Onderwerp: Bezoek-historie

Besluit Wet natuurbescherming-vergunning; gaswinning Wapse
Geldigheid:24-09-2025 t/m 12-11-2025Status: Was geldig

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Geachte,

Op 12 oktober 2022 heeft u namens Vermilion Energy Netherlands B.V. (hierna: Vermilion) een aanvraag ingediend voor een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) voor het uitvoeren van twee diepboringen (LDS-01 en LDS-02), inclusief voorbereidende werkzaamheden op gaswinningslocatie Wapse. Uw aanvraag is voorzien van een Passende Beoordeling (hierna: PB). De vergunning is aangevraagd voor een periode van twee jaar.

Per e-mail van 20 oktober 2022 heb ik de ontvangst van uw aanvraag bevestigd. Op 17 november 2022 heeft u uw aanvraag aangevuld. Aangezien de aanvraag nog onvoldoende gegevens bevatte om deze juist te kunnen beoordelen, heb ik u per e-mail van 24 november 2022 verzocht de aanvraag aan te vullen. Deze aanvullingen heb ik op 25 november 2022 ontvangen. Omdat de aanvullingen niet volledig waren, heb ik u nog diezelfde dag per e-mail nogmaals in de gelegenheid gesteld om de ontbrekende informatie aan te leveren. Op 30 november 2022 heb ik deze aanvullingen ontvangen.

Ontwerpbesluit en zienswijzen

Het ontwerpbesluit heeft van 10 december 2022 tot en met 21 januari 2023 ter inzage gelegen. Naar aanleiding van de publicatie van de kennisgeving en de terinzagelegging van het ontwerpbesluit zijn zes zienswijzen naar voren gebracht. In de Nota van Antwoord (bijlage 6) zijn de zienswijzen samengevat en van een reactie voorzien. De Nota van Antwoord maakt, voor zover de zienswijzen zich richten op het ontwerp van onderhavig besluit, onderdeel uit van dit besluit.

Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen, de actualisatie van de AERIUS-Calculator en aanvullende informatie van de provincie, heb ik u verzocht om uw aanvraag aan te vullen en te actualiseren. De gevraagde aanvullingen, inclusief geactualiseerde AERIUS-berekeningen en een nadere toelichting over de productiewatertransporten en de coördinaten van de emissiebronnen, heb ik ontvangen. Tevens heb ik verzocht om een aangepaste PB in te dienen, waarin de genoemde wijzigingen zijn verwerkt. De PB is nadien nog enkele malen aangevuld. Deze laatste versie van de PB vormt de basis voor mijn besluit.

Wijzigingen

Er zijn enkele zaken gewijzigd ten opzichte van het ontwerpbesluit. Het gaat om de volgende wijzigingen:

  • Verschillende voorschriften zijn ten opzichte van het ontwerpbesluit vervallen, omdat:

  • de activiteiten waarvoor een vergunning is aangevraagd reeds zijn uitgevoerd1; en

  • u niet langer gebruikmaakt van extern salderen.

  • AERIUS Calculator is meermaals geactualiseerd sinds de publicatie van het ontwerpbesluit. De AERIUS-berekeningen (bijlage 2) zijn uitgevoerd conform de laatste versie van AERIUS: AERIUS Calculator 2024.

  • De AERIUS-berekeningen met betrekking tot het wegverkeer bleken niet volledig te zijn en zijn daarop aangepast.

  • Als gevolg van nieuwe rechtspraak heeft u, in tegenstelling tot uw initiële aanvraag, besloten geen gebruik te maken van extern salderen.

Handhavingsverzoeken

Op 24 november 2022 heeft de vereniging Milieudefensie Amsterdam, afdeling Milieudefensie Westerveld (Milieudefensie) mij verzocht om onverwijld handhavend tegen u op te treden met betrekking tot uw activiteiten op gaswinningslocatie Wapse vanwege het ontbreken van een Wnb-vergunning. Voorts hebben twee natuurlijke personen, mede namens 116 andere natuurlijke personen uit de buurtgemeenschapen Doldersum en Wapse, Wateren en Oude Willem op 9 december 2022 een vergelijkbaar verzoek bij mij ingediend. Op 13 maart 2023 heb ik beide verzoeken om handhavend op te treden afgewezen omdat concreet zicht op legalisatie bestond. Op 13 april 2023 heeft Milieudefensie een bezwaarschrift ingediend tegen het besluit om af te zien van handhavend optreden. Dit bezwaarschrift heb ik op 29 september 2023 ongegrond verklaard.

Op 14 november 2023 heeft Milieudefensie opnieuw verzocht handhavend op te treden met betrekking tot uw activiteiten op gaswinningslocatie Wapse vanwege het ontbreken van de benodigde Wnb-vergunning. Vanwege de ondernomen stappen in de procedure door Vermilion, de wijzigingen in regelgeving tijdens de vergunningprocedure en de beperkte gevolgen van het project was een handhavingsbesluit niet op zijn plaats en heb ik het verzoek afgewezen. Tegen dit besluit is een bezwaarschrift ingediend, dat op 27 november 2024 is afgewezen. Milieudefensie heeft op 27 december 2024 pro forma beroep ingesteld tegen deze beslissing. De gronden zijn aangevuld op 25 januari 2025. Die procedure loopt momenteel nog.

Beroepen niet tijdig beslissen

Omdat een definitieve beslissing op de aanvraag uitbleef heeft Milieudefensie mij op 5 december 2023 in gebreke gesteld. Vervolgens is Milieudefensie op 23 februari 2024 in beroep gegaan wegens het niet tijdig beslissen op de aanvraag om een Wnb-vergunning van Vermilion. De rechtbank Amsterdam heeft op 1 augustus 2024 uitspraak gedaan in deze zaak. De rechtbank heeft mij daarbij een termijn gesteld tot 31 oktober 2024 om een besluit te nemen. Wegens het uitblijven van een beslissing is Milieudefensie op 24 april 2025 opnieuw in beroep gegaan wegens het niet tijdig beslissen op de aanvraag. Die procedure loopt momenteel nog.

Procedure

Op deze aanvraag is de uniforme openbare voorbereidingsprocedure, zoals opgenomen in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), van toepassing.

Besluit

Ik verleen u op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb de gevraagde vergunning. In dit besluit vindt u de inhoudelijke overwegingen en voorschriften die aan deze vergunning ten grondslag liggen. De aanvraag, inclusief PB en de bijlagen daarbij maken onderdeel uit van dit besluit.

1. AANVRAAG

1.1. Onderwerp

De aanvraag behelst het realiseren van twee diepboringen (LDS-01 en LDS-02), inclusief voorbereidende werkzaamheden. Voor een uitgebreidere beschrijving van de voorgenomen activiteiten verwijs ik naar de PB en de bijlagen daarbij.

1.2. Bevoegdheid

Op basis van artikel 1.3, vijfde lid, van de Wnb en de artikelen 1.2 en 1.3, eerste lid, sub b onder 3° ('activiteiten ten aanzien van het opsporen, winnen of opslaan van diepe delfstoffen, bedoeld in artikel 1 van de Mijnbouwwet'), van het Besluit natuurbescherming ben ik bevoegd om te beslissen op uw vergunningaanvraag.

De exacte wetteksten zijn te raadplegen op www.overheid.nl onder 'wet- en regelgeving'.

1.3. Overgangsrecht

Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. De aanvraag is ingediend onder de Wnb. Op grond van het overgangsrecht van de Omgevingswet handelt het bevoegd gezag een aanvraag van vóór 1 januari 2024 af op grond van het oude recht. Dit betekent dat het bevoegd gezag een besluit neemt op basis van de Wnb en dat de Wnb van voor 1 januari 2024 van toepassing blijft totdat het besluit onherroepelijk is.

1.4. Beoordeling van project

1.4.1 Vergunningplicht

De activiteiten waarvoor u een vergunning aanvraagt, vormen tezamen één project in de zin van artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb dat, omdat zij, afzonderlijk of in cumulatie met andere plannen of projecten, kan leiden tot significant negatieve effecten voor de instandhoudingsdoelstellingen voor de Natura 2000-gebieden Drents-Friese Wold & Leggelderveld, Holtingerveld, Dwingelderveld en Fochteloërveen. Daarom geldt een vergunningplicht op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb.

1.4.2. Passende Beoordeling

Voor een project dat afzonderlijk of in cumulatie kan leiden tot significant negatieve effecten voor de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden, kan alleen een vergunning verleend worden als de aanvrager een PB heeft overgelegd, waaruit zonder redelijke wetenschappelijke twijfel kan worden geconcludeerd dat het project niet zal leiden tot aantasting van de natuurlijke kenmerken van de betrokken Natura 2000-gebieden. Deze PB moet rekening houden met de instandhoudingsdoelstellingen voor de Natura 2000-gebieden waar zich significant negatieve effecten kunnen voordoen. De PB biedt de grondslag voor de vaststelling van de aard en omvang van de effecten, de cumulatieve effecten en de manier waarop in mitigatie van die effecten is voorzien.

De PB maakt onderdeel uit van uw aanvraag. De PB toetst de effecten aan de instandhoudingdoelstellingen uit de aanwijzingsbesluiten en wijzigingsbesluiten van de Natura 2000-gebieden Drents-Friese Wold & Leggelderveld, Holtingerveld, Dwingelderveld en Fochteloërveen.

In paragraaf 2 volgt mijn beoordeling van de effectenanalyse zoals die is neergelegd in de PB.

2. BEOORDELING

2.1 Afbakening en mogelijke effecten

Locatie project, gebieden en effecten

Het project is niet gesitueerd binnen één of meerdere Natura 2000-gebieden, maar ligt wel op 600 tot 700 meter afstand van Natura 2000-gebied Drents-Friese Wold & Leggelderveld. Uit de natuurtoets (RHDHV, BH2117-103-101IBR002F01 d.d. 14 januari 2021, bijlage 2) die u heeft laten uitvoeren is gebleken dat de door u aangevraagde activiteiten significant negatieve effecten kunnen hebben op Natura 2000-gebieden Drents-Friese Wold & Leggelderveld, Holtingerveld, Dwingelderveld en Fochteloërveen vanwege stikstofdepositie. In de PB zijn de habitattypen en leefgebieden van habitatsoorten opgenomen waarvoor geldt dat de kritische depositiewaarde reeds wordt overschreden. Uit genoemde natuurtoets blijkt dat overige effecten op voorhand uitgesloten kunnen worden. Die effecten behoeven derhalve geen verdere bespreking. In paragraaf 2.2 ga ik nader in op de mogelijke effecten van stikstofdepositie.

Natuurwaarden

De beschermde natuurwaarden en de relevante instandhoudingsdoelstellingen van de betrokken Natura 2000-gebieden staan vermeld op www.rijksoverheid.nl/lvvn ('Onderwerpen' > 'Natuur en Biodiversiteit' > 'Natura 2000').

Conclusie afbakening

Ik ben van oordeel dat de afbakening van de gebieden en de inventarisatie van mogelijke effecten van het project op de natuurwaarden op juiste wijze heeft plaatsgevonden in de PB, en onderschrijf de conclusies ten aanzien van de op voorhand uit te sluiten effecten.

2.2 Mogelijke effecten van stikstofdepositie en mitigatie

Voor de inhoudelijke overwegingen rondom de berekening van de stikstofdepositie als gevolg van het project verwijs ik naar de PB. Er zijn AERIUS-berekeningen uitgevoerd (kenmerk: AERIUS_projectberekening_20241010103634_RTCc5GU2VjKq).

Uit de AERIUS-berekeningen blijkt dat in de aanlegfase van het initiatief sprake is van een tijdelijke toename in stikstofdepositie op een aantal habitattypen en leefgebieden van de Natura 2000-gebieden Drents-Friese Wold & Leggelderveld, Holtingerveld, Dwingelderveld en Fochteloërveen. Daardoor zijn significant negatieve effecten niet op voorhand uit te sluiten.

In de gebruiksfase is geen sprake van een toename in stikstofdepositie. Significant negatieve effecten als gevolg daarvan kunnen derhalve worden uitgesloten.

Effectbeoordeling aanlegfase

Om een (grotere) toename van stikstofdepositie te voorkomen heeft u besloten om voor het aansturen van de boorinstallatie gebruik te maken van dieselgeneratoren die zijn uitgerust met een nabehandelingsfilter. Dit is een zogenaamd SCR-systeem (selective catalytic reduction-systeem) of NOx-scrubber, zoals beschreven in de PB. Daarmee wordt de NOx-emissie van de dieselgeneratoren geminimaliseerd. Dit leidt tot een reductie van NOx-emissie van 85%. De dieselgeneratoren moeten worden afgesteld en gebruikt overeenkomstig de instellingen, zoals gebruikt in de PB. Om dit te borgen zijn voorschriften 10 en 11 aan deze vergunning verbonden.

De aanlegfase wordt uitgevoerd over een periode van circa vier maanden waarbij de hoogste bijdrage 0,39 mol N/ha/jaar (op Natura 2000-gebied Drents-Friese Wold & Leggelderveld) bedraagt. Een aantal van de habitattypen in dit Natura 2000-gebied is wat betreft stikstofdepositie overbelast. Dit houdt in dat de achtergronddepositie hoger is dan de Kritische Depositie Waarde (KDW).

In de PB wordt onderbouwd dat het project geen belemmering zal vormen voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van de overbelaste habitattypen waar depositie neerslaat. Hieronder is per Natura 2000-gebied een opsomming opgenomen van de habitattypen waar sprake is van een (naderende) overschrijding van de KDW (KDW - 70,00 mol N/ha/jaar).

Drents-Friese Wold & Leggelderveld

Voor onderstaande habitattypen en leefgebieden geldt dat er sprake is van een toename van stikstofdepositie waar sprake is van een (naderende) overschrijding van de KDW:

  • H2310 - Stuifzandheiden met struikhei;

  • H2320 - Binnenlandse kraaiheibegroeiingen;

  • H2330 - Zandverstuiving;

  • H3110 - Zeer zwakgebufferde vennen;

  • H3130 - Zwakgebufferde vennen;

  • H3160 - Zure vennen;

  • H4010A - Vochtige heiden (hogere zandgronden);

  • H4030 - Droge heiden;

  • H5130 - Jeneverbesstruwelen;

  • H6230vka - Heischrale graslanden (vochtig kalkarm);

  • H7110B - Actieve hoogvenen (heideveentjes);

  • H7150 - Pioniervegetaties met snavelbiezen;

  • H9190 - Oude eikenbossen;

  • L4030 - Droge heiden;

  • Lg04 - Zuur ven;

  • Lg09 - Droog struisgrasland;

  • Lg13 - Bos van arme zandgronden;

  • Lg14 - Eiken- en beukenbos van lemige zandgronden.

Op basis van een ecologische beoordeling van de stikstofeffecten is gebleken dat significante gevolgen ten aanzien van deze habitattypen en leefgebieden kunnen worden uitgesloten.

Holtingerveld

Voor onderstaande habitattypen en leefgebieden geldt dat er sprake is van een toename van stikstofdepositie waar sprake is van een (naderende) overschrijding van de KDW:

  • H2310 - Stuifzandheiden met struikhei;

  • H2320 - Binnenlandse kraaiheibegroeiingen;

  • H2330 - Zandverstuivingen;

  • H3130 - Zwakgebufferde vennen;

  • H3160 - Zure vennen;

  • H4010A - Vochtige heiden (hogere zandgronden);

  • H4030 - Droge heiden;

  • H5130 - Jeneverbesstruwelen;

  • H6230vka - Heischrale graslanden (vochtig kalkarm);

  • H7110B - Actieve hoogvenen (heideveentjes);

  • H7150 - Pioniervegetaties met snavelbiezen;

  • H91D0 - Hoogveenbossen;

  • H9120 - Beuken- en eikenbossen met hulst;

  • H9190 - Oude eikenbossen.

Op basis van een ecologische beoordeling van de stikstofeffecten is gebleken dat significante gevolgen ten aanzien van deze habitattypen en leefgebieden kunnen worden uitgesloten.

Dwingelderveld

Voor onderstaande habitattypen en leefgebieden geldt dat er sprake is van een toename van stikstofdepositie waar sprake is van een (naderende) overschrijding van de KDW:

  • H2310 - Stuifzandheiden met struikhei;

  • H2320 - Binnenlandse kraaiheibegroeiingen;

  • H2330 - Zandverstuivingen;

  • H3130 - Zwak gebufferde vennen;

  • H3160 - Zure vennen;

  • H4010A - Vochtige heiden (hogere zandgronden);

  • H4030 - Droge heiden;

  • H5130 - Jeneverbesstruwelen;

  • H6230 - Heischrale graslanden;

  • H7110B - Actieve hoogvenen (heideveentjes);

  • H7150 - Pioniervegetaties met snavelbiezen;

  • H91D0 - Hoogveenbossen;

  • H9120 - Beuken-eikenbossen met hulst;

  • H9190 - Oude eikenbossen;

  • L4010A - Vochtige heiden (hogere zandgronden);

  • L4030 - Droge heiden;

  • Lg04 - Zuur ven;

  • Lg13 - Bos van arme zandgronden;

  • Lg14 - Eiken- en beukenbos van lemige zandgronden.

Op basis van een ecologische beoordeling van de stikstofeffecten is gebleken dat significante gevolgen ten aanzien van deze habitattypen en leefgebieden kunnen worden uitgesloten.

Fochteloërveen

Voor onderstaande habitattypen en leefgebieden geldt dat er sprake is van een toename van stikstofdepositie waar sprake is van een (naderende) overschrijding van de KDW:

  • H4010A - Vochtige heiden (hogere zandgronden);

  • H4030 - Droge heiden;

  • H7120ah - Herstellende hoogvenen (actief hoogveen).

Op basis van een ecologische beoordeling van de stikstofeffecten is gebleken dat significante gevolgen ten aanzien van deze habitattypen en leefgebieden kunnen worden uitgesloten.

Voor de overige habitattypen van de genoemde Natura 2000-gebieden geldt dat deze niet stikstofgevoelig zijn, er geen sprake is van een overschrijding is van de KDW of dat er geen sprake is van een projectbijdrage.

Voor ieder van de habitats (habitat- en leefgebiedtypen) is in een habitatspecifieke beoordeling geconcludeerd dat de tijdelijke depositiebijdrage tijdens de aanlegfase niet leidt tot een aantasting van de kwaliteit van de beoordeelde Natura 2000-gebieden of tot belemmering van de mogelijkheden maatregelen te treffen die noodzakelijk zijn voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden.

Bij de onderbouwing wordt onder andere ingegaan op het beheer en de al uitgevoerde maatregelen, het ontbreken van het verband tussen bepaalde gebiedskwaliteiten en de mate van stikstofoverbelasting (de status van instandhoudingsdoelstellingen (behoud of verbetering) en de beperkte projectbijdrage.

2.3 Cumulatie

Voor een project moet bij Wnb-vergunningverlening een beoordeling plaatsvinden van de cumulatieve effecten als het project, afzonderlijk of in combinatie met andere projecten, significant negatieve effecten kan hebben voor de betrokken Natura 2000-gebieden. Een Wnb-vergunning kan alleen verleend worden als het project afzonderlijk of in combinatie met andere projecten geen significant negatieve effecten heeft.

Hiervoor heb ik geconcludeerd dat significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden zijn uitgesloten. Voorts moeten de cumulatieve effecten van reeds vergunde, maar nog niet (volledig) gerealiseerde plannen of projecten inzichtelijk worden gemaakt en worden betrokken in een passende beoordeling.

Uit de PB blijkt dat de conclusie niet anders wordt wanneer het projecteffect wordt beoordeeld in cumulatie met andere plannen of projecten die zijn vergund maar nog niet zijn uitgevoerd ten tijde van de vergunningaanvraag. Wanneer deze projecten worden uitgevoerd, leidt dat tot een blijvende bijdrage aan de achtergronddepositie en dus tot een grotere overschrijding van de KDW. De mate van overschrijding van de KDW als gevolg van de achtergronddepositie is echter niet bepalend in de conclusie dat als gevolg van de ontwikkeling van het project significante gevolgen uitgesloten zijn op de betrokken Natura 2000-gebieden. Ook bij een grotere overschrijding van de KDW kunnen significante gevolgen op locatie specifieke ecologische gronden worden uitgesloten.

2.4 Conclusie

Op basis van objectieve gegevens (passende beoordeling, bijlagen en AERIUS-berekeningen) stelt het bevoegd gezag vast dat de activiteit géén significante gevolgen heeft gehad of zou hebben voor de Natura 2000-gebieden Drents-Friese Wold & Leggelderveld, Holtingerveld, Dwingelderveld en Fochteloërveen

Op grond van het bovenstaande kan de gevraagde vergunning, onder de hieronder opgenomen voorschriften en beperkingen, worden verleend. De activiteit is inmiddels uitgevoerd. De vergunning dient ter legalisering van de reeds uitgevoerde activiteit.

3. VOORSCHRIFTEN

Ter bescherming van de in de Natura 2000-gebieden Drents-Friese Wold & Leggelderveld, Holtingerveld, Dwingelderveld en Fochteloërveen aanwezige beschermde natuurwaarden, verbind ik aan deze vergunning de volgende voorschriften en beperkingen.

Algemeen

  1. Deze vergunning staat op naam van Vermilion Energy Netherlands B.V. (hierna: vergunninghouder) of diens rechtsopvolger.

  2. Deze vergunning wordt uitsluitend gebruikt door (medewerkers van) de vergunninghouder of door (rechts)personen die aantoonbaar in opdracht van de vergunninghouder handelen. De vergunninghouder blijft daarbij verantwoordelijk voor de juiste naleving van deze vergunning.

  3. De in voorschrift 2 genoemde (rechts)personen beschikken op de plaats waar de vergunde activiteiten worden uitgevoerd over een (digitaal) exemplaar van deze beschikking, inclusief alle daarbij behorende bijlagen.

  4. De in voorschrift 2 genoemde (rechts)personen zijn aantoonbaar op de hoogte van de inhoud en het doel van deze voorschriften en beperkingen.

  5. De vergunde activiteiten worden uitgevoerd zoals deze zijn aangegeven in de aanvraag en bijbehorende PB en volgens de voorschriften en beperkingen die aan deze vergunning zijn verbonden. Bij eventuele strijdigheid van de aanvraag en de voorschriften en beperkingen van deze vergunning hebben de laatste voorrang.

  6. Als zich een incident voordoet, meldt de vergunninghouder dit met alle relevante gegevens onmiddellijk aan het bevoegd gezag. Een incident is in dit geval een onvoorziene gebeurtenis waardoor schade aan de natuurlijke kenmerken in één of meer van de betrokken beschermde Natura 2000-gebieden is of kan worden toegebracht, bijvoorbeeld wanneer onbedoeld vrijgekomen schadelijke stoffen een habitattype of Habitat- of Vogelrichtlijnsoort bedreigen.

  7. Als zich een incident voordoet, is de vergunninghouder verplicht eventuele verontreinigingen zo mogelijk direct te verwijderen en de eventueel opgetreden schade voor zover mogelijk te herstellen, zulks ter beoordeling van het bevoegd gezag.

  8. De vergunninghouder volgt de aanwijzingen op die het bevoegd gezag geeft.

  9. Alle correspondentie met betrekking tot deze vergunning kan per reguliere post of per e-mail (natuurvergunningen@minlnv.nl) worden gedaan.

Mitigatie

  1. De dieselgeneratoren die gebruikt worden voor het aansturen van de boorinstallatie zijn uitgerust met een nabehandelingsfilter, een zogenaamd SCR-systeem (selective catalytic reduction-systeem) of NOx-scrubber, zoals beschreven in de PB.

  2. De dieselgeneratoren worden afgesteld en gebruikt overeenkomstig de instellingen zoals gebruikt in de PB.

Toezicht

  1. De vergunninghouder voert een administratie met daarin alle documenten die betrekking hebben op deze vergunning en op de naleving van de voorschriften.

  2. De vergunninghouder geeft alle medewerking aan de aangewezen toezichthouder en opsporingsambtenaren.

  3. De vergunninghouder toont informatie en documenten op verzoek aan de bevoegde toezichthouder en opsporingsambtenaren.

TER INFORMATIE

Op grond van afdeling 4.1.1., van de Awb kan een verzoek tot wijziging van de vergunning worden ingediend.

Op grond van artikel 5.4, eerste en tweede lid, van de Wnb kan de verleende vergunning worden ingetrokken of gewijzigd.

Als de vergunninghouder handelt in strijd met de vergunning, kan op grond van artikel 7.2, tweede lid, van de Wnb een last onder bestuursdwang worden opgelegd.

Conform artikel 5:32, eerste lid, van de Awb kan een bestuursorgaan dat bevoegd is bestuursdwang toe te passen, in plaats daarvan aan de overtreder een last onder dwangsom opleggen.

Hoogachtend,

De Staatsecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur

namens deze:

MT-lid Directoraat-Generaal Natuur en Visserij

BIJLAGEN:

  1. BK3169-WM-RP-250626-1449 -Passende Beoordeling LDS boringen Wapse definitief;

  2. Natuurtoets (referentie: BH2117-103-101IBR002F01);

  3. AERIUS_projectberekening_20241010103634_RTCc5GU2VjKq;

  4. Nota van Antwoord.

BEROEP

Bent u het niet eens met het definitieve besluit? Als belanghebbende kunt u hiertegen in beroep gaan.

U kunt uw beroepschrift digitaal of via een brief indienen.

Digitaal dient u in via het beroepschriftformulier:

https://formulier.rechtspraak.nl/burger/bestuur/beroepschrift/rechtbank

U heeft hier een DigiD voor nodig. Let op: het digitale beroepschriftformulier is niet bruikbaar voor rechtspersonen of voor gemachtigden van rechtspersonen. Bedrijven als een besloten vennootschep (bv) of naamloze vennootschap (nv) en organisatie als een stichting of vereniging dienen hun stukken op papier in. Een eenmanszaak, vennootschep onder firma (vof) of commanditaire vennootschap (cv) kan de formulieren wel gebruiken. Zij kunnen inloggen met hun DigiD.

Via een brief. Vermeld in uw beroepschrift:

  • uw naam en adres

  • het besluit waartegen u in beroep gaat

  • waarom u het niet eens bent met de beslissing van het bestuursorgaan

  • wat de beslissing volgens u moet zijn

Dateer en onderteken het beroepschrift. Uw woonplaats is bepalend bij de vraag bij welke rechtbank u uw beroepschrift moet indienen. Heeft u geen woonplaats in Nederland dan is de zetel van het bestuursorgaan bepalend.

Via https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Contact#contactgegevens

kunt u nagaan bij welke rechtbank u uw beroepschrift moet indienen.

Stuur de stukken die belangrijk zijn voor de rechter mee met het beroepschrift. In elk geval:

  • het besluit waartegen u beroep instelt.

  • eventuele documenten en foto's waarmee u uw standpunt onderbouwt.

PUBLICATIE BESLUIT

De Staatsecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur maakt dit besluit openbaar op grond van artikel 3.1 van de Wet open overheid. Het zal onder anonimisering van de persoonsgegevens geplaatst worden op https://puc.overheid.nl/natuurvergunningen.

Naar boven