet. Hij stelt de Commissie en de overige Lid-Staten daarvan onverwijld in kennis.

Artikel 10

  1. De overeenstemmingsbeoordelingsprocedure, die nader beschreven staat in bijlage B, behelst het volgende:


    1. een EG-typeonderzoek (module B) alsmede, voorafgaande aan het in de handel brengen van de uitrusting en afhankelijk van de keuze die de fabrikant of diens in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde maakt uit de in bijlage A.1 vermelde mogelijkheden, voor alle uitrusting:


      1. de EG-verklaring van overeenstemming met het type (module C), of
      2. de EG-verklaring van overeenstemming met het type (produktiekwaliteitsborging) (module D), of
      3. de EG-verklaring van overeenstemming met het type (produktkwaliteitsborging) (module E), of
      4. de EG-verklaring van overeenstemming met het type (produktkeuring) (module F), of

    2. de EG-volledige kwaliteitsborging (module H).

  2. De verklaring van overeenstemming met het type dient een schriftelijke verklaring te zijn en de in bijlage B aangegeven informatie te bevatten.

  3. Voor uitrusting die per stuk of in kleine hoeveelheden en niet in serie- of massaproduktie wordt vervaardigd mag de overeenstemmingsbeoordelingsprocedure de EG-eenheidskeuring (module G) zijn.

  4. De Commissie houdt een geactualiseerde lijst bij van goedgekeurde uitrusting en ingetrokken of geweigerde aanvragen en stelt deze ter beschikking van belanghebbenden.

Artikel 11

  1. Op uitrusting als bedoeld in bijlage A.1, die voldoet aan de desbetreffende internationale instrumenten en overeenkomstig de overeenstemmingsbeoordelingsprocedures is vervaardigd, moet door de fabrikant of diens in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde het merk zijn aangebracht.

  2. Het merk wordt gevolgd door het identificatienummer van de aangemelde instantie die de overeenstemmingsbeoordelingsprocedure heeft uitgevoerd, indien genoemde instantie betrokken is bij de fase van de fabricagecontrole, en door de laatste twee cijfers van het jaar dat het merk is aangebracht. Het identificatienummer moet onder de verantwoordelijkheid van de aangemelde instantie worden aangebracht hetzij door de instantie zelf hetzij door de fabrikant of diens in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde.

  3. De grafische vorm van het merk dient te zijn als is weergegeven in bijlage D.

  4. Het merk wordt op zodanige wijze op de uitrusting of op het gegevensplaatje aangebracht dat het voor de verwachte gebruiksduur van de uitrusting zichtbaar, leesbaar en onuitwisbaar zal zijn. Wanneer echter de aard van het uitrustingsstuk dat niet toelaat of niet rechtvaardigt, wordt het merk aangebracht op de verpakking, op een etiket of op een brochure.

  5. Het is verboden merken of opschriften aan te brengen die derden kunnen misleiden omtrent de betekenis of de grafische vorm van het in deze richtlijn bedoelde merk.

  6. Het merk moet aan het einde van de produktiefase worden aangebracht.

Artikel 12

  1. Onverminderd artikel 6 mogen de Lid-Staten de nodige maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat er steekproeven worden uitgevoerd op de van het merk voorziene uitrusting die bij hen in de handel is en nog niet aan boord van een schip is geplaatst, teneinde te controleren of deze uitrusting voldoet aan deze richtlijn. De steekproeven die niet voorzien zijn in de modulen voor de overeenstemmingsbeoordeling in bijlage B, worden uitgevoerd op kosten van de Lid-Staat.

  2. Onverminderd de bepalingen van artikel 6 is, na plaatsing van uitrusting die voldoet aan de voorschriften van deze richtlijn aan boord van een communautair schip, beoordeling daarvan door de instantie van de vlaggestaat van dat schip toegestaan, wanneer de internationale instrumenten om redenen van veiligheid en/of verontreinigingspreventie prestatieproeven in bedrijf aan boord voorschrijven, mits dit niet leidt tot doublures met de reeds uitgevoerde overeenstemmingsbeoordelingsprocedures. De instantie van de vlaggestaat kan van de fabrikant van de uitrusting, diens in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde of de persoon die in de Gemeenschap verantwoordelijk is voor het op de markt brengen van de uitrusting eisen dat de inspectie-/beproevingsverslagen worden overgelegd.

Artikel 13

  1. Indien een Lid-Staat bij een inspectie of op andere wijze vaststelt dat een uitrustingsstuk als bedoeld in bijlage A.1, waarop het merk is aangebracht en dat op de juiste wijze is geplaatst, wordt onderhouden en gebruikt voor zijn gebruiksdoel, de gezondheid en/of veiligheid van de bemanning, de passagiers of, indien van toepassing, andere personen in gevaar kan brengen, dan wel het marine milieu kan aantasten, neemt hij alle passende voorlopige maatregelen om dat uitrustingsstuk uit de handel te nemen, dan wel het in de handel brengen, het plaatsen, of het gebruiken daarvan aan boord van schepen waarvoor hij de veiligheidscertificaten afgeeft, te verbieden of te beperken. De Lid-Staat stelt onmiddellijk de overige Lid-Staten en de Commissie in kennis van deze maatregel, en vermeldt de redenen van zijn besluit en geeft met name aan of het niet voldoen aan het bepaalde in deze richtlijn is te wijten aan:

    1. de niet-naleving van artikel 5, leden 1 en 2;
    2. een onjuiste toepassing van de in artikel 5, leden 1 en 2, bedoelde beproevingsnormen;
    3. tekortkomingen in de beproevingsnormen zelf.

  2. De Commissie treedt zo spoedig mogelijk met de betrokken partijen in overleg. Indien de Commissie na het overleg concludeert dat:

    • de maatregelen gerechtvaardigd zijn, stelt zij onmiddellijk de Lid-Staat die het initiatief daartoe heeft genomen en de overige Lid-Staten daarvan in kennis; indien het in lid 1 genoemde besluit te wijten is aan tekortkomingen in de beproevingsnormen, legt de Commissie, indien de Lid-Staat die het besluit heeft genomen dit wenst te handhaven, na overleg met de betrokken partijen, de zaak binnen twee maanden voor aan het in artikel 18 bedoelde comité en start zij de procedure van artikel 18;
    • de maatregelen niet gerechtvaardigd zijn, stelt zij onmiddellijk de Lid-Staat die het initiatief daartoe heeft genomen en de fabrikant of diens in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde daarvan in kennis.

  3. Indien uitrusting die niet in overeenstemming is, het merk draagt, neemt de Lid-Staat onder wiens gezag degene die het merk heeft aangebracht valt, passende maatregelen; de Lid-Staat stelt de Commissie en de overige Lid-Staten in kennis van de maatregelen die hij heeft getroffen.

  4. De Commissie zorgt ervoor dat de Lid-Staten op de hoogte worden gehouden van de voortgang en het resultaat van deze procedure.

Artikel 13

  1. Indien een Lid-Staat bij een inspectie of op andere wijze vaststelt dat een uitrustingsstuk als bedoeld in bijlage A.1, waarop het merk is aangebracht en dat op de juiste wijze is geplaatst, wordt onderhouden en gebruikt voor zijn gebruiksdoel, de gezondheid en/of veiligheid van de bemanning, de passagiers of, indien van toepassing, andere personen in gevaar kan brengen, dan wel het marine milieu kan aantasten, neemt hij alle passende voorlopige maatregelen om dat uitrustingsstuk uit de handel te nemen, dan wel het in de handel brengen, het plaatsen, of het gebruiken daarvan aan boord van schepen waarvoor hij de veiligheidscertificaten afgeeft, te verbieden of te beperken. De Lid-Staat stelt onmiddellijk de overige Lid-Staten en de Commissie in kennis van deze maatregel, en vermeldt de redenen van zijn besluit en geeft met name aan of het niet voldoen aan het bepaalde in deze richtlijn is te wijten aan:

    1. de niet-naleving van artikel 5, leden 1 en 2;

    2. een onjuiste toepassing van de in artikel 5, leden 1 en 2, bedoelde beproevingsnormen;

    3. tekortkomingen in de beproevingsnormen zelf.

  2. De Commissie treedt zo spoedig mogelijk met de betrokken partijen in overleg. Indien de Commissie na het overleg concludeert dat:

    • de maatregelen gerechtvaardigd zijn, stelt zij onmiddellijk de lidstaat die het initiatief daartoe heeft genomen en de overige lidstaten daarvan in kennis; indien het in lid 1 genoemde besluit te wijten is aan tekortkomingen in de beproevingsnormen, legt de Commissie, indien de lidstaat die het besluit heeft genomen dit wenst te handhaven, na overleg met de betrokken partijen, de zaak binnen twee maanden voor aan het in artikel 18, lid 1, bedoelde comité en start zij de regelgevingsprocedure van artikel 18, lid 2.

    • de maatregelen niet gerechtvaardigd zijn, stelt zij onmiddellijk de Lid-Staat die het initiatief daartoe heeft genomen en de fabrikant of diens in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde daarvan in kennis.

  3. Indien uitrusting die niet in overeenstemming is, het merk draagt, neemt de Lid-Staat onder wiens gezag degene die het merk heeft aangebracht valt, passende maatregelen; de Lid-Staat stelt de Commissie en de overige Lid-Staten in kennis van de maatregelen die hij heeft getroffen.

  4. De Commissie zorgt ervoor dat de Lid-Staten op de hoogte worden gehouden van de voortgang en het resultaat van deze procedure.

Artikel 14

  1. Onverminderd de bepalingen van artikel 5, kan de bevoegde nationale instantie van de vlaggestaat in uitzonderlijke gevallen van technische innovatie toestaan dat uitrusting die niet aan de conformiteitsbeoordelingsprocedures voldoet aan boord van een communautair schip wordt geplaatst, indien proefondervindelijk of op andere wijze, ten genoegen van de bevoegde nationale instantie van de vlaggestaat, wordt vastgesteld dat deze uitrusting minstens even doeltreffend is als uitrusting waarvoor wel overeenstemmingsbeoordelingsprocedures zijn gevolgd.
    Wat betreft radiocommunicatieapparatuur eist de instantie van de vlaggestaat dat deze uitrusting zo min mogelijk inbreuk maakt op de eisen inzake het spectrum van radiofrequenties.

  2. Deze beproevingsprocedures mogen in geen geval discriminatie inhouden tussen in de Lid-Staat die vlaggestaat is en de in andere Staten geproduceerde uitrusting.

  3. Voor uitrusting die onder dit artikel valt, verstrekt de Lid-Staat die vlaggestaat is een certificaat dat de uitrusting te allen tijde dient te vergezellen en dat behelst dat de Lid-Staat die vlaggestaat is toestemming geeft de uitrusting aan boord van het schip te plaatsen, met vermelding van eventuele beperking of bepalingen met betrekking tot het gebruik van de uitrusting.

  4. Indien een Lid-Staat krachtens dit artikel toestaat dat uitrusting aan boord van een communautair schip wordt geplaatst, deelt die Lid-Staat de Commissie en de overige Lid-Staten onverwijld de betreffende bijzonderheden mede en geeft de verslagen van alle relevante proeven, beoordelingen en overeenstemmingsbeoordelingsprocedures door.

  5. De in lid 1 bedoelde uitrusting wordt toegevoegd aan bijlage A.2 van deze richtlijn overeenkomstig de procedure van artikel 18.

  6. Bij overdracht van een schip met uitrusting aan boord die onder lid 1 van dit artikel valt, aan een andere Lid-Staat, mag de ontvangende Lid-Staat die vlaggestaat is de nodige maatregelen nemen inclusief eventueel beproevingen en praktische demonstraties, om te zorgen dat de uitrusting ten minste zo doeltreffend is als de uitrusting waarbij de conformiteitsbeoordelingsprocedures zijn gevolgd.

Artikel 14

  1. Onverminderd de bepalingen van artikel 5, kan de bevoegde nationale instantie van de vlaggestaat in uitzonderlijke gevallen van technische innovatie toestaan dat uitrusting die niet aan de conformiteitsbeoordelingsprocedures voldoet aan boord van een communautair schip wordt geplaatst, indien proefondervindelijk of op andere wijze, ten genoegen van de bevoegde nationale instantie van de vlaggestaat, wordt vastgesteld dat deze uitrusting minstens even doeltreffend is als uitrusting waarvoor wel overeenstemmingsbeoordelingsprocedures zijn gevolgd.
    Wat betreft radiocommunicatieapparatuur eist de instantie van de vlaggestaat dat deze uitrusting zo min mogelijk inbreuk maakt op de eisen inzake het spectrum van radiofrequenties.

  2. Deze beproevingsprocedures mogen in geen geval discriminatie inhouden tussen in de Lid-Staat die vlaggestaat is en de in andere Staten geproduceerde uitrusting.

  3. Voor uitrusting die onder dit artikel valt, verstrekt de Lid-Staat die vlaggestaat is een certificaat dat de uitrusting te allen tijde dient te vergezellen en dat behelst dat de Lid-Staat die vlaggestaat is toestemming geeft de uitrusting aan boord van het schip te plaatsen, met vermelding van eventuele beperking of bepalingen met betrekking tot het gebruik van de uitrusting.

  4. Indien een Lid-Staat krachtens dit artikel toestaat dat uitrusting aan boord van een communautair schip wordt geplaatst, deelt die Lid-Staat de Commissie en de overige Lid-Staten onverwijld de betreffende bijzonderheden mede en geeft de verslagen van alle relevante proeven, beoordelingen en overeenstemmingsbeoordelingsprocedures door.

  5. De in lid 1 bedoelde uitrusting wordt toegevoegd aan bijlage A.2. Deze maatregel, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beoogt te wijzigen, wordt vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

  6. Bij overdracht van een schip met uitrusting aan boord die onder lid 1 van dit artikel valt, aan een andere Lid-Staat, mag de ontvangende Lid-Staat die vlaggestaat is de nodige maatregelen nemen inclusief eventueel beproevingen en praktische demonstraties, om te zorgen dat de uitrusting ten minste zo doeltreffend is als de uitrusting waarbij de conformiteitsbeoordelingsprocedures zijn gevolgd.

Artikel 15

  1. Onverminderd artikel 5 mag de instantie van een vlaggestaat toestaan dat uitrusting waarvoor geen overeenstemmingsbeoordelingsprocedures zijn gevolgd of die niet onder artikel 14 valt met het oog op beproeving of beoordeling aan boord van een communautair schip wordt geplaatst, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

    1. voor de uitrusting wordt door de Lid-Staat die vlaggestaat is een certificaat verstrekt dat de uitrusting te allen tijde dient te vergezellen en dat behelst dat de Lid-Staat die vlaggestaat is toestemming geeft die uitrusting aan boord van het communautaire schip te plaatsen, met vermelding van eventuele beperkingen of bepalingen met betrekking tot het gebruik van de uitrusting;

    2. de toestemming mag slechts voor een korte periode gegeven worden;

    3. er mag niet op die uitrusting vertrouwd worden als op uitrusting die voldoet aan de eisen van deze richtlijn en zij mag laatstgenoemde uitrusting, die klaar voor onmiddellijk gebruik aan boord van het communautaire schip moet blijven, niet vervangen.

  2. Wat betreft radiocommunicatieapparatuur eist de instantie van de vlaggestaat dat deze uitrusting zo min mogelijk inbreuk maakt op de eisen inzake het spectrum van radiofrequenties.

Artikel 16

  1. Indien de uitrusting moet worden vervangen in een haven buiten de Gemeenschap en in uitzonderlijke omstandigheden die tegenover de instantie van de vlaggestaat naar behoren moeten worden gerechtvaardigd, mag, indien het vanuit het oogpunt van tijd, vertraging en kosten redelijkerwijs niet uitvoerbaar is om uitrusting aan boord te plaatsen waarvoor een EG-typegoedkeuring is verleend, andere uitrusting aan boord worden geplaatst. Daarbij moet de onderstaande procedure gevolgd worden:

    1. de uitrusting gaat vergezeld van documentatie afgegeven door een erkende organisatie die gelijkwaardig is aan een aangemelde instantie, indien tussen de Gemeenschap en het betrokken derde land een overeenkomst is gesloten inzake wederzijdse erkenning van deze organisaties;

    2. indien het onmogelijk blijkt om aan het bepaalde onder a) te voldoen, mag uitrusting die vergezeld gaat van documentatie afgegeven door een Staat die lid is van de IMO en partij bij de desbetreffende Verdragen, waarin naleving van de desbetreffende IMO-voorschriften gecertificeerd wordt, aan boord worden geplaatst, mits voldaan is aan het bepaalde in de leden 2 en 3.

  2. De instantie van de vlaggestaat wordt onmiddellijk op de hoogte gesteld van de aard en de kenmerken van deze andere uitrusting.

  3. De instantie van de vlaggestaat moet er zo spoedig mogelijk voor zorgen dat de in lid 1 bedoelde uitrusting en de beproevingsdocumenten voldoen aan de desbetreffende voorschriften van de internationale instrumenten en van deze richtlijn.

  4. Wat betreft radiocommunicatieapparatuur eist de instantie van de vlaggestaat dat deze uitrusting zo min mogelijk inbreuk maakt op de eisen inzake het spectrum van radiofrequenties.

Artikel 17

De richtlijn kan worden gewijzigd volgens de procedure van artikel 18 met het oog op:

  • de toepassing voor de doeleinden van deze richtlijn van de achtereenvolgende wijzigingen van de internationale instrumenten;
  • de bijwerking van bijlage A door opname daarin van nieuwe uitrusting en overschrijving van uitrusting van bijlage A.2 naar bijlage A.1 en vice versa;
  • de toevoeging van de mogelijkheid modules B + C en module H te gebruiken voor uitrusting van bijlage A.1;
  • toevoeging van normalisatieorganisaties in de definitie van beproevingsnormen in artikel 2.

Artikel 17

De richtlijn kan worden gewijzigd volgens de procedure van artikel 18, lid 2, met het oog op:

  • de toepassing voor de doeleinden van deze richtlijn van de achtereenvolgende wijzigingen van de internationale instrumenten;

  • de bijwerking van bijlage A door opname daarin van nieuwe uitrusting en overschrijving van uitrusting van bijlage A.2 naar bijlage A.1 en vice versa;

  • de toevoeging van de mogelijkheid modules B + C en module H te gebruiken voor uitrusting van bijlage A.1, alsmede door wijziging van de kolommen betreffende de conformiteitsbeoordelingsmodules;

  • toevoeging van normalisatieorganisaties in de definitie van beproevingsnormen in artikel 2.

De onder c), d) en n), van artikel 2 genoemde verdragen en beproevingsnormen worden verstaan onverminderd de eventueel krachtens artikel 5 van Verordening (EG) nr. 2099/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 5 november 2002 betreffende de oprichting van het Comité voor maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen (COSS)1 genomen maatregelen.


1 PB L 324 van 29.11.2002, blz. 1.

Artikel 17

De richtlijn kan worden gewijzigd met het oog op:

  1. de toepassing voor de doeleinden van deze richtlijn van de achtereenvolgende wijzigingen van de internationale instrumenten;

  2. de bijwerking van bijlage A door opname daarin van nieuwe uitrusting en overschrijving van uitrusting van bijlage A.2 naar bijlage A.1 en vice versa;

  3. de toevoeging van de mogelijkheid modules B + C en module H te gebruiken voor uitrusting van bijlage A.1, alsmede door wijziging van de kolommen betreffende de conformiteitsbeoordelingsmodules;
  4. toevoeging van normalisatieorganisaties in de definitie van beproevingsnormen in artikel 2.

Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

De onder c), d) en n), van artikel 2 genoemde verdragen en beproevingsnormen worden verstaan onverminderd de eventueel krachtens artikel 5 van Verordening (EG) nr. 2099/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 5 november 2002 betreffende de oprichting van het Comité voor maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen (COSS)1 genomen maatregelen.


1 PB L 324 van 29.11.2002, blz. 1.

Artikel 18

  1. De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 12 van Richtlijn 93/75/EG van de Raad van 13 september 1993 betreffende de minimumeisen voor schepen die gevaarlijke of verontreinigende goederen vervoeren en die naar of uit de zeehavens van de Gemeenschap varen (1) opgerichte comité, volgens de procedure van de hierna volgende leden 2 en 3.

  2. De vertegenwoordiger van de Commissie legt het comité een ontwerp voor van de te nemen maatregelen. Het comité brengt advies uit over dit ontwerp binnen een termijn die de voorzitter kan vaststellen naar gelang van de urgentie van de materie. Het comité spreekt zich uit met de meerderheid van stemmen die in artikel 148, lid 2, van het Verdrag is voorgeschreven voor de aanneming van de besluiten die de Raad op voorstel van de Commissie dient te nemen. Bij de stemming in het comité worden de stemmen van de vertegenwoordigers van de Lid-Staten gewogen overeenkomstig genoemd artikel. De voorzitter neemt niet aan de stemming deel.

    1. De Commissie stelt de beoogde maatregelen vast wanneer zij in overeenstemming zijn met het advies van het comité.

    2. Wanneer de beoogde maatregelen niet in overeenstemming zijn met het advies van het comité of indien geen advies is uitgebracht, dient de Commissie onverwijld bij de Raad een voorstel in betreffende de te nemen maatregelen. De Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen.
      Indien de Raad, na verloop van twee maanden na de indiening van het voorstel bij de Raad, geen besluit heeft genomen, worden de voorgestelde maatregelen door de Commissie vastgesteld.

1PB nr. L 247 van 5. 10. 1993, blz. 19.

Artikel 18

  1. De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 3 van Verordening (EG) nr. 2099/2002 ingestelde Comité voor maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen (COSS).

  2. Wanneer wordt verwezen naar dit lid, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999, tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden1 van toepassing, met inachtneming van het bepaalde in artikel 8 van dat besluit.
    De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op twee maanden.

  3. Het Comité stelt zijn reglement van orde vast.

1 PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

Artikel 18

  1. De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 3 van Verordening (EG) nr. 2099/2002 van het Europees Parlement en de Raad1 ingestelde Comité voor maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen (COSS).

  2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van de Raad2 van toepassing, met inachtneming van het bepaalde in artikel 8 van dat besluit. De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op twee maanden.

  3. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.


1PB L 324 van 29.11.2002, blz. 1.
2PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

Artikel 19

De Lid-Staten bieden elkaar wederzijdse bijstand met het oog op een doeltreffende implementatie en handhaving van deze richtlijn.

Artikel 21


Deze richtlijn treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Artikel 22


Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten.

Gedaan te Brussel, 20 december 1996.

Voor de Raad
De Voorzitter
S. BARRETT

1996/98 Inzake uitrusting van zeeschepenBijlage A Uitrusting


RICHTLIJN 96/98/EG VAN DE RAAD van 20 december 1996 inzake uitrusting van zeeschepen



DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 84, lid 2,
Gezien het voorstel van de Commissie1,
Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité2, Volgens de procedure van artikel 189 C van het Verdrag3,

  1. Overwegende dat in het kader van het gemeenschappelijk vervoerbeleid nadere maatregelen moeten worden genomen om de veiligheid van het zeevervoer te waarborgen;

  2. Overwegende dat de Gemeenschap ernstig bezorgd is over de scheepsongevallen, met name die welke gepaard gaan met het verlies van mensenlevens en met verontreiniging van de zee en de kusten van de Lid-Staten;

  3. Overwegende dat de kans op scheepsongevallen effectief kan worden verminderd door gemeenschappelijke normen die garanderen dat de prestaties van de uitrusting aan boord van schepen op het punt van de veiligheid van een hoog niveau zijn; dat beproevingsnormen en beproevingsmethoden van grote invloed kunnen zijn op de toekomstige prestaties van de uitrusting;

  4. Overwegende dat de internationale verdragen de vlaggestaten ertoe verplichten te zorgen voor de naleving van bepaalde veiligheidsvoorschriften met betrekking tot de aan boord aanwezige uitrusting en de betreffende certificaten uit te reiken; dat te dien einde beproevingsnormen voor bepaalde soorten uitrusting van zeeschepen ontwikkeld zijn door de internationale normalisatieorganisaties en door de Internationale Maritieme Organisatie (IMO); dat de nationale beproevingsnormen ter uitvoering van de internationale normen de certificatie-instanties een zekere ruimte laten, terwijl ook de niveaus van opleiding en ervaring van deze instanties verschillen; dat dit leidt tot verschillende veiligheidsniveaus van produkten waarvan de bevoegde nationale instanties hebben verklaard dat ze voldoen aan de desbetreffende internationale veiligheidsnormen, alsmede tot een sterke tegenzin van Lid-Staten om de door een andere Lid-Staat goedgekeurde uitrusting zonder verdere verificatie aan boord van de onder hun vlag varende schepen te accepteren;

  5. Overwegende dat er gemeenschappelijke regels moeten komen om verschillen in de tenuitvoerlegging van de internationale normen weg te nemen; dat deze gemeenschappelijke normen ertoe zullen leiden dat bepaalde onnodige kosten en administratieve procedures, die aan de goedkeuring van de uitrusting zijn verbonden, verdwijnen, waardoor de bedrijfsvoorwaarden en de concurrentiepositie van de communautaire scheepvaart worden verbeterd, en, door het op de uitrusting bevestigde merk van overeenstemming, de technische handelsbelemmeringen worden opgeheven;

  6. Overwegende dat de Raad in zijn resolutie van 8 juni 1993 over een gemeenschappelijk beleid inzake de veiligheid op zee4 er bij de Commissie op heeft aangedrongen dat zij voorstellen indient om de implementatie van IMO-normen en de goedkeuringsprocedures voor uitrusting van zeeschepen te harmoniseren;

  7. Overwegende dat maatregelen op communautair niveau de enige manier zijn om een dergelijke harmonisatie tot stand te brengen, aangezien de Lid-Staten, wanneer zij onafhankelijk of via internationale organisaties optreden, niet in staat zijn voor de uitrusting hetzelfde niveau van veiligheid tot stand te brengen;

  8. Overwegende dat een richtlijn van de Raad het geschikte rechtsinstrument is, omdat daarmee voorzien wordt in een uniforme en verplichte toepassing van de internationale beproevingsnormen door de Lid-Staten;

  9. Overwegende dat het dienstig is in de eerste plaats voorzieningen te treffen voor de uitrusting van zeeschepen waarvan op grond van de belangrijkste internationale verdragen de aanwezigheid aan boord en de goedkeuring door de nationale instanties overeenkomstig de in de internationale verdragen of resoluties vervatte veiligheidsnormen vereist zijn;

  10. Overwegende dat verschillende richtlijnen voorzien in het vrij verkeer van bepaalde goederen die onder andere als uitrusting aan boord kunnen worden gebruikt; dat deze echter niet voorzien in de certificatie van uitrusting door de Lid-Staten overeenkomstig de betreffende internationale verdragen; dat er derhalve voor aan boord te plaatsen uitrusting uitsluitend nieuwe gemeenschappelijke regels moeten gelden;

  11. Overwegende dat het nodig is, bij voorkeur op internationaal niveau, nieuwe beproevingsnormen vast te leggen voor uitrusting waarvoor zulke normen nog niet bestaan of niet gedetailleerd genoeg zijn;

  12. Overwegende dat de Lid-Staten moeten zorgen dat de aangemelde instanties die de overeenstemming van uitrusting met de beproevingsnormen beoordelen, onafhankelijk en efficiënt zijn, en de nodige beroepsbekwaamheid bezitten om hun taken uit te kunnen voeren;

  13. Overwegende dat de naleving van de internationale beproevingsnormen het best kan worden aangetoond met de overeenstemmingsbeoordelingsprocedures als vastgesteld in Besluit 93/465/EEG van de Raad van 22 juli 1993 betreffende de modules voor de verschillende fasen van de overeenstemmingsbeoordelingsprocedures en de voorschriften inzake het aanbrengen en het gebruik van de CE-markering van overeenstemming5;

  14. Overwegende dat het recht dat internationale verdragen de instantie van een vlaggestaat geven om operationele prestatieproeven uit te voeren aan boord van schepen waarvoor deze instantie veiligheidscertificaten heeft afgegeven, op generlei wijze door deze richtlijn wordt beperkt, mits dergelijke proeven geen overlapping zijn van de overeenstemmingsbeoordelingsprocedures;

  15. Overwegende dat als algemene regel dient te gelden dat op de in deze richtlijn bestreken uitrusting een merk wordt aangebracht om aan te geven dat zij voldoet aan de voorschriften van deze richtlijn;

  16. Overwegende dat Lid-Staten in sommige gevallen voorlopige maatregelen mogen nemen om het gebruik van uitrusting waarop het merk van overeenstemming is aangebracht te beperken of te verbieden;

  17. Overwegende dat het gebruik van uitrusting waarop geen merk van overeenstemming is aangebracht in uitzonderlijke omstandigheden mag worden toegestaan;

  18. Overwegende dat een vereenvoudigde procedure met een regelgevend comité noodzakelijk is om deze richtlijn te wijzigen,


HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:


1 PB nr. C 218 van 23. 8. 1995, blz. 9.
2 PB nr. C 101 van 3. 4. 1996, blz. 3.
3 Advies van het Europees Parlement van 29 november 1995 (PB nr. C 339 van 18. 12. 1995, blz. 21), gemeenschappelijk standpunt van de Raad van 18 juni 1996 (PB nr. C 248 van 26. 8. 1996, blz. 10) en besluit van het Europees Parlement van 24 oktober 1996 (nog niet verschenen in het Publikatieblad).
4 PB nr. C 271 van 7. 10. 1993, blz. 1.
5 PB nr. C 220 van 30. 8. 1993, blz. 23.

Bijlage A.1 - Uitrusting waarvoor in internationale instrumenten reeds gedetailleerde beproevingsnormen bestaan

Artikel 01

Doel van deze richtlijn is de veiligheid op zee en de preventie van verontreiniging van de zee te verbeteren door de uniforme toepassing van de relevante internationale instrumenten met betrekking tot de in bijlage A vermelde uitrusting die bestemd is voor plaatsing aan boord van schepen waarvoor door of namens de Lid-Staten veiligheidscertificaten worden uitgereikt overeenkomstig internationale verdragen, alsmede het vrije verkeer van deze uitrusting binnen de Gemeenschap te waarborgen.

Artikel 02

Voor de toepassing van deze richtlijn gelden de volgende definities:

  1. "overeenstemmingsbeoordelingsprocedures": de procedures als vermeld in artikel 10 en bijlage B van deze richtlijn;

  2. "uitrusting": de in de bijlage A.1 en A.2 vermelde middelen en voorwerpen die voor gebruik aan boord van een schip moeten worden geplaatst om aan de internationale instrumenten te voldoen of die vrijwillig voor gebruik aan boord worden geplaatst en waarvoor de goedkeuring van de instantie van de vlaggestaat is voorgeschreven overeenkomstig de internationale instrumenten;

  3. "radiocommunicatieapparatuur": de apparatuur die is voorgeschreven in hoofdstuk IV van het SOLAS-Verdrag van 1974, zoals in 1988 gewijzigd met betrekking tot het Global Maritime Distress and Safety System (GMDSS), en VHF-radiotelefonietoestellen zoals voorgeschreven in voorschrift III/6.2.1 van hetzelfde Verdrag;

  4. "internationale verdragen":
    • het Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen van 1966 (LL66),
    • het Verdrag inzake de internationale bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee van 1972 (COLREG),
    • het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen van 1973 (MARPOL) en
    • het Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee van 1974 (SOLAS),

    alsmede de op deze verdragen betrekking hebbende protocollen en wijzigingen die op de datum van vaststelling van deze richtlijn van kracht zijn;

  5. "internationale instrumenten": de relevante internationale verdragen en de relevante resoluties en circulaires van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO), alsmede de relevante internationale beproevingsnormen;

  6. "merk": het in artikel 11 bedoelde en in bijlage D beschreven symbool;

  7. "aangemelde instantie": een organisatie die door de bevoegde nationale instantie van een Lid-Staat is aangewezen overeenkomstig artikel 9;

  8. "aan boord geplaatst": aan boord van een schip geïnstalleerde of geplaatste uitrusting;

  9. "veiligheidscertificaten": de certificaten die door of namens Lid-Staten zijn afgegeven overeenkomstig de internationale verdragen;

  10. "schip": ieder schip dat onder de internationale verdragen valt, met uitzondering van oorlogsschepen;

  11. "communautair schip": een schip waarvoor door of namens de Lid-Staten overeenkomstig de internationale verdragen veiligheidscertificaten zijn uitgereikt. De gevallen waarin de bevoegde nationale instantie van een Lid-Staat op verzoek van de bevoegde nationale instantie van een derde land een certificaat voor een schip afgeeft vallen niet onder deze definitie;

  12. "nieuw schip": een schip waarvan de kiel gelegd is of waarvan de bouw zich in een soortgelijk stadium bevindt op of na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn. In deze definitie wordt met een soortgelijk stadium van de bouw het stadium bedoeld waarin:
    1. de bouw van een bepaald schip begint en
    2. de samenbouw van dat schip reeds een massa van ten minste 50 ton of van 1 % van de geschatte massa van al het bouwmateriaal omvat, waarbij de kleinste massa bepalend is;

  13. "bestaand schip": een schip dat geen nieuw schip is;

  14. "beproevingsnormen": de normen opgesteld door
    • de Internationale Maritieme Organisatie (IMO),
    • de Internationale Organisatie voor Normalisatie (ISO),
    • de Internationale Elektrotechnische Commissie (IEC),
    • de Europese Commissie voor Normalisatie (CEN),
    • het Europees Comité voor Elektrotechnische Normalisatie (CENELEC), en
    • het Europees Normalisatie-instituut voor Telecommunicatie (ETSI),
      die gelden op de datum van aanneming van deze richtlijn en vastgesteld zijn overeenkomstig de desbetreffende internationale verdragen en de relevante resoluties en circulaires van de IMO voor de definiëring van de beproevingsmethoden en beproevingsresultaten, maar uitsluitend in de vorm als bedoeld in bijlage A;

  15. "typegoedkeuring": de procedures waarbij de geproduceerde uitrusting volgens passende beproevingsnormen wordt beoordeeld, en de afgifte van het passende certificaat.

Artikel 02

Voor de toepassing van deze richtlijn gelden de volgende definities:

  1. "overeenstemmingsbeoordelingsprocedures": de procedures als vermeld in artikel 10 en bijlage B van deze richtlijn;

  2. "uitrusting": de in de bijlage A.1 en A.2 vermelde middelen en voorwerpen die voor gebruik aan boord van een schip moeten worden geplaatst om aan de internationale instrumenten te voldoen of die vrijwillig voor gebruik aan boord worden geplaatst en waarvoor de goedkeuring van de instantie van de vlaggestaat is voorgeschreven overeenkomstig de internationale instrumenten;

  3. "radiocommunicatieapparatuur": de apparatuur die is voorgeschreven in hoofdstuk IV van het SOLAS-Verdrag van 1974, in de versie die van kracht is op 1 januari 1999 en VHF-radiotelefonietoestellen zoals voorgeschreven in voorschrift III/6.2.1 van dat Verdrag;

  4. "internationale verdragen":
    • het Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen van 1966 (LL66),
    • het Verdrag inzake de internationale bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee van 1972 (COLREG),
    • het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen van 1973 (MARPOL) en
    • het Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee van 1974 (SOLAS),

    alsmede de op deze verdragen betrekking hebbende protocollen en wijzigingen die op 1 januari 1999 van kracht zijn;
  5. "internationale instrumenten": de relevante internationale verdragen en de relevante resoluties en circulaires van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO), alsmede de relevante internationale beproevingsnormen;

  6. "merk": het in artikel 11 bedoelde en in bijlage D beschreven symbool;

  7. "aangemelde instantie": een organisatie die door de bevoegde nationale instantie van een Lid-Staat is aangewezen overeenkomstig artikel 9;

  8. "aan boord geplaatst": aan boord van een schip geïnstalleerde of geplaatste uitrusting;

  9. "veiligheidscertificaten": de certificaten die door of namens Lid-Staten zijn afgegeven overeenkomstig de internationale verdragen;

  10. "schip": ieder schip dat onder de internationale verdragen valt, met uitzondering van oorlogsschepen;

  11. "communautair schip": een schip waarvoor door of namens de Lid-Staten overeenkomstig de internationale verdragen veiligheidscertificaten zijn uitgereikt. De gevallen waarin de bevoegde nationale instantie van een Lid-Staat op verzoek van de bevoegde nationale instantie van een derde land een certificaat voor een schip afgeeft vallen niet onder deze definitie;

  12. "nieuw schip": een schip waarvan de kiel gelegd is of waarvan de bouw zich in een soortgelijk stadium bevindt op of na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn. In deze definitie wordt met een soortgelijk stadium van de bouw het stadium bedoeld waarin:
    1. de bouw van een bepaald schip begint en
    2. de samenbouw van dat schip reeds een massa van ten minste 50 ton of van 1 % van de geschatte massa van al het bouwmateriaal omvat, waarbij de kleinste massa bepalend is;

  13. "bestaand schip": een schip dat geen nieuw schip is;

  14. "beproevingsnormen": de normen opgesteld door
    • de Internationale Maritieme Organisatie (IMO),
    • de Internationale Organisatie voor Normalisatie (ISO),
    • de Internationale Elektrotechnische Commissie (IEC),
    • de Europese Commissie voor Normalisatie (CEN),
    • het Europees Comité voor Elektrotechnische Normalisatie (CENELEC), en
    • het Europees Normalisatie-instituut voor Telecommunicatie (ETSI),
      die op 1 januari 1999 van kracht zijn en vastgesteld zijn overeenkomstig de desbetreffende internationale verdragen en de relevante resoluties en circulaires van de IMO voor de definiëring van de beproevingsmethoden en beproevingsresultaten, maar uitsluitend in de vorm als bedoeld in bijlage A;

  15. "typegoedkeuring": de procedures waarbij de geproduceerde uitrusting volgens passende beproevingsnormen wordt beoordeeld, en de afgifte van het passende certificaat.
Artikel 02

Voor de toepassing van deze richtlijn gelden de volgende definities:

  1. "overeenstemmingsbeoordelingsprocedures": de procedures als vermeld in artikel 10 en bijlage B van deze richtlijn;

  2. "uitrusting": de in de bijlage A.1 en A.2 vermelde middelen en voorwerpen die voor gebruik aan boord van een schip moeten worden geplaatst om aan de internationale instrumenten te voldoen of die vrijwillig voor gebruik aan boord worden geplaatst en waarvoor de goedkeuring van de instantie van de vlaggestaat is voorgeschreven overeenkomstig de internationale instrumenten;

  3. "radiocommunicatieapparatuur": de apparatuur die is voorgeschreven in hoofdstuk IV van het SOLAS-Verdrag van 1974, in de versie die van kracht is op 1 januari 2001 en VHF-radiotelefonietoestellen zoals voorgeschreven in voorschrift III/6.2.1 van dat Verdrag;

  4. "internationale verdragen":
    • het Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen van 1966 (LL66),
    • het Verdrag inzake de internationale bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee van 1972 (COLREG),
    • het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen van 1973 (MARPOL) en
    • het Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee van 1974 (SOLAS),

    alsmede de op deze verdragen betrekking hebbende protocollen en wijzigingen die op 1 januari 2001 van kracht zijn;

  5. "internationale instrumenten": de relevante internationale verdragen en de relevante resoluties en circulaires van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO), alsmede de relevante internationale beproevingsnormen;

  6. "merk": het in artikel 11 bedoelde en in bijlage D beschreven symbool;

  7. "aangemelde instantie": een organisatie die door de bevoegde nationale instantie van een Lid-Staat is aangewezen overeenkomstig artikel 9;

  8. "aan boord geplaatst": aan boord van een schip geïnstalleerde of geplaatste uitrusting;

  9. "veiligheidscertificaten": de certificaten die door of namens Lid-Staten zijn afgegeven overeenkomstig de internationale verdragen;

  10. "schip": ieder schip dat onder de internationale verdragen valt, met uitzondering van oorlogsschepen;

  11. "communautair schip": een schip waarvoor door of namens de Lid-Staten overeenkomstig de internationale verdragen veiligheidscertificaten zijn uitgereikt. De gevallen waarin de bevoegde nationale instantie van een Lid-Staat op verzoek van de bevoegde nationale instantie van een derde land een certificaat voor een schip afgeeft vallen niet onder deze definitie;

  12. "nieuw schip": een schip waarvan de kiel gelegd is of waarvan de bouw zich in een soortgelijk stadium bevindt op of na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn. In deze definitie wordt met een soortgelijk stadium van de bouw het stadium bedoeld waarin:
    1. de bouw van een bepaald schip begint en
    2. de samenbouw van dat schip reeds een massa van ten minste 50 ton of van 1 % van de geschatte massa van al het bouwmateriaal omvat, waarbij de kleinste massa bepalend is;

  13. "bestaand schip": een schip dat geen nieuw schip is;

  14. "beproevingsnormen": de normen opgesteld door
    • de Internationale Maritieme Organisatie (IMO),
    • de Internationale Organisatie voor Normalisatie (ISO),
    • de Internationale Elektrotechnische Commissie (IEC),
    • de Europese Commissie voor Normalisatie (CEN),
    • het Europees Comité voor Elektrotechnische Normalisatie (CENELEC), en
    • het Europees Normalisatie-instituut voor Telecommunicatie (ETSI),
      die op 1 januari 2001 van kracht zijn en vastgesteld zijn overeenkomstig de desbetreffende internationale verdragen en de relevante resoluties en circulaires van de IMO voor de definiëring van de beproevingsmethoden en beproevingsresultaten, maar uitsluitend in de vorm als bedoeld in bijlage A;

  15. "typegoedkeuring": de procedures waarbij de geproduceerde uitrusting volgens passende beproevingsnormen wordt beoordeeld, en de afgifte van het passende certificaat.
Artikel 02

Voor de toepassing van deze richtlijn gelden de volgende definities:

  1. "overeenstemmingsbeoordelingsprocedures": de procedures als vermeld in artikel 10 en bijlage B van deze richtlijn;

  2. "uitrusting": de in de bijlage A.1 en A.2 vermelde middelen en voorwerpen die voor gebruik aan boord van een schip moeten worden geplaatst om aan de internationale instrumenten te voldoen of die vrijwillig voor gebruik aan boord worden geplaatst en waarvoor de goedkeuring van de instantie van de vlaggestaat is voorgeschreven overeenkomstig de internationale instrumenten;

  3. "radiocommunicatieapparatuur": de apparatuur die is voorgeschreven in hoofdstuk IV van het SOLAS-Verdrag van 1974, in de versie die van kracht is op 1 januari 2002 en VHF-radiotelefonietoestellen zoals voorgeschreven in voorschrift III/6.2.1 van dat Verdrag;

  4. "internationale verdragen":
    • het Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen van 1966 (LL66),
    • het Verdrag inzake de internationale bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee van 1972 (COLREG),
    • het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen van 1973 (MARPOL) en
    • het Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee van 1974 (SOLAS),

    alsmede de op deze verdragen betrekking hebbende protocollen en wijzigingen die op 1 januari 2002 van kracht zijn;

  5. "internationale instrumenten": de relevante internationale verdragen en de relevante resoluties en circulaires van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO), alsmede de relevante internationale beproevingsnormen;

  6. "merk": het in artikel 11 bedoelde en in bijlage D beschreven symbool;

  7. "aangemelde instantie": een organisatie die door de bevoegde nationale instantie van een Lid-Staat is aangewezen overeenkomstig artikel 9;

  8. "aan boord geplaatst": aan boord van een schip geïnstalleerde of geplaatste uitrusting;

  9. "veiligheidscertificaten": de certificaten die door of namens Lid-Staten zijn afgegeven overeenkomstig de internationale verdragen;

  10. "schip": ieder schip dat onder de internationale verdragen valt, met uitzondering van oorlogsschepen;

  11. "communautair schip": een schip waarvoor door of namens de Lid-Staten overeenkomstig de internationale verdragen veiligheidscertificaten zijn uitgereikt. De gevallen waarin de bevoegde nationale instantie van een Lid-Staat op verzoek van de bevoegde nationale instantie van een derde land een certificaat voor een schip afgeeft vallen niet onder deze definitie;

  12. "nieuw schip": een schip waarvan de kiel gelegd is of waarvan de bouw zich in een soortgelijk stadium bevindt op of na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn. In deze definitie wordt met een soortgelijk stadium van de bouw het stadium bedoeld waarin:
    1. de bouw van een bepaald schip begint en
    2. de samenbouw van dat schip reeds een massa van ten minste 50 ton of van 1 % van de geschatte massa van al het bouwmateriaal omvat, waarbij de kleinste massa bepalend is;

  13. "bestaand schip": een schip dat geen nieuw schip is;

  14. "beproevingsnormen": de normen opgesteld door
    • de Internationale Maritieme Organisatie (IMO),
    • de Internationale Organisatie voor Normalisatie (ISO),
    • de Internationale Elektrotechnische Commissie (IEC),
    • de Europese Commissie voor Normalisatie (CEN),
    • het Europees Comité voor Elektrotechnische Normalisatie (CENELEC), en
    • het Europees Normalisatie-instituut voor Telecommunicatie (ETSI),
      die op 1 januari 2002 van kracht zijn en vastgesteld zijn overeenkomstig de desbetreffende internationale verdragen en de relevante resoluties en circulaires van de IMO voor de definiëring van de beproevingsmethoden en beproevingsresultaten, maar uitsluitend in de vorm als bedoeld in bijlage A;

  15. "typegoedkeuring": de procedures waarbij de geproduceerde uitrusting volgens passende beproevingsnormen wordt beoordeeld, en de afgifte van het passende certificaat.
Artikel 02

Voor de toepassing van deze richtlijn gelden de volgende definities:

  1. "overeenstemmingsbeoordelingsprocedures": de procedures als vermeld in artikel 10 en bijlage B van deze richtlijn;

  2. "uitrusting": de in de bijlage A.1 en A.2 vermelde middelen en voorwerpen die voor gebruik aan boord van een schip moeten worden geplaatst om aan de internationale instrumenten te voldoen of die vrijwillig voor gebruik aan boord worden geplaatst en waarvoor de goedkeuring van de instantie van de vlaggestaat is voorgeschreven overeenkomstig de internationale instrumenten;

  3. "radiocommunicatieapparatuur": de apparatuur die is voorgeschreven in hoofdstuk IV van het SOLAS-Verdrag van 1974, in de versie die van kracht is en VHF-radiotelefonietoestellen zoals voorgeschreven in voorschrift III/6.2.1 van dat Verdrag;

  4. "internationale verdragen":
    • het Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen van 1966 (LL66),
    • het Verdrag inzake de internationale bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee van 1972 (COLREG),
    • het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen van 1973 (MARPOL) en
    • het Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee van 1974 (SOLAS),

    alsmede de op deze verdragen betrekking hebbende protocollen en wijzigingen die in de versie die van kracht is van kracht zijn;

  5. "internationale instrumenten": de relevante internationale verdragen en de relevante resoluties en circulaires van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO), alsmede de relevante internationale beproevingsnormen;

  6. "merk": het in artikel 11 bedoelde en in bijlage D beschreven symbool;

  7. "aangemelde instantie": een organisatie die door de bevoegde nationale instantie van een Lid-Staat is aangewezen overeenkomstig artikel 9;

  8. "aan boord geplaatst": aan boord van een schip geïnstalleerde of geplaatste uitrusting;

  9. "veiligheidscertificaten": de certificaten die door of namens Lid-Staten zijn afgegeven overeenkomstig de internationale verdragen;

  10. "schip": ieder schip dat onder de internationale verdragen valt, met uitzondering van oorlogsschepen;

  11. "communautair schip": een schip waarvoor door of namens de Lid-Staten overeenkomstig de internationale verdragen veiligheidscertificaten zijn uitgereikt. De gevallen waarin de bevoegde nationale instantie van een Lid-Staat op verzoek van de bevoegde nationale instantie van een derde land een certificaat voor een schip afgeeft vallen niet onder deze definitie;

  12. "nieuw schip": een schip waarvan de kiel gelegd is of waarvan de bouw zich in een soortgelijk stadium bevindt op of na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn. In deze definitie wordt met een soortgelijk stadium van de bouw het stadium bedoeld waarin:
    1. de bouw van een bepaald schip begint en
    2. de samenbouw van dat schip reeds een massa van ten minste 50 ton of van 1 % van de geschatte massa van al het bouwmateriaal omvat, waarbij de kleinste massa bepalend is;

  13. "bestaand schip": een schip dat geen nieuw schip is;

  14. "beproevingsnormen": de normen opgesteld door
    • de Internationale Maritieme Organisatie (IMO),
    • de Internationale Organisatie voor Normalisatie (ISO),
    • de Internationale Elektrotechnische Commissie (IEC),
    • de Europese Commissie voor Normalisatie (CEN),
    • het Europees Comité voor Elektrotechnische Normalisatie (CENELEC), en
    • het Europees Normalisatie-instituut voor Telecommunicatie (ETSI),
      die in de versie die van kracht is van kracht zijn en vastgesteld zijn overeenkomstig de desbetreffende internationale verdragen en de relevante resoluties en circulaires van de IMO voor de definiëring van de beproevingsmethoden en beproevingsresultaten, maar uitsluitend in de vorm als bedoeld in bijlage A;

  15. "typegoedkeuring": de procedures waarbij de geproduceerde uitrusting volgens passende beproevingsnormen wordt beoordeeld, en de afgifte van het passende certificaat.

Artikel 03

  1. Deze richtlijn is van toepassing op uitrusting voor gebruik aan boord van:
    1. een nieuw communautair schip ongeacht of het schip zich ten tijde van de bouw al dan niet in de Gemeenschap bevindt;

    2. een bestaand communautair schip
      • dat deze uitrusting voordien niet aan boord had;
      • waarop reeds aan boord aanwezige uitrusting wordt vervangen, behoudens wanneer de internationale verdragen anders bepalen ongeacht of het schip zich ten tijde van de plaatsing van de uitrusting aan boord al dan niet binnen de Gemeenschap bevindt.

  2. Deze richtlijn is niet van toepassing op uitrusting die op de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn reeds aan boord van een schip geplaatst was.

  3. Onverminderd het feit dat wat betreft het vrij verkeer andere richtlijnen dan de onderhavige en met name de Richtlijnen 89/336/EEG van de Raad van 3 mei 1989 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten inzake elektromagnetische compatibiliteit (6) en 89/686/EEG van de Raad van 21 december 1989 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten betreffende persoonlijke beschermingsmiddelen (7), van toepassing kunnen zijn op de in lid 1 bedoelde uitrusting, is bedoelde uitrusting wat het vrij verkeer betreft uitsluitend onderworpen aan de bepalingen van de onderhavige richtlijn en niet die van andere richtlijnen.

6 PB nr. L 139 van 23. 5. 1989, blz. 19. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 93/68/EEG (PB nr. L 220 van 31. 8. 1993, blz. 1).
7PB nr. L 399 van 30. 12. 1989, blz. 18. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 93/95/EEG (PB nr. L 276 van 9. 11. 1993, blz. 11).

Artikel 04


De Lid-Staten of de namens hen optredende organisaties zorgen er bij de afgifte of de vernieuwing van de relevante veiligheidscertificaten voor dat de uitrusting aan boord van de communautaire schepen waarvoor zij veiligheidscertificaten afgeven aan de voorschriften van deze richtlijn voldoet.

Artikel 05

  1. De in bijlage A.1 vermelde uitrusting die op of na de in artikel 20, lid 1, tweede alinea, bedoelde datum aan boord van een communautair schip geplaatst is, dient te voldoen aan de toepasselijke voorschriften van de in genoemde bijlage bedoelde internationale instrumenten.

  2. De overeenstemming van de uitrusting met toepasselijke voorschriften van de internationale verdragen en de betreffende resoluties en circulaires van de Internationale Maritieme Organisatie wordt uitsluitend aangetoond aan de hand van de in bijlage A.1 vermelde beproevingsnormen en overeenstemmingsbeoordelingsprocedures. Voor alle middelen en voorwerpen van bijlage A.1 waarvoor zowel normen van de IEC als van het ETSI zijn gegeven, vormen deze normen alternatieven en mag de fabrikant of diens in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde bepalen welke norm gebruikt wordt.

  3. De in bijlage A.1 vermelde uitrusting die vóór de in lid 1 vermelde datum vervaardigd is, mag gedurende een periode van twee jaar gerekend vanaf deze datum in de handel gebracht worden en aan boord van een schip geplaatst worden waarvan de certificaten door of namens een Lid-Staat overeenkomstig de internationale verdragen zijn afgegeven, mits zij vervaardigd is overeenkomstig procedures voor typegoedkeuring die reeds voor de datum van vaststelling van deze richtlijn op het grondgebied van die Lid-Staat van kracht waren.

Artikel 06

  1. De Lid-Staten verbieden niet het in de handel brengen of de plaatsing aan boord van een communautair schip van uitrusting als bedoeld in bijlage A.1 waarop het merk is aangebracht, of die op andere gronden in overeenstemming is met de bepalingen van deze richtlijn en weigeren niet de desbetreffende veiligheidscertificaten af te geven of te vernieuwen.

  2. Er moet, in overeenstemming met het Internationaal Radioreglement, eerst door de bevoegde instantie een radiovergunning worden afgegeven, alvorens het betrokken veiligheidscertificaat wordt afgegeven.

Artikel 07

  1. Na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn dient de Gemeenschap bij de IMO of bij de Europese normalisatie-instellingen, naar gelang van het geval, een verzoek in tot vaststelling van normen, met inbegrip van gedetailleerde beproevingsnormen, voor de in bijlage A.2 vermelde uitrusting.

  2. Het in lid 1 bedoelde verzoek wordt:
    • wanneer het aan de IMO wordt voorgelegd, ingediend door het Voorzitterschap van de Raad en door de Commissie:
    • wanneer het aan de Europese normalisatie-instellingen wordt voorgelegd, ingediend door de Commissie overeenkomstig Richtlijn 83/189/EEG van de Raad van 28 maart 1983 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften1. De door de Commissie gegeven mandaten zijn gericht op het ontwikkelen van internationale normen via procedures voor samenwerking tussen de Europese organisaties en hun tegenhangers op internationaal niveau.

  3. De Lid-Staten doen al het mogelijke om ervoor te zorgen dat de internationale organisaties, met inbegrip van de IMO, snel een begin maken met de ontwikkeling van deze normen.

  4. De Commissie dient de ontwikkeling van de beproevingsnormen regelmatig te controleren.

  5. Indien de internationale organisaties, met inbegrip van de IMO, na een redelijke termijn geen passende beproevingsnormen voor een bepaald soort uitrusting hebben vastgesteld of weigeren dat te doen, kunnen volgens de procedure van artikel 18 normen worden vastgesteld die gebaseerd zijn op het werk van de Europese normalisatie-instellingen.

  6. Wanneer de beproevingsnormen als bedoeld in lid 1 of lid 5 voor een bepaald soort uitrusting vastgesteld worden, respectievelijk van kracht worden, mag die uitrusting worden overgeschreven van bijlage A.2 naar bijlage A.1 overeenkomstig de procedure van artikel 18 en zullen derhalve de bepalingen van artikel 5 vanaf de datum van deze overschrijving van toepassing zijn.

1PB nr. L 109 van 26. 4. 1983, blz. 8. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij de Toetredingsakte van 1994.

Artikel 07

  1. Na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn dient de Gemeenschap bij de IMO of bij de Europese normalisatie-instellingen, naar gelang van het geval, een verzoek in tot vaststelling van normen, met inbegrip van gedetailleerde beproevingsnormen, voor de in bijlage A.2 vermelde uitrusting.

  2. Het in lid 1 bedoelde verzoek wordt:
    • wanneer het aan de IMO wordt voorgelegd, ingediend door het Voorzitterschap van de Raad en door de Commissie:
    • wanneer het aan de Europese normalisatie-instellingen wordt voorgelegd, ingediend door de Commissie overeenkomstig Richtlijn 83/189/EEG van de Raad van 28 maart 1983 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften1. De door de Commissie gegeven mandaten zijn gericht op het ontwikkelen van internationale normen via procedures voor samenwerking tussen de Europese organisaties en hun tegenhangers op internationaal niveau.

  3. De Lid-Staten doen al het mogelijke om ervoor te zorgen dat de internationale organisaties, met inbegrip van de IMO, snel een begin maken met de ontwikkeling van deze normen.

  4. De Commissie dient de ontwikkeling van de beproevingsnormen regelmatig te controleren.

  5. Indien de internationale organisaties, met inbegrip van de IMO, na een redelijke termijn geen passende beproevingsnormen voor een bepaald soort uitrusting hebben vastgesteld of weigeren dat te doen, kunnen normen worden vastgesteld die gebaseerd zijn op het werk van de Europese normalisatie-instellingen. Deze maatregel, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beoogt te wijzigen door haar aan te vullen, wordt vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.
  6. Wanneer de beproevingsnormen als bedoeld in lid 1 of lid 5 voor een bepaald soort uitrusting vastgesteld worden, respectievelijk van kracht worden, mag die uitrusting worden overgeschreven van bijlage A.2 naar bijlage A.1. Deze maatregel, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beoogt te wijzigen, wordt vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

De bepalingen van artikel 5 zijn vanaf de datum van deze overschrijving van toepassing..


1PB nr. L 109 van 26. 4. 1983, blz. 8. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij de Toetredingsakte van 1994.

Artikel 08

  1. Indien een nieuw schip, ongeacht onder welke vlag het vaart, niet in het scheepsregister van een Lid-Staat vermeld staat en daarin dient te worden opgenomen, dient dit schip door de ontvangende Lid-Staat te worden onderworpen aan een inspectie, waarbij wordt gecontroleerd of de toestand waarin de uitrusting verkeert in overeenstemming is met de veiligheidscertificaten en hetzij in overeenstemming is met de bepalingen van deze richtlijn en voorzien van het merk, hetzij ten genoegen van de bevoegde nationale instantie van de Lid-Staat gelijkwaardig is aan de uitrusting waaraan overeenkomstig deze richtlijn typegoedkeuring is verleend.

  2. Tenzij het merk op die uitrusting is aangebracht of de bevoegde nationale instantie die uitrusting gelijkwaardig acht, moet die uitrusting worden vervangen.

  3. Voor uitrusting die volgens dit artikel gelijkwaardig wordt geacht, verstrekt de Lid-Staat die vlaggestaat is een certificaat dat de uitrusting te allen tijde dient te vergezellen en dat behelst dat de Lid-Staat die vlaggestaat is toestemming geeft die uitrusting aan boord van het schip te plaatsen, met vermelding van eventuele beperkingen of bepalingen met betrekking tot het gebruik van de uitrusting.

  4. Wat betreft radiocommunicatieapparatuur eist de instantie van de vlaggestaat dat deze uitrusting zo min mogelijk inbreuk maakt op de eisen inzake het spectrum van radiofrequenties.

Artikel 09

  1. De Lid-Staten melden de Commissie en de overige Lid-Staten welke instanties zij hebben aangewezen voor uitvoering van de in artikel 10 vermelde procedures, met vermelding van de specifieke taken waarmee deze aangemelde instanties zijn belast en de identificatienummers die de Commissie hun vooraf heeft toegewezen. De organisaties leggen aan de Lid-Staat die voornemens is hen aan te melden alle gegevens en bewijsstukken voor waaruit blijkt dat ze aan de criteria van bijlage C voldoen.

  2. De Lid-Staten laten, door hun administratie of door een onpartijdig extern lichaam dat door de administratie benoemd wordt, ten minste eens in de twee jaar een audit verrichten die betrekking heeft op de taken die de aangemelde instanties namens de Lid-Staat vervullen. Door deze audit moet gewaarborgd worden dat de aangemelde instantie nog steeds aan de criteria van bijlage C voldoet.

  3. Een Lid-Staat die een aangemelde instantie heeft aangewezen moet die aanwijzing intrekken indien hij constateert dat deze instantie niet meer aan de criteria van bijlage C voldoet. Hij stelt de Commissie en de overige Lid-Staten daarvan onverwijld in kennis.

Artikel 10

  1. De overeenstemmingsbeoordelingsprocedure, die nader beschreven staat in bijlage B, behelst het volgende:


    1. een EG-typeonderzoek (module B) alsmede, voorafgaande aan het in de handel brengen van de uitrusting en afhankelijk van de keuze die de fabrikant of diens in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde maakt uit de in bijlage A.1 vermelde mogelijkheden, voor alle uitrusting:


      1. de EG-verklaring van overeenstemming met het type (module C), of
      2. de EG-verklaring van overeenstemming met het type (produktiekwaliteitsborging) (module D), of
      3. de EG-verklaring van overeenstemming met het type (produktkwaliteitsborging) (module E), of
      4. de EG-verklaring van overeenstemming met het type (produktkeuring) (module F), of

    2. de EG-volledige kwaliteitsborging (module H).

  2. De verklaring van overeenstemming met het type dient een schriftelijke verklaring te zijn en de in bijlage B aangegeven informatie te bevatten.

  3. Voor uitrusting die per stuk of in kleine hoeveelheden en niet in serie- of massaproduktie wordt vervaardigd mag de overeenstemmingsbeoordelingsprocedure de EG-eenheidskeuring (module G) zijn.

  4. De Commissie houdt een geactualiseerde lijst bij van goedgekeurde uitrusting en ingetrokken of geweigerde aanvragen en stelt deze ter beschikking van belanghebbenden.

Artikel 11

  1. Op uitrusting als bedoeld in bijlage A.1, die voldoet aan de desbetreffende internationale instrumenten en overeenkomstig de overeenstemmingsbeoordelingsprocedures is vervaardigd, moet door de fabrikant of diens in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde het merk zijn aangebracht.

  2. Het merk wordt gevolgd door het identificatienummer van de aangemelde instantie die de overeenstemmingsbeoordelingsprocedure heeft uitgevoerd, indien genoemde instantie betrokken is bij de fase van de fabricagecontrole, en door de laatste twee cijfers van het jaar dat het merk is aangebracht. Het identificatienummer moet onder de verantwoordelijkheid van de aangemelde instantie worden aangebracht hetzij door de instantie zelf hetzij door de fabrikant of diens in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde.

  3. De grafische vorm van het merk dient te zijn als is weergegeven in bijlage D.

  4. Het merk wordt op zodanige wijze op de uitrusting of op het gegevensplaatje aangebracht dat het voor de verwachte gebruiksduur van de uitrusting zichtbaar, leesbaar en onuitwisbaar zal zijn. Wanneer echter de aard van het uitrustingsstuk dat niet toelaat of niet rechtvaardigt, wordt het merk aangebracht op de verpakking, op een etiket of op een brochure.

  5. Het is verboden merken of opschriften aan te brengen die derden kunnen misleiden omtrent de betekenis of de grafische vorm van het in deze richtlijn bedoelde merk.

  6. Het merk moet aan het einde van de produktiefase worden aangebracht.

Artikel 12

  1. Onverminderd artikel 6 mogen de Lid-Staten de nodige maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat er steekproeven worden uitgevoerd op de van het merk voorziene uitrusting die bij hen in de handel is en nog niet aan boord van een schip is geplaatst, teneinde te controleren of deze uitrusting voldoet aan deze richtlijn. De steekproeven die niet voorzien zijn in de modulen voor de overeenstemmingsbeoordeling in bijlage B, worden uitgevoerd op kosten van de Lid-Staat.

  2. Onverminderd de bepalingen van artikel 6 is, na plaatsing van uitrusting die voldoet aan de voorschriften van deze richtlijn aan boord van een communautair schip, beoordeling daarvan door de instantie van de vlaggestaat van dat schip toegestaan, wanneer de internationale instrumenten om redenen van veiligheid en/of verontreinigingspreventie prestatieproeven in bedrijf aan boord voorschrijven, mits dit niet leidt tot doublures met de reeds uitgevoerde overeenstemmingsbeoordelingsprocedures. De instantie van de vlaggestaat kan van de fabrikant van de uitrusting, diens in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde of de persoon die in de Gemeenschap verantwoordelijk is voor het op de markt brengen van de uitrusting eisen dat de inspectie-/beproevingsverslagen worden overgelegd.

Artikel 13

  1. Indien een Lid-Staat bij een inspectie of op andere wijze vaststelt dat een uitrustingsstuk als bedoeld in bijlage A.1, waarop het merk is aangebracht en dat op de juiste wijze is geplaatst, wordt onderhouden en gebruikt voor zijn gebruiksdoel, de gezondheid en/of veiligheid van de bemanning, de passagiers of, indien van toepassing, andere personen in gevaar kan brengen, dan wel het marine milieu kan aantasten, neemt hij alle passende voorlopige maatregelen om dat uitrustingsstuk uit de handel te nemen, dan wel het in de handel brengen, het plaatsen, of het gebruiken daarvan aan boord van schepen waarvoor hij de veiligheidscertificaten afgeeft, te verbieden of te beperken. De Lid-Staat stelt onmiddellijk de overige Lid-Staten en de Commissie in kennis van deze maatregel, en vermeldt de redenen van zijn besluit en geeft met name aan of het niet voldoen aan het bepaalde in deze richtlijn is te wijten aan:

    1. de niet-naleving van artikel 5, leden 1 en 2;
    2. een onjuiste toepassing van de in artikel 5, leden 1 en 2, bedoelde beproevingsnormen;
    3. tekortkomingen in de beproevingsnormen zelf.

  2. De Commissie treedt zo spoedig mogelijk met de betrokken partijen in overleg. Indien de Commissie na het overleg concludeert dat:

    • de maatregelen gerechtvaardigd zijn, stelt zij onmiddellijk de Lid-Staat die het initiatief daartoe heeft genomen en de overige Lid-Staten daarvan in kennis; indien het in lid 1 genoemde besluit te wijten is aan tekortkomingen in de beproevingsnormen, legt de Commissie, indien de Lid-Staat die het besluit heeft genomen dit wenst te handhaven, na overleg met de betrokken partijen, de zaak binnen twee maanden voor aan het in artikel 18 bedoelde comité en start zij de procedure van artikel 18;
    • de maatregelen niet gerechtvaardigd zijn, stelt zij onmiddellijk de Lid-Staat die het initiatief daartoe heeft genomen en de fabrikant of diens in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde daarvan in kennis.

  3. Indien uitrusting die niet in overeenstemming is, het merk draagt, neemt de Lid-Staat onder wiens gezag degene die het merk heeft aangebracht valt, passende maatregelen; de Lid-Staat stelt de Commissie en de overige Lid-Staten in kennis van de maatregelen die hij heeft getroffen.

  4. De Commissie zorgt ervoor dat de Lid-Staten op de hoogte worden gehouden van de voortgang en het resultaat van deze procedure.

Artikel 13

  1. Indien een Lid-Staat bij een inspectie of op andere wijze vaststelt dat een uitrustingsstuk als bedoeld in bijlage A.1, waarop het merk is aangebracht en dat op de juiste wijze is geplaatst, wordt onderhouden en gebruikt voor zijn gebruiksdoel, de gezondheid en/of veiligheid van de bemanning, de passagiers of, indien van toepassing, andere personen in gevaar kan brengen, dan wel het marine milieu kan aantasten, neemt hij alle passende voorlopige maatregelen om dat uitrustingsstuk uit de handel te nemen, dan wel het in de handel brengen, het plaatsen, of het gebruiken daarvan aan boord van schepen waarvoor hij de veiligheidscertificaten afgeeft, te verbieden of te beperken. De Lid-Staat stelt onmiddellijk de overige Lid-Staten en de Commissie in kennis van deze maatregel, en vermeldt de redenen van zijn besluit en geeft met name aan of het niet voldoen aan het bepaalde in deze richtlijn is te wijten aan:

    1. de niet-naleving van artikel 5, leden 1 en 2;

    2. een onjuiste toepassing van de in artikel 5, leden 1 en 2, bedoelde beproevingsnormen;

    3. tekortkomingen in de beproevingsnormen zelf.

  2. De Commissie treedt zo spoedig mogelijk met de betrokken partijen in overleg. Indien de Commissie na het overleg concludeert dat:

    • de maatregelen gerechtvaardigd zijn, stelt zij onmiddellijk de lidstaat die het initiatief daartoe heeft genomen en de overige lidstaten daarvan in kennis; indien het in lid 1 genoemde besluit te wijten is aan tekortkomingen in de beproevingsnormen, legt de Commissie, indien de lidstaat die het besluit heeft genomen dit wenst te handhaven, na overleg met de betrokken partijen, de zaak binnen twee maanden voor aan het in artikel 18, lid 1, bedoelde comité en start zij de regelgevingsprocedure van artikel 18, lid 2.
    • de maatregelen niet gerechtvaardigd zijn, stelt zij onmiddellijk de Lid-Staat die het initiatief daartoe heeft genomen en de fabrikant of diens in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde daarvan in kennis.

  3. Indien uitrusting die niet in overeenstemming is, het merk draagt, neemt de Lid-Staat onder wiens gezag degene die het merk heeft aangebracht valt, passende maatregelen; de Lid-Staat stelt de Commissie en de overige Lid-Staten in kennis van de maatregelen die hij heeft getroffen.

  4. De Commissie zorgt ervoor dat de Lid-Staten op de hoogte worden gehouden van de voortgang en het resultaat van deze procedure.

Artikel 14

  1. Onverminderd de bepalingen van artikel 5, kan de bevoegde nationale instantie van de vlaggestaat in uitzonderlijke gevallen van technische innovatie toestaan dat uitrusting die niet aan de conformiteitsbeoordelingsprocedures voldoet aan boord van een communautair schip wordt geplaatst, indien proefondervindelijk of op andere wijze, ten genoegen van de bevoegde nationale instantie van de vlaggestaat, wordt vastgesteld dat deze uitrusting minstens even doeltreffend is als uitrusting waarvoor wel overeenstemmingsbeoordelingsprocedures zijn gevolgd.
    Wat betreft radiocommunicatieapparatuur eist de instantie van de vlaggestaat dat deze uitrusting zo min mogelijk inbreuk maakt op de eisen inzake het spectrum van radiofrequenties.

  2. Deze beproevingsprocedures mogen in geen geval discriminatie inhouden tussen in de Lid-Staat die vlaggestaat is en de in andere Staten geproduceerde uitrusting.

  3. Voor uitrusting die onder dit artikel valt, verstrekt de Lid-Staat die vlaggestaat is een certificaat dat de uitrusting te allen tijde dient te vergezellen en dat behelst dat de Lid-Staat die vlaggestaat is toestemming geeft de uitrusting aan boord van het schip te plaatsen, met vermelding van eventuele beperking of bepalingen met betrekking tot het gebruik van de uitrusting.

  4. Indien een Lid-Staat krachtens dit artikel toestaat dat uitrusting aan boord van een communautair schip wordt geplaatst, deelt die Lid-Staat de Commissie en de overige Lid-Staten onverwijld de betreffende bijzonderheden mede en geeft de verslagen van alle relevante proeven, beoordelingen en overeenstemmingsbeoordelingsprocedures door.

  5. De in lid 1 bedoelde uitrusting wordt toegevoegd aan bijlage A.2 van deze richtlijn overeenkomstig de procedure van artikel 18.

  6. Bij overdracht van een schip met uitrusting aan boord die onder lid 1 van dit artikel valt, aan een andere Lid-Staat, mag de ontvangende Lid-Staat die vlaggestaat is de nodige maatregelen nemen inclusief eventueel beproevingen en praktische demonstraties, om te zorgen dat de uitrusting ten minste zo doeltreffend is als de uitrusting waarbij de conformiteitsbeoordelingsprocedures zijn gevolgd.

Artikel 14

  1. Onverminderd de bepalingen van artikel 5, kan de bevoegde nationale instantie van de vlaggestaat in uitzonderlijke gevallen van technische innovatie toestaan dat uitrusting die niet aan de conformiteitsbeoordelingsprocedures voldoet aan boord van een communautair schip wordt geplaatst, indien proefondervindelijk of op andere wijze, ten genoegen van de bevoegde nationale instantie van de vlaggestaat, wordt vastgesteld dat deze uitrusting minstens even doeltreffend is als uitrusting waarvoor wel overeenstemmingsbeoordelingsprocedures zijn gevolgd.
    Wat betreft radiocommunicatieapparatuur eist de instantie van de vlaggestaat dat deze uitrusting zo min mogelijk inbreuk maakt op de eisen inzake het spectrum van radiofrequenties.

  2. Deze beproevingsprocedures mogen in geen geval discriminatie inhouden tussen in de Lid-Staat die vlaggestaat is en de in andere Staten geproduceerde uitrusting.

  3. Voor uitrusting die onder dit artikel valt, verstrekt de Lid-Staat die vlaggestaat is een certificaat dat de uitrusting te allen tijde dient te vergezellen en dat behelst dat de Lid-Staat die vlaggestaat is toestemming geeft de uitrusting aan boord van het schip te plaatsen, met vermelding van eventuele beperking of bepalingen met betrekking tot het gebruik van de uitrusting.

  4. Indien een Lid-Staat krachtens dit artikel toestaat dat uitrusting aan boord van een communautair schip wordt geplaatst, deelt die Lid-Staat de Commissie en de overige Lid-Staten onverwijld de betreffende bijzonderheden mede en geeft de verslagen van alle relevante proeven, beoordelingen en overeenstemmingsbeoordelingsprocedures door.

  5. De in lid 1 bedoelde uitrusting wordt toegevoegd aan bijlage A.2. Deze maatregel, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beoogt te wijzigen, wordt vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.
  6. Bij overdracht van een schip met uitrusting aan boord die onder lid 1 van dit artikel valt, aan een andere Lid-Staat, mag de ontvangende Lid-Staat die vlaggestaat is de nodige maatregelen nemen inclusief eventueel beproevingen en praktische demonstraties, om te zorgen dat de uitrusting ten minste zo doeltreffend is als de uitrusting waarbij de conformiteitsbeoordelingsprocedures zijn gevolgd.

Artikel 15

  1. Onverminderd artikel 5 mag de instantie van een vlaggestaat toestaan dat uitrusting waarvoor geen overeenstemmingsbeoordelingsprocedures zijn gevolgd of die niet onder artikel 14 valt met het oog op beproeving of beoordeling aan boord van een communautair schip wordt geplaatst, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

    1. voor de uitrusting wordt door de Lid-Staat die vlaggestaat is een certificaat verstrekt dat de uitrusting te allen tijde dient te vergezellen en dat behelst dat de Lid-Staat die vlaggestaat is toestemming geeft die uitrusting aan boord van het communautaire schip te plaatsen, met vermelding van eventuele beperkingen of bepalingen met betrekking tot het gebruik van de uitrusting;

    2. de toestemming mag slechts voor een korte periode gegeven worden;

    3. er mag niet op die uitrusting vertrouwd worden als op uitrusting die voldoet aan de eisen van deze richtlijn en zij mag laatstgenoemde uitrusting, die klaar voor onmiddellijk gebruik aan boord van het communautaire schip moet blijven, niet vervangen.

  2. Wat betreft radiocommunicatieapparatuur eist de instantie van de vlaggestaat dat deze uitrusting zo min mogelijk inbreuk maakt op de eisen inzake het spectrum van radiofrequenties.

Artikel 16

  1. Indien de uitrusting moet worden vervangen in een haven buiten de Gemeenschap en in uitzonderlijke omstandigheden die tegenover de instantie van de vlaggestaat naar behoren moeten worden gerechtvaardigd, mag, indien het vanuit het oogpunt van tijd, vertraging en kosten redelijkerwijs niet uitvoerbaar is om uitrusting aan boord te plaatsen waarvoor een EG-typegoedkeuring is verleend, andere uitrusting aan boord worden geplaatst. Daarbij moet de onderstaande procedure gevolgd worden:

    1. de uitrusting gaat vergezeld van documentatie afgegeven door een erkende organisatie die gelijkwaardig is aan een aangemelde instantie, indien tussen de Gemeenschap en het betrokken derde land een overeenkomst is gesloten inzake wederzijdse erkenning van deze organisaties;

    2. indien het onmogelijk blijkt om aan het bepaalde onder a) te voldoen, mag uitrusting die vergezeld gaat van documentatie afgegeven door een Staat die lid is van de IMO en partij bij de desbetreffende Verdragen, waarin naleving van de desbetreffende IMO-voorschriften gecertificeerd wordt, aan boord worden geplaatst, mits voldaan is aan het bepaalde in de leden 2 en 3.

  2. De instantie van de vlaggestaat wordt onmiddellijk op de hoogte gesteld van de aard en de kenmerken van deze andere uitrusting.

  3. De instantie van de vlaggestaat moet er zo spoedig mogelijk voor zorgen dat de in lid 1 bedoelde uitrusting en de beproevingsdocumenten voldoen aan de desbetreffende voorschriften van de internationale instrumenten en van deze richtlijn.

  4. Wat betreft radiocommunicatieapparatuur eist de instantie van de vlaggestaat dat deze uitrusting zo min mogelijk inbreuk maakt op de eisen inzake het spectrum van radiofrequenties.

Artikel 17

De richtlijn kan worden gewijzigd volgens de procedure van artikel 18 met het oog op:

  • de toepassing voor de doeleinden van deze richtlijn van de achtereenvolgende wijzigingen van de internationale instrumenten;
  • de bijwerking van bijlage A door opname daarin van nieuwe uitrusting en overschrijving van uitrusting van bijlage A.2 naar bijlage A.1 en vice versa;
  • de toevoeging van de mogelijkheid modules B + C en module H te gebruiken voor uitrusting van bijlage A.1;
  • toevoeging van normalisatieorganisaties in de definitie van beproevingsnormen in artikel 2.

Artikel 17

De richtlijn kan worden gewijzigd volgens de procedure van artikel 18, lid 2, met het oog op:

  • de toepassing voor de doeleinden van deze richtlijn van de achtereenvolgende wijzigingen van de internationale instrumenten;

  • de bijwerking van bijlage A door opname daarin van nieuwe uitrusting en overschrijving van uitrusting van bijlage A.2 naar bijlage A.1 en vice versa;

  • de toevoeging van de mogelijkheid modules B + C en module H te gebruiken voor uitrusting van bijlage A.1, alsmede door wijziging van de kolommen betreffende de conformiteitsbeoordelingsmodules;

  • toevoeging van normalisatieorganisaties in de definitie van beproevingsnormen in artikel 2.

De onder c), d) en n), van artikel 2 genoemde verdragen en beproevingsnormen worden verstaan onverminderd de eventueel krachtens artikel 5 van Verordening (EG) nr. 2099/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 5 november 2002 betreffende de oprichting van het Comité voor maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen (COSS)1 genomen maatregelen.


1 PB L 324 van 29.11.2002, blz. 1.

Artikel 17

De richtlijn kan worden gewijzigd met het oog op:

  1. de toepassing voor de doeleinden van deze richtlijn van de achtereenvolgende wijzigingen van de internationale instrumenten;

  2. de bijwerking van bijlage A door opname daarin van nieuwe uitrusting en overschrijving van uitrusting van bijlage A.2 naar bijlage A.1 en vice versa;

  3. de toevoeging van de mogelijkheid modules B + C en module H te gebruiken voor uitrusting van bijlage A.1, alsmede door wijziging van de kolommen betreffende de conformiteitsbeoordelingsmodules;
  4. toevoeging van normalisatieorganisaties in de definitie van beproevingsnormen in artikel 2.

Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

De onder c), d) en n), van artikel 2 genoemde verdragen en beproevingsnormen worden verstaan onverminderd de eventueel krachtens artikel 5 van Verordening (EG) nr. 2099/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 5 november 2002 betreffende de oprichting van het Comité voor maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen (COSS)1 genomen maatregelen.


1 PB L 324 van 29.11.2002, blz. 1.

Artikel 18

  1. De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 12 van Richtlijn 93/75/EG van de Raad van 13 september 1993 betreffende de minimumeisen voor schepen die gevaarlijke of verontreinigende goederen vervoeren en die naar of uit de zeehavens van de Gemeenschap varen (1) opgerichte comité, volgens de procedure van de hierna volgende leden 2 en 3.

  2. De vertegenwoordiger van de Commissie legt het comité een ontwerp voor van de te nemen maatregelen. Het comité brengt advies uit over dit ontwerp binnen een termijn die de voorzitter kan vaststellen naar gelang van de urgentie van de materie. Het comité spreekt zich uit met de meerderheid van stemmen die in artikel 148, lid 2, van het Verdrag is voorgeschreven voor de aanneming van de besluiten die de Raad op voorstel van de Commissie dient te nemen. Bij de stemming in het comité worden de stemmen van de vertegenwoordigers van de Lid-Staten gewogen overeenkomstig genoemd artikel. De voorzitter neemt niet aan de stemming deel.

    1. De Commissie stelt de beoogde maatregelen vast wanneer zij in overeenstemming zijn met het advies van het comité.

    2. Wanneer de beoogde maatregelen niet in overeenstemming zijn met het advies van het comité of indien geen advies is uitgebracht, dient de Commissie onverwijld bij de Raad een voorstel in betreffende de te nemen maatregelen. De Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen.
      Indien de Raad, na verloop van twee maanden na de indiening van het voorstel bij de Raad, geen besluit heeft genomen, worden de voorgestelde maatregelen door de Commissie vastgesteld.

1PB nr. L 247 van 5. 10. 1993, blz. 19.

Artikel 18

  1. De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 3 van Verordening (EG) nr. 2099/2002 ingestelde Comité voor maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen (COSS).
  2. Wanneer wordt verwezen naar dit lid, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999, tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden1 van toepassing, met inachtneming van het bepaalde in artikel 8 van dat besluit. De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op twee maanden.
  3. Het Comité stelt zijn reglement van orde vast.

1 PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.
Artikel 18
  1. De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 3 van Verordening (EG) nr. 2099/2002 van het Europees Parlement en de Raad1 ingestelde Comité voor maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen (COSS).
  2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van de Raad2 van toepassing, met inachtneming van het bepaalde in artikel 8 van dat besluit. De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op twee maanden.
  3. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.


1PB L 324 van 29.11.2002, blz. 1.
2PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

Artikel 19

De Lid-Staten bieden elkaar wederzijdse bijstand met het oog op een doeltreffende implementatie en handhaving van deze richtlijn.

Artikel 21


Deze richtlijn treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Artikel 22


Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten.

Gedaan te Brussel, 20 december 1996.

Voor de Raad
De Voorzitter

S. BARRETT

Bijlage A UitrustingUirusting

Bijlage A

Algemene noot betreffende bijlage A: onder „SOLAS-voorschriften” wordt verstaan de geconsolideerde versie van het SOLAS-verdrag van 2009.

Algemene noot betreffende bijlage A: voor bepaalde benamingen worden in kolom 5 een aantal mogelijke productvarianten onder dezelfde benaming vermeld. Mogelijke varianten worden onafhankelijk van elkaar vermeld en van elkaar gescheiden door een streepjeslijn. Voor certificeringsdoeleinden, wordt alleen de relevante productvariant geselecteerd (bv. A.1/3.3).

Lijst van gebruikte afkortingen:

Bijlage A.1 - Uitrusting waarvoor in internationale instrumenten reeds gedetailleerde beproevingsnormen bestaan

A.1:

wijziging 1 betreffende niet-IMO-normdocumenten

A.2:

wijziging 2 betreffende niet-IMO-normdocumenten

AC:

wijzigend corrigendum betreffende niet-IMO-normdocumenten

CAT:

categorie voor radarapparatuur als gedefinieerd in deel 1.3 van IEC 62388 (2007)

Circ.:

circulaire

COLREG:

International Regulations for Preventing Collisions at Sea (Verdrag inzake de internationale bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee)

COMSAR:

IMO-subcomité inzake radiocommunicatie, opsporing en redding

EN:

Europese norm

ETSI:

Europees Instituut voor telecommunicatienormen

FSS:

Internationale code voor brandveiligheidsystemen

FTP:

Internationale code voor brandproefprocedures

HSC:

Internationale code voor de veiligheid van hogesnelheidsvaartuigen (High Speed Craft Code)

IBC:

Internationale code inzake het vervoer van chemicaliën in bulk (International Bulk Chemical Code)

ICAO:

Internationale Burgerluchtvaartorganisatie

IEC:

Internationale Elektrotechnische Commissie (International Electro-technical Commission)

IMO:

Internationale Maritieme Organisatie

ISO:

Internationale Organisatie voor Normalisatie

ITU:

Internationale Telecommunicatie-unie

LSA:

reddingsmiddel (Life saving appliance)

MARPOL:

Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen (International Convention for the Prevention of Pollution from Ships)

MEPC:

Comité voor bescherming van het mariene milieu (Marine Environment Protection Committee)

MSC:

Maritieme Veiligheidscommissie (Maritime Safety Committee)

NOx:

stikstofoxiden

SOLAS:

het Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee

SOx:

zwaveloxiden

Reg.:

voorschrift

Res.:resolutie

Bijlage A UirustingA1 Uitrusting waarvoor reeds gedetailleerde beproevingsnormen bestaan in internationale instrumenten

Bijlage A.1 - Uitrusting waarvoor in internationale instrumenten reeds gedetailleerde beproevingsnormen bestaan

Algemene noot betreffende bijlage A: onder „SOLAS-voorschriften” wordt verstaan de geconsolideerde versie van het SOLAS-verdrag van 2009.

Algemene noot betreffendeOp heel bijlage A: voor bepaalde benamingen worden in kolom 5 een aantal mogelijke productvarianten onder dezelfde benaming vermeld. Mogelijke varianten worden onafhankelijk1 van elkaar vermeld en van elkaar gescheiden door een streepjeslijn. Voor certificeringsdoeleinden, wordt alleen de relevante productvariant geselecteerd (bv. A.1/3.3).toepassing zijnde noten:

Lijst van gebruikte afkortingen:

a)A.1Algemeen:

wijziging 1 betreffende niet-naast de specifiek vermelde internationale beproevingsnormen bevatten de toepasselijke voorschriften van de internationale verdragen en de desbetreffende resoluties en circulaires van de IMO-normdocumenten een aantal bepalingen die moeten worden gecontroleerd tijdens het typeonderzoek (typegoedkeuring), zoals vermeld in de overeenstemmingsbeoordelingsmodules van bijlage B.

A.2:

wijziging 2 betreffende niet-IMO-normdocumenten

b)ACKolom 1:

wijzigend corrigendum betreffende niet-IMO-normdocumentenartikel 2 van Richtlijn 2009/26/EG van de Commissie1 kan van toepassing zijn.

CAT:

categorie voor radarapparatuur als gedefinieerd in deel 1.3 van IEC 62388 (2007)

Circ.:

circulaire

c)COLREGKolom 1:

International Regulations for Preventing Collisions at Sea (Verdrag inzakeartikel 2 van Richtlijn 2010/68/EU van de internationaleCommissie2 bepalingen ter voorkomingkan van aanvaringen op zee)toepassing zijn.

d)COMSARKolom 5:

wanneer IMO-subcomité inzake radiocommunicatieresoluties worden vermeld, opsporingzijn alleen de beproevingsnormen in de desbetreffende delen van de bijlagen bij de resoluties van toepassing en reddingniet de bepalingen van de resoluties zelf.

EN:

Europese norm

ETSI:

Europees Instituut voor telecommunicatienormen

FSS:

Internationale code voor brandveiligheidsystemen

FTP:

Internationale code voor brandproefprocedures

e)HSCKolom 5:

Internationale code voorvan kracht zijnde versies van de veiligheidinternationale verdragen en beproevingsnormen. Ten behoeve van hogesnelheidsvaartuigen (High Speed Craft Code)een correcte verwijzing naar de relevante normen moet op de beproevingsverslagen, certificaten van overeenstemming en verklaringen van overeenstemming worden aangegeven welke norm en welke versie daarvan werd toegepast.

IBC:

Internationale code inzake het vervoer van chemicaliën in bulk (International Bulk Chemical Code)

ICAO:

Internationale Burgerluchtvaartorganisatie

IEC:

Internationale Elektrotechnische Commissie (International Electro-technical Commission)

IMO:

Internationale Maritieme Organisatie

ISO:

Internationale Organisatie voor Normalisatie

ITU:

Internationale Telecommunicatie-unie

LSA:

reddingsmiddel (Life saving appliance)

f)MARPOL: Kolom 5:

Internationaal Verdrag ter voorkomingwanneer twee benamingen van groepen beproevingsnormen worden gescheiden door een „of” voldoet elk van verontreiniging door schependeze groepen aan alle beproevingseisen waarmee overeenstemming met de IMO prestatienormen kan worden aangetoond. Het volstaat bijgevolg op basis van één van deze groepen te testen om aan te tonen dat aan de eisen van de desbetreffende internationale instrumenten is voldaan. Wanneer daarentegen een ander scheidingsteken (International Convention for the Prevention of Pollution from Ships)komma) wordt gebruikt, zijn alle opgesomde referenties van toepassing.

MEPC:

Comité voor bescherming van het mariene milieu (Marine Environment Protection Committee)

MSC:

Maritieme Veiligheidscommissie (Maritime Safety Committee)

NOx:

stikstofoxiden

g)SOLASKolom 6:

het Internationaal Verdrag voor de beveiligingeen kruisje onder H betekent: module H plus certificaat van mensenlevens op zeeontwerponderzoek.

SOx:

zwaveloxiden

Reg.: h)

voorschrift

De in deze bijlage vastgestelde eisen gelden onverminderd de uitrustingseisen in de internationale verdragen.

Res.:resolutie


1 PB L 113 van 6.5.2009, blz. 1.
2 PB L 305 van 20.11.2010, blz. 1.
1 Persoonlijke reddingsmiddelen

Bijlage A.l: Uitrusting waarvoor reeds gedetailleerde beproevingsnormen bestaan in internationale instrumenten1

Naast de specifiek vermelde internationale beproevingsnormen staat een aantal bepalingen waaraan de hand gehouden dient te worden bij het typeonderzoek (typegoedkeuring) in voorschriften van de relevante overeenkomsten.

1. Persoonlijke reddingsmiddelen

Nummer

Benaming

Voorschrift SOLAS 74 als gewijzigd indien "typegoedkeuring" is voorgeschreven

Toepasselijk voorschrift van SOLAS 74 als gewijzigd

Internationale beproevingsnormen2

Overeenstemmingsbeoordelingsmodules

B + C

B + D

B + E

B + F

G

H

1

Reddingsboeien

Voorschrift III/4 & III,30

Voorschrift III/7.1 ,31

IMO Res. A 689 (17)

x

x

x

2

Zelfontbrandende lichten voor reddingsboeien

Voorschrift III/4 & III,30

Voorschrift III7.1 ,31.2

IMO Res. A 689 (17)

x

x

x

3

Zelfwerkende rooksignalen voor reddingsboeien

Voorschrift III/4 & III,30

Voorschrift III7.1,31.3

IMO Res. A 689 (17)

x

x

x

4

Reddingsgordel

Voorschrift III/4 & III,30

Voorschrift III/7.2,32

IMO Res. A 689 (17)

x

x

x

5

Overlevingspakken

Voorschrift III/4 & III,30

Voorschrift III/7.3,33

IMO Res. A 689 (17)

x

x

x

6

Overlevingspakken - Reddingsgordel

Voorschrift III/4 & III,30

Voorschrift III/33.1.2

IMO Res. A 689 (17)

x

x

x

7

Hulpmiddelen tegen warmteverlies

Voorschrift III/4 & III,30

Voorschrift III/34

IMO Res. A 689 (17)

x

x

x

8

Valschermsignalen (pyrotechniek)

Voorschrift III/4 & III,30

Voorschrift III/35

IMO Res. A 689 (17)

x

x

9

Handstakellichten (pyrotechniek)

Voorschrift III/4 & III,30

Voorschrift III/36

IMO Res. A 689 (17)

x

x

10

Drijvende rooksignalen (pyrotechniek)

Voorschrift III/4 & III,30

Voorschrift III/3

IMO Res. A 689 (17)

x

x

11

Lijnwerptoestellen (pyrotechniek)

Voorschrift III/4 & III,30

Voorschrift III/49

IMO Res. A 689 (17)

x

x

12

Opblaasbare reddingsvlotten

Voorschrift III/4 & III,30

Voorschrift III/38,39

IMO Res. A 689 (17)

x

13

Vaste reddingsvlotten

Voorschrift III/4 & III,30

Voorschrift III/38,40

IMO Res. A 689 (17)

x

14

Zelfdrijfvoorzieningen voor reddingsvlotten; hydrostatische openers

Voorschrift III/4 & III,30

Voorschrift III/38.6.3

IMO Res. A 689 (17)

x

x

x

15

Reddingsboten

Voorschrift III/4 & III,30

Voorschrift III/41 tot 46

IMO Res. A 689 (17)

x

x

16

Vaste hulpverleningsboten

Voorschrift III/4 & III,30

Voorschrift III/47.1 & 2

IMO Res. A 689 (17)

x

x

17

Hulpverleningsboten in opgeblazen toestand

Voorschrift III/4 & III,30

Voorschrift III/47

IMO Res. A 689 (17)

x

x

18

Tewaterlatingsmiddelen waarbij gebruik gemaakt wordt van lopers en lieren (davits)

Voorschrift III/4 & III,30

Voorschrift III/48.1 &2

IMO Res. A 689 (17)

x

x

x

x

19

Teaterlatingsmiddelen door middel van vrij opdrijven

Voorschrift III/4 & III,30

Voorschrift III/48.1 & 3

IMO Res. A 689 (17)

x

x

x

20

Tewaterlatingsmiddelen door middel van vrije val

Voorschrift III/4 & III,30

Voorschrift III/48.1 & 4

IMO Res. A 689 (17)

x

21

Tewaterlatings- en inschepingsmiddelen


Voorschrift III/4 & III,30

Voorschrift III/48.1 & 5

IMO Res. A 689 (17)

x

x

22

Inschepingsladders

Voorschrift III/4 & III,30

Voorschrift III/48.7

IMO Res. A 689 (17)

x

x

x

23

Retroflecterende materialen

Voorschrift III/4

Voorschrift III/30.2.7

IMO Res. A 658 (16)

x

x

x

24

VHF-radiotelefonietoestel

Voorschrift III/4

Voorschrift III/6.2.1

IMO Res. A 694 (17) IMO Res. A 762 (18)
I-ETS 300.225
IEC 945, ontwerp
IEC 1097-12

x

x

x

x

25

Radartransponder SART

Voorschrift III/4

Voorschrift III/6.2.2

x

x

x

x

26

Radarreflector

Voorschrift III/4

Voorschrift III/38.5.1.14
Voorschrift III/41.8.30

IMO Res. A 384 (X)
ISO 8729

x

x

x

x



1 Bij vermelding van module H in kolom 6 wordt module H + certificaat van ontwerponderzoek bedoeld.
2 Wanneer IMO-resoluties worden genoemd, gaat het om de normen in de betreffende delen van de bijlagen bij de resoluties en niet om de bepalingen van de resoluties zelf.
1 Persoonlijke reddingsmiddelen

Bijlage A.l: Uitrusting waarvoor reeds gedetailleerde beproevingsnormen bestaan in internationale instrumenten*

Naast de specifiek vermelde internationale beproevingsnormen staat een aantal bepalingen waaraan de hand dient te worden gehouden bij het type-onderzoek (typegoedkeuring) als vermeld in de overeenstemmingsbeoordelingsmodules van bijlage B in de toepasselijke voorschriften van de internationale verdragen en in de desbetreffende resoluties en circulaires van de IMO.

1. Persoonlijke reddingsmiddelen

Nummer

Benaming

Voorschrift SOLAS 74, zoals gewijzigd, waar "typegoedkeuring" wordt voorgeschreven

Toepasselijke voorschriften van SOLAS-74, zoals gewijzigd, en de relevante resoluties en circulaires van de IMO1

beproevings-
normen2

Overeenstemmingsbeoordelingsmodules

B + C

B + D

B + E

B + F

G

H

A.1/1.1

Reddingsboeien

Voorschrift III/4

Voorschrift III/7.1 & III/34,
IMO-resolutie MSC
48(66)

IMO-resolutie A.689
(17), zoals gewijzigd bij IMO-resolutie
MSC.54(66)

x

x

x

A.1/1.2

Positieaangevende
lichten voor
persoonlijke
reddingsmiddelen

Voorschrift III/4

Voorschrift III/7.1.3,
III/22.3.1,
III/32.2.2 & III/34,
IMO-resolutie MSC 48(66)

IMO-resolutie A.689
(17), zoals gewijzigd bij IMO-resolutie
MSC.54(66)

x

x

x

A.1/1.3

Zelfwerkende
rooksignalen voor
reddingsboeien
Voorschrift III/4Voorschrift III/7.1 &
III/34,
IMO-resolutie MSC
48(66)
IMO-resolutie A.689
(17), zoals gewijzigd bij IMO-resolutie
MSC.54(66)

x

x

x

A.1/1.4

ReddingsgordelsVoorschrift III/4Voorschrift III/7.2 &
III/34,
IMO-resolutie MSC
48(66)
IMO-resolutie A.689
(17), zoals gewijzigd bij
IMO-resolutie
MSC.54(66),
EN 394,
EN 396+A1,
EN 399+A1

x

x

x

A.1/1.5

Overlevings- en
beschermingspakken
Voorschrift III/4Voorschrift III/7.3 &
III/34,
IMO-resolutie MSC 48(66)
IMO-resolutie A.689
(17), zoals gewijzigd bij
IMO-resolutie
MSC.54(66)

x

x

x

A.1/1.6

Overlevings- en
beschermingspakken
die als reddingsgordels
z¶n geclassificeerd
Voorschrift III/4Voorschrift III/7.3 &
III/34,
IMO-resolutie MSC 48(66)
IMO-resolutie A.689
(17), zoals gewijzigd bij
IMO-resolutie
MSC.54(66)

x

x

x

A.1/1.7

Hulpmiddelen tegen
warmteverlies)
Voorschrift III/4Voorschrift III/22.4,
III/32.3 & III/34,
IMO-resolutie MSC 48(66)
IMO-resolutie A.689
(17), zoals gewijzigd bij
IMO-resolutie
MSC.54(66)

x

x

x

A.1/1.8

Valschermsignalen
(pyrotechniek)
Voorschrift III/4Voorschrift III/6.3 &
III/34,
IMO-resolutie MSC 48(66)
IMO-resolutie A.689
(17), zoals gewijzigd bij
IMO-resolutie
MSC.54(66)

x

x

A.1/1.9

Handstakellichten
(pyrotechniek)
Voorschrift III/4Voorschrift III/34,
IMO-resolutie MSC 48(66)
IMO-resolutie A.689
(17), zoals gewijzigd bij
IMO-resolutie
MSC.54(66)

x

x

A.1/1.10

Drijvende rooksignalen
(pyrotechniek)
Voorschrift III/4Voorschrift III/34,
IMO-resolutie MSC 48(66)
IMO-resolutie A.689
(17), zoals gewijzigd bij
IMO-resolutie
MSC.54(66)

x

x

A.1/1.11

Lijnwerptoestellen
(pyrotechniek)
Voorschrift III/4Voorschrift III/18 &
III/34,
IMO-resolutie MSC 48(66)
IMO-resolutie A.689
(17), zoals gewijzigd bij
IMO-resolutie
MSC.54(66)

x

x

A.1/1.12

Opblaasbare
reddingsvlotten
Voorschrift III/4Voorschrift III/21,
III/31 & III/34,
IMO-resolutie MSC 48(66)
IMO-resolutie A. 689
(17), zoals gewijzigd bij
IMO-resolutie
MSC.54(66)

x

A.1/1.13

Vaste reddingsvlottenVoorschrift III/4Voorschrift III/21,
III/31 & III/34,
IMO-resolutie MSC 48(66)
IMO-resolutie A.689
(17), zoals gewijzigd bij
IMO-resolutie
MSC.54(66)

x

A.1/1.14

Zichzelf automatisch
oprichtende
reddingsvlotten
Voorschrift III/4 &
III/26.2.4
Voorschrift III/26.2 &
III/34,
IMO-resolutie MSC
48(66),
IMO MSC Circ./809
IMO-resolutie A.689
(17), zoals gewijzigd bij
IMO-resolutie MSC.54
(66) en bij het
aanhangsel bij MSC
Circ./8093

x

A.1/1.15

Overdekte omkeerbare
reddingsvlotten
Voorschrift III/4 &
III/26.2.4
Voorschrift III/26.2 &
III/34,
IMO-resolutie MSC
48(66),
IMO MSC Circ./809
IMO-resolutie A.689
(17), zoals gewijzigd bij
IMO-resolutie
MSC.54(66) en bij het
aanhangsel bij MSC
Circ./8093

x

A.1/1.16

Zelfdrijfvoorzieningen
voor reddingsvlotten;
(hydrostatische openers)
Voorschrift III/4Voorschrift III/13.4 &
III/34,
IMO-resolutie MSC 48(66)
IMO MSC Circ./811
IMO-resolutie A.689
(17), zoals gewijzigd bij
IMO-resolutie
MSC.54(66)

x

x

x

A.1/1.17

ReddingsbotenVoorschrift III/4Voorschrift III/21,
III/31 & III/34,
IMO-resolutie MSC
48(66)
IMO-resolutie A.689
(17), zoals gewijzigd bij
IMO-resolutie
MSC.54(66)

x

x

A.1/1.18

Vaste
hulpverleningsboten
Voorschrift III/4Voorschrift III/21,
III/31 & III/34,
IMO-resolutie MSC
48(66)
IMO-resolutie A.689
(17), zoals gewijzigd bij
IMO-resolutie
MSC.54(66)

x

x

A.1/1.19

Hulpverleningsboten in opgeblazen toestandVoorschrift III/4Voorschrift III/21,
III/31 & III/34,
IMO-resolutie MSC
48(66)
IMO-resolutie A.689
(17), zoals gewijzigd bij
IMO-resolutie
MSC.54(66)

x

x

A.1/1.20

Snelle
hulpverleningsboten
Voorschrift III/4 &
III/26.3.1
Voorschrift III/26.3 &
III/34,
IMO-resolutie MSC
48(66)
IMO MSC Circ./809
IMO-resolutie A.689
(17), zoals gewijzigd bij
IMO-resolutie
MSC.54(66) en bij het
aanhangsel bij MSC Circ./8093

x

x

A.1/1.21

Tewaterlatingsmiddelen
waarbij gebruik gemaakt
wordt van lopers en
lieren (davits)
Voorschrift III/4Voorschrift III/23,
III/33 & III/34,
IMO-resolutie MSC
48(66)
IMO-resolutie A.689
(17), zoals gewijzigd bij
IMO-resolutie
MSC.54(66)

x

x

x

x

A.1/1.22

Tewaterlatingsmiddelen
door middel van vrij
opdrijven voor
reddingsvlotten
Voorschrift III/4Voorschrift III/34,
IMO-resolutie MSC
48(66)
IMO-resolutie A.689
(17), zoals gewijzigd bij
IMO-resolutie
MSC.54(66)

x

x

x

A.1/1.23

Tewaterlatingsmiddelen
door middel van vrije
val voor reddingsboten
Voorschrift III/4Voorschrift III/34,
IMO-resolutie MSC
48(66)
IMO-resolutie A.689
(17), zoals gewijzigd bij
IMO-resolutie
MSC.54(66)

x

A.1/1.24

Tewaterlatingsmiddelen
voor reddingsvlotten
Voorschrift III/4Voorschrift III/34,
IMO-resolutie MSC
48(66)
IMO-resolutie A.689
(17),, zoals gewijzigd bij
IMO-resolutie
MSC.54(66)

x

x

x

x

A.1/1.25

Tewaterlatingsmiddelen
voor snelle
hulpverleningsboten
Voorschrift III/4 &
III/26.3.2
Voorschrift III/26.3 &
III/34,
IMO-resolutie MSC
48(66),
IMO MSC Circ./809
IMO-resolutie A.689
(17),, zoals gewijzigd bij
IMO-resolutie
MSC.54(66) en bij het
aanhangsel bij MSC
Circ./8093

x

x

x

A.1/1.26

Loskoppelmechanisme
voor door een
torenloper of door
lopers te water gelaten
reddingsboten,
hulpverleningsboten en
reddingsvlotten
Voorschrift III/4Voorschrift III/34,
IMO-resolutie MSC 48(66)
IMO-resolutie A.689
(17), zoals gewijzigd bij
IMO-resolutie
MSC.54(66)

x

x

x

A.1/1.27

Systemen voor evacuatie
op zee
Voorschrift III/4Voorschrift III/34,
IMO-resolutie MSC 48(66)
IMO-resolutie A.689
(17), zoals gewijzigd bij
IMO-resolutie
MSC.54(66)

x

x

A.1/1.28

HulpverleningsmiddelenVoorschrift III/4Voorschrift III/26.4 &
III/34,
IMO-resolutie MSC
48(66),
IMO MSC Circ./810
IMO-resolutie A.689
(17), zoals gewijzigd bij
IMO-resolutie
MSC.54(66), MSC
Circ./810 (deel 3)

x

A.1/1.29

InschepingsladdersVoorschrift III/4Voorschrift III/34,
IMO-resolutie MSC
48(66)
IMO-resolutie A.689
(17),, zoals gewijzigd bij
IMO-resolutie
MSC.54(66)

x

x

x

A.1/1.30

Retroflecterende
materialen
Voorschrift III/4Voorschrift III/34,
IMO-resolutie MSC
48(66)
IMO-resolutie A.658
(16)
Bijlage 2

x

x

x

A.1/1.31

VHF-radiotelefonietoestel
voor reddingsvlot
Voorschrift III/4Voorschrift III/6.2.1,
IMO-resolutie A.694
(17),
IMO-resolutie A.809
(19),
IMO-resolutie A.813
(19)
ETS 300 162, ETS
300 225,
EN 300 828, EN 60945;
IEC 61097-12, IEC
60945

x

x

x

x

A.1/1.32

9GHz SAR transponder
(SART)
Voorschrift III/4, IV/14 & X/3Voorschrift III/6.2.2,
IV/7.1.3, X/3,
IMO-resolutie A.530
(13),
IMO-resolutie A.694
(17),
IMO-resolutie A.802
(19),
IMO-resolutie A.813
(19),
ITU-R M.628-2
EN 61097-1, EN
60945-3;
IEC 61 097-1, IEC
60945

x

x

x

x

A.1/1.33

Radarreflector voor
reddingsboten en
hulpverleningsboten
Voorschrift III/4Voorschrift III/34,
IMO-resolutie MSC 48(66)
IMO-resolutie A.384 (X),
EN 8729;
ISO 8729

x

x

x

x

A.1/1.34

Kompas voor
reddingsboten en
hulpverleningsboten
Voorschrift III/4Voorschrift III/34,
IMO-resolutie MSC 48(66)
ISO 613, ISO 10316

x

x

x

x

A.1/1.35

Draagbare
brandblusapparaten voor
reddingsboten en
hulpverleningsboten
Voorschrift III/4Voorschrift III/34,
IMO-resolutie MSC
48(66),
IMO resolutie A.602(15)
EN 3-1/A1, 3-2, 3-3,
3-4, 3-5, 3-6

x

x

x

A.1/1.36

Voortstuwingsmotor
voor reddingsboot
Voorschrift III/4Voorschrift III/34,
IMO-resolutie MSC
48(66)
IMO-resolutie A.689
(17), zoals gewijzigd bij
IMO-resolutie
MSC.54(66)

x

x

x

A.1/1.37

Voortstuwingsmotor
voor hulpverleningsboot
Voorschrift III/4Voorschrift III/34,
IMO-resolutie MSC
48(66)
IMO-resolutie A.689
(17), zoals gewijzigd bij
IMO-resolutie
MSC.54(66)

x

x

x


* Een kruisje onder H, zesde kolom betekent: module H plus certificaat van ontwerponderzoek.
1 De genoemde ITU-aanbevelingen zijn die welke vermeld staan in de internationale verdragen en in de relevante resoluties en circulaires van de IMO.
2 Wanneer IMO-resoluties worden genoemd, gaat het om de normen in de betreffende delen van de bijlagen bij de resoluties en niet om de bepalingen van de resoluties zelf.
3 De wijziging bij het aanhangsel bij MSC Circ./809 is alleen van toepassing op voor op ro-ro-passagiersschepen bestemde uitrusting.

1 Persoonlijke reddingsmiddelen

Bijlage A.1: Uitrusting waarvoor reeds gedetailleerde beproevingsnormen bestaan in internationale instrumenten

Op de hele bijlage A.1 van toepassing zijnde noten

Algemeen:

Naast de specifiek vermelde internationale beproevingsnormen staat een aantal bepalingen waaraan de hand gehouden dient te worden bij het typeonderzoek als vermeld in de overeenstemmingsbeoordelingsmodules van
bijlage B in de toepasselijke voorschriften van de internationale verdragen en de desbetreffende resoluties en circulaires van de IMO.

Kolom 5:

Wanneer er IMO-resoluties worden genoemd zijn alleen de beproevingsnormen in de desbetreffende delen van de bijlagen bij de resoluties van toepassing en niet de bepalingen van de resoluties zelf.

Kolom 5:

Ten behoeve van een correcte verwijzing naar de relevante normen moet op de beproevingsverslagen en het passende typegoedkeuringscertificaat worden aangegeven welke norm en welke versie daarvan, zoals aangegeven
in de kolom, werd toegepast.

Kolom 5:

Wanneer twee groepen beproevingsnormen worden aangegeven (gescheiden door een ";"), voldoet elk van deze groepen aan alle beproevingseisen waarmee overeenstemming met de IMO-prestatienormen kan worden aangetoond.
Het volstaat bijgevolg één uitrusting aan de hand van een van de groepen te testen om aan te tonen dat aan de eisen van de desbetreffende internationale instrumenten is voldaan.

Kolom 6:

Een kruisje onder H betekent module H plus certificaat van ontwerp-onderzoek.


1. Persoonlijke reddingsmiddelen

Nummer

Benaming

Voorschrift SOLAS 74 zoals gewijzigd indien "typegoedkeuring" is voorgeschreven

Toepasselijke voorschriften van SOLAS-74, zoals gewijzigd, en de desbetreffende resoluties en circulaires van de IMO

beproevings-
normen

Overeenstemmingsbeoordelingsmodules

B + C

B + D

B + E

B + F

G

H

1

2

3

4

5

6

A.1/1.1

Reddingsboeien

Voorschrift III/4, Voorschrift X/3

Voorschrift III/7.1 en III/34, IMO-Resolutie MSC.48 (66), MSC.36 (63)-8.1.3, 8.3 (HSC-code 1994)IMO-Resolutie MSC.81 (70)

x

x

x

A.1/1.2

Positie aangevende lichten voor persoonlijke reddingsmiddelen

  1. Voor reddingsvlotten en hulpverleningsboten
  2. Voor reddingsboeien
  3. Voor reddingsgordels

Voorschrift III/4, Voorschrift X/3

Voorschrift III/7.1.3, III/22.1.2, III/22.3.1, III/32.1, III/32.2 en III/34, IMO-Resolutie MSC.48 (66), IMO-Resolutie MSC.36 (63) 8.1, 8.3 en 8.10
(HSC-code 1994), IMO MSC/Circ.
885
IMO-Resolutie MSC.81 (70) en, voor batterijen zoals, EN 394 (1993)

x

x

x

A.1/1.3

Zelfwerkende rooksignalen voor reddingsboeien

Voorschrift III/4, Voorschrift X/3

Voorschrift III/7.1.3 en III/34, IMOResolutie
MSC.48 (66), IMO-Resolutie
MSC.36 (63) 8.1, 8.3.4 (HSC-code 1994)
IMO-Resolutie MSC.81 (70)

x

x

x

A.1/1.4

Reddingsgordels

Voorschrift III/4, Voorschrift X/3

Voorschrift III/7.2 en III/34, IMO-Resolutie MSC.48 (66), IMO-Resolutie MSC.36 (63) 8.1, 8.3 (HSC-code 1994)IMO-Resolutie MSC.81 (70) en, voor batterijen zoals, EN 394 (1993)

x

x

x

A.1/1.5

Overlevingspakken en beschermingspakken

  • geïsoleerd of niet geïsoleerd

Voorschrift III/4, Voorschrift X/3

Voorschrift III/7.3, III/22.4, III/32.3 en III/34, IMO-Resolutie MSC.48
(66), IMO-Resolutie MSC.36 (63) 8.1, 8.3 (HSC-code 1994)
IMO-Resolutie MSC.81 (70)

x

x

x

A.1/1.6

Overlevingspakken en beschermingspakken die als reddingsgordels zijn geclassificeerd

Voorschrift III/4, Voorschrift X/3

Voorschrift III/7.3, III/22.4, III/32.3 en III/34, IMO-Resolutie MSC.48 (66), IMO-Resolutie MSC.36 (63) 8.1, 8.3 (HSC-code 1994)IMO-Resolutie MSC.81 (70)

x

x

x

A.1/1.7

Hulpmiddelen tegen warmteverlies

Voorschrift III/4

Voorschrift III/7.3, III/22.4, III/32.3
en III/34, IMO-Resolutie MSC.48 (66)
IMO-Resolutie MSC.81 (70)

x

x

x

A.1/1.8

Valschermsignalen (pyrotechniek)

Voorschrift III/4, Voorschrift X/3

Voorschrift III/6.3 en III/34, IMO-Resolutie
MSC.48 (66), IMO-Resolutie
MSC.36 (63) 8.1, 8.2.3 (HSC-code
1994)
IMO-Resolutie MSC.81 (70)

x

x

A.1/1.9

Handstakellichten (pyrotechniek)

Voorschrift III/4

Voorschrift III/34, IMO-Resolutie MSC.48 (66)IMO-Resolutie MSC.81 (70)

x

x

A.1/1.10

Drijvende rooksignalen (pyrotechniek)

Voorschrift III/4

Voorschrift III/34, IMO-Resolutie MSC.48 (66)IMO-Resolutie MSC.81 (70)

x

x

A.1/1.11

Lijnwerptoestellen (pyrotechniek)

Voorschrift III/4, Voorschrift X/3

Voorschrift III/18 en III/34, IMO-Resolutie
MSC.48 (66), IMO-Resolutie
MSC.36 (63) 8.1, 8.8 (HSC-code
1994)
IMO-Resolutie MSC.81 (70)

x

x

A.1/1.12

Opblaasbare reddingsvlotten

Voorschrift III/4, Voorschrift X/3

Voorschrift III/21.1, III/31.1 en III/34,
IMO-Resolutie MSC.48 (66), IMO MSC/Circ. 811, IMO-Resolutie
MSC.36 (63) 8.1, 8.5 en 8.10 (HSCcode 1994)
IMO-Resolutie MSC.81 (70)

x

A.1/1.13

Vaste reddingsvlotten

Voorschrift III/4, Voorschrift
X/3

Voorschrift III/21.1, III/31.1.1.2 en III/34, IMO-Resolutie MSC.48 (66), IMO MSC/Circ. 811, IMO-Resolutie MSC.36 (63) 8.1, 8.5 en 8.10 (HSCcode 1994)IMO-Resolutie MSC.81 (70)

x

A.1/1.14

Zichzelf automatisch oprichtende
reddingsvlotten

Voorschrift III/4, Voorschrift X/3

Voorschrift III/26.2.4 en III/34, IMO Resolutie MSC.48 (66), IMO MSC/
Circ. 809 (1), IMO MSC/Circ. 811,
IMO-Resolutie MSC.36 (63) 8.1, 8.5 en 8.10 (HSC-code 1994)
IMO-Resolutie MSC.81 (70)

x

A.1/1.15

Overdekte omkeerbare reddingsvlotten

Voorschrift III/4, Voorschrift X/3

Voorschrift III/26.2.4 en III/34, IMO Resolutie
MSC.48 (66), IMO MSC/
Circ. 809 (1), IMO MSC/Circ. 811,
IMO-Resolutie MSC.36 (63) 8.1, 8.5 en 8.10 (HSC-code 1994)
IMO-Resolutie MSC.81 (70)

x

A.1/1.16

Zelfdrijfvoorzieningen voor
reddingsvlotten (hydrostatische
openers)

Voorschrift III/4, Voorschrift X/3

Voorschrift III/13.4.2, III/26.2.2 en III/34, IMO-Resolutie MSC.48 (66),
IMO MSC/Circ. 811, IMO-Resolutie MSC.36 (63) 8.1 en 8.6 (HSC-code
1994)
IMO-Resolutie MSC.81 (70)

x

x

x

A.1/1.17

Reddingsboten

Voorschrift III/4, Voorschrift X/3

Voorschrift III/21.1, III/31.1.1.1, III/31.1.2.1, III/31.1.6, III/31.1.7 en III/34, IMO-Resolutie MSC.48 (66),
IMO-Resolutie MSC.36 (63) 8.1 en 8.10 (HSC-code 1994)
IMO-Resolutie MSC.81 (70)

x

x

A.1/1.18

Vaste hulpverleningsboten

Voorschrift III/4, Voorschrift X/3

Voorschrift III/21.2, III/31.2 en III/34,
IMO-Resolutie MSC.48 (66), IMO-Resolutie MSC.36 (63) 8.1 (HSC-code 1994)
IMO-Resolutie MSC.81 (70)

x

x

A.1/1.19

Hulpverleningsboten in opgeblazen
toestand

Voorschrift III/4, Voorschrift X/3

Voorschrift III/21.2, III/31.2 en III/34,
IMO-Resolutie MSC.48 (66), IMO-Resolutie MSC.36 (63) 8.1, 8.5, 8.7 en 8.10 (HSC-code 1994)
IMO-Resolutie MSC.81 (70)

x

x

A.1/1.20

Snelle hulpverleningsboten

Voorschrift III/4, Voorschrift X/3

Voorschrift III/26.3 en III/34, IMOResolutie
MSC.48 (66), IMO-Resolutie MSC.36 (63) 8.1 (HSC-code 1994),
IMO MSC/Circ. 8091
IMO-Resolutie MSC.81 (70)

x

x

A.1/1.21

Tewaterlatingsmiddelen waarbij gebruikgemaakt wordt van lopers en lieren (davits)

Voorschrift III/4, Voorschrift X/3

Voorschrift III/23, III/33 en III/34,
IMO-Resolutie MSC.48 (66), IMO-Resolutie
MSC.36 (63) 8.1, 8.5 en 8.7
(HSC-code 1994)
IMO-Resolutie MSC.81 (70)

x

x

x

x

A.1/1.22

Tewaterlatingsmiddelen door middel van vrij opdrijven voor reddingsvlotten

Verplaatst naar bijlage A.2

A.1/1.23

Tewaterlatingsmiddelen door
middel van vrije val voor reddingsboten


Voorschrift III/4, Voorschrift X/3

Voorschrift III/33 en III/34, IMO-Resolutie MSC.48 (66), IMO-Resolutie MSC.36 (63) 8.1, 8.5 en 8.7 (HSCcode 1994)IMO-Resolutie MSC.81 (70)

x

.1/1.24

Tewaterlatingsmiddelen voor reddingsvlotten

Voorschrift III/4, Voorschrift X/3

Voorschrift III/34, IMO-Resolutie MSC.48 (66), IMO-Resolutie MSC.36 (63) 8.1, 8.5 en 8.7 (HSC-code 1994)IMO-Resolutie MSC.81 (70)

x

x

x

x

A.1/1.25

Tewaterlatingsmiddelen voor snelle hulpverleningsboten

Voorschrift III/4, Voorschrift X/3

Voorschrift III/26.3.2 en III/34, IMOResolutie MSC.48 (66), IMO-Resolutie MSC.36 (63) 8.1 (HSC-code 1994),
IMO MSC/Circ. 8091
IMO-Resolutie MSC.81 (70)

x

x

x

A.1/1.26

Loskoppelmechanisme voor

  1. reddingsboten en hulpverleningsboten
  2. reddingsvlotten

met torenloper of -lopers te water gelaten

Voorschrift III/4, Voorschrift X/3

Voorschrift III/34, IMO-Resolutie MSC.48 (66), IMO-Resolutie MSC.36
(63) 8.1 en 8.5 (HSC-code 1994)
IMO-Resolutie MSC.81 (70)

x

x

x

A.1/1.27

Systemen voor evacuatie op zee

Voorschrift III/4, Voorschrift X/3

Voorschrift III/15, III/26.2.1, III/34,
IMO-Resolutie MSC.48 (66), IMO-Resolutie MSC.36 (63) 8.1, 8.7 en 8.10
(HSC-code 1994)
IMO-Resolutie MSC.81 (70)

x

x

A.1/1.28

Hulpverleningsmiddelen

Voorschrift III/4, Voorschrift X/3

Voorschrift III/26.4 en III/34, IMOResolutie MSC.48 (66), IMO MSC/
Circ. 810 (2), IMO-Resolutie MSC.36 (63) 8.1, 8.5 en 8.10 (HSC-code 1994)
IMO-Resolutie MSC.81 (70), MSC/Circ. 810

x

A.1/1.29

Inschepingsladders

Voorschrift III/4, Voorschrift X/3

Voorschrift III/34, IMO-Resolutie MSC.48 (66), IMO-Resolutie MSC.36
(63) 8.1 (HSC-code 1994)
IMO-Resolutie MSC.81 (70)

x

x

x

A.1/1.30

Retroflecterende materialen

Voorschrift III/4

Voorschrift III/34, IMO-Resolutie
MSC.48 (66)
IMO-Resolutie A.658 (16), bijlage 2

x

x

x

A.1/1.31

VHF-radiotelefonietoestel
voor reddingsvlot

Verplaatst naar bijlage A.1, deel 5

A.1/1.32

9 GHz SAR-transponder
(SART)

Verplaatst naar bijlage A.1, deel 4

A.1/1.33

Radarreflector voor
reddingsboten en
hulpverleningsboten

Voorschrift III/4, Voorschrift
X/3

Voorschrift III/34, IMO-Resolutie MSC.48 (66), IMO-Resolutie MSC.36
(63) 8.1 (HSC-code 1994)
IMO-Resolutie A.384 (X), EN ISO
8729 (1998);
IMO-Resolutie A.384 (X), ISO 8729
(1997)

x

x

x

x

A.1/1.34

Kompas voor reddingsboten en hulpverleningsboten

Verplaatst naar bijlage A.1, deel 4

A.1/1.35

Draagbare brandblusapparaten
voor reddingsboten en hulpverleningsboten

Verplaatst naar bijlage A.1, deel 3

A.1/1.36

Voortstuwingsmotor voor
reddingsboot/hulpverleningsboot

Voorschrift III/4

Voorschrift III/34, IMO-Resolutie MSC.48 (66)IMO-Resolutie MSC.81 (70)

x

x

x

A.1/1.37

Voortstuwingsmotor-
buitenboordmotor
voor hulpverleningsboot

Voorschrift III/4

Voorschrift III/34, IMO-Resolutie MSC.48 (66)IMO-Resolutie MSC.81 (70)

x

x

x

A.1/1.38

Zoeklichten voor gebruik in
reddingsboten en hulpverleningsboten
"nieuwe apparatuur"

Voorschrift III/4, Voorschrift X/3

Voorschrift III/34, IMO-Resolutie MSC.48 (66), IMO-Resolutie MSC.36
(63) 8.1 (HSC-code 1994)
IMO-Resolutie MSC.81 (70)

x

x

x

A.1/1.39

Open omkeerbare reddingsvlotten
"nieuwe apparatuur"

Voorschrift III/4, Voorschrift X/3

IMO-Resolutie MSC.36 (63) 8.1, 8.5, 8.7 en 8.10 (HSC-code 1994)IMO-Resolutie MSC.36 (63), bijlage 10 (HSC-code 1994)

x


1 MSC Circ. 809 is alleen van toepassing op voor ro-ro-passagiersschepen bestemde uitrusting.
2 MSC Circ. 810 is alleen van toepassing op voor ro-ro-passagiersschepen bestemde uitrusting.
1. Reddingsmiddelen

1. Reddingsmiddelen

Kolom 4:IMO MSC/ Circulaire 980 is van toepassing behalve wanneer vervangen door de in kolom 4 vermelde specifieke instrumenten.

Nr.Benaming

Voorschrift SOLAS 74 indien „typegoedkeuring” is voorgeschreven

Geldende voorschriften van SOLAS 74 en de desbetreffende resoluties en circulaires van de IMO

Beproevingsnormen

Modules
voor
beoordeling
van de overeen-stemming

1

2

3

4

5

6

A.1/1.1Reddingsboeien
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/7,
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 8,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I, II,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 8.
  • IMO Res. MSC.81(70).
B + D
B + E
B + F
A.1/1.2

Positieaangevende lichten voor persoonlijke reddingsmiddelen:

  1. voor reddingsvlotten en hulpverleningsboten,
  2. voor reddingsboeien,
  3. voor reddingsvesten.
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/7,
  • Reg. III/22,
  • Reg. III/26,
  • Reg III/32,
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 8,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) II, IV,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 8.
  • IMO Res. MSC.81(70).
B + D
B + E
B + F
A.1/1.3Zelfwerkende rooksignalen voor reddingsboeien
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/7,
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 8,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I, II,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 8.
  • IMO Res. MSC.81(70).
B + D
B + E
B + F
A.1/1.4Reddingsvesten
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/7,
  • Reg. III/22,
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 8,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I, II,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 8,
  • IMO MSC/Circ.922,
  • IMO MSC.1/Circ.1304.
  • IMO Res. MSC.81(70).
B + D
B + E
B + F
A.1/1.5

Overlevings- en beschermingspakken die niet als reddingsvesten zijn geclassificeerd:

  • geïsoleerd of niet geïsoleerd
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/7,
  • Reg. III/22,
  • Reg. III/32,
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 8,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I, II,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 8,
  • IMO MSC/Circ.1046.
  • IMO Res. MSC.81(70).
B + D
B + E
B + F
A.1/1.6

Overlevingspakken en beschermingspakken die als reddingsvesten zijn geclassificeerd:

  • geïsoleerd of niet geïsoleerd
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/7,
  • Reg. III/22,
  • Reg. III/32,
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 8,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I, II,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 8,
  • IMO MSC/Circ.1046.
  • IMO Res. MSC.81(70).
B + D
B + E
B + F
A.1/1.7Hulpmiddelen tegen warmteverlies
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/22,
  • Reg. III/32,
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 8,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I, II,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 8,
  • IMO MSC/Circ.1046.
  • IMO Res. MSC.81(70).
B + D
B + E
B + F
A.1/1.8Valschermsignalen (pyrotechniek)
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/6,
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 8,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I, III,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 8.
  • IMO Res. MSC.81(70).
B + D
B + E
B + F
A.1/1.9Handstakellichten (pyrotechniek)
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 8,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I, III,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 8.
  • IMO Res. MSC.81(70).
B + D
B + E
B + F
A.1/1.10Drijvende rooksignalen (pyrotechniek)
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I, III.
  • IMO Res. MSC.81(70).
B + D
B + E
B + F
A.1/1.11Lijnwerptoestellen
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/18,
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 8,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I, VII,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 8.
  • IMO Res. MSC.81(70).
B + D
B + E
B + F
A.1/1.12Opblaasbare reddingsvlotten
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/13,
  • Reg. III/21,
  • Reg. III/26,
  • Reg. III/31,
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 8,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I, IV,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 8,
  • IMO MSC/Circ.811.
  • IMO Res. MSC.81(70).
B + D
B + E
B + F
A.1/1.13Vaste reddingsvlotten
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/21,
  • Reg. III/26,
  • Reg. III/31,
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 8,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I, IV,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 8,
  • IMO MSC/Circ.811.
  • IMO Res. MSC.81(70),
  • IMO MSC/Circ.1006.
B + D
B + E
B + F
A.1/1.14Zichzelf automatisch oprichtende reddingsvlotten
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/26,
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 8,
  • IMO Res. MSC 48(66)-(LSA Code) I, IV,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 8,
  • IMO MSC/Circ.809,
  • IMO MSC/Circ.811.
  • IMO Res. MSC.81(70).
B + D
B + E
B + F
A.1/1.15Overdekte omkeerbare reddingsvlotten
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/26,
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 8,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I, IV,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 8,
  • IMO MSC/Circ.809,
  • IMO MSC/Circ.811.
  • IMO Res. MSC.81(70).
B + D
B + E
B + F
A.1/1.16Zelfdrijfvoorzieningen voor reddingsvlotten (hydrostatische openers)
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/13,
  • Reg. III/26,
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 8,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I, IV,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 8,
  • IMO MSC/Circ.811.
  • IMO Res. MSC.81(70).
B + D
B + E
B + F
A.1/1.17Reddingsboten
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/21,
  • Reg. III/31,
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 8,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I, IV,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 8.
  • IMO Res. MSC.81(70),
  • IMO MSC/Circ.1006.
B + D
B + F
G
A.1/1.18Vaste hulpverleningsboten
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/21,
  • Reg. III/31,
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 8,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I, V,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 8.
  • IMO Res. MSC.81(70),
  • IMO MSC/Circ.1006.
B + D
B + F
G
A.1/1.19Hulpverleningsboten in opgeblazen toestand
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/21,
  • Reg. III/31,
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 8,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I, V,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 8.
  • IMO Res. MSC.81(70),
  • ISO 15372 (2000).
B + D
B + F
G
A.1/1.20Snelle hulpverleningsboten
  • Reg. III/4,
  • Reg. III/26,
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I,V,
  • IMO MSC/Circ.1016,
  • IMO MSC/Circ.1094.
  • IMO Res. MSC.81(70),
  • IMO MSC/Circ.1006,
  • ISO 15372 (2000).

B + D
B + F
G

A.1/1.21Tewaterlatingsmiddelen waarbij gebruik wordt gemaakt van lopers (Davits)
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/23,
  • Reg. III/33,
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 8,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I, VI,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 8.
  • IMO Res. MSC.81(70).
B + D
B + E
B + F
G
A.1/1.22Tewaterlatingsmiddelen door middel van vrij opdrijven voor reddingsvlottenVerplaatst naar A.2/1.3
A.1/1.23Tewaterlatingsmiddelen door middel van vrije val voor reddingsboten
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/16,
  • Reg. III/23,
  • Reg. III/33,
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 8,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I, VI,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 8.
  • IMO Res. MSC.81(70).
B + D
B + E
B + F
G
A.1/1.24Tewaterlatingsmiddelen voor reddingsvlotten (Davits)
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/12,
  • Reg. III/16,
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 8,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I, VI,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 8.
  • IMO Res. MSC.81(70).
B + D
B + E
B + F
G
A.1/1.25Tewaterlatingsmiddelen voor snelle hulpverleningsboten (Davits)
  • Reg. III/4.
  • Reg. III/26,
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I, VI.
  • IMO Res. MSC.81(70).
B + D
B + E
B + F
G
A.1/1.26

Loskoppelmechanisme voor

  1. reddings- en hulpverleningsboten
  2. reddingsvlotten

met torenloper of -lopers te water gelaten

  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/16,
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 8,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I, IV, VI,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 8.
  • IMO Res. MSC.81(70).
B + D
B + E
B + F
A.1/1.27Systemen voor evacuatie op zee
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/15,
  • Reg. III/26,
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 8,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I, VI,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 8.
  • IMO Res. MSC.81(70).
B + D
B + F
G
A.1/1.28Hulpverleningsmiddelen
  • Reg. III/4.
  • Reg. III/26,
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I, VI.
  • IMO Res. MSC.81(70),
  • IMO MSC/Circ.810.
B + D
B + F
A.1/1.29
Zie noot b) van deze bijlage A.1
Inschepingsladders
  • Reg. III/4,
  • Reg. III/11,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/11,
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code),
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code),
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code),
  • IMO MSC.1/Circ.1285.
  • IMO Res. MSC.81(70),
  • ISO 5489 (2008).
B + D
B + F
A.1/1.30Retroreflecterende materialen
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 8,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 8.
  • IMO Res. A.658(16).
B + D
B + E
B + F
A.1/1.31VHF-radiotelefonietoestel voor reddingsvlotVerplaatst naar A.1/5.17 en A.1/5.18
A.1/1.329 GHz SAR-transponder (SART)Verplaatst naar A.1/4.18
A.1/1.33Radarreflector voor reddingsboten en hulpverleningsboten (passief)
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 8,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I, IV, V,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 8,
  • IMO Res. MSC.164(78).
  • ISO 8729-1 (2010),
  • EN 60945 (2002) met inbegrip van IEC 60945 corrigendum 1 (2008). of
  • ISO 8729-1 (2010),
  • IEC 60945 (2002) met inbegrip van IEC 60945 corrigendum 1 (2008).
B + D
B + E
B + F
A.1/1.34Kompas voor reddings- en hulpverleningsbotenVerplaatst naar A.1/4.23
A.1/1.35Draagbare brandblusapparaten voor reddingsboten en hulpverleningsbotenVerplaatst naar A.1/3.38
A.1/1.36Voortstuwingsmotor voor reddings- /hulpverleningsboot
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) IV, V.
  • IMO Res. MSC.81(70).
B + D
B + E
B + F
A.1/1.37Voortstuwingsbuiten- boordmotor voor hulpverleningsboot
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) V.
  • IMO Res. MSC.81(70).
B + D
B + E
B + F
A.1/1.38Zoeklichten voor gebruik in reddingsboten en hulpverleningsboten
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 8,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I, IV, V,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 8.
  • IMO Res. MSC.81(70).
B + D
B + E
B + F
A.1/1.39Open omkeerbare reddingsvlotten
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 8, bijlage 10,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 8, bijlage 11.
  • IMO Res. MSC.36(63)- (1994 HSC Code) bijlage 10,
  • IMO Res. MSC.97(73)- (2000 HSC Code) bijlage 11.
B + D
B + F
A.1/1.40LoodsstoeltjeVerplaatst naar A.1/4.48
A.1/1.41Lieren voor reddingsvlotten en hulpverleningsboten
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/16,
  • Reg. III/17,
  • Reg. III/23,
  • Reg. III/24,
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 8,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I, VI,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 8.
  • IMO Res. MSC.81(70).

B + D
B + E
B + F
G

A.1/1.42LoodsladderVerplaatst naar A.1/4.49
A.1/1.43
Zie noot c) van deze bijlage A.1
Vaste/opblaasbare hulpverleningsboten
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/21,
  • Reg. III/31,
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 8,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I, V,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 8.
  • IMO Res. MSC.81(70),
  • IMO MSC/Circ.1006.
  • ISO 15372 (2000)
B + D
B + F
G




2 Voorkoming van verontreiniging van de zee

Bijlage A.l: Uitrusting waarvoor reeds gedetailleerde beproevingsnormen bestaan in internationale instrumenten1)

Naast de specifiek vermelde internationale beproevingsnormen staat een aantal bepalingen waaraan de hand gehouden dient te worden bi] het typeonderzoek (typegoedkeuring) in voorschriften van de relevante overeenkomsten

2. Voorkoming van verontreiniging van de zee

Nummer

Benaming

Voorschrift MARPOL 73/78 als gewijzigd indien "typegoedkeuring" is voorgeschreven

Toepasselijk voorschrift van MARPOL 73/78 als gewijzigd

Internationale beproevingsnormen

Overeenstemmingsbeoordelingsmodules

B + C

B + D

B + E

B + F

G

H

27

Oliefiltreersysteem (voor oliegehalte van de uitstromende vloeistof dat de 15 p.p.m niet overschrijdt)Bijlage I
Voorschrift 16(4),(5) & (7)
Bijlage I
Voorschrift 16 (1) & (2)
MEPC 60 (33)

x

x

x

28

Detectoren van het oIie/waterscheidingsvlakBijlage I
Voorschrift 15 (3) (b)
Bijlage I
Voorschrift 15 (3) (b)
MEPC 5 (XIII)

x

x

x

29

OliegehaltemetersBijlage I
Voorschrift 16 (5)
Bijlage I
Voorschrift 16 (2)
MEPC 60 (33)

x

x

x

30

Oliefiltreersystemen voor koppeling aan een bestaande oliewaterafscheider (voor oliegehalte van de uitstromende vloeistof dat de 15 p.p.m. niet overschrijdt)Bijlage I
Voorschrift 16 (5)
Bijlage I
Voorschrift 16 (5)
IMO Res. A 444 (XI)

x

x

x

31

Bewakings- en regelsystemen voor olielozingen voor een olietankerBijlage I
Voorschrift 15 (3)
Bijlage I
Voorschrift 15 (3)
IMO Res. A 586 (14)

x

x

x

32

Installaties voor het behandelen van sanitair afvalBijlage IV
Voorschrift 8 (b)
Bijlage IV
Voorschrift 8 (b)
MEPC 2 (VI)

x

x

x

x



1 Bij vermelding van module H in kolom 6 wordt module H + certificaat van ontwerponderzoek bedoeld.
2 Voorkoming van verontreiniging van de zee

Bijlage A.l: Uitrusting waarvoor reeds gedetailleerde beproevingsnormen bestaan in internationale instrumenten*

Naast de specifiek vermelde internationale beproevingsnormen staat een aantal bepalingen waaraan de hand dient te worden gehouden bij het type-onderzoek (typegoedkeuring) als vermeld in de overeenstemmingsbeoordelingsmodules van bijlage B in de toepasselijke voorschriften van de internationale verdragen en in de desbetreffende resoluties en circulaires van de IMO.

2. Voorkoming van verontreiniging van de zee

Nummer

Benaming

Voorschrift Marpol 73/78, zoals gewijzigd, waar "typegoedkeuring" wordt voorgeschreven

Toepasselijke voorschrift van Marpol 7378, zoals gewijzigd, en de relevante resoluties en circulaires van de IMO

beproevings-
normen1

Overeenstemmingsbeoordelingsmodules

B + C

B + D

B + E

B + F

G

H

A.1/2.1Oliefiltreersysteem (voor oliegehalte van de uitstromende vloeistof dat 15 ppm niet overschrijdt)Bijlage I,
Voorschrift 16 (4), (5) & (7)
Bijlage I,
Voorschrift 16 (1) & (2)
MEPC 60 (33)

x

x

x

A.1/2.2Detectoren van het olie/water scheidingsvlakBijlage I,
Voorschrift 15 (3) (b)
Bijlage I,
Voorschrift 15 (3) (b)
MEPC 5 (XIII)

x

x

x

A.1/2.3Oliegehaltemeters Bijlage I,
Voorschrift 16 (5)
Bijlage I,
Voorschrift 16 (2)
MEPC 60 (33)

x

x

x

A.1/2.4Oliefiltreersystemen voor koppeling aan een bestaande olie/water afscheider (voor oliegehalte van de uitstromende vloeistof dat de 15 ppm niet overschrijdt)Bijlage I,
Voorschrift 16 (5)
Bijlage I,
Voorschrift 16 (5)
IMO-resolutie A.444
(XI)
MEPC 60 (33)

x

x

x

A.1/2.5Bewakings- en regelsystemen voor olielozingen voor een olietankerBijlage I,
Voorschrift 15 (3)
Bijlage I,
Voorschrift 15 (3)
IMO-resolutie A.586
(14)

x

x

x

A.1/2.6Installaties voor het behandelen van sanitair afvalBijlage IV,
Voorschrift 8 (b)
Bijlage IV,
Voorschrift 8 (b)
MEPC 2 (VI)

x

x

x

A.1/2.7ScheepsafvalverbrandersBijlage VI,
Voorschrift 16 (2)
Bijlage VI,
Voorschrift 16 (2)
MEPC 76 (40)

x

x

x


* Een kruisje onder H, zesde kolom betekent: module H plus certificaat van ontwerponderzoek.
1 Bij vermelding van IMO-resoluties zijn alleen de beproevingsnormen in de relevante delen van de bijlagen bij de resoluties van toepassing doch niet de bepalingen van de resoluties zelf.
2 Voorkoming van verontreiniging van de zee

Bijlage A.1: Uitrusting waarvoor reeds gedetailleerde beproevingsnormen bestaan in internationale instrumenten

Op de hele bijlage A.1 van toepassing zijnde noten

Algemeen:

Naast de specifiek vermelde internationale beproevingsnormen staat een aantal bepalingen waaraan de hand gehouden dient te worden bij het typeonderzoek als vermeld in de overeenstemmingsbeoordelingsmodules van
bijlage B in de toepasselijke voorschriften van de internationale verdragen en de desbetreffende resoluties en circulaires van de IMO.

Kolom 5:

Wanneer er IMO-resoluties worden genoemd zijn alleen de beproevingsnormen in de desbetreffende delen van de bijlagen bij de resoluties van toepassing en niet de bepalingen van de resoluties zelf.

Kolom 5:

Ten behoeve van een correcte verwijzing naar de relevante normen moet op de beproevingsverslagen en het passende typegoedkeuringscertificaat worden aangegeven welke norm en welke versie daarvan, zoals aangegeven
in de kolom, werd toegepast.

Kolom 5:

Wanneer twee groepen beproevingsnormen worden aangegeven (gescheiden door een ";"), voldoet elk van deze groepen aan alle beproevingseisen waarmee overeenstemming met de IMO-prestatienormen kan worden aangetoond.
Het volstaat bijgevolg één uitrusting aan de hand van een van de groepen te testen om aan te tonen dat aan de eisen van de desbetreffende internationale instrumenten is voldaan.

Kolom 6:

Een kruisje onder H betekent module H plus certificaat van ontwerp-onderzoek.


2. Voorkoming van verontreiniging van de zee

Nummer

Benaming

Voorschrift MARPOL 73/78 zoals gewijzigd indien "typegoedkeuring" is voorgeschreven

Toepasselijke voorschriften van MARPOL 73/78 zoals gewijzigd, en de desbetreffende resoluties en circulaires van de IMO

beproevings-
normen

Overeenstemmingsbeoordelingsmodules

B + C

B + D

B + E

B + F

G

H

1

2

3

4

5

6

A.1/2.1

Oliefiltreersysteem (voor oliegehalte van de uitstromende vloeistof dat 15 ppm niet overschrijdt)

Bijlage I, Voorschrift 16 (4) en (5)Bijlage I, Voorschrift 16 (1) en (2)IMO-Resolutie MEPC 60 (33)

x

x

x

A.1/2.2

Detectoren van het olie/water scheidingsvlak

Bijlage I, Voorschrift 15 (3) (b)Bijlage I, Voorschrift 15 (3) (b)IMO-Resolutie MEPC 5 (XIII)

x

x

x

A.1/2.3

Oliegehaltemeters

Bijlage I, Voorschrift 16 (4) en (5)Bijlage I, Voorschrift 16 (1) en (2)IMO-Resolutie MEPC 60 (33)

x

x

x

A.1/2.4Oliefiltreersystemen voor koppeling aan een bestaande olie/water afscheider (voor oliegehalte van de uitstromende vloeistof dat de 15 ppm niet overschrijdt)

Geschrapt

A.1/2.5

Bewakings- en regelsystemen voor olielozingen voor een olietanker

Bijlage I, Voorschrift 15 (3) (a)Bijlage I, Voorschrift 15 (3)IMO-Resolutie A.586 (14)

x

x

x

A.1/2.6

Installaties voor het behandelen van sanitair afval

Bijlage I, Voorschrift 8 (1) (b)Bijlage IV, Voorschrift 8 (1) (b)IMO-Resolutie MEPC 2 (VI)

x

x

x

x

A.1/2.7

Scheepsafvalverbranders

Bijlage I, Voorschrift 16 (2) (a)Bijlage VI, Voorschrift 16 (2) (a)IMO-Resolutie MEPC 76 (40)

x

x

x

x

2. Voorkoming van verontreiniging van de zee

2. Voorkoming van verontreiniging van de zee

Nr.Benaming

Voorschrift
MARPOL 73/78 indien „typegoedkeuring” is voorgeschreven

Toepasselijke voorschriften van MARPOL 73/78 en de desbetreffende resoluties en circulaires van de IMO

Beproevingsnormen

Modules
voor
beoordeling
van de overeen-stemming

1

2

3

4

5

6

A.1/2.1Oliefiltreersysteem (voor oliegehalte van de uitstromende vloeistof dat 15 ppm niet overschrijdt)
  • Bijlage I, Reg 14.
  • Bijlage I, Reg. 14,
  • IMO MEPC.1/Circ.643.
  • IMO Res. MEPC.107(49),
  • IMO MEPC.1/Circ.643.
B + D
B + E
B + F
A.1/2.2Detectoren van het olie- /waterscheidingsvlak
  • Bijlage I, Reg. 32.
  • Bijlage I, Reg. 32.
  • IMO Res. MEPC.5(XIII).
B + D
B + E
B + F
A.1/2.3Oliegehaltemeters
  • Bijlage I, Reg. 14.
  • Bijlage I, Reg. 14,
  • IMO MEPC.1/Circ.643.
  • IMO Res. MEPC.107(49),
  • IMO MEPC.1/Circ.643.
B + D
B + E
B + F
A.1/2.4Oliefiltreersystemen voor koppeling aan een bestaande olie- /waterafscheider (voor oliegehalte van de uitstromende vloeistof dat de 15 ppm niet overschrijdt)Doelbewust open gelaten
A.1/2.5Bewakings- en regelsystemen voor olielozingen voor olietankers
  • Bijlage I, Reg. 31.
  • Bijlage I, Reg. 31.
  • IMO Res. MEPC.108(49).
B + D
B + E
B + F
A.1/2.6Afvoersystemen
  • Bijlage IV, Reg. 9.
  • Bijlage IV, Reg. 9.
  • IMO Res. MEPC.159(55).
B + D
B + E
B + F
A.1/2.7Scheepsafvalverbranders
  • Bijlage VI, Reg. 16.
  • Bijlage VI, Reg.16.
  • IMO Res. MEPC.76(40).
B + D
B + E
B + F
G

A.1/2.8

Zie noot b) van deze bijlage A.1

Boordsystemen voor NOx - bewaking en -registratie
  • Bijlage VI, Reg. 13,
  • NOx Technische code 2008,
  • IMO Res. MEPC.177(58).
  • Bijlage VI, Reg. 13,
  • NOx Technische code 2008,
  • IMO Res. MEPC.177(58),
  • IMO MEPC.1/Circ.638.
  • NOx Technische code 2008,
  • IMO Res. MEPC.177(58).
B + D
B + E
B + F
G

A.1/2.9

Zie noot b) van deze bijlage A.1

Andere technologische middelen voor SOx - emissiebeperking
  • Bijlage VI, Reg. 4.
  • Bijlage VI, Reg. 4.
  • IMO Res. MEPC.184(59).
B + D
B + E
B + F
G

A.1/2.10

ex A.2/2.2

Boordsystemen voor de reiniging van uitlaatgassen
  • Bijlage VI, Reg. 4.
  • Bijlage VI, Reg. 4.
  • IMO Res. MEPC.184(59).
B + D
B + E
B + F
G

3 Brandbescherming

Bijlage A.l: Uitrusting waarvoor reeds gedetailleerde beproevingsnormen bestaan in internationale instrumenten1)

Naast de specifiek vermelde internationale beproevingsnormen staat een aantal bepalingen waaraan de hand gehouden dient te worden bi] het typeonderzoek (typegoedkeuring) in voorschriften van de relevante overeenkomsten

3. Brandbescherming

Nummer

Benaming

Voorschrift SOLAS 74 als gewijzigd indien "typegoedkeuring" is voorgeschreven

Toepasselijk voorschrift van SOLAS-74 als gewijzigd

Internationale beproevingsnormen

Overeenstemmingsbeoordelingsmodules

B + C

B + D

B + E

B + F

G

H

33

Niet-gemakkelijk ontbrandbare materialen als onderste laag van de dekbedekking

Voorsehrift II-2/34.8
Voorschrift II-2/49.3
Voorschrift II-2/34.8
Voorschrift·II-2/49.3
IMO Res. A 214 (VII)
IMO Res. A 687 (17)
IMO MSC/Circ. 549

x

34

Draagbare brandblustoestellen

Voorschrift II-2/6.1Voorsehrift II-2/6EN 3

x

x

x



1 Bij vermelding van module H in kolom 6 wordt module H + certificaat van ontwerponderzoek bedoeld.
3 Brandbescherming

Bijlage A.l: Uitrusting waarvoor reeds gedetailleerde beproevingsnormen bestaan in internationale instrumenten*

Naast de specifiek vermelde internationale beproevingsnormen staat een aantal bepalingen waaraan de hand dient te worden gehouden bij het type-onderzoek (typegoedkeuring) als vermeld in de overeenstemmingsbeoordelingsmodules van bijlage B in de toepasselijke voorschriften van de internationale verdragen en in de desbetreffende resoluties en circulaires van de IMO.

3. Brandbescherming

Nummer

Benaming

Voorschrift SOLAS 74, zoals gewijzigd, waar "typegoedkeuring" wordt voorgeschreven

Toepasselijke voorschriften van SOLAS-74, zoals gewijzigd, en de relevante resoluties en circulaires van de IMO

beproevings-
normen1

Overeenstemmingsbeoordelingsmodules

B + C

B + D

B + E

B + F

G

H

A.1/3.1

Primaire dekbedekking

Voorschrift II-2/34.8,
II-2/49.3
Voorschrift II-2/34.8,
II-2/49.3
IMO-resoluties A.687 (17),
IMO MSC/Circ. 549,
IMO-resolutie MSC
61(67)
bijlage 1, delen 2 & 6
en bijlage 2

x

A.1/3.2

Draagbare brandblustoestellen

Voorschrift II-2/6.1Voorschrift II-2/6,
IMO-Resolutie A.602
(15)
EN 3-1/A1, 3-2, 3-3,
3-4, 3-5, 3-6

x

x

x

A.1/3.3

Brandweeruitrusting: beschermende kleding

Voorschrift II-2/17.1.1.1Voorschrift II-2/17.1.1.1EN 366, EN 469 of EN
531, EN 532, EN 20811

x

A.1/3.4

Brandweeruitrusting:
laarzen

Voorschrift II-2/17.1.1.2Voorschrift II-2/17.1.1.2EN 344, EN 344-2, EN
345, EN 345-2

x

A.1/3.5

Brandweeruitrusting:
handschoenen

Voorschrift II-2/17.1.1.2Voorschrift II-2/17.1.1.2EN 659

x

A.1/3.6

Brandweeruitrusting:
helm

Voorschrift II-2/17.1.1.3Voorschrift II-2/17.1.1.3EN 443

x

A.1/3.7

Ademhalingstoestel zijnde een onafhankelijk werkend persluchttoestel

Voorschrift II-2/17.1.2Voorschrift II-2/17.1.2.2EN 137

x

A.1/3.8

Ademhalingsapparatuur met luchttoevoer voor gebruik met een rookhelm of rookmasker

Voorschrift II-2/17.1.2Voorschrift II-2/17.1.2.1EN 138, EN 139

x

A.1/3.9

Sprinklersystemen die gelijkwaardig zijn aan de in SOLAS-voorschrift II-2/12 genoemde systemen

Voorschrift II-2/36.1.2,
II-2/36.2, II-2/41-2.5
Voorschrift II-2/12,
II-2/36.1.2, II-2/36.2,
II-2/41-2.5
IMO-resolutie A.800
(19)

x

x

A.1/3.10

Straalpijpen voor vast aangebrachte sproei-installaties voor water onder druk in ruimten voor machines

Voorschrift II-2/10.1Voorschrift II-2/10.1IMO MSC Circ./668),
zoals gewijzigd bij IMO
MSC Circ./728

x

x

x

A.1/3.11

Brandwerendheid van afscheidingen van klasse "A" en "B"

Voorschrift II-2/3.3.5,
II-2/3.4.4
Voorschrift II-2/3.3.5,
II-2/16.11, II-2/3.4.4
IMO-resolutie A 754 (18),
IMO-resolutie MSC.61(67)
bijlage 1, deel 3 en
bijlage 2

x

x

x

A.1/3.12

Inrichtingen om vlamdoorslag naar de ladingtanks in olietankers te voorkomen

Voorschrift II-2/59.1.5,
II-2/59.1.4, II-2/59.2
Voorschrift II-2/59.1.5,
II-2/59.1.4, II-2/59.2
IMO
MSC/Circ.450/Rev. 1
IMO MSC/Circ.677

x

x

x

A.1/3.13

Niet brandbare materialen gebruikt in afscheidingen van klasse "A", "B" en "C"

Voorschrift II-2/3.1,
II-2/3.3.4, II-2/3.4.3,
II-2/3.5
Voorschrift II-2/3.1,
II-2/3.3.4, II-2/3.4.3,
II-2/3.5
IMO-resolutie A 799 (19),
IMO-resolutie MSC.61(67)
bijlage 1, deel 1 en
bijlage 2

x

x

x

A.1/3.14

Andere materialen dan staal voor pijpen die afscheidingen van klasse "A"of "B" doorboren

Voorschrift II-2/3.3.5,
II-2/3.4.4, II-2/18.2.1
Voorschrift II-2/18.2.1IMO-resolutie A 753 (18),
IMO-resolutie A 754 (18),
IMO-resolutie MSC.61(67)
bijlage 1, deel 3

x

x

x

A.1/3.15

Andere materialen dan staal voor leidingen waardoor olie of brandstofolie wordt gevoerd

Voorschrift II-2/3.3.5,
II-2/18.2.2
Voorschrift II-2/18.2.2IMO-resolutie A 753 (18)

x

x

x

A.1/3.16

Branddeuren

Voorschrift II-2/3.3.5,
II-2/3.4.4, II-2/30.2,
II-2/31.1, II-2/47
Voorschrift II-2/30.2,
II-2/31.1, II-2/47
IMO-resolutie A 754 (18)
IMO-resolutie MSC.61(67)
bijlage 1, deel 3

x

x

x

A.1/3.17

Bedieningssysteem voor branddeuren

Voorschrift II-2/30.4.15Voorschrift II-2/30.4.15IMO-resolutie A 754 (18)
IMO-resolutie MSC.61(67)
bijlage 1, deel 4

x

x

x

A.1/3.18

Bekledingsmaterialen en vloerbedekkingen met laag vlamspreidend vermogen

Voorschrift II-2/3.8,
II-2/34.7, II-2/49.2
Voorschrift II-2/3.8,
II-2/3.23.4, II-2/3.23.5,
II-2/16.1.1,
II-2/32.1.4.3.1, II-2/34.2,
II-2/34.3, II-2/49.1,
II-2/50.3.1
IMO-resolutie A 653 (16),
IMO-resolutie MSC.61(67)
bijlage 1, delen 2 & 5
en bijlage 2
ISO 17162

x

x

x

A.1/3.19

Draperiën, gordijnen en andere hangende materialen en wandbekleding van textiel

Voorschrift II-2/3.23.3Voorschrift II-2/3.23.3IMO-resolutie
MSC.61(67)
bijlage 1, deel 7

x

x

x

A.1/3.20

Bekleed meubilair

Voorschrift II-2/3.23.6Voorschrift II-2/3.23.6,
II-2/34
IMO-resolutie A 652 (16)
IMO-resolutie MSC.61(67)
bijlage 1, deel 8

x

x

x

A.1/3.21

Matrassen en beddegoed

Voorschrift II-2/3.23.7Voorschrift II-2/3.23.7,
II-2/34
IMO-resolutie A 688 (17),
IMO-resolutie MSC.61(67)
bijlage 1, deel 9

x

x

x

A.1/3.22

Brandkleppen

Voorschrift II-2/3.3.5,
II-2/16.11
Voorschrift II-2/16,
II-2/32, II-2/48
IMO-resolutie A.754 (18),
IMO-resolutie MSC.61(67)
bijlage 1, deel 3 en
bijlage 2

x

x

x

A.1/3.23

Niet-brandbare, afscheidingen van klasse "A" doorborende leidingen

Voorschrift II-2/3.3.5,
II-2/16.11, II-2/18.1.1
Voorschrift II-2/16,
II-2/32, II-2/48
IMO-resolutie A.754 (18),
IMO-resolutie MSC.61(67)
bijlage 1, deel 3 en
bijlage 2

x

x

x

A.1/3.24

Doorvoeren van
elektrische kabels door
afscheidingen van klasse "A"

Voorschrift II-2/3.3.5,
II-2/18.1.1, II-2/18.1.2
Voorschrift II-2/18.1.1,
II-2/18.1.2
IMO-resolutie A.754 (18),
IMO-resolutie MSC.61(67)
bijlage 1, deel 3 en
bijlage 2

x

x

x

A.1/3.25

Ramen en patrijspoorten

Voorschrift II-2/3.3.5,
II-2/33
Voorschrift II-2/33IMO-resolutie A.754 (18),
IMO-resolutie MSC.61(67)
bijlage 1, deel 3 en
bijlage 2,
MSC Circ./727

x

x

x


* Een kruisje onder H, zesde kolom betekent: module H plus certificaat van ontwerponderzoek.
1 Bij vermelding van IMO-resoluties zijn alleen de beproevingsnormen in de relevante delen van de bijlagen bij de resoluties van toepassing doch niet de bepalingen van de resoluties zelf.
2 Indien het oppervlaktemateriaal een bepaalde maximum calorische waarde moet hebben, wordt deze gemeten volgens ISO 1716.
3 Brandbescherming

Bijlage A.1: Uitrusting waarvoor reeds gedetailleerde beproevingsnormen bestaan in internationale instrumenten

Op de hele bijlage A.1 van toepassing zijnde noten

Algemeen:

Naast de specifiek vermelde internationale beproevingsnormen staat een aantal bepalingen waaraan de hand gehouden dient te worden bij het typeonderzoek als vermeld in de overeenstemmingsbeoordelingsmodules van
bijlage B in de toepasselijke voorschriften van de internationale verdragen en de desbetreffende resoluties en circulaires van de IMO.

Kolom 5:

Wanneer er IMO-resoluties worden genoemd zijn alleen de beproevingsnormen in de desbetreffende delen van de bijlagen bij de resoluties van toepassing en niet de bepalingen van de resoluties zelf.

Kolom 5:

Ten behoeve van een correcte verwijzing naar de relevante normen moet op de beproevingsverslagen en het passende typegoedkeuringscertificaat worden aangegeven welke norm en welke versie daarvan, zoals aangegeven
in de kolom, werd toegepast.

Kolom 5:

Wanneer twee groepen beproevingsnormen worden aangegeven (gescheiden door een ";"), voldoet elk van deze groepen aan alle beproevingseisen waarmee overeenstemming met de IMO-prestatienormen kan worden aangetoond.
Het volstaat bijgevolg één uitrusting aan de hand van een van de groepen te testen om aan te tonen dat aan de eisen van de desbetreffende internationale instrumenten is voldaan.

Kolom 6:

Een kruisje onder H betekent module H plus certificaat van ontwerp-onderzoek.


3. Brandbescherming

Nummer

Benaming

Voorschrift SOLAS 74 zoals gewijzigd indien "typegoedkeuring" is voorgeschreven

Toepasselijke voorschriften van SOLAS-74, zoals gewijzigd, en de desbetreffende resoluties en circulaires van de IMO

beproevings-
normen

Overeenstemmingsbeoordelingsmodules

B + C

B + D

B + E

B + F

G

H

1

2

3

4

5

6

A.1/3.1

Primaire dekbedekking

Voorschrift II-2/34.8,
II-2/49.3
Voorschrift II-2/34.8, II-2/49.3IMO-Resolutie MSC 61 (67), bijlage
1, delen 2 en 6, bijlage 2

x

A.1/3.2

Draagbare brandblustoestellen

Voorschrift II-2/6.1, Voorschrift X/3Voorschrift II-2/6, IMO-Resolutie A.602 (15), (IMO-Resolutie MSC.36 (63) 7.7.7 en 7.8.4.1.3 (HSC-code 1994)EN 3-1 (1996), 3-2 (1996), 3-3
(1994), 3-4 (1996), 3-5 (1996) + AC
(1997), 3-6 (1995) + A1: (1999)

x

x

x

A.1/3.3

Brandweeruitrusting: beschermende kleding

Voorschrift II-2/17.1.1.1,
Voorschrift X/3
Voorschrift II-2/17.1.1.1, IMO-Resolutie MSC.36 (63) 7.10.3.1.1 (HSC-code 1994), IMO MSC/Circ. 847EN 469 (1995), EN 531/A1 (1998),
EN 1486 (1996), ISO 15538 (2001)

x

A.1/3.4

Brandweeruitrusting: laarzen

Voorschrift II-2/17.1.1.2,
Voorschrift X/3
Voorschrift II-2/17.1.1.2, IMO-Resolutie MSC.36 (63) 7.10.3.1.2 (HSC-code 1994)EN 344 (1992) + AC (1993) + A1
(1997), EN 344-2 (1996), EN 345
(1992) + A1 (1997), EN 345-2
(1996) Class 2, IEC 60903 (1993)

x

A.1/3.5

Brandweeruitrusting: handschoenen

Voorschrift II-2/17.1.1.2,
Voorschrift X/3
Voorschrift II-2/17.1.2.2, IMO-Resolutie MSC.36 (63) 7.10.3.1.1 (HSC-code 1994), IMO MSC/Circ. 847EN 659 (1996), EN 60903 (1993),
EN 60903 + A.11 (1997)

x

A.1/3.6

Brandweeruitrusting: helm

Voorschrift II-2/17.1.1.3,
Voorschrift X/3
Voorschrift II-2/17.1.1.3, IMO-Resolutie MSC.36 (63) 7.10.3.1.3 (HSC-code 1994)EN 443 (1997)

x

A.1/3.7

Ademhalingstoestel zijnde een onafhankelijk werkend
persluchttoestel

Voorschrift II-2/17.1.2, Voorschrift X/3Voorschrift II-2/17.1.2.2, IMO-Resolutie MSC.36 (63) 7.10.3.2.2 (HSC-code 1994)EN 137 (1993), EN 136 (1998)

x

A.1/3.8

Ademhalingsapparatuur met luchttoevoer voor gebruik met een rookhelm of rookmasker

Voorschrift II-2/17.1.2, Voorschrift X/3Voorschrift II-2/17.1.1.1, IMO-Resolutie MSC.36 (63) 7.10.3.2.2 (HSC-code 1994)EN 138 (1994)

x

A.1/3.9

Sprinklersystemen die gelijkwaardig zijn aan de in SOLAS-Voorschrift II-2/12
genoemde systemen

Voorschrift II-2/36.1.2,
II-2/36.2, II-2/41-2.5,
II-2/52.2
Voorschrift II-2/12,
II-2/36.1.2, II-2/36.2,
II-2/41-2.5, II-2/42.5.2,
II-2/52.2
IMO-Resolutie A.800 (19)

x

x

A.1/3.10

Sprinklersystemen die gelijkwaardig zijn aan de in SOLAS-Voorschrift II-2/12 genoemde systemen

Verplaatst naar bijlage A.2
A.1/3.11

Brandwerendheid van afscheidingen van klasse "A" en "B"

Voorschrift II-2/3.5,
II-2/3.4.4.
Voorschrift II-2/3.3.5,
II-2/3.4.4, II-2/16.11
IMO-Resolutie A.754 (18), IMO-Resolutie
MSC.61 (67), bijlage 1, deel 3,
en bijlage 2

x

x

x

A.1/3.12

Inrichtingen om vlamdoorslag naar de ladingtanks in olietankers te voorkomen

Voorschrift II-2/59.1.5,
II-2/59.1.9.4, II-2/59.2
Voorschrift II-2/59.1.5, II-2/59.1.9.4,
II-2/59.2
IMO MSC/Circ. 677

x

x

x

A.1/3.13

Niet brandbare materialen

Voorschrift II-2/3.1, Voorschrift
X/3
Voorschrift II-2/3.1, IMO-Resolutie
MSC.36 (63) 7.2.4 (HSC-code 1994)
IMO-Resolutie A.799 (19), IMO-Resolutie
MSC.61 (67), bijlage 1, deel 1
en bijlage 2

x

x

x

A.1/3.14

Andere materialen dan staal voor pijpen die afscheidingen van klasse "A" of "B" doorboren

Voorschrift II-2/18.2.1Voorschrift II-2/18.2.1IMO-Resolutie A.753 (18), IMO-Resolutie
A.754 (18), IMO-Resolutie
MSC.61 (67), bijlage 1, deel 3

x

x

x

A.1/3.15

Andere materialen dan staal voor leidingen waardoor olie of brandstofolie wordt gevoerd

Voorschrift II-2/15.2.8,
II-2/18.2.2, Voorschrift X/3
Voorschrift II-2/15.2.8, II-2/18.2.2,
IMO-Resolutie MSC.36 (63) 7.5.4
(HSC-code 1994)
IMO-Resolutie A.753 (18)

x

x

x

A.1/3.16

Branddeuren

Voorschrift II-2/30.2,
II-2/31.1.1 en II-2/47
Voorschrift II-2/30.2, II-2/31.1.1,
II-2/47
IMO-Resolutie A.754 (18), IMO-Resolutie
MSC.61 (67), bijlage 1, deel 3

x

x

x

A.1/3.17

Bedieningssysteem voor branddeuren

Voorschrift II-2/30.4.15,
Voorschrift X/3
Voorschrift II-2/30.4.15, IMO-Resolutie
MSC.36 (63) 7.9.3.3 (HSC-code
1994)
IMO-Resolutie MSC.61(67), bijlage 1, deel 4

x

x

x

A.1/3.18

Bekledingsmaterialen en vloerbedekkingen met laag vlamspreidend vermogen

Voorschrift II-2/3.8,
II-2/34.3, II-2/34.7, II-2/49.1, II-2/49.2, Voorschrift X/3
Voorschrift II-2/3.8, II-2/3.23.4,
II-2/3.23.5, II-2/16.1.1,
II-2/32.1.4.3.1, II-2/34.2, II-2/34.3,
II-2/49.1, II-2/50.3.1, II-2/34.7, IMOResolutie
MSC.36 (63) 7.4.3.4 en
7.4.3.6 (HSC-code 1994)
IMO-Resolutie A.653 (16), IMO-Resolutie
MSC.61 (67), bijlage 1, delen 2 en 5 en bijlage 2, ISO 1716(1973)1

x

x

x

A.1/3.19

Draperieën, gordijnen en andere hangende materialen en wandbekleding van textiel

Voorschrift II-2/3.23.3, II-2/26.2, Voorschrift X/3Voorschrift II-2/3.23.3, II-2/26.2,
IMO-Resolutie MSC.36 (63) 7.4.3.3.3
(HSC-code 1994)
IMO-Resolutie MSC.61 (67), bijlage 1, deel 7

x

x

x

A.1/3.20

Bekleed meubilair

Voorschrift II-2/3.23.6, II-2/26.2, Voorschrift X/3Voorschrift II-2/3.23.6, II-2/26.2, II-2/34.6, IMO-Resolutie MSC.36 (63)
7.4.3.3.4 (HSC-code 1994)
IMO-Resolutie A.652 (16), IMO-Resolutie MSC.61 (67), bijlage 1, deel 8

x

x

x

A.1/3.21

Matrassen en beddengoed

Voorschrift II-2/3.23.7, II-2/26.2, Voorschrift X/3Voorschrift II-2/3.23.7, II-2/26.2,
IMO-Resolutie MSC.36 (63) 7.4.3.3.5
(HSC-code 1994)
IMO-Resolutie A.688 (17), IMO-Resolutie
MSC.36 (67), bijlage 1, deel 9

x

x

x

A.1/3.22

Brandkleppen

Voorschrift II-2/16.11.1Voorschrift II-2/16, II-2/32, II-2/48IMO-Resolutie A.754 (18), IMO-Resolutie
MSC.61 (67), bijlage 1, deel 3

x

x

x

A.1/3.23Niet-brandbare, afscheidingen van klasse "A" doorborende leidingenVerplaatst naar A.1/3.26
A.1/3.24

Doorvoeren van elektrische
kabels door afscheidingen
van klasse "A"

Verplaatst naar A.1/3.26
A.1/3.25

Ramen en patrijspoorten

Voorschrift II-2/33Voorschrift II-2/33, MSC/Circ. 847IMO-Resolutie A.754 (18), IMO-Resolutie
MSC.61 (67), bijlage 1, deel 3,
ISO 614 (1989), ISO 1095 (1989),
ISO 1751 (1993), ISO 3254 (1989),
ISO 3903 (1993), ISO 3904 (1994)

x

x

x

A.1/3.26

Doorvoeren van pijpen en
hoofdleidingen enz. door afscheidingen van klasse "A"
"nieuwe apparatuur"

Voorschrift II-2/18.1.1Voorschrift II-2/18.1.1IMO-Resolutie A.754 (18), IMO-Resolutie
MSC.61 (67), bijlage 1, deel 3

x

x

x

A.1/3.27

Doorvoeren van elektrische
kabels, pijpen, hoofdleidingen,
leidingen, ventilatieopeningen,
verlichtingsarmaturen enz. door afscheidingen van klasse "B"
"nieuwe apparatuur"

Voorschrift II-2/18.1.2Voorschrift II-2/18.1.2IMO-Resolutie A.754 (18), IMO-Resolutie
MSC.61 (67), bijlage 1, deel 3

x

x

x

A.1/3.28

Sprinklersystemen (beperkt tot de sprinklerkoppen en tot de automatische sprinklerbrandontdekkings-
en brandalarminstallaties)
"nieuwe apparatuur"

Voorschrift II-2/12.3,
II-2/36.1.2,
II-2/36.2,
II-2/41-2.5 en
II-2/52.2
Voorschrift II-2/12, II-2/36.1.2,
II-2/36.2, II-2/41-2.5 en II-2/52.2
ISO 6182-1 (1993), ISO 6182-2
(1993), ISO 6182-3 (1993), ISO
6182-4 (1993), ISO 6182-5 (1995)

x

x

x

A.1/3.29

Brandslangen
"nieuwe apparatuur"

Voorschrift II-2/4.7.1, Voorschrift
X/3
Voorschrift II-2/4.7.1, IMO-Resolutie
MSC.36 (63) 7.7.8.5 (HSC-code
1994)
EN 671-2 (1994)

x

x

x

A.1/3.30

Zuurstofmeet- en gasdetectieapparatuur
"nieuwe apparatuur"

Voorschrift X/3Voorschrift II-2/59.5, II-2/59.4.4.1,
II-2/62.17, II-2/59.5, Voorschrift
VI/3.1, MSC/Circ. 774 (Vaste installaties)
EN 50104 (1999) Zuurstof, EN
50054 (1991), EN 50057 (1999)
Brandbare gassen

x

x

x

A.1/3.31

Vaste sprinklersystemen voor hogesnelheidsvaartuigen
"nieuwe apparatuur"

Voorschrift X/3IMO-Resolutie MSC.36 (63) 7.13.1
(HSC-code 1994), MSC/Circ. 912
IMO-Resolutie MSC.44 (65), IMO-Resolutie
A.800 (19)

x

x

x

x

A.1/3.32

Vuurbeperkende materialen (met uitzondering van meubilair) voor hogesnelheidsvaartuigen
"nieuwe apparatuur"

Voorschrift X/3IMO-Resolutie MSC.36 (63) 7.2.2 (HSC-code 1994)IMO-Resolutie MSC.40 (64), IMO-Resolutie
MSC.90 (71)

x

x

x

A.1/3.33

Vuurbeperkende materialen voor meubilair voor hogesnelheidsvaartuigen
"nieuwe apparatuur"

Voorschrift X/3IMO-Resolutie MSC.36 (63) 7.2.2 (HSC-code 1994)IMO-Resolutie MSC.40 (64), IMO-Resolutie
MSC.90 (71)

x

x

x

A.1/3.34

Vuurbestendige afscheidingen voor hogesnelheidsvaartuigen
"nieuwe apparatuur"

Voorschrift X/3IMO-Resolutie MSC.36 (63) 7.2.1 (HSC-code 1994)IMO-Resolutie MSC.45 (65)

x

x

x

A.1/3.35

Branddeuren op hogesnelheidsvaartuigen
"nieuwe apparatuur"

Voorschrift X/3IMO-Resolutie MSC.36 (63) 7.2.1, 7.4.2.6 (HSC-code 1994)IMO-Resolutie MSC.45 (65)

x

x

x

A.1/3.36

Brandkleppen op hogesnelheidsvaartuigen
¿nieuwe apparatuur¿

Voorschrift X/3IMO-Resolutie MSC.36 (63) 7.6.4
(HSC-code 1994)
IMO-Resolutie MSC.45 (65)

x

x

x

A.1/3.37

Doorvoeren van pijpen, leidingen,
besturingen, elektrische
kabels enz. door vuurbestendige
afscheidingen op
hogesnelheidsvaartuigen
¿nieuwe apparatuur¿

Voorschrift X/3IMO-Resolutie MSC.36 (63) 7.4.2.6
(HSC-code 1994)
IMO-Resolutie MSC.45 (65)

x

x

x

A.1/3.38

Draagbare brandblusapparaten
voor reddingsboten en
hulpverleningsboten

Voorschrift III/4, Voorschrift
X/3
Voorschrift III/34, IMO-Resolutie
MSC.48 (66), IMO-Resolutie A.602
(15), IMO-Resolutie MSC.36 (63)
8.1.2 (HSC-code 1994)
EN 3-1 (1996), 3-2 (1996), 3-3
(1994), 3-4 (1996), 3-5 (1996) + AC
(1997), 3-6 (1995) + A1 (1999)

x

x

x

A.1/3.39

Alternatieve inrichtingen
voor op halon gebaseerde
brandblusinstallaties in voor
machines of pompen
bestemde ruimten ¿ equivalente
op water gebaseerde
brandblusinstallaties
¿nieuwe apparatuur¿

Voorschrift II-2/5.3,
II-2/63.1.1
Voorschrift II-2/5.3, II-2/63.1.1IMO MSC/Circ. 668, IMO MSC/Circ.
728

x

x

x


1 Indien het oppervlaktemateriaal een bepaalde maximum calorische waarde moet hebben, wordt deze gemeten volgens ISO 1716.

3 Brandbeveiligingsapparatuur

3. Brandbeveiligingsapparatuur

Nr.Benaming

Voorschrift SOLAS 74 indien „typegoedkeuring” is voorgeschreven

Geldende voorschriften van SOLAS 74 en de desbetreffende resoluties en circulaires van de IMO

Beproevingsnormen

Modules
voor
beoordeling
van de overeen-stemming

1

2

3

4

5

6

A.1/3.1Primaire dekbedekking
  • Reg. II-2/4,
  • Reg. II-2/6,
  • Reg. X/3.
  • Reg. II-2/4,
  • Reg. II-2/6,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7.
  • IMO Res. MSC.61(67)- (FTP Code), bijlage 1, delen 2 en 6 of bijlage 2,
  • IMO MSC/Circ.1102,
  • IMO MSC/Circ.1120.
B + D
B + E
B + F
A.1/3.2Draagbare blustoestellen
  • Reg. II-2/10,
  • Reg. X/3,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 4.
  • Reg. II-2/4,
  • Reg. II-2/10,
  • Reg. II-2/18,
  • Reg. II-2/19,
  • Reg. II-2/20,
  • IMO Res. A.951(23),
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 4,
  • IMO MSC/Circ.1239,
  • IMO MSC/Circ.1275.
  • EN 3-7 (2004) met inbegrip van A.1 (2007),
  • EN 3-8 (2006) met inbegrip van AC (2007),
  • EN 3-9 (2006) met inbegrip van AC (2007),
  • EN 3-10 (2009).
B + D
B + E
B + F
A.1/3.3Brandweeruitrusting: beschermende kleding (kleding voor brandbestrijding op korte afstand)
  • Reg. II-2/10,
  • Reg. X/3,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 3.
  • Reg. II-2/10,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 3.

Beschermende kleding voor brandbestrijding:

  • EN 469 (2005) met inbegrip van A1 (2006) en AC (2006)

Beschermende kleding voor brandbestrijding – reflecterende kleding voor gespecialiseerde brandbestrijding:

  • EN 1486 (2007).

Beschermende kleding voor brandbestrijding – beschermende kleding met reflecterend buitenoppervlak:

  • ISO 15538 (2001).
B + D
B + E
B + F
A.1/3.4Brandweeruitrusting: laarzen
  • Reg. II-2/10,
  • Reg. X/3,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 3.
  • Reg. II-2/10,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 3.
  • EN 15090 (2006),
B + D
B + E
B + F
A.1/3.5Brandweeruitrusting: handschoenen
  • Reg. II-2/10,
  • Reg. X/3,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 3.
  • Reg. II-2/10,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 3.
  • EN 659 (2003) met inbegrip van A1 (2008) en AC (2009)
B + D
B + E
B + F
A.1/3.6Brandweeruitrusting: helm
  • Reg. II-2/10,
  • Reg. X/3,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 3.
  • Reg. II-2/10,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 3.
  • EN 443 (2008).
B + D
B + E
B + F
A.1/3.7

Ademhalingstoestel zijnde een onafhankelijk werkend persluchttoestel

Noot: bij ongevallen waarbij gevaarlijke goederen zijn betrokken, moet een persluchtmasker worden gebruikt.

  • Reg. II-2/10,
  • Reg. X/3,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 3.
  • Reg. II-2/10,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 3.
  • EN 136 (1998) met inbegrip van AC (2003),
  • EN 137 (2006).
B + D
B + E
B + F
A.1/3.8Ademhalingsapparatuur met luchttoevoer via een luchtslang
  • Reg. X/3.
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7.

Noot: deze apparatuur is alleen geschikt voor hogesnelh- eidsvaartuigen die gebouwd zijn volgens de bepalingen van de 1994 HSC Code.

  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7.
  • EN 14593-1 (2005),
  • EN 14593-2 (2005) met inbegrip van AC (2005),
  • EN 14594 (2005).
B + D
B + E
B + F
A.1/3.9

Onderdelen voor sprinklersystemen voor verblijfsruimten, dienstruimten en controlestations, die gelijkwaardig zijn aan de in SOLAS 74, voorschrift II-2/12, vermelde systemen (beperkt tot straalpijpen en hun prestatie).

(Straalpijpen voor vaste sprinklersystemen, voor hogesnelheidsvaartuigen (HSC) vallen eveneens onder dit punt)

  • Reg. II-2/7,
  • Reg. II-2/10,
  • Reg. X/3,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 8.
  • Reg. II-2/7,
  • Reg. II-2/9,
  • Reg. II-2/10,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.44(65),
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 8.
  • IMO MSC/Circ.912.
  • IMO Res. A.800(19).
B + D
B + E
B + F

A.1/3.10

Zie noot b) van deze bijlage A.1

Straalpijpen voor vast aangebrachte sproei- installaties voor water onder druk in ruimten voor machines en ladingpompkamers
  • Reg. II-2/10,
  • Reg. X/3,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 7.
  • Reg. II-2/10,
  • Reg. X/3,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 7,
  • IMO MSC.1/Circ.1313.
  • IMO MSC/Circ.1165, aanhangsel A.
B + D
B + E
B + F
A.1/3.11

Brandwerendheid van afscheidingen van klasse A en B

  1. afscheidingen van klasse A
  2. afscheidingen van klasse B

Klasse A:

  • Reg. II-2/3.2.

Klasse B:

  • Reg. II-2/3.4.
  • Reg.II-2/9, en,

Klasse A:

  • Reg. II-2/3.2.

Klasse B:

  • Reg. II-2/3.4.
  • IMO Res. MSC.61(67)- (FTP Code) bijlage 1, deel 3 en bijlage 2,
  • IMO MSC/Circ.1120.
B + D
B + E
B + F
A.1/3.12Inrichtingen om vlamdoorslag naar de ladingtanks in tankers te voorkomen
  • Reg. II-2/4,
  • Reg. II-2/16.
  • Reg II-2/4,
  • Reg II-2/16.
  • EN 12874 (2001),
  • ISO 15364 (2007),
  • IMO MSC/Circ.677.
Voor apparatuur andere dan kleppen:
B + D
B + E
B + F
Voor kleppen: B + F
A.1/3.13Niet-brandbare materialen
  • Reg. II-2/3,
  • Reg. X/3.
  • Reg. II-2/3,
  • Reg. II-2/5,
  • Reg. II-2/9,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7.
  • IMO Res. MSC.61(67)- (FTP Code) bijlage 1, deel 1,
  • IMO MSC/Circ.1120.
B + D
B + E
B + F
A.1/3.14Andere materialen dan staal voor buisleidingen die afscheidingen van klasse A of B doorborenOpgenomen in A.1/3.26 en A.1/3.27
A.1/3.15

Andere materialen dan staal voor leidingen waardoor olie of brandstofolie wordt gevoerd

  1. buizen en fittingen,
  2. kleppen
  3. soepele buisleidingen.
  • Reg. II-2/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. II-2/4,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7, 10,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7, 10,
  • IMO MSC/Circ.1120.
  • IMO Res. A.753(18),
  • ISO 15540 (2001)
  • ISO 15541 (2001).
B + D
B + E
B + F
A.1/3.16Branddeuren
  • Reg. II-2/9.
  • Reg. II-2/9.
  • IMO Res. MSC.61(67)- (FTP Code) bijlage 1, deel 3,
  • IMO MSC/Circ.1120,
  • IMO MSC.1/Circ.1273,
  • IMO MSC.1/Circ.1319.
B + D
B + E
B + F
A.1/3.17

Onderdelen voor bedieningssysteem voor branddeuren

Noot: het gebruik van de term „onderdelen van een systeem” in kolom 2 kan betekenen dat een afzonderlijk onderdeel, een groep onderdelen of het volledige systeem moet worden beproefd om vast te stellen of aan de internationale voorschriften is voldaan.

  • Reg. II-2/9,
  • Reg. X/3.
  • Reg. II-2/9,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7.
  • IMO Res. MSC.61(67)- (FTP Code) bijlage 1, deel 4.
B + D
B + E
B + F
A.1/3.18

Bekledingsmaterialen en vloerbedekkingen met laag vlamspreidend vermogen

  1. qwqa) decoratieve fineerlagen
  2. verfsystemen
  3. vloerbedekkingen
  4. isolerende bekleding van buisleidingen
  5. lijm die wordt gebruikt bij de constructie van afscheidingen van klasse A, B en C
  6. brandbare leidingdoorvoeren
  • Reg. II-2/3,
  • Reg. II-2/5,
  • Reg. II-2/6,
  • Reg. II-2/9,
  • Reg. X/3.
  • Reg. II-2/3,
  • Reg. II-2/5,
  • Reg. II-2/6,
  • Reg. II-2/9,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7,
  • IMO MSC/Circ.1120.
  • IMO Res. MSC.61(67)- (FTP Code) bijlage 1, deel 2 en deel 5, of bijlage 2,
  • IMO MSC/Circ.1120,
  • ISO 1716 (2002).

Noot: indien het oppervlaktemateriaal een bepaalde maximale calorische waarde moet hebben, wordt deze gemeten volgens ISO 1716.

B + D
B + E
B + F
A.1/3.19Draperieën, gordijnen en andere hangende materialen en wandbekledingen van textiel
  • Reg. II-2/3,
  • Reg. II-2/9,
  • Reg. X/3.
  • Reg. II-2/3,
  • Reg. II-2/9,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7.
  • IMO Res. MSC.61(67)- (FTP Code) bijlage 1, deel 7,
  • IMO MSC/Circ.1102,
  • IMO MSC/Circ.1120.
B + D
B + E
B + F
A.1/3.20Bekleed meubilair
  • Reg. II-2/3,
  • Reg. II-2/5,
  • Reg. II-2/9,
  • Reg.X/3.
  • Reg. II-2/3,
  • Reg. II-2/5,
  • Reg. II-2/9,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7.
  • IMO Res. MSC.61(67)- (FTP Code) bijlage 1, deel 8,
  • IMO MSC/Circ.1102,
  • IMO MSC/Circ.1120.
B + D
B + E
B + F
A.1/3.21Matrassen en beddengoed
  • Reg. II-2/3,
  • Reg. II-2/9,
  • Reg. X/3.
  • Reg. II-2/3,
  • Reg. II-2/9,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7.
  • IMO Res. MSC.61(67)- (FTP Code) bijlage 1, deel 9,
  • IMO MSC/Circ.1102,
  • IMO MSC/Circ.1120.
B + D
B + E
B + F
A.1/3.22Brandkleppen
  • Reg. II-2/9.
  • Reg. II-2/9.
  • IMO Res. MSC.61(67)- (FTP Code) bijlage 1, deel 3,
  • IMO MSC/Circ.1120.
B + D
B + E
B + F
A.1/3.23Niet-brandbare, afscheidingen van klasse A doorborende leidingenVerplaatst naar A.1/3.26
A.1/3.24Doorvoeren van elektrische kabels door afscheidingen van klasse AVerplaatst naar A.1/3.26
A.1/3.25Brandbestendige ramen en patrijspoorten van klasse A en B
  • Reg. II-2/9.
  • Reg. II-2/9,
  • IMO MSC/Circ.1120.
  • IMO Res. MSC.61(67)- (FTP Code) bijlage 1, deel 3,
  • IMO MSC/Circ.1120,
  • IMO MSC.1/Circ.1203.
B + D
B + E
B + F
A.1/3.26

Doorvoeren door afscheidingen van klasse A

  1. elektriciteitskabels
  2. buizen, leidingen, hoofdleidingen, enz.
  • Reg. II-2/9.
  • Reg. II-2/9,
  • IMO MSC.1/Circ.1276.
  • IMO Res. MSC.61(67)- (FTP Code) bijlage 1, deel 3,
  • IMO MSC/Circ.1120.
B + D
B + E
B + F
A.1/3.27

Doorvoeren door afscheidingen van klasse B

  1. elektriciteitskabels
  2. buizen, leidingen, hoofdleidingen, enz.
  • Reg. II-2/9.
  • Reg. II-2/9.
  • IMO Res. MSC.61(67)- (FTP Code) bijlage 1, deel 3,
  • IMO MSC/Circ.1120.
B + D
B + E
B + F
A.1/3.28Sprinklersystemen (beperkt tot de sprinklerkoppen). (Straalpijpen voor vaste sprinklersystemen, voor hogesnelheidsvaartuigen (HSC) vallen eveneens onder dit punt)
  • Reg. II-2/7,
  • Reg. II-2/10,
  • Reg. X/3.
  • Reg. II-2/7,
  • Reg. II-2/10,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.44(65),
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 8,
  • IMO MSC/Circ.912.
  • ISO 6182-1 (2004).

    of

  • EN 12259-1 (1999) met inbegrip van A1 (2001), A2 (2004) en A3 (2006).
B + D
B + E
B + F
A.1/3.29Brandslangen
  • Reg. II-2/10,
  • Reg. X/3.
  • Reg. II-2/10,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7.
  • EN 14540 (2004) met inbegrip van A.1 (2007).
B + D
B + E
B + F
A.1/3.30Draagbare zuurstofmeet- en gasdetectieapparatuur
  • Reg. II-2/4,
  • Reg. VI/3.
  • Reg. II-2/4,
  • Reg. VI/3,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 15.
  • EN 60945 (2002) met inbegrip van IEC 60945 corrigendum 1 (2008).
  • IEC 60092-504 (2001),
  • IEC 60533 (1999),

en, indien van toepassing:

  1. Categorie 1: (veilig gebied):
    • EN 50104 (2002) met inbegrip van A.1 (2004) Zuurstof:
    • EN 60079-29-1 (2007).

  2. Categorie 2: (gasontploffingsgevaar)
    • EN 50104 (2002) met inbegrip van A.1 (2004) Zuurstof:
    • EN 60079-29-1 (2007),
    • IEC 60079-0 (2007),
    • IEC 60079-1 (2007) met inbegrip van IEC 60079-1 corrigendum 1 (2008).
    • IEC 60079-10-1 (2008),
    • IEC 60079-11 (2006),
    • IEC 60079-15 (2010),
    • IEC 60079-26 (2006).
B + D
B + E
B + F
A.1/3.31Straalpijpen voor vaste sprinklersystemen, voor hogesnelheidsvaartuigen (HSC)Geschrapt omdat dit onder A.1/3.9 en A.1/3.28 valt
A.1/3.32Vuurbestendige materialen (met uitzondering van meubilair) voor hogesnelheidsvaartuigen
  • Reg. X/3.
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7.
  • IMO Res. MSC.61(67)- (FTP Code) bijlage 1, deel 10.
B + D
B + E
B + F
A.1/3.33Vuurbestendige materialen voor meubilair voor hogesnelheidsvaartuigen
  • Reg. X/3.
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7,
  • IMO MSC/Circ.1102.
  • IMO Res. MSC.61(67)- (FTP Code) bijlage 1: deel 1, deel 8 en deel 10
B + D
B + E
B + F
A.1/3.34Vuurbestendige afscheidingen voor hogesnelheidsvaartuigen
  • Reg. X/3.
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7.
  • IMO Res. MSC.61(67)- (FTP Code) bijlage 1, deel 11.
B + D
B + E
B + F
A.1/3.35Branddeuren op hogesnelheidsvaartuigen
  • Reg. X/3.
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7.
  • IMO Res. MSC.61(67)- (FTP Code) bijlage 1, deel 11.
B + D
B + E
B + F
A.1/3.36Brandkleppen op hogesnelheidsvaartuigen
  • Reg. X/3.
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7,
  • IMO MSC/Circ.1102.
  • IMO Res. MSC.61(67)- (FTP Code) bijlage 1, deel 11.
B + D
B + E
B + F
A.1/3.37

Doorvoeren door vuurbestendige afscheidingen op hogesnelheidsvaartuigen

  1. elektriciteitskabels
  2. buizen, leidingen, hoofdleidingen, enz.
  • Reg. X/3.
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7.
  • IMO Res. MSC.61(67)- (FTP Code) bijlage 1, deel 11.
B + D
B + E
B + F
A.1/3.38Draagbare brandblusapparaten voor reddingsboten en hulpverleningsboten
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 4.
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. A.951(23),
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 8,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I, IV, V,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 8.
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 4,
  • IMO MSC.1/Circ.1313.
  • EN 3-7 (2004) met inbegrip van A1 (2007),
  • EN 3-8 (2006) met inbegrip van AC (2007),
  • EN 3-9 (2006) met inbegrip van AC (2007),
  • EN 3-10 (2009).
B + D
B + E
B + F
A.1/3.39Straalpijpen voor equivalente brandblusinstallaties met waternevel als blusmiddel voor machinekamers en ladingpompkamers
  • Reg. II-2/10,
  • Reg. X/3.
  • Reg. II-2/10,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 7,
  • IMO MSC.1/Circ.1313.
  • IMO MSC/Circ.1165.
B + D
B + E
B + F
A.1/3.40In de vloer aangebrachte verlichtingssystemen (uitsluitend onderdelen)
  • Reg. II-2/13,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 11.
  • Reg. II-2/13,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 11.
  • IMO Res. A.752(18).


    of

  • ISO 15370 (2010).
B + D
B + E
B + F
A.1/3.41Ademhalingstoestellen voor noodevacuatie (EEBD).
  • Reg. II-2/13.
  • Reg. II-2/13,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 3,
  • IMO MSC/Circ.849.
  • ISO 23269-1 (2008) en als alternatief:
    Voor een onafhankelijk werkend ademhalingstoestel met perslucht met volgelaatsmasker of mondstuk voor evacuatie:

  • EN 402(2003).
    Voor een onafhankelijk werkend ademhalingstoestel met perslucht met een kap voor evacuatie:

  • EN 1146(2005).
    Voor onafhankelijk werkende gesloten ademhalingstoestellen met perslucht

  • EN 13794(2002).
B + D
B + E
B + F
A.1/3.42Onderdelen voor systemen met inert gas als blusmiddel
  • Reg. II-2/4.
  • Reg. II-2/4,
  • IMO Res. A.567(14),
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 15,
  • IMO MSC/Circ.353,
  • IMO MSC/Circ.387,
  • IMO MSC/Circ.485,
  • IMO MSC/Circ.450 Rev.1,
  • IMO MSC/Circ.731,
  • IMO MSC/Circ.1120.
  • IMO MSC/Circ.353.
B + D
B + E
B + F
G
A.1/3.43Straalpijpen voor brandblusinstallaties (automatisch of manueel bediend) voor frituurtoestellen
  • Reg. II-2/1,
  • Reg. II-2/10,
  • Reg. X/3.
  • Reg. II-2/1,
  • Reg. II-2/10,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7.
  • ISO 15371 (2009).
B + D
B + E
B + F
A.1/3.44Brandweeruitrusting — Reddingslijn
  • Reg. II-2/10,
  • Reg. X/3,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 3.
  • Reg. II-2/10,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 3.
  • IMO Res. MSC.61(67)- (FTP Code) bijlage 1, deel 1,
  • IMO Res. MSC.98(73)- (FSS Code) 3.
B + D
B + E
B + F
A.1/3.45Onderdelen voor equivalente vast aangebrachte brandblusinstallaties met gas als blusmiddel (blusmiddel, kleppen en straalpijpen) voor machinekamers en ladingpompkamers
  • Reg. II-2/10,
  • Reg. X/3,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 5.
  • Reg. II-2/10,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 5,
  • IMO MSC/Circ.848,
  • IMO MSC.1/Circ.1313,
  • IMO MSC.1/Circ.1316,
  • IMO MSC.1/Circ.1317.
  • IMO MSC/Circ.848,
  • IMO MSC.1/Circ.1317.
B + D
B + E
B + F
A.1/3.46Equivalente vast aangebrachte brandblusinstallaties met gas als blusmiddel voor machinekamers (aerosolsystemen)
  • Reg. II-2/10,
  • Reg. X/3,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 5.
  • Reg. II-2/10,
  • Reg. X/3,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 5.
  • IMO MSC.1/Circ.1270.
B + D
B + E
B + F
A.1/3.47

Concentraat voor vast aangebrachte schuimblusinstallaties met hoge expansie voor machinekamers en ladingpompkamers

Noot: vast aangebrachte schuimblusinstallaties met hoge expansie (inclusief „inside air”-systemen) voor machinekamers en ladingpompkamers dienen nog steeds tot tevredenheid van de administratie te worden getest met het goedgekeurde concentraat.

  • Reg. II-2/10.
  • Reg. II-2/10,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 6.
  • IMO MSC/Circ.670.
B + D
B + E
B + F
A.1/3.48

Vast aangebrachte brandblusinstallaties met water als blusmiddel voor lokale toepassing in machinekamers van categorie A

(Tests van straalpijpen en prestatie)

  • Reg. II-2/10,
  • Reg. X/3.
  • Reg. II-2/10,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7.
  • IMO MSC/Circ.913,
  • IMO MSC.1/Circ.1276.
B + D
B + E
B + F

A.1/3.49

Zie noot b) van deze bijlage A.1

Straalpijpen voor vast aangebrachte watergebaseerde vuurbestrijdingssystemen voor ro-ro-ruimten en ruimten van speciale categorieën die gelijkwaardig zijn aan die waarnaar wordt verwezen in resolutie A.123(V)
  • Reg. II-2/19,
  • Reg. II-2/20,
  • Reg. X/3,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 7.
  • Reg. II-2/19,
  • Reg. II-2/20,
  • IMO Res. A.123(V),
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 7.
  • IMO MSC.1/Circ.1272.
B + D
B + E
B + F
A.1/3.50Beschermende kleding die bestand is tegen de inwerking van chemische stoffenVerplaatst naar A.2/3.9
A.1/3.51Onderdelen voor vast aangebrachte branddetectie- en brandalarm-installaties in controlestations, dienstruimten, verblijfsruimten, cabinebalkons, bemande en onbemande machinekamers
  • Reg. II-2/7,
  • Reg. X/3,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 9.
  • Reg. II-2/7,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 9,
  • IMO MSC.1/Circ.1242,
  • IMO MSC.1/Circ.1313.

Brandmeldcentrales. Elektrische installaties in schepen:

  • EN 54-2 (1997) met inbegrip van AC(1999) en A1(2006).

Energievoorziening:

  • EN 54-4 (1997) met inbegrip van AC(1999), A1(2002) en A2(2006).

Thermische melders – Puntmelders:

  • EN 54-5 (2000) met inbegrip van A1 (2002).

Rookmelders – Puntmelders werkend volgens het strooilicht-, verduisterings- of ionisatieprincipe:

  • EN 54-7 (2000) met inbegrip van A1(2002) en A2(2006).

Vlamdetectoren — Puntmelders:

  • EN 54-10 (2002) met inbegrip van A1 (2005).

Handbrandmelders:

  • EN 54-11 (2001) met inbegrip van A1 (2005).

En, in voorkomend geval, elektrische en elektronische installaties in schepen:

  • IEC 60092-504 (2001),
  • IEC 60533 (1999).
B + D
B + E
B + F
A.1/3.52Niet-draagbare en draagbare brandblussers
  • Reg. II-2/10,
  • Reg. X/3.
  • Reg. II-2/4,
  • Reg. II-2/10,
  • Reg. X/3,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7.
  • EN 1866-1 (2007).

    of

  • ISO 11601 (2008).
B + D
B + E
B + F
A.1/3.53Brandalarmerings- apparatuur — Akoestische signaalgevers
  • Reg. II-2/7,
  • Reg. X/3,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 9.
  • Reg. II-2/7,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 9,
  • IMO MSC.1/Circ.1313.

Akoestische signaalgevers

  • EN 54-3 (2001) met inbegrip van A1(2002) en A2(2006),
  • IEC 60092-504 (2001),
  • IEC 60533 (1999).
B + D
B + E
B + F
A.1/3.54Vaste zuurstofmeet- en gasdetectieapparatuur
  • Reg. II-2/4,
  • Reg. VI/3.
  • Reg. II-2/4,
  • Reg. VI/3,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 15.
  • EN 60945 (2002) met inbegrip van IEC 60945 corrigendum 1 (2008) of IEC 60945 (2002) met inbegrip van IEC 60945 corrigendum 1 (2008),
  • IEC 60092-504 (2001),
  • IEC 60533 (1999),

en, indien van toepassing:

  1. Categorie 4: (veilig gebied)
    • EN 50104 (2002) met inbegrip van A.1 2004 Zuurstof.

  2. Categorie 3: (gasontploffingsgevaar)
    • EN 50104 (2002) met inbegrip van A.1 2004 Zuurstof:
    • EN 60079-29-1 (2007).
B + D
B + E
B + F

A.1/3.55

Zie noot b) van deze bijlage A.1

Straalpijpen waarmee kan worden gesproeid of gespoten (spray/jet)
  • Reg. II-2/10,
  • Reg. X/3.
  • Reg. II-2/10,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7.

Niet vast opgestelde straalpijpen voor brandweergebruik combinatie straalpijpen PN16:

  • EN 15182-1 (2007) met inbegrip van A1 (2009),
  • 7-EN 15182-2 (200/7) met inbegrip van A1 (2009).

Niet vast opgestelde straalpijpen voor brandweergebruik straalpijpen PN 16 met volstraal en/of één vast ingestelde straalhoek

  • EN 15182-1 (2007) met inbegrip van A1 (2009),
  • EN 15182-3 (200/7) met inbegrip van A1 (2009).
B + D
B + E
B + F

A.1/3.56

Zie noot b) van deze bijlage A.1

Brandslangen (op haspel)
  • Reg. II-2/10,
  • Reg. X/3.
  • Reg. II-2/10,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7.
  • EN 671-1 (2001) met inbegrip van AC (2002).
B + D
B + E
B + F

A.1/3.57

Zie noot b) van deze bijlage A.1

schuimblusinstallaties met gemiddelde expansie — Vast dekschuimsysteem op tankschepen
  • Reg. II-2/10.
  • Reg. II-2/10.8.1,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 14,
  • IMO MSC.1/Circ.1239,
  • IMO MSC.1/Circ.1276.
  • IMO MSC/Circ.798.
B + D
B + E
B + F

A.1/3.58

Zie noot b) van deze bijlage A.1

Onderdelen voor vast aangebrachte schuimblusinstallaties met lage expansie voor machinekamers en voor dekbeveiliging op tankschepen.
  • Reg. II-2/10.
  • Reg. II-2/10,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 6, 14,
  • IMO MSC.1/Circ.1239,
  • IMO MSC.1/Circ.1276,
  • IMO MSC.1/Circ.1313.
  • IMO MSC.1/Circ.1312.
B + D
B + E
B + F

A.1/3.59

Zie noot b) van deze bijlage A.1

Geëxpandeerd schuim voor vast aangebrachte brandblusinstallaties op chemicaliëntankers
  • Reg. II-2/1,
  • IMO Res. MSC.4(48)-(IBC Code).
  • IMO Res. MSC.4(48)-(IBC Code),
  • IMO MSC/Circ.553.
  • IMO MSC.1/Circ.1312.
B + D
B + E
B + F

A.1/3.60

Zie noot b) van deze bijlage A.1

Straalpijpen voor vast aangebrachte sproei- installaties voor water onder druk voor cabinebalkons
  • Reg. II-2/10.
  • Reg. II-2/10,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 7,
  • IMO MSC.1/Circ.1313.
  • IMO MSC.1/Circ.1268.
B + D
B + E
B + F

A.1/3.61

Zie noot b) van deze bijlage A.1

„Inside air”- schuiminstallaties met hoge expansie voor de bescherming van machinekamers en ladingpompkamers

Noot: „Inside air”- schuimblusinstallaties met hoge expansie voor de bescherming van machinekamers en ladingpompkamers dienen nog steeds tot tevredenheid van de administratie te worden getest met het goedgekeurde concentraat.

  • Reg. II-2/10.
  • Reg. II-2/10.
  • IMO MSC.1/Circ.1271.
B + D
B + E
B + F

A.1/3.62

Ex. A.2/3.32

Blusinstallaties op basis van droog chemisch poeder
  • Reg. II-2/1.
  • Reg. II-2/1,
  • Internationale code voor de bouw en uitrusting van schepen die vloeibaar gas in bulk vervoeren: hoofdstuk 11.
  • IMO MSC.1/Circ.1315.
B + D
B + E
B + F

Bijlage A1 Uitrusting waarvoor reeds gedetailleerde beproevingsnormen bestaan in internationale instrumenten4 Navigatieapparatuur

Bijlage A.1 - Uitrusting waarvoor in internationale instrumenten reeds gedetailleerde beproevingsnormen bestaan

Op heel bijlage A.1 van toepassing zijnde noten:

a)Algemeen:

naast de specifiek vermelde internationale beproevingsnormen bevatten de toepasselijke voorschriften van de internationale verdragen en de desbetreffende resoluties en circulaires van de IMO een aantal bepalingen die moeten worden gecontroleerd tijdens het typeonderzoek (typegoedkeuring), zoals vermeld in de overeenstemmingsbeoordelingsmodules van bijlage B.

b)Kolom 1:

artikel 2 van Richtlijn 2009/26/EG van de Commissie1 kan van toepassing zijn.

c)Kolom 1:

artikel 2 van Richtlijn 2010/68/EU van de Commissie2 kan van toepassing zijn.

d)Kolom 5:

wanneer IMO-resoluties worden vermeld, zijn alleen de beproevingsnormen in de desbetreffende delen van de bijlagen bij de resoluties van toepassing en niet de bepalingen van de resoluties zelf.

e)Kolom 5:

van kracht zijnde versies van de internationale verdragen en beproevingsnormen. Ten behoeve van een correcte verwijzing naar de relevante normen moet op de beproevingsverslagen, certificaten van overeenstemming en verklaringen van overeenstemming worden aangegeven welke norm en welke versie daarvan werd toegepast.

f)Kolom 5:

wanneer twee benamingen van groepen beproevingsnormen worden gescheiden door een „of” voldoet elk van deze groepen aan alle beproevingseisen waarmee overeenstemming met de IMO prestatienormen kan worden aangetoond. Het volstaat bijgevolg op basis van één van deze groepen te testen om aan te tonen dat aan de eisen van de desbetreffende internationale instrumenten is voldaan. Wanneer daarentegen een ander scheidingsteken (komma) wordt gebruikt, zijn alle opgesomde referenties van toepassing.

g)Kolom 6:

een kruisje onder H betekent: module H plus certificaat van ontwerponderzoek.

h)

De in deze bijlage vastgestelde eisen gelden onverminderd de uitrustingseisen in de internationale verdragen.


1 PB L 113 van 6.5.2009, blz. 1.
2 PB L 305 van 20.11.2010, blz. 1.
1 Persoonlijke reddingsmiddelen

Bijlage A.l: Uitrusting waarvoor reeds gedetailleerde beproevingsnormen bestaan in internationale instrumenten1

Naast de specifiek vermelde internationale beproevingsnormen staat een aantal bepalingen waaraan de hand gehouden dient te worden bij het typeonderzoek (typegoedkeuring) in voorschriften van de relevante overeenkomsten.

1. Persoonlijke reddingsmiddelen

Nummer

Benaming

Voorschrift SOLAS 74 als gewijzigd indien "typegoedkeuring" is voorgeschreven

Toepasselijk voorschrift van SOLAS 74 als gewijzigd

Internationale beproevingsnormen2

Overeenstemmingsbeoordelingsmodules

B + C

B + D

B + E

B + F

G

H

1

Reddingsboeien

Voorschrift III/4 & III,30

Voorschrift III/7.1 ,31

IMO Res. A 689 (17)

x

x

x

2

Zelfontbrandende lichten voor reddingsboeien

Voorschrift III/4 & III,30

Voorschrift III7.1 ,31.2

IMO Res. A 689 (17)

x

x

x

3

Zelfwerkende rooksignalen voor reddingsboeien

Voorschrift III/4 & III,30

Voorschrift III7.1,31.3

IMO Res. A 689 (17)

x

x

x

4

Reddingsgordel

Voorschrift III/4 & III,30

Voorschrift III/7.2,32

IMO Res. A 689 (17)

x

x

x

5

Overlevingspakken

Voorschrift III/4 & III,30

Voorschrift III/7.3,33

IMO Res. A 689 (17)

x

x

x

6

Overlevingspakken - Reddingsgordel

Voorschrift III/4 & III,30

Voorschrift III/33.1.2

IMO Res. A 689 (17)

x

x

x

7

Hulpmiddelen tegen warmteverlies

Voorschrift III/4 & III,30

Voorschrift III/34

IMO Res. A 689 (17)

x

x

x

8

Valschermsignalen (pyrotechniek)

Voorschrift III/4 & III,30

Voorschrift III/35

IMO Res. A 689 (17)

x

x

9

Handstakellichten (pyrotechniek)

Voorschrift III/4 & III,30

Voorschrift III/36

IMO Res. A 689 (17)

x

x

10

Drijvende rooksignalen (pyrotechniek)

Voorschrift III/4 & III,30

Voorschrift III/3

IMO Res. A 689 (17)

x

x

11

Lijnwerptoestellen (pyrotechniek)

Voorschrift III/4 & III,30

Voorschrift III/49

IMO Res. A 689 (17)

x

x

12

Opblaasbare reddingsvlotten

Voorschrift III/4 & III,30

Voorschrift III/38,39

IMO Res. A 689 (17)

x

13

Vaste reddingsvlotten

Voorschrift III/4 & III,30

Voorschrift III/38,40

IMO Res. A 689 (17)

x

14

Zelfdrijfvoorzieningen voor reddingsvlotten; hydrostatische openers

Voorschrift III/4 & III,30

Voorschrift III/38.6.3

IMO Res. A 689 (17)

x

x

x

15

Reddingsboten

Voorschrift III/4 & III,30

Voorschrift III/41 tot 46

IMO Res. A 689 (17)

x

x

16

Vaste hulpverleningsboten

Voorschrift III/4 & III,30

Voorschrift III/47.1 & 2

IMO Res. A 689 (17)

x

x

17

Hulpverleningsboten in opgeblazen toestand

Voorschrift III/4 & III,30

Voorschrift III/47

IMO Res. A 689 (17)

x

x

18

Tewaterlatingsmiddelen waarbij gebruik gemaakt wordt van lopers en lieren (davits)

Voorschrift III/4 & III,30

Voorschrift III/48.1 &2

IMO Res. A 689 (17)

x

x

x

x

19

Teaterlatingsmiddelen door middel van vrij opdrijven

Voorschrift III/4 & III,30

Voorschrift III/48.1 & 3

IMO Res. A 689 (17)

x

x

x

20

Tewaterlatingsmiddelen door middel van vrije val

Voorschrift III/4 & III,30

Voorschrift III/48.1 & 4

IMO Res. A 689 (17)

x

21

Tewaterlatings- en inschepingsmiddelen


Voorschrift III/4 & III,30

Voorschrift III/48.1 & 5

IMO Res. A 689 (17)

x

x

22

Inschepingsladders

Voorschrift III/4 & III,30

Voorschrift III/48.7

IMO Res. A 689 (17)

x

x

x

23

Retroflecterende materialen

Voorschrift III/4

Voorschrift III/30.2.7

IMO Res. A 658 (16)

x

x

x

24

VHF-radiotelefonietoestel

Voorschrift III/4

Voorschrift III/6.2.1

IMO Res. A 694 (17) IMO Res. A 762 (18)
I-ETS 300.225
IEC 945, ontwerp
IEC 1097-12

x

x

x

x

25

Radartransponder SART

Voorschrift III/4

Voorschrift III/6.2.2

x

x

x

x

26

Radarreflector

Voorschrift III/4

Voorschrift III/38.5.1.14
Voorschrift III/41.8.30

IMO Res. A 384 (X)
ISO 8729

x

x

x

x



1 Bij vermelding van module H in kolom 6 wordt module H + certificaat van ontwerponderzoek bedoeld.
2 Wanneer IMO-resoluties worden genoemd, gaat het om de normen in de betreffende delen van de bijlagen bij de resoluties en niet om de bepalingen van de resoluties zelf.

Bijlage A.l: Uitrusting waarvoor reeds gedetailleerde beproevingsnormen bestaan in internationale instrumenten1)

Naast de specifiek vermelde internationale beproevingsnormen staat een aantal bepalingen waaraan de hand gehouden dient te worden bi] het typeonderzoek (typegoedkeuring) in voorschriften van de relevante overeenkomsten

4. Navigatieapparatuur

Nummer

Benaming

Voorschrift SOLAS 74 als gewijzigd indien "typegoedkeuring" is voorgeschreven

Toepasselijk voorschrift van SOLAS 74 als gewijzigd

Internationale beproevingsnormen

Overeenstemmingsbeoordelingsmodules

B + C

B + D

B + E

B + F

G

H

35

Magnetisch kompas

Voorschrift V/12 (r)Voorschrift V/12 (b)IMO Res. A 382 (X) IMO Res. A 694 (17)
IEC 945
ISO 449, 2269, 10316

x

x

x

x

36

Gyrokompas

Voorschrift V/12 (r)Voorschrift V/12 (d)IMO Res. A 694 (17)
IMO Res. A 424 (XI)
IEC 945
ISO 8728

x

x

x

x

37

Radarapparatuur

Voorschrift V/12 (r)Voorschrift V/12 (g)
Voorschrift V/12 (h)
IMO Res. A 477 (XII)
IMO Res. A 694 (17)
IEC 936 & 945

x

x

x

x

38

Automatische radarplotapparatuur (ARPA)

Voorschrift V/12 (r)Voorschrift V/12 (j)IMO Res. A 422 (XI)
IMO Res. A 694 (17)
IEC 945 & 872

x

x

x

x

39

Echolood

Voorschrift V/12 (r)Voorschrift V/12 (k)IMO Res. A 224 (VII)
IMO Res. A 694 (17)
ISO 9875
IEC 945

x

x

x

x

40

Instrument voor het aangeven van vaart en verheid

Voorschrift V/12 (r)Voorschrift V/12 (I)IMO Res. A 478 (XII)
IMO Res. A 694 (17)
IEC 945 & 1023

x

x

x

x

41

Bochtaanwijzer

Voorschrift V/12 (r)Voorschrift V/12 (n)IMO Res. A 526 (13)
IMO Res. A 694 (17)
IEC 945

x

x

x

x

42

Radiorichtingzoeker

Voorschrift V/12 (r)Voorschrift V/12 (p)IMO Res. A 665 (16)
IMO Res. A 694 (17)

x

x

x

x

43

Omega-apparatuur

Voorschrift V/12 (r)Voorschrift V/12 (p)IMO Res. A 479 (XII)
IMO Res. A 694 (17)
IEC 945 & 1010

x

x

x

x

44

Loran-C-apparatuur

Voorschrift V/12 (r)Voorschrift V/12 (p)IMO Res. A 694 (17)
lEe 945 & 1075

x

x

x

x

45

Decca-navigatieapparatuur

Voorschrift V/12 (r)Voorschrift V/12 (p)IMO Res. A 694 (17)
lEC 945 & 1135

x

x

x

x

46

GPS-apparatuur

Voorschrift V/12 (r)Voorschrift V/12 (p)IMO Res. A 694 (17)
lEC 945
Ontwerp lEC 1108-1

x

x

x

x


1 Bij vermelding van module H in kolom 6 wordt module H + certificaat van ontwerponderzoek bedoeld.

1 Persoonlijke reddingsmiddelen

Bijlage A.l: Uitrusting waarvoor reeds gedetailleerde beproevingsnormen bestaan in internationale instrumenten*

Naast de specifiek vermelde internationale beproevingsnormen staat een aantal bepalingen waaraan de hand dient te worden gehouden bij het type-onderzoek (typegoedkeuring) als vermeld in de overeenstemmingsbeoordelingsmodules van bijlage B in de toepasselijke voorschriften van de internationale verdragen en in de desbetreffende resoluties en circulaires van de IMO.

1. Persoonlijke reddingsmiddelen

Nummer

Benaming

Voorschrift SOLAS 74, zoals gewijzigd, waar "typegoedkeuring" wordt voorgeschreven

Toepasselijke voorschriften van SOLAS-74, zoals gewijzigd, en de relevante resoluties en circulaires van de IMO1

beproevings-
normen2

Overeenstemmingsbeoordelingsmodules

B + C

B + D

B + E

B + F

G

H

A.1/1.1

Reddingsboeien

Voorschrift III/4

Voorschrift III/7.1 & III/34,
IMO-resolutie MSC
48(66)

IMO-resolutie A.689
(17), zoals gewijzigd bij IMO-resolutie
MSC.54(66)

x

x

x

A.1/1.2

Positieaangevende
lichten voor
persoonlijke
reddingsmiddelen

Voorschrift III/4

Voorschrift III/7.1.3,
III/22.3.1,
III/32.2.2 & III/34,
IMO-resolutie MSC 48(66)

IMO-resolutie A.689
(17), zoals gewijzigd bij IMO-resolutie
MSC.54(66)

x

x

x

A.1/1.3

Zelfwerkende
rooksignalen voor
reddingsboeien
Voorschrift III/4Voorschrift III/7.1 &
III/34,
IMO-resolutie MSC
48(66)
IMO-resolutie A.689
(17), zoals gewijzigd bij IMO-resolutie
MSC.54(66)

x

x

x

A.1/1.4

ReddingsgordelsVoorschrift III/4Voorschrift III/7.2 &
III/34,
IMO-resolutie MSC
48(66)
IMO-resolutie A.689
(17), zoals gewijzigd bij
IMO-resolutie
MSC.54(66),
EN 394,
EN 396+A1,
EN 399+A1

x

x

x

A.1/1.5

Overlevings- en
beschermingspakken
Voorschrift III/4Voorschrift III/7.3 &
III/34,
IMO-resolutie MSC 48(66)
IMO-resolutie A.689
(17), zoals gewijzigd bij
IMO-resolutie
MSC.54(66)

x

x

x

A.1/1.6

Overlevings- en
beschermingspakken
die als reddingsgordels
z¶n geclassificeerd
Voorschrift III/4Voorschrift III/7.3 &
III/34,
IMO-resolutie MSC 48(66)
IMO-resolutie A.689
(17), zoals gewijzigd bij
IMO-resolutie
MSC.54(66)

x

x

x

A.1/1.7

Hulpmiddelen tegen
warmteverlies)
Voorschrift III/4Voorschrift III/22.4,
III/32.3 & III/34,
IMO-resolutie MSC 48(66)
IMO-resolutie A.689
(17), zoals gewijzigd bij
IMO-resolutie
MSC.54(66)

x

x

x

A.1/1.8

Valschermsignalen
(pyrotechniek)
Voorschrift III/4Voorschrift III/6.3 &
III/34,
IMO-resolutie MSC 48(66)
IMO-resolutie A.689
(17), zoals gewijzigd bij
IMO-resolutie
MSC.54(66)

x

x

A.1/1.9

Handstakellichten
(pyrotechniek)
Voorschrift III/4Voorschrift III/34,
IMO-resolutie MSC 48(66)
IMO-resolutie A.689
(17), zoals gewijzigd bij
IMO-resolutie
MSC.54(66)

x

x

A.1/1.10

Drijvende rooksignalen
(pyrotechniek)
Voorschrift III/4Voorschrift III/34,
IMO-resolutie MSC 48(66)
IMO-resolutie A.689
(17), zoals gewijzigd bij
IMO-resolutie
MSC.54(66)

x

x

A.1/1.11

Lijnwerptoestellen
(pyrotechniek)
Voorschrift III/4Voorschrift III/18 &
III/34,
IMO-resolutie MSC 48(66)
IMO-resolutie A.689
(17), zoals gewijzigd bij
IMO-resolutie
MSC.54(66)

x

x

A.1/1.12

Opblaasbare
reddingsvlotten
Voorschrift III/4Voorschrift III/21,
III/31 & III/34,
IMO-resolutie MSC 48(66)
IMO-resolutie A. 689
(17), zoals gewijzigd bij
IMO-resolutie
MSC.54(66)

x

A.1/1.13

Vaste reddingsvlottenVoorschrift III/4Voorschrift III/21,
III/31 & III/34,
IMO-resolutie MSC 48(66)
IMO-resolutie A.689
(17), zoals gewijzigd bij
IMO-resolutie
MSC.54(66)

x

A.1/1.14

Zichzelf automatisch
oprichtende
reddingsvlotten
Voorschrift III/4 &
III/26.2.4
Voorschrift III/26.2 &
III/34,
IMO-resolutie MSC
48(66),
IMO MSC Circ./809
IMO-resolutie A.689
(17), zoals gewijzigd bij
IMO-resolutie MSC.54
(66) en bij het
aanhangsel bij MSC
Circ./8093

x

A.1/1.15

Overdekte omkeerbare
reddingsvlotten
Voorschrift III/4 &
III/26.2.4
Voorschrift III/26.2 &
III/34,
IMO-resolutie MSC
48(66),
IMO MSC Circ./809
IMO-resolutie A.689
(17), zoals gewijzigd bij
IMO-resolutie
MSC.54(66) en bij het
aanhangsel bij MSC
Circ./8093

x

A.1/1.16

Zelfdrijfvoorzieningen
voor reddingsvlotten;
(hydrostatische openers)
Voorschrift III/4Voorschrift III/13.4 &
III/34,
IMO-resolutie MSC 48(66)
IMO MSC Circ./811
IMO-resolutie A.689
(17), zoals gewijzigd bij
IMO-resolutie
MSC.54(66)

x

x

x

A.1/1.17

ReddingsbotenVoorschrift III/4Voorschrift III/21,
III/31 & III/34,
IMO-resolutie MSC
48(66)
IMO-resolutie A.689
(17), zoals gewijzigd bij
IMO-resolutie
MSC.54(66)

x

x

A.1/1.18

Vaste
hulpverleningsboten
Voorschrift III/4Voorschrift III/21,
III/31 & III/34,
IMO-resolutie MSC
48(66)
IMO-resolutie A.689
(17), zoals gewijzigd bij
IMO-resolutie
MSC.54(66)

x

x

A.1/1.19

Hulpverleningsboten in opgeblazen toestandVoorschrift III/4Voorschrift III/21,
III/31 & III/34,
IMO-resolutie MSC
48(66)
IMO-resolutie A.689
(17), zoals gewijzigd bij
IMO-resolutie
MSC.54(66)

x

x

A.1/1.20

Snelle
hulpverleningsboten
Voorschrift III/4 &
III/26.3.1
Voorschrift III/26.3 &
III/34,
IMO-resolutie MSC
48(66)
IMO MSC Circ./809
IMO-resolutie A.689
(17), zoals gewijzigd bij
IMO-resolutie
MSC.54(66) en bij het
aanhangsel bij MSC Circ./8093

x

x

A.1/1.21

Tewaterlatingsmiddelen
waarbij gebruik gemaakt
wordt van lopers en
lieren (davits)
Voorschrift III/4Voorschrift III/23,
III/33 & III/34,
IMO-resolutie MSC
48(66)
IMO-resolutie A.689
(17), zoals gewijzigd bij
IMO-resolutie
MSC.54(66)

x

x

x

x

A.1/1.22

Tewaterlatingsmiddelen
door middel van vrij
opdrijven voor
reddingsvlotten
Voorschrift III/4Voorschrift III/34,
IMO-resolutie MSC
48(66)
IMO-resolutie A.689
(17), zoals gewijzigd bij
IMO-resolutie
MSC.54(66)

x

x

x

A.1/1.23

Tewaterlatingsmiddelen
door middel van vrije
val voor reddingsboten
Voorschrift III/4Voorschrift III/34,
IMO-resolutie MSC
48(66)
IMO-resolutie A.689
(17), zoals gewijzigd bij
IMO-resolutie
MSC.54(66)

x

A.1/1.24

Tewaterlatingsmiddelen
voor reddingsvlotten
Voorschrift III/4Voorschrift III/34,
IMO-resolutie MSC
48(66)
IMO-resolutie A.689
(17),, zoals gewijzigd bij
IMO-resolutie
MSC.54(66)

x

x

x

x

A.1/1.25

Tewaterlatingsmiddelen
voor snelle
hulpverleningsboten
Voorschrift III/4 &
III/26.3.2
Voorschrift III/26.3 &
III/34,
IMO-resolutie MSC
48(66),
IMO MSC Circ./809
IMO-resolutie A.689
(17),, zoals gewijzigd bij
IMO-resolutie
MSC.54(66) en bij het
aanhangsel bij MSC
Circ./8093

x

x

x

A.1/1.26

Loskoppelmechanisme
voor door een
torenloper of door
lopers te water gelaten
reddingsboten,
hulpverleningsboten en
reddingsvlotten
Voorschrift III/4Voorschrift III/34,
IMO-resolutie MSC 48(66)
IMO-resolutie A.689
(17), zoals gewijzigd bij
IMO-resolutie
MSC.54(66)

x

x

x

A.1/1.27

Systemen voor evacuatie
op zee
Voorschrift III/4Voorschrift III/34,
IMO-resolutie MSC 48(66)
IMO-resolutie A.689
(17), zoals gewijzigd bij
IMO-resolutie
MSC.54(66)

x

x

A.1/1.28

HulpverleningsmiddelenVoorschrift III/4Voorschrift III/26.4 &
III/34,
IMO-resolutie MSC
48(66),
IMO MSC Circ./810
IMO-resolutie A.689
(17), zoals gewijzigd bij
IMO-resolutie
MSC.54(66), MSC
Circ./810 (deel 3)

x

A.1/1.29

InschepingsladdersVoorschrift III/4Voorschrift III/34,
IMO-resolutie MSC
48(66)
IMO-resolutie A.689
(17),, zoals gewijzigd bij
IMO-resolutie
MSC.54(66)

x

x

x

A.1/1.30

Retroflecterende
materialen
Voorschrift III/4Voorschrift III/34,
IMO-resolutie MSC
48(66)
IMO-resolutie A.658
(16)
Bijlage 2

x

x

x

A.1/1.31

VHF-radiotelefonietoestel
voor reddingsvlot
Voorschrift III/4Voorschrift III/6.2.1,
IMO-resolutie A.694
(17),
IMO-resolutie A.809
(19),
IMO-resolutie A.813
(19)
ETS 300 162, ETS
300 225,
EN 300 828, EN 60945;
IEC 61097-12, IEC
60945

x

x

x

x

A.1/1.32

9GHz SAR transponder
(SART)
Voorschrift III/4, IV/14 & X/3Voorschrift III/6.2.2,
IV/7.1.3, X/3,
IMO-resolutie A.530
(13),
IMO-resolutie A.694
(17),
IMO-resolutie A.802
(19),
IMO-resolutie A.813
(19),
ITU-R M.628-2
EN 61097-1, EN
60945-3;
IEC 61 097-1, IEC
60945

x

x

x

x

A.1/1.33

Radarreflector voor
reddingsboten en
hulpverleningsboten
Voorschrift III/4Voorschrift III/34,
IMO-resolutie MSC 48(66)
IMO-resolutie A.384 (X),
EN 8729;
ISO 8729

x

x

x

x

A.1/1.34

Kompas voor
reddingsboten en
hulpverleningsboten
Voorschrift III/4Voorschrift III/34,
IMO-resolutie MSC 48(66)
ISO 613, ISO 10316

x

x

x

x

A.1/1.35

Draagbare
brandblusapparaten voor
reddingsboten en
hulpverleningsboten
Voorschrift III/4Voorschrift III/34,
IMO-resolutie MSC
48(66),
IMO resolutie A.602(15)
EN 3-1/A1, 3-2, 3-3,
3-4, 3-5, 3-6

x

x

x

A.1/1.36

Voortstuwingsmotor
voor reddingsboot
Voorschrift III/4Voorschrift III/34,
IMO-resolutie MSC
48(66)
IMO-resolutie A.689
(17), zoals gewijzigd bij
IMO-resolutie
MSC.54(66)

x

x

x

A.1/1.37

Voortstuwingsmotor
voor hulpverleningsboot
Voorschrift III/4Voorschrift III/34,
IMO-resolutie MSC
48(66)
IMO-resolutie A.689
(17), zoals gewijzigd bij
IMO-resolutie
MSC.54(66)

x

x

x


* Een kruisje onder H, zesde kolom betekent: module H plus certificaat van ontwerponderzoek.
1 De genoemde ITU-aanbevelingen zijn die welke vermeld staan in de internationale verdragen en in de relevante resoluties en circulaires van de IMO.
2 Wanneer IMO-resoluties worden genoemd, gaat het om de normen in de betreffende delen van de bijlagen bij de resoluties en niet om de bepalingen van de resoluties zelf.
3 De wijziging bij het aanhangsel bij MSC Circ./809 is alleen van toepassing op voor op ro-ro-passagiersschepen bestemde uitrusting.

1 Persoonlijke reddingsmiddelen

Bijlage A.1: Uitrusting waarvoor reeds gedetailleerde beproevingsnormen bestaan in internationale instrumenten

Op de hele bijlage A.1 van toepassing zijnde noten

Algemeen:

Naast de specifiek vermelde internationale beproevingsnormen staat een aantal bepalingen waaraan de hand gehouden dient te worden bij het typeonderzoek als vermeld in de overeenstemmingsbeoordelingsmodules van
bijlage B in de toepasselijke voorschriften van de internationale verdragen en de desbetreffende resoluties en circulaires van de IMO.

Kolom 5:

Wanneer er IMO-resoluties worden genoemd zijn alleen de beproevingsnormen in de desbetreffende delen van de bijlagen bij de resoluties van toepassing en niet de bepalingen van de resoluties zelf.

Kolom 5:

Ten behoeve van een correcte verwijzing naar de relevante normen moet op de beproevingsverslagen en het passende typegoedkeuringscertificaat worden aangegeven welke norm en welke versie daarvan, zoals aangegeven
in de kolom, werd toegepast.

Kolom 5:

Wanneer twee groepen beproevingsnormen worden aangegeven (gescheiden door een ";"), voldoet elk van deze groepen aan alle beproevingseisen waarmee overeenstemming met de IMO-prestatienormen kan worden aangetoond.
Het volstaat bijgevolg één uitrusting aan de hand van een van de groepen te testen om aan te tonen dat aan de eisen van de desbetreffende internationale instrumenten is voldaan.

Kolom 6:

Een kruisje onder H betekent module H plus certificaat van ontwerp-onderzoek.


1. Persoonlijke reddingsmiddelen

Nummer

Benaming

Voorschrift SOLAS 74 zoals gewijzigd indien "typegoedkeuring" is voorgeschreven

Toepasselijke voorschriften van SOLAS-74, zoals gewijzigd, en de desbetreffende resoluties en circulaires van de IMO

beproevings-
normen

Overeenstemmingsbeoordelingsmodules

B + C

B + D

B + E

B + F

G

H

1

2

3

4

5

6

A.1/1.1

Reddingsboeien

Voorschrift III/4, Voorschrift X/3

Voorschrift III/7.1 en III/34, IMO-Resolutie MSC.48 (66), MSC.36 (63)-8.1.3, 8.3 (HSC-code 1994)IMO-Resolutie MSC.81 (70)

x

x

x

A.1/1.2

Positie aangevende lichten voor persoonlijke reddingsmiddelen

  1. Voor reddingsvlotten en hulpverleningsboten
  2. Voor reddingsboeien
  3. Voor reddingsgordels

Voorschrift III/4, Voorschrift X/3

Voorschrift III/7.1.3, III/22.1.2, III/22.3.1, III/32.1, III/32.2 en III/34, IMO-Resolutie MSC.48 (66), IMO-Resolutie MSC.36 (63) 8.1, 8.3 en 8.10
(HSC-code 1994), IMO MSC/Circ.
885
IMO-Resolutie MSC.81 (70) en, voor batterijen zoals, EN 394 (1993)

x

x

x

A.1/1.3

Zelfwerkende rooksignalen voor reddingsboeien

Voorschrift III/4, Voorschrift X/3

Voorschrift III/7.1.3 en III/34, IMOResolutie
MSC.48 (66), IMO-Resolutie
MSC.36 (63) 8.1, 8.3.4 (HSC-code 1994)
IMO-Resolutie MSC.81 (70)

x

x

x

A.1/1.4

Reddingsgordels

Voorschrift III/4, Voorschrift X/3

Voorschrift III/7.2 en III/34, IMO-Resolutie MSC.48 (66), IMO-Resolutie MSC.36 (63) 8.1, 8.3 (HSC-code 1994)IMO-Resolutie MSC.81 (70) en, voor batterijen zoals, EN 394 (1993)

x

x

x

A.1/1.5

Overlevingspakken en beschermingspakken

  • geïsoleerd of niet geïsoleerd

Voorschrift III/4, Voorschrift X/3

Voorschrift III/7.3, III/22.4, III/32.3 en III/34, IMO-Resolutie MSC.48
(66), IMO-Resolutie MSC.36 (63) 8.1, 8.3 (HSC-code 1994)
IMO-Resolutie MSC.81 (70)

x

x

x

A.1/1.6

Overlevingspakken en beschermingspakken die als reddingsgordels zijn geclassificeerd

Voorschrift III/4, Voorschrift X/3

Voorschrift III/7.3, III/22.4, III/32.3 en III/34, IMO-Resolutie MSC.48 (66), IMO-Resolutie MSC.36 (63) 8.1, 8.3 (HSC-code 1994)IMO-Resolutie MSC.81 (70)

x

x

x

A.1/1.7

Hulpmiddelen tegen warmteverlies

Voorschrift III/4

Voorschrift III/7.3, III/22.4, III/32.3
en III/34, IMO-Resolutie MSC.48 (66)
IMO-Resolutie MSC.81 (70)

x

x

x

A.1/1.8

Valschermsignalen (pyrotechniek)

Voorschrift III/4, Voorschrift X/3

Voorschrift III/6.3 en III/34, IMO-Resolutie
MSC.48 (66), IMO-Resolutie
MSC.36 (63) 8.1, 8.2.3 (HSC-code
1994)
IMO-Resolutie MSC.81 (70)

x

x

A.1/1.9

Handstakellichten (pyrotechniek)

Voorschrift III/4

Voorschrift III/34, IMO-Resolutie MSC.48 (66)IMO-Resolutie MSC.81 (70)

x

x

A.1/1.10

Drijvende rooksignalen (pyrotechniek)

Voorschrift III/4

Voorschrift III/34, IMO-Resolutie MSC.48 (66)IMO-Resolutie MSC.81 (70)

x

x

A.1/1.11

Lijnwerptoestellen (pyrotechniek)

Voorschrift III/4, Voorschrift X/3

Voorschrift III/18 en III/34, IMO-Resolutie
MSC.48 (66), IMO-Resolutie
MSC.36 (63) 8.1, 8.8 (HSC-code
1994)
IMO-Resolutie MSC.81 (70)

x

x

A.1/1.12

Opblaasbare reddingsvlotten

Voorschrift III/4, Voorschrift X/3

Voorschrift III/21.1, III/31.1 en III/34,
IMO-Resolutie MSC.48 (66), IMO MSC/Circ. 811, IMO-Resolutie
MSC.36 (63) 8.1, 8.5 en 8.10 (HSCcode 1994)
IMO-Resolutie MSC.81 (70)

x

A.1/1.13

Vaste reddingsvlotten

Voorschrift III/4, Voorschrift
X/3

Voorschrift III/21.1, III/31.1.1.2 en III/34, IMO-Resolutie MSC.48 (66), IMO MSC/Circ. 811, IMO-Resolutie MSC.36 (63) 8.1, 8.5 en 8.10 (HSCcode 1994)IMO-Resolutie MSC.81 (70)

x

A.1/1.14

Zichzelf automatisch oprichtende
reddingsvlotten

Voorschrift III/4, Voorschrift X/3

Voorschrift III/26.2.4 en III/34, IMO Resolutie MSC.48 (66), IMO MSC/
Circ. 809 (1), IMO MSC/Circ. 811,
IMO-Resolutie MSC.36 (63) 8.1, 8.5 en 8.10 (HSC-code 1994)
IMO-Resolutie MSC.81 (70)

x

A.1/1.15

Overdekte omkeerbare reddingsvlotten

Voorschrift III/4, Voorschrift X/3

Voorschrift III/26.2.4 en III/34, IMO Resolutie
MSC.48 (66), IMO MSC/
Circ. 809 (1), IMO MSC/Circ. 811,
IMO-Resolutie MSC.36 (63) 8.1, 8.5 en 8.10 (HSC-code 1994)
IMO-Resolutie MSC.81 (70)

x

A.1/1.16

Zelfdrijfvoorzieningen voor
reddingsvlotten (hydrostatische
openers)

Voorschrift III/4, Voorschrift X/3

Voorschrift III/13.4.2, III/26.2.2 en III/34, IMO-Resolutie MSC.48 (66),
IMO MSC/Circ. 811, IMO-Resolutie MSC.36 (63) 8.1 en 8.6 (HSC-code
1994)
IMO-Resolutie MSC.81 (70)

x

x

x

A.1/1.17

Reddingsboten

Voorschrift III/4, Voorschrift X/3

Voorschrift III/21.1, III/31.1.1.1, III/31.1.2.1, III/31.1.6, III/31.1.7 en III/34, IMO-Resolutie MSC.48 (66),
IMO-Resolutie MSC.36 (63) 8.1 en 8.10 (HSC-code 1994)
IMO-Resolutie MSC.81 (70)

x

x

A.1/1.18

Vaste hulpverleningsboten

Voorschrift III/4, Voorschrift X/3

Voorschrift III/21.2, III/31.2 en III/34,
IMO-Resolutie MSC.48 (66), IMO-Resolutie MSC.36 (63) 8.1 (HSC-code 1994)
IMO-Resolutie MSC.81 (70)

x

x

A.1/1.19

Hulpverleningsboten in opgeblazen
toestand

Voorschrift III/4, Voorschrift X/3

Voorschrift III/21.2, III/31.2 en III/34,
IMO-Resolutie MSC.48 (66), IMO-Resolutie MSC.36 (63) 8.1, 8.5, 8.7 en 8.10 (HSC-code 1994)
IMO-Resolutie MSC.81 (70)

x

x

A.1/1.20

Snelle hulpverleningsboten

Voorschrift III/4, Voorschrift X/3

Voorschrift III/26.3 en III/34, IMOResolutie
MSC.48 (66), IMO-Resolutie MSC.36 (63) 8.1 (HSC-code 1994),
IMO MSC/Circ. 8091
IMO-Resolutie MSC.81 (70)

x

x

A.1/1.21

Tewaterlatingsmiddelen waarbij gebruikgemaakt wordt van lopers en lieren (davits)

Voorschrift III/4, Voorschrift X/3

Voorschrift III/23, III/33 en III/34,
IMO-Resolutie MSC.48 (66), IMO-Resolutie
MSC.36 (63) 8.1, 8.5 en 8.7
(HSC-code 1994)
IMO-Resolutie MSC.81 (70)

x

x

x

x

A.1/1.22

Tewaterlatingsmiddelen door middel van vrij opdrijven voor reddingsvlotten

Verplaatst naar bijlage A.2

A.1/1.23

Tewaterlatingsmiddelen door
middel van vrije val voor reddingsboten


Voorschrift III/4, Voorschrift X/3

Voorschrift III/33 en III/34, IMO-Resolutie MSC.48 (66), IMO-Resolutie MSC.36 (63) 8.1, 8.5 en 8.7 (HSCcode 1994)IMO-Resolutie MSC.81 (70)

x

.1/1.24

Tewaterlatingsmiddelen voor reddingsvlotten

Voorschrift III/4, Voorschrift X/3

Voorschrift III/34, IMO-Resolutie MSC.48 (66), IMO-Resolutie MSC.36 (63) 8.1, 8.5 en 8.7 (HSC-code 1994)IMO-Resolutie MSC.81 (70)

x

x

x

x

A.1/1.25

Tewaterlatingsmiddelen voor snelle hulpverleningsboten

Voorschrift III/4, Voorschrift X/3

Voorschrift III/26.3.2 en III/34, IMOResolutie MSC.48 (66), IMO-Resolutie MSC.36 (63) 8.1 (HSC-code 1994),
IMO MSC/Circ. 8091
IMO-Resolutie MSC.81 (70)

x

x

x

A.1/1.26

Loskoppelmechanisme voor

  1. reddingsboten en hulpverleningsboten
  2. reddingsvlotten

met torenloper of -lopers te water gelaten

Voorschrift III/4, Voorschrift X/3

Voorschrift III/34, IMO-Resolutie MSC.48 (66), IMO-Resolutie MSC.36
(63) 8.1 en 8.5 (HSC-code 1994)
IMO-Resolutie MSC.81 (70)

x

x

x

A.1/1.27

Systemen voor evacuatie op zee

Voorschrift III/4, Voorschrift X/3

Voorschrift III/15, III/26.2.1, III/34,
IMO-Resolutie MSC.48 (66), IMO-Resolutie MSC.36 (63) 8.1, 8.7 en 8.10
(HSC-code 1994)
IMO-Resolutie MSC.81 (70)

x

x

A.1/1.28

Hulpverleningsmiddelen

Voorschrift III/4, Voorschrift X/3

Voorschrift III/26.4 en III/34, IMOResolutie MSC.48 (66), IMO MSC/
Circ. 810 (2), IMO-Resolutie MSC.36 (63) 8.1, 8.5 en 8.10 (HSC-code 1994)
IMO-Resolutie MSC.81 (70), MSC/Circ. 810

x

A.1/1.29

Inschepingsladders

Voorschrift III/4, Voorschrift X/3

Voorschrift III/34, IMO-Resolutie MSC.48 (66), IMO-Resolutie MSC.36
(63) 8.1 (HSC-code 1994)
IMO-Resolutie MSC.81 (70)

x

x

x

A.1/1.30

Retroflecterende materialen

Voorschrift III/4

Voorschrift III/34, IMO-Resolutie
MSC.48 (66)
IMO-Resolutie A.658 (16), bijlage 2

x

x

x

A.1/1.31

VHF-radiotelefonietoestel
voor reddingsvlot

Verplaatst naar bijlage A.1, deel 5

A.1/1.32

9 GHz SAR-transponder
(SART)

Verplaatst naar bijlage A.1, deel 4

A.1/1.33

Radarreflector voor
reddingsboten en
hulpverleningsboten

Voorschrift III/4, Voorschrift
X/3

Voorschrift III/34, IMO-Resolutie MSC.48 (66), IMO-Resolutie MSC.36
(63) 8.1 (HSC-code 1994)
IMO-Resolutie A.384 (X), EN ISO
8729 (1998);
IMO-Resolutie A.384 (X), ISO 8729
(1997)

x

x

x

x

A.1/1.34

Kompas voor reddingsboten en hulpverleningsboten

Verplaatst naar bijlage A.1, deel 4

A.1/1.35

Draagbare brandblusapparaten
voor reddingsboten en hulpverleningsboten

Verplaatst naar bijlage A.1, deel 3

A.1/1.36

Voortstuwingsmotor voor
reddingsboot/hulpverleningsboot

Voorschrift III/4

Voorschrift III/34, IMO-Resolutie MSC.48 (66)IMO-Resolutie MSC.81 (70)

x

x

x

A.1/1.37

Voortstuwingsmotor-
buitenboordmotor
voor hulpverleningsboot

Voorschrift III/4

Voorschrift III/34, IMO-Resolutie MSC.48 (66)IMO-Resolutie MSC.81 (70)

x

x

x

A.1/1.38

Zoeklichten voor gebruik in
reddingsboten en hulpverleningsboten
"nieuwe apparatuur"

Voorschrift III/4, Voorschrift X/3

Voorschrift III/34, IMO-Resolutie MSC.48 (66), IMO-Resolutie MSC.36
(63) 8.1 (HSC-code 1994)
IMO-Resolutie MSC.81 (70)

x

x

x

A.1/1.39

Open omkeerbare reddingsvlotten
"nieuwe apparatuur"

Voorschrift III/4, Voorschrift X/3

IMO-Resolutie MSC.36 (63) 8.1, 8.5, 8.7 en 8.10 (HSC-code 1994)IMO-Resolutie MSC.36 (63), bijlage 10 (HSC-code 1994)

x


1 MSC Circ. 809 is alleen van toepassing op voor ro-ro-passagiersschepen bestemde uitrusting.
2 MSC Circ. 810 is alleen van toepassing op voor ro-ro-passagiersschepen bestemde uitrusting.
1. Reddingsmiddelen

1. Reddingsmiddelen

Kolom 4:IMO MSC/ Circulaire 980 is van toepassing behalve wanneer vervangen door de in kolom 4 vermelde specifieke instrumenten.

Nr.Benaming

Voorschrift SOLAS 74 indien „typegoedkeuring” is voorgeschreven

Geldende voorschriften van SOLAS 74 en de desbetreffende resoluties en circulaires van de IMO

Beproevingsnormen

Modules
voor
beoordeling
van de overeen-stemming

1

2

3

4

5

6

A.1/1.1Reddingsboeien
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/7,
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 8,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I, II,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 8.
  • IMO Res. MSC.81(70).
B + D
B + E
B + F
A.1/1.2

Positieaangevende lichten voor persoonlijke reddingsmiddelen:

  1. voor reddingsvlotten en hulpverleningsboten,
  2. voor reddingsboeien,
  3. voor reddingsvesten.
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/7,
  • Reg. III/22,
  • Reg. III/26,
  • Reg III/32,
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 8,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) II, IV,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 8.
  • IMO Res. MSC.81(70).
B + D
B + E
B + F
A.1/1.3Zelfwerkende rooksignalen voor reddingsboeien
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/7,
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 8,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I, II,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 8.
  • IMO Res. MSC.81(70).
B + D
B + E
B + F
A.1/1.4Reddingsvesten
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/7,
  • Reg. III/22,
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 8,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I, II,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 8,
  • IMO MSC/Circ.922,
  • IMO MSC.1/Circ.1304.
  • IMO Res. MSC.81(70).
B + D
B + E
B + F
A.1/1.5

Overlevings- en beschermingspakken die niet als reddingsvesten zijn geclassificeerd:

  • geïsoleerd of niet geïsoleerd
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/7,
  • Reg. III/22,
  • Reg. III/32,
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 8,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I, II,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 8,
  • IMO MSC/Circ.1046.
  • IMO Res. MSC.81(70).
B + D
B + E
B + F
A.1/1.6

Overlevingspakken en beschermingspakken die als reddingsvesten zijn geclassificeerd:

  • geïsoleerd of niet geïsoleerd
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/7,
  • Reg. III/22,
  • Reg. III/32,
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 8,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I, II,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 8,
  • IMO MSC/Circ.1046.
  • IMO Res. MSC.81(70).
B + D
B + E
B + F
A.1/1.7Hulpmiddelen tegen warmteverlies
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/22,
  • Reg. III/32,
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 8,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I, II,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 8,
  • IMO MSC/Circ.1046.
  • IMO Res. MSC.81(70).
B + D
B + E
B + F
A.1/1.8Valschermsignalen (pyrotechniek)
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/6,
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 8,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I, III,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 8.
  • IMO Res. MSC.81(70).
B + D
B + E
B + F
A.1/1.9Handstakellichten (pyrotechniek)
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 8,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I, III,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 8.
  • IMO Res. MSC.81(70).
B + D
B + E
B + F
A.1/1.10Drijvende rooksignalen (pyrotechniek)
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I, III.
  • IMO Res. MSC.81(70).
B + D
B + E
B + F
A.1/1.11Lijnwerptoestellen
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/18,
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 8,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I, VII,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 8.
  • IMO Res. MSC.81(70).
B + D
B + E
B + F
A.1/1.12Opblaasbare reddingsvlotten
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/13,
  • Reg. III/21,
  • Reg. III/26,
  • Reg. III/31,
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 8,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I, IV,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 8,
  • IMO MSC/Circ.811.
  • IMO Res. MSC.81(70).
B + D
B + E
B + F
A.1/1.13Vaste reddingsvlotten
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/21,
  • Reg. III/26,
  • Reg. III/31,
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 8,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I, IV,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 8,
  • IMO MSC/Circ.811.
  • IMO Res. MSC.81(70),
  • IMO MSC/Circ.1006.
B + D
B + E
B + F
A.1/1.14Zichzelf automatisch oprichtende reddingsvlotten
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/26,
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 8,
  • IMO Res. MSC 48(66)-(LSA Code) I, IV,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 8,
  • IMO MSC/Circ.809,
  • IMO MSC/Circ.811.
  • IMO Res. MSC.81(70).
B + D
B + E
B + F
A.1/1.15Overdekte omkeerbare reddingsvlotten
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/26,
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 8,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I, IV,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 8,
  • IMO MSC/Circ.809,
  • IMO MSC/Circ.811.
  • IMO Res. MSC.81(70).
B + D
B + E
B + F
A.1/1.16Zelfdrijfvoorzieningen voor reddingsvlotten (hydrostatische openers)
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/13,
  • Reg. III/26,
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 8,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I, IV,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 8,
  • IMO MSC/Circ.811.
  • IMO Res. MSC.81(70).
B + D
B + E
B + F
A.1/1.17Reddingsboten
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/21,
  • Reg. III/31,
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 8,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I, IV,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 8.
  • IMO Res. MSC.81(70),
  • IMO MSC/Circ.1006.
B + D
B + F
G
A.1/1.18Vaste hulpverleningsboten
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/21,
  • Reg. III/31,
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 8,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I, V,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 8.
  • IMO Res. MSC.81(70),
  • IMO MSC/Circ.1006.
B + D
B + F
G
A.1/1.19Hulpverleningsboten in opgeblazen toestand
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/21,
  • Reg. III/31,
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 8,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I, V,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 8.
  • IMO Res. MSC.81(70),
  • ISO 15372 (2000).
B + D
B + F
G
A.1/1.20Snelle hulpverleningsboten
  • Reg. III/4,
  • Reg. III/26,
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I,V,
  • IMO MSC/Circ.1016,
  • IMO MSC/Circ.1094.
  • IMO Res. MSC.81(70),
  • IMO MSC/Circ.1006,
  • ISO 15372 (2000).

B + D
B + F
G

A.1/1.21Tewaterlatingsmiddelen waarbij gebruik wordt gemaakt van lopers (Davits)
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/23,
  • Reg. III/33,
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 8,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I, VI,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 8.
  • IMO Res. MSC.81(70).
B + D
B + E
B + F
G
A.1/1.22Tewaterlatingsmiddelen door middel van vrij opdrijven voor reddingsvlottenVerplaatst naar A.2/1.3
A.1/1.23Tewaterlatingsmiddelen door middel van vrije val voor reddingsboten
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/16,
  • Reg. III/23,
  • Reg. III/33,
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 8,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I, VI,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 8.
  • IMO Res. MSC.81(70).
B + D
B + E
B + F
G
A.1/1.24Tewaterlatingsmiddelen voor reddingsvlotten (Davits)
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/12,
  • Reg. III/16,
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 8,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I, VI,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 8.
  • IMO Res. MSC.81(70).
B + D
B + E
B + F
G
A.1/1.25Tewaterlatingsmiddelen voor snelle hulpverleningsboten (Davits)
  • Reg. III/4.
  • Reg. III/26,
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I, VI.
  • IMO Res. MSC.81(70).
B + D
B + E
B + F
G
A.1/1.26

Loskoppelmechanisme voor

  1. reddings- en hulpverleningsboten
  2. reddingsvlotten

met torenloper of -lopers te water gelaten

  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/16,
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 8,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I, IV, VI,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 8.
  • IMO Res. MSC.81(70).
B + D
B + E
B + F
A.1/1.27Systemen voor evacuatie op zee
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/15,
  • Reg. III/26,
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 8,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I, VI,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 8.
  • IMO Res. MSC.81(70).
B + D
B + F
G
A.1/1.28Hulpverleningsmiddelen
  • Reg. III/4.
  • Reg. III/26,
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I, VI.
  • IMO Res. MSC.81(70),
  • IMO MSC/Circ.810.
B + D
B + F
A.1/1.29
Zie noot b) van deze bijlage A.1
Inschepingsladders
  • Reg. III/4,
  • Reg. III/11,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/11,
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code),
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code),
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code),
  • IMO MSC.1/Circ.1285.
  • IMO Res. MSC.81(70),
  • ISO 5489 (2008).
B + D
B + F
A.1/1.30Retroreflecterende materialen
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 8,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 8.
  • IMO Res. A.658(16).
B + D
B + E
B + F
A.1/1.31VHF-radiotelefonietoestel voor reddingsvlotVerplaatst naar A.1/5.17 en A.1/5.18
A.1/1.329 GHz SAR-transponder (SART)Verplaatst naar A.1/4.18
A.1/1.33Radarreflector voor reddingsboten en hulpverleningsboten (passief)
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 8,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I, IV, V,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 8,
  • IMO Res. MSC.164(78).
  • ISO 8729-1 (2010),
  • EN 60945 (2002) met inbegrip van IEC 60945 corrigendum 1 (2008). of
  • ISO 8729-1 (2010),
  • IEC 60945 (2002) met inbegrip van IEC 60945 corrigendum 1 (2008).
B + D
B + E
B + F
A.1/1.34Kompas voor reddings- en hulpverleningsbotenVerplaatst naar A.1/4.23
A.1/1.35Draagbare brandblusapparaten voor reddingsboten en hulpverleningsbotenVerplaatst naar A.1/3.38
A.1/1.36Voortstuwingsmotor voor reddings- /hulpverleningsboot
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) IV, V.
  • IMO Res. MSC.81(70).
B + D
B + E
B + F
A.1/1.37Voortstuwingsbuiten- boordmotor voor hulpverleningsboot
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) V.
  • IMO Res. MSC.81(70).
B + D
B + E
B + F
A.1/1.38Zoeklichten voor gebruik in reddingsboten en hulpverleningsboten
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 8,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I, IV, V,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 8.
  • IMO Res. MSC.81(70).
B + D
B + E
B + F
A.1/1.39Open omkeerbare reddingsvlotten
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 8, bijlage 10,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 8, bijlage 11.
  • IMO Res. MSC.36(63)- (1994 HSC Code) bijlage 10,
  • IMO Res. MSC.97(73)- (2000 HSC Code) bijlage 11.
B + D
B + F
A.1/1.40LoodsstoeltjeVerplaatst naar A.1/4.48
A.1/1.41Lieren voor reddingsvlotten en hulpverleningsboten
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/16,
  • Reg. III/17,
  • Reg. III/23,
  • Reg. III/24,
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 8,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I, VI,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 8.
  • IMO Res. MSC.81(70).

B + D
B + E
B + F
G

A.1/1.42LoodsladderVerplaatst naar A.1/4.49
A.1/1.43
Zie noot c) van deze bijlage A.1
Vaste/opblaasbare hulpverleningsboten
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. III/21,
  • Reg. III/31,
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 8,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I, V,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 8.
  • IMO Res. MSC.81(70),
  • IMO MSC/Circ.1006.
  • ISO 15372 (2000)
B + D
B + F
G




2 Voorkoming van verontreiniging van de zee

Bijlage A.l: Uitrusting waarvoor reeds gedetailleerde beproevingsnormen bestaan in internationale instrumenten1)

Naast de specifiek vermelde internationale beproevingsnormen staat een aantal bepalingen waaraan de hand gehouden dient te worden bi] het typeonderzoek (typegoedkeuring) in voorschriften van de relevante overeenkomsten

2. Voorkoming van verontreiniging van de zee

Nummer

Benaming

Voorschrift MARPOL 73/78 als gewijzigd indien "typegoedkeuring" is voorgeschreven

Toepasselijk voorschrift van MARPOL 73/78 als gewijzigd

Internationale beproevingsnormen

Overeenstemmingsbeoordelingsmodules

B + C

B + D

B + E

B + F

G

H

27

Oliefiltreersysteem (voor oliegehalte van de uitstromende vloeistof dat de 15 p.p.m niet overschrijdt)Bijlage I
Voorschrift 16(4),(5) & (7)
Bijlage I
Voorschrift 16 (1) & (2)
MEPC 60 (33)

x

x

x

28

Detectoren van het oIie/waterscheidingsvlakBijlage I
Voorschrift 15 (3) (b)
Bijlage I
Voorschrift 15 (3) (b)
MEPC 5 (XIII)

x

x

x

29

OliegehaltemetersBijlage I
Voorschrift 16 (5)
Bijlage I
Voorschrift 16 (2)
MEPC 60 (33)

x

x

x

30

Oliefiltreersystemen voor koppeling aan een bestaande oliewaterafscheider (voor oliegehalte van de uitstromende vloeistof dat de 15 p.p.m. niet overschrijdt)Bijlage I
Voorschrift 16 (5)
Bijlage I
Voorschrift 16 (5)
IMO Res. A 444 (XI)

x

x

x

31

Bewakings- en regelsystemen voor olielozingen voor een olietankerBijlage I
Voorschrift 15 (3)
Bijlage I
Voorschrift 15 (3)
IMO Res. A 586 (14)

x

x

x

32

Installaties voor het behandelen van sanitair afvalBijlage IV
Voorschrift 8 (b)
Bijlage IV
Voorschrift 8 (b)
MEPC 2 (VI)

x

x

x

x



1 Bij vermelding van module H in kolom 6 wordt module H + certificaat van ontwerponderzoek bedoeld.
2 Voorkoming van verontreiniging van de zee

Bijlage A.l: Uitrusting waarvoor reeds gedetailleerde beproevingsnormen bestaan in internationale instrumenten*

Naast de specifiek vermelde internationale beproevingsnormen staat een aantal bepalingen waaraan de hand dient te worden gehouden bij het type-onderzoek (typegoedkeuring) als vermeld in de overeenstemmingsbeoordelingsmodules van bijlage B in de toepasselijke voorschriften van de internationale verdragen en in de desbetreffende resoluties en circulaires van de IMO.

2. Voorkoming van verontreiniging van de zee

Nummer

Benaming

Voorschrift Marpol 73/78, zoals gewijzigd, waar "typegoedkeuring" wordt voorgeschreven

Toepasselijke voorschrift van Marpol 7378, zoals gewijzigd, en de relevante resoluties en circulaires van de IMO

beproevings-
normen1

Overeenstemmingsbeoordelingsmodules

B + C

B + D

B + E

B + F

G

H

A.1/2.1Oliefiltreersysteem (voor oliegehalte van de uitstromende vloeistof dat 15 ppm niet overschrijdt)Bijlage I,
Voorschrift 16 (4), (5) & (7)
Bijlage I,
Voorschrift 16 (1) & (2)
MEPC 60 (33)

x

x

x

A.1/2.2Detectoren van het olie/water scheidingsvlakBijlage I,
Voorschrift 15 (3) (b)
Bijlage I,
Voorschrift 15 (3) (b)
MEPC 5 (XIII)

x

x

x

A.1/2.3Oliegehaltemeters Bijlage I,
Voorschrift 16 (5)
Bijlage I,
Voorschrift 16 (2)
MEPC 60 (33)

x

x

x

A.1/2.4Oliefiltreersystemen voor koppeling aan een bestaande olie/water afscheider (voor oliegehalte van de uitstromende vloeistof dat de 15 ppm niet overschrijdt)Bijlage I,
Voorschrift 16 (5)
Bijlage I,
Voorschrift 16 (5)
IMO-resolutie A.444
(XI)
MEPC 60 (33)

x

x

x

A.1/2.5Bewakings- en regelsystemen voor olielozingen voor een olietankerBijlage I,
Voorschrift 15 (3)
Bijlage I,
Voorschrift 15 (3)
IMO-resolutie A.586
(14)

x

x

x

A.1/2.6Installaties voor het behandelen van sanitair afvalBijlage IV,
Voorschrift 8 (b)
Bijlage IV,
Voorschrift 8 (b)
MEPC 2 (VI)

x

x

x

A.1/2.7ScheepsafvalverbrandersBijlage VI,
Voorschrift 16 (2)
Bijlage VI,
Voorschrift 16 (2)
MEPC 76 (40)

x

x

x


* Een kruisje onder H, zesde kolom betekent: module H plus certificaat van ontwerponderzoek.
1 Bij vermelding van IMO-resoluties zijn alleen de beproevingsnormen in de relevante delen van de bijlagen bij de resoluties van toepassing doch niet de bepalingen van de resoluties zelf.
2 Voorkoming van verontreiniging van de zee

Bijlage A.1: Uitrusting waarvoor reeds gedetailleerde beproevingsnormen bestaan in internationale instrumenten

Op de hele bijlage A.1 van toepassing zijnde noten

Algemeen:

Naast de specifiek vermelde internationale beproevingsnormen staat een aantal bepalingen waaraan de hand gehouden dient te worden bij het typeonderzoek als vermeld in de overeenstemmingsbeoordelingsmodules van
bijlage B in de toepasselijke voorschriften van de internationale verdragen en de desbetreffende resoluties en circulaires van de IMO.

Kolom 5:

Wanneer er IMO-resoluties worden genoemd zijn alleen de beproevingsnormen in de desbetreffende delen van de bijlagen bij de resoluties van toepassing en niet de bepalingen van de resoluties zelf.

Kolom 5:

Ten behoeve van een correcte verwijzing naar de relevante normen moet op de beproevingsverslagen en het passende typegoedkeuringscertificaat worden aangegeven welke norm en welke versie daarvan, zoals aangegeven
in de kolom, werd toegepast.

Kolom 5:

Wanneer twee groepen beproevingsnormen worden aangegeven (gescheiden door een ";"), voldoet elk van deze groepen aan alle beproevingseisen waarmee overeenstemming met de IMO-prestatienormen kan worden aangetoond.
Het volstaat bijgevolg één uitrusting aan de hand van een van de groepen te testen om aan te tonen dat aan de eisen van de desbetreffende internationale instrumenten is voldaan.

Kolom 6:

Een kruisje onder H betekent module H plus certificaat van ontwerp-onderzoek.


2. Voorkoming van verontreiniging van de zee

Nummer

Benaming

Voorschrift MARPOL 73/78 zoals gewijzigd indien "typegoedkeuring" is voorgeschreven

Toepasselijke voorschriften van MARPOL 73/78 zoals gewijzigd, en de desbetreffende resoluties en circulaires van de IMO

beproevings-
normen

Overeenstemmingsbeoordelingsmodules

B + C

B + D

B + E

B + F

G

H

1

2

3

4

5

6

A.1/2.1

Oliefiltreersysteem (voor oliegehalte van de uitstromende vloeistof dat 15 ppm niet overschrijdt)

Bijlage I, Voorschrift 16 (4) en (5)Bijlage I, Voorschrift 16 (1) en (2)IMO-Resolutie MEPC 60 (33)

x

x

x

A.1/2.2

Detectoren van het olie/water scheidingsvlak

Bijlage I, Voorschrift 15 (3) (b)Bijlage I, Voorschrift 15 (3) (b)IMO-Resolutie MEPC 5 (XIII)

x

x

x

A.1/2.3

Oliegehaltemeters

Bijlage I, Voorschrift 16 (4) en (5)Bijlage I, Voorschrift 16 (1) en (2)IMO-Resolutie MEPC 60 (33)

x

x

x

A.1/2.4Oliefiltreersystemen voor koppeling aan een bestaande olie/water afscheider (voor oliegehalte van de uitstromende vloeistof dat de 15 ppm niet overschrijdt)

Geschrapt

A.1/2.5

Bewakings- en regelsystemen voor olielozingen voor een olietanker

Bijlage I, Voorschrift 15 (3) (a)Bijlage I, Voorschrift 15 (3)IMO-Resolutie A.586 (14)

x

x

x

A.1/2.6

Installaties voor het behandelen van sanitair afval

Bijlage I, Voorschrift 8 (1) (b)Bijlage IV, Voorschrift 8 (1) (b)IMO-Resolutie MEPC 2 (VI)

x

x

x

x

A.1/2.7

Scheepsafvalverbranders

Bijlage I, Voorschrift 16 (2) (a)Bijlage VI, Voorschrift 16 (2) (a)IMO-Resolutie MEPC 76 (40)

x

x

x

x

2. Voorkoming van verontreiniging van de zee

2. Voorkoming van verontreiniging van de zee

Nr.Benaming

Voorschrift
MARPOL 73/78 indien „typegoedkeuring” is voorgeschreven

Toepasselijke voorschriften van MARPOL 73/78 en de desbetreffende resoluties en circulaires van de IMO

Beproevingsnormen

Modules
voor
beoordeling
van de overeen-stemming

1

2

3

4

5

6

A.1/2.1Oliefiltreersysteem (voor oliegehalte van de uitstromende vloeistof dat 15 ppm niet overschrijdt)
  • Bijlage I, Reg 14.
  • Bijlage I, Reg. 14,
  • IMO MEPC.1/Circ.643.
  • IMO Res. MEPC.107(49),
  • IMO MEPC.1/Circ.643.
B + D
B + E
B + F
A.1/2.2Detectoren van het olie- /waterscheidingsvlak
  • Bijlage I, Reg. 32.
  • Bijlage I, Reg. 32.
  • IMO Res. MEPC.5(XIII).
B + D
B + E
B + F
A.1/2.3Oliegehaltemeters
  • Bijlage I, Reg. 14.
  • Bijlage I, Reg. 14,
  • IMO MEPC.1/Circ.643.
  • IMO Res. MEPC.107(49),
  • IMO MEPC.1/Circ.643.
B + D
B + E
B + F
A.1/2.4Oliefiltreersystemen voor koppeling aan een bestaande olie- /waterafscheider (voor oliegehalte van de uitstromende vloeistof dat de 15 ppm niet overschrijdt)Doelbewust open gelaten
A.1/2.5Bewakings- en regelsystemen voor olielozingen voor olietankers
  • Bijlage I, Reg. 31.
  • Bijlage I, Reg. 31.
  • IMO Res. MEPC.108(49).
B + D
B + E
B + F
A.1/2.6Afvoersystemen
  • Bijlage IV, Reg. 9.
  • Bijlage IV, Reg. 9.
  • IMO Res. MEPC.159(55).
B + D
B + E
B + F
A.1/2.7Scheepsafvalverbranders
  • Bijlage VI, Reg. 16.
  • Bijlage VI, Reg.16.
  • IMO Res. MEPC.76(40).
B + D
B + E
B + F
G

A.1/2.8

Zie noot b) van deze bijlage A.1

Boordsystemen voor NOx - bewaking en -registratie
  • Bijlage VI, Reg. 13,
  • NOx Technische code 2008,
  • IMO Res. MEPC.177(58).
  • Bijlage VI, Reg. 13,
  • NOx Technische code 2008,
  • IMO Res. MEPC.177(58),
  • IMO MEPC.1/Circ.638.
  • NOx Technische code 2008,
  • IMO Res. MEPC.177(58).
B + D
B + E
B + F
G

A.1/2.9

Zie noot b) van deze bijlage A.1

Andere technologische middelen voor SOx - emissiebeperking
  • Bijlage VI, Reg. 4.
  • Bijlage VI, Reg. 4.
  • IMO Res. MEPC.184(59).
B + D
B + E
B + F
G

A.1/2.10

ex A.2/2.2

Boordsystemen voor de reiniging van uitlaatgassen
  • Bijlage VI, Reg. 4.
  • Bijlage VI, Reg. 4.
  • IMO Res. MEPC.184(59).
B + D
B + E
B + F
G

3 Brandbescherming

Bijlage A.l: Uitrusting waarvoor reeds gedetailleerde beproevingsnormen bestaan in internationale instrumenten1)

Naast de specifiek vermelde internationale beproevingsnormen staat een aantal bepalingen waaraan de hand gehouden dient te worden bi] het typeonderzoek (typegoedkeuring) in voorschriften van de relevante overeenkomsten

3. Brandbescherming

Nummer

Benaming

Voorschrift SOLAS 74 als gewijzigd indien "typegoedkeuring" is voorgeschreven

Toepasselijk voorschrift van SOLAS-74 als gewijzigd

Internationale beproevingsnormen

Overeenstemmingsbeoordelingsmodules

B + C

B + D

B + E

B + F

G

H

33

Niet-gemakkelijk ontbrandbare materialen als onderste laag van de dekbedekking

Voorsehrift II-2/34.8
Voorschrift II-2/49.3
Voorschrift II-2/34.8
Voorschrift·II-2/49.3
IMO Res. A 214 (VII)
IMO Res. A 687 (17)
IMO MSC/Circ. 549

x

34

Draagbare brandblustoestellen

Voorschrift II-2/6.1Voorsehrift II-2/6EN 3

x

x

x



1 Bij vermelding van module H in kolom 6 wordt module H + certificaat van ontwerponderzoek bedoeld.
3 Brandbescherming

Bijlage A.l: Uitrusting waarvoor reeds gedetailleerde beproevingsnormen bestaan in internationale instrumenten*

Naast de specifiek vermelde internationale beproevingsnormen staat een aantal bepalingen waaraan de hand dient te worden gehouden bij het type-onderzoek (typegoedkeuring) als vermeld in de overeenstemmingsbeoordelingsmodules van bijlage B in de toepasselijke voorschriften van de internationale verdragen en in de desbetreffende resoluties en circulaires van de IMO.

3. Brandbescherming

Nummer

Benaming

Voorschrift SOLAS 74, zoals gewijzigd, waar "typegoedkeuring" wordt voorgeschreven

Toepasselijke voorschriften van SOLAS-74, zoals gewijzigd, en de relevante resoluties en circulaires van de IMO

beproevings-
normen1

Overeenstemmingsbeoordelingsmodules

B + C

B + D

B + E

B + F

G

H

A.1/3.1

Primaire dekbedekking

Voorschrift II-2/34.8,
II-2/49.3
Voorschrift II-2/34.8,
II-2/49.3
IMO-resoluties A.687 (17),
IMO MSC/Circ. 549,
IMO-resolutie MSC
61(67)
bijlage 1, delen 2 & 6
en bijlage 2

x

A.1/3.2

Draagbare brandblustoestellen

Voorschrift II-2/6.1Voorschrift II-2/6,
IMO-Resolutie A.602
(15)
EN 3-1/A1, 3-2, 3-3,
3-4, 3-5, 3-6

x

x

x

A.1/3.3

Brandweeruitrusting: beschermende kleding

Voorschrift II-2/17.1.1.1Voorschrift II-2/17.1.1.1EN 366, EN 469 of EN
531, EN 532, EN 20811

x

A.1/3.4

Brandweeruitrusting:
laarzen

Voorschrift II-2/17.1.1.2Voorschrift II-2/17.1.1.2EN 344, EN 344-2, EN
345, EN 345-2

x

A.1/3.5

Brandweeruitrusting:
handschoenen

Voorschrift II-2/17.1.1.2Voorschrift II-2/17.1.1.2EN 659

x

A.1/3.6

Brandweeruitrusting:
helm

Voorschrift II-2/17.1.1.3Voorschrift II-2/17.1.1.3EN 443

x

A.1/3.7

Ademhalingstoestel zijnde een onafhankelijk werkend persluchttoestel

Voorschrift II-2/17.1.2Voorschrift II-2/17.1.2.2EN 137

x

A.1/3.8

Ademhalingsapparatuur met luchttoevoer voor gebruik met een rookhelm of rookmasker

Voorschrift II-2/17.1.2Voorschrift II-2/17.1.2.1EN 138, EN 139

x

A.1/3.9

Sprinklersystemen die gelijkwaardig zijn aan de in SOLAS-voorschrift II-2/12 genoemde systemen

Voorschrift II-2/36.1.2,
II-2/36.2, II-2/41-2.5
Voorschrift II-2/12,
II-2/36.1.2, II-2/36.2,
II-2/41-2.5
IMO-resolutie A.800
(19)

x

x

A.1/3.10

Straalpijpen voor vast aangebrachte sproei-installaties voor water onder druk in ruimten voor machines

Voorschrift II-2/10.1Voorschrift II-2/10.1IMO MSC Circ./668),
zoals gewijzigd bij IMO
MSC Circ./728

x

x

x

A.1/3.11

Brandwerendheid van afscheidingen van klasse "A" en "B"

Voorschrift II-2/3.3.5,
II-2/3.4.4
Voorschrift II-2/3.3.5,
II-2/16.11, II-2/3.4.4
IMO-resolutie A 754 (18),
IMO-resolutie MSC.61(67)
bijlage 1, deel 3 en
bijlage 2

x

x

x

A.1/3.12

Inrichtingen om vlamdoorslag naar de ladingtanks in olietankers te voorkomen

Voorschrift II-2/59.1.5,
II-2/59.1.4, II-2/59.2
Voorschrift II-2/59.1.5,
II-2/59.1.4, II-2/59.2
IMO
MSC/Circ.450/Rev. 1
IMO MSC/Circ.677

x

x

x

A.1/3.13

Niet brandbare materialen gebruikt in afscheidingen van klasse "A", "B" en "C"

Voorschrift II-2/3.1,
II-2/3.3.4, II-2/3.4.3,
II-2/3.5
Voorschrift II-2/3.1,
II-2/3.3.4, II-2/3.4.3,
II-2/3.5
IMO-resolutie A 799 (19),
IMO-resolutie MSC.61(67)
bijlage 1, deel 1 en
bijlage 2

x

x

x

A.1/3.14

Andere materialen dan staal voor pijpen die afscheidingen van klasse "A"of "B" doorboren

Voorschrift II-2/3.3.5,
II-2/3.4.4, II-2/18.2.1
Voorschrift II-2/18.2.1IMO-resolutie A 753 (18),
IMO-resolutie A 754 (18),
IMO-resolutie MSC.61(67)
bijlage 1, deel 3

x

x

x

A.1/3.15

Andere materialen dan staal voor leidingen waardoor olie of brandstofolie wordt gevoerd

Voorschrift II-2/3.3.5,
II-2/18.2.2
Voorschrift II-2/18.2.2IMO-resolutie A 753 (18)

x

x

x

A.1/3.16

Branddeuren

Voorschrift II-2/3.3.5,
II-2/3.4.4, II-2/30.2,
II-2/31.1, II-2/47
Voorschrift II-2/30.2,
II-2/31.1, II-2/47
IMO-resolutie A 754 (18)
IMO-resolutie MSC.61(67)
bijlage 1, deel 3

x

x

x

A.1/3.17

Bedieningssysteem voor branddeuren

Voorschrift II-2/30.4.15Voorschrift II-2/30.4.15IMO-resolutie A 754 (18)
IMO-resolutie MSC.61(67)
bijlage 1, deel 4

x

x

x

A.1/3.18

Bekledingsmaterialen en vloerbedekkingen met laag vlamspreidend vermogen

Voorschrift II-2/3.8,
II-2/34.7, II-2/49.2
Voorschrift II-2/3.8,
II-2/3.23.4, II-2/3.23.5,
II-2/16.1.1,
II-2/32.1.4.3.1, II-2/34.2,
II-2/34.3, II-2/49.1,
II-2/50.3.1
IMO-resolutie A 653 (16),
IMO-resolutie MSC.61(67)
bijlage 1, delen 2 & 5
en bijlage 2
ISO 17162

x

x

x

A.1/3.19

Draperiën, gordijnen en andere hangende materialen en wandbekleding van textiel

Voorschrift II-2/3.23.3Voorschrift II-2/3.23.3IMO-resolutie
MSC.61(67)
bijlage 1, deel 7

x

x

x

A.1/3.20

Bekleed meubilair

Voorschrift II-2/3.23.6Voorschrift II-2/3.23.6,
II-2/34
IMO-resolutie A 652 (16)
IMO-resolutie MSC.61(67)
bijlage 1, deel 8

x

x

x

A.1/3.21

Matrassen en beddegoed

Voorschrift II-2/3.23.7Voorschrift II-2/3.23.7,
II-2/34
IMO-resolutie A 688 (17),
IMO-resolutie MSC.61(67)
bijlage 1, deel 9

x

x

x

A.1/3.22

Brandkleppen

Voorschrift II-2/3.3.5,
II-2/16.11
Voorschrift II-2/16,
II-2/32, II-2/48
IMO-resolutie A.754 (18),
IMO-resolutie MSC.61(67)
bijlage 1, deel 3 en
bijlage 2

x

x

x

A.1/3.23

Niet-brandbare, afscheidingen van klasse "A" doorborende leidingen

Voorschrift II-2/3.3.5,
II-2/16.11, II-2/18.1.1
Voorschrift II-2/16,
II-2/32, II-2/48
IMO-resolutie A.754 (18),
IMO-resolutie MSC.61(67)
bijlage 1, deel 3 en
bijlage 2

x

x

x

A.1/3.24

Doorvoeren van
elektrische kabels door
afscheidingen van klasse "A"

Voorschrift II-2/3.3.5,
II-2/18.1.1, II-2/18.1.2
Voorschrift II-2/18.1.1,
II-2/18.1.2
IMO-resolutie A.754 (18),
IMO-resolutie MSC.61(67)
bijlage 1, deel 3 en
bijlage 2

x

x

x

A.1/3.25

Ramen en patrijspoorten

Voorschrift II-2/3.3.5,
II-2/33
Voorschrift II-2/33IMO-resolutie A.754 (18),
IMO-resolutie MSC.61(67)
bijlage 1, deel 3 en
bijlage 2,
MSC Circ./727

x

x

x


* Een kruisje onder H, zesde kolom betekent: module H plus certificaat van ontwerponderzoek.
1 Bij vermelding van IMO-resoluties zijn alleen de beproevingsnormen in de relevante delen van de bijlagen bij de resoluties van toepassing doch niet de bepalingen van de resoluties zelf.
2 Indien het oppervlaktemateriaal een bepaalde maximum calorische waarde moet hebben, wordt deze gemeten volgens ISO 1716.
3 Brandbescherming

Bijlage A.1: Uitrusting waarvoor reeds gedetailleerde beproevingsnormen bestaan in internationale instrumenten

Op de hele bijlage A.1 van toepassing zijnde noten

Algemeen:

Naast de specifiek vermelde internationale beproevingsnormen staat een aantal bepalingen waaraan de hand gehouden dient te worden bij het typeonderzoek als vermeld in de overeenstemmingsbeoordelingsmodules van
bijlage B in de toepasselijke voorschriften van de internationale verdragen en de desbetreffende resoluties en circulaires van de IMO.

Kolom 5:

Wanneer er IMO-resoluties worden genoemd zijn alleen de beproevingsnormen in de desbetreffende delen van de bijlagen bij de resoluties van toepassing en niet de bepalingen van de resoluties zelf.

Kolom 5:

Ten behoeve van een correcte verwijzing naar de relevante normen moet op de beproevingsverslagen en het passende typegoedkeuringscertificaat worden aangegeven welke norm en welke versie daarvan, zoals aangegeven
in de kolom, werd toegepast.

Kolom 5:

Wanneer twee groepen beproevingsnormen worden aangegeven (gescheiden door een ";"), voldoet elk van deze groepen aan alle beproevingseisen waarmee overeenstemming met de IMO-prestatienormen kan worden aangetoond.
Het volstaat bijgevolg één uitrusting aan de hand van een van de groepen te testen om aan te tonen dat aan de eisen van de desbetreffende internationale instrumenten is voldaan.

Kolom 6:

Een kruisje onder H betekent module H plus certificaat van ontwerp-onderzoek.


3. Brandbescherming

Nummer

Benaming

Voorschrift SOLAS 74 zoals gewijzigd indien "typegoedkeuring" is voorgeschreven

Toepasselijke voorschriften van SOLAS-74, zoals gewijzigd, en de desbetreffende resoluties en circulaires van de IMO

beproevings-
normen

Overeenstemmingsbeoordelingsmodules

B + C

B + D

B + E

B + F

G

H

1

2

3

4

5

6

A.1/3.1

Primaire dekbedekking

Voorschrift II-2/34.8,
II-2/49.3
Voorschrift II-2/34.8, II-2/49.3IMO-Resolutie MSC 61 (67), bijlage
1, delen 2 en 6, bijlage 2

x

A.1/3.2

Draagbare brandblustoestellen

Voorschrift II-2/6.1, Voorschrift X/3Voorschrift II-2/6, IMO-Resolutie A.602 (15), (IMO-Resolutie MSC.36 (63) 7.7.7 en 7.8.4.1.3 (HSC-code 1994)EN 3-1 (1996), 3-2 (1996), 3-3
(1994), 3-4 (1996), 3-5 (1996) + AC
(1997), 3-6 (1995) + A1: (1999)

x

x

x

A.1/3.3

Brandweeruitrusting: beschermende kleding

Voorschrift II-2/17.1.1.1,
Voorschrift X/3
Voorschrift II-2/17.1.1.1, IMO-Resolutie MSC.36 (63) 7.10.3.1.1 (HSC-code 1994), IMO MSC/Circ. 847EN 469 (1995), EN 531/A1 (1998),
EN 1486 (1996), ISO 15538 (2001)

x

A.1/3.4

Brandweeruitrusting: laarzen

Voorschrift II-2/17.1.1.2,
Voorschrift X/3
Voorschrift II-2/17.1.1.2, IMO-Resolutie MSC.36 (63) 7.10.3.1.2 (HSC-code 1994)EN 344 (1992) + AC (1993) + A1
(1997), EN 344-2 (1996), EN 345
(1992) + A1 (1997), EN 345-2
(1996) Class 2, IEC 60903 (1993)

x

A.1/3.5

Brandweeruitrusting: handschoenen

Voorschrift II-2/17.1.1.2,
Voorschrift X/3
Voorschrift II-2/17.1.2.2, IMO-Resolutie MSC.36 (63) 7.10.3.1.1 (HSC-code 1994), IMO MSC/Circ. 847EN 659 (1996), EN 60903 (1993),
EN 60903 + A.11 (1997)

x

A.1/3.6

Brandweeruitrusting: helm

Voorschrift II-2/17.1.1.3,
Voorschrift X/3
Voorschrift II-2/17.1.1.3, IMO-Resolutie MSC.36 (63) 7.10.3.1.3 (HSC-code 1994)EN 443 (1997)

x

A.1/3.7

Ademhalingstoestel zijnde een onafhankelijk werkend
persluchttoestel

Voorschrift II-2/17.1.2, Voorschrift X/3Voorschrift II-2/17.1.2.2, IMO-Resolutie MSC.36 (63) 7.10.3.2.2 (HSC-code 1994)EN 137 (1993), EN 136 (1998)

x

A.1/3.8

Ademhalingsapparatuur met luchttoevoer voor gebruik met een rookhelm of rookmasker

Voorschrift II-2/17.1.2, Voorschrift X/3Voorschrift II-2/17.1.1.1, IMO-Resolutie MSC.36 (63) 7.10.3.2.2 (HSC-code 1994)EN 138 (1994)

x

A.1/3.9

Sprinklersystemen die gelijkwaardig zijn aan de in SOLAS-Voorschrift II-2/12
genoemde systemen

Voorschrift II-2/36.1.2,
II-2/36.2, II-2/41-2.5,
II-2/52.2
Voorschrift II-2/12,
II-2/36.1.2, II-2/36.2,
II-2/41-2.5, II-2/42.5.2,
II-2/52.2
IMO-Resolutie A.800 (19)

x

x

A.1/3.10

Sprinklersystemen die gelijkwaardig zijn aan de in SOLAS-Voorschrift II-2/12 genoemde systemen

Verplaatst naar bijlage A.2
A.1/3.11

Brandwerendheid van afscheidingen van klasse "A" en "B"

Voorschrift II-2/3.5,
II-2/3.4.4.
Voorschrift II-2/3.3.5,
II-2/3.4.4, II-2/16.11
IMO-Resolutie A.754 (18), IMO-Resolutie
MSC.61 (67), bijlage 1, deel 3,
en bijlage 2

x

x

x

A.1/3.12

Inrichtingen om vlamdoorslag naar de ladingtanks in olietankers te voorkomen

Voorschrift II-2/59.1.5,
II-2/59.1.9.4, II-2/59.2
Voorschrift II-2/59.1.5, II-2/59.1.9.4,
II-2/59.2
IMO MSC/Circ. 677

x

x

x

A.1/3.13

Niet brandbare materialen

Voorschrift II-2/3.1, Voorschrift
X/3
Voorschrift II-2/3.1, IMO-Resolutie
MSC.36 (63) 7.2.4 (HSC-code 1994)
IMO-Resolutie A.799 (19), IMO-Resolutie
MSC.61 (67), bijlage 1, deel 1
en bijlage 2

x

x

x

A.1/3.14

Andere materialen dan staal voor pijpen die afscheidingen van klasse "A" of "B" doorboren

Voorschrift II-2/18.2.1Voorschrift II-2/18.2.1IMO-Resolutie A.753 (18), IMO-Resolutie
A.754 (18), IMO-Resolutie
MSC.61 (67), bijlage 1, deel 3

x

x

x

A.1/3.15

Andere materialen dan staal voor leidingen waardoor olie of brandstofolie wordt gevoerd

Voorschrift II-2/15.2.8,
II-2/18.2.2, Voorschrift X/3
Voorschrift II-2/15.2.8, II-2/18.2.2,
IMO-Resolutie MSC.36 (63) 7.5.4
(HSC-code 1994)
IMO-Resolutie A.753 (18)

x

x

x

A.1/3.16

Branddeuren

Voorschrift II-2/30.2,
II-2/31.1.1 en II-2/47
Voorschrift II-2/30.2, II-2/31.1.1,
II-2/47
IMO-Resolutie A.754 (18), IMO-Resolutie
MSC.61 (67), bijlage 1, deel 3

x

x

x

A.1/3.17

Bedieningssysteem voor branddeuren

Voorschrift II-2/30.4.15,
Voorschrift X/3
Voorschrift II-2/30.4.15, IMO-Resolutie
MSC.36 (63) 7.9.3.3 (HSC-code
1994)
IMO-Resolutie MSC.61(67), bijlage 1, deel 4

x

x

x

A.1/3.18

Bekledingsmaterialen en vloerbedekkingen met laag vlamspreidend vermogen

Voorschrift II-2/3.8,
II-2/34.3, II-2/34.7, II-2/49.1, II-2/49.2, Voorschrift X/3
Voorschrift II-2/3.8, II-2/3.23.4,
II-2/3.23.5, II-2/16.1.1,
II-2/32.1.4.3.1, II-2/34.2, II-2/34.3,
II-2/49.1, II-2/50.3.1, II-2/34.7, IMOResolutie
MSC.36 (63) 7.4.3.4 en
7.4.3.6 (HSC-code 1994)
IMO-Resolutie A.653 (16), IMO-Resolutie
MSC.61 (67), bijlage 1, delen 2 en 5 en bijlage 2, ISO 1716(1973)1

x

x

x

A.1/3.19

Draperieën, gordijnen en andere hangende materialen en wandbekleding van textiel

Voorschrift II-2/3.23.3, II-2/26.2, Voorschrift X/3Voorschrift II-2/3.23.3, II-2/26.2,
IMO-Resolutie MSC.36 (63) 7.4.3.3.3
(HSC-code 1994)
IMO-Resolutie MSC.61 (67), bijlage 1, deel 7

x

x

x

A.1/3.20

Bekleed meubilair

Voorschrift II-2/3.23.6, II-2/26.2, Voorschrift X/3Voorschrift II-2/3.23.6, II-2/26.2, II-2/34.6, IMO-Resolutie MSC.36 (63)
7.4.3.3.4 (HSC-code 1994)
IMO-Resolutie A.652 (16), IMO-Resolutie MSC.61 (67), bijlage 1, deel 8

x

x

x

A.1/3.21

Matrassen en beddengoed

Voorschrift II-2/3.23.7, II-2/26.2, Voorschrift X/3Voorschrift II-2/3.23.7, II-2/26.2,
IMO-Resolutie MSC.36 (63) 7.4.3.3.5
(HSC-code 1994)
IMO-Resolutie A.688 (17), IMO-Resolutie
MSC.36 (67), bijlage 1, deel 9

x

x

x

A.1/3.22

Brandkleppen

Voorschrift II-2/16.11.1Voorschrift II-2/16, II-2/32, II-2/48IMO-Resolutie A.754 (18), IMO-Resolutie
MSC.61 (67), bijlage 1, deel 3

x

x

x

A.1/3.23Niet-brandbare, afscheidingen van klasse "A" doorborende leidingenVerplaatst naar A.1/3.26
A.1/3.24

Doorvoeren van elektrische
kabels door afscheidingen
van klasse "A"

Verplaatst naar A.1/3.26
A.1/3.25

Ramen en patrijspoorten

Voorschrift II-2/33Voorschrift II-2/33, MSC/Circ. 847IMO-Resolutie A.754 (18), IMO-Resolutie
MSC.61 (67), bijlage 1, deel 3,
ISO 614 (1989), ISO 1095 (1989),
ISO 1751 (1993), ISO 3254 (1989),
ISO 3903 (1993), ISO 3904 (1994)

x

x

x

A.1/3.26

Doorvoeren van pijpen en
hoofdleidingen enz. door afscheidingen van klasse "A"
"nieuwe apparatuur"

Voorschrift II-2/18.1.1Voorschrift II-2/18.1.1IMO-Resolutie A.754 (18), IMO-Resolutie
MSC.61 (67), bijlage 1, deel 3

x

x

x

A.1/3.27

Doorvoeren van elektrische
kabels, pijpen, hoofdleidingen,
leidingen, ventilatieopeningen,
verlichtingsarmaturen enz. door afscheidingen van klasse "B"
"nieuwe apparatuur"

Voorschrift II-2/18.1.2Voorschrift II-2/18.1.2IMO-Resolutie A.754 (18), IMO-Resolutie
MSC.61 (67), bijlage 1, deel 3

x

x

x

A.1/3.28

Sprinklersystemen (beperkt tot de sprinklerkoppen en tot de automatische sprinklerbrandontdekkings-
en brandalarminstallaties)
"nieuwe apparatuur"

Voorschrift II-2/12.3,
II-2/36.1.2,
II-2/36.2,
II-2/41-2.5 en
II-2/52.2
Voorschrift II-2/12, II-2/36.1.2,
II-2/36.2, II-2/41-2.5 en II-2/52.2
ISO 6182-1 (1993), ISO 6182-2
(1993), ISO 6182-3 (1993), ISO
6182-4 (1993), ISO 6182-5 (1995)

x

x

x

A.1/3.29

Brandslangen
"nieuwe apparatuur"

Voorschrift II-2/4.7.1, Voorschrift
X/3
Voorschrift II-2/4.7.1, IMO-Resolutie
MSC.36 (63) 7.7.8.5 (HSC-code
1994)
EN 671-2 (1994)

x

x

x

A.1/3.30

Zuurstofmeet- en gasdetectieapparatuur
"nieuwe apparatuur"

Voorschrift X/3Voorschrift II-2/59.5, II-2/59.4.4.1,
II-2/62.17, II-2/59.5, Voorschrift
VI/3.1, MSC/Circ. 774 (Vaste installaties)
EN 50104 (1999) Zuurstof, EN
50054 (1991), EN 50057 (1999)
Brandbare gassen

x

x

x

A.1/3.31

Vaste sprinklersystemen voor hogesnelheidsvaartuigen
"nieuwe apparatuur"

Voorschrift X/3IMO-Resolutie MSC.36 (63) 7.13.1
(HSC-code 1994), MSC/Circ. 912
IMO-Resolutie MSC.44 (65), IMO-Resolutie
A.800 (19)

x

x

x

x

A.1/3.32

Vuurbeperkende materialen (met uitzondering van meubilair) voor hogesnelheidsvaartuigen
"nieuwe apparatuur"

Voorschrift X/3IMO-Resolutie MSC.36 (63) 7.2.2 (HSC-code 1994)IMO-Resolutie MSC.40 (64), IMO-Resolutie
MSC.90 (71)

x

x

x

A.1/3.33

Vuurbeperkende materialen voor meubilair voor hogesnelheidsvaartuigen
"nieuwe apparatuur"

Voorschrift X/3IMO-Resolutie MSC.36 (63) 7.2.2 (HSC-code 1994)IMO-Resolutie MSC.40 (64), IMO-Resolutie
MSC.90 (71)

x

x

x

A.1/3.34

Vuurbestendige afscheidingen voor hogesnelheidsvaartuigen
"nieuwe apparatuur"

Voorschrift X/3IMO-Resolutie MSC.36 (63) 7.2.1 (HSC-code 1994)IMO-Resolutie MSC.45 (65)

x

x

x

A.1/3.35

Branddeuren op hogesnelheidsvaartuigen
"nieuwe apparatuur"

Voorschrift X/3IMO-Resolutie MSC.36 (63) 7.2.1, 7.4.2.6 (HSC-code 1994)IMO-Resolutie MSC.45 (65)

x

x

x

A.1/3.36

Brandkleppen op hogesnelheidsvaartuigen
¿nieuwe apparatuur¿

Voorschrift X/3IMO-Resolutie MSC.36 (63) 7.6.4
(HSC-code 1994)
IMO-Resolutie MSC.45 (65)

x

x

x

A.1/3.37

Doorvoeren van pijpen, leidingen,
besturingen, elektrische
kabels enz. door vuurbestendige
afscheidingen op
hogesnelheidsvaartuigen
¿nieuwe apparatuur¿

Voorschrift X/3IMO-Resolutie MSC.36 (63) 7.4.2.6
(HSC-code 1994)
IMO-Resolutie MSC.45 (65)

x

x

x

A.1/3.38

Draagbare brandblusapparaten
voor reddingsboten en
hulpverleningsboten

Voorschrift III/4, Voorschrift
X/3
Voorschrift III/34, IMO-Resolutie
MSC.48 (66), IMO-Resolutie A.602
(15), IMO-Resolutie MSC.36 (63)
8.1.2 (HSC-code 1994)
EN 3-1 (1996), 3-2 (1996), 3-3
(1994), 3-4 (1996), 3-5 (1996) + AC
(1997), 3-6 (1995) + A1 (1999)

x

x

x

A.1/3.39

Alternatieve inrichtingen
voor op halon gebaseerde
brandblusinstallaties in voor
machines of pompen
bestemde ruimten ¿ equivalente
op water gebaseerde
brandblusinstallaties
¿nieuwe apparatuur¿

Voorschrift II-2/5.3,
II-2/63.1.1
Voorschrift II-2/5.3, II-2/63.1.1IMO MSC/Circ. 668, IMO MSC/Circ.
728

x

x

x


1 Indien het oppervlaktemateriaal een bepaalde maximum calorische waarde moet hebben, wordt deze gemeten volgens ISO 1716.

3 Brandbeveiligingsapparatuur

3. Brandbeveiligingsapparatuur

Nr.Benaming

Voorschrift SOLAS 74 indien „typegoedkeuring” is voorgeschreven

Geldende voorschriften van SOLAS 74 en de desbetreffende resoluties en circulaires van de IMO

Beproevingsnormen

Modules
voor
beoordeling
van de overeen-stemming

1

2

3

4

5

6

A.1/3.1Primaire dekbedekking
  • Reg. II-2/4,
  • Reg. II-2/6,
  • Reg. X/3.
  • Reg. II-2/4,
  • Reg. II-2/6,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7.
  • IMO Res. MSC.61(67)- (FTP Code), bijlage 1, delen 2 en 6 of bijlage 2,
  • IMO MSC/Circ.1102,
  • IMO MSC/Circ.1120.
B + D
B + E
B + F
A.1/3.2Draagbare blustoestellen
  • Reg. II-2/10,
  • Reg. X/3,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 4.
  • Reg. II-2/4,
  • Reg. II-2/10,
  • Reg. II-2/18,
  • Reg. II-2/19,
  • Reg. II-2/20,
  • IMO Res. A.951(23),
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 4,
  • IMO MSC/Circ.1239,
  • IMO MSC/Circ.1275.
  • EN 3-7 (2004) met inbegrip van A.1 (2007),
  • EN 3-8 (2006) met inbegrip van AC (2007),
  • EN 3-9 (2006) met inbegrip van AC (2007),
  • EN 3-10 (2009).
B + D
B + E
B + F
A.1/3.3Brandweeruitrusting: beschermende kleding (kleding voor brandbestrijding op korte afstand)
  • Reg. II-2/10,
  • Reg. X/3,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 3.
  • Reg. II-2/10,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 3.

Beschermende kleding voor brandbestrijding:

  • EN 469 (2005) met inbegrip van A1 (2006) en AC (2006)

Beschermende kleding voor brandbestrijding – reflecterende kleding voor gespecialiseerde brandbestrijding:

  • EN 1486 (2007).

Beschermende kleding voor brandbestrijding – beschermende kleding met reflecterend buitenoppervlak:

  • ISO 15538 (2001).
B + D
B + E
B + F
A.1/3.4Brandweeruitrusting: laarzen
  • Reg. II-2/10,
  • Reg. X/3,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 3.
  • Reg. II-2/10,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 3.
  • EN 15090 (2006),
B + D
B + E
B + F
A.1/3.5Brandweeruitrusting: handschoenen
  • Reg. II-2/10,
  • Reg. X/3,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 3.
  • Reg. II-2/10,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 3.
  • EN 659 (2003) met inbegrip van A1 (2008) en AC (2009)
B + D
B + E
B + F
A.1/3.6Brandweeruitrusting: helm
  • Reg. II-2/10,
  • Reg. X/3,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 3.
  • Reg. II-2/10,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 3.
  • EN 443 (2008).
B + D
B + E
B + F
A.1/3.7

Ademhalingstoestel zijnde een onafhankelijk werkend persluchttoestel

Noot: bij ongevallen waarbij gevaarlijke goederen zijn betrokken, moet een persluchtmasker worden gebruikt.

  • Reg. II-2/10,
  • Reg. X/3,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 3.
  • Reg. II-2/10,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 3.
  • EN 136 (1998) met inbegrip van AC (2003),
  • EN 137 (2006).
B + D
B + E
B + F
A.1/3.8Ademhalingsapparatuur met luchttoevoer via een luchtslang
  • Reg. X/3.
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7.

Noot: deze apparatuur is alleen geschikt voor hogesnelh- eidsvaartuigen die gebouwd zijn volgens de bepalingen van de 1994 HSC Code.

  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7.
  • EN 14593-1 (2005),
  • EN 14593-2 (2005) met inbegrip van AC (2005),
  • EN 14594 (2005).
B + D
B + E
B + F
A.1/3.9

Onderdelen voor sprinklersystemen voor verblijfsruimten, dienstruimten en controlestations, die gelijkwaardig zijn aan de in SOLAS 74, voorschrift II-2/12, vermelde systemen (beperkt tot straalpijpen en hun prestatie).

(Straalpijpen voor vaste sprinklersystemen, voor hogesnelheidsvaartuigen (HSC) vallen eveneens onder dit punt)

  • Reg. II-2/7,
  • Reg. II-2/10,
  • Reg. X/3,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 8.
  • Reg. II-2/7,
  • Reg. II-2/9,
  • Reg. II-2/10,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.44(65),
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 8.
  • IMO MSC/Circ.912.
  • IMO Res. A.800(19).
B + D
B + E
B + F

A.1/3.10

Zie noot b) van deze bijlage A.1

Straalpijpen voor vast aangebrachte sproei- installaties voor water onder druk in ruimten voor machines en ladingpompkamers
  • Reg. II-2/10,
  • Reg. X/3,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 7.
  • Reg. II-2/10,
  • Reg. X/3,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 7,
  • IMO MSC.1/Circ.1313.
  • IMO MSC/Circ.1165, aanhangsel A.
B + D
B + E
B + F
A.1/3.11

Brandwerendheid van afscheidingen van klasse A en B

  1. afscheidingen van klasse A
  2. afscheidingen van klasse B

Klasse A:

  • Reg. II-2/3.2.

Klasse B:

  • Reg. II-2/3.4.
  • Reg.II-2/9, en,

Klasse A:

  • Reg. II-2/3.2.

Klasse B:

  • Reg. II-2/3.4.
  • IMO Res. MSC.61(67)- (FTP Code) bijlage 1, deel 3 en bijlage 2,
  • IMO MSC/Circ.1120.
B + D
B + E
B + F
A.1/3.12Inrichtingen om vlamdoorslag naar de ladingtanks in tankers te voorkomen
  • Reg. II-2/4,
  • Reg. II-2/16.
  • Reg II-2/4,
  • Reg II-2/16.
  • EN 12874 (2001),
  • ISO 15364 (2007),
  • IMO MSC/Circ.677.
Voor apparatuur andere dan kleppen:
B + D
B + E
B + F
Voor kleppen: B + F
A.1/3.13Niet-brandbare materialen
  • Reg. II-2/3,
  • Reg. X/3.
  • Reg. II-2/3,
  • Reg. II-2/5,
  • Reg. II-2/9,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7.
  • IMO Res. MSC.61(67)- (FTP Code) bijlage 1, deel 1,
  • IMO MSC/Circ.1120.
B + D
B + E
B + F
A.1/3.14Andere materialen dan staal voor buisleidingen die afscheidingen van klasse A of B doorborenOpgenomen in A.1/3.26 en A.1/3.27
A.1/3.15

Andere materialen dan staal voor leidingen waardoor olie of brandstofolie wordt gevoerd

  1. buizen en fittingen,
  2. kleppen
  3. soepele buisleidingen.
  • Reg. II-2/4,
  • Reg. X/3.
  • Reg. II-2/4,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7, 10,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7, 10,
  • IMO MSC/Circ.1120.
  • IMO Res. A.753(18),
  • ISO 15540 (2001)
  • ISO 15541 (2001).
B + D
B + E
B + F
A.1/3.16Branddeuren
  • Reg. II-2/9.
  • Reg. II-2/9.
  • IMO Res. MSC.61(67)- (FTP Code) bijlage 1, deel 3,
  • IMO MSC/Circ.1120,
  • IMO MSC.1/Circ.1273,
  • IMO MSC.1/Circ.1319.
B + D
B + E
B + F
A.1/3.17

Onderdelen voor bedieningssysteem voor branddeuren

Noot: het gebruik van de term „onderdelen van een systeem” in kolom 2 kan betekenen dat een afzonderlijk onderdeel, een groep onderdelen of het volledige systeem moet worden beproefd om vast te stellen of aan de internationale voorschriften is voldaan.

  • Reg. II-2/9,
  • Reg. X/3.
  • Reg. II-2/9,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7.
  • IMO Res. MSC.61(67)- (FTP Code) bijlage 1, deel 4.
B + D
B + E
B + F
A.1/3.18

Bekledingsmaterialen en vloerbedekkingen met laag vlamspreidend vermogen

  1. qwqa) decoratieve fineerlagen
  2. verfsystemen
  3. vloerbedekkingen
  4. isolerende bekleding van buisleidingen
  5. lijm die wordt gebruikt bij de constructie van afscheidingen van klasse A, B en C
  6. brandbare leidingdoorvoeren
  • Reg. II-2/3,
  • Reg. II-2/5,
  • Reg. II-2/6,
  • Reg. II-2/9,
  • Reg. X/3.
  • Reg. II-2/3,
  • Reg. II-2/5,
  • Reg. II-2/6,
  • Reg. II-2/9,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7,
  • IMO MSC/Circ.1120.
  • IMO Res. MSC.61(67)- (FTP Code) bijlage 1, deel 2 en deel 5, of bijlage 2,
  • IMO MSC/Circ.1120,
  • ISO 1716 (2002).

Noot: indien het oppervlaktemateriaal een bepaalde maximale calorische waarde moet hebben, wordt deze gemeten volgens ISO 1716.

B + D
B + E
B + F
A.1/3.19Draperieën, gordijnen en andere hangende materialen en wandbekledingen van textiel
  • Reg. II-2/3,
  • Reg. II-2/9,
  • Reg. X/3.
  • Reg. II-2/3,
  • Reg. II-2/9,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7.
  • IMO Res. MSC.61(67)- (FTP Code) bijlage 1, deel 7,
  • IMO MSC/Circ.1102,
  • IMO MSC/Circ.1120.
B + D
B + E
B + F
A.1/3.20Bekleed meubilair
  • Reg. II-2/3,
  • Reg. II-2/5,
  • Reg. II-2/9,
  • Reg.X/3.
  • Reg. II-2/3,
  • Reg. II-2/5,
  • Reg. II-2/9,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7.
  • IMO Res. MSC.61(67)- (FTP Code) bijlage 1, deel 8,
  • IMO MSC/Circ.1102,
  • IMO MSC/Circ.1120.
B + D
B + E
B + F
A.1/3.21Matrassen en beddengoed
  • Reg. II-2/3,
  • Reg. II-2/9,
  • Reg. X/3.
  • Reg. II-2/3,
  • Reg. II-2/9,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7.
  • IMO Res. MSC.61(67)- (FTP Code) bijlage 1, deel 9,
  • IMO MSC/Circ.1102,
  • IMO MSC/Circ.1120.
B + D
B + E
B + F
A.1/3.22Brandkleppen
  • Reg. II-2/9.
  • Reg. II-2/9.
  • IMO Res. MSC.61(67)- (FTP Code) bijlage 1, deel 3,
  • IMO MSC/Circ.1120.
B + D
B + E
B + F
A.1/3.23Niet-brandbare, afscheidingen van klasse A doorborende leidingenVerplaatst naar A.1/3.26
A.1/3.24Doorvoeren van elektrische kabels door afscheidingen van klasse AVerplaatst naar A.1/3.26
A.1/3.25Brandbestendige ramen en patrijspoorten van klasse A en B
  • Reg. II-2/9.
  • Reg. II-2/9,
  • IMO MSC/Circ.1120.
  • IMO Res. MSC.61(67)- (FTP Code) bijlage 1, deel 3,
  • IMO MSC/Circ.1120,
  • IMO MSC.1/Circ.1203.
B + D
B + E
B + F
A.1/3.26

Doorvoeren door afscheidingen van klasse A

  1. elektriciteitskabels
  2. buizen, leidingen, hoofdleidingen, enz.
  • Reg. II-2/9.
  • Reg. II-2/9,
  • IMO MSC.1/Circ.1276.
  • IMO Res. MSC.61(67)- (FTP Code) bijlage 1, deel 3,
  • IMO MSC/Circ.1120.
B + D
B + E
B + F
A.1/3.27

Doorvoeren door afscheidingen van klasse B

  1. elektriciteitskabels
  2. buizen, leidingen, hoofdleidingen, enz.
  • Reg. II-2/9.
  • Reg. II-2/9.
  • IMO Res. MSC.61(67)- (FTP Code) bijlage 1, deel 3,
  • IMO MSC/Circ.1120.
B + D
B + E
B + F
A.1/3.28Sprinklersystemen (beperkt tot de sprinklerkoppen). (Straalpijpen voor vaste sprinklersystemen, voor hogesnelheidsvaartuigen (HSC) vallen eveneens onder dit punt)
  • Reg. II-2/7,
  • Reg. II-2/10,
  • Reg. X/3.
  • Reg. II-2/7,
  • Reg. II-2/10,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.44(65),
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 8,
  • IMO MSC/Circ.912.
  • ISO 6182-1 (2004).

    of

  • EN 12259-1 (1999) met inbegrip van A1 (2001), A2 (2004) en A3 (2006).
B + D
B + E
B + F
A.1/3.29Brandslangen
  • Reg. II-2/10,
  • Reg. X/3.
  • Reg. II-2/10,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7.
  • EN 14540 (2004) met inbegrip van A.1 (2007).
B + D
B + E
B + F
A.1/3.30Draagbare zuurstofmeet- en gasdetectieapparatuur
  • Reg. II-2/4,
  • Reg. VI/3.
  • Reg. II-2/4,
  • Reg. VI/3,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 15.
  • EN 60945 (2002) met inbegrip van IEC 60945 corrigendum 1 (2008).
  • IEC 60092-504 (2001),
  • IEC 60533 (1999),

en, indien van toepassing:

  1. Categorie 1: (veilig gebied):
    • EN 50104 (2002) met inbegrip van A.1 (2004) Zuurstof:
    • EN 60079-29-1 (2007).

  2. Categorie 2: (gasontploffingsgevaar)
    • EN 50104 (2002) met inbegrip van A.1 (2004) Zuurstof:
    • EN 60079-29-1 (2007),
    • IEC 60079-0 (2007),
    • IEC 60079-1 (2007) met inbegrip van IEC 60079-1 corrigendum 1 (2008).
    • IEC 60079-10-1 (2008),
    • IEC 60079-11 (2006),
    • IEC 60079-15 (2010),
    • IEC 60079-26 (2006).
B + D
B + E
B + F
A.1/3.31Straalpijpen voor vaste sprinklersystemen, voor hogesnelheidsvaartuigen (HSC)Geschrapt omdat dit onder A.1/3.9 en A.1/3.28 valt
A.1/3.32Vuurbestendige materialen (met uitzondering van meubilair) voor hogesnelheidsvaartuigen
  • Reg. X/3.
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7.
  • IMO Res. MSC.61(67)- (FTP Code) bijlage 1, deel 10.
B + D
B + E
B + F
A.1/3.33Vuurbestendige materialen voor meubilair voor hogesnelheidsvaartuigen
  • Reg. X/3.
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7,
  • IMO MSC/Circ.1102.
  • IMO Res. MSC.61(67)- (FTP Code) bijlage 1: deel 1, deel 8 en deel 10
B + D
B + E
B + F
A.1/3.34Vuurbestendige afscheidingen voor hogesnelheidsvaartuigen
  • Reg. X/3.
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7.
  • IMO Res. MSC.61(67)- (FTP Code) bijlage 1, deel 11.
B + D
B + E
B + F
A.1/3.35Branddeuren op hogesnelheidsvaartuigen
  • Reg. X/3.
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7.
  • IMO Res. MSC.61(67)- (FTP Code) bijlage 1, deel 11.
B + D
B + E
B + F
A.1/3.36Brandkleppen op hogesnelheidsvaartuigen
  • Reg. X/3.
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7,
  • IMO MSC/Circ.1102.
  • IMO Res. MSC.61(67)- (FTP Code) bijlage 1, deel 11.
B + D
B + E
B + F
A.1/3.37

Doorvoeren door vuurbestendige afscheidingen op hogesnelheidsvaartuigen

  1. elektriciteitskabels
  2. buizen, leidingen, hoofdleidingen, enz.
  • Reg. X/3.
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7.
  • IMO Res. MSC.61(67)- (FTP Code) bijlage 1, deel 11.
B + D
B + E
B + F
A.1/3.38Draagbare brandblusapparaten voor reddingsboten en hulpverleningsboten
  • Reg. III/4,
  • Reg. X/3,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 4.
  • Reg. III/34,
  • IMO Res. A.951(23),
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 8,
  • IMO Res. MSC.48(66)-(LSA Code) I, IV, V,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 8.
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 4,
  • IMO MSC.1/Circ.1313.
  • EN 3-7 (2004) met inbegrip van A1 (2007),
  • EN 3-8 (2006) met inbegrip van AC (2007),
  • EN 3-9 (2006) met inbegrip van AC (2007),
  • EN 3-10 (2009).
B + D
B + E
B + F
A.1/3.39Straalpijpen voor equivalente brandblusinstallaties met waternevel als blusmiddel voor machinekamers en ladingpompkamers
  • Reg. II-2/10,
  • Reg. X/3.
  • Reg. II-2/10,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 7,
  • IMO MSC.1/Circ.1313.
  • IMO MSC/Circ.1165.
B + D
B + E
B + F
A.1/3.40In de vloer aangebrachte verlichtingssystemen (uitsluitend onderdelen)
  • Reg. II-2/13,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 11.
  • Reg. II-2/13,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 11.
  • IMO Res. A.752(18).


    of

  • ISO 15370 (2010).
B + D
B + E
B + F
A.1/3.41Ademhalingstoestellen voor noodevacuatie (EEBD).
  • Reg. II-2/13.
  • Reg. II-2/13,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 3,
  • IMO MSC/Circ.849.
  • ISO 23269-1 (2008) en als alternatief:
    Voor een onafhankelijk werkend ademhalingstoestel met perslucht met volgelaatsmasker of mondstuk voor evacuatie:

  • EN 402(2003).
    Voor een onafhankelijk werkend ademhalingstoestel met perslucht met een kap voor evacuatie:

  • EN 1146(2005).
    Voor onafhankelijk werkende gesloten ademhalingstoestellen met perslucht

  • EN 13794(2002).
B + D
B + E
B + F
A.1/3.42Onderdelen voor systemen met inert gas als blusmiddel
  • Reg. II-2/4.
  • Reg. II-2/4,
  • IMO Res. A.567(14),
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 15,
  • IMO MSC/Circ.353,
  • IMO MSC/Circ.387,
  • IMO MSC/Circ.485,
  • IMO MSC/Circ.450 Rev.1,
  • IMO MSC/Circ.731,
  • IMO MSC/Circ.1120.
  • IMO MSC/Circ.353.
B + D
B + E
B + F
G
A.1/3.43Straalpijpen voor brandblusinstallaties (automatisch of manueel bediend) voor frituurtoestellen
  • Reg. II-2/1,
  • Reg. II-2/10,
  • Reg. X/3.
  • Reg. II-2/1,
  • Reg. II-2/10,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7.
  • ISO 15371 (2009).
B + D
B + E
B + F
A.1/3.44Brandweeruitrusting — Reddingslijn
  • Reg. II-2/10,
  • Reg. X/3,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 3.
  • Reg. II-2/10,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 3.
  • IMO Res. MSC.61(67)- (FTP Code) bijlage 1, deel 1,
  • IMO Res. MSC.98(73)- (FSS Code) 3.
B + D
B + E
B + F
A.1/3.45Onderdelen voor equivalente vast aangebrachte brandblusinstallaties met gas als blusmiddel (blusmiddel, kleppen en straalpijpen) voor machinekamers en ladingpompkamers
  • Reg. II-2/10,
  • Reg. X/3,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 5.
  • Reg. II-2/10,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 5,
  • IMO MSC/Circ.848,
  • IMO MSC.1/Circ.1313,
  • IMO MSC.1/Circ.1316,
  • IMO MSC.1/Circ.1317.
  • IMO MSC/Circ.848,
  • IMO MSC.1/Circ.1317.
B + D
B + E
B + F
A.1/3.46Equivalente vast aangebrachte brandblusinstallaties met gas als blusmiddel voor machinekamers (aerosolsystemen)
  • Reg. II-2/10,
  • Reg. X/3,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 5.
  • Reg. II-2/10,
  • Reg. X/3,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 5.
  • IMO MSC.1/Circ.1270.
B + D
B + E
B + F
A.1/3.47

Concentraat voor vast aangebrachte schuimblusinstallaties met hoge expansie voor machinekamers en ladingpompkamers

Noot: vast aangebrachte schuimblusinstallaties met hoge expansie (inclusief „inside air”-systemen) voor machinekamers en ladingpompkamers dienen nog steeds tot tevredenheid van de administratie te worden getest met het goedgekeurde concentraat.

  • Reg. II-2/10.
  • Reg. II-2/10,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 6.
  • IMO MSC/Circ.670.
B + D
B + E
B + F
A.1/3.48

Vast aangebrachte brandblusinstallaties met water als blusmiddel voor lokale toepassing in machinekamers van categorie A

(Tests van straalpijpen en prestatie)

  • Reg. II-2/10,
  • Reg. X/3.
  • Reg. II-2/10,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7.
  • IMO MSC/Circ.913,
  • IMO MSC.1/Circ.1276.
B + D
B + E
B + F

A.1/3.49

Zie noot b) van deze bijlage A.1

Straalpijpen voor vast aangebrachte watergebaseerde vuurbestrijdingssystemen voor ro-ro-ruimten en ruimten van speciale categorieën die gelijkwaardig zijn aan die waarnaar wordt verwezen in resolutie A.123(V)
  • Reg. II-2/19,
  • Reg. II-2/20,
  • Reg. X/3,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 7.
  • Reg. II-2/19,
  • Reg. II-2/20,
  • IMO Res. A.123(V),
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 7.
  • IMO MSC.1/Circ.1272.
B + D
B + E
B + F
A.1/3.50Beschermende kleding die bestand is tegen de inwerking van chemische stoffenVerplaatst naar A.2/3.9
A.1/3.51Onderdelen voor vast aangebrachte branddetectie- en brandalarm-installaties in controlestations, dienstruimten, verblijfsruimten, cabinebalkons, bemande en onbemande machinekamers
  • Reg. II-2/7,
  • Reg. X/3,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 9.
  • Reg. II-2/7,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 9,
  • IMO MSC.1/Circ.1242,
  • IMO MSC.1/Circ.1313.

Brandmeldcentrales. Elektrische installaties in schepen:

  • EN 54-2 (1997) met inbegrip van AC(1999) en A1(2006).

Energievoorziening:

  • EN 54-4 (1997) met inbegrip van AC(1999), A1(2002) en A2(2006).

Thermische melders – Puntmelders:

  • EN 54-5 (2000) met inbegrip van A1 (2002).

Rookmelders – Puntmelders werkend volgens het strooilicht-, verduisterings- of ionisatieprincipe:

  • EN 54-7 (2000) met inbegrip van A1(2002) en A2(2006).

Vlamdetectoren — Puntmelders:

  • EN 54-10 (2002) met inbegrip van A1 (2005).

Handbrandmelders:

  • EN 54-11 (2001) met inbegrip van A1 (2005).

En, in voorkomend geval, elektrische en elektronische installaties in schepen:

  • IEC 60092-504 (2001),
  • IEC 60533 (1999).
B + D
B + E
B + F
A.1/3.52Niet-draagbare en draagbare brandblussers
  • Reg. II-2/10,
  • Reg. X/3.
  • Reg. II-2/4,
  • Reg. II-2/10,
  • Reg. X/3,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7.
  • EN 1866-1 (2007).

    of

  • ISO 11601 (2008).
B + D
B + E
B + F
A.1/3.53Brandalarmerings- apparatuur — Akoestische signaalgevers
  • Reg. II-2/7,
  • Reg. X/3,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 9.
  • Reg. II-2/7,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 9,
  • IMO MSC.1/Circ.1313.

Akoestische signaalgevers

  • EN 54-3 (2001) met inbegrip van A1(2002) en A2(2006),
  • IEC 60092-504 (2001),
  • IEC 60533 (1999).
B + D
B + E
B + F
A.1/3.54Vaste zuurstofmeet- en gasdetectieapparatuur
  • Reg. II-2/4,
  • Reg. VI/3.
  • Reg. II-2/4,
  • Reg. VI/3,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 15.
  • EN 60945 (2002) met inbegrip van IEC 60945 corrigendum 1 (2008) of IEC 60945 (2002) met inbegrip van IEC 60945 corrigendum 1 (2008),
  • IEC 60092-504 (2001),
  • IEC 60533 (1999),

en, indien van toepassing:

  1. Categorie 4: (veilig gebied)
    • EN 50104 (2002) met inbegrip van A.1 2004 Zuurstof.

  2. Categorie 3: (gasontploffingsgevaar)
    • EN 50104 (2002) met inbegrip van A.1 2004 Zuurstof:
    • EN 60079-29-1 (2007).
B + D
B + E
B + F

A.1/3.55

Zie noot b) van deze bijlage A.1

Straalpijpen waarmee kan worden gesproeid of gespoten (spray/jet)
  • Reg. II-2/10,
  • Reg. X/3.
  • Reg. II-2/10,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7.

Niet vast opgestelde straalpijpen voor brandweergebruik combinatie straalpijpen PN16:

  • EN 15182-1 (2007) met inbegrip van A1 (2009),
  • 7-EN 15182-2 (200/7) met inbegrip van A1 (2009).

Niet vast opgestelde straalpijpen voor brandweergebruik straalpijpen PN 16 met volstraal en/of één vast ingestelde straalhoek

  • EN 15182-1 (2007) met inbegrip van A1 (2009),
  • EN 15182-3 (200/7) met inbegrip van A1 (2009).
B + D
B + E
B + F

A.1/3.56

Zie noot b) van deze bijlage A.1

Brandslangen (op haspel)
  • Reg. II-2/10,
  • Reg. X/3.
  • Reg. II-2/10,
  • IMO Res. MSC.36(63)-(1994 HSC Code) 7,
  • IMO Res. MSC.97(73)-(2000 HSC Code) 7.
  • EN 671-1 (2001) met inbegrip van AC (2002).
B + D
B + E
B + F

A.1/3.57

Zie noot b) van deze bijlage A.1

schuimblusinstallaties met gemiddelde expansie — Vast dekschuimsysteem op tankschepen
  • Reg. II-2/10.
  • Reg. II-2/10.8.1,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 14,
  • IMO MSC.1/Circ.1239,
  • IMO MSC.1/Circ.1276.
  • IMO MSC/Circ.798.
B + D
B + E
B + F

A.1/3.58

Zie noot b) van deze bijlage A.1

Onderdelen voor vast aangebrachte schuimblusinstallaties met lage expansie voor machinekamers en voor dekbeveiliging op tankschepen.
  • Reg. II-2/10.
  • Reg. II-2/10,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 6, 14,
  • IMO MSC.1/Circ.1239,
  • IMO MSC.1/Circ.1276,
  • IMO MSC.1/Circ.1313.
  • IMO MSC.1/Circ.1312.
B + D
B + E
B + F

A.1/3.59

Zie noot b) van deze bijlage A.1

Geëxpandeerd schuim voor vast aangebrachte brandblusinstallaties op chemicaliëntankers
  • Reg. II-2/1,
  • IMO Res. MSC.4(48)-(IBC Code).
  • IMO Res. MSC.4(48)-(IBC Code),
  • IMO MSC/Circ.553.
  • IMO MSC.1/Circ.1312.
B + D
B + E
B + F

A.1/3.60

Zie noot b) van deze bijlage A.1

Straalpijpen voor vast aangebrachte sproei- installaties voor water onder druk voor cabinebalkons
  • Reg. II-2/10.
  • Reg. II-2/10,
  • IMO Res. MSC.98(73)-(FSS Code) 7,
  • IMO MSC.1/Circ.1313.
  • IMO MSC.1/Circ.1268.
B + D
B + E
B + F

A.1/3.61

Zie noot b) van deze bijlage A.1

„Inside air”- schuiminstallaties met hoge expansie voor de bescherming van machinekamers en ladingpompkamers

Noot: „Inside air”- schuimblusinstallaties met hoge expansie voor de bescherming van machinekamers en ladingpompkamers dienen nog steeds tot tevredenheid van de administratie te worden getest met het goedgekeurde concentraat.

  • Reg. II-2/10.
  • Reg. II-2/10.
  • IMO MSC.1/Circ.1271.
B + D
B + E
B + F

A.1/3.62

Ex. A.2/3.32

Blusinstallaties op basis van droog chemisch poeder
  • Reg. II-2/1.
  • Reg. II-2/1,
  • Internationale code voor de bouw en uitrusting van schepen die vloeibaar gas in bulk vervoeren: hoofdstuk 11.
  • IMO MSC.1/Circ.1315.
B + D
B + E
B + F

4 Navigatieapparatuur

Bijlage A.l: Uitrusting waarvoor reeds gedetailleerde beproevingsnormen bestaan in internationale instrumenten1*)

Naast de specifiek vermelde internationale beproevingsnormen staat een aantal bepalingen waaraan de hand gehouden dient te worden bi]gehouden bij het typeonderzoektype-onderzoek (typegoedkeuring) als vermeld in de overeenstemmingsbeoordelingsmodules van bijlage B in de toepasselijke voorschriften van de relevante overeenkomsten internationale verdragen en in de desbetreffende resoluties en circulaires van de IMO.

4. Navigatieapparatuur

4. Navigatieapparatuur

Nummer

Benaming

Voorschrift SOLAS 74 als, zoals gewijzigd indien, waar "typegoedkeuring" iswordt voorgeschreven

Toepasselijk voorschriftToepasselijke voorschriften van SOLAS -74 als, zoals gewijzigd, en de relevante resoluties en circulaires van de IMO1

Internationale beproevings-
beproevingsnormen normen2

Overeenstemmingsbeoordelingsmodules

B + C

B + D

B + E

B + F

G

H

35

A.1/4.1

Magnetisch kompas

Magnetisch kompas
Voorschrift V/12 (r),
Voorschrift X/3
Voorschrift V/12 (b)IMO Res. Voorschrift V/12 (b),
Voorschrift X/3
IMO-resolutie A .382 (X) ,
IMO Res.-resolutie A .694 (17)
IEC 945
ISO 449, 2269, 10316
EN 61162-1, EN 60945,
ISO 449, ISO 613, ISO
694, ISO 1069, ISO
2269, ISO 10316

x

x

x

x

A.1/4.2Elektromagnetisch
kompas
Voorschrift V/12 (r),
Voorschrift X/3
Voorschrift V/12 (b),
Voorschrift X/3,
IMO-resolutie A.694 (17),
IMO-resolutie A.813 (19)
EN 61162-1, EN 60945
ISO 11606, IEC 60945

x

x

x

x

36

A.1/4.3

Gyrokompas

Gyrokompas
Voorschrift V/12 (r)Voorschrift V/12 (d)Voorschrift V/12 (d),
IMO Res-resolutie A. 424 (XI),
IMO-resolutie A .694 (17) ,
IMO Res.-resolutie A 424.813 (XI19)
IEC 945
ISO 8728
EN 61162-1, EN 60945,
EN 8728;
IEC 61162-1, IEC
60945, ISO 8728

x

x

x

x

37

A.1/4.4

Radarapparatuur

Radarapparatuur
Voorschrift V/12 (r)Voorschrift V/12 (g)
Voorschrift V/12 (h),
IMO-resolutie A.477 (XII)
IMO-resolutie A.694 (17),
IMO-resolutie A.813 (19),
IMO-resolutie MSC 64(67) Bijlage 4
IMO Res. A 477EN 60936, EN 60945,
(XII) EN 61162-1;
IMO Res. A 694 (17)IEC 60936, IEC 60945,
IEC 936 & 94561162-1

x

x

x

x

38

A.1/4.5

Automatische radarplotapparatuur (ARPA)

Automatische
radarplotapparatuur
(ARPA)
Voorschrift V/12 (r)Voorschrift V/12 (j)IMO Res. Voorschrift V/12 (j),
IMO-resolutie A .422 (XI) ,
IMO Res.-resolutie A .694 (17),
IEC 945 &IMO-resolutie A.813 (19),
872IMO-resolutie A.823 (19)
EN 60872, EN 60945,
EN 61162-1;
IEC 60872, IEC 60945,
IEC 61162-1

x

x

x

x

39

A.1/4.6

Echolood

Echolood
Voorschrift V/12 (r),
Voorschrift X/3
Voorschrift V/12 (k)IMO Res. Voorschrift V/12 (k),
Voorschrift X/3,
IMO-resolutie A .224 (VII),
IMO Res.-resolutie A .694 (17),
ISO 9875IMO-resolutie A.813 (19),
IEC 945IMO-resolutie MSC 74(69) Bijlage 4
EN 9875, EN 61162-1,
EN 60945;
ISO 9875, IEC 61162-1,
IEC 60945

x

x

x

x

40

A.1/4.7

Instrument voor het aangeven van vaart en verheid

Instrument voor het aangeven van vaart en verheid
Voorschrift V/12 (r),
Voorschrift X/3
Voorschrift V/12 (I)IMO Res. Voorschrift V/12 (1),
Voorschrift X/3,
IMO-resolutie A .478 (XII),
IMO Res.-resolutie A .694 (17),
IEC 945 &IMO-resolutie A.813 (19),
1023IMO-resolutie A.824 (19)
EN 61023, EN 61162-1,
EN 60945;
IEC 61023, IEC
61162-1, IEC 60945

x

x

x

x

A.1/4.8Roerstand, rpm, spoedindicatorVoorschrift V/12 (r)Voorschrift V/12 (m),
IMO-resolutie A.694 (17),
IMO-resolutie A.813 (19)
EN 60945;
IEC 60945

x

x

x

x

41

A.1/4.9

Bochtaanwijzer

Bochtaanwijzer
Voorschrift V/12 (r),
Voorschrift X/3
Voorschrift V/12 (n)IMO Res. Voorschrift V/12 (n),
Voorschrift X/3,
IMO-resolutie A .526 (13) ,
IMO Res.-resolutie A .694 (17),
IEC 945IMO-resolutie A.813 (19)
EN 61162-1, EN 60945;
IEC 61162-1, IEC
60945

x

x

x

x

42

A.1/4.10

Radiorichtingzoeker

Radiorichtingzoeker
Voorschrift V/12 (r),
Voorschrift X/3
Voorschrift V/12 (p)Voorschrift V/12 (p),
Voorschrift X/3,
IMO Res-resolutie A. 529 (13),
IMO-resolutie A .665 (16) ,
IMO Res.-resolutie A .694 (17),
IMO-resolutie A.813 (19)
EN 60945;
IEC 60945

x

x

x

x

A.1/4.11Loran C-apparatuurVoorschrift V/12 (r),
Voorschrift X/3
Voorschrift V/12 (p),
Voorschrift X/3,
IMO-resolutie A.529 (13),
IMO-resolutie A.694 (17),
IMO-resolutie A.813 (19),
IMO-resolutie A.818 (19)
EN 61075, EN 61162-1,
EN 60945;
IEC 61075, IEC
61162-1, IEC 60945

x

x

x

x

43

A.1/4.12

Omega-apparatuur

Chayka-apparatuur
Voorschrift V/12 (r),
Voorschrift X/3
Voorschrift V/12 (p)IMO Res. AVoorschrift V/12 (p),
479 (XII) Voorschrift X/3,
IMO Res-resolutie A. 529 (13),
IMO-resolutie A .694 (17),
IEC 945 &IMO-resolutie A.813 (19),
1010IMO-resolutie A.818 (19)
EN 61075, EN 61162-1,
EN 60945;
IEC 61075, IEC
61162-1, IEC 60945

x

x

x

x

44

Loran-C-apparatuur

Voorschrift V/12 (r)Voorschrift V/12 (p)IMO Res. A 694 (17)
lEe 945 & 1075

x

x

x

x

45

A.1/4.13

Decca-navigatieapparatuur

Decca-navigatieapparatuur
Voorschrift V/12 (r),
Voorschrift X/3
Voorschrift V/12 (p),
Voorschrift X/3,
IMO-resolutie A.529 (13),
IMO-resolutie A.694 (17),
IMO-resolutie A.813 (19),
IMO-resolutie A.816 (19)
IMO Res. A 694EN 61135, EN 61162-1,
(17)EN 60945;
IEC 61135, IEC
lEC 945 & 113561162-1, IEC 60945

x

x

x

x

46

A.1/4.14

GPS-apparatuur

GPS-apparatuur
Voorschrift V/12 (r),
Voorschrift X/3
Voorschrift V/12 (p)Voorschrift V/12 (p),
Voorschrift X/3,
IMO Res-resolutie A. 529 (13),
IMO-resolutie A .694 (17),
IMO-resolutie A.813 (19),
lEC 945IMO-resolutie A
Ontwerp lEC 1108-1.819 (19)
EN 61108-1, EN
61162-1, EN 60945;
IEC 61108-1, IEC
61162-1, IEC 60945

x

x

x

x

A.1/4.15Glonass-apparatuurVoorschrift V/12 (r),
Voorschrift X/3
Voorschrift V/12 (p),
Voorschrift X/3,
IMO-resolutie A.529 (13),
IMO-resolutie A.694 (17),
IMO-resolutie A.813 (19),
IMO-resolutie A.819 (19)
IMO-resolutie MSC.53(66)
EN 61108-2, EN
61162-1, EN 60945;
IEC 61108-2, IEC
61162-1, IEC 60945

x

x

x

x

A.1/4.16KoersautomaatVoorschrift V/19Voorschrift V/19,
IMO-resolutie A.342(IX), zoals gewijzigd bij
IMO-resolutie MSC 64(67) bijlage 3,
IMO-resolutie A.694 (17),
IMO-resolutie A.813 (19)
ISO/TR 11674, EN
61162-1, EN 60945;
ISO/TR 11674, IEC
61162-1, IEC 60945

x

x

x

x

A.1/4.17LoodsstoeltjeVoorschrift V/17 (b)Voorschrift V/17 (b),
IMO-resolutie A.426(XI)
IMO
MSC/Circ.568/Rev.1
IMO-resolutie
A.667(16), ISO 799

x

x

x

x


* Een kruisje onder H, zesde kolom betekent: module H plus certificaat van ontwerponderzoek.
1 De genoemde ITU-aanbevelingen zijn de in de internationale verdragen en in de relevante resoluties en circulaires van de IMO vermelde aanbevelingen.
2 Bij vermelding van IMO-resoluties zijn alleen de beproevingsnormen in de relevante delen van de bijlagen bij de resoluties van toepassing doch niet de bepalingen van de resoluties zelf.

1 Bij vermelding van module H in kolom 6 wordt module H + certificaat van ontwerponderzoek bedoeld.

4 Navigatieapparatuur

Bijlage A.lA.1: Uitrusting waarvoor reeds gedetailleerde beproevingsnormen bestaan in internationale instrumenten*

Op de hele bijlage A.1 van toepassing zijnde noten

Naast

Algemeen:

Naast de specifiek vermelde internationale beproevingsnormen staat een aantal bepalingen waaraan de hand gehouden dient te worden bij het typeonderzoek als vermeld in de overeenstemmingsbeoordelingsmodules van
bijlage B in de toepasselijke voorschriften van de internationale verdragen en de desbetreffende resoluties en circulaires van de IMO.

Kolom 5:

Wanneer er IMO-resoluties worden genoemd zijn alleen de beproevingsnormen in de desbetreffende delen van de bijlagen bij de resoluties van toepassing en niet de bepalingen van de resoluties zelf.

Kolom 5:

Ten behoeve van een correcte verwijzing naar de relevante normen moet op de beproevingsverslagen en het passende typegoedkeuringscertificaat worden aangegeven welke norm en welke versie daarvan, zoals aangegeven
in de kolom, werd toegepast.

Kolom 5:

Wanneer twee groepen beproevingsnormen worden aangegeven (gescheiden door een ";"), voldoet elk van deze groepen aan alle beproevingseisen waarmee overeenstemming met de IMO-prestatienormen kan worden aangetoond.
Het volstaat bijgevolg één uitrusting aan de hand van een van de groepen te testen om aan te tonen dat aan de eisen van de desbetreffende internationale instrumenten is voldaan.

Kolom 6:

Een kruisje onder H betekent module H plus certificaat van ontwerp-onderzoek.


de specifiek vermelde internationale beproevingsnormen staat een aantal bepalingen waaraan de hand dient te worden gehouden bij het type-onderzoek (typegoedkeuring) als vermeld in de overeenstemmingsbeoordelingsmodules van bijlage B in de toepasselijke voorschriften van de internationale verdragen en in de desbetreffende resoluties en circulaires van de IMO.

4. Navigatieapparatuur

Noten voor bijlage A.1, deel 4, Navigatieapparatuur

Kolom 4: De genoemde ITU-aanbevelingen zijn degenen die vermeld staan in de internationale verdragen en de desbetreffende resoluties en circulaires van de IMO.
Kolom 5:Wanneer wordt verwezen naar EN/IEC 61162, moet worden nagegaan dat de betreffende productbeproevingsnorm het toepasselijke deel van EN/IEC 61162 inhoudt.

4. Navigatieapparatuur

Nummer

Benaming

Voorschrift SOLAS 74, zoals gewijzigd, waar indien "typegoedkeuring" wordtis voorgeschreven

Toepasselijke voorschriften van SOLAS-74, zoals gewijzigd, en de relevantedesbetreffende resoluties en circulaires van de IMO1

beproevings-
normen2

Overeenstemmingsbeoordelingsmodules

B + C

B + D

B + E

B + F

G

H

1

2

3

4

5

6

A.1/4.1Magnetisch kompasVoorschrift V/12 (r),
Voorschrift X/3
Voorschrift V/12 (b),
Voorschrift X/3
IMO-resolutie Resolutie
A.382 (X),
IMO-resolutieResolutie A.694 (17)
EN 61162-1ISO 449 (1997), ISO 694 (2000),
ISO 1069 (1973), ISO 2269 (1992),
EN 60945, (1997);
ISO 449 (1997), ISO 613694 (2000),
ISOISO 1069
694 (1973), ISO 1069, ISO2269 (1992),
2269, ISO 10316IEC 60945 (1996)

x

x

x

x

A.1/4.2ElektromagnetischZendend magnetisch koersinstrument
(voorheen elektromagnetisch
kompas)
Voorschrift V/12 (r),
Voorschrift X/3
Voorschrift V/12 (b), IMO-Resolutie
Voorschrift X/3MSC.86 (70),
bijlage 2, IMO-resolutie Resolutie
AMSC.69436 (1763) 13.2 (HSC-code
1994),
IMO-resolutieResolutie A.813694 (1917)
EN 61162-1ISO 11606 (2000), EN 60945
(1997), EN 61162;
ISO 11606 (2000), IEC 60945
(1996), IEC 61162

x

x

x

x

x

A.1/4.3GyrokompasVoorschrift V/12 (r)Voorschrift V/12 (d),
IMO-resolutie Resolutie
A.424 (XI),
IMO-resolutieResolutie A.694 (17),
IMO-resolutie A.813 (19)
EN 61162-1ISO 8728 (1997), EN 60945
(1997),
EN 872861162;
IEC 61162-1ISO 8728 (1997), IEC
60945 (1996),
ISO 8728IEC 61162

x

x

x

x

x

A.1/4.4RadarapparatuurVoorschrift V/12 (r)Voorschrift V/12 (g)
Voorschrift, V/12 (h),
IMOResolutie A.278 (VIII), IMO-resolutieResolutie A.477 (XII)
, zoals gewijzigd bij IMO-resolutieResolutie MSC.64 (67), bijlage 4, IMO-Resolutie A.694 (17),
IMO ITU-resolutie AR M.813628-3 (1911/93),
IMO ITU-resolutieR
MSC 64M.1177- (6710/97) Bijlage 4
EN 60936-1 (2000), EN 60945
(1997),
EN 61162-1;
IEC 60936-1 (2000), IEC 60945
(1996),
IEC 61162-1

x

x

x

x

x

A.1/4.5Automatische
radarplotapparatuur
(ARPA)
Voorschrift V/12 (r)Voorschrift V/12 (j),
IMO-resolutie A.422 (XI),
IMO-resolutie A.694 (17),Resolutie
IMO-resolutie A.813823 (19),
IMO-resolutieResolutie A.823 694
(1917)
EN 60872-1 (1998), EN 60945,
EN 61162-1;
IEC 60872-1 (1998), IEC 60945,
IEC 61162-1

x

x

x

x

x

A.1/4.6EcholoodEcholoodapparatuurVoorschrift V/12 (r),
Voorschrift X/3
Voorschrift V/12 (k), IMO-Resolutie
Voorschrift X/3MSC.36 (63) 13.4 (HSC-code 1994),
IMO-resolutieResolutie A.224 (VII), zoals
gewijzigd bij IMO-resolutie AResolutie MSC.694 74
(1769),
bijlage 4, IMO-resolutieResolutie A.813 (19),694
IMO-resolutie MSC 74(6917) Bijlage 4
EN ISO 9875 (1997), EN 6116260945
-1(1997),
EN 6094561162;
ISO 9875 (2000), IEC 61162-160945 (1996),
IEC 6094561162

x

x

x

x

x

A.1/4.7Instrument voor het aangeven van vaartSnelheids- en verheidafstandsmeetapparatuur
(SDME)
Voorschrift V/12 (r),
Voorschrift X/3
Voorschrift V/12 (1l),
Voorschrift X/3,
IMO-resolutie Resolutie
A.478824 (XII19),
IMO-resolutie AResolutie MSC.694 (17),36
IMO-resolutie A.813(63) 13.3 (19HSC-code 1994),
IMO-resolutie Resolutie
A.824694 (1917)
EN 61023 (1999), EN 61162-1,
EN 60945;
IEC 61023, IEC
61162-1(1999), IEC 6094561162

x

x

x

x

x

A.1/4.8Roerstand, rpm, spoedindicatorVoorschrift V/12 (r)Voorschrift V/12 (m),In drieën gesplitst
IMO-resolutie A.694 (17), Zie
IMO-resolutie A.813 (19)1/4.20/21/22
EN 60945;
IEC 60945

x

x

x

x

A.1/4.9BochtaanwijzerVoorschrift V/12 (r),
Voorschrift X/3
Voorschrift V/12 (n), IMO-Resolutie
Voorschrift X/3MSC.36 (63) 13.7.1 (HSC-code
1994),
IMO-resolutieResolutie A.526 (13),
IMO-resolutieResolutie A.694 (17),
IMO-resolutie A.813 (19)
EN 61162-1IMO-Resolutie A.526 (13), EN 60945
(1997), EN 61162;
IEC 61162-1IMO-Resolutie A.526 (13), IEC
60945 (1996), IEC 61162

x

x

x

x

x

A.1/4.10RadiorichtingzoekerVoorschrift V/12 (r),Geschrapt
Voorschrift X/3
Voorschrift V/12 (p),
Voorschrift X/3,
IMO-resolutie A.529 (13),
IMO-resolutie A.665 (16),
IMO-resolutie A.694 (17),
IMO-resolutie A.813 (19)
EN 60945;
IEC 60945

x

x

x

x

A.1/4.11Loran -C-apparatuurVoorschrift V/12 (r),
Voorschrift
X/3
Voorschrift V/12 (p),
Voorschrift X/3,
IMO-resolutie Resolutie
AMSC.52936 (1363) 13.6 (HSC-code 1994),
IMO-resolutieResolutie A.694 (17),
IMO-resolutie A.813 (19),
IMO-resolutie Resolutie
A.818 (19)
EN 61075 (1993), EN 61162-160945 (1997),
EN 6094561162;
IEC 61075 (1991), IEC 60945
61162-1(1996), IEC 6094561162

x

x

x

x

A.1/4.12Chayka-apparatuurVoorschrift V/12 (r),
Voorschrift
X/3
Voorschrift V/12 (p),
Voorschrift X/3,
IMO-resolutie Resolutie
AMSC.52936 (1363),
IMO-resolutie A.694 13.6 (17HSC-code 1994),
IMO-resolutieResolutie A.813818 (19),
IMO-resolutie Resolutie
A.818694 (1917)
EN 61075 (1993), EN 61162-160945 (1997),
EN 6094561162;
IEC 61075 (1991), IEC 60945
61162-1(1996), IEC 6094561162

x

x

x

x

A.1/4.13Decca- navigatieapparatuurVoorschrift V/12 (r),Geschrapt
Voorschrift X/3
Voorschrift V/12 (p),
Voorschrift X/3,
IMO-resolutie A.529 (13),
IMO-resolutie A.694 (17),
IMO-resolutie A.813 (19),
IMO-resolutie A.816 (19)
EN 61135, EN 61162-1,
EN 60945;
IEC 61135, IEC
61162-1, IEC 60945

x

x

x

x

A.1/4.14GPS-apparatuurVoorschrift V/12 (r),
Voorschrift
X/3
Voorschrift V/12 (p),
Voorschrift X/3,
IMO-resolutie Resolutie
AMSC.52936 (1363),
IMO-resolutie A.694 13.6 (17HSC-code 1994),
IMO-resolutieResolutie A.813819 (19),
IMO-resolutie Resolutie
A.819694 (1917)
EN 61108-1, EN
61162-1(1996), EN 6094561162;
IEC 61108-1, IEC
61162-1(1994), IEC 6094561162

x

x

x

x

A.1/4.15GlonassGLONASS-apparatuurVoorschrift V/12 (r),
Voorschrift
X/3
Voorschrift V/12 (p),
Voorschrift X/3,
IMO-resolutie Resolutie
AMSC.52936 (1363),
IMO-resolutie A.694 13.6 (17HSC-code 1994),
IMO-resolutie AResolutie MSC.81353 (1966),
IMO-resolutie Resolutie
A.819694 (1917)
IMO-resolutie MSC.53(66)
EN 61108-2, EN
61162-1(1998), EN 6094561162;
IEC 61108-2 (1998), IEC 60945
61162-1(1996), IEC 6094561162

x

x

x

x

A.1/4.16Koersautomaat - Heading
Control System HCS (in
Engels voorheen auto-pilot)
Voorschrift V/1918.7Voorschrift V/1919.2.8.2,
IMO-resolutie Resolutie
A.342 (IX), zoals gewijzigd bij
IMO-resolutieResolutie MSC .64 (67), bijlage
3,
IMO-resolutieResolutie A.694 (17),
IMO-resolutie A.813 (19)
ISO/TR 11674, EN
61162-1(2000), EN 60945
(1997), EN 61162;
ISO/TR 11674, IEC
61162-1 60945 (1996), IEC
6094561162

x

x

x

x

A.1/4.17LoodsstoeltjeVoorschrift V/17 (b)Voorschrift V/17 (bf),
IMO-resolutie Resolutie
A.426889 (XI21)
, IMO
MSC/Circ.568/Rev.1 773
IMO-resolutie
A.667(16), ISO 799 (1986)

x

x

x

x

A.1/4.189 GHz SAR-transponder
(SART)
Voorschrift III/4, Voorschriften
IV/14, X/3
Voorschrift III/6.2.2, Voorschrift
IV/7.1.3, IMO-Resolutie MSC.36 (63)
8.2.1.2 (HSC-code 1994), IMO-Resolutie
A.530 (13), IMO-Resolutie
A.802 (19), IMO-Resolutie A.694
(17), ITU-R M.628-3 (11/93)
EN 61097-1 (1993), EN 60945
(1997);
IEC 61097-1 (1992), IEC 60945
(1996)

x

x

x

A.1/4.19Radarapparatuur voor hogesnelheidsvaartuigen
"nieuwe apparatuur"
Voorschrift X/3IMO-Resolutie MSC.36 (63) 13.5
(HSC-code 1994), IMO-Resolutie A.278 (8), IMO-Resolutie A.820 (19),
IMO-Resolutie A.694 (17), ITU-R
M.628-3 (11/93), ITU-R M.1177-1
(10/97)
EN 60936-2 (1999), EN 61162;
IEC 60936-2 (1998), IEC 61162

x

x

x

A.1/4.20
Ex A.1/4.8
RoerstandindicatorVoorschrift V/12 (r), Voorschrift X/3Voorschrift V/12 (m), IMO-Resolutie MSC.36 (63) 13.7.2 (HSC-code 1994)
IMO-Resolutie A.694 (17)
EN 60945 (1997);
IEC 60945 (1996)

x

x

x

x

A.1/4.21
Ex A.1/4.8
Rpm-indicatorVoorschrift V/12 (r)Voorschrift V/12 (m), IMO-Resolutie A.694 (17)EN 60945 (1997);
IEC 60945 (1996)

x

x

x

x

A.1/4.22
Ex A.1/4.8
SpoedindicatorVoorschrift V/12 (r)Voorschrift V/12 (m), IMO-Resolutie A.694 (17)EN 60945 (1997);
IEC 60945 (1996)

x

x

x

x

A.1/4.23
Ex A.1/1.34
Kompas voor reddingsboten
en hulpverleningsboten
Voorschrift III/4, Voorschrift X/3Voorschrift III/34, IMO-Resolutie MSC.36 (63) 8.1 (HSC-code 1994),
IMO-Resolutie MSC.48 (66) 4.4.8.5
ISO 613 (2000), ISO 10316 (1990)

x

x

x

A.1/4.24Automatische radarplotapparatuur
(ARPA) voor hogesnelheidsvaartuigen
"nieuwe apparatuur"
Voorschrift X/3IMO-Resolutie MSC.36 (63) 13.5.3
(HSC-code 1994), IMO-Resolutie A.823 (19), IMO-Resolutie A.694
(17)
EN 60872-1 (1998), EN 61162;
IEC 60872-1 (1998), IEC 61162

x

x

x

A.1/4.25Automatisch volgsysteem
(ATA)
"nieuwe apparatuur"
Voorschrift V/12 (r)Voorschrift V/12 (i), IMO-Resolutie MSC.64 (67), bijlage 4, appendix 1,
IMO-Resolutie A.694 (17)
EN 60872-2 (1999), EN 61162;
IEC 60872-2 (1999), IEC 61162

x

x

x

A.1/4.26Automatisch volgsysteem
(ATA) voor hogesnelheidsvaartuigen
"nieuwe apparatuur"
Voorschrift X/3IMO-Resolutie MSC.36 (63) 13.5.3
(HSC-code 1994), IMO-Resolutie MSC.64 (67), bijlage 4, appendix 1,
IMO-Resolutie A.694 (17)
EN 60872-2 (1999), EN 61162
IEC 60872-2 (1999), IEC 61162

x

x

x

A.1/4.27Elektronische Plotter (EPA)
"nieuwe apparatuur"
Voorschrift V/12 (r)Voorschrift V/12 (i), IMO-Resolutie MSC.64 (67), bijlage 4, appendix 2,
IMO-Resolutie A.694 (17)
EN 60872-3 (1999), EN 61162
IEC 60872-3 (1999), IEC 61162

x

x

x


* Een kruisje onder H, zesde kolom betekent: module H plus certificaat van ontwerponderzoek.
1 De genoemde ITU-aanbevelingen zijn de in de internationale verdragen en in de relevante resoluties en circulaires van de IMO vermelde aanbevelingen.
2 Bij vermelding van IMO-resoluties zijn alleen de beproevingsnormen in de relevante delen van de bijlagen bij de resoluties van toepassing doch niet de bepalingen van de resoluties zelf.

4 Navigatieapparatuur

Bijlage A.1: Uitrusting waarvoor reeds gedetailleerde beproevingsnormen bestaan in internationale instrumenten

Op de hele bijlage A.1 van toepassing zijnde noten

Algemeen:

Naast de specifiek vermelde internationale beproevingsnormen staat een aantal bepalingen waaraan de hand gehouden dient te worden bij het typeonderzoek als vermeld in de overeenstemmingsbeoordelingsmodules van
bijlage B in de toepasselijke voorschriften van de internationale verdragen en de desbetreffende resoluties en circulaires van de IMO.

Kolom 5:

Wanneer er IMO-resoluties worden genoemd zijn alleen de beproevingsnormen in de desbetreffende delen van de bijlagen bij de resoluties van toepassing en niet de bepalingen van de resoluties zelf.

Kolom 5:

Ten behoeve van een correcte verwijzing naar de relevante normen moet op de beproevingsverslagen en het passende typegoedkeuringscertificaat worden aangegeven welke norm en welke versie daarvan, zoals aangegeven
in de kolom, werd toegepast.

Kolom 5:

Wanneer twee groepen beproevingsnormen worden aangegeven (gescheiden door een ";"), voldoet elk van deze groepen aan alle beproevingseisen waarmee overeenstemming met de IMO-prestatienormen kan worden aangetoond.
Het volstaat bijgevolg één uitrusting aan de hand van een van de groepen te testen om aan te tonen dat aan de eisen van de desbetreffende internationale instrumenten is voldaan.

Kolom 6:

Een kruisje onder H betekent module H plus certificaat van ontwerp-onderzoek.


4. Navigatieapparatuur

Noten voor bijlage A.1, deel 4, Navigatieapparatuur

Kolom 4: De genoemde ITU-aanbevelingen zijn degenen die vermeld staan in de internationale verdragen en de desbetreffende resoluties en circulaires van de IMO.
Kolom 5:Wanneer wordt verwezen naar EN/IEC 61162, moet worden nagegaan dat de betreffende productbeproevingsnorm het toepasselijke deel van EN/IEC 61162 inhoudt.

Nummer

Benaming

Voorschrift SOLAS 74 zoals gewijzigd indien "typegoedkeuring" is voorgeschreven

Toepasselijke voorschriften van SOLAS-74, zoals gewijzigd, en de desbetreffende resoluties en circulaires van de IMO

beproevings-
normen

Overeenstemmingsbeoordelingsmodules

B + C

B + D

B + E

B + F

G

H

1

2

3

4

5

6

A.1/4.1Magnetisch kompasVoorschrift V/12 (r)Voorschrift V/12 (b), IMO-Resolutie
A.382 (X), IMO-Resolutie A.694 (17)
ISO 449 (1997), ISO 694 (2000),
ISO 1069 (1973), ISO 2269 (1992),
EN 60945 (1997);
ISO 449 (1997), ISO 694 (2000),
ISO 1069 (1973), ISO 2269 (1992),
IEC 60945 (1996)

x

x

x

x

A.1/4.2Zendend magnetisch koersinstrument
(voorheen elektromagnetisch
kompas)
Voorschrift V/12 (r), Voorschrift X/3Voorschrift V/12 (b), IMO-Resolutie
MSC.86 (70), bijlage 2, IMO-Resolutie
MSC.36 (63) 13.2 (HSC-code
1994), IMO-Resolutie A.694 (17)
ISO 11606 (2000), EN 60945
(1997), EN 61162;
ISO 11606 (2000), IEC 60945
(1996), IEC 61162

x

x

x

x

A.1/4.3GyrokompasVoorschrift V/12 (r)Voorschrift V/12 (d), IMO-Resolutie
A.424 (XI), IMO-Resolutie A.694 (17)
EN ISO 8728 (1997), EN 60945
(1997), EN 61162;
ISO 8728 (1997), IEC 60945 (1996),
IEC 61162

x

x

x

x

A.1/4.4RadarapparatuurVoorschrift V/12 (r)Voorschrift V/12 (g), V/12 (h), IMOResolutie A.278 (VIII), IMO-Resolutie A.477 (XII), zoals gewijzigd bij IMO-Resolutie MSC.64 (67), bijlage 4, IMO-Resolutie A.694 (17), ITU-R M.628-3 (11/93), ITU-R
M.1177- (10/97)
EN 60936-1 (2000), EN 60945
(1997), EN 61162;
IEC 60936-1 (2000), IEC 60945
(1996), IEC 61162

x

x

x

x

A.1/4.5Automatische radarplotapparatuur
(ARPA)
Voorschrift V/12 (r)Voorschrift V/12 (j), IMO-Resolutie
A.823 (19), IMO-Resolutie A.694
(17)
EN 60872-1 (1998), EN 61162;
IEC 60872-1 (1998), IEC 61162

x

x

x

x

A.1/4.6EcholoodapparatuurVoorschrift V/12 (r), Voorschrift X/3Voorschrift V/12 (k), IMO-Resolutie
MSC.36 (63) 13.4 (HSC-code 1994),
IMO-Resolutie A.224 (VII), zoals
gewijzigd bij IMO-Resolutie MSC.74
(69), bijlage 4, IMO-Resolutie A.694
(17)
EN ISO 9875 (1997), EN 60945
(1997), EN 61162;
ISO 9875 (2000), IEC 60945 (1996),
IEC 61162

x

x

x

x

A.1/4.7Snelheids- en afstandsmeetapparatuur
(SDME)
Voorschrift V/12 (r), Voorschrift X/3Voorschrift V/12 (l), IMO-Resolutie
A.824 (19), IMO-Resolutie MSC.36
(63) 13.3 (HSC-code 1994), IMO-Resolutie
A.694 (17)
EN 61023 (1999), EN 61162;
IEC 61023 (1999), IEC 61162

x

x

x

x

A.1/4.8Roerstand, rpm, spoedindicatorIn drieën gesplitst. Zie A.1/4.20/21/22
A.1/4.9BochtaanwijzerVoorschrift V/12 (r), Voorschrift X/3Voorschrift V/12 (n), IMO-Resolutie
MSC.36 (63) 13.7.1 (HSC-code
1994), IMO-Resolutie A.526 (13),
IMO-Resolutie A.694 (17)
IMO-Resolutie A.526 (13), EN 60945
(1997), EN 61162;
IMO-Resolutie A.526 (13), IEC
60945 (1996), IEC 61162

x

x

x

x

A.1/4.10RadiorichtingzoekerGeschrapt
A.1/4.11Loran-C-apparatuurVoorschrift V/12 (r), Voorschrift
X/3
Voorschrift V/12 (p), IMO-Resolutie
MSC.36 (63) 13.6 (HSC-code 1994),
IMO-Resolutie A.694 (17), IMO-Resolutie
A.818 (19)
EN 61075 (1993), EN 60945 (1997),
EN 61162;
IEC 61075 (1991), IEC 60945
(1996), IEC 61162

x

x

x

x

A.1/4.12Chayka-apparatuurVoorschrift V/12 (r), Voorschrift
X/3
Voorschrift V/12 (p), IMO-Resolutie
MSC.36 (63) 13.6 (HSC-code 1994),
IMO-Resolutie A.818 (19), IMO-Resolutie
A.694 (17)
EN 61075 (1993), EN 60945 (1997),
EN 61162;
IEC 61075 (1991), IEC 60945
(1996), IEC 61162

x

x

x

x

A.1/4.13Decca navigatieapparatuurGeschrapt
A.1/4.14GPS-apparatuurVoorschrift V/12 (r), Voorschrift
X/3
Voorschrift V/12 (p), IMO-Resolutie
MSC.36 (63) 13.6 (HSC-code 1994),
IMO-Resolutie A.819 (19), IMO-Resolutie
A.694 (17)
EN 61108-1 (1996), EN 61162;
IEC 61108-1 (1994), IEC 61162

x

x

x

x

A.1/4.15GLONASS-apparatuurVoorschrift V/12 (r), Voorschrift
X/3
Voorschrift V/12 (p), IMO-Resolutie
MSC.36 (63) 13.6 (HSC-code 1994),
IMO-Resolutie MSC.53 (66), IMO-Resolutie
A.694 (17)
EN 61108-2 (1998), EN 61162;
IEC 61108-2 (1998), IEC 60945
(1996), IEC 61162

x

x

x

x

A.1/4.16Koersautomaat - Heading
Control System HCS (in
Engels voorheen auto-pilot)
Voorschrift V/18.7Voorschrift V/19.2.8.2, IMO-Resolutie
A.342 (IX), zoals gewijzigd bij
IMO-Resolutie MSC.64 (67), bijlage
3, IMO-Resolutie A.694 (17)
ISO 11674 (2000), EN 60945
(1997), EN 61162;
ISO 11674, IEC 60945 (1996), IEC
61162

x

x

x

x

A.1/4.17LoodsstoeltjeVoorschrift V/17 (b)Voorschrift V/17 (f), IMO-Resolutie
A.889 (21), IMO MSC/Circ. 773
ISO 799 (1986)