Onderwerp: Bezoek-historie

Brief beoordeling Schiphol Monitoring gebruiksjaar 2024
Geldigheid:06-11-2025 t/m 31-12-9999Status: Geldig vandaag

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Geachte,

Inleiding

Bij besluit van 26 september 2023 (kenmerk DGNV / 20307623) is aan Royal Schiphol Group (hierna: RSG) een natuurvergunning ingevolge de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) verleend voor het project Exploitatie Luchthaven Schiphol.

Deze vergunning is verleend voor een jaarlijks aantal van 440.000 vliegtuigbewegingen handelsverkeer (met daarnaast klein verkeer/GA-verkeer en alle met de exploitatie samenhangende grondgebonden activiteiten) dan wel het aantal vliegtuigbewegingen dat uit het Luchthavenverkeerbesluit (hierna: LVB) voortvloeit tot een maximum van 500.000 vliegtuigbewegingen handelsverkeer. Tevens is tijdelijk, dat wil zeggen tot het moment waarop het LVB is gewijzigd, een vergunning verleend voor een jaarlijks aantal van 500.000 vliegtuigbewegingen handelsverkeer.

Deze natuurvergunning is echter op 4 juni 2025 door de rechtbank Den Haag vernietigd. Daardoor is er geen sprake meer van een vigerende vergunning en vervalt ook de verplichting om de aan de vergunning verbonden voorschriften na te leven. Het voorgaande laat onverlet dat de toezichthouder - mede in het kader van het hoger beroep - het wenselijk acht vast te stellen of het project over het gebruiksjaar 2024 (GJ 2024), dat loopt van 1 november 2023 t/m 31 oktober 2024, is uitgevoerd binnen hetgeen ingevolge de natuurvergunning zou zijn toegestaan.

Om te kunnen vaststellen of het project is uitgevoerd binnen hetgeen vergund is, is RSG op grond van de voorschriften van de natuurvergunning en conform het door RSG – op grond van voorschrift 24 van de vergunning – opgestelde monitoringsplan, verplicht na afloop van elk gebruiksjaar monitoringsrapportages aan te leveren aan de toezichthouder met betrekking tot:

A. Airborne emissies

B. Emissies vanuit de grondoperaties

C. Verkeersaantrekkende werking

Daarnaast is RSG op grond van de voorschriften van de natuurvergunning verplicht om:

D. Werkzaamheden in het kader van aanleg, renovatie en beheer te melden aan de toezichthouder.

Hierna volgt per onderdeel een beschrijving van de aangeleverde rapportages en meldingen alsmede een samenvatting daarvan, gevolgd door een oordeel van de toezichthouder. Aan het einde van dit document volgt een samenvattende conclusie ten aanzien van de vraag of RSG over het gebruiksjaar 2024 binnen de natuurvergunning zou zijn gebleven.

 

A, Airborne emissies

In de rapportage 'Monitoring NOx emissies GJ 2024'1 van het NLR2 d.d. april 20253 worden de resultaten gepresenteerd van de stikstofemissies veroorzaakt door vliegtuigbewegingen op Schiphol gedurende het gebruiksjaar 2024. De resultaten worden vervolgens getoetst aan de vergunning zoals afgegeven door het ministerie van LNV/LVVN om te controleren of de stikstofemissies binnen de toegestane grenzen blijven. De rapportage is opgesplitst in vier delen:

  • de herberekening van de Wnb-aanvraag in verband met een nieuw LEAS-iT model (hoofdstuk 3.1),

  • de vergunde emissies en herberekende airborne emissies (hoofdstuk 3.2),

  • airborne NOx-emissies over GJ 2024 (hoofdstuk 3.3), en

  • grondgebonden NOx-emissies over GJ 2024 (3.4).

De laatstgenoemde paragraaf geeft een overzicht van emissies door taxiën, APU en overige grondoperaties.

Herberekening Wnb-aanvraag

De Wnb-aanvraag is gebaseerd op berekeningen uitgevoerd met LEAS-iT versie 8.1.3a.

Ingevolge voorschrift 22 van de natuurvergunning worden deze airborne emissies, zoals berekend bij de aanvraag (deelrapport 3b), in het kader van de monitoring opnieuw berekend op basis van de meest actuele emissiekengetallen en berekeningsmethoden.

De berekeningen voor GJ 2024 zijn in het NLR-rapport uitgevoerd met behulp van de nieuwste versie van LEAS-iT (9.0.14). Naast een nieuwe LEAS-iT versie zijn ook de nieuwste inzichten op gebied van voorbewerking en nabewerking toegepast.4

Dit leidt tot de volgende herberekening voor wat betreft de airborne emissies:

Herberekening airborne emissies (handelsverkeer en GA-verkeer)

 

Vergund obv LEASE-iT 8.1.3a

Herberekend obv LEASE-iT 9.0.14

Airborne NOx (ton)

2.368 ton 5

2.374 ton

Airborne NOx-emissies over GJ 2024

Vervolgens heeft NLR gekeken naar de airborne NOx-emissies over het gebruiksjaar 2024. De berekening is uitgevoerd op basis van 470.774 vliegtuigbewegingen handelsverkeer en 15.270 vliegtuigbewegingen GA-verkeer (totaal 486.044 vliegtuigbewegingen). Deze vliegtuigbewegingen leiden o.b.v. LEASE-iT versie 9.0.14 in GJ 2024 tot 2.072 ton aan airborne NOx-emissies.

 

Vergund (herberekend)

GJ 2024

NOx

2.374 ton

2.072 ton

De totale airborne emissies over GJ 2024 zijn daarmee 302 ton lager dan volgens de vergunning zou zijn toegestaan. Het grootste deel van het verschil kan volgens NLR worden verklaard door het lagere aantal vliegtuigbewegingen (470.774 vliegtuigbewegingen handelsverkeer). De vergunning gaat voor GJ 2024 uit van 500.000 vliegtuigbewegingen handelsverkeer. Het resterende verschil komt volgens NLR door verschillen in het vliegverkeer, zoals andere vliegtuigtypes, motoren en prestatieprofielen.

Oordeel toezichthouder

De toezichthouder kan instemmen met de overgelegde rapportage en constateert dat de airborne emissies blijven binnen hetgeen ingevolge de natuurvergunning zou zijn toegestaan.

 

B. Grondgebonden NOx-emissies over GJ 2024

Monitoringsplan

Op grond van voorschrift 24 van de natuurvergunning heeft RSG in november 2024 een monitoringsplan ingediend dat gericht is op de verdere elektrificatie van de grondoperaties, inclusief het vergroten van de inzet van elektrische GPU's, en het uitschakelen van één motor tijdens het taxiën, zoals beschreven in voorschrift 19 van de vergunning.

Taxiën

In het monitoringsplan is aangegeven dat de wijze waarop het aandeel n-1 (het uitschakelen van één motor tijdens het taxiën) wordt geregistreerd, overeenkomstig de Regeling milieu-informatie luchthaven Schiphol (RMI) zal plaatsvinden en niet slechts ziet op vliegtuigen met drie of meer motoren, maar wordt uitgebreid naar tweemotorige vliegtuigtypes. Met deze n-1 factoren zal de emissie van het taxiën worden bepaald en zal worden beoordeeld of dit voldoet aan het gestelde maximum van 277 ton/jaar NOx.6

In de rapportage 'Monitoring NOx emissies GJ 2024' van april 2025 zijn de NOx-emissies als gevolg van het taxiën inzichtelijk gemaakt. Daarin is aangegeven dat RSG een uitvraag heeft gedaan bij luchtvaartmaatschappijen naar de mate waarin zij n-1 taxiën hebben toegepast het afgelopen jaar. Op basis van de door RSG opgehaalde gegevens is een n-1 toepassingspercentage afgeleid per vliegtuigcategorie en taxi-fase (start/landing).

Het taxiën leidde in GJ 2024 tot 289 ton aan NOx-emissies tijdens de taxifase. Dit is op basis van 470.774 taxibewegingen handelsverkeer (met daarnaast GA-verkeer). De emissie van 289 ton komt met 12 ton boven de 277 ton NOx per jaar die volgens de vergunning voor het taxiën zou zijn toegestaan.

Elektrificatie grondoperatie

Het effect van de inmiddels getroffen maatregelen om de grondoperaties (platformverkeer en GPU) verder te elektrificeren is in de aanvraag berekend op 5%. In het monitoringsplan is aangegeven dat RSG de ontwikkeling zal monitoren op basis van de geregistreerde getankte brandstof. Op basis daarvan zal jaarlijks de emissie worden berekend en vergeleken met de aanvraag: 163 ton NOX per jaar.

In de rapportage 'Monitoring NOx emissies GJ 2024' zijn de NOx-emissies als gevolg van de grondoperaties inzichtelijk gemaakt. Daarbij is uitgegaan van de opgeleverde emissiegegevens van KES7 voor GJ 2024. De emissies van het gehele jaar zijn per bron bij elkaar opgeteld en komen uit op 93 ton. Dat is 70 ton lager dan in de aanvraag was berekend. Volgens het NLR-rapport is de afname naar verwachting vanwege toenemende elektrificatie en vernieuwing van grondmateriaal.

APU

In het monitoringsplan is aangegeven dat RSG jaarlijks de emissie van de APU's zal berekenen en vergelijken met de aanvraag: 64 ton NOx per jaar.

In de rapportage 'Monitoring NOx emissies GJ 2024' van april 2025 zijn de NOx-emissies als gevolg van de grondoperaties inzichtelijk gemaakt. Het rekenmodel waarmee de APU-emissies worden berekend, is gebaseerd op de methode beschreven in bijlage 8 van de RMI. De methode zoals beschreven in de RMI houdt rekening met GPU-gebruik en walstroomgebruik, maar niet met het preconditioned air gebruik.

In voornoemde rapportage wordt in het gebruikte rekenmodel voor de APU-emissies van het GJ 2024 -net zoals bij het berekenen van de emissies in de aanvraag- echter ook rekening gehouden met het preconditioned air gebruik. Het percentage preconditioned air (PCA) gebruik is daarbij gelijkgesteld aan het walstroompercentage (59,7%).

Volgens de rapportage is in GJ 2024 52 ton aan NOx uitgestoten door APU-gebruik. Dit is op basis van 470.774 vliegtuigbewegingen handelsverkeer (met daarnaast GA-verkeer). Dat is 12 ton lager dan in de aanvraag was berekend. Dat komt volgens NLR door een hoger walstroompercentage dan waarvan in de berekeningen voor de aanvraag was uitgegaan, in combinatie met een lager aantal vluchten.8

Oordeel toezichthouder

De toezichthouder kan instemmen met de overgelegde rapportage. Hierbij wordt echter de volgende kanttekening gemaakt. Afgevraagd kan worden of het PCA-gebruikspercentage wel gelijk is aan het walstroomgebruikspercentage van 59,7%.De RMI zal op dit punt worden aangepast. RSG heeft terzake aangegeven dat hiermee rekening zal worden gehouden in de monitoring over 2025.

Aangezien de grondgebonden NOx-emissies ruimschoots blijven binnen hetgeen ingevolge de natuurvergunning zou zijn toegestaan, heeft de toezichthouder ingestemd met de overgelegde rapportage voor GJ 2024 .9

Voorts wordt geconstateerd dat over het GJ 2024 12 ton meer NOx is uitgestoten tijdens de taxifase dan op grond van de vergunning zou zijn toegestaan.

RSG heeft terzake aangegeven dat zij in september 2024 een brief heeft gestuurd aan de luchtvaartmaatschappijen waarin er op wordt gewezen dat er zoveel mogelijk met één motor uit moet worden getaxied. Deze maatregel is inmiddels ook voorgeschreven in het AIP van Schiphol (de publicatie van LVNL met regels voor alle luchtvaartmaatschappijen).

 

C. Verkeersaantrekkende werking

In de vergunning is aangegeven dat de verkeersaantrekkende werking als stikstofbron kan worden uitgesloten als het aantal verkeersbewegingen met verbrandingsmotoren per jaar wordt beperkt tot het maatgevende (laagste) aantal in één van beide referentiesituaties. Dat is het Aanwijzingsbesluit 2000 met 76.713 verkeersbewegingen met een fossiele verbrandingsmotor per jaargemiddelde etmaal. In voorschrift 17 van de vergunning is daarom voorgeschreven dat de verkeersaantrekkende werking het aantal van 76.713 verkeersbewegingen met fossiele verbrandingsmotor per jaargemiddeld etmaal niet mag overschrijden.

In de voorschriften 28 t/m 34 zijn de monitoringsverplichtingen terzake van de verkeersaantrekkende werking vastgelegd. Kort gezegd dient RSG 'het aantal voertuigen op alle ingangen/toeritten van Schiphol aan de hand van verkeerslussen c.q. bestaande registratiesystemen te registreren alsmede ANPR camera's te plaatsen. Verder dient RSG minimaal vier keer per jaar aan toezichthouder het aantal motorvoertuigen van en naar Schiphol gemeten aan de hand van verkeerlussen en/of camera's, te rapporteren.

RSG heeft daartoe in november 2023 een monitoringsplan ingediend waarin per locatie en modaliteit nader is uitgewerkt hoe de registratie plaatsvindt. Voorts heeft RSG de volgende stukken aangeleverd:

  • Monitoring en prognose 1e kwartaal d.d. 4 maart 2024

  • Monitoring en prognose 2e kwartaal d.d. 23 mei 2024

  • Monitoring en prognose 3e kwartaal d.d. 26 augustus 2024

  • Jaarrapportage GJ 2024 d.d. 29 november 2024

Uit deze rapportages volgt dat het gemiddelde van de gerealiseerde verkeersbewegingen voor GJ 2024 ligt op 87.444, waarvan 15.533 (18%) zero-emissie en 71.912 (82%) fossiele verkeersbewegingen. Het aantal fossiele voertuigbewegingen per jaargemiddeld etmaal blijft met 71.912 binnen de gestelde norm van 76.713.

Oordeel toezichthouder

De toezichthouder heeft de rapportages met betrekking tot de verkeersaantrekkende werking laten verifiëren door een extern verkeerskundig bureau. De aangeleverde data over GJ 2024 zijn door dit externe bureau goedgekeurd. De toezichthouder kan instemmen met de overgelegde rapportage en constateert dat de verkeersaantrekkende werking blijft binnen hetgeen ingevolge de natuurvergunning zou zijn toegestaan.

 

D. Werkzaamheden in het kader van aanleg, renovatie en beheer te melden aan de toezichthouder

De natuurvergunning ziet ook op werkzaamheden in het kader van aanleg, renovatie en beheer die onlosmakelijk verbonden zijn met de exploitatie van Schiphol. Hiervoor geldt als uitgangspunt dat er maximaal 46 ton/jaar NOx en 0,71 ton/jaar NH3 mag worden uitgestoten.10 RSG is verplicht dergelijke werkzaamheden, inclusief de daarmee gepaard gaande stikstofemissie, vier weken voorafgaand aan de uitvoering te melden aan de toezichthouder11.

RSG heeft over het GJ 2024 de volgende meldingen gedaan:

Activiteit

NOx ton/jaar

NH3 ton/jaar

Het aanleggen van 5 opstelplaatsen bij U-platform voor WIBO (Wide Body) vliegtuigen inclusief riolering, goten en platformverlichting

0,7321

0,0213

Het aanleggen van een nieuwe kruising (S10 en S1N) in baan 06 -24 (kaagbaan) inclusief riolering, goten en platformverlichting

0,8868

0,0186

Het vervangen van de verhardingen en bijbehorende goten van de platformen E 20 en E 22, alsmede het vervangen van de hierbij behorende passagiersbruggen

0,9427

0,0193

Het amoveren, van de DTOP (Definitieve Tijdelijke Opslagplaats). Dit betreft een opslag voor grond, die met PFAS is verontreinigd12.

0,8626

0,0336

Het renoveren van de AB-baai door het vervangen van het hemelwatersysteem (riolering en goten) en bijbehorende verharding inclusief bijbehorende platformverlichting13

1,6697

0,0187

Totaal

5,0939 14

0,1115

Oordeel toezichthouder

De toezichthouder constateert dat genoemde werkzaamheden ruimschoots zijn gebleven onder de toegestane 46 ton/jaar NOx en 0,71 ton/jaar NH3.

Eindconclusie/samenvatting

De totale airborne emissies met een totaal van 2.072ton zijn over GJ 2024 302 ton NOx lager dan volgens de vergunning is toegestaan.

Een deel van deze lagere emissies kan worden verklaard door het lagere aantal vliegtuigbewegingen. De vergunning gaat voor GJ 2024 uit van 500.000 vliegtuigbewegingen handelsverkeer met daarnaast GA-verkeer. De berekeningen zijn uitgevoerd op basis van 470.774 vliegtuigbewegingen handelsverkeer en 15.270 vliegtuigbewegingen GA-verkeer. Daarnaast zijn er verschillen in het vliegverkeer, zoals andere vliegtuigtypes, motoren en prestatieprofielen.

Ook de emissies van de grondoperaties (platformverkeer en GPU) met een totaal van 93 ton NOx zijn 70 ton lager dan in de aanvraag was berekend.

Verder zijn de emissies van het APU-gebruik met een totaal van 52 ton 12 ton lager dan in de aanvraag was berekend.

De emissies van het taxiën met een totaal van 289 ton NOx zijn 12 ton hoger dan de 277 ton NOx per jaar die volgens de vergunning is toegestaan. Gebleken is dat de luchtvaartmaatschappijen nog onvoldoende uitvoering geven aan deze - inmiddels ook in het AIP opgenomen- maatregel.

Aldus wordt geconstateerd dat over GJ 2024 het project exploitatie Luchthaven Schiphol niet geheel is uitgevoerd in overeenstemming met de natuurvergunning. Echter, nog daargelaten dat de natuurvergunning is vernietigd en er in zoverre thans geen aanleiding bestaat voor het opleggen van maatregelen, betreft het hier een beperkte afwijking c.q. beperkte toename van emissies van het taxiën. Aangezien de overige grondgebonden emissies 82 ton NOx lager zijn dan waarvan in de aanvraag is uitgegaan (APU 12 ton lager, en grondoperaties 70 ton lager) en de totale grondgebonden emissies per saldo dus 70 ton NOx lager zijn, wordt er voor wat betreft de grondgebonden emissies dus ruimschoots binnen de toegestane hoeveelheid emissies gebleven. De geconstateerde afwijking voor wat betreft het taxiën zal naar het oordeel van de toezichthouder dus niet zodanige effecten hebben dat dit het opleggen van maatregelen zou rechtvaardigen.

 

De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,

namens deze:

 

MT-lid Natuurvergunningen

Naar boven