Onderwerp: Bezoek-historie

Ontwerpbesluit; Omgevingsvergunning vervangende mosselkweekpercelen OSWD 83-252; Oosterschelde
Geldigheid:16-12-2025 t/m 16-12-2031Status: Geldig vandaag

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Geachte,

Op 4 november 2025 is namens u vanuit de directie Visserij en Grote Wateren van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (hierna: DVGW LVVN) een aanvraag ingediend voor een vergunning op grond van de Omgevingswet (hierna: OW) voor de volgende Natura 2000-activiteit: de ingebruikname van een nieuw mosselkweekperceel (OSWD 252) als compensatie voor het tijdelijk ongeschikt gemaakte mosselkweekperceel (OSWD 83) omwille van een zandsuppletie van de Galgeplaat en Slikken van den Dortsman in de Oosterschelde. Het vervangende mosselkweekperceel wordt voor uiterlijk vier jaar aan u beschikbaar gesteld vanuit DVGW LVVN. Hierna vervat u de kweekactiviteit op uw oorspronkelijke mosselkweekperceel en komt het vervangende mosselkweekperceel van rechtswege vanaf dan tot en met zes jaar na publicatie van onderhavig besluit in tijdelijk beheer van DVGW LVVN ten behoeve van een eventuele nieuwe uitgifte aan een andere houder van de onderhavige natuurvergunning tot en met de uiterlijke looptijd van de onderhavige vergunning. Dit zal middels een formeel wijzigingsbesluit vastgelegd worden, onder aanpassing van het tijdelijk te verlaten mosselkweekperceel waar nu uw specifieke perceel OSWD 252 is genoemd.

Procedure

Op 4 november 2025 is door ons de namens u ingediende aanvraag per e-mail ontvangen. U heeft hiervan een automatische bevestiging ontvangen.

Op deze aanvraag is de uniforme openbare voorbereidingsprocedure, zoals opgenomen in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), van toepassing.

Besluit

Ik besluit om u de omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit, zoals bedoeld in artikel 5.1, lid 1, sub e Ow te verlenen.

In dit besluit vindt u de voorschriften en de inhoudelijke overwegingen die aan deze omgevingsvergunning ten grondslag liggen. De aanvraag en de bijlagen zijn onderdeel van dit besluit.

1 AANVRAAG

1.1. Onderwerp

De aangevraagde activiteit betreft een voortzetting van een bestaande mosselkweekactiviteit van mosselkweekperceel OSWD 83 op een nieuw vervangend mosselkweekperceel OSWD 252. OSWD 83 wordt tijdelijk ongeschikt gemaakt vanwege de aanleg van een persleiding over het perceel ten behoeve van zandsuppletiewerkzaamheden op de Galgeplaat en Slikken van den Dortsman door Rijkswaterstaat. Het perceel OSWD 83 wordt volgens de voorlopige planning van Rijkswaterstaat in de periode vanaf medio 2026 tot en met eind 2027 ongeschikt gemaakt. Tegemoetkoming van de daarmee voor u ontstane situatie van een tijdelijk onbruikbaar kweekperceel is daarom verzocht om een vergelijkbaar vervangend mosselkweekperceel (OSWD 252) beschikbaar te stellen tot OSWD 83 voldoende hersteld is van de zandsuppletiewerkzaamheden. De inzet van het vervangende mosselkweekperceel heeft een duur van uiterlijk vier jaar.

In de zomer van 2028 zal een beoordeling van OSWD 83 uitwijzen of deze voldoende hersteld en geschikt is voor een hervatting van de kweekactiviteit.

• Bij een positieve beoordeling op het herstel van OSWD 83 verlaat u perceel OSWD 252 en wordt uw kweekactiviteit op perceel OSWD 83 weer voortgezet.

• Bij een negatieve beoordeling op het herstel van OSWD 83 wordt de kweekactiviteit voor uiterlijk één extra jaar voortgezet op het vervangende mosselkweekperceel en vindt in de zomer van 2029 opnieuw een beoordeling plaats.

Ter afronding van kweekactiviteit op het vervangende mosselkweekperceel zal deze door u worden leeggevist, zal de bebakening worden verwijderd door Visserijkundig Ambtenaren van het ministerie van LVVN, en komt het vervangende mosselkweekperceel als 'wisselperceel OSWD 252' tot en met uiterlijk zes jaar na publicatie in tijdelijk beheer van D-VGW LVVN (of diens rechtsopvolger).

De voorgenomen activiteiten zijn in meer detail beschreven in de aangeleverde Passende Beoordeling (hierna: PB, bijlage 1).

1.2. Bevoegdheid

Op basis van de Ow art. 5.11, lid 1, sub g en art. 4.12, lid f, onderdeel 1° van het Omgevingsbesluit, luidend: niet-handmatige schaal- en schelpdiervisserij, met inbegrip van het invangen van schelpdierenzaad en van schelpdiercultures en het uitzetten van schelpdieren ben ik bevoegd om te beslissen op uw vergunningaanvraag.

De exacte wetsteksten zijn te raadplegen op www.overheid.nl onder 'wet- en regelgeving'.

1.3. Vergunningplicht

De aangevraagde activiteiten kunnen, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor het Natura 2000-gebied Oosterschelde, significante gevolgen hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen van dit gebied. Daarom geldt een vergunningplicht van art 5.1, lid 1, sub e. Ow.

1.4. Beoordeling van Natura 2000-activiteiten

1.4.1. Activiteiten met mogelijk significante gevolgen.

De activiteiten waarvoor een vergunning wordt aangevraagd, betreffen een activiteit in de zin van art 5.1, lid 1, sub e Ow, omdat zij, afzonderlijk of in cumulatie met andere plannen of activiteiten, kunnen leiden tot significante gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen van een of meerdere Natura 2000-gebieden.

1.4.2. Passende beoordeling.

Conform artikel 8.74b Besluit Kwaliteit Leefomgeving geldt dat uit een PB in de zin van artikel 16.53c van de Ow moet blijken dat de zekerheid is verkregen dat de natuurlijke kenmerken van de Natura 2000-gebieden niet worden aangetast door de activiteit, afzonderlijk of in cumulatie met andere activiteiten, tenzij sprake is van toepassing van een ADC-toets. De PB moet rekening houden met de instandhoudingsdoelstellingen van dit gebied. De PB biedt de grondslag voor de vaststelling van de aard en omvang van de gevolgen of de cumulatieve gevolgen en de manier waarop in mitigatie van die gevolgen is voorzien. De met de aanvraag meegezonden PB toetst de effecten aan de instandhoudingdoelstellingen uit de aanwijzingsbesluiten van het betrokken Natura 2000-gebied.

1.5. Beleid

Natura 2000-beheerplan Deltawateren, deel: Oosterschelde

In het Natura 2000-beheerplan Oosterschelde is het navolgende over deze activiteiten opgenomen:

Vrijstellingsvoorwaarden van (natuur)vergunningplicht voor mosselteelt

Om negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen te beperken, dient ervoor te worden gezorgd dat er tijdens de werkzaamheden een minimale afstand van 500 meter ten opzichte van foeragerende vogels en 1200 meter van op de plaat rustende zeehonden wordt aangehouden. Mosselzaadvisserij in de Oosterschelde blijft Nb-wet vergunningplichtig, evenals het uitzaaien van buitenlandse mosselen, mosselhangcultures en de invang van mosselzaad met installaties (MZI's).

De volgende vergunningplichtige activiteiten blijven afzonderlijk Nb-wet vergunningplichtig:

[…]

- verplaatsen mosselpercelen

Actualisatie Schelpdierbeleid 2023-2033

3.2.6.1 Optimalisatie schelpdierbeleid

[…] Eind 2017 is op een 10-tal locaties in de Oosterschelde een additioneel mosselkweekareaal van ca. 307 hectare aan zgn. 'wisselpercelen' aangelegd. Aanleiding hiervoor was de zandsuppletie op de Roggenplaat in het kader van maatregelen om de zandhonger tegen te gaan. Het gebruik van 'wisselpercelen' zal overigens niet gepaard gaan met een toename van het in gebruik zijnde areaal aan mosselkweekpercelen. De betreffende 'wisselpercelen' zullen uitsluitend tijdelijk voor een bepaalde duur als vervanging van bestaande mosselkweekpercelen in de Oosterschelde ter beschikking kunnen worden gesteld in het kader van bijzondere situaties.

Participatie

Voor de aangevraagde activiteit is namens u niet gemeld dat er aanvullende stappen zijn ondernomen om belanghebbenden te betrekken bij de besluitvorming. U heeft daarmee geen specifieke invulling gegeven aan de participatieplicht onder de OW art. 5.3.

2. BEOORDELING

2.1 Afbakening

Gebied

De beoogde activiteit vindt plaats in het Natura 2000-gebied Oosterschelde, meer specifiek rondom de Galgeplaat.

Activiteit

De effecten van de zandsuppletie van de Galgeplaat maken geen deel uit van deze vergunning.

Gevolgen

Voor de beoordeling van de gevolgen inventariseert de PB welke in redelijkheid denkbare typen gevolgen kunnen optreden. Het betreft:

• Bodemberoering op habitattype H1160;

• Draagkracht;

• Verstoring vogels;

• Verstoring zeezoogdieren;

• Stikstofdepositie.

Natuurwaarden

De beschermde natuurwaarden en de relevante instandhoudingsdoelstellingen van het betrokken Natura 2000-gebied staan vermeld op www.natura2000.nl.

Conclusie afbakening

Ik ben van oordeel dat de afbakening van het gebied en de inventarisatie van mogelijke gevolgen van de activiteit op de natuurwaarden in de PB op een juiste wijze hebben plaatsgevonden.

2.2. Mogelijke effecten en mitigatie

Hieronder volgt mijn beoordeling van de effectenanalyse zoals die is neergelegd in de bij de aanvraag gevoegde PB (bijlage 1), natuurwaarden waarop significant negatieve effecten op voorhand zijn uitgesloten zijn niet meegenomen in dit onderdeel. Hiervoor verwijs ik u naar de bij de aanvraag gevoegde PB (bijlage 1).

2.2.1. Bodemberoering op habitattype H1160

In de PB wordt het effect van de activiteit beoordeeld op vier elementen die de kwaliteit van H1160 bepalen. Het betreft de volgende elementen: vegetatietypen, abiotische randvoorwaarden, typisch soorten en overige kenmerken voor een goede structuur en functie. Het habitattype is vegetatieloos, dus zal dit element niet verder worden beoordeeld.

Abiotische randvoorwaarden

De PB geeft aan dat de tijdelijkheid en lokaliteit van de activiteit voor enig hinder op bijv. futen en wilde tweekleppige kan zorgen, maar dat dit effect verwaarloosbaar is op de schaal van de Oosterschelde (21 hectare t.o.v. 35.100 hectare).

De verbeterdoelstelling van de kwaliteit van de habitat is o.a. gericht op droogvallende mosselbanken en uitbreiding van zeegrasvelden. Mogelijk significant negatieve effecten van de sublitorale mosselteelt zijn hiervoor uitgesloten. De behoudsdoelstelling van areaaloppervlakte is daarnaast vooral afhankelijk van de stroomsnelheden in de geulen. De activiteit heeft geen effect op de waterstromingen en een significant negatief effect hierop is daarom uitgesloten.

Typische soorten

De activiteit kan leiden tot een tijdelijke en lokale verschuiving van typische soorten binnen de kweekpercelen. De soorten die hier tijdelijke hinder van kunnen ondervinden zijn echter opportunistisch en zullen zich naar alle waarschijnlijkheid weer snel vestigen na afronding van de activiteit. In het gebied als geheel kan op basis van de schaal van de activiteit binnen het gehele Natura 2000-gebied eveneens worden geconcludeerd dat de activiteit geen significant negatieve effecten zal hebben op typische soorten in de Oosterschelde.

Overige kenmerken voor een goede structuur en functie

In tabel 7 van de PB worden kenmerken beschreven die een goede structuur en functie van het habitattype behelzen. In de PB wordt geconcludeerd dat significant negatieve effecten op o.a. de aanwezigheid van biotische structurerende elementen (mosselbanken, zeegras- en ruppiavelden) bij een sublitorale activiteit als mosselteelt kunnen worden uitgesloten.

Ondanks een verandering van samenstelling van de bodemfauna gedurende de activiteit of het mogelijke opvissen van enkele individuen (paling bot, tong) tijdens het schoonvissen van het perceel zijn significant negatieve effecten door de lokaliteit en tijdelijkheid van de activiteit uitgesloten.

 

2.2.2. Draagkracht

In de PB wordt aangegeven dat 1/3 van de totale filtercapaciteit in de Oosterschelde door aanwezige mossels en kokkels wordt gebruikt terwijl 2/3 is toe te schrijven aan de Japanse oester. Een effect op de draagkracht van de Oosterschelde door een geringe toename van mosselteelt zou daarom opzichzelfstaand een verwaarloosbaar effect hebben. De activiteit is daarnaast een tijdelijke verplaatsing van mosselteelt is waardoor de totale mosselteelt niet toeneemt. Een significant effect op de draagkracht van de Oosterschelde is daarmee uitgesloten.

2.2.3. Verstoring vogels

In de PB zijn een vijftal soorten nader beoordeel op significant negatieve effecten door de activiteit, omdat de effecten voor deze soorten niet op voorhand zijn uit te sluiten. De vijftal soorten die mogelijk verstoring ondervinden door de activiteit zijn de kuifduiker, brilduiker, middelste zaagbek, fuut en aalscholver. De PB stelt dat voor de kuifduiker, middelste zaagbek, fuut en aalscholver geldt dat deze soorten zich boven hun instandhoudingsdoelen bevinden, waardoor de mogelijk tijdelijke verstoring van enkele individuen geen significant negatief effect heeft.

Verder wordt in de PB gesteld dat de brilduiker zich onder het instandhoudingsdoel bevindt en gevoelig is voor verstoring. Aan de andere kant zijn de populatiekernen vooral in het noorden van de Oosterschelde te vinden en is de soort een wintergast. In het globale overzicht van de activiteit (tabel 1 van de PB) wordt aangegeven dat de werkzaamheden worden gedaan vanaf maart tot en met oktober, waardoor verstoring in de winterperiode zo goed als uitgesloten is. De tijdelijke activiteit schuift ook verder op naar het zuidwest van de Galgeplaat en creëert zodoende aanvullende afstand tussen mogelijke verblijfsplaatsen en de oorspronkelijke activiteit. Een significant negatief effect is daarmee uitsloten.

2.2.4. Verstoring zeezoogdieren

In de PB is een significant negatief effect door verstoring op de Gewone en Grijze zeehond onderzocht. Op basis van een geconstateerde groei in de populaties van beide soorten in de afgelopen jaren en het geringe voorkomen van individuen nabij de beoogde locatie is geconcludeerd dat een significant negatief effect op de Gewone en Grijze zeehonden is uitgesloten.

Ik concludeer dat in de aangeleverde PB een volledige en juiste effectbeoordeling is uitgevoerd.

2.3. Stikstofdepositie

Voor wat betreft de inhoudelijke overwegingen rondom de berekening van de stikstofdepositie als gevolg van de aangevraagde activiteiten verwijs ik naar paragraaf 6.2.5 van de PB en bijlage 2 van onderhavig ontwerpbesluit.

De AERIUS-berekening (kenmerk: Rn6UG57vfero van 12 oktober 2025) ziet op vaarbewegingen en activiteiten op en rondom de percelen en toont aan dat geen toename van stikstofdepositie optreedt (0,00 mol N/ha/jr) op omliggend stikstofgevoelige habitats. Hierdoor kunnen significant negatieve effecten door stikstofdepositie worden uitgesloten.

2.4. Cumulatie

Bij vergunningverlening voor een activiteit moet een beoordeling plaatsvinden van de cumulatieve gevolgen als de activiteit, afzonderlijk of in combinatie met andere activiteiten, significante gevolgen kan hebben voor het betrokken Natura 2000-gebied. Een vergunning kan alleen verleend worden als de activiteit afzonderlijk of in combinatie met andere activiteiten geen significante gevolgen heeft.

Ik heb hiervoor al geconcludeerd dat de uitvoering van de voorgenomen activiteit zelfstandig beschouwd, geen significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen.

In de PB is onderzocht bij welke activiteiten cumulatie van effecten zou kunnen optreden. De volgende activiteit is nader beoordeeld:

• Mosselzaadvisserij

• Vervangend mosselkweekperceel OSWD 251

2.4.1. Mosselzaadvisserij

De PB stelt dat het effect van een mosselzaadvisserij op H1160 ziet op bodemberoering. Een mosselzaadvisserij vindt uitsluitend plaats indien in een jaar sprake is geweest van mosselzaadval, iets wat tegenwoordig hooguit eens in de paar jaar voorkomt. De mosselzaadvisserij beschikt momenteel over een vigerende vergunning (DGNV-NV / 89515082), maar een specifieke visserij vindt pas plaats na goedkeuring van een visplan voorafgaand aan een visserij. Daarnaast is het effect lokaal, sporadisch en tijdelijk, waardoor de bodem en het bodemleven zich goed kunnen herstellen na een visserij. Aangezien de voorgenomen activiteit een tijdelijke verplaatsing van mosselteelt op een zeer klein areaal inhoudt, zullen de genoemde effecten ook in cumulatie bezien niet leiden tot een significant negatief effect op de instandhoudingsdoelstelling voor habitattype H1160.

2.4.2. Vervangend mosselkweekperceel OSWD 251

De PB heeft de ingebruikname van vervangend mosselkweekperceel OSWD 252 beoordeelt in combinatie met dezelfde kweekactiviteit op het aangrenzende nieuwe mosselkweekperceel OSWD 251. De percelen OSWD 251 en 252 worden gezamenlijk ingezet ter compensatie van de vanwege de zandsuppletiewerkzaamheden ongeschikt gemaakte percelen OSWD 83 en 84. De PB concludeert dat de effecten van de mosselkweekactiviteit opzichzelfstaand noch in cumulatie bezien niet significant negatief zijn op de instandhoudingdoelstellingen van het betrokken Natura 2000-gebied.

Ik concludeer dat in de aangeleverde PB een volledige en juiste cumulatietoetsing is uitgevoerd.

2.5. Conclusie

Met de door u uitgevoerde PB en AERIUS-berekening en hieronder aan deze omgevingsvergunning verbonden voorschriften is de zekerheid verkregen dat de activiteit waarvoor de vergunning is aangevraagd, niet leidt tot aantasting van de natuurlijke kenmerken van het betrokken Natura 2000-gebied.

Op grond van het bovenstaande ben ik van mening dat de door u gevraagde omgevingsvergunning, onder de hieronder opgenomen voorschriften en beperkingen, kan worden verleend.

Ik maak u erop attent dat de onderhavige vergunning louter een toestemming betreft voor een Natura 2000-activiteit op grond van de Ow en de daadwerkelijke inzetbaarheid ervan kan beperkt worden door toekomstige ontwikkelingen en beperkingen vanuit andere kaders.

3. VOORSCHRIFTEN

Ter bescherming van de in het Natura 2000-gebied Oosterschelde aanwezige beschermde natuurwaarden, verbind ik aan deze omgevingsvergunning de volgende voorschriften en beperkingen.

Algemeen

1. Deze vergunning staat op naam van Zoeteweij Mosselkweek BV (of diens rechtsopvolger) (hierna: vergunninghouder).

2. De vergunninghouder verlaat uiterlijk vier jaar na afgifte van de onderhavige vergunning het vervangende mosselkweekperceel OSWD 252 waarna de tenaamstelling van onderhavige vergunning van rechtswege wijzigt in het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, directie Visserij en Grote Wateren (of diens rechtsopvolger) voor de dan nog resterende looptijd van de onderhavige vergunning. Zij zal deze vergunning niet daadwerkelijk benutten maar beschikbaar houden zoals benoemd in het navolgende voorschrift.

3. Op basis van de geldigheid/actualiteit van de onderliggende PB (bijlage 1) kan het vervangende mosselkweekperceel OSWD 252 tot en met uiterlijk zes jaar na publicatie van onderhavig besluit ter compensatie in gebruik worden genomen door een nieuwe gebruiker. Hiervoor dient een wijzigingsverzoek tenaamstelling te worden ingediend via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). De onderliggende PB heeft een geldigheid tot en met zes jaar na publicatie van het onderhavige besluit. Een eventueel gewenste langere looptijd ten behoeve van deze nieuwe tenaamstelling vereist een actualisatie van de PB.

4. Deze vergunning wordt uitsluitend gebruikt door (medewerkers van) de vergunninghouder of aantoonbaar in opdracht van de vergunninghouder handelende (rechts)personen. De vergunninghouder blijft daarbij verantwoordelijk voor de juiste naleving van deze vergunning.

5. De in voorschrift 1 genoemde (rechts)personen beschikken op de plaats waar de vergunde activiteit wordt uitgevoerd over een kopie van deze beschikking en tonen deze op eerste vordering aan de daartoe bevoegde toezichthouders en opsporingsambtenaren.

6. De in voorschrift 1 genoemde (rechts)personen zijn aantoonbaar op de hoogte van de inhoud en het doel van deze voorschriften en beperkingen, zodanig dat zij daar ook invulling en uitvoering aan kunnen geven.

7. De vergunde activiteiten worden overeenkomstig de ingediende aanvraag en bijbehorende PB uitgevoerd, met inachtneming van de aan deze vergunning verbonden voorschriften en beperkingen. Bij eventuele strijdigheid van de aanvraag en/of PB met de voorschriften en beperkingen in onderhavige vergunning, prevaleren deze laatste.

8. Het voornemen tot het uitvoeren van een activiteit in afwijking van de aanvraag wordt schriftelijk gemeld aan het bevoegd gezag. Uitvoering ervan kan uitsluitend plaatsvinden na verkregen schriftelijke instemming van of namens het bevoegd gezag.

9. Bij een opgetreden incident wordt onverwijld melding gedaan aan het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur of diens rechtsopvolger (hierna: het ministerie) over de aard en omvang van het incident, onder overlegging van alle relevante gegevens. Onder incident wordt in dit verband verstaan 'een onvoorziene gebeurtenis waardoor schade aan de natuurlijke kenmerken in het betrokken beschermde gebied is of kan worden toegebracht' (bijvoorbeeld wanneer onbedoeld vrijgekomen schadelijke stoffen een relevant habitattype of habitat- of vogelsoort bedreigen).

10. Bij een opgetreden incident is de vergunninghouder verplicht eventuele verontreinigingen zo mogelijk direct te laten verwijderen en de eventueel opgetreden schade voor zover mogelijk te herstellen, dit wordt ter beoordeling ook aan het ministerie voorgelegd.

11. Alle door of namens het ministerie te geven aanwijzingen en/of uitvoeringsbepalingen worden binnen de in de aanwijzing bepaalde termijn opgevolgd.

12. Zodra de werkzaamheden met betrekking tot de vergunde activiteit feitelijk zijn beëindigd, meldt de vergunninghouder dit uiterlijk binnen een week bij het bevoegd gezag.

13. Alle correspondentie uit hoofde van deze vergunning gericht aan het ministerie kan per reguliere post of per e-mail natuurvergunningen@minlnv.nl, worden gedaan.

Nadere inhoudelijke voorschriften

14. Het vervangende mosselkweekperceel (OSWD 252) beslaat 10,5 hectare.

15. De werkzaamheden worden uitgevoerd vanaf maart tot en met oktober (conform tabel 1 van de PB).

16. Alle activiteiten dienen overdag bij daglicht (tussen zonsopkomst en zonsondergang) te worden uitgevoerd.

17. Om mechanische en geluidsverstoring op de projectlocatie te beperken worden de activiteiten zoveel mogelijk zonder draaiende motor uitgevoerd.

18. Geluidsapparatuur anders dan ten behoeve van communicatiedoeleinden is niet toegestaan.

19. Het is niet toegestaan afval of materialen in het gebied achter te laten. Restafval dient te worden opgevangen en niet in het water terecht te komen.

20. De medewerkers aan boord van het vaartuig maken tijdens het varen en vissen gebruik van de vuilwatertank aan boord om verontreiniging als gevolg van lozingen op het oppervlaktewater te voorkomen.

21. Losgelaten materiaal (zwerfvuil) moet gemerkt zijn met visserijregistratietekens. Op deze manier is zwerfvuil afkomstig van dit project traceerbaar.

22. De vergunninghouder dient verstoring van aanwezige fauna tot een minimum te beperken en hiertoe de algemene zorgplicht uit artikel 11.6 van het Besluit Activiteiten Leefomgeving in acht te nemen. Deze zorgplicht vult u in ieder geval in door:

a. op de aanwezige (droogvallende) platen in het betrokken Natura 2000-gebied bij de rustende Grijze en/of Gewone zeehonden minimaal 1.500 meter afstand in acht te nemen;

b. en bij vogels minimaal 500 meter afstand (bij groepen van ca. 50 individuen) in acht te nemen.

Mocht deze afstand niet realiseerbaar zijn, omdat bijvoorbeeld de geul onvoldoende breedte heeft, dan dient zo rustig mogelijk doorgevaren te worden; waar praktisch mogelijk: aan de andere kant van de geul.

Toezicht

23. De vergunninghouders voeren een administratie waarin alle op deze vergunning betrekking hebbende documenten en bewijsstukken ten aanzien de naleving van de voorschriften en beperkingen van deze vergunning zijn opgenomen.

24. De vergunninghouders geven, overeenkomstig de Algemene wet bestuursrecht, alle medewerking aan de aangewezen toezichthouder(s).

25. De vergunninghouder toont informatie en documenten op verzoek aan de bevoegde toezichthouder en opsporingsambtenaren.

Looptijd/geldigheid

26. Deze vergunning is geldig van het moment publicatie van dit besluit tot en met uiterlijk zes jaar na dat moment. Het vervangende mosselkweekperceel wordt na uiterlijk vier jaar tot en met uiterlijk zes jaar na onherroepelijk worden van onderhavig besluit in bewaring gehouden bij het Ministerie van LVVN, directie Visserij en Grote Wateren.

TER INFORMATIE

Op grond van afdeling 4.1.1. van de Awb kan een verzoek tot wijziging van de vergunning worden ingediend.

Op grond van de artikelen 5.39 en 5.40, lid 1 en lid 2 Ow kan de verleende vergunning worden ingetrokken of gewijzigd.

Als de vergunninghouder handelt in strijd met de vergunning, kan op grond van artikel 18.4 Ow een last onder bestuursdwang worden opgelegd.

Conform artikel 5:32, lid 1, Awb kan een bestuursorgaan dat bevoegd is bestuursdwang toe te passen, in plaats daarvan aan de overtreder een last onder dwangsom opleggen.

Hoogachtend,

De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,

namens deze:

MT-lid Natuurvergunningen

Directoraat-Generaal Natuur en Visserij

BIJLAGEN:

1. Passende Beoordeling vervangende percelen (OSWD 251 en 252) Galgeplaat;

2. AERIUS Calculator-berekening (kenmerk: Rn6UG57vfero);

3. Toelichting AERIUS-berekening verplaatsing mosselpercelen OSWD83 en OSWD84

 

Toepassing uniforme openbare voorbereidingsprocedure

Op deze vergunningprocedure is de openbare uniforme voorbereidingsprocedure als opgenomen in afdeling 3.4 van de Awb van toepassing.

Zienswijze doorgeven

U kunt uw zienswijze op verschillende manieren doorgeven. U doet dit het snelst door het digitale formulier (zie hieronder) in te vullen.

Lukt het niet om de zienswijze door te geven met het digitale formulier? Geef uw zienswijze dan telefonisch door of in een brief. U kunt uw zienswijze niet in een e-mail of via het algemene contactformulier sturen. We nemen deze niet in behandeling.

Digitaal formulier

Geef uw zienswijze op tijd door met een digitaal formulier op https://mijn.rvo.nl/zienswijze-ontwerpbesluit-of-voorgenomen-besluit. Dit kunt u doen tot uiterlijk zes weken na publicatie van dit besluit. U logt hierop in met DigiD (als burger), of met eHerkenning niveau 2+ (als organisatie).

Telefonisch

U moet eerst een afspraak maken. Dit doet u door te bellen naar 088 042 42 42. Kies voor optie 1 en daarna voor optie 4.

Brief

U kunt uw zienswijze ook via de post naar ons sturen. De adresgegevens treft u hieronder aan:

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

Afdeling Vergunning en Handhaving

Postbus 40225

8004 DE Zwolle

Zorg dat uw naam, adres en telefoonnummer in de brief staan. Noem in uw brief om welk ontwerpbesluit het gaat. En vertel of u het er wel of niet mee eens bent. Alleen dan kan uw zienswijze meegenomen worden in het nemen van het besluit.

Na uw zienswijze

Nadat u uw zienswijze heeft doorgegeven, krijgt u een ontvangstbevestiging. Alle zienswijzen worden meegenomen in het nemen van een definitief besluit. Als alle zienswijzen verwerkt zijn, krijgt u bericht dat er een Nota van Antwoord is opgesteld. Hierin zijn alle zienswijzen en de reacties daarop samengevoegd. Uw persoonlijke gegevens komen niet in deze nota te staan.

PUBLICATIE BESLUIT

De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur maakt dit besluit openbaar op grond van artikel 3 van de Wet open overheid. Het zal onder anonimisering van de persoonsgegevens geplaatst worden op https://puc.overheid.nl/natuurvergunningen.

Naar boven