Onderwerp: Bezoek-historie

1992/29 minimumvoorschriften veiligheid en gezondheid aan boord van schepen
Geldigheid:10-12-2008 t/m Versie:vergelijk Status: Geldig vandaag

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.


RICHTLIJN 92/29/EEG VAN DE RAAD van 31 maart 1992 betreffende de minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid ter bevordering van een betere medische hulpverlening aan boord van schepen



DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 118 A,


Gezien het na raadpleging van het Raadgevend Comité voor de veiligheid, de hygiëne en de gezondheidsbescherming op de arbeidsplaats opgestelde voorstel van de Commissie1,

In samenwerking met het Europese Parlement2,

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité3,

Overwegende dat in de mededeling van de Commissie over haar programma inzake de veiligheid, de hygiëne en de gezondheid op het werk4 maatregelen in het vooruitzicht worden gesteld om voor een adequate medische hulpverlening op zee zorg te dragen;

Overwegende dat de veiligheid en de gezondheid van werknemers aan boord van schepen bijzondere aandacht vereisen wegens de grootschalige risico's, onder anderen eventueel rekening houdend met de geografische geisoleerde situaties, die inherent zijn aan de werkplek;


Overwegende dat schepen dienen te beschikken over een adequate, goed onderhouden en regelmatig gecontroleerde medische uitrusting, zodat de werknemers op zee de nodige medische hulpverlening kunnen krijgen;


Overwegende dat met het oog op een passende medische hulpverlening op zee de opleiding en de voorlichting van zeelieden, voor wat betreft het beheer van de medische uitrusting, dienen te worden bevorderd;

Overwegende dat het gebruik van de middelen voor medisch advies op afstand een doeltreffende methode is om bij te dragen aan de bescherming van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers,

 HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:


(1) PB nr. C 183 van 24. 7. 1990, blz. 6, en PB nr. C 74 van 20. 3. 1991, blz. 11.
(2) PB nr. C 48 van 25. 2. 1991, blz. 154, en PB nr. C 326 van 16. 12. 1991, blz. 72.
(3) PB nr. C 332 van 31. 12. 1990, blz. 165.
(4) PB nr. C 28 van 3. 2. 1988, blz. 3.

Ingangsdatum: 31-12-1994

RICHTLIJN 92/29/EEG VAN DE RAAD van 31 maart 1992 betreffende de minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid ter bevordering van een betere medische hulpverlening aan boord van schepen



DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 118 A,


Gezien het na raadpleging van het Raadgevend Comité voor de veiligheid, de hygiëne en de gezondheidsbescherming op de arbeidsplaats opgestelde voorstel van de Commissie1,

In samenwerking met het Europese Parlement2,

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité3,

Overwegende dat in de mededeling van de Commissie over haar programma inzake de veiligheid, de hygiëne en de gezondheid op het werk4 maatregelen in het vooruitzicht worden gesteld om voor een adequate medische hulpverlening op zee zorg te dragen;

Overwegende dat de veiligheid en de gezondheid van werknemers aan boord van schepen bijzondere aandacht vereisen wegens de grootschalige risico's, onder anderen eventueel rekening houdend met de geografische geisoleerde situaties, die inherent zijn aan de werkplek;


Overwegende dat schepen dienen te beschikken over een adequate, goed onderhouden en regelmatig gecontroleerde medische uitrusting, zodat de werknemers op zee de nodige medische hulpverlening kunnen krijgen;


Overwegende dat met het oog op een passende medische hulpverlening op zee de opleiding en de voorlichting van zeelieden, voor wat betreft het beheer van de medische uitrusting, dienen te worden bevorderd;

Overwegende dat het gebruik van de middelen voor medisch advies op afstand een doeltreffende methode is om bij te dragen aan de bescherming van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers,

 HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:


(1) PB nr. C 183 van 24. 7. 1990, blz. 6, en PB nr. C 74 van 20. 3. 1991, blz. 11.
(2) PB nr. C 48 van 25. 2. 1991, blz. 154, en PB nr. C 326 van 16. 12. 1991, blz. 72.
(3) PB nr. C 332 van 31. 12. 1990, blz. 165.
(4) PB nr. C 28 van 3. 2. 1988, blz. 3.

Artikel 01 Definities

Ingangsdatum: 31-12-1994

Definities

In de zin van deze richtlijn wordt verstaan onder:

  1. schip : elk schip in staats- of particulier eigendom dat onder de vlag van een Lid-Staat vaart of onder de volledige rechtsmacht van een Lid-Staat geregistreerd is, en bestemd is voor de vaart ter zee of waarmede in estuaria wordt gevist, met uitzondering van:
    • rivierschepen,

    • oorlogsschepen,

    • voor niet-commerciële doeleinden gebruikte pleziervaartuigen zonder professionele bemanning, en

    • sleepboten die in havengebieden varen.


      De schepen zijn ingedeeld in drie categorieën volgens bijlage I;

  2. werknemer : iedere persoon die een beroepsactiviteit uitoefent aan boord van een schip, alsmede stagiairs en leerlingen, met uitzondering van havenloodsen en walpersoneel dat werkzaamheden aan boord van een schip aan de kade verricht;

  3. reder : de geregistreerde eigenaar van een schip, behalve wanneer het een bare-boat charter betreft of indien het schip, op grond van een beheersovereenkomst, geheel of gedeeltelijk beheerd wordt door een andere natuurlijke of rechtspersoon dan de geregistreerde eigenaar; eventueel wordt de bare-boat-bevrachter of de natuurlijke of rechtspersoon die het schip beheert als de reder beschouwd;

  4. medische uitrusting : de geneesmiddelen, verplegingsartikelen en antidota waarvan in bijlage II een niet-limitatieve lijst is opgenomen;

  5. antidotum : een stof, gebruikt ter voorkoming of behandeling van de directe of indirecte schadelijke effecten die teweeg worden gebracht door een of meer van de op de lijst in bijlage III voorkomende gevaarlijke stoffen.

Artikel 02 Geneesmiddelen en verplegingsart. - Ruimte voor medische verzorging - Arts

Ingangsdatum: 31-12-1994

Elke Lid-Staat neemt de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat:
1. a) elk schip dat zijn vlag voert of onder zijn volledige rechtsmacht geregistreerd is, permanent een medische uitrusting aan boord heeft die voor de scheepscategorie waartoe het behoort, kwalitatief ten minste overeenstemt met het bepaalde in bijlage II, afdelingen I en II;
b) bij de vaststelling van de aan boord mee te nemen hoeveelheden geneesmiddelen en verplegingsartikelen rekening wordt gehouden met de kenmerken van de reis - met name: aanlegplaatsen, bestemming, duur -, met het soort activiteit(en) dat tijdens deze reis moet worden verricht, met de kenmerken van de lading, en met het aantal werknemers;
c) van de in de medische uitrusting opgenomen geneesmiddelen en verplegingsartikelen een overzicht wordt gegeven op een checklist die ten minste voldoet aan het in bijlage IV, delen A, B en C, punten II.1 en II.2, vastgestelde algemene kader;
2. a) elk schip dat zijn vlag voert of onder zijn volledige rechtsmacht geregistreerd is, voor alle vlotten en reddingsboten beschikt over een waterdichte medicijnkist waarvan de inhoud ten minste overeenstemt met de in bijlage II, afdelingen I en II, vastgestelde medische uitrusting voor de schepen van categorie C;
b) de inhoud van de medicijnkisten eveneens wordt gespecificeerd op de checklist als bedoeld in punt 1, onder c);
3. elk schip van meer dan 500 brt met een bemanning van 15 werknemers of meer, dat zijn vlag voert of onder zijn volledige rechtsmacht geregistreerd is en dat een reis maakt van meer dan drie dagen, over een ruimte beschikt voor medische verzorging onder bevredigende materiële en hygiënische omstandigheden;
4. elk schip met een bemanning van 100 werknemers of meer, dat zijn vlag voert en dat op een internationaal traject van meer dan drie dagen vaart, een arts aan boord heeft.

Artikel 03 Antidota

Ingangsdatum: 31-12-1994

Elke Lid-Staat neemt de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat:
1. elk schip dat zijn vlag voert of onder zijn volledige rechtsmacht geregistreerd is en een of meer van de in bijlage III genoemde gevaarlijke stoffen vervoert, over de medische uitrusting beschikt die ten minste de in bijlage II, afdeling III, genoemde antidota omvatten;
2. schepen van het type veerboot die zijn vlag voeren of onder zijn volledige rechtsmacht geregistreerd zijn en waarbij als gevolg van de exploitatievoorwaarden de aard van de vervoerde gevaarlijke stoffen niet altijd tijdig van tevoren bekend kan zijn, in de medische uitrusting steeds ten minste alle in bijlage II, afdeling III, genoemde antidota aan boord hebben.
Bij overtochten op een lijnverbinding met een duur van minder dan twee uur mag evenwel worden volstaan met de antidota die in zeer dringende gevallen moeten worden toegediend en wel binnen een termijn die de normale duur van de overtocht niet overschrijdt;
3. de inhoud van de medische uitrusting, voor wat betreft de antidota, wordt opgenomen in een controledocument dat minstens voldoet aan de in bijlage IV, delen A, B en C, punt II.3, bedoelde algemene checklist.

Artikel 04 Verantwoordelijkheid

Ingangsdatum: 31-12-1994

Elke Lid-Staat neemt de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat:
1. a) de levering en de vernieuwing van de medische uitrusting van de schepen die zijn vlag voeren of onder zijn volledige rechtsmacht geregistreerd zijn, uitsluitend onder verantwoordelijkheid van de reder geschiedt, zonder kosten voor de werknemers;
b) het beheer van de medische uitrusting onder de verantwoordelijkheid van de kapitein wordt geplaatst. Deze kan het gebruik en het onderhoud van de medische uitrusting, onverminderd zijn verantwoordelijkheid, aan een of meer met name genoemde en op grond van hun bevoegdheid aangewezen werknemers delegeren;
2. de medische uitrusting in goede staat verkeert en wordt aangevuld en/of vernieuwd zodra dat mogelijk is en in ieder geval bij voorrang tijdens de normale bevoorradingsprocedures;
3. wanneer de kapitein, na naar beste vermogen medisch advies te hebben ingewonnen, constateert dat er sprake is van een medisch spoedgeval, de noodzakelijke maar niet aan boord aanwezige geneesmiddelen, verplegingsartikelen en antidota zo snel mogelijk ter beschikking worden gesteld.

Artikel 05 Voorlichting en opleiding

Ingangsdatum: 31-12-1994

Elke Lid-Staat neemt de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat:
1. de medische uitrusting vergezeld gaat van een of meer handleidingen die ten minste een gebruiksaanwijzing voor de in bijlage II, afdeling III, bedoelde antidota bevat;
2. allen die een zeevaartopleiding volgen en zich op het werken aan boord van een schip voorbereiden, een basisopleiding hebben ontvangen ter zake van medische hulpverlenings- en levensreddende maatregelen die bij een ongeval of een ernstig medisch spoedgeval terstond moeten worden genomen;
3. de kapitein en de werknemer(s) aan wie hij overeenkomstig artikel 4, punt 1, onder b), het gebruik van de medische uitrusting van het schip eventueel heeft toevertrouwd, een speciale opleiding hebben ontvangen, met op gezette tijden, ten minste om de vijf jaar, een bijscholing, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke risico's en vereisten van de verschillende scheepscategorieën en de in bijlage V vervatte algemene richtsnoeren worden gevolgd.

Artikel 06 Radiomedisch consult

Ingangsdatum: 31-12-1994

1. Ten einde te komen tot een betere spoedbehandeling van de werknemers, neemt elke Lid-Staat de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat:
a) een of meer centra worden aangewezen om de werknemers via de radio gratis medisch advies te verstrekken;
b) enkele van de artsen die hun diensten in het kader van deze radioadviescentra verlenen, vertrouwd zijn met de bijzondere omstandigheden aan boord van schepen.
2. In de betrokken centra kunnen eventueel, met instemming van de betrokken werknemers, persoonlijke medische gegevens worden opgeslagen ten einde bij het verstrekken van de adviezen een zo groot mogelijk efficiency te bereiken.
Het vertrouwelijke karakter van deze gegevens moet gewaarborgd zijn.

Artikel 07 Controle

Ingangsdatum: 31-12-1994

1. Elke Lid-Staat neemt de maatregelen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat een bevoegd persoon of bevoegde instantie zich er tijdens een jaarlijkse controle van de medische uitrusting aan boord van ieder schip dat zijn vlag voert van vergewist:
- dat de uitrusting in overeenstemming is met de minimumeisen van deze richtlijn;
- dat uit de in artikel 2, punt 1, onder c), bedoelde checklist blijkt dat de uitrusting in overeenstemming is met deze minimumeisen;
- dat de uitrusting op de juiste wijze wordt bewaard;
- dat eventuele uiterste gebruiksdata worden gerespecteerd.
2. De controle van de medische uitrusting op de reddingsvlotten wordt verricht tijdens het jaarlijkse onderhoud van de reddingsvlotten.
Bij wijze van uitzondering kan deze controle met ten hoogste vijf maanden worden uitgesteld.

Artikel 08 Comité

Comité

  1. Met het oog op de strikt technische aanpassing van de bijlagen bij deze richtlijn aan de technische vooruitgang of aan de evolutie van de internationale voorschriften of specificaties en aan de laatste stand van de kennis, wordt de Commissie bijgestaan door een comité, bestaande uit vertegenwoordigers van de Lid-Staten en voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Commissie.

  2. De vertegenwoordiger van de Commissie legt aan het Comité een ontwerp voor van de te nemen maatregelen. Het Comité brengt advies uit over dit ontwerp binnen een termijn die de voorzitter kan vaststellen naar gelang van de urgentie van de materie. Het Comité spreekt zich uit met de meerderheid van stemmen die in artikel 148, lid 2, van het Verdrag is voorgeschreven voor de aanneming van de besluiten die de Raad op voorstel van de Commissie dient te nemen. Bij de stemming in het Comité worden de stemmen van de vertegenwoordigers van de Lid-Staten gewogen overeenkomstig genoemd artikel. De voorzitter neemt niet aan de stemming deel.

  3. De Commissie stelt de beoogde maatregelen vast wanneer zij in overeenstemming zijn met het advies van het Comité.

    Wanneer de beoogde maatregelen niet in overeenstemming zijn met het advies van het Comité of indien geen advies is uitgebracht, dient de Commissie onverwijld bij de Raad een voorstel in betreffende de te nemen maatregelen. De Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen.

    Indien de Raad na een termijn van drie maanden, gerekend vanaf de indiening van het voorstel bij de Raad, geen besluit heeft genomen, worden de beoogde maatregelen door de Commissie vastgesteld.

Artikel 09 Slotbepalingen

Slotbepalingen

  1. De Lid-Staten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 31 december 1994 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.
    Wanneer de Lid-Staten deze bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen naar de onderhavige richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van die bepalingen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de Lid-Staten.

  2. De Lid-Staten delen de Commissie de tekst van de bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen of reeds hebben vastgesteld.

  3.  De Lid-Staten brengen om de vijf jaar aan de Commissie verslag uit over de tenuitvoerlegging van deze richtlijn, onder vermelding van de standpunten van de sociale partners.

    Het Europese Parlement, de Raad, het Economisch en Sociaal Comité en het Raadgevend Comité voor de veiligheid, de hygiëne en de gezondheidsbescherming op de arbeidsplaats worden daarvan door de Commissie in kennis gesteld.

  4. De Commissie legt ten minste eens in de vijf jaar aan het Europese Parlement, de Raad en het Economisch en Sociaal Comité een verslag voor over de tenuitvoerlegging van deze richtlijn, met inachtneming van de leden 1, 2 en 3.

Ingangsdatum: 28-06-2007

Slotbepalingen

  1. De Lid-Staten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 31 december 1994 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.
    Wanneer de Lid-Staten deze bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen naar de onderhavige richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van die bepalingen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de Lid-Staten.

  2. De Lid-Staten delen de Commissie de tekst van de bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen of reeds hebben vastgesteld.

       

Artikel 09 bis Verslag over de tenuitvoerlegging

Ingangsdatum: 28-06-2007

Verslag over de tenuitvoerlegging

Om de vijf jaar dienen de lidstaten een verslag in bij de Commissie over de praktische tenuitvoerlegging van deze richtlijn in de vorm van een specifiek hoofdstuk van het verslag bedoeld in artikel 17 bis, leden 1, 2 en 3, van Richtlijn 89/391/EEG, dat als basis dient voor de evaluatie van de Commissie overeenkomstig artikel 17 bis, lid 4, van die richtijn.

Artikel 10

Ingangsdatum: 31-12-1994

Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten.

Gedaan te Brussel, 31 maart 1992.
Voor de Raad
De Voorzitter
Vitor MARTINS

Bijlage I Scheepscategorieen

Ingangsdatum: 31-12-1994
(Artikel 1, onder a))


A. Schepen voor de zeevaart of de zeevisserij, vaargebied onbeperkt.
B. Schepen voor de zeevaart of de zeevisserij, met een vaargebied tot minder dan 150 zeemijl van de dichtstbijzijnde haven met adequate medische voorzieningen(1) .
C. Schepen voor het havenverkeer, boten en vaartuigen die onder de kust blijven of boten met geen andere accommodatieruimten dan een stuurhut.


(1) Categorie B wordt uitgebreid tot schepen voor de zeevaart of de zeevisserij met een vaargebied tot minder dan 175 zeemijl van de dichtstbijzijnde haven met adequate medische voorzieningen die permanent binnen de actieradius van aan land gestationeerde reddingshelikopters blijven. Hiertoe wordt door iedere Lid-Staat bijgewerkte informatie verstrekt betreffende de zones en de omstandigheden waarin de reddingshelikopters systematisch beschikbaar zijn a) aan de andere Lid-Staten en aan de Commissie, en b) aan de kapiteins van schepen die zijn vlag voeren of onder zijn volledige rechtsmacht geregistreerd zijn en onder de eerste alinea van deze voetnoot vallen of kunnen vallen; de informatie wordt verstrekt op de meest adequate wijze, met name via radioconsultatiecentra, reddingscooerdinatiecentra of kustradiostations.

Bijlage II Medische uitrusting (niet-limitatieve lijst)

(Artikel 1, onder d))

Ingangsdatum: 31-12-1994
(Artikel 1, onder d))

I Geneesmiddelen

Ingangsdatum: 31-12-1994

II Verplegingsartikelen

Ingangsdatum: 31-12-1994



(1) Overeenkomstig de nationale wetgeving en/of gebruiken.

III Antidota

Ingangsdatum: 31-12-1994

1. Geneesmiddelen
- Algemeen
- Middelen voor hart- en vaatziekten
- Middelen die op het maag-darmkanaal werken
- Middelen voor het zenuwstelsel
- Middelen voor het ademhalingsstelsel
- Infectiewerende middelen
- Middelen voor uitwendig gebruik

2. Apparatuur
- Zuurstofkoffer (met onderhoudsset)

Nota bene
Met het oog op een nauwkeurige toepassing van deze afdeling III kunnen de Lid-Staten zich baseren op de "Handleiding voor geneeskundige eerste hulp bij ongelukken met gevaarlijke stoffen", als opgenomen in de International Maritime Dangerous Goods Code van de IMO (geconsolideerde uitgave 1990).
Bij een eventuele aanpassing van deze afdeling III ter toepassing van artikel 8 kan met name rekening worden gehouden met de bijwerking(en) van voornoemde handleiding.

Bijlage III Gevaarlijke stoffen

Ingangsdatum: 31-12-1994
(Artikel 1, onder e), artikel 3, punt 1)

De stoffen in deze bijlage moeten in aanmerking worden genomen ongeacht de vorm waarin zij aan boord zijn gebracht, ook als het om afvalstoffen of residuen van de lading gaat.
- Explosieve stoffen en voorwerpen
- Samengeperste, vloeibaar gemaakte of onder druk opgeloste gassen
- Ontvlambare vloeistoffen
- Ontvlambare stoffen
- Stoffen die tot zelfontbranding kunnen overgaan
- Stoffen die in contact met water ontvlambare gassen ontwikkelen
- Oxydatieve stoffen
- Organische peroxiden
- Toxische stoffen
- Besmettelijke stoffen
- Radioactieve stoffen
- Corrosieve stoffen
- Diverse gevaarlijke stoffen, dat wil zeggen alle overige stoffen waarvan proefondervindelijk is of kan worden aangetoond dat zij een zodanig gevaar opleveren dat het bepaalde in artikel 3 erop van toepassing dient te zijn.

Nota bene Met het oog op een nauwkeurige toepassing van deze bijlage kunnen de Lid-Staten zich baseren op de International Maritime Dangerous Goods Code van de IMO (geconsolideerde uitgave 1990).
Bij een eventuele aanpassing van deze bijlage ter toepassing van artikel 8 kan met name rekening worden gehouden met de bijwerking(en) van de International Maritime Dangerous Goods Code van de IMO.

Bijlage IV Algemene checklist voor de medische uitrusting van schepen

(Artikel 2, punt 1, onder c), artikel 3, punt 3)

Ingangsdatum: 31-12-1994
(Artikel 2, punt 1, onder c), artikel 3, punt 3)

Deel A Schepen van categorie A

Ingangsdatum: 31-12-1994

Deel B Schepen van categorie B

Ingangsdatum: 31-12-1994

Deel C Schepen van categorie C

Ingangsdatum: 31-12-1994

Bijlage V Medische opleiding van de kapitein en de aangewezen werknemers

Ingangsdatum: 31-12-1994
(Artikel 5, punt 3)


I.
1. Verwerving van de beginselen van de fysiologie, kennis van de ziekteverschijnselen en therapie.
2. Verwerving van elementaire kennis op het gebied van de preventieve gezondheidszorg, met name inzake individuele en collectieve hygiëne, en van elementaire kennis van eventuele profylactische maatregelen.
3. Verwerving van praktische kennis van elementaire medische handelingen en de wijze van evacuatie van patiënten.
Het personeel verantwoordelijk voor de medische zorg aan boord van schepen van categorie A moet de praktijkopleiding, indien mogelijk, in een ziekenhuis hebben gevolgd.
4. Verwerving van een goede kennis van de wijze waarop de middelen voor medische consultatie op afstand moeten worden gebruikt.


II.
Bij de medische opleiding dient rekening te worden gehouden met de in de algemeen erkende recente internationale teksten vastgestelde programma's.
Naar boven