Onderwerp: Bezoek-historie

Besluit wijziging natuurcompensatie stroomdalgrasland insteekhaven Spijk
Geldigheid:20-05-2026 t/m Status: Geldig vandaag

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Geachte heer, mevrouw,

 

In 2023 heeft Rijkswaterstaat een nieuwe overnachtingshaven in Spijk gerealiseerd.

 

Eerdere besluitvorming

Hiervoor is een vergunning aangevraagd op basis van de Natuurbeschermingswet 1998 welke verleend is in mei 2016 aan de provincie Gelderland (kenmerk DGAN-NB / 16064785). Als onderdeel van deze vergunning is een ADC-toets Natuurbeschermingswet 1998 uitgevoerd, waarin natuurcompensatiemaatregelen zijn vastgelegd. Uit de toets blijkt het volgende: Bij de realisatie van de overnachtingshaven is 0,01 hectare stroomdalgrasland verloren gegaan. Om dit te compenseren is in 2016 bepaald dat 4 tot 5 hectare van de Beijenwaard geschikt moet worden gemaakt voor de ontwikkeling van stroomdalgrasland. Dit is nabij de gerealiseerde insteekhaven.

 

Uw verzoek

Bij brief van 16 april 2026 heeft u verzocht tot een wijziging van de natuurcompensatie. Bij die brief is als bijlage 1 een rapport van B-ware van 7 april 2026 gevoegd en als bijlage 2 een plan van aanpak.

U stelt in de brief: Na realisatie van deze compensatiemaatregel werd duidelijk dat de toegepaste grond ongeschikt is voor de ontwikkeling van stroomdalgrasland doordat deze te kleiig en te voedselrijk is (zie bijlage 1 - 'Onderzoeksrapport B-WARE 2025'), daarnaast is een deel van de 4 à 5 ha conform het inrichtingsplan in de ADC-toets in een slenk gelegen waardoor dit te vochtig is voor stroomdalgrasland. Het risico bestaat hierdoor dat er geen stroomdalgrasland zal ontstaan en Rijkswaterstaat niet aan de natuurcompensatie eisen zoals opgenomen in de vergunning kan voldoen.

Verder geeft u aan dat een andere compensatie, met minder oppervlak, maar waarbij nog steeds ruim voldoende oppervlak wordt gecompenseerd, meer kans van slagen heeft. Daarbij wordt een deel van 1,2 ha geschikt voor stroomdalgrasland en het overige deel van de 4-5 ha wordt geschikt voor bloemrijk grasland.

Dat is verder uitgewerkt in het plan van aanpak en bevat de elementen:

  • Opnieuw afgraven van ca 1.2 hectare van de Beijenwaard tot een diepte van ca 50 cm. Voorafgaand zullen eventueel al aanwezige doelsoorten net buiten de te vergraven delen worden herplant zodat deze kunnen bijdragen aan zaadverspreiding voor het nieuwe stroomdalgrasland;

  • Aanbrengen geschikte zandgrond (dat voldoet aan de aanbevelingen van B-ware), afkomstig uit het rivierengebied (Rijntakken);

  • Verspreiden maaisel van stroomdalgrasland (bij voorkeur van het nabijgelegen Bijlandse Waard, Staatsbosbeheer);

  • Beheer: 2x per jaar maaien nieuw te ontwikkelen stroomdalgrasland;

  • Beheer: 2x per jaar maaien overige areaal om bloemrijk grasland te ontwikkelen;

  • Beheer(resultaat) wordt door een deskundig ecoloog beoordeeld en aangepast;

  • Monitoring van uitvoering bovenstaande werkzaamheden en van de ontwikkeling van de vegetatie.

 

Monitoring

U heeft aangegeven dat er op de volgende manier gaat worden gemonitord:

  • Het stroomdalgrasland wordt na 1, 5 en 10 jaar gekarteerd;

  • De verspreiding van soorten op de locatie van het stroomdalgrasland wordt na 2, 3 en 7 jaar in beeld gebracht.

  • Van overige bloemrijk grasland wordt de vegetatie na 1, 5 en 10 jaar gekarteerd.

In de monitoring worden de feitelijke waarneming afgezet tegen het streefbeeld en wordt gekeken in hoeverre de compensatie is gerealiseerd.

Indien er na 10 jaar onvoldoende sprake is van compensatie, dient er te worden bijgestuurd, en/of dient de monitoringsperiode te worden verlengd.

 

Bevoegdheid

Er is sprake van een Natura 2000-activiteit van nationaal belang. Op basis van art. 5.11, lid 1 sub g Ow en artikel4.12 van het Omgevingsbesluit ben ik bevoegd om te beslissen op uw verzoek. Specifiek gaat het om 4.12 lid 2 sub a 2:
een primaire waterkering in beheer bij het Rijk en doorgangen in deze waterkeringen, voor zover de activiteit rechtstreeks samenhangt met de waterveiligheid of de inpassing in de fysieke leefomgeving en 4.12 lid 2 sub c. een activiteit van het Rijk die nodig is voor de ontwikkeling, werking en bescherming van de hoofdwateren, bedoeld in bijlage II, onder 1, onder A.

 

Beoordeling

Stroomdalgrasland is een prioritair habitattype. Natura 2000-gebied Rijntakken is van groot belang voor het behoud van stroomdalgraslanden (habitattype H6120) in Nederland. Uit de natuurdoelanalyse van Rijntakken blijkt dat in het algemeen kan worden gesteld dat de kwaliteit van dit habitattype recent is toegenomen. Onder meer door natuurontwikkeling langs de rivieren.

De richtsnoeren van de Europese Commissie bepalen dat compensatie kan worden gewijzigd mits het uiteindelijke doel (de samenhang van Natura 2000) haalbaar blijft.

Voldoende is onderbouwd dat de eerder gerealiseerde compensatie nu niet werkt, zodat een aanpassing nodig is. Mits voldaan wordt aan het uitgewerkte plan van aanpak wordt voldoende voorzien in compensatie, mede gelet op de zeer beperkte opgave van 0,01 ha. Er was op de plek van de insteekhaven eerder nauwelijks stroomdalgrasland aanwezig.

Besluit

Voorschrift 24 van de vergunning van mei 2016 luidde:

24. De vereiste compenserende maatregelen zijn opgenomen in het rapport, ADC Overnachtingshaven Lobith, zoals genoemd in de Bijlage bij dit besluit en dit rapport maakt onderdeel uit van dit besluit;

Daaraan wordt toegevoegd:

Betreffende stroomdalgrasland geldt dat de compensatie anders wordt ingevuld, namelijk op de wijze zoals beschreven in het plan van aanpak als bijlage 2.

Bij de Europese Commissie zal melding worden gedaan van deze gewijzigde Compensatie.

 

Hoogachtend,

De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,

namens deze:

 

 

{Naam}

MT-lid Directoraat-Generaal Natuur en Visserij

 

 

 

Bijlagen:

Brief van 16 april 2026

  • Bijlage 1 - Onderzoeksrapport B-ware 2025;

  • Bijlage 2 - Plan van Aanpak.

Bezwaar

Tegen dit besluit staat op grond van de Algemene wet bestuursrecht voor een belanghebbende de mogelijkheid open een bezwaarschrift in te dienen. Een bezwaarschrift moet binnen zes weken na bekendmaking van dit besluit worden ingediend bij:

De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

Afdeling Juridische Zaken

Postbus 40219

8004 DE Zwolle

Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en moet ten minste de volgende

elementen bevatten:

  1. de naam en het adres van de indiener;

  2. de dagtekening;

  3. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar gericht is, en

  4. de gronden van bezwaar.

Het is raadzaam een kopie van dit besluit bij het bezwaarschrift te voegen.

Publicatie besluit

De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur maakt dit besluit openbaar op grond van artikel 3.1 van de Wet Open Overheid. Het zal onder anonimisering van de persoonsgegevens geplaatst worden op https://puc.overheid.nl/natuurvergunningen.

Naar boven