Geachte,
Op 18 maart 2026 heeft u, namens TenneT TSO een aanvraag ingediend voor een vergunning op grond van de Omgevingswet (hierna: Ow) voor de volgende Natura 2000-activiteit: het uitplaatsen van platte oesterbroed op hard substraat op 18 locaties waar de kabel van windpark Hollandse Kust west Beta (hierna: HKwB) de export kabels kruist en het monitoren van de resultaten ten behoeve van platte oester in de Noordzee. Deze vergunning is aangevraagd voor een periode van 10,5 jaar met uitplaatsingen in 2026 en 2027 en de overige jaren voor de monitoring.
Procedure
Op 18 maart 2026 heeft u uw aanvraag ingediend via het omgevingsloket van het Digitaal Stelsel Omgevingswet. U heeft hiervan een automatische bevestiging ontvangen.
Op deze aanvraag is de uniforme openbare voorbereidingsprocedure, zoals opgenomen in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), van toepassing.
Besluit
Ik besluit om u de omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit, zoals bedoeld in artikel 5.1, lid 1, sub e Ow te verlenen.
In dit besluit vindt u de voorschriften en de inhoudelijke overwegingen die aan deze omgevingsvergunning ten grondslag liggen. De aanvraag en de bijlagen zijn onderdeel van dit besluit.
1. AANVRAAG
1.1. Onderwerp
TenneT TSO beoogt herintroductie en herstel van inheemse platte oesterpopulaties (Ostrea edulis) in de Noordzee door het uitplaatsen van spat-on-rock op 18 verschillende locaties (bijlage 2) waarbij de elektriciteitskabel van windpark Hollandse Kust west Beta de export kabel kruist. De uitzet van spat-on-rock begint bij het laten vestigen van gekweekte oesterlarven op hard substraat (niet-schadelijk steenmateriaal; kalk- of granietsteen) in een Remote Setting Facility (RSF), waarna deze over een tracé van ca. 48 km op bestaande kabelbescherming worden neergelegd.
De locaties bevinden zich op ca. 5 tot 53 km ten westen de Nederlandse kust, ca. 5 km van terrestrisch Natura 2000-gebied Noordhollands Duinreservaat en ca. 12 km en ca. 21 km van mariene Natura 2000-gebieden Noordzeekustzone en, respectievelijk, de Bruine Bank.
De werkzaamheden met betrekking tot de uitplaatsing worden uitgevoerd in de het derde kwartaal van 2026 (Q3 2026) gedurende een periode van maximaal één keer twee aaneengesloten dagen en in het tweede of derde kwartaal van 2027 (Q2/Q3 2027) voor een periode van maximaal twee keer twee aangesloten dagen.
De monitoring vindt plaats in de jaren 2027, 2028, 2029, 2031 en 2036 doormiddel van een Remotely Operated Vehicle (ROV) en/of dropcam monitoringstechnieken voor twee tot drie dagen per keer. De monitoring vindt jaarlijkse eenmaal plaats tijdens regulier beheer- en onderhoudswerkzaamheden van de kabelkruisingen.
Het ontmantelen van dit project valt binnen de opruimplicht en werkzaamheden van het project Net op Zee Hollandse Kust (west Beta) (kenmerk: DGNVLG / 21267503).
De voorgenomen activiteiten zijn in meer detail beschreven in de aangeleverde Passende Beoordeling (hierna: PB, bijlage 1).
1.2. Bevoegdheid
Er is sprake van een Natura 2000-activiteit van nationaal belang. Op basis van art. 5.11, lid 1 sub g Ow en het art 4.12, lid 2, sub k onder 3 luidend: 'een activiteit die geheel of grotendeels plaatsvindt in de exclusieve economische zone.' van het Omgevingsbesluit (hierna: Ob) ben ik bevoegd om te beslissen op uw vergunningaanvraag.
De exacte wetsteksten zijn te raadplegen op www.overheid.nl onder 'wet- en regelgeving'.
1.3. Vergunningplicht
De aangevraagde activiteiten kunnen, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor de Natura 2000-gebieden Noordzeekustzone en de Bruine Bank, significante gevolgen hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen van deze gebieden. Daarom geldt een vergunningplicht van art 5.1, lid 1, sub e. Ow.
1.4. Beoordeling van Natura 2000-activiteiten
1.4.1. Activiteiten met mogelijk significante gevolgen.
De activiteiten waarvoor een vergunning wordt aangevraagd, betreffen een activiteit in de zin van art 5.1, lid 1, sub e Ow, omdat zij, afzonderlijk of in cumulatie met andere plannen of activiteiten, kunnen leiden tot significante gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen van een of meerdere Natura 2000-gebieden.
1.4.2. Passende beoordeling.
Conform artikel 8.74b Besluit Kwaliteit Leefomgeving geldt dat uit een PB in de zin van artikel 16.53c van de Ow moet blijken dat de zekerheid is verkregen dat de natuurlijke kenmerken van de Natura 2000- gebieden niet worden aangetast door de activiteit, afzonderlijk of in cumulatie met andere activiteiten, tenzij sprake is van toepassing van een ADC-toets. De PB moet rekening houden met de instandhoudingsdoelstellingen van deze gebieden. De PB biedt de grondslag voor de vaststelling van de aard en omvang van de gevolgen of de cumulatieve gevolgen en de manier waarop in mitigatie van die gevolgen is voorzien. De met de aanvraag meegezonden PB toetst de effecten aan de instandhoudingdoelstellingen uit het aanwijzingsbesluit en/of het wijzigingsbesluit van de betrokken Natura 2000-gebieden.
1.5. Beleid
1.5.1. Programma(s)
Programma Noordzee 2022-2027
[…] 3.3 Beleid – Kader 3.1: Beleidsdoelen terugkeer en herstel van platte-oesterbanken:
-
Samenwerking met maatschappelijke initiatieven gericht op herstel van biogene riffen, waaronder van platte-oesterbanken.
-
Bescherming van een wilde bank met platte oesters in het Natura 2000-gebied Voordelta ten behoeve van een meerjarig onderzoek naar de status en ontwikkeling van de bank; dit door beroering van bodem of substraat én oogst van platte oesters uit te sluiten.
-
Aanpassing van Natura 2000-profielen en -beheerplannen voor biogene riffen, waaronder platte-oesterbanken; uiterlijk te realiseren in 2022.
-
Aanpassing aquacultuurregelgeving per 2021 om te borgen dat in de Noordzee uitsluitend platte oesters worden uitgezet die vrij zijn van de Bonamia-parasiet.
-
Faciliteren van onderzoek zoals in het missiegedreven onderzoeksprogramma en het EMVAF, om onder andere voor herintroducties uitgangsmateriaal te verkrijgen dat vrij is van Bonamia.
[…] 10.3 Afwegingskader medegebruik in windparken – Natuurinclusief bouwen versus medegebruik:
Niet alleen het realiseren van bepaalde duurzame vormen van medegebruik, maar ook natuurinclusief ontwerpen en bouwen kunnen direct of indirect bijdragen aan behoud en duurzaam gebruik van inheemse soorten en habitats in Nederland, bijvoorbeeld doordat bepaalde organismen kunnen profiteren van de toegepaste materialen. In de kavelbesluiten voor de windenergiegebieden Borssele en Hollandse Kust (zuid) is daarom voor de bouw van windparken op zee een inspanningsvoorschrift opgenomen om natuurinclusief bouwen te bevorderen. Voor Hollandse Kust (noord) is het voorschrift specifieker. In het laatste geval houdt het voorschrift in dat de windpark-exploitant, die stenen of andere materialen gebruikt als erosiebescherming rondom de fundatie van windturbinepalen, maatregelen moet nemen in de vorm van kleine en/of grote holen en spleten en (be)vestigingssubstraat ter vergroting van de geschikte habitat voor van nature in de Noordzee voortkomende soorten. Dat zijn in het bijzonder 'paraplusoorten' als kabeljauw en platte oesters.
Participatie
Voor de aangevraagde activiteit heeft Waardenburg B.V. ons niet gemeld dat zij (aanvullende) stappen heeft ondernomen om belanghebbenden te betrekken bij de besluitvorming. Zij heeft daarmee geen specifieke invulling gegeven aan de participatieplicht onder de Ow art. 5.3.
2. BEOORDELING
2.1. Afbakening
Gebieden
De beoogde activiteit vindt plaats in de nabijheid van de Natura 2000-gebieden, meer specifiek op ten minste 12 km van Noordzeekustzone en 21 km van Bruine Bank. De mogelijk significant negatieve effecten worden alleen in de mariene Natura 2000-gebieden verwacht door de aard van de activiteit. Daarom worden beschermde natuurwaarden en instandhoudingsdoelstellingen van het terrestrische Natura 2000-gebied Noordhollands Duinreservaat niet meegenomen in de overwegingen.
Gevolgen
Voor de beoordeling van de gevolgen inventariseert de PB welke in redelijkheid denkbare typen gevolgen kunnen optreden. Het betreft:
-
Verstoring door directe en/of indirecte effecten via externe werking;
-
Verlies aan areaal of verminderde kwaliteit door ruimtebeslag;
-
Verstoring door verspreiding invasieve exoten;
-
Verstoring door verspreiding Bonamia ostreae;
-
Verstoring door geluid;
-
Verstoring door licht;
-
Verstoring door mensen/visuele verstoring.
Natuurwaarden
De beschermde natuurwaarden en de relevante instandhoudingsdoelstellingen van de betrokken Natura 2000-gebieden staan vermeld op www.natura2000.nl.
Conclusie afbakening
Ik ben van oordeel dat de afbakening van het gebied en de inventarisatie van mogelijke gevolgen van de activiteit op de natuurwaarden in de PB op een juiste wijze hebben plaatsgevonden.
2.2. Mogelijke effecten en mitigatie
Hieronder volgt mijn beoordeling van de effectenanalyse zoals die is neergelegd in de bij de aanvraag gevoegde PB (bijlage 1).
In hoofdstuk 6.2 van de PB wordt voor zes van de zeven genoemde effecten door de activiteit met in redelijkheid denkbare typen gevolgen voor beschermde natuurwaarden en de relevante instandhoudingsdoelstellingen van de betrokken Natura 2000-gebieden geconcludeerd dat deze op voorhand zijn uit te sluiten, namelijk:
-
Verstoring door directe en/of indirecte effecten via externe werking;
-
Verlies aan areaal of verminderde kwaliteit door ruimtebeslag;
-
Verstoring door verspreiding invasieve exoten;
-
Verstoring door geluid;
-
Verstoring door licht;
-
Verstoring door mensen/visuele verstoring.
Ik ben van oordeel dat deze beoordeling van de effecten juist is en ik verwijs naar de PB voor een nadere lezing daarvan.
Echter wordt voor de mogelijke verspreiding van invasieve exoten een werkwijze – bij wijze van mitigerende maatregel – beschreven waardoor dit niet kan plaatsvinden en een mogelijk significant negatief effect kan worden uitgesloten. Hieruit concludeer ik dat een effect niet op voorhand is uit te sluiten en weeg ik het mee in de effectbeoordeling.
2.2.1. Verstoring door verspreiding invasieve exoten
De introductie van invasieve exoten kan een negatief effect hebben op inheemse mariene soorten, waaronder de typische soorten die onderdeel uitmaken van habitattype H1110B. Het gaat hierbij om een invasieve exoot die door menselijke activiteiten uit bepaalde herkomstgebieden buiten hun oorspronkelijke verspreidingsgebied worden geïntroduceerd, waardoor de kwaliteit van habitattypes kan afnemen.
Het risico op introductie van invasieve exoten in het productieproces van spat-on-rock ontstaat doordat er gebruik gemaakt wordt van water uit de Rotterdamse haven in 2026 en water uit de Voordelta in 2027 waarmee de RSF wordt gespoeld en waarin de vestiging van oesterlarven op de stenen plaatsvindt. In dit water kunnen larven van invasieve benthossoorten, kreeftachtigen of jonge vissen voorkomen, die zich – naast platte oesterlarven – ook op de stenen kunnen vestigen. Het uitzetten van dit materiaal op de projectlocaties kan dus resulteren in potentiële bronnen van invasieve exoten.
Om dit te voorkomen wordt het water uit de Rotterdamse haven vóór gebruik gezuiverd door een filter met een maaswijdte van 5 tot 2 micron en vindt er desinfectie met UV-licht plaats, wat alle organismen en larven in het water verwijderd/afdoodt. Een extra stap wordt toegevoegd vanaf 2027 voorafgaand aan dit proces, dan wordt het water uit de Voordelta eerst gefilterd via een zandfilter. Dit filter is gevuld met geactiveerd filtermateriaal (AFM), bestaande uit glasdeeltjes met een korrelgrootte van 0,4-0,8 mm. Hierdoor wordt de verspreiding van invasieve exoten via het oestermateriaal uitgesloten en zijn significant negatieve effecten uitgesloten.
Ik heb deze werkwijze vervat in een vergunningvoorschrift.
2.2.2. Verstoring door verspreiding Bonamia ostreae
Een oesterherstelproject in de Noordzee kan enkel doorgang vinden als is bewezen dat de platte oesters Bonamia-vrij zijn. Dit is afgesproken in zowel internationaal Europees verband (Native Oyster Restoration Alliance; Berlin Oyster Recommendation), als een bestaande werkwijze vanuit het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Dit dient te voorkomen dat, via externe werking, de parasiet Bonamia ostreae zich kan verspreiden door de Nederlandse wateren.
In dit project worden oester opgekweekt in een Bonamia-vrije kwekerij (Stichting Zeeschelp) op land en zullen deze voorafgaand aan de uitzet worden getest op Bonamia volgens methoden beschreven in 'Richtlijnen voor Bonamia-vrije broedhuizen voor platte oesters in Nederland' van Kamermans en Engelsma (2024). Dit testprotocol omvat het verzamelen van weefselmonsters van de jonge platte oesters, die met behulp van DNA-analyse worden getest op Bonamia. Individuele monsters kunnen worden afgenomen zodra de platte oesters een
minimumgrootte van circa 1 cm hebben bereikt. Voor kleinere platte oesters wordt de mogelijkheid tot het nemen van gepoolde-monsters onderzocht, waarbij meerdere individuen gezamenlijk worden getest.
Op dit moment wordt door de Nederlandse Rifherstel Alliantie en Wageningen Bioveterinary Research een instructie ontwikkeld om een Bonamia-besmetting met wetenschappelijke zekerheid uit te sluiten. Als een nieuw protocol in deze instructie wordt gepubliceerd voordat de uitplaatsingswerkzaamheden zijn afgerond, dan zal dit nieuwe protocol als leidend worden genomen en worden toegepast.
De bewijzen dat de platte oesters Bonamia-vrij zijn wordt voorafgaand aan de activiteit aangeleverd bij het bevoegd gezag. De uitzet van spat-on-rock kan alleen plaatsvinden als uit beide stappen blijkt dat de oesters Bonamia-vrij zijn.
Ik heb hiertoe een vergunningvoorschrift opgenomen.
2.3. Stikstofdepositie
Voor wat betreft de inhoudelijke overwegingen rondom de stikstofdepositie als gevolg van de aangevraagde activiteiten verwijs ik naar paragraaf 2.5 van de PB.
2.4. Cumulatie
Bij vergunningverlening voor een activiteit moet een beoordeling plaatsvinden van de cumulatieve gevolgen als de activiteit, afzonderlijk of in combinatie met andere activiteiten, significante gevolgen kan hebben voor de betrokken Natura 2000-gebieden. Een vergunning kan alleen verleend worden als de activiteit afzonderlijk of in combinatie met andere activiteiten geen significante gevolgen heeft.
Ik heb hiervoor al geconcludeerd dat de uitvoering van de voorgenomen activiteit zelfstandig beschouwd, geen significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen.
De PB geeft aan dat de uitvoering van de activiteiten niet leidt tot negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor de Natura 2000-gebieden Noordhollands Duinreservaat, Noordzeekustzone en Bruine Bank. De PB concludeert dat cumulatieve effecten daarom niet aan de orde zijn en niet nader zijn onderzocht.
Ik concludeer dat in de aangeleverde PB een volledige en juiste cumulatietoetsing is uitgevoerd.
2.5. Conclusie
Met de door u uitgevoerde PB en AERIUS-berekening en hieronder aan deze omgevingsvergunning verbonden voorschriften is de zekerheid verkregen dat de activiteit waarvoor de vergunning is aangevraagd, niet leidt tot aantasting van de natuurlijke kenmerken van de betrokken Natura 2000-gebieden.
Op grond van het bovenstaande ben ik van mening dat de door u gevraagde omgevingsvergunning, onder de hieronder opgenomen voorschriften en beperkingen, kan worden verleend.
Ik maak u erop attent dat de onderhavige vergunning louter een toestemming betreft voor een Natura 2000-activiteit op grond van de Ow en de daadwerkelijke inzetbaarheid ervan kan beperkt worden door toekomstige ontwikkelingen en beperkingen vanuit andere kaders.
3. VOORSCHRIFTEN
Ter bescherming van de in de Natura 2000-gebieden Noordzeekustzone en Bruine Bank aanwezige beschermde natuurwaarden, verbind ik aan deze omgevingsvergunning de volgende voorschriften en beperkingen.
Algemeen
-
Deze vergunning staat op naam van Tennet TSO BV. (hierna: vergunninghouder).
-
Deze vergunning wordt uitsluitend gebruikt door (medewerkers van) de vergunninghouder of door (rechts)personen die aantoonbaar in opdracht van de vergunninghouder handelen. De vergunninghouder blijft daarbij verantwoordelijk voor de juiste naleving van deze vergunning.
-
Het in voorschrift 1 genoemde bedrijf en de in voorschrift 2 genoemde (rechts)personen beschikken op de plaats waar de vergunde activiteit wordt uitgevoerd over een (digitaal) exemplaar van deze vergunning, inclusief alle daarbij behorende bijlagen.
-
Het in voorschrift 1 genoemde bedrijf en de in voorschrift 2 genoemde (rechts)personen zijn aantoonbaar op de hoogte van de inhoud en het doel van deze voorschriften en beperkingen.
-
Het tijdstip waarop de vergunde activiteit daadwerkelijk wordt gestart, wordt uiterlijk één week voor de aanvang ervan gemeld aan het bevoegd gezag of de toezichthouder.
-
De vergunde activiteit wordt uitgevoerd zoals aangegeven in de aanvraag en bijbehorende passende beoordeling en volgens de voorschriften en beperkingen die aan deze vergunning zijn verbonden. Bij eventuele strijdigheid van de aanvraag en de voorschriften en beperkingen van deze vergunning hebben de laatste voorrang.
-
Het voornemen tot het uitvoeren van een activiteit in afwijking van de aanvraag wordt schriftelijk gemeld aan het bevoegd gezag (indien nodig met aanvulling op de PB). Uitvoering ervan kan uitsluitend plaatsvinden na verkregen schriftelijke instemming van of namens het bevoegd gezag.
-
Wanneer zich een incident voordoet, meldt de vergunninghouder dit met alle relevante gegevens onmiddellijk aan het bevoegd. Een incident is in dit geval een onvoorziene gebeurtenis waardoor schade aan de natuurlijke kenmerken in het betrokken beschermde gebied is of kan worden toegebracht, bijvoorbeeld wanneer onbedoeld vrijgekomen schadelijke stoffen een habitattype of habitat- of vogelrichtlijnsoort bedreigen.
-
Wanneer zich een incident voordoet, is de vergunninghouder verplicht eventuele verontreinigingen zo mogelijk direct te verwijderen en de eventueel opgetreden schade voor zover mogelijk te herstellen, zulks ter beoordeling van het bevoegd gezag.
-
De vergunninghouder volgt de aanwijzingen op die het bevoegd gezag geeft.
-
Alle correspondentie met betrekking tot deze vergunning kan per reguliere post of per e-mail (natuurvergunningen@minlnv.nl) worden gedaan.
Nadere inhoudelijke voorschriften
-
De oesterlarven worden geproduceerd onder gecontroleerde, Bonamia-vrije, omstandigheden, zoals in de kweekfaciliteit van Stichting Zeeschelp, op land.
-
Het water uit de Rotterdamse haven wordt vóór gebruik in de Remote Setting Facility (RSF) middels een tweetrapsreiniging methode ontdaan van mogelijke exoten en larven van exoten:
-
Het water gezuiverd door een filter met een maaswijdte van 5 tot 2 micron;
-
Het water wordt gedesinfecteerd met UV-licht.
-
Het water uit de Voordelta wordt vóór gebruik in de RSF en voorafgaande aan de methode beschreven in voorschrift 13 gefilterd via een zandfilter. Dit filter is gevuld met geactiveerd filtermateriaal (AFM), bestaande uit glasdeeltjes met een korrelgrootte van 0,4-0,8 mm.
-
De spat-on-rock worden voorafgaand aan de uitzet getest op Bonamia volgens het testprotocol beschreven in 'Richtlijnen voor Bonamia-vrije broedhuizen voor platte oesters in Nederland' van Kamermans en Engelsma (2024):
-
Weefselmonsters van jonge platte oesters worden, met behulp van DNA-analyse, getest op Bonamia ostreae.
-
Bij oesters met een minimumgrootte van ca. 1 cm worden individuele monsters afgenomen.
-
Bij oester kleiner dan 1 cm worden gepoolde monsters onderzocht, waarbij meerdere individuen gezamenlijk worden getest.
-
Indien een nieuw test protocol wordt ontwikkeld gedurende de activiteit én voordat de uitzet is afgerond, dan zal dit nieuwe protocol als leidend worden genomen en worden toegepast.
-
De vergunninghouder meldt deze verandering van werkwijze tijdig aan het bevoegd gezag per reguliere post of per e-mail: natuurvergunningen@minlnv.nl.
-
Het bewijs dat de platte oesters Bonamia-vrij zijn, zoals de test resultaten van de analyse uit voorschriften 15 en 16, wordt voorafgaand aan de uitzet aangeleverd bij het bevoegd gezag.
-
De uitzet van spat-on-rock kan alleen plaatsvinden als blijkt dat de oesters Bonamia-vrij zijn.
Toezicht
-
De vergunninghouder voert een administratie met daarin alle documenten die betrekking hebben op deze vergunning en op de naleving van de voorschriften.
-
De vergunninghouder geeft alle medewerking aan de aangewezen toezichthouder en opsporingsambtenaren.
-
De vergunninghouder toont informatie en documenten op verzoek aan de bevoegde toezichthouder en opsporingsambtenaren.
Looptijd en geldigheid
-
De vergunning is voor wat betreft de uitvoering van de plaatsing van de spat-on-rock geldig vanaf het moment van onherroepelijk worden tot en met eind Q3 van 2027. In verband met de jaarlijkse monitoringsactiviteit tijdens de beheer en onderhoudswerkzaamheden behoudt de vergunning zijn geldigheid tot en met 31 december 2036.
TER INFORMATIE
Op grond van afdeling 4.1.1. van de Awb kan een verzoek tot wijziging van de vergunning worden ingediend.
Op grond van de artikelen 5.39 en 5.40, lid 1 en lid 2 Ow kan de verleende vergunning worden ingetrokken of gewijzigd.
Als de vergunninghouder handelt in strijd met de vergunning, kan op grond van artikel 18.4 Ow een last onder bestuursdwang worden opgelegd.
Conform artikel 5:32, lid 1, Awb kan een bestuursorgaan dat bevoegd is bestuursdwang toe te passen, in plaats daarvan aan de overtreder een last onder dwangsom opleggen.
Hoogachtend,
Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,
namens deze:
{Naam}
b.a. {Naam}
MT-lid Natuurvergunningen
Directoraat-Generaal Natuur en Visserij
BIJLAGEN:
-
Passende Beoordeling uitplaatsing spat-on-rock HKwB kabelkruising
-
Locaties project spat-on-rock HKwB kabelkruising
Toepassing uniforme openbare voorbereidingsprocedure
Op deze vergunningprocedure is de openbare uniforme voorbereidingsprocedure als opgenomen in afdeling 3.4 van de Awb van toepassing.
Zienswijze doorgeven
U kunt uw zienswijze op verschillende manieren doorgeven. U doet dit het snelst door het digitale formulier (zie hieronder) in te vullen.
Lukt het niet om de zienswijze door te geven met het digitale formulier? Geef uw zienswijze dan telefonisch door of in een brief. U kunt uw zienswijze niet in een e-mail of via het algemene contactformulier sturen. We nemen deze niet in behandeling.
Digitaal formulier
Geef uw zienswijze op tijd door met een digitaal formulier op https://mijn.rvo.nl/zienswijze-ontwerpbesluit-of-voorgenomen-besluit. Dit kunt u doen tot uiterlijk zes weken na publicatie van dit besluit. U logt hierop in met DigiD (als burger), of met eHerkenning niveau 2+ (als organisatie).
Telefonisch
U moet eerst een afspraak maken. Dit doet u door te bellen naar 088 042 42 42. Kies voor optie 1 en daarna voor optie 4.
Brief
U kunt uw zienswijze ook via de post naar ons sturen. De adresgegevens treft u hieronder aan:
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland
Afdeling Vergunning en Handhaving
Postbus 40225
8004 DE Zwolle
Zorg dat uw naam, adres en telefoonnummer in de brief staan. Noem in uw brief om welk ontwerpbesluit het gaat. En vertel of u het er wel of niet mee eens bent. Alleen dan kan uw zienswijze meegenomen worden in het nemen van het besluit.
Na uw zienswijze
Nadat u uw zienswijze heeft doorgegeven, krijgt u een ontvangstbevestiging. Alle zienswijzen worden meegenomen in het nemen van een definitief besluit. Als alle zienswijzen verwerkt zijn, krijgt u bericht dat er een Nota van Antwoord is opgesteld. Hierin zijn alle zienswijzen en de reacties daarop samengevoegd. Uw persoonlijke gegevens komen niet in deze nota te staan.
PUBLICATIE BESLUIT
De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur maakt dit besluit openbaar op grond van artikel 3 van de Wet open overheid. Het zal onder anonimisering van de persoonsgegevens geplaatst worden op https://puc.overheid.nl/natuurvergunningen.