Geachte,
Op 19 mei 2026 heeft u een aanvraag ingediend voor een vergunning op grond van de Omgevingswet (hierna: Ow) voor de volgende Natura 2000-activiteit:
uitbreiding hoogspanningsstation Dodewaard 380 kV. Deze vergunning is aangevraagd voor werkzaamheden in de periode 2026 tot en met 2036. In de gebruiksfase zijn significant negatieve ecologische effecten op voorhand uitgesloten.
Procedure
Op 19 mei 2026 heeft u uw aanvraag ingediend via het omgevingsloket van het Digitaal Stelsel Omgevingswet. U heeft hiervan een automatische bevestiging ontvangen.
Aangezien de aanvraag niet volledig was, heb ik u op 16 juni 2026 en op 9 juli 2026 een verzoek om aanvulling gestuurd waarop ik op 25 juni 2026 respectievelijk 20 juli 2026 antwoord van u heb ontvangen.
Op 28 augustus 2026 zijn de definitieve documenten ontvangen.
Daarmee is de aanvraag volledig.
Op deze aanvraag is de uniforme openbare voorbereidingsprocedure, zoals opgenomen in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), van toepassing.
Besluit
Ik besluit om u de omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit, zoals bedoeld in artikel 5.1, lid 1, sub e Ow te verlenen.
In dit besluit vindt u de voorschriften en de inhoudelijke overwegingen die aan deze omgevingsvergunning ten grondslag liggen. De aanvraag en de bijlagen zijn onderdeel van dit besluit.
1. AANVRAAG
1.1. Onderwerp
De vraag op het 150 kV-net Flevoland-Gelderland-Utrecht (hierna FGU) is toegenomen als gevolg van de energietransitie. Om deze groei binnen de FGU mogelijk te maken is TenneT TSO (hierna: TenneT) voornemens zogenaamde 'loadpockets' te creëren achter de bestaande 380kV-hoogspanningstations. In een recent onderzoek is gebleken dat de transformatoren van station Dodewaard 380kV vaak een knelpunt zijn in de netcongestie. Om die reden is TenneT voornemens het station Dodewaard 380/150kV uit te breiden.
Voor de uitbreiding van het bestaande hoogspanningsstation 380kV moeten diverse werkzaamheden worden uitgevoerd. Het gehele 380kV-station zal in verschillende fasen worden vervangen volgens de nieuwste TenneT standaarden.
In de beoogde eindsituatie zijn ten noorden en zuiden van het bestaande station nieuwe transformators en toekomstige reservevelden aangelegd. Daarnaast zullen er tussen het bestaande 150 kV station en het 380 kV station drie nieuw kabeltracés worden gerealiseerd. Daarnaast wordt een lijnverbinding die nu over het uitbreidingsgebied loopt, bekabeld. Daarvoor wordt ten westen van het bestaande 380kV station een opstijgpunt aangelegd.
De werkzaamheden hebben mogelijk effecten op de Natura 2000-gebieden Rijntakken en Veluwe.
De werkzaamheden worden uitgevoerd in de periode 2026 tot en met 2036. In de gebruiksfase is sprake van transport van elektriciteit, waarbij geen sprake is van ecologische effecten.
De voorgenomen activiteiten zijn in meer detail beschreven in de aangeleverde Passende Beoordeling (hierna: PB; zie bijlage 1).
1.2. Bevoegdheid
Er is sprake van een Natura 2000-activiteit van nationaal belang. Op basis van art. 5.11, lid 1 sub g Ow en artikel 4.12 lid 2 onder a, sub 7o van het omgevingsbesluit (hierna: Ob) luidend: 'een hoogspanningsverbinding met een spanning van ten minste 220 kV en de daarmee verbonden schakel- en transformatorstations en andere hulpmiddelen, voor zover de activiteit rechtstreeks samenhangt met de elektriciteitsvoorziening' ben ik bevoegd om te beslissen op uw vergunningaanvraag.
De exacte wetsteksten zijn te raadplegen op www.overheid.nl onder 'wet- en regelgeving'.
1.3. Vergunningplicht
De aangevraagde activiteiten kunnen, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor de Natura 2000-gebieden Rijntakken en Veluwe significante gevolgen hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen van deze gebieden. Daarom geldt een vergunningplicht van art 5.1, lid 1, sub e. Ow.
1.4. Beoordeling van Natura 2000-activiteiten
1.4.1.
Activiteiten met mogelijk significante gevolgen
De activiteiten waarvoor een vergunning wordt aangevraagd, betreffen een activiteit in de zin van art 5.1, lid 1, sub e Ow, omdat zij, afzonderlijk of in cumulatie met andere plannen of activiteiten, kunnen leiden tot significante gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen van een of meerdere Natura 2000-gebieden.
1.4.2.
Passende beoordeling
Conform artikel 8.74b Besluit Kwaliteit Leefomgeving geldt dat uit een PB in de zin van artikel 16.53c van de Ow moet blijken dat de zekerheid is verkregen dat de natuurlijke kenmerken van de Natura 2000- gebieden niet worden aangetast door de activiteit, afzonderlijk of in cumulatie met andere activiteiten, tenzij sprake is van toepassing van een ADC-toets. De PB moet rekening houden met de instandhoudingsdoelstellingen van deze gebieden. De PB biedt de grondslag voor de vaststelling van de aard en omvang van de gevolgen of de cumulatieve gevolgen en de manier waarop in mitigatie van die gevolgen is voorzien.
De met de aanvraag meegezonden PB toetst de effecten aan de instandhoudingdoelstellingen uit de aanwijzingsbesluiten en/of de wijzigingsbesluiten van de betrokken Natura 2000-gebieden.
1.5. Energietransitie
Het nationale belang van de energietransitie, de hiermee samenhangende noodzaak tot onafhankelijkheid van andere energiebronnen en het behalen van de klimaatdoelen zijn zwaarwegende beleidsfactoren. Deze uitbreiding van hoogspanningsstation Dodewaard voorziet in het oplossen van een knelpunt in de netcongestie in Flevoland, Gelderland, Utrecht en draagt zo bij aan het kunnen elektrificeren van de energiebehoefte.
Hierdoor is het project randvoorwaardelijk voor de energietransitie en verduurzaming van de industrie en kan het in de toekomst leiden tot minder stikstof- en CO2-uitstoot door deze sectoren.
Dit project is hiermee in lijn met het oogmerk van de Europese Noodverordening om de energietransitie te versnellen, en de Nederlandse doelen op het gebied van klimaat en energie te behalen. Evenwel betekent dat niet dat niet getoetst moet worden aan de Omgevingswet.
1.6. Participatie
In het participatieverslag (zie bijlage 4) is aangegeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de aanvraag zijn betrokken en hoe de informatie is betrokken bij de integrale belangenafweging.
2. BEOORDELING
2.1. Afbakening
Gebieden
De beoogde activiteit vindt plaats in de nabijheid van de Natura 2000-gebieden Rijntakken en Veluwe.
Gevolgen
Voor de beoordeling van de gevolgen inventariseert de PB welke in redelijkheid denkbare typen gevolgen kunnen optreden. Het betreft alleen de mogelijke effecten van stikstofdepositie.
Natuurwaarden
De beschermde natuurwaarden en de relevante instandhoudingsdoelstellingen van de betrokken Natura 2000-gebieden staan vermeld op www.natura2000.nl.
Conclusie afbakening
Ik ben van oordeel dat de afbakening van het gebied en de inventarisatie van mogelijke gevolgen van de activiteit op de natuurwaarden in de PB op een juiste wijze hebben plaatsgevonden.
2.2. Mogelijke effecten en mitigatie
Hieronder volgt mijn beoordeling van de effectenanalyse zoals die is neergelegd in de bij de aanvraag gevoegde PB (bijlage 1).
2.2.1.
Stikstofdepositie
In het rapport Onderbouwingsdocument stikstofberekening (bijlage 2 in de PB) staan de uitgangspunten voor dit rapport beschreven.
Voor de aanlegfase is op 16 juli 2026 een worstcaseberekening uitgevoerd met AERIUS Calculator (kenmerk: S6h5dWqNGzdG; zie bijlage 2).
Uit de berekeningen volgt dat er als gevolg van de activiteit tijdens de aanlegfase, mede dankzij de mitigerende maatregel om SCR-units toe te passen, maximaal 0,02 mol/ha/jaar stikstofdepositie zal plaatsvinden op een aantal habitattypen en leefgebieden van de Natura 2000-gebieden Rijntakken en de Veluwe.
Een aantal van de habitattypen in deze Natura 2000-gebieden zijn wat betreft stikstofdepositie overbelast. Dit houdt in dat de achtergronddepositie hoger is dan de Kritische Depositie Waarde (hierna: KDW).
Verder volgt uit de berekeningen dat in de gebruiksfase geen sprake is van stikstofdepositie op overbelaste gebieden en dus significant negatieve effecten zijn uitgesloten.
De aanlegfase wordt uitgevoerd over een periode van elf jaar waarbij in de eerste vijf jaar en het achtste jaar een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen zal optreden. In de PB wordt onderbouwd dat de tijdelijke, beperkte depositie vanuit dit project zich niet zal vertalen in verandering in de vegetatie die aanwezig is in de stikstofgevoelige onderzochte Natura 2000-gebieden.
Daarnaast is per betrokken Natura 2000-gebied voor ieder habitattype beschreven wat de mogelijke effecten zijn.
Rijntakken:
Voor onderstaande habitattypen en leefgebieden geldt dat er sprake is van een toename van de overschrijding van de KDW:
Veluwe:
Voor onderstaande habitattypen geldt dat er sprake is van een toename van de overschrijding van de KDW:
-
H2310Stuifzandheiden met struikhei
-
H3130Zwakgebufferde vennen
-
H3160Zure vennen
-
H4030 Droge heiden
-
H6230Heischrale graslanden
-
H9120Beuken-eikenbossen met hulst
-
H9190 Oude eikenbossen
-
H91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
Voor de overige habitattypen van de genoemde Natura 2000-gebieden geldt dat deze niet stikstofgevoelig zijn, er geen sprake is van een overschrijding is van de KDW of dat er geen sprake is van een projectbijdrage.
Op basis van een ecologische beoordeling van het stikstofeffect is gebleken dat significante gevolgen ten aanzien van deze habitattypen kunnen worden uitgesloten.
Voor ieder van de habitats is in een habitatspecifieke beoordeling geconcludeerd dat de tijdelijke depositiebijdrage tijdens de aanlegfase niet leidt tot een aantasting van de kwaliteit van de beoordeelde Natura 2000-gebieden of tot belemmering van de mogelijkheden maatregelen te treffen die noodzakelijk zijn voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden.
Bij de onderbouwingen wordt onder andere ingegaan op het beheer en de al uitgevoerde maatregelen, het ontbreken van het verband tussen bepaalde gebiedskwaliteiten en de mate van stikstofoverbelasting (de status van instandhoudingsdoelstellingen (behoud of verbetering) en de beperkte projectbijdrage.
Geconcludeerd wordt dat significant negatieve effecten als gevolg van de stikstofdepositie kunnen worden uitgesloten.
Ik onderschrijf deze conclusie. Ter borging van deze conclusie zijn de voorschriften 20 tot en met 22 opgenomen in dit besluit.
2.3. Cumulatie
Ik heb hiervoor al geconcludeerd dat de uitvoering van de voorgenomen activiteit zelfstandig beschouwd, geen significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen.
In de PB is onderzocht bij welke activiteiten cumulatie van effecten zou kunnen optreden. Cumulatie zou kunnen optreden in de vorm van stikstofdepositie vanwege het project Opwaardering Maaslijn, spoortraject Roermond - Venlo - Nijmegen.
Ik concludeer dat in de aangeleverde PB een volledige en juiste cumulatietoetsing is uitgevoerd, waarbij significante effecten ook in cumulatie zijn uitgesloten.
2.4. Conclusie
Met de door u uitgevoerde PB en AERIUS-berekening en hieronder aan deze omgevingsvergunning verbonden voorschriften is de zekerheid verkregen dat de activiteit waarvoor de vergunning is aangevraagd, niet leidt tot aantasting van de natuurlijke kenmerken van de betrokken Natura 2000-gebieden.
Op grond van het bovenstaande ben ik van mening dat de door u gevraagde omgevingsvergunning, onder de hieronder opgenomen voorschriften en beperkingen, kan worden verleend.
De onderhavige vergunning betreft louter een toestemming voor een Natura 2000-activiteit op grond van de Ow en de daadwerkelijke inzetbaarheid ervan kan beperkt worden door toekomstige ontwikkelingen en beperkingen vanuit andere kaders.
3. VOORSCHRIFTEN
Ter bescherming van de in de Natura 2000-gebieden Rijntakken en Veluwe aanwezige beschermde natuurwaarden, verbind ik aan deze omgevingsvergunning de volgende voorschriften en beperkingen.
Algemeen
-
Deze vergunning ziet op het project uitbreiding hoogspanningsstation Dodewaard 380 kV en alle samenhangende onderdelen van de aanvraag.
-
Deze vergunning staat op naam van Tennet TSO B.V. hierna vergunninghouder, of diens rechtsopvolger.
-
Deze vergunning geldt voor eenieder die het project uitvoert.
-
De in voorschrift 3 genoemde (rechts)personen beschikken op de plaats waar de vergunde activiteit wordt uitgevoerd over een (digitaal) exemplaar van deze beschikking, inclusief alle daarbij behorende bijlagen, en tonen deze op eerste vordering aan de daartoe bevoegde toezichthouders en opsporingsambtenaren.
-
De in voorschrift 3 genoemde (rechts)personen zijn aantoonbaar op de hoogte van de inhoud en het doel van deze voorschriften en beperkingen, zodanig dat zij daar ook invulling en uitvoering aan kunnen geven.
-
Binnen 4 weken na inwerkingtreding van de vergunning dient de naam van de contactpersoon te worden doorgegeven aan natuurvergunningen@minlnv.nl. Zodra deze persoon niet meer of lange tijd niet aanwezig is dient zo spoedig mogelijk de naam van een andere contactpersoon te worden doorgegeven.
-
Het moment waarop de vergunde activiteit daadwerkelijk wordt gestart, wordt minimaal een week voor de aanvang ervan gemeld aan de Minister voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur ter attentie van het Team Natuurvergunningen / de toezichthouder (hierna: het bevoegd gezag).
-
De vergunde activiteit wordt uitgevoerd zoals aangegeven in de aanvraag en bijbehorende passende beoordeling (hierna: PB) en volgens de voorschriften en beperkingen die aan deze vergunning zijn verbonden / met inachtneming van de aan deze vergunning verbonden voorschriften en beperkingen. Bij eventuele strijdigheid met de aanvraag en de voorschriften en beperkingen van deze vergunning hebben de laatste voorrang.
-
Het voornemen tot het uitvoeren van een activiteit in afwijking van de aanvraag wordt schriftelijk gemeld aan het bevoegd gezag (indien nodig met aanvulling op de PB). Uitvoering ervan kan uitsluitend plaatsvinden na verkregen schriftelijke instemming van of namens het bevoegd gezag.
-
Wanneer zich een incident voordoet, meldt de vergunninghouder dit met alle relevante gegevens onmiddellijk aan het bevoegd gezag en de toezichthouder. Een incident is in dit geval een onvoorziene gebeurtenis waardoor schade aan de natuurlijke kenmerken in het betrokken beschermde gebied is of kan worden toegebracht, bijvoorbeeld wanneer onbedoeld vrijgekomen schadelijke stoffen een habitattype of habitat- of vogelrichtlijnsoort bedreigen.
-
Wanneer zich een incident voordoet, is de vergunninghouder verplicht eventuele verontreinigingen zo mogelijk direct te verwijderen en de eventueel opgetreden schade voor zover mogelijk te herstellen, zulks ter beoordeling van het bevoegd gezag.
-
Zodra de werkzaamheden met betrekking tot de vergunde activiteit feitelijk zijn beëindigd, meldt de vergunninghouder dit uiterlijk binnen een week bij het bevoegd gezag.
-
Alle door of namens het bevoegd gezag te geven aanwijzingen en/of uitvoeringsbepalingen worden binnen de in de aanwijzing bepaalde termijn opgevolgd.
-
Alle correspondentie met betrekking tot deze vergunning kan per reguliere post of per e-mail (natuurvergunningen@minlnv.nl) worden gedaan.
-
De vergunninghouder voert een administratie met daarin alle documenten die betrekking hebben op deze vergunning en op de naleving van de voorschriften. / De vergunninghouders voeren een administratie waarin alle op deze vergunning betrekking hebbende documenten en bewijsstukken ten aanzien de naleving van de voorschriften en beperkingen van deze vergunning zijn opgenomen.
-
De vergunninghouders geven/vergunninghouder geeft, overeenkomstig de Algemene wet bestuursrecht, alle medewerking aan de aangewezen toezichthouder(s) en opsporingsambtenaren.
-
De vergunninghouder toont informatie en documenten op verzoek aan de bevoegde toezichthouder en opsporingsambtenaren.
Looptijd en geldigheid
-
De vergunning voor de werkzaamheden is geldig in de periode vanaf de inwerkingtreding van dit besluit tot en met 31 december 2036.
-
De gebruiksfase is voor onbepaalde tijd.
Stikstof
-
Waar mogelijk wordt dieselmaterieel stage V ingezet. Indien dit niet mogelijk is, wordt stage IV ingezet; minimaal zoals beschreven in de PB/ingevoerd in AERIUS Calculator.
-
De dieselgeneratoren die gebruikt worden voor de werkzaamheden zijn uitgerust met een nabehandelingsfilter, een zogenaamd SCR-systeem (selective catalytic reduction-systeem) of NOx-scrubber, zoals beschreven in de PB.
-
De dieselgeneratoren worden afgesteld en gebruikt overeenkomstig de instellingen zoals gebruikt in de PB.
TER INFORMATIE
Op grond van afdeling 4.1.1. van de Awb kan een verzoek tot wijziging van de vergunning worden ingediend.
Op grond van de artikelen 5.39 en 5.40, lid 1 en lid 2 Ow kan de verleende vergunning worden ingetrokken of gewijzigd.
Als de vergunninghouder handelt in strijd met de vergunning, kan op grond van artikel 18.4 Ow een last onder bestuursdwang worden opgelegd.
Conform artikel 5:32, lid 1, Awb kan een bestuursorgaan dat bevoegd is bestuursdwang toe te passen, in plaats daarvan aan de overtreder een last onder dwangsom opleggen.
Hoogachtend,
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,
namens deze:
wnd. MT-lid Natuurvergunningen
Directoraat-Generaal Natuur en Visserij
BIJLAGEN:
-
Passende Beoordeling stikstofdepositie TenneT-DOD380 kV, Dodewaard Stikstofbeoordeling;
-
AERIUS Calculator-berekeningen;
-
Aanbiedingsbrief omgevingsvergunning natura2000-activiteit
-
Participatieverslag Dodewaard 380 kV
Toepassing uniforme openbare voorbereidingsprocedure
Op deze vergunningprocedure is de openbare uniforme voorbereidingsprocedure als opgenomen in afdeling 3.4 van de Awb van toepassing.
Zienswijze doorgeven
U kunt uw zienswijze op verschillende manieren doorgeven. U doet dit het snelst door het digitale formulier (zie hieronder) in te vullen.
Lukt het niet om de zienswijze door te geven met het digitale formulier? Geef uw zienswijze dan telefonisch door of in een brief. U kunt uw zienswijze niet in een e-mail of via het algemene contactformulier sturen. We nemen deze niet in behandeling.
Digitaal formulier
Geef uw zienswijze op tijd door met een digitaal formulier op https://mijn.rvo.nl/zienswijze-ontwerpbesluit-of-voorgenomen-besluit. Dit kunt u doen tot uiterlijk zes weken na publicatie van dit besluit. U logt hierop in met DigiD (als burger), of met eHerkenning niveau 2+ (als organisatie).
Telefonisch
U moet eerst een afspraak maken. Dit doet u door te bellen naar 088 042 42 42. Kies voor optie 1 en daarna voor optie 4.
Brief
U kunt uw zienswijze ook via de post naar ons sturen. De adresgegevens treft u hieronder aan:
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland
Afdeling Vergunning en Handhaving
Postbus 40225
8004 DE Zwolle
Zorg dat uw naam, adres en telefoonnummer in de brief staan. Noem in uw brief om welk ontwerpbesluit het gaat. En vertel of u het er wel of niet mee eens bent. Alleen dan kan uw zienswijze meegenomen worden in het nemen van het besluit.
Na uw zienswijze
Nadat u uw zienswijze heeft doorgegeven, krijgt u een ontvangstbevestiging. Alle zienswijzen worden meegenomen in het nemen van een definitief besluit. Als alle zienswijzen verwerkt zijn, krijgt u bericht dat er een Nota van Antwoord is opgesteld. Hierin zijn alle zienswijzen en de reacties daarop samengevoegd. Uw persoonlijke gegevens komen niet in deze nota te staan.
PUBLICATIE BESLUIT
De minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur maakt dit besluit openbaar op grond van artikel 3 van de Wet open overheid. Het zal onder anonimisering van de persoonsgegevens geplaatst worden op https://puc.overheid.nl/natuurvergunningen.