Geachte,
Bij besluit van 25 juli 2022 (kenmerk DGNVLG / 22201760) is aan Rijkswaterstaat Zee en Delta een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) verleend voor de renovatie, realisatie en het gebruik van het zoet-zoutscheidingssysteem in de Krammersluizen.
Vergunninghouder heeft een aanvraag ingediend tot wijziging van de aan deze vergunning verbonden voorschriften 12 en 13. Met toepassing van artikel 5.4, eerste lid, onder d, van de Wet natuurbescherming worden deze voorschriften gewijzigd, nu is gebleken dat de feitelijke omstandigheden en de beschikbare informatie sinds het tijdstip van vergunningverlening zodanig zijn gewijzigd en/of nader zijn verduidelijkt dat de vergunning onder andere voorschriften zou zijn verleend indien deze omstandigheden destijds bekend waren geweest.
Dit besluit ziet uitsluitend op deze wijziging. De vergunning blijft voor het overige ongewijzigd van kracht.
In dit besluit zijn de overwegingen opgenomen die aan deze wijziging ten grondslag liggen. De oorspronkelijke vergunning en de daarbij behorende stukken blijven onderdeel uitmaken van dit besluit, voor zover zij door deze wijziging niet zijn aangepast.
Wijziging van voorschriften 12 en 13
De aanvraag tot wijziging van voorschriften 12 en 13 ziet op de mitigerende maatregelen ter voorkoming van verstoring door geluid tijdens de uitvoering van de werkzaamheden.
Voorschrift 12
Aan voorschrift 12 lag ten tijde van de vergunningverlening de bescherming van de zwartkopmeeuw als broedvogel ten grondslag. Uit recente ecologische gegevens en langjarige monitoring blijkt dat de zwartkopmeeuw sinds 2015 niet meer als broedvogel aanwezig is op het sluizencomplex. Daarmee vormt deze soort thans geen actuele instandhoudingsrelevante natuurwaarde meer binnen de invloedssfeer van het project.
Gelet hierop is het handhaven van het oorspronkelijke voorschrift 12 niet langer noodzakelijk. De wijziging van dit voorschrift leidt niet tot andere of grotere effecten dan reeds beoordeeld en heeft geen gevolgen voor de conclusie dat aantasting van de natuurlijke kenmerken van de betrokken Natura 2000-gebieden is uitgesloten.
Voorschrift 13
Ten aanzien van de noordse woelmuis is in de oorspronkelijke vergunning een piekgeluidnorm van 75 dB(A) opgenomen. Uit recente geluidsmetingen blijkt dat deze norm in de bestaande referentiesituatie reeds structureel wordt overschreden en dat bij de uitvoering van de werkzaamheden piekgeluiden tot maximaal 110 dB(A) kunnen optreden.
Uit ecologisch onderzoek volgt dat deze kortdurende piekgeluiden, mede gelet op de grotendeels ondergrondse leefwijze van de noordse woelmuis, niet hebben geleid tot aantoonbare negatieve effecten op de lokale populatie. In het ecologisch advies is daarbij aangegeven dat het behoud van het bestaande leefgebied en het voorkomen van aantasting daarvan bepalend zijn voor de instandhouding van de soort ter plaatse.
De bescherming van de noordse woelmuis wordt geborgd door het handhaven van het leefgebied, het uitsluiten van grond verstorende werkzaamheden, het voorkomen van grondaanvoer van buiten het projectgebied en het treffen van maatregelen om de vestiging van concurrerende muizensoorten te voorkomen. De uitvoering van de werkzaamheden vindt plaats onder ecologische begeleiding, waarbij de genomen maatregelen en bevindingen worden vastgelegd.
Gelet hierop is geconcludeerd dat het aanpassen van voorschrift 13, waaronder het verhogen van de toegestane piekgeluidnorm, in samenhang met de genoemde maatregelen, niet leidt tot aantasting van de natuurlijke kenmerken van het betrokken Natura 2000-gebied.
Passende beoordeling
De oorspronkelijke passende beoordeling, die ten grondslag lag aan de Wnb-vergunning van 25 juli 2022, blijft, met inachtneming van de gewijzigde voorschriften 12 en 13 en de bij de wijzigingsaanvraag overgelegde aanvullende stukken, onverkort van toepassing. De bij de wijzigingsaanvraag overgelegde passende beoordeling betreft deze reeds vastgestelde passende beoordeling en is niet aangepast naar aanleiding van de onderhavige wijziging. De wijziging en de daarbij ingediende aanvullende onderbouwing leiden niet tot andere of grotere gevolgen dan reeds in de passende beoordeling zijn beoordeeld.
Op basis van de oorspronkelijke passende beoordeling, in samenhang bezien met de aanvullende informatie die in het kader van de wijzigingsaanvraag is ingediend, kan zonder redelijke wetenschappelijke twijfel worden vastgesteld dat significante negatieve effecten op de betrokken Natura 2000-gebieden zijn uitgesloten.
De oorspronkelijke vergunning en de daarbij behorende stukken blijven onderdeel uitmaken van dit besluit, voor zover zij door deze wijziging niet zijn aangepast.
1. OORSPRONKELIJKE VERGUNNING
1.1. Onderwerp
De Krammersluizen maken onderdeel uit van het watersysteem van het zoete Volkerak-Zoommeer (VZM) en de zoute Oosterschelde. Om verzilting van het VZM tegen te gaan, wordt er bij de Krammersluizen gebruik gemaakt van een zoet zoutscheidingssysteem (ZZS). Het huidige zoet-zoutscheidingssysteem wordt vervangen. Het ZZS wordt getypeerd door vier componenten:
-
Een modern bellenscherm dat de instroom van zout water (door dichtheidsverschillen) tegen gaat;
-
Spoelen van (zoet) water van het Volkerak naar het Zijpe (Oosterschelde) door de kolken;
-
Spoelen van (zoet) water door een additioneel vismigratie- en spuimiddel,
en;
De aangevraagde activiteit kan tot effecten leiden op de beschermde natuurwaarden van de Natura 2000-gebieden Krammer-Volkerak, Oosterschelde en Grevelingen. Voor een uitgebreidere beschrijving van de voorgenomen activiteit verwijs ik naar de aanvraag en de bijlagen daarbij.
1.2. Bevoegdheid
Op basis van artikel 1.3, lid 5, van de Wnb en de artikelen 1.2 en 1.3 lid 1, onder a, sub 2 en artikel 1.3 lid 1, onder c van het Besluit natuurbescherming ben ik bevoegd om te beslissen op uw vergunningaanvraag. De exacte wetsteksten zijn te raadplegen op www.overheid.nl onder 'wet- en regelgeving'.
1.3. Vergunningplicht
De aangevraagde activiteit kan, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor de Natura 2000-gebieden Krammer-Volkerak, Oosterschelde en Grevelingen, significant gevolgen hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen van deze gebieden. Daarom geldt een vergunningplicht op grond van artikel 2.7, lid 2, Wnb.
1.4. Beoordeling van projecten
1.4.1. Project met mogelijk significante gevolgen
De activiteit waarvoor u een vergunning aanvraagt, is een project in de zin van artikel 2.7, lid 2 van de Wnb dat, omdat het, afzonderlijk of in cumulatie met andere plannen of projecten, kan leiden tot significante gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied.
1.4.2. Passende beoordeling
Voor een project dat afzonderlijk of in cumulatie kan leiden tot significante gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen, kan alleen een vergunning verleend worden als de aanvrager een passende beoordeling (hierna: PB) heeft overgelegd, waaruit zonder redelijke wetenschappelijke twijfel kan worden geconcludeerd dat het project niet zal leiden tot aantasting van de natuurlijke
kenmerken van het betrokken Natura 2000-gebied. Deze moet rekening houden met de instandhoudingsdoelstellingen van het gebied. De PB biedt de grondslag voor de vaststelling van de aard en omvang van de gevolgen of de cumulatieve gevolgen en de manier waarop in mitigatie van die gevolgen is voorzien. De PB toetst de effecten aan de instandhoudingdoelstellingen uit het aanwijzingsbesluit van de Natura 2000-gebieden Krammer-Volkerak, Oosterschelde en Grevelingen. In het onderstaande volgt mijn beoordeling van de effectenanalyse zoals die is neergelegd in de PB.
2. BEOORDELING
2.1. Afbakening
Gebied
Het Krammersluizencomplex ligt tussen de Natura 2000-gebieden Oosterschelde en Krammer-Volkerak en nabij het Natura 2000-gebied Grevelingen.
Gevolgen
Voor de beoordeling van de gevolgen inventariseert de PB welke in redelijkheid denkbare typen gevolgen kunnen optreden. Dit zijn:
Tijdens de aanlegfase:
Tijdens de gebruiksfase:
-
Effecten op het habitattype Grote baaien en Slijkgrasvelden in de Oosterschelde;
-
Effecten op broedvogels en niet-broedvogels in Grevelingen;
-
Effecten op bodemfauna etende vogels in Oosterschelde.
Natuurwaarden
De natuurwaarden die door de genoemde gevolgen beïnvloed kunnen worden, zijn:
De beschermde waarden en de relevante instandhoudingsdoelstellingen van het betrokken Natura 2000-gebied staan vermeld op www.rijksoverheid.nl/lnv ('Onderwerpen' >'Natuur en Biodiversiteit' > 'Natura 2000').
Conclusie afbakening
Ik ben van oordeel dat de afbakening van het gebied en de inventarisatie van mogelijke gevolgen van het project op de natuurwaarden in de PB op een juiste wijze hebben plaatsgevonden.
2.2. Mogelijke effecten en mitigatie
2.2.1 Effecten door geluidsverstoring tijdens de aanlegfase
Tijdens de ombouw vinden werkzaamheden plaats waarbij geluid en, voor wat betreft het boren in beton, in beperkte mate trillingen worden geproduceerd. Dit betreft het inbouwen van rinketten (zagen en slijpen gedurende perioden van meerdere maanden binnen een werkperiode van vier jaar), het voorbereiden van de aanleg van leidingen voor compressoren (boren in beton gedurende enkele dagen) en de realisatie van het vismigratie- en spuimiddel (boren door beton gedurende enkele weken). Deze werkzaamheden kunnen leiden tot verstoring van de noordse woelmuis in de directe omgeving van de werklocaties en, via externe werking, tot verstoring van broedende vogels in de omgeving.
Om verstoring door geluid tijdens de aanlegfase te beperken, worden mitigerende maatregelen getroffen. Daarbij worden op en nabij de bouwplaats geluidbeperkende maatregelen toegepast, zodat aantasting van de omvang en kwaliteit van de leefgebieden van beschermde soorten wordt voorkomen en de draagkracht van het gebied niet negatief wordt beïnvloed.
Welke specifieke geluidbeperkende maatregelen worden ingezet, is aan de uitvoerder van de werkzaamheden. In de passende beoordeling is hiervoor geen specifieke keuze vastgelegd.
Ter borging van de bescherming tegen geluidsverstoring zijn aan de vergunning voorschriften verbonden waarin eisen worden gesteld aan de uitvoering van de werkzaamheden.
Daarnaast worden maatregelen getroffen om te voorkomen dat de noordse woelmuis binnen het sluiseiland wordt weggeconcurreerd door andere muizensoorten of predatoren. Daartoe worden onder meer wildroosters aangelegd en wordt gewerkt met gegarandeerd schone grond, zonder veldmuis, aardmuis en rosse woelmuis.
Het doel hiervan is het behoud van het sluiseiland als bronpopulatie voor de noordse woelmuis in het Natura 2000-gebied Krammer-Volkerak. Deze maatregelen zijn vastgelegd in voorschrift 14 van de vergunning.
Met inachtneming van de voorschriften 12 tot en met 14 zijn significante negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de betrokken soorten uitgesloten.
2.2.2. Effecten tijdens de gebruiksfase
Het project leidt op jaarbasis tot een structureel hogere aanvoer van minder zout water naar de Oosterschelde. Hierdoor zal het zoutgehalte in de bovenste laag van de waterkolom in de nabijheid van de Krammersluizen lager worden. Bij het in gebruik nemen van het Krammersluizencomplex wordt een spoel- en spuibeheer met zo laag mogelijke spoel- en spuidebieten aangehouden met een ondergrens van 25 psu in het zomerhalfjaar, dat nooit wordt onderschreden. Hiermee worden in de zomer negatieve effecten op de groei en voortplanting van bodemfauna- organismen voorkomen. In de winter wordt de grens van 25 psu wel periodiek onderschreden, maar de grens van 20 psu niet. Omdat bodemfauna 's winters niet of nauwelijks groeit is afname van de groei, die in beginsel kan optreden, niet aan de orde.
De optimalisatie van het spoel- en spuibeheer is opgenomen als voorschrift 15 en 16 bij de vergunning. Hierdoor zijn significant negatieve effecten op het habitattype Groote baaien en Slijkgrasvelden in de Oosterschelde uitgesloten.
Broedvogels en niet-broedvogels in Grevelingen
De verandering van de waterkwaliteit in Grevelingen als gevolg van het gewijzigd, geoptimaliseerd gebruik van het Krammersluizencomplex leidt niet tot verandering in de voedselomstandigheden van planten etende, bodemfauna etende of vis etende vogels. Significant negatieve effecten op broedvogels en niet- broedvogels in Grevelingen zijn uit te sluiten. Bodemfauna etende vogels in Oosterschelde Voor de belangrijkste vogels die op de droogvallende platen van de noordelijke tak van de Oosterschelde foerageren (scholekster, bonte strandloper, wulp, tureluur, groenpootruiter en rosse grutto) geldt dat zij een breed palet aan prooisoorten benutten. Bij afname van één prooisoort kunnen zij overschakelen naar andere prooisoorten. Het is daarom niet waarschijnlijk dat bodemfauna etende vogels te kampen krijgen met een voedseltekort als er een wijziging in de bodemfaunasamenstelling plaatsvindt. Significante effecten door verhoogde zoetbelasting op de instandhoudingsdoelstellingen van bodemfauna etende vogels zijn uitgesloten.
2.2.3. Monitoringsprogramma
In paragraaf 8.2 van de PB is aangegeven welke aspecten deel uitmaken van het monitoringsprogramma. Dit betreft:
-
Het effect van gewijzigde aanvoer van minder zout water op bodemfauna;
-
Effect van gewijzigde bodemfaunasamenstelling op foeragerende vogels;
-
Effect van verhoogde aanvoer van nutriëntenrijk water op primaire productie;
-
Effect van verhoogde aanvoer van nutriëntenrijk water op algensamenstelling.
Het monitoringprogramma moet duidelijkheid geven over de optredende zoutgehalten als gevolg van het toegepaste spoel- en spuibeheer en de hierboven genoemde effecten. De uitkomsten van het monitoringsprogramma worden voorgelegd aan het bevoegd gezag, zoals opgenomen in voorschrift 17 tot en met 19.
2.3. Stikstofdepositie
Voor het aspect stikstof is tijdens het bouwen en slopen van het werk artikel 2.9a van de Wet Stikstofreductie en natuurverbetering van toepassing. Hierin wordt middels een partiële vrijstelling geregeld dat de tijdelijke gevolgen van de door de bouw veroorzaakte stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden bij de natuurvergunning buiten beschouwing kunnen worden gelaten. De partiële vrijstelling geldt alleen voor tijdelijke stikstofemissies tijdens het bouwen en slopen van een bouwwerk en voor het aanleggen, veranderen en verwijderen van een werk. Daarmee is de vrijstelling ook van toepassing op de vervanging van het huidige zoet-zoutscheidingssysteem.
Voor wat betreft de gebruiksfase heeft de renovatie van de Krammersluizen geen DGNVLG / 22201760 gevolgen voor de autonome ontwikkeling van het scheepvaartverkeer.
Doordat de gemiddelde schuttijd na renovatie is verkort van gemiddeld 45 minuten naar gemiddeld 30 minuten neemt de tijdsduur waarin schepen stikstofoxiden emitteren af. Daardoor neemt ook de totale depositie van stikstof in de omgeving af.
2.4. Cumulatie
Bij vergunningverlening voor een project moet een beoordeling plaatsvinden van de cumulatieve gevolgen als het project, afzonderlijk of in combinatie met andere projecten, significante gevolgen kan hebben voor het desbetreffende Natura 2000- gebied. Een vergunning kan alleen verleend worden als het project afzonderlijk of in combinatie met andere projecten geen significante gevolgen heeft.
Ik heb hiervoor al geconcludeerd dat de uitvoering van de voorgenomen activiteit zelfstandig beschouwd, geen significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor de gebieden zijn aangewezen.
Ik concludeer dat in de aangeleverde PB een volledige en juiste cumulatietoetsing is uitgevoerd.
2.5. Conclusie
Met de door u uitgevoerde PB, de daarbij behorende rapportages en documenten, de vergunningvoorschriften en mitigerende maatregelen is de zekerheid verkregen
dat het project waarvoor de vergunning is verleend, met inachtneming van de gewijzigde voorschriften, niet leidt tot aantasting van de natuurlijke kenmerken van de Natura 2000-gebieden Krammer-Volkerak, Oosterschelde en Grevelingen.
Op grond van het bovenstaande ben ik van mening dat de vergunning, met inachtneming van de gewijzigde voorschriften, in stand kan blijven.
3. VOORSCHRIFTEN
Ter bescherming van de in de Natura 2000-gebieden Krammer-Volkerak, Oosterschelde en Grevelingen aanwezige beschermde natuurwaarden, verbind ik aan deze vergunning de volgende voorschriften en beperkingen.
Algemeen
-
Deze vergunning staat op naam van Rijkswaterstaat Zee en Delta (hierna vergunninghouder) (of diens rechtsopvolger).
-
Deze vergunning wordt uitsluitend gebruikt door (medewerkers van) de vergunninghouder of door (rechts)personen die aantoonbaar in opdracht van de vergunninghouder handelen. De vergunninghouder blijft daarbij verantwoordelijk voor de juiste naleving van deze vergunning.
-
De in voorschrift 2 genoemde (rechts)personen beschikken op de plaats waar de vergunde activiteit wordt uitgevoerd over een (digitaal) exemplaar van deze beschikking, inclusief alle daarbij behorende bijlagen.
-
De in voorschrift 2 genoemde (rechts)personen zijn aantoonbaar op de hoogte van de inhoud en het doel van deze voorschriften en beperkingen.
-
Het tijdstip waarop de vergunde activiteit daadwerkelijk wordt gestart, wordt minimaal drie weken voor de aanvang ervan gemeld aan de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit ter attentie van het Team Natuurvergunningen (hierna: het bevoegd gezag).
-
De vergunde activiteit wordt uitgevoerd zoals de aangegeven in de aanvraag en bijbehorende passende beoordeling en volgens de voorschriften en beperkingen die aan deze vergunning zijn verbonden. Bij eventuele strijdigheid van de aanvraag en de voorschriften en beperkingen van deze vergunning hebben de laatste voorrang.
-
Als zich een incident voordoet, meldt de vergunninghouder dit met alle relevante gegevens onmiddellijk aan het bevoegd gezag. Een incident is in dit geval een onvoorziene gebeurtenis waardoor schade aan de natuurlijke kenmerken in het betrokken beschermde gebied is of kan worden toegebracht, bijvoorbeeld wanneer onbedoeld vrijgekomen schadelijke stoffen een habitattype of habitat- of vogelrichtlijnsoort bedreigen.
-
Als zich een incident voordoet, is de vergunninghouder verplicht eventuele verontreinigingen zo mogelijk direct te verwijderen en de eventueel opgetreden schade voor zover mogelijk te herstellen, zulks ter beoordeling van het bevoegd gezag.
-
De vergunninghouder volgt de aanwijzingen op die het bevoegd gezag geeft.
-
Zodra de werkzaamheden met betrekking tot de vergunde activiteit feitelijk zijn beëindigd, meldt de vergunninghouder dit uiterlijk binnen 1 week bij het bevoegd gezag.
-
Alle correspondentie met betrekking tot deze vergunning kan per reguliere post of per e-mail (natuurvergunningen@minlnv.nl) worden gedaan.
Nadere inhoudelijke voorschriften
-
De werkzaamheden dienen zodanig te worden uitgevoerd dat onnodige verstoring van broedende vogels in de omgeving van het projectgebied wordt voorkomen. Indien tijdens de uitvoering broedende vogels worden aangetroffen, worden passende maatregelen getroffen in overleg met een ter zake kundig ecoloog.
-
De werkzaamheden mogen aan de meest nabijgelegen rand van het leefgebied van de noordse woelmuis op het sluiseiland niet leiden tot een piekgeluidniveau hoger dan 110 dB(A). De werkzaamheden vinden plaats onder ecologische begeleiding. De genomen maatregelen en bevindingen worden vastgelegd.
-
Om te voorkomen dat de noordse woelmuis wordt weggeconcurreerd door andere soorten binnen het sluiseiland worden wildroosters aangelegd om andere muizensoorten en predatoren te weren. Daarnaast wordt gewerkt met gegarandeerd 'schone grond', zonder veldmuis, aardmuis en rosse woelmuis. Het leefgebied op het sluiseiland blijft behouden en wordt niet vergraven.
Spoel- en spuibeheer
-
Bij het in gebruik nemen van de sluis wordt een spoel- en spuibeheer met zo laag mogelijke spoel- en spuidebieten aangehouden. In het zomerhalfjaar wordt de grens van 25 psu niet onderschreden, in de winter wordt de grens van 20 psu niet onderschreden.
-
Voor de optimalisatie van het spoel- en spuibeheer gelden de volgende uitgangspunten:
-
Het vismigratie- en spuimiddel wordt het hele jaar door ingezet voor vismigratie en alleen in het winterhalfjaar gebruikt om te spuien.
-
Het debiet naar de Oosterschelde wordt in het zomerhalfjaar, voor de bodemfauna de meest kritische periode, beperkt tot circa 9 m3/s. Dit debiet komt overeen met de huidige situatie.
-
Het zoete water wordt door aanpassing van het beheer zoveel mogelijk via de Voorhaven geleid en het debiet zoet water naar het Slaak wordt zoveel mogelijk beperkt.
-
Daarnaast wordt een 'gebruiksscenario' achter de hand gehouden, waarbij tijdelijk, bijvoorbeeld bij de overgang van winter- naar zomergebruik en vice versa, een lager debiet dan het winterdebiet wordt afgevoerd.
Monitoring
-
Bij de inwerkingtreding van het ZZS start een monitoringsprogramma zoals aangegeven in hoofdstuk 8 van de PB. Het monitoringprogramma is gericht op de mogelijke effecten van het spui- en spoelbeheer.
-
De vergunninghouder stuurt ten minste eenmaal per jaar vóór 15 maart een rapportage van de resultaten van het afgelopen kalenderjaar van het monitoringprogramma schriftelijk of per mail naar het bevoegd gezag.
-
Het monitoringprogramma heeft een looptijd tot het spoel- en spuibeheer goed is ingeregeld ten aanzien van de mogelijke ecologische effecten, met een minimum van 6 jaar.
Toezicht
-
De vergunninghouder voert een administratie met daarin alle documenten die betrekking hebben op deze vergunning en op de naleving van de voorschriften, in het bijzonder de voorschriften 12 tot en met 19.
-
De vergunninghouder geeft alle medewerking aan de aangewezen toezichthouder en opsporingsambtenaren.
-
De vergunninghouder toont informatie en documenten op verzoek aan de bevoegde toezichthouder en opsporingsambtenaren.
Looptijd en geldigheid
-
De vergunning is geldig tot en met het moment dat de vergunde activiteit wordt beëindigd (zie voorschrift 10), en uiterlijk tot en met 31 december 2030.
-
Met betrekking tot het monitoringprogramma, in combinatie met voorschrift 16, geldt de vergunning tot het moment van beëindigen van het monitoringprogramma, doch ten minste tot 15 maart 2037.
TER INFORMATIE
Op grond van afdeling 4.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht kan een verzoek tot wijziging van de vergunning worden ingediend.
Op grond van de artikelen 5.39 en 5.40, eerste en tweede lid, van de Omgevingswet kan een verleende vergunning worden ingetrokken of gewijzigd.
Indien de vergunninghouder handelt in strijd met de vergunning of de daaraan verbonden voorschriften, kan op grond van artikel 18.4 van de Omgevingswet een last onder bestuursdwang worden opgelegd.
Op grond van artikel 5:32, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan het bestuursorgaan dat bevoegd is bestuursdwang toe te passen, in plaats daarvan een last onder dwangsom opleggen.
Hoogachtend,
De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,
namens deze:
MT-lid Natuurvergunningen
Directoraat-Generaal Natuur en Visserij
BIJLAGEN
-
Passende beoordeling behorend bij de Wnb-vergunning van 25 juli 2022 (Royal HaskoningDHV, 5 april 2022);
-
Ecologische voortoets stikstof Renovatie Krammersluizencomplex;
-
Memo verzoek tot wijziging voorschrift 12 en 13 Wnb-vergunning;
-
Besluit Wnb; aanvraag vergunning Zoet-Zoutscheiding Krammersluizen.
Toepassing uniforme openbare voorbereidingsprocedure
Op deze vergunningprocedure is de openbare uniforme voorbereidingsprocedure als opgenomen in afdeling 3.4 van de Awb van toepassing.
Zienswijze doorgeven
U kunt uw zienswijze op verschillende manieren doorgeven. U doet dit het snelst door het digitale formulier (zie hieronder) in te vullen.
Lukt het niet om de zienswijze door te geven met het digitale formulier? Geef uw zienswijze dan telefonisch door of in een brief. U kunt uw zienswijze niet in een e-mail of via het algemene contactformulier sturen. We nemen deze niet in behandeling.
Digitaal formulier
Geef uw zienswijze op tijd door met een digitaal formulier op https://mijn.rvo.nl/zienswijze-ontwerpbesluit-of-voorgenomen-besluit. Dit kunt u doen tot uiterlijk zes weken na publicatie van dit besluit. U logt hierop in met DigiD (als burger), of met eHerkenning niveau 2+ (als organisatie).
Telefonisch
U moet eerst een afspraak maken. Dit doet u door te bellen naar 088 042 42 42. Kies voor optie 1 en daarna voor optie 4.
Brief
U kunt uw zienswijze ook via de post naar ons sturen. De adresgegevens treft u hieronder aan:
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland
Afdeling Vergunning en Handhaving
Postbus 40225
8004 DE Zwolle
Zorg dat uw naam, adres en telefoonnummer in de brief staan. Noem in uw brief om welk ontwerpbesluit het gaat. En vertel of u het er wel of niet mee eens bent. Alleen dan kan uw zienswijze meegenomen worden in het nemen van het besluit.
Na uw zienswijze
Nadat u uw zienswijze heeft doorgegeven, krijgt u een ontvangstbevestiging. Alle zienswijzen worden meegenomen in het nemen van een definitief besluit. Als alle zienswijzen verwerkt zijn, krijgt u bericht dat er een Nota van Antwoord is opgesteld. Hierin zijn alle zienswijzen en de reacties daarop samengevoegd. Uw persoonlijke gegevens komen niet in deze nota te staan.
PUBLICATIE BESLUIT
De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur maakt dit besluit openbaar op grond van artikel 3 van de Wet open overheid. Het zal onder anonimisering van de persoonsgegevens geplaatst worden op https://puc.overheid.nl/natuurvergunningen.