Geachte,
Op 30 maart 2026 heeft u, namens Ecowende C.V. een aanvraag ingediend voor een vergunning op grond van de Omgevingswet (hierna: Ow) voor de volgende Natura 2000-activiteit: het uitplaatsen van jonge en volwassen platte oesters op oester hubs in het windpark-op-zee Hollandse Kust West (Ecowende). Deze vergunning is aangevraagd voor een periode van 33,5 jaar, tot en met 31 december 2059.
Procedure
Op 30 maart 2026 heeft u uw aanvraag ingediend via het omgevingsloket van het Digitaal Stelsel Omgevingswet. U heeft hiervan een automatische bevestiging ontvangen.
Op deze aanvraag is de uniforme openbare voorbereidingsprocedure, zoals opgenomen in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), van toepassing.
Besluit
Ik besluit om u de omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit, zoals bedoeld in artikel 5.1, lid 1, sub e Ow te verlenen.
In dit besluit vindt u de voorschriften en de inhoudelijke overwegingen die aan deze omgevingsvergunning ten grondslag liggen. De aanvraag en de bijlagen zijn onderdeel van dit besluit.
1. AANVRAAG
1.1. Onderwerp
Ecowende is voornemens om binnen Hollandse Kust west kavel VI een schelpdierpilot uit te voeren, specifiek gericht op herstel van de platte oester (Ostrea edulis) in de Noordzee. De werkzaamheden in het kader van dit project omvatten de plaatsing en monitoring van in totaal zes oester hubs in de nabijheid van drie kabelkruisingen in het windpark. Een oester hub bestaat uit een platte stalen frame dat dient als fundering met daarop 24 verticale kolommen van ruw afgewerkt beton (substraat). Iedere oester hub bevat circa 600 volwassen platte oesters, die dienen als broodstock (productie van larven).
In aanvulling op volwassen platte oesters, wordt ook een gedeelte van het substraat bedekt met Bonamia-tolerante jonge oesters. Het gebruik van deze Bonamia-resistente jonge oesters, afkomstig van een aan Bonamia blootgestelde populatie, verschaft een extra bescherming tegen mogelijke toekomstige besmettingen met de Bonamia-parasiet. Echter, wanneer het gebruik van Bonamia-resistente larven niet wordt toegestaan, zal slechts gebruik gemaakt worden van volwassen oesters verkregen uit Ierland (base-case). Het aantal platte oesters per hub is in dit geval circa 750 individuen.
Het windpark ligt circa 20 km ten oosten van het Natura 2000-gebied Bruine Bank en 50 km ten westen van Natura 2000-gebied Noordzeekustzone.
De installatiewerkzaamheden in het windpark worden uitgevoerd in de periode oktober 2026 en gebeuren in een enkele campagne van maximaal twee dagen. De monitoringswerkzaamheden zullen tijdens de loop van de vergunning plaatsvinden in de jaren 2027, 2028, 2029 en 2031, waarbij iedere locatie drie keer bezocht zal worden. Naast de jaarlijkse monitoring vinden in 2027 en 2031 nog metingen plaats met twee Remote Operated Vehicles (ROV) om de vestiging en ontwikkeling van de platte oesters te monitoren.
De voorgenomen activiteiten zijn in meer detail beschreven in de aangeleverde Passende Beoordeling (hierna: PB, bijlage 1).
1.2. Bevoegdheid
Er is sprake van een Natura 2000-activiteit van nationaal belang. Op basis van art. 5.11, lid 1 sub g Ow en art 4.12, lid 2, sub k onder 3 luidend: 'een activiteit die geheel of grotendeels plaatsvindt in de exclusieve economische zone.' van het Omgevingsbesluit (hierna: Ob) ben ik bevoegd om te beslissen op uw vergunningaanvraag.
De exacte wetsteksten zijn te raadplegen op www.overheid.nl onder 'wet- en regelgeving'.
1.3. Vergunningplicht.
De aangevraagde activiteiten kunnen, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor de Natura 2000-gebieden Bruine bank en Noordzeekustzone, significante gevolgen hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen van deze gebieden. Daarom geldt een vergunningplicht van art 5.1, lid 1, sub e. Ow.
1.4. Beoordeling van Natura 2000-activiteiten
1.4.1. Activiteiten met mogelijk significante gevolgen.
De activiteiten waarvoor een vergunning wordt aangevraagd, betreffen een activiteit in de zin van art 5.1, lid 1, sub e Ow, omdat zij, afzonderlijk of in cumulatie met andere plannen of activiteiten, kunnen leiden tot significante gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen van een of meerdere Natura 2000-gebieden.
1.4.2. Passende beoordeling.
Conform artikel 8.74b Besluit Kwaliteit Leefomgeving geldt dat uit een PB in de zin van artikel 16.53c van de Ow moet blijken dat de zekerheid is verkregen dat de natuurlijke kenmerken van de Natura 2000- gebieden niet worden aangetast door de activiteit, afzonderlijk of in cumulatie met andere activiteiten, tenzij sprake is van toepassing van een ADC-toets. De PB moet rekening houden met de instandhoudingsdoelstellingen van deze gebieden. De PB biedt de grondslag voor de vaststelling van de aard en omvang van de gevolgen of de cumulatieve gevolgen en de manier waarop in mitigatie van die gevolgen is voorzien. De met de aanvraag meegezonden PB toetst de effecten aan de instandhoudingdoelstellingen uit de aanwijzingsbesluiten van de betrokken Natura 2000-gebieden.
1.5. Beleid
1.5.1. Programma(s)
Programma Noordzee 2022-2027
[…] 3.3 Beleid – Kader 3.1: Beleidsdoelen terugkeer en herstel van platte oesterbanken:
- Samenwerking met maatschappelijke initiatieven gericht op herstel van biogene riffen, waaronder van platte-oesterbanken.
- Bescherming van een wilde bank met platte oesters in het Natura 2000 gebied Voordelta ten behoeve van een meerjarig onderzoek naar de status en ontwikkeling van de bank; dit door beroering van bodem of substraat én oogst van platte oesters uit te sluiten.
- Aanpassing van Natura 2000-profielen en -beheerplannen voor biogene riffen, waaronder platte-oesterbanken; uiterlijk te realiseren in 2022.
- Aanpassing aquacultuurregelgeving per 2021 om te borgen dat in de Noordzee uitsluitend platte oesters worden uitgezet die vrij zijn van de Bonamia-parasiet.
- Faciliteren van onderzoek zoals in het missiegedreven onderzoeksprogramma en het EMVAF, om onder andere voor herintroducties uitgangsmateriaal te verkrijgen dat vrij is van Bonamia.
[…]10.3 Afwegingskader medegebruik in windparken – Natuurinclusief bouwen versus medegebruik: Niet alleen het realiseren van bepaalde duurzame vormen van medegebruik, maar ook natuurinclusief ontwerpen en bouwen kunnen direct of indirect bijdragen aan behoud en duurzaam gebruik van inheemse soorten en habitats in Nederland, bijvoorbeeld doordat bepaalde organismen kunnen profiteren van de toegepaste materialen. In de kavelbesluiten voor de windenergiegebieden Borssele en Hollandse Kust (zuid) is daarom voor de bouw van windparken op zee een inspanningsvoorschrift opgenomen om natuurinclusief bouwen te bevorderen. Voor Hollandse Kust (noord) is het voorschrift specifieker. In het laatste geval houdt het voorschrift in dat de windpark-exploitant, die stenen of andere materialen gebruikt als erosiebescherming rondom de fundatie van windturbinepalen, maatregelen moet nemen in de vorm van kleine en/of grote holen en spleten en (be)vestigingssubstraat ter vergroting van de geschikte habitat voor van nature in de Noordzee voortkomende soorten. Dat zijn in het bijzonder 'paraplusoorten' als kabeljauw en platte oesters.
Participatie
Voor de aangevraagde activiteit heeft Waardenburg B.V. ons niet gemeld dat zij (aanvullende) stappen heeft ondernomen om belanghebbenden te betrekken bij de besluitvorming. Zij heeft daarmee geen specifieke invulling gegeven aan de participatieplicht onder de Ow art. 16.55 in combinatie met artikel 7.4 lid 1 en lid 2 van de Omgevingsregeling.
2. BEOORDELING
2.1. Afbakening
Gebieden
De beoogde activiteit vindt plaats in (de nabijheid van) de Natura 2000-gebieden Bruine bank en Noordzeekustzone, meer specifiek op circa 20 km ten oosten van de Bruine Bank en 50 km ten westen van de Noordzeekustzone.
Gevolgen
Voor de beoordeling van de gevolgen inventariseert de PB welke in redelijkheid denkbare typen gevolgen kunnen optreden. Het betreft:
- Verstoring door directe en/of indirecte effecten via externe werking;
- Verlies aan areaal of verminderde kwaliteit door ruimtebeslag;
- Verstoring door verspreiding invasieve exoten;
- Verstoring door verspreiding Bonamia ostreae;
- Verstoring door geluid;
- Verstoring door licht;
- Verstoring door mensen/visuele verstoring.
Natuurwaarden
De beschermde natuurwaarden en de relevante instandhoudingsdoelstellingen van de betrokken Natura 2000-gebieden staan vermeld op www.natura2000.nl.
Conclusie afbakening
Ik ben van oordeel dat de afbakening van het gebied en de inventarisatie van mogelijke gevolgen van de activiteit op de natuurwaarden in de PB op een juiste wijze hebben plaatsgevonden.
2.2. Mogelijke effecten en mitigatie
Hieronder volgt mijn beoordeling van de effectenanalyse zoals die is neergelegd in de bij de aanvraag gevoegde PB (bijlage 1).
In hoofdstuk 6.2 van de PB wordt voor vijf van de zeven genoemde effecten door de activiteit met in redelijkheid denkbare typen gevolgen voor beschermde natuurwaarden en de relevante instandhoudingsdoelstellingen van de betrokken Natura 2000-gebieden geconcludeerd dat deze op voorhand zijn uit te sluiten, namelijk:
- Verstoring door directe en/of indirecte effecten via externe werking;
- Verlies aan areaal of verminderde kwaliteit door ruimtebeslag;
- Verstoring door geluid;
- Verstoring door licht;
- Verstoring door mensen/visuele verstoring.
Ik ben van oordeel dat deze beoordeling van de effecten juist is en ik verwijs naar de PB voor een nadere lezing daarvan.
2.2.1. Verstoring door verspreiding invasieve exoten
De introductie van invasieve exoten kan een negatief effect hebben op inheemse mariene soorten, waaronder de typische soorten die onderdeel uitmaken van habitattype H1110B. Het gaat hierbij om soorten die door menselijke activiteiten uit bepaalde herkomstgebieden buiten hun oorspronkelijke verspreidingsgebied worden geïntroduceerd, waardoor de kwaliteit van deze habitattypes in de Noordzeekustzone en de Bruine Bank kan afnemen. Dit risico betreft uitsluitend invasieve exoten die nog niet in het introductiegebied voorkomen.
De kans op aanwezigheid van invasieve exoten ontstaat gedurende de periode van vestiging van oesterlarven op het substraat. Als larven van invasieve benthossoorten in dit water aanwezig zijn, kunnen deze zich - naast platte oesterlarven - ook op het substraat vestigen. Daarnaast kunnen andere kleine organismen, zoals kreeftachtigen en jonge vissen, hier eveneens voorkomen. Ditzelfde principe geldt voor de het houden van volwassen platte oesters in de opslagtanks. Bij het uitzetten van dit materiaal op de projectlocatie fungeert dit hiermee als een potentiële bron voor introductie van invasieve soorten.
Om dit te voorkomen:
- wordt standaard het toegevoegde water vóór gebruik gefilterd (5 tot 2 micron) en,
- vindt er desinfectie plaats met UV-licht; wat alle organismen en larven in het water doodt.
Hierdoor wordt de verspreiding van invasieve exoten via het opslagwater uitgesloten en zijn negatieve effecten op voorhand uitgesloten.
Daarnaast kunnen ook exoten worden verspreid door het gebruik van de volwassen oesters uit Tralee Bay (Ierland). Ter preventie van verstoring als gevolg van invasieve exoten die nog niet in Nederland voorkomen, worden in het aanstaande project de volgende maatregelen genomen:
- De volwassen oesters visueel geïnspecteerd op aangroei van epibionten en worden duidelijk zichtbare organismen verwijderd.
- De platte oesters worden gedurende 15 tot 20 minuten ondergedompeld in een oplossing van 5 ml/l 15% natriumhypochloriet. De platte oesters worden vervolgens in zoet water gespoeld.
- Voor uitplaatsing worden de platte oesters gedurende minimaal twee weken in quarantaine gehouden in een tank met gefilterd en UV behandeld zeewater van 4-7 °C om eventuele aanwezigheid van micro-organismen uit te sluiten of te verwijderen.
Ik heb deze werkwijze vervat in vergunningsvoorschriften.
2.2.2. Verstoring door verspreiding Bonamia ostrea
Een oesterherstelproject in de Noordzee kan enkel doorgang vinden als is bewezen dat de platte oesters Bonamia-vrij zijn. Dit is afgesproken in zowel internationaal Europees verband (Native Oyster Restoration Alliance; Berlin Oyster Recommendation), als een bestaande werkwijze vanuit het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Dit dient te voorkomen dat, via externe werking, de parasiet Bonamia ostreae zich kan verspreiden door de Nederlandse wateren.
De volwassen platte oesters worden geïmporteerd uit Tralee Bay, Ierland, een gebied dat vrij is van Bonamia ostreae, B. exitiosa en Marteilla refringens Type O.
De Nederlandse Rifherstel Alliantie en Wageningen Bioveterinary Research hebben een instructie ontwikkeld om een Bonamia-besmetting met wetenschappelijke zekerheid uit te sluiten (zie bijlage II van de PB, bijlage 1). Als een nieuw protocol in deze instructie wordt gepubliceerd voordat de uitplaatsingswerkzaamheden zijn afgerond, dan zal dit nieuwe protocol als leidend worden genomen en worden toegepast.
De bewijzen dat de platte oesters Bonamia-vrij zijn wordt voorafgaand aan de activiteit aangeleverd bij het bevoegd gezag. De uitzet van oesterhubs kan alleen plaatsvinden als uit beide stappen blijkt dat de oesters Bonamia-vrij zijn.
Ik heb hiertoe een vergunningvoorschrift opgenomen.
2.2.3. Typische soorten
De beoordeling van typische soorten van de habitats van de betrokken Natura 2000-gebieden is – indien van toepassing – reeds gedaan in voorgaande paragrafen. Eventuele mitigerende maatregelen zijn daar ook opgenomen.
Derhalve zullen deze niet meer separaat in dit hoofdstuk worden behandeld.
2.3. Stikstofdepositie
In de Passende Beoordeling (paragraaf 2.5) wordt geconcludeerd dat voor deze activiteit geen stikstofberekening hoeft te worden aangeleverd, omdat de activiteit op land ruim binnen het heersend verkeersbeeld past en de activiteiten op zee buiten de 25 km-zone van stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden vallen.
Derhalve zijn negatieve gevolgen op Natura 2000-gebieden door een bijdrage aan de stikstofdepositie op voorhand uitgesloten.
2.4. Cumulatie
Bij vergunningverlening voor een activiteit moet een beoordeling plaatsvinden van de cumulatieve gevolgen als de activiteit, afzonderlijk of in combinatie met andere activiteiten, significante gevolgen kan hebben voor de betrokken Natura 2000-gebieden. Een vergunning kan alleen verleend worden als de activiteit afzonderlijk of in combinatie met andere activiteiten geen significante gevolgen heeft.
Ik heb hiervoor al geconcludeerd dat de uitvoering van de voorgenomen activiteit zelfstandig beschouwd, geen significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen.
De PB geeft aan dat de uitvoering van de activiteiten niet leidt tot negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor de Natura 2000-gebieden Bruine Bank en Noordzeekustzone. De PB concludeert dat cumulatieve effecten daarom niet aan de orde zijn en dus niet nader onderzocht zijn.
2.5. Monitoring
Ten einde het verloop van de activiteit te monitoren worden gedurende vier jaren, tot met 2031, per locatie drie larvenbemonsteringen uitgevoerd binnen 10 meter afstand uitgevoerd. Er worden ook op 50 meter en 250 meter afstand monsters genomen.
In het voorjaar/zomer van 2027 zal een Remotely Operated Vehicle-monitoring (ROV) worden uitgevoerd als nul-meting. In het voorjaar/zomer van 2031 zal, ter afsluiting van de activiteit, een tweede en laatste ROV-monitoring plaatsvinden.
De monitoring vindt plaats tijdens lopende studie binnen het windpark Hollandse Kust West, waardoor geen extra scheepvaart nodig zal zijn.
2.6. Ontmanteling
De ontmanteling van het oestermateriaal valt binnen de decommissioning scope van HKW kavel VI, en gebeurt volgens de meest actuele technische standaarden. Wanneer er sprake is van een hoge natuurwaarde, kan in overleg met besluitvormende instanties worden overwogen om bepaalde locaties te behouden.
2.7. Conclusie
Met de door u uitgevoerde PB en hieronder aan deze omgevingsvergunning verbonden voorschriften is de zekerheid verkregen dat de activiteit waarvoor de vergunning is aangevraagd, niet leidt tot aantasting van de natuurlijke kenmerken van de betrokken Natura 2000-gebieden.
Op grond van het bovenstaande ben ik van mening dat de door u gevraagde omgevingsvergunning, onder de hieronder opgenomen voorschriften en beperkingen, kan worden verleend.
Ik maak u erop attent dat de onderhavige vergunning louter een toestemming betreft voor een Natura 2000-activiteit op grond van de Ow en de daadwerkelijke inzetbaarheid ervan kan beperkt worden door toekomstige ontwikkelingen en beperkingen vanuit andere kaders.
3. VOORSCHRIFTEN
Ter bescherming van de in de Natura 2000-gebieden Bruine Bank en Noordzeekustzone aanwezige beschermde natuurwaarden, verbind ik aan deze omgevingsvergunning de volgende voorschriften en beperkingen.Algemeen
1. Deze vergunning staat op naam van Ecowende C.V. (hierna: vergunninghouder).
2. Deze vergunning wordt uitsluitend gebruikt door (medewerkers van) de vergunninghouder of door (rechts)personen die aantoonbaar in opdracht van de vergunninghouder handelen. De vergunninghouder blijft daarbij verantwoordelijk voor de juiste naleving van deze vergunning.
3. Het in voorschrift 1 genoemde bedrijf en de in voorschrift 2 genoemde (rechts)personen beschikken op de plaats waar de vergunde activiteit wordt uitgevoerd over een (digitaal) exemplaar van deze vergunning, inclusief alle daarbij behorende bijlagen.
4. Het in voorschrift 1 genoemde bedrijf en de in voorschrift 2 genoemde (rechts)personen zijn aantoonbaar op de hoogte van de inhoud en het doel van deze voorschriften en beperkingen.
5. Het tijdstip waarop de vergunde activiteit daadwerkelijk wordt gestart, wordt uiterlijk één week voor de aanvang ervan gemeld aan het bevoegd gezag of de toezichthouder.
6. De vergunde activiteit wordt uitgevoerd zoals aangegeven in de aanvraag en bijbehorende passende beoordeling en volgens de voorschriften en beperkingen die aan deze vergunning zijn verbonden. Bij eventuele strijdigheid van de aanvraag en de voorschriften en beperkingen van deze vergunning hebben de laatste voorrang.
7. Het voornemen tot het uitvoeren van een activiteit in afwijking van de aanvraag wordt schriftelijk gemeld aan het bevoegd gezag (indien nodig met aanvulling op de PB). Uitvoering ervan kan uitsluitend plaatsvinden na verkregen schriftelijke instemming van of namens het bevoegd gezag.
8. Wanneer zich een incident voordoet, meldt de vergunninghouder dit met alle relevante gegevens onmiddellijk aan het bevoegd. Een incident is in dit geval een onvoorziene gebeurtenis waardoor schade aan de natuurlijke kenmerken in het betrokken beschermde gebied is of kan worden toegebracht, bijvoorbeeld wanneer onbedoeld vrijgekomen schadelijke stoffen een habitattype of habitat- of vogelrichtlijnsoort bedreigen.
9. Wanneer zich een incident voordoet, is de vergunninghouder verplicht eventuele verontreinigingen zo mogelijk direct te verwijderen en de eventueel opgetreden schade voor zover mogelijk te herstellen, zulks ter beoordeling van het bevoegd gezag.
10. De vergunninghouder volgt de aanwijzingen op die het bevoegd gezag geeft.
11. Alle correspondentie met betrekking tot deze vergunning kan per reguliere post of per e-mail (natuurvergunningen@minlnv.nl) worden gedaan.
Nadere inhoudelijke voorschriften
Bonamia
12. De volwassen platte oesters worden geïmporteerd uit Tralee Bay, Ierland, een gebied dat vrij is van Bonamia ostreae, B. exitiosa en Marteilla refringens Type O.
13. De oesterlarven worden geproduceerd onder gecontroleerde, Bonamia-vrije, omstandigheden, zoals in de kweekfaciliteit van Stichting Zeeschelp, op land.
14. De oesterhubs worden voorafgaand aan de uitzet getest op Bonamia volgens het testprotocol beschreven in 'Richtlijnen voor Bonamia-vrije broedhuizen voor platte oesters in Nederland' van Kamermans en Engelsma (2024):
a. Weefselmonsters van jonge platte oesters worden, met behulp van DNA-analyse, getest op Bonamia ostreae.
b. Bij oesters met een minimumgrootte van ca. 1 cm worden individuele monsters afgenomen.
c. Bij oester kleiner dan 1 cm worden gepoolde monsters onderzocht, waarbij meerdere individuen gezamenlijk worden getest.
15. Indien een nieuw test protocol wordt ontwikkeld gedurende de activiteit én voordat de uitzet is afgerond, dan zal dit nieuwe protocol als leidend worden genomen en worden toegepast.
a. De vergunninghouder meldt deze verandering van werkwijze tijdig aan het bevoegd gezag per reguliere post of per e-mail: natuurvergunningen@minlnv.nl.
16. Het bewijs dat de platte oesters Bonamia-vrij zijn, zoals de test resultaten van de analyse uit voorschriften 14 en 15, wordt voorafgaand aan de uitzet aangeleverd bij het bevoegd gezag.
17. De uitzet van oesterhubs kan alleen plaatsvinden als blijkt dat de oesters Bonamia-vrij zijn.
Exoten
18. De volwassen oesters uit Tralee Bay (Ierland) worden voorafgaande aan de uitzet:
a. De volwassen oesters visueel geïnspecteerd op aangroei van epibionten en worden duidelijk zichtbare organismen verwijderd.
b. De platte oesters worden gedurende 15 tot 20 minuten ondergedompeld in een oplossing van 5 ml/l 15% natriumhypochloriet. De platte oesters worden vervolgens in zoet water gespoeld.
c. Voor uitplaatsing worden de platte oesters gedurende minimaal twee weken in quarantaine gehouden in een tank met gefilterd en UV behandeld zeewater van 4-7 °C om eventuele aanwezigheid van micro-organismen uit te sluiten of te verwijderen.
19. Het water uit de Oosterschelde wordt vóór gebruik in de Remote Setting Facility (RSF) middels een tweetrapsreiniging methode ontdaan van mogelijke exoten en larven van exoten:
a. Het water gezuiverd door een filter met een maaswijdte van 5 tot 2 micron;
b. Het water wordt gedesinfecteerd met UV-licht.
20. Het water uit de Oosterschelde wordt vóór gebruik in de RSF en voorafgaande aan de methode beschreven in voorschrift 13 gefilterd via een zandfilter. Dit filter is gevuld met geactiveerd filtermateriaal (AFM), bestaande uit glasdeeltjes met een korrelgrootte van 0,4-0,8 mm.
Chemische stoffen
21. Voor de activiteit dienen de specifiek in de PB beschreven in zoute milieus stabiele chemische stoffen te worden gebruikt.
Toezicht
22. De vergunninghouder voert een administratie met daarin alle documenten die betrekking hebben op deze vergunning en op de naleving van de voorschriften.
23. De vergunninghouder geeft alle medewerking aan de aangewezen toezichthouder en opsporingsambtenaren.
24. De vergunninghouder toont informatie en documenten op verzoek aan de bevoegde toezichthouder en opsporingsambtenaren.
Looptijd en geldigheid
25. De vergunning is voor wat betreft de aanlegfase van de oesterhubs geldig vanaf het moment van onherroepelijk worden tot en met eind van 2026. Voor de gebruiksfase, waartoe de monitoringsactiviteiten behoren, behoudt de vergunning zijn geldigheid tot en met 31 december 2031. De ontmanteling van het project valt binnen de scope van offshore windpark Hollandse Kust West kavel VI en zal gebeuren in lijn met het dan geldend beleid omtrent natuurherstelprojecten.
TER INFORMATIE
Op grond van afdeling 4.1.1. van de Awb kan een verzoek tot wijziging van de vergunning worden ingediend.
Op grond van de artikelen 5.39 en 5.40, lid 1 en lid 2 Ow kan de verleende vergunning worden ingetrokken of gewijzigd.
Als de vergunninghouder handelt in strijd met de vergunning, kan op grond van artikel 18.4 Ow een last onder bestuursdwang worden opgelegd.
Conform artikel 5:32, lid 1, Awb kan een bestuursorgaan dat bevoegd is bestuursdwang toe te passen, in plaats daarvan aan de overtreder een last onder dwangsom opleggen.
Hoogachtend,
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,
namens deze:
wnd. MT-lid Natuurvergunningen
Directoraat-Generaal Natuur en Visserij
BIJLAGEN:
1. Passende Beoordeling uitplaatsing (jonge) platte oesters in windpark Hollandse Kust West
2. Locaties project uitplaatsing oesterhubs HKW
Toepassing uniforme openbare voorbereidingsprocedure
Op deze vergunningprocedure is de openbare uniforme voorbereidingsprocedure als opgenomen in afdeling 3.4 van de Awb van toepassing.
Zienswijze doorgeven
U kunt uw zienswijze op verschillende manieren doorgeven. U doet dit het snelst door het digitale formulier (zie hieronder) in te vullen.
Lukt het niet om de zienswijze door te geven met het digitale formulier? Geef uw zienswijze dan telefonisch door of in een brief. U kunt uw zienswijze niet in een e-mail of via het algemene contactformulier sturen. We nemen deze niet in behandeling.
Digitaal formulier
Geef uw zienswijze op tijd door met een digitaal formulier op https://mijn.rvo.nl/zienswijze-ontwerpbesluit-of-voorgenomen-besluit. Dit kunt u doen tot uiterlijk zes weken na publicatie van dit besluit. U logt hierop in met DigiD (als burger), of met eHerkenning niveau 2+ (als organisatie).
Telefonisch
U moet eerst een afspraak maken. Dit doet u door te bellen naar 088 042 42 42. Kies voor optie 1 en daarna voor optie 4.
Brief
U kunt uw zienswijze ook via de post naar ons sturen. De adresgegevens treft u hieronder aan:
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland
Afdeling Vergunning en Handhaving
Postbus 40225
8004 DE Zwolle
Zorg dat uw naam, adres en telefoonnummer in de brief staan. Noem in uw brief om welk ontwerpbesluit het gaat. En vertel of u het er wel of niet mee eens bent. Alleen dan kan uw zienswijze meegenomen worden in het nemen van het besluit.
Na uw zienswijze
Nadat u uw zienswijze heeft doorgegeven, krijgt u een ontvangstbevestiging. Alle zienswijzen worden meegenomen in het nemen van een definitief besluit. Als alle zienswijzen verwerkt zijn, krijgt u bericht dat er een Nota van Antwoord is opgesteld. Hierin zijn alle zienswijzen en de reacties daarop samengevoegd. Uw persoonlijke gegevens komen niet in deze nota te staan.
PUBLICATIE BESLUIT
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur maakt dit besluit openbaar op grond van artikel 3 van de Wet open overheid. Het zal onder anonimisering van de persoonsgegevens geplaatst worden op https://puc.overheid.nl/natuurvergunningen.