Onderwerp: Bezoek-historie

2005/053 betreffende de toepassing van Richtlijn 1999/5/EG op radioapparatuur die bedoeld is om deel te nemen aan het AIS
Geldigheid:26-07-2005 t/m Status: Geldig vandaag

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE van 25 januari 2005 betreffende de toepassing van artikel 3, lid 3, onder e), van Richtlijn 1999/5/EG van het Europees Parlement en de Raad op radioapparatuur die bedoeld is om deel te nemen aan het automatische identificatiesysteem (AIS)(Kennisgeving geschied onder nummer C(2005) 110)(Voor de EER relevante tekst) (2005/53/EG)


DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 1999/5/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 1999 betreffende radioapparatuur en telecommunicatie- eindapparatuur en de wederzijdse erkenning van hun conformiteit (1), en met name op artikel 3, lid 3, onder e),

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Een aantal lidstaten heeft gemeenschappelijke veiligheidsbeginselen en -regels ingevoerd voor apparatuur ten behoeve van het automatische identificatiesysteem (AIS) die niet onder de uitrustingseisen in hoofdstuk V van het Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee van 1974 (SOLAS-verdrag) valt, of is voornemens dit te doen.

(2) De harmonisatie van de radiodiensten draagt bij tot de veiligheid van niet-SOLAS-schepen, met name in nood-, spoed- en veiligheidssituaties, en de lidstaten verzoeken dergelijke schepen dan ook aan het AIS deel te nemen.

(3) Het AIS wordt beschreven in hoofdstuk V, voorschrift 19 - Carriage requirements for shipborne navigational systems and equipment (uitrustingseisen voor scheepsnavigatiesystemen en -apparatuur), van het SOLAS-verdrag van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO).

(4) In de radioreglementen van de Internationale Telecommunicatie- Unie (ITU) zijn de frequenties 161,975 (AIS1) en 162,025 (AIS2) MHz toegewezen aan het AIS. Andere voor de maritieme communicatie gereserveerde frequenties kunnen voor het AIS beschikbaar zijn. Alle radioapparatuur die op deze frequenties werkt, moet compatibel zijn met het beoogde gebruik van deze frequenties en redelijke garanties bieden voor een correcte operationele werking.

(5) De werkingssfeer van Beschikking 2003/213/EG van de Commissie van 25 maart 2003 betreffende de toepassing van artikel 3, lid 3, onder e), van Richtlijn 1999/5/EG van het Europees Parlement en de Raad op radioapparatuur die bedoeld is om op niet-SOLAS-schepen te worden gebruikt en om deel te nemen aan het automatische identificatiesysteem (AIS) (2) is beperkt tot apparatuur die bedoeld is om op niet-SOLAS-schepen te worden gebruikt. Omdat een hoog veiligheidsniveau alleen kan worden bereikt als alle apparatuur die wordt gebruikt op niet-SOLAS-schepen en in daarmee verbonden grondstations die aan het AIS-systeem deelnemen, correct werkt, moeten dezelfde eisen voor alle AIS-stations gelden.

(6) Met het oog op juridische duidelijkheid en transparantie moet Beschikking 2003/213/EG dan ook worden vervangen.

(7) Deze beschikking kan pas in werking treden nadat de fabrikanten de nodige tijd hebben gekregen om hun productie op de nieuwe essentiële eisen af te stemmen.

(8) De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor overeenstemmingsbeoordeling en markttoezicht inzake telecommunicatie (TCAM),

Heeft de volgende beschikking gegeven:


(1) PB L 91 van 7.4.1999, blz. 10. Richtlijn gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 (PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1).
(2) PB L 81 van 28.3.2003, blz. 46.

01 Artikel


Radioapparatuur die wordt gebruikt in de maritieme mobiele dienst, zoals gedefinieerd in artikel 1.28 van de radioreglementen van de Internationale Telecommunicatie-Unie (ITU), of in de maritieme mobiele satellietdienst, zoals gedefinieerd in artikel 1.29 van de ITU-radioreglementen, moet in overeenstemming zijn met de essentiële eisen in artikel 3, lid 3, onder e), van Richtlijn 1999/5/EG.

Daartoe moet dergelijke apparatuur zodanig zijn ontworpen dat zij in de beoogde omgeving correct werkt wanneer zij op niet- SOLAS-schepen en in grondstations wordt gebruikt, en moet zij aan alle operationele eisen van het automatische identificatiesysteem (AIS) voldoen.

02 Artikel


Beschikking 2003/213/EG wordt met ingang van de in artikel 3 genoemde datum ingetrokken.

03 Artikel


Deze beschikking is van toepassing vanaf 26 juli 2005.

04 Artikel


Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 25 januari 2005.

Voor de Commissie
Günter VERHEUGEN
Vice-voorzitter
Naar boven